Circulaire nr. Ci.RH.241/424.903 dd. 05.03.1992

Bull. nr. 715, pag. 1151

BELASTING DER NIET-VERBLIJFHOUDERS
Hervorming

BEROEPSKOSTEN
Beroepswerkzaamheid in het buitenland
Loontrekkers die in het buitenland werken

BUITENLAND
Niet-rijksinwoners die in het buitenland werken
Rijksinwoners die in het buitenland werken

FISCALE BEPALINGEN 1989
Belasting der niet-verblijfhouders

RIJKSINWONER
Bepaling

VERMINDERING VOOR BUITENLANDSE INKOMSTEN
Vaststelling van het bedrag van de tegen de verminderde aanslagvoet
belastbare bezoldigingen


Richtlijnen i.v.m. het belastingstelsel van bezoldigingen voor een werkzaamheid in een land buiten Europa.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.

INHOUDSOPGAVE

Nrs.
I. Inleiding1 tot 3
II. Wettelijk vermoeden van rijksinwonerschap4 tot 7
III. De hervorming van de BNV-nat. pers. (Aj. 1991)8 tot 10
IV. Vergelijkende tabel P.B./BNV - nat. pers. (niet-rijksinwoners zonder tehuis in België)11
V. Concrete toepassingsregels
A. Vaststelling van de hoedanigheid van rijksinwoner of van niet-rijksinwoner
1. Algemeen12 tot 14
2. Inschrijving in het Rijksregister van de natuurlijke personen15 tot 18
3. Tegenbewijs19
4. Personen die niet opgenomen zijn in het Rijksregister20 tot 23
B. Tehuis of geen tehuis in België24
C. Eventuele vrijstelling van de bezoldigingen van niet-rijksinwoners
1. Werknemers van privé-ondernemingen (niet-rijksinwoners)25 en 26
2. ontwikkelingshelpers in dienst van V.V.O.B., A.P.E.F.E. of een N.G.O27
3. Ontwikkelingshelpers in dienst van het A.B.O.S. en leden van het Belgisch korps van de militaire technische samenwerking met Zaïre, Rwanda en Burundi28
VI. Vaststelling van de belastbare bezoldigingen en berekening van de belasting
A. Rijksinwoners
1. Vaststelling van de belastbare brutobezoldigingen29
2. Vaststelling van de forfaitaire beroepskosten30
3. Berekening van de belasting31
4. Bijzonderheden32 tot 40
B. Niet-rijksinwoners41
VII. Inwerkingtreding42
VIII. Richtlijnen voor de taxatiediensten (aj. 1991)
A. ontwikkelingshelpers43
B. Werknemers van privé-ondernemingen44


I.INLEIDING
1.De hiernavolgende richtlijnen zijn van toepassing op Belgische arbeiders, bedienden, technici, kaderleden, ambtenaren, ontwikkelingshelpers en leden van het Belgisch korps van de militaire technische samenwerking met Zaïre, Rwanda en Burundi, die een werkzaamheid uitoefenen in een land buiten Europa.

In principe is die regeling beperkt tot de werkzaamheden die worden uitgeoefend in een land buiten Europa waarmede België geen dubbelbelastingverdrag heeft gesloten (zie evenwel nr. 39).

Deze richtlijnen gelden ook voor werknemers van vreemde nationaliteit die de hoedanigheid van Belgisch rijksinwoner hadden op de datum waarop zij naar het buitenland zijn vertrokken om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen in een ander land dan dat waarvan zij de nationaliteit bezitten.
2.Onderhavige richtlijnen houden rekening met de wijzigingen die de art. 313 en 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (V. 2019, B. 691) hebben aangebracht in de art. 3, 4 en 139 tot 152, WIB en vervangen de circulaires van 8.2.1979, Ci.RH.241/256.219 - B. 572, blz. 559 van 4.7.1979, Ci.RH.241/256.219 - B. 576, blz. 1.110, van 3.8.1979, Ci.RH.241/307.085 - B. 577, blz. 1.371, van 24.6.1980, Ci.RH.241/307.085 - B. 587, blz. 1.370, van 15.4.1981, Ci.RH.241/307.085 - B. 596, blz. 1.195 en van 31.8.1982, Ci.RH.241/334.368 - B. 610, blz. 2.456.

