Circulaire 2021/C/40 betreffende de tijdelijke verlaging van het boetetarief in geval van niet-betaling en niet-tijdige betaling van de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende periodieke aangifte – boete van ..

Deze circulaire handelt over de tijdelijke verlaging van het boetetarief van 15 % naar 10 % in geval van niet-betaling en niet-tijdige betaling van de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende periodieke aangifte of uit het opstellen van een bijzondere rekening als ingevoerd door het koninklijk besluit van 29.03.2021 tot wijziging van tabel G, eerste afdeling, rubriek I, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 41 van 30.01.1987, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde (BS 31.03.2021).

belasting over de toegevoegde waarde ; boete ; proportionele boete ; bijzondere rekening

FOD Financiën, 04.05.2021

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde

1. Inleiding

Het koninklijk besluit van 29.03.2021 tot wijziging van tabel G, eerste afdeling, rubriek I, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 41 van 30.01.1987, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde (BS 31.03.2021) wijzigt tijdelijk het boetetarief in geval van niet-betaling of niet-tijdige betaling van de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit een ingediende periodieke aangifte als bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2° (maand- en kwartaalaangifte) van het Btw-Wetboek.

2. Gewijzigde bepaling

De boete van 15 % bedoeld in tabel G, Eerste afdeling, Rubriek I, 2, A) van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 41 van 30.01.1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde wordt, voor de periode van 01.04.2021 tot 30.06.2021, verlaagd naar 10 % van de verschuldigde belasting.

3. Modaliteiten

De boete bedoeld in tabel G, Eerste afdeling, Rubriek I, 2, A) van de bijlage van het koninklijk besluit nr. 41, voornoemd, wordt toegepast in het geval een bijzondere rekening wordt opgesteld.

Het opstellen van een bijzondere rekening houdt in dat er een beslissing is in de zin van artikel 8, § 1, van het koninklijk besluit nr. 24 van 29.12.1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde waarbij de handelingen worden onttrokken aan de rekening-courant (beslissing tot opnulzetting van de rekening-courant).

De boete bedoeld in tabel G, Eerste afdeling, Rubriek I, 2, A) van de bijlage van het koninklijk besluit nr. 41, voornoemd, wordt berekend in het kader van de opmaak van een bijzondere rekening en van zodra wordt vastgesteld dat er een bedrag is aan verschuldigde (en onbetaalde) btw, wat ook de reden van opnulzetting van de rekening-courant is.

Het tijdstip dat bepalend is voor toepassing van het verlaagd boetetarief is het tijdstip van de beslissing tot opnulzetting van de rekening-courant.

Rekening houdend hiermee zal de vermindering van de boete van 15 % naar 10 % toepassing vinden in alle gevallen waarin het tijdstip van opnulzetting van de rekening-courant zich situeert in de periode van 01.04.2021 tot en met 30.06.2021 en voor zover uit het opstellen van de bijzondere-rekening een bedrag aan verschuldigde (en onbetaalde) btw blijkt.

Rekening houdend met hetgeen voorafgaat is het toepasselijke boetetarief noch afhankelijk van het tijdstip waarop boetebericht wordt verzonden als bedoeld in tabel G, Eerste afdeling, Rubriek I, 2, A) van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 41, voornoemd, noch van het tijdstip van de kennisgeving bij aangetekende brief van de beslissing tot opnulzetting van de rekening-courant als bedoeld in artikel 8, § 1, van het koninklijk besluit nr. 24, voornoemd.

Bij het opleggen van de boete wordt rekening gehouden met de afrondingsregels opgenomen in artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 41, voornoemd.

4. Motivering

De tijdelijke vermindering van het boetetarief van 15 % naar 10 % is ingegeven door een harmonisering met het boetetarief van toepassing bij gehele of gedeeltelijke niet-betaling of niet-tijdige betaling van de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit andere aangiften dan deze bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2° van het Btw-Wetboek (periodieke btw-maand- of kwartaalaangiften).

Meer in het bijzonder wordt bedoeld de harmonisering met de boeten voor gehele of gedeeltelijke niet-betaling of niet-tijdige betaling bedoeld in volgende rubrieken van dezelfde tabel en afdeling van het koninklijk nr. 41, voornoemd:

- Rubriek Ibis (aangifte MOSS bedoeld in artikel 58ter, § 5 en artikel 58quater, § 5, van het Btw-Wetboek);

- Rubriek II (bijzondere btw-aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, van het Btw-Wetboek);

- Rubriek III, eerste streepje (bijzondere btw-aangifte inzake de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen als bedoeld in artikel 53nonies van het Btw-Wetboek);

- Rubriek III, tweede streepje (intracommunautair verwerving accijnsproducten als bedoeld in artikel 58, § 1bis, van het Btw-Wetboek).

Interne ref.: 138.184/2