Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 31ste afl. dd. 07.09.1992

Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 31ste afl. dd. 07.09.1992

Bull. nr. 720, pag. 2638

BEROEPSVERLIES

Verlies uit de vorige belastbare tijdperken

FISCALE BEPALINGEN

Beroepsverlies

Commentaar op :

de art. 278, 312, §2 en 333, §1, 3° en 8° W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen en art. 33, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen;

de art. 34 en 41, §1, 1° en 2° en §§2 en 3, W. 20.7.1991 houdende begrotingsbepalingen, inzake de compensatie van vorige bedrijfsverliezen.

BEDRIJFSVERLIEZEN

INHOUDSTABEL

I. WETTEKSTEN

II/601 en 602

II. ALGEMEEN

II/603en 604

III. ONBEPERKTE VERLIESOVERDRACHT

II/605

IV. AFTREKBEPERKINGEN BIJ BELASTINGVRIJE VERRICHTINGEN

A. Algemene regel

II/606 tot 615

B. Overgangsstelsel

II/616 tot 618

C. Niet-bedoelde verrichtingen

II/619

D. Inwerkingtreding

II/620

V. OVERDRACHT VAN DE VERLIESAFTREK

II/621 tot 623

VI. VERRICHTINGENDIE NIET BEANTWOORDEN AAN RECHTMATIGE BEHOEFTEN VAN FINANCIELE OFECONOMISCHE AARD

II/624

BEDRIJFSVERLIEZEN

I. WETTEKSTEN

II/601

W. 22.12.1989

Art. 278

In artikel 114 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 28 van de wet van 8 augustus 1980, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° het eerste lid wordt vervangen door het volgende lid :

"Van de winst van het belastbare tijdperk worden eveneens de tijdens de vorige belastbare tijdperken geleden bedrijfsverliezen afgetrokken; deze aftrek wordt achtereenvolgens verricht op de winsten van elk volgend belastbaar tijdperk";

2° het tweede lid wordt vervangen door het volgende lid :

"Wanneer een vennootschap met toepassing van artikel 40, § 1, 2°, of van artikel 124, de inbreng heeft verkregen van een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van de goederen of een andere vennootschap heeft opgeslorpt, zijn de bedrijfsverliezen die ze vóór die inbreng of die opslorping heeft geleden evenwel slechts aftrekbaar in verhouding van het proportioneel aandeel van haar fiscale nettowaarde vóór die verrichting in de totale fiscale nettowaarde ndie verrichting".

Art. 312, § 2

.....

§ 2. Wanneer een vennootschap met toepassing van artikel 40, § 1, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen of van artikel 124 van hetzelfde Wetboek, vóór1 januari 1990, de inbreng heeft verkregen van een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen, of een andere vennootschap heeft opgeslorpt, mag, in afwijking van artikel 114, eerste lid, van hetzelfde Wetboek met ingang van het aanslagjaar1991, de aftrek van de bedrijfsverliezen die ze vóór die verrichting heeft geleden, per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 20 % van de voormelde bedrijfsverliezen.

.....

Art. 333

§ 1. Deze titel is van toepassing:

.....

3° met betrekking tot de artikelen....., 278, 1°, ..... met ingang van het aanslagjaar 1991;

.....

8° met betrekking tot artikel 278, 2°op inbrengen en opslorpingen vanaf 1 januari 1990;

.....

§ 2. Elke wijziging die vanaf 1 november 1989 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen ....., 278, 1°, ..... (*).

(*) Zoals gewijzigd door art. 33, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V. 2073 - B. 702).