Deze circulaire is van toepassing met ingang van het aj. 1991.
3.De sub 2 bedoelde wetswijzigingen hebben betrekking op :
  • de vaststelling van de hoedanigheid van rijksinwoner of van niet- rijksinwoner, met o.m. het invoeren van een wettelijk vermoeden van rijksinwonerschap (art. 3, WIB);
  • de hervorming van de BNV-nat. pers. die o.m. een onderscheid maakt tussen niet-rijksinwoners met en zonder tehuis in België en nu sommige voorheen vrijgestelde bezoldigingen belastbaar stelt.


II. WETTELIJK VERMOEDEN VAN RIJKSINWONERSCHAP



4. Art. 3, § 2, in fine, WIB, ingevoegd door art. 313, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen, voert met ingang van het aj. 1991 een wettelijk vermoeden in waardoor allen die in het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn ingeschreven behoudens tegenbewijs als rijksinwoner worden aangemerkt.
5.In het Rijksregister van de natuurlijke personen komen voor (zie art. 2, W 8.8.1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, Wetboek, Bijzondere Wetten, bijlage R) :
a)de personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters of in de vreemdelingenregisters van de gemeenten;
b)de personen die ingeschreven zijn in de registers van de diplomatieke zendingen en de consulaire posten in het buitenland.
6.Wanneer een persoon die in het Rijksregister van de natuurlijke personen is ingeschreven, betwist rijksinwoner te zijn, moet hij aan de administratie de gegevens doen kennen waarop hij zijn standpunt steunt. In feite moet hij zelf de individuele omstandigheden mededelen die het tegenbewijs van het ingestelde wettelijke vermoeden leveren en waaruit dus blijkt dat hij in België noch zijn werkelijke woonplaats, noch de zetel van zijn fortuin heeft gevestigd.
7.Het door art. 3, § 2, WIB ingestelde wettelijke vermoeden belet niet dat de administratie, bij afwezigheid van zulke inschrijving of bij schrapping van die inschrijving, aan de hand van vermoedens kan aantonen dat een persoon in feite toch rijksinwoner is, d.w.z. de feitelijke omstandigheden kan aanvoeren die erop wijzen dat de betrokkene in België zijn werkelijke woonplaats of de zetel van zijn fortuin heeft gevestigd.
III. DE HERVORMING VAN DE BNV-NAT. PERS. (AJ. 1991)



8. Art. 314, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen, dat de art. 139 tot 152, WIB heeft gewijzigd, heeft het belastingstelsel van de niet-rijksinwoners met ingang van het aj. 1991 grondig aangepast.
9.De krachtlijnen van die hervorming kunnen als volgt worden samengevat.
Niet-rijksinwoners zijn voortaan ingedeeld in twee categorieën, met name niet-rijksinwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden (niet-rijksinwoners met tehuis) en de overige niet-rijksinwoners (niet-rijksinwoners zonder tehuis).

Het begrip "een tehuis in België hebben behouden" houdt in dat de niet-rijksinwoner zich - in voorkomend geval met zijn gezin - in België heeft gevestigd, doch in omstandigheden die erop wijzen dat hij zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin niet naar België heeft overgebracht. Het moet met andere woorden gaan om een werkelijke (gezins)vestiging in België, met name de plaats in België waar de betrokkene gedurende het volledige belastbare tijdperk gewoonlijk en samen met zijn gezin verblijft, maar toch zodanig dat nog kan worden beschouwd dat het verblijf in België niet van duurzame aard is (zie Parl. Vr. nr. 137 van 4.3.1991, Senator VANDERBORGHT, B. 709, blz. 2.364).
Het aanslagstelsel van niet-rijksinwoners zonder tehuis in België (art. 150, § 1, WIB) wordt gekenmerkt door een verregaand depersonaliseren (of verzakelijken) van de belasting, in die zin dat de betrokken belastingplichtigen geen aanspraak hebben op de belastingvrije sommen en de toeslagen erop wegens gezinslasten (art. 6, hervormingswet 1988) noch het huwelijksquotiënt (art. 4, hervormingswet 1988).
Bezoldigingen van werknemers (niet-rijksinwoners) als bedoeld in art. 20, 2°, a, WIB voor een in het buitenland uitgeoefende werkzaamheid, die ten laste zijn van een aan de P.B., de Ven. B. of de R.P.B. onderworpen werkgever (niet zijnde de Belgische Staat, de staatkundige onderdelen of plaatselijke besturen daarvan), zijn voortaan nog slechts van belasting vrijgesteld indien zij op de resultaten van een in het buitenland gelegen inrichting van die werkgever worden toegerekend (art. 142, § 1, 3°, WIB). Deze voorwaarde was voorheen niet gesteld.
10.Hieraan moet nog worden toegevoegd dat de verminderingen voor inkomsten uit het buitenland (art. 87quater en 88, WIB) niet langer gelden inzake BNV-nat. pers.
IV.VERGELIJKENDE TABEL P.B./BNV-NAT. PERS. (niet-rijksinwoners zonder tehuis in België)
11.

