Circulaire nr. Ci.RH.861/452.215 van 09.12.1993
Bull. nr. 735, pag. 306
AANSLAGVOET PB
Aanslagvoet van 10 %
Aanslagvoet van 16,5 %
FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Afzonderlijke aanslag
PENSIOENSPAREN
Belastingstelsel
Pensioensparen
Aanslagvoet van 10 %
Aanslagvoet van 16,5 %
FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Afzonderlijke aanslag
PENSIOENSPAREN
Belastingstelsel
Pensioensparen
Commentaar op art. 99, W 28.12.1992, houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.
INHOUDSTABEL Nrs. ---- I. WETTEKST (W 28.12.1992) 1 II. COMMENTAAR 2 III. INWERKINGTREDING 4 I. WETTEKST (W 28.12.1992)
1.
Art. 99 In hetzelfde Wetboek (1) wordt een als volgt luidend artikel 515ter ingevoegd :
"Artikel 515ter. Artikel 174, eerste lid, 2°, is niet van toepassing op collectieve of individuele spaarrekeningen die zijn geopend of spaarverzekeringen die zijn aangegaan vóór 4 augustus 1992".
(1) WIB 92
II. COMMENTAAR
2.
Voortaan zijn er twee verschillende afzonderlijke aanslagvoeten van toepassing op de spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden die in het kader van het pensioensparen zijn gevormd en die naar aanleiding van de pensionering op de normale datum of in één van de 5 jaren die aan die datum voorafgaan naar aanleiding van de brugpensionering of naar aanleiding van het overlijden worden uitgekeerd. Die tegoeden, kapitalen en afkoopwaarden zijn overeenkomstig art. 515bis, vijfde lid, WIB 92 - ingevoegd door art. 98, W 28.12.1992 (V 2212 - Bull. 725) en art. 104, van dezelfde wet, afzonderlijk belastbaar tegen een aanslagvoet van 16,5 % voor zover ze zijn gevormd door middel van tot 31.12.1992 gedane stortingen.
De vorenbedoelde inkomsten zijn daarentegen overeenkomstig art. 171, 2°, e, WIB 92 en art. 104, W 28.12.1992, tegen een aanslagvoet van 10 % belastbaar voor zover ze zijn gevormd door middel van stortingen die vanaf 1.1.1993 zijn gedaan.
De bepalingen van art. 171, 2°, e en 515bis, vijfde lid, WIB 92 en van art. 104, W 28.12.1992, zullen in een afzonderlijke commentaar worden besproken.
3.
Opdat dit stelsel van afzonderlijke belasting van toepassing zou zijn voor een belastingplichtige die in 1932 of later geboren is, is, behoudens in geval van overlijden, evenwel vereist dat hij gedurende ten minste 5 belastbare tijdperken stortingen heeft verricht op een collectieve of individuele spaarrekening of als premie van een spaarverzekering.
Ingevolge de invoeging van art. 515ter, WIB 92, door voornoemd art. 99 W 28.12.1992, is deze verplichting opgeheven voor de individuele of collectieve spaarrekeningen die zijn geopend en de spaarverzekeringen die zijn aangegaan vóór 4.8.1992.
De opheffing van deze verplichting is bedoeld als compensatie voor de vervanging van het stelsel van aftrek van "inkomen van inkomen" van de in het kader van het pensioensparen gedane stortingen, door een belastingvermindering.
III. INWERKINGTREDING
4.
Overeenkomstig art. 101, eerste lid, W 28.12.1992, treden de bepalingen van art. 99 van de voornoemde wet, in werking met ingang van het aj. 1993.
Voor de Directeur-generaal :De Auditeur-generaal,G.A. DE GROOTE
Bron: FisconetPlus