W. 20.07.1991 houdende begrotingsbepalingen (V. 2122 - B. 709)

Art. 34

In artikel 114 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 278 van de wet van 22 december 1989, wordende volgende wijzigingen aangebracht :

1° tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :

"Bovendien mag de aftrek in geen geval meer bedragen dan 20 miljoen frank of, wanneer het bedrag van de winst, na toepassing van de artikelen 111 tot 113, 40 miljoen frank overtreft, de helft van dat bedrag";

2° het wordt aangevuld met een vierde lid, luidend als volgt :

"De aandelen of delen die de vennootschap die de inbreng ontvangt of de opslorpende vennootschap bezat in de inbrengende of de opslorpende vennootschap, komen echter niet in aanmerking voor de berekening van de voormelde nettowaarde";

3° het wordt aangevuld met de als volgt luidende leden :

"Wanneer een vennootschap overgaat tot een verrichting als vermeld in het derde lid, zijn de vorige bedrijfsverliezen, eventueel beperkt ingevolge het tweede lid, niet aftrekbaar van de winst die wordt verwezenlijkt na de verrichting, indien deze verrichting niet beantwoordt aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard.

De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de niet- aftrekbaarheid van de vorige verliezen uitbreiden tot andere verrichtingen dan die bedoeld in het derde lid, wanneer de verrichting niet beantwoordt aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard.

De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten".

Art. 41

§ 1. Dit hoofdstuk is van toepassing:

1° met betrekking tot de artikelen..... tot 34, 1°, met ingang van het aanslagjaar 1992;

2° met betrekking tot artikel 34, 2°, op de inbrengen en opslorpingen verwezenlijkt vanaf 19 april 1991;

.....

§ 2. De artikelen 34, 3°, en .....treden terzelfder tijd in werking op een datum die de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit bepaalt.

§ 3. Elke wijziging die vanaf 25 februari 1991 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van artikel34.

II/602

Na de hierboven vermelde wijzigingen luidt art. 114, WIB, als volgt :

Art. 114, WIB

Van de winst van het belastbare tijdperk worden eveneens de tijdens de vorige belastbare tijdperken geleden bedrijfsverliezen afgetrokken; deze aftrek wordt achtereenvolgens verricht op de winsten van elk volgend belastbaar tijdperk.

Bovendien mag de aftrek in geen geval meer bedragen, dan 20 miljoen frank of, wanneer het bedrag van de winst, na toepassing van de artikelen 111 tot 113, 40 miljoen frank overtreft, de helft van dat bedrag.

Wanneer een vennootschap met toepassing van artikel 40, § 1, 2°, of van artikel 124, de inbreng heeft verkregen van een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van de goederen of een andere vennootschap heeft opgeslorpt, zijn de bedrijfsverliezen die ze vóór die inbreng of die opslorping heeft geleden evenwel slechts aftrekbaar in verhouding van het proportioneel aandeel van haar fiscale nettowaarde vóór die verrichting in de totale fiscale nettowaarden die verrichting.

De aandelen of delen die de vennootschap die de inbreng ontvangt of de opslorpende vennootschap bezat in de inbrengende of de opgeslorpte vennootschap, komen echter niet in aanmerking voor de berekening van de voormeldenettowaarde.

Wanneer een vennootschap overgaat tot een verrichting als vermeld in het derde lid, zijn de vorige bedrijfsverliezen, eventueel beperkt ingevolge het tweede lid, niet aftrekbaar van de winst die wordt verwezenlijkt na de verrichting, indien deze verrichting niet beantwoordt aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard.

De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de niet-aftrekbaarheid van de vorige verliezen uitbreiden tot andere verrichtingen dan die bedoeld in het derde lid, wanneer de verrichting niet beantwoordt aanrechtmatige behoeften van financiële of economische aard.

De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomenbesluiten.

II. ALGEMEEN

II/603

Art. 278, W. 22.12.1989 heeft het stelsel van de verliescompensatie grondig gewijzigd.

Vooreerst wordt ingevolge de nieuwe bepalingen van art. 114, 1e lid, WIB, de tijdsbeperking van vijf jaar voor de compensatie van bepaalde vorige verliezen opgeheven, zodat de verliezen met ingang van het aj. 1991 in beginsel onbeperkt overdraagbaar worden.

Bovendien bepaalt art. 114, 3e lid (*), WIB, dat de aftrek van de vorige bedrijfsverliezen, wat het bedrag betreft, moet worden beperkt wanneer een vennootschap met nog te compenseren bedrijfsverliezen belastingvrij een andere vennootschap geheel (fusie) of gedeeltelijk (splitsing) opslorpt of belastingvrij inbrengen van takken van werkzaamheid of van algemeenheid van goederen verkrijgt. Deze wetsbepaling is van toepassing op inbrengen en opslorpingen vanaf 01.01.1990. In dergelijk geval zijn de bedrijfsverliezen die de overnemende vennootschap vóór de verrichting heeft geleden, nog slechts aftrekbaar in verhouding van het proportioneel aandeel van haar fiscale nettowaarde vóór die verrichting in de totale fiscale nettowaarden die verrichting.

(*) Het 2e lid van art. 114, WIB, is het 3e lid geworden ingevolge de invoeging van een nieuw lid door art. 34, 1°, W.20.07.1991.

Art. 312, § 2, W. 22.12.1989, heeft evenwel in een overgangsstelsel voorzien voor de nog niet gecompenseerde vorige bedrijfsverliezen in de gevallen dat de voormelde belastingvrije verrichtingen vóór 01.01.1990 hebben plaatsgevonden. Alsdan mag de aftrek van de bedrijfsverliezen die de overnemende vennootschap vóór de verrichting heeft geleden, met ingang van het aj. 1991 per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 20 % van die bedrijfsverliezen.

II/604

Art. 34, W. 20.07.1991 heeft vervolgens het aldus gewijzigde art. 114, WIB verder aangevuld.

Ingevolge de nieuwe bepalingen van art. 114, 2e lid, WIB moet de aftrek van de vorige bedrijfsverliezen voortaan in de tijd worden gespreid. De aftrek mag, met ingang van het aj. 1992, in geen geval meer dan 20.000.000F bedragen of, wanneer het bedrag van de winst van het belastbare tijdperk, na toepassing van de art. 111 tot 113, WIB, 40.000.000 F overtreft, de helft van dat bedrag (zie art. 34, 1°, W.20.07.1991).

Voorts bepaalt het nieuwe art. 114,4e lid, WIB dat, wat de in het 3de lid voorziene aftrekbeperking betreft (zie nr. II/603, 3e lid), de aandelen of delen die de vennootschap die de inbreng ontvangt of de overnemende vennootschap bezat in de inbrengende of de overgenomen vennootschap, niet in aanmerking komen voor de berekening van de bedoelde fiscale nettowaarde (zie art. 34, 2°, W. 20.07.1991). Deze wetsbepaling is van toepassing op de inbrengen en opslorpingen verwezenlijkt vanaf 19.04.1991.

Bovendien bepaalt art. 114, 5e lid, WIB dat, wanneer een vennootschap overgaat tot een in het 3e lid vermelde belastingvrije verrichting, de vorige compenseerbare bedrijfsverliezen, eventueel beperkt ingevolge het 2e lid, niet aftrekbaar zijn van de winst die wordt verwezenlijkt na die verrichting, indien deze verrichting niet beantwoordt aanrechtmatige behoeften van financiële of economische aard (zie art.34, 3°, W. 20.07.1991).

Tenslotte bepaalt art. 114, 6e lid, WIB dat de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de niet-aftrekbaarheid van de vorige verliezen kan uitbreiden tot andere verrichtingen dan die bedoeld in het 3e lid, wanneer de verrichting niet beantwoordt aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard (zie eveneens art. 34, 3°, W.20.07.1991).

III. ONBEPERKTEVERLIESOVERDRACHT

II/605

Art. 278, 1°, W. 22.12.1989, heeft art.114, 1e lid, WIB, gewijzigd in die zin dat de in tijd beperkte compensatie van bepaalde vorige bedrijfsverliezen met ingang van het aj. 1991 (zie art. 333, § 1, 3°, W. 22.12.1989) wordt opgeheven.

Elke wijziging die vanaf 01.11.1989aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze bepaling.

De richtlijnen die inzake PB m.b.t. art. 43, 1e lid, 3°, WIB, zijn verstrekt, zijn mutatis mutandis van toepassing inzake Ven.B. Dienaangaande kan dan ook worden verwezen naar de 24e aflevering van 06.03.1992 van onderhavige circ. (B.715).

IV. AFTREKBEPERKINGEN BIJ BELASTINGVRIJE VERRICHTINGEN

A. Algemene regel

II/606

Art. 114, 3e lid, WIB, voorziet m.b.t. het bedrag zelve in een aftrekbeperking van vorige bedrijfsverliezen wanneer een vennootschap belastingvrij een andere vennootschap geheel of gedeeltelijk opslorpt of belastingvrij inbrengen van takken van werkzaamheid of van algemeenheid van goederen heeft verkregen.

II/607

Het nieuwe art. 114, 3e lid, WIB, heeft inzonderheid tot doel een einde te maken aan een bepaald misbruik dat de laatste tijd een gevoelige uitbreiding had genomen en waarbij vennootschappen met belangrijke compenseerbare vorige bedrijfsverliezen overgaan tot opslorping - met vrijstelling van belasting - van winstgevende vennootschappen, met de enige bedoeling hun anders niet meer te compenseren vennootschap. Reeds vóór deze wetswijziging is de administratie in bepaalde gevallen opgetreden tegen belastingplichtigen die door middel van de voormelde constructie hun belastbaar inkomen trachten te drukken en dit wanneer kon worden aangetoond dat die constructie een gesimuleerd karakter had. Behoudens in het geval van simulatieve verrichtingen liet de bestaande wetgeving echter niet toe tegendergelijke manoeuvres op te treden (zie Senaat, zitting 1989-1990, stuk 806-1, blz. 77).

II/608

Overeenkomstig een vaste rechtspraak is het zo dat de gedurende de vorige belastbare tijdperken geleden bedrijfsverliezen slechts kunnen worden afgetrokken door de belastingplichtige of onderneming die ze heeft geleden (zie 110/60, Com.I.B.). Dit heeft tot gevolg dat, wanneer een winstgevende en een verlieslatende onderneming samensmelten, de aftrek van vorige verliezen vervalt wanneer :

1° de vennootschappen fusioneren door oprichting van een nieuwe vennootschap;

2° de winstgevende vennootschap de verlieslatende opslorpt.

De aandacht wordt erop gevestigd dat deze onderrichtingen onverminderd van toepassing blijven.

De meergenoemde wetswijziging strekt er dan ook enkel toe de aftrek van de vorige bedrijfsverliezen te beperken wanneer de verlieslatende de winstgevende opslorpt. Bovendien wordt deze maatregel uitgebreid tot de belastingvrije inbrengen van takken van werkzaamheid of van algemeenheid van de goederen (zie Senaat, zitting 1989-1990, stuk 806-1, blz. 77).

Derhalve moeten de bedrijfsverliezen worden beperkt wanneer de verlieslatende vennootschap :

- ofwel, onder vrijstelling van belasting inbrengen verkrijgt van takken van werkzaamheid of van de algemeenheid van goederen;

- ofwel, belastingvrij fusioneert door opslorping van één of meer vennootschappen;

- ofwel, naar aanleiding van een belastingvrije splitsing een gedeelte van de gesplitste vennootschap opslorpt.

Deze wetswijziging is van toepassing op de inbrengen en opslorpingen vanaf 01.01.1990 (zie art. 333, §1, 8°, W. 22.12.1989).

II/609

In de in art. 114, 3e lid, WIB, bedoelde gevallen zijn de nog compenseerbare bedrijfsverliezen die de overnemende vennootschap vóór de belastingvrije verrichting heeft geleden, nog slechts aftrekbaar in verhouding van het proportioneel aandeel van haar fiscale nettowaarde vóór die verrichting in de totale fiscale nettowaarde n die verrichting.

II/610

Die fiscale nettowaarde is het verschil tussen de fiscale waarde van de activa bestanddelen en de fiscale waarde van het vreemde vermogen van de vennootschap (zie Senaat, zitting 1989-1990, stuk 806-1, blz. 78). Wat betreft de berekening van de fiscale nettowaarde kan worden verwezen naar Com.I.B.124/21.

II/611

Art. 114, 4e lid, WIB (ingevoegd door art.34, 2°, W. 20.07.1991) bepaalt bovendien dat de aandelen of delen die de overnemende vennootschap bezat in de inbrengende of de opgeslorpte vennootschap niet in aanmerking komen voor de berekening van de fiscale nettowaarde. Die maatregel strekt ertoe te voorkomen dat, bij de berekening van de nog over te dragen verliezen, rekening wordt gehouden met vermogensbestanddelen (de aandelen van de inbrengende of opgeslorpte vennootschap) die wel in het vermogen van de overnemende vennootschap vóór de verrichting, maar niet meer in het samengevoegde vermogen n de verrichting voorkomen.

Art. 114, 4e lid, WIB is van toepassing op de inbrengen en opslorpingen verwezenlijkt vanaf19.04.1991.

II/612

In vennootschappen met buitenlandse inkomsten wordt de oorsprong van de verliezen vastgesteld met inachtneming van de bepalingen van art. 66, KB/WIB Wanneer bij een dergelijke vennootschap de nog compenseerbare verliezen moeten worden beperkt, wordt die beperking geacht proportioneel betrekking te hebben op :

- verliezen uit landen met verdrag;

- verliezen uit landen zonder verdrag;

- Belgische verliezen.

VOORBEELDEN

Voorbeeld 1

II/613

Een vennootschap A (verlieslatend) slorpt in 1990 - met vrijstelling van belasting - een andere vennootschap B (winstgevend) op. De door de vennootschap A - vóór de opslorping- nog te compenseren bedrijfsverliezen bedragen 3.000.000 F.

De totale fiscale nettowaarde van vennootschap A bedraagt :2.900.000 F

De totale fiscale nettowaarde van vennootschap B bedraagt : 14.300.000 F

De totale fiscale nettowaarde van vennoot A n de opslorping bedraagt : 17.200.000 F

N de opslorping worden de door A nog te compenseren bedrijfsverliezen beperkt tot :

3.000.000 x 2.900.000 of 505.814 F

17.200.000

Voorbeeld 2

II/614

In 1990 wordt besloten de vennootschap Z belastingvrij te splitsen door inbreng van haar activa en passiva in twee bestaande vennootschappen X en Y.

De fiscale nettowaarde van de inbreng bedraagt :

- bij vennootschap X : 18.000.000 F

- bij vennootschap Y :12.000.000 F

De door de vennootschap X

- vóór de opslorping nog te compenseren bedrijfsverliezen bedragen 3.000.000F en haar fiscale nettowaarde bedraagt 6.000.000 F.

N de splitsing worden de door X nog te compenseren bedrijfsverliezen beperkt tot :

3.000.000 x 6.000.000 of 750.000 F

24.000.000

Voorbeeld 3

II/615

Een vennootschap A slorpt op 30.09.1991 - met vrijstelling van belasting - een vennootschap B op. De door de vennootschap A - vóór de opslorping - nog te compenseren bedrijfsverliezen bedragen 6.000.000 F. De vennootschap bezat vóór de opslorping aandelen B met een fiscale waarde van 1.000.000 F.

De totale fiscale nettowaarde van vennootschap A vóór de verrichting bedraagt :

- fiscale waarde aandelen B : 1.000.000

- fiscale nettowaardeandere activa

- passiva A : 4.000.000

5.000.000

De totale fiscale nettowaarde van vennootschap B bedraagt15.000.000 F.

De in aanmerking te nemen fiscale nettowaarde van vennootschap A vóór de verrichting bedraagt 5.000.000 F - 1.000.000F (aandelen B) of 4.000.000 F.