Samengevat vertonen de P.B. en de BNV van de bovenbedoelde niet-rijksinwoners de volgende verschilpunten.

RIJKSINWONER (P.B.)

NIET-RIJKSINWONER ZONDER TEHUIS IN BELGIE

(BNV)

1. Belastbare inkomstenAlle in het W.I.B. bedoelde inkomsten (onroerende, roerende, beroeps- en diverse inkomsten) zelfs behaald of verkregen in het buitenland (art. 5, W.I.B.)Inkomsten die in België zijn behaald of verkregen (art. 140, § 1, W.I.B.)
2. Bepaling van het belastbare inkomen

Toepassing van de art. 7 tot 70, W.I.B.

Aftrek van alle uitgaven en lasten waarvan sprake in de art. 71 en 72 W.I.B.

Toepassing van de art. 7 tot 70, W.I.B. met uitzondering van art. 10, W.I.B. (woningaftrek)

Alleen aftrek van de in art. 149, 1, W.I.B. bedoelde uitgaven, inzonderheid 80 % van aan rijksinwoners betaalde onderhoudsuitkeringen en aan Belgische instellingen betaalde giften

3. Gemeenschappelijke aanslag van echtgenoten en kinderen en bijkomende maatregelen

- Principiële samenvoeging van de inkomsten van echtgenoten (art. 73, W.I.B.)

Afzondering van de beroepsinkomsten van echtgenoten (art. 2, W. 7.12.1988)

- Huwelijksquotiënt (art. 4, W. 7.12.1988)

- Principiële samenvoeging van de inkomsten van echtgenoten (art. 150, § 1, laatste lid W.I.B.)

- Afzondering van de beroepsinkomsten van echtgenoten (art. 2, W. 7.12.1988).

- geen huwelijksquotiënt

4. Berekening van de belasting

Toepassing van:

- Belastingvrije sommen en toeslagen voor gezinslasten (art. 6, W. 7.12.1988);

- Belastingvermindering voor vervangingsinkomsten en pensioenen, enz. (art. 87ter, W.I.B.)

Geen toepassing van belastingvrije sommen en toeslagen voor gezinslasten (art. 150, § 1, 1e lid, W.I.B.)

-Aangepaste toepassing van de belastingverminderingen voor vervangingsinkomsten, pensioenen, enz. (art. 150, § 1, tweede en derde lid, W.I.B.)

5. Aanvullende belastingenP.B./gem. en P.B./agg. (art. 153, W.I.B)6 opcentiemen ten bate van de Staat (art. 150, § 1, tweede en derde lid, W.I.B.)
6. BedrijfsvoorheffingToepassing schaal I of schaal II, Bijlage III, K.B./W.I.B.Toepassing schaal III, Bijlage III, K.B./W.I.B.
V. CONCRETE TOEPASSINGSREGELS



A.Vaststelling van de hoedanigheid van rijksinwoner of van niet- rijksinwoner

1. Algemeen
12.De in deze circ. beoogde personen zijn allen loontrekkers die tewerkgesteld zijn in een land buiten Europa (met inbegrip van Cyprus) waarmede België geen dubbelbelastingverdrag heeft gesloten (zie evenwel nr. 39). Zij kunnen in 3 categorieën worden onderverdeeld, met name :
  • werknemers in dienst van een privé-onderneming;
  • ontwikkelingshelpers in dienst van V.V.O.B. of A.P.E.F.E. (door de overheid opgerichte VZW's) en van niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingshulp (N.G.O.'s);
  • ontwikkelingshelpers in dienst van het Algemeen Bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking (A.B.O.S.) en leden van het Belgisch korps van de militaire technische samenwerking met Zaïre, Rwanda en Burundi in dienst van het Ministerie van Landsverdediging.




13.Ongeacht de mogelijkheid dat hun tewerkstelling in het buitenland één of meerdere malen wordt verlengd, worden die personen meestal slechts voor een beperkte, welbepaalde duur aangeworven. Hun vertrek naar het buitenland om er (tijdelijk) een beroepswerkzaamheid uit te oefenen brengt dan ook niet ipso facto mee dat zij de hoedanigheid van rijksinwoner verliezen.
14.Bij de beoordeling van de hoedanigheid van de belanghebbenden (rijksinwoner of niet-rijksinwoner) moet worden gesteund :
  • in de eerste plaats op hun eventuele inschrijving in het Rijksregister van de natuurlijke personen (zie art. 3, § 2, WIB);
  • en, indien zij niet (meer) in het Rijksregister ingeschreven zijn, op de algemene beginselen inzake de vaststelling van de hoedanigheid van rijksinwoner of niet-rijksinwoner (gebaseerd op de plaats waar zij hun belastingwoonplaats of de zetel van hun fortuin gevestigd hebben - art. 3, § 1, WIB).




2.Inschrijving in het Rijksregister van de natuurlijke personen
15.Wanneer de beoogde belastingplichtigen bij hun vertrek naar het buitenland ingeschreven blijven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de Belgische gemeente waar zij vóór hun vertrek verbleven, of zich laten inschrijven in het register van de Belgische diplomatieke zending of consulaire post in het buitenland, mogen zij in principe verder als rijksinwoners worden aangemerkt.
16.Ter zake wordt de aandacht gevestigd op de hiernavolgende richtlijnen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken inzake het houden van de bevolkingsregisters.
a)Het gewone verblijf vervalt niet door een tijdelijke afwezigheid; zo moeten b.v. worden beschouwd als tijdelijk afwezig, maar blijven ingeschreven in de gemeente waar zij hun gewone verblijfplaats hebben :
  • personen die een gewone studie-, zaken-, gezondheids- of toeristische reis ondernemen, zelfs vergezeld van hun gezin, zomede personen die buiten hun verblijfplaats werken en van tijd tot tijd naar hun gezin terugkeren;
  • personen die voor hun werkgever naar een andere gemeente in het Rijk of naar het buitenland worden gestuurd om er gedurende beperkte tijd een bepaald werk te verrichten, of een controle- of inspectieopdracht te vervullen, na afloop waarvan zij naar hun gewone verblijfplaats terugkomen, zoals een ingenieur, een technicus, een inspecteur, een controleur, een adviseur, enz.




b)Anderzijds worden geacht tijdelijk afwezig te zijn en blijven ingeschreven in de gemeente waar zij vóór hun vertrek hun gewone verblijfplaats hadden (niettegenstaande zij normaal en gedurende lange tijd in het buitenland verblijven) :
  • ........
  • de leden van het coöperatiepersoneel bedoeld in het K.B. van 10.4.1967 (B.S. van 23.5.1967) houdende het statuut van het personeel van de Coöperatie met de ontwikkelingslanden, zomede de personen, uitgestuurd door verenigingen die erkend zijn door het A.B.O.S.
    Die tot de "rechtsbevolking" van de gemeente behorende personen, zomede hun gezinsleden die hen vergezellen, blijven in de bevolkingsregisters ingeschreven (echter zonder adres).




c)Gehuwden die in het buitenland een loopbaan hebben, terwijl hun echtgenoot of echtgenote in België gevestigd is, mogen ook in de bevolkingsregisters ingeschreven blijven, bijaldien zij geregeld hun verlof in hun gezin komen doorbrengen.

De personen van deze categorie kunnen om hun afvoering uit het bevolkingsregister verzoeken of zich in het buitenland door de diplomatieke zending of consulaire post van hun gebied een immatriculatiekaart laten uitreiken.
17.Belgische onderdanen die in het buitenland verblijven kunnen zich laten inschrijven (immatriculeren) bij de Belgische diplomatieke zending of consulaire post van het rechtsgebied waarin zij verblijven (de immatriculatie is dus facultatief).