De fiscale nettowaarde van vennootschap A n de verrichting bedraagt 4.000.000 F (A) + 15.000.000 F (B) of 19.000.000 F.

N de opslorping worden de door A nog te compenseren bedrijfsverliezen beperkt tot :

6.000.000 x 4.000.000 of 1.263.158 F.

19.000.000

B. Overgangsstelsel

II/616

Art. 312, § 2, W. 22.12.1989 voorziet ineen overgangsstelsel m.b.t. nog niet gecompenseerde vorige bedrijfsverliezen, ingeval een vennootschap vóór 01.01.1990belastingvrij de inbreng heeft verkregen van een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen, of een andere vennootschap belastingvrij heeft opgeslorpt.

II/617

In dergelijk geval blijven de bedrijfsverliezen die de vennootschap vóór de hierboven vermelde belastingvrije verrichtingen heeft geleden in beginsel volledig compenseerbaar, met dien verstande evenwel dat met ingang van het aj. 1991, de aftrek ervan per belastbaar tijdperk niet meer mag bedragen dan 20 % van het saldo van de nog compenseerbare bedrijfsverliezen op het ogenblik van de belastingvrije verrichting(*).

(*) In voorkomend geval kunnen vanaf het aj. 1992 de bepalingen van art. 114, 2e lid, WIB eveneens van toepassing zijn(zie nrs. II/621 en volgende).

Voor het overige blijven de gewone regels van toepassing op de verliezen geleden vanaf het belastbaar tijdperk waarin de belastingvrije verrichting heeft plaatsgegrepen.

VOORBEELD

II/618

Een (verlieslatende) vennootschap die per kalenderjaar boekhoudt, heeft op 30.09.1989 met vrijstelling van belasting een andere (winstgevende) vennootschap opgeslorpt. Het totale bedrag van de nog compenseerbare vorige bedrijfsverliezen die de opslorpende vennootschap vóór de verrichting heeft geleden bedraagt 22.000.000 F, namelijk 14.000.000 F voor het aj. 1988 en 8.000.000 F voor het aj. 1989. Voor het aj. 1990 heeft de betrokkenvennootschap 2.000.000 F compenseerbare vorige bedrijfsverliezen kunnen aftrekken.

Overeenkomstig art. 312, § 2, W.22.12.1989 zal de vennootschap de nog overblijvende bedrijfsverliezen (20.000.000 F) volledig van de winsten van de latere belastbare tijdperken kunnen aftrekken, met dien verstande evenwel dat de aftrek ervan in de tijd wordt gespreid. Vanaf het aj. 1991 mag de aftrek van die compenseerbare vorige bedrijfsverliezen inderdaad per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 22.000.000 F x 20 % of 4.400.000 F.

C. Niet-bedoelde verrichtingen

II/619

Er wordt opgemerkt dat zowel de algemene regel (zie nrs. II/606 tot 615) als het overgangsstelsel (zie nrs. II/616 tot 618) geen toepassing vinden indien de verrichting niet met toepassing van art. 40, § 1, 2°, of art. 124, WIB, (d.w.z. niet met vrijstelling van belasting) is geschied.

D. Inwerkingtreding

II/620

Zoals gezegd zijn de aftrekbeperkingen bij belastingvrije verrichtingen van toepassing :

- op de inbrengen en opslorpingen vanaf 01.01.1990 wat de bepalingen van art. 114, 3e lid, WIB, betreft;

- op de inbrengen en opslorpingen verwezenlijkt vanaf 19.04.1991wat de beperkingen van art. 114, 4e lid, WIB, betreft.

De bijzondere aandacht wordt erop gevestigd dat, voor de toepassing van die beperkingen, de datum van de beoogde verrichtingen die is waarop de bevoegde organen van de vennootschap overeenkomstig de voorgeschreven regels de inbrengen of opslorpingen hebben beslist. Noch het feit dat die beslissingen bijzondere bepalingen omtrent hun uitwerking (en meer bepaald een retroactiviteitsclausule) zouden bevatten, noch de vraag of die bepalingen tegenstelbaar zijn aan de administratie, hebben ter zake enig belang (cf. P.V. nr. 79 van 11.05.1992 gesteld door Volksvertegenwoordiger DE CLIPPELE, B.V.A. nr. 14, Kamer, B.Z.1991-1992, blz. 723).

V. OVERDRACHT VAN DE VERLIESAFTREK

II/621

Art. 34, 1°, W. 20.07.1991 heeft tot gevolg dat, vanaf het aj. 1992, de aftrek van compenseerbare vorige bedrijfsverliezen in de tijd kan worden gespreid.

Het door die bepaling in art. 114, WIB ingelaste nieuw tweede lid bepaalt inderdaad dat, vanaf het aj.1992 de aftrek van vorige bedrijfsverliezen per belastbaar tijdperk in geen geval meer mag bedragen dan 20.000.000 F of, wanneer het bedrag van de winst, na toepassing van de art. 111 tot 113, WIB(d.w.z. van de winst die overblijft na aftrek van de bij verdrag vrijgestelde winsten, van de andere niet-belastbare bestanddelen en van de definitief belaste inkomsten en vrijgestelde roerende inkomsten, d.w.z. na de 4e bewerking) 40.000.000 F overtreft, de helft van dat bedrag.

Elke wijziging die vanaf 25.02.1991aan de afsluitdatum van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van de voormelde bepaling (art. 41, §3, W. 20.07.1991).

II/622

De maximale aftrekbaarheid van de voor een belastbaar tijdperk nog compenseerbare vorige verliezen wordt ino nderstaande tabel schematisch voorgesteld.

Positief resultaat na de 4e bewerking

Maximaal aftrekbaar bedrag van de nog compenseerbare vorige bedrijfsverliezen

van 0 tot 20.000.000 F

geen beperking

Tussen 20.000.000 en 40.000.000 F

20.000.000 F

meer dan 40.000.000 F

50 % van het positief resultaat na de 4ebewerking

Zoals voorheen worden eerst de oudste compenseerbare verliezen afgetrokken en worden in vennootschappen met buitenlandse inkomsten de compenseerbare verliezen bij voorrang afgetrokken van de winst van dezelfde oorsprong en, indien die winst ontoereikend is, van de winst van een andere oorsprong, met inachtneming van de volgorde aangegeven in art. 66 KB/WIB, met dienverstande dat :

- niet meer aftrekbaar zijn, de compenseerbare verliezen die voorheen door bij verdrag vrijgestelde winst zijn gedekt;

- vorige verliezen die geleden zijn in landen met verdrag, slecht worden afgetrokken in de mate dat ze de bij verdrag vrijgestelde winst van het belastbare tijdperk overtreffen.

VI. VERRICHTINGEN DIE NIET BEANTWOORDEN AAN RECHTMATIGEBEHOEFTEN VAN FINANCIELE OF ECONOMISCHE AARD

II/624

Wanneer een vennootschap belastingvrij een andere vennootschap geheel of gedeeltelijk opslorpt of belastingvrij inbrengen van takken van werkzaamheid of van algemeenheid van goederen heeft verkregen zijn de nog compenseerbare bedrijfsverliezen die de overnemende vennootschap voor de belastingvrije verrichting heeft geleden, niet aftrekbaar van de winst die na die verrichting niet beantwoordt aanrechtmatige behoeften van financiële of economische aard (art. 114,5e lid, WIB).

Bovendien kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de niet-aftrekbaarheid van de vorige verliezen uitbreiden tot andere dan de voormelde belastingvrijeverrichtingen, wanneer die verrichtingen niet beantwoorden aan rechtmatige behoeften van financiële of economische aard (art. 114,6e lid, WIB).

Voormelde bepalingen treden inwerking te samen met art. 250bis, WIB, op een datum die de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit zal bepalen.

Tot op heden zijn voormelde besluiten, die bij wet moeten worden bekrachtigd (zie art. 114, laatste lid, WIB), nog niet getroffen.