Die immatriculatie is slechts mogelijk wanneer de betrokken niet meer in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente zijn ingeschreven. Sommige Belgen die gewoonlijk en werkelijk in het buitenland verblijven, blijven echter ingeschreven in de bevolkingsregisters van de Belgische gemeente waar ze vóór hun vertrek werkelijk verbleven (onder de rubriek "rechtsbevolking") (zie nr. 16, b) en komen niet in aanmerking voor immatriculatie.
18.In de praktijk mag de taxatieambtenaar zonder verder onderzoek aannemen dat de in nr. 12 bedoelde loontrekkers de hoedanigheid van rijksinwoner hebben behouden wanneer zij ingeschreven blijven in het bevolkingsregister (of in het vreemdelingenregister) van de gemeente waar zij vóór hun vertrek naar het buitenland hun gewone verblijfplaats hadden (zelfs indien zij bij de rechtsbevolking ingeschreven zijn). Dezelfde regel geldt wanneer zij ingeschreven zijn in het register van een Belgische diplomatieke zending of consulaire post in het land waar zij tewerkgesteld zijn (in het buitenland geïmmatriculeerde Belgen). In dit laatste geval worden de aanslagen gevestigd in de gemeente waar zij vóór hun vertrek naar het buitenland hun gewone verblijfplaats hadden.
3.Tegenbewijs
19.Wanneer de in deze circ. beoogde personen, die in het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn ingeschreven, betwisten dat zij de hoedanigheid van rijksinwoner hebben, moeten zij het wettelijk vereiste tegenbewijs daarvan leveren, met name door aan te tonen dat zij hun werkelijke woonplaats of zetel van fortuin niet in België hebben. Dit bewijs moet inzonderheid blijken uit de feitelijke omstandigheden die het verblijf in het buitenland kenmerken (zie nrs. 20 tot 23 hierna).
4.Personen die niet opgenomen zijn in het Rijksregister
20.Het feit dat een belastingplichtige die een werkzaamheid in het buitenland gaat uitoefenen, zich uit de bevolkingsregisters laat schrappen of ambtshalve wordt afgevoerd, is op zichzelf nog geen bewijs dat hij de hoedanigheid van rijksinwoner heeft verloren.
21.Voor de in deze circ. beoogde personen die geschrapt zijn of ambtshalve afgevoerd zijn uit het bevolkingsregister van de gemeente waar zij vóór hun vertrek woonden en die tevens niet geïmmatriculeerd zijn bij een Belgische diplomatieke zending of consulaire post (zie nr. 17) moet de hoedanigheid van rijksinwoner of van niet- rijksinwoner worden vastgesteld aan de hand van de algemene regels van belastbaarheid in de P.B. of in de BNV-nat. pers., m.a.w. op basis van de vraag of hun "belastingwoonplaats" of "hun zetel van fortuin" al dan niet in België gevestigd zijn.
22.Dienaangaande wordt verwezen naar de regels van Com. I.B. 3/2 en 3/3, die eerlang zullen worden geactualiseerd en verduidelijkt in het licht van de recentste rechtspraak.
23.Daarbij moeten de hiernavolgende praktische regels worden toegepast :
  • de feitelijke omstandigheden moeten uitwijzen of een belastingplichtige die naar het buitenland vertrekt om er een beroepswerkzaamheid uit te oefenen de bedoeling heeft om in België niet langer zijn wezenlijke, werkelijke en blijvende woonplaats of de zetel van zijn fortuin te behouden;
  • in geval van twijfel moet als voornaamste criterium de werkelijke woonplaats van het gezin in aanmerking worden genomen, eerder dan de vaak moeilijk te "lokaliseren" zetel van fortuin;
  • voor belastingplichtigen die geen gezin hebben of hun gezin naar het buitenland meenemen is inzonderheid de duurzaamheid van het verblijf in het buitenland van doorslaggevende aard (ter zake moet worden aangenomen dat een termijn van 24 maanden verblijf op een vaste plaats in het buitenland als minimumtermijn in aanmerking komt voor de vestiging van de woonplaats in het buitenland);
  • belastingplichtigen die hun gezin in België achterlaten, behouden in de regel de hoedanigheid van rijksinwoner tijdens hun verblijf in het buitenland, uitgezonderd :
  • indien het vertrek naar het buitenland samengaat met een werkelijke feitelijke scheiding van de echtgenoten, ten gevolge van een duurzame breuk in het huwelijksleven van de betrokkenen;
  • indien vaststaat dat de bedoeling aanwezig was om de woonplaats van het gezin in het buitenland te vestigen, zelfs indien de echtgenoot en/of kinderen nog tijdelijk in België achterblijven (voorlopig uitstel van vertrek op redenen van gezondheid, onderwijs, enz.);
  • personen die ter uitvoering van opeenvolgende korte contracten beurtelings in verschillende landen werken, worden als rijksinwoner aangemerkt, zelfs indien de totale duur van die contracten meer dan 24 maanden bedraagt, omdat de hoedanigheid van niet-rijksinwoner een zekere bestendigheid van woonplaats veronderstelt die in dergelijke gevallen doorgaans niet aanwezig is;
  • niet-rijksinwoners verliezen die hoedanigheid niet wanneer zij, zelfs herhaaldelijk, voor een kort verblijf naar België terugkeren voor vakantie of voor herscholing of wegens familiale gebeurtenissen (b.v. overlijden van een bloedverwant);
  • de omstandigheid dat de betrokkenen hun bezoldigingen geheel of gedeeltelijk in België laten uitbetalen, of in België sommige roerende of onroerende beleggingen doen, kan niet zonder meer leiden tot het besluit dat zij in België de zetel van hun fortuin hebben gevestigd of behouden (die zetel is immers niet op de plaats waar de goederen zich bevinden, maar wel die van waar ze beheerd worden);
  • de thans in 139/4 en 5, Com. I.B. opgenomen speciale bepaling voor loon- en weddetrekkers die hun beroepswerkzaamheid in Zaïre, in Rwanda of in Burundi uitoefenen, wordt vanaf het aj. 1991 opgeheven.


B. Tehuis of geen tehuis in België



24.Gelet op de omschrijving van het begrip "een tehuis in België hebben behouden" (zie nr. 9, a, hierboven), moeten de in deze circ. beoogde personen die zich - al is het tijdelijk - in het buitenland bevinden, en van wie overeenkomstig de in nrs. 19 tot 23 vermelde algemene beginselen is vastgesteld dat zij de hoedanigheid van niet- rijksinwoner bezitten, zonder meer geacht worden geen tehuis in België te hebben behouden.

Het feit dat de betrokkenen in België een woning bezitten (zelfs wanneer zij tot hun beschikking blijft) betekent op zichzelf geenszins dat zij in België een tehuis hebben behouden.

Voor de gevolgen van die kwalificatie als niet-rijksinwoner zonder tehuis in België, zie nrs. 9, B en C, 10 en 11.
C. Eventuele vrijstelling van de bezoldigingen van niet-rijksinwoners



1.Werknemers van privé-ondernemingen (niet-rijksinwoners)
25.De in art. 142, § 1, 3°, WIB gestelde vrijstellingsvoorwaarde dat de bezoldigingen van werknemers voor een door de verkrijgers in buitenland uitgeoefende werkzaamheid op de resultaten van één of meer buitenlandse inrichtingen van de werkgever moeten worden toegerekend, betekent in fiscaal opzicht dat die bezoldigingen door de buitenlandse inrichting ten laste genomen moeten zijn (m.a.w. de loonkost moet in de beroepskosten van de buitenlandse inrichting van de werkgever - en niet van de Belgische zetel - voorkomen en moet derhalve in mindering komen van de winst van die inrichting).
26.De vrijstelling van de bezoldigingen is niet van toepassing wanneer de bezoldigingen anders dan door aan toerekening op de resultaten van de eigen buitenlandse inrichting door de werkgever ten laste worden genomen.
2.ontwikkelingshelpers in dienst van V.V.O.B., A.P.E.F.E. of een N.G.O.
27.De in art. 142, § 1, 3°, WIB gestelde vrijstellingsvoorwaarde dat de bezoldigingen moeten worden toegerekend op de resultaten van een buitenlandse inrichting van de werkgever heeft uiteraard alleen zin voor ondernemingen.

Derhalve moet worden aangenomen dat aan die voorwaarde niet is voldaan of niet kan worden voldaan door aan de R.B.P. onderworpen rechtspersonen (inzonderheid V.Z.W.'s).

De bezoldigingen van de ontwikkelingshelpers die door de voormelde rechtspersonen worden bezoldigd en die de hoedanigheid van niet- rijksinwoner hebben, zijn dan ook steeds in België in de BNV- nat. pers. belastbaar op grond van art. 140, § 2, 6°, WIB, § 1, 3°, WIB is dus uitgesloten.
3.Ontwikkelingshelpers in dienst van het A.B.O.S. en leden van het Belgisch korps van de militaire technische samenwerking met Zaïre, Rwanda en Burundi
28.Daar de bezoldigingen van die personen door de Belgische Staat worden gedragen, zijn zij - net als vroeger - uitdrukkelijk van vrijstelling uitgesloten (cf. art. 142, § 1, 3°, WIB).
VI. VASTSTELLING VAN DE BELASTBARE BEZOLDIGINGEN EN BEREKENING VAN DE
BELASTING

A. Rijksinwoners



1.Vaststelling van de belastbare brutobezoldigingen
29.De belastbare brutobezoldigingen van de in deze circ. bedoelde rijksinwoners omvatten in principe alle bezoldigingen, ongeacht of de betaling daarvan in België of in het buitenland, in Belgische of in vreemde munt plaatsvindt (de aandacht wordt erop gevestigd dat de ontwikkelingshelpers in dienst van de V.V.O.B. en van A.P.E.F.E., naast hun bezoldiging van Belgische oorsprong, in de regel ook een bezoldiging verkrijgen van de buitenlandse (overheids)diens waarmede zij een arbeidsovereenkomst hebben afgesloten).

De volgende bestanddelen worden aangemerkt als in art. 26, laatste lid, WIB bedoelde niet-belastbare vergoedingen die nominaal ten laste van de werkgever vallen : de terugbetaling van kosten van geneeskundige verzorging van de betrokkene en zijn gezin in het buitenland, huisvestingsvergoeding, vergoeding voor de heen- en terugreis en voor de reiskosten ter plaatse, vergoeding voor extra- schoolkosten voor de meegenomen kinderen; hetzelfde geldt voor gelijkaardige verstrekkingen "in natura".

Voor de ontwikkelingshelpers die door het Algemeen Bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking (A.B.O.S.) zijn bezoldigd, en voor de leden van het Belgisch korps van de militaire technische samenwerking met Zaïre, Rwanda en Burundi, dient de in het buitenland betaalde toeslag in "plaatselijke munt" onder de belastbare inkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van het gedeelte daarvan dat is betaald als compensatie voor de ongelijkheid in koopkracht en is vastgesteld door toepassing van een bepaalde coëfficiënt.

Wat de kinderbijslagen en geboortetoelagen (kraamgeld) betreft, geldt de volgende regeling :
  • ontwikkelingshelpers die door het A.B.O.S. bezoldigd zijn en leden van het Belgische korps van de militaire technische samenwerking met Zaïre, Rwanda en Burundi : volledige vrijstelling;
  • andere ontwikkelingshelpers : vrijstelling beperkt tot de bedragen die aan de ontwikkelingshelpers van het A.B.O.S. worden betaald;
  • andere werknemers :
  • die aan de R.S.Z. onderworpen blijven : vrijstelling van de wettelijke kinderbijslagen en geboortetoelagen;
  • die niet aan de R.S.Z. onderworpen zijn : vrijstelling beperkt tot het bedrag dat overeenstemt met de wettelijke kinderbijslagen en geboortetoelagen.




2.Vaststelling van de forfaitaire beroepskosten
30.

a)Het brutobedrag van de in nr. 29 bedoelde belastbare brutobezoldigingen verminderen met de verplichte Belgische en/of buitenlandse sociale lasten, zomede met de eventueel in het buitenland op de bezoldigingen betaalde belastingen;
b)op het sub a) verkregen verschil vervolgens de gewone forfaitaire beroepskosten als bedoeld in art. 24, hervormingswet 1988 berekenen (cf. circ. van 4.4.1989, Ci.D.19/402.192, nrs. II/351 tot 359, B. 683, blz. 1078);
c)op datzelfde verschil een bijkomende aftrek van 30 % (met een maximum van 450.000 F) toestaan voor bijzondere beroepskosten, veroorzaakt door de tewerkstelling in het buitenland.
3.Berekening van de belasting
31.Voor de toepassing van de vermindering van de belasting tot de helft ingevolge art. 88, 2°, WIB is vereist dat de in het buitenland behaalde bezoldigingen aldaar zijn belast.

Er mag echter zonder meer worden aangenomen dat zulks het geval is met de hierna vermelde gedeelten van de bezoldigingen :
  • ontwikkelingshelpers die door het A.B.O.S. zijn bezoldigd en leden van het Belgisch korps van de militaire samenwerking met Zaïre, Rwanda en Burundi : volledig bedrag in plaatselijke munt;
  • ontwikkelingshelpers bezoldigd door de V.V.O.B., A.P.E.F.E. of een N.G.O. : ofwel 30 % van de totale belastbare brutobezoldigingen, vooreerst verminderd met de verplichte Belgische en/of buitenlandse sociale lasten, zomede met de in het buitenland eventueel op de bezoldigingen betaalde belastingen, ofwel, indien dit meer bedraagt, het bedrag van de bezoldigingen, verminderd met de sociale lasten en belastingen, betaald door de buitenlandse (overheids)dienst waarmede een arbeidsovereenkomst is gesloten;
  • andere werknemers : 30 % van de belastbare brutobezoldigingen, vooreerst verminderd met de verplichte Belgische en/of buitenlandse sociale lasten zomede met de in het buitenland eventueel op de bezoldigingen betaalde belastingen.


Indien de belastingplichtige overeenkomstig het bepaalde in 88/23
Com. I.B. bewijst dat een groter gedeelte van zijn bezoldigingen in
het buitenland is belast, moet voor de toepassing van art. 88 WIB
daarmee rekening worden gehouden.



4.Bijzonderheden
32.De afwijkende regeling voor loon- en weddetrekkers die hun beroep uitoefenen in Zaïre, Rwanda of Burundi en rijksinwoners zijn of als zodanig worden beschouwd voor de aanslag van hun inkomsten in de P.B. (zie Com. I.B. 3/4 en 51/23 (oud)) is opgeheven met ingang van het aj. 1991. De in de nrs. 29 tot 31 uiteengezette regeling geldt uiteraard ook voor de bedoelde personen.
33.De in art. 88, WIB gestelde voorwaarde dat een inkomen in het buitenland belast moet zijn om de vermindering van de belasting tot de helft te kunnen verkrijgen (zie 88/21 Com. I.B.), moet strikt worden geïnterpreteerd; behoudens voor de in nr. 31 bedoelde uitzonderingen is het bewijs vereist dat er in het land van herkomst op de bezoldigingen wel degelijk een belasting op het inkomen is geheven.

De vermindering is uiteraard niet van toepassing wanneer in dat land geen belasting op het inkomen bestaat.
34.Voor de toepassing van de bijkomende aftrek van 30 % (met een maximum van 450.000 F) voor de bijzondere beroepskosten veroorzaakt door de tewerkstelling in het buitenland (zie nr. 30, c), moeten de belastbare vergoedingen voor uitzonderlijke kosten van verblijf en levensonderhoud in het buitenland (de eigenlijke huisvestingsvergoeding, zie nr. 29, 2e lid, uitgezonderd) die de werkgever - forfaitair of anders - aan de betrokkene betaalt, in de belastbare grondslag worden opgenomen.
35.De in nrs. 29 tot 31 uiteengezette regeling is alleen van toepassing voor opdrachten waarvan de duur per kalenderjaar ten minste één ononderbroken maand omvat (voor kortere opdrachten geldt inzonderheid de regeling waarvan sprake in Com. I.B., 26/34, 3e en 4e lid).
36.De bijzondere regeling wordt voor in het buitenland tewerkgestelde personeelsleden van privé-ondernemingen slechts verleend na voorlegging van een attest van de werkgever dat de volgende gegevens bevat :
  • de perioden van tewerkstelling in het buitenland, gebeurlijk gesplitst per land;
  • eventueel de omdeling van de inkomsten m.b.t. de periode van het jaar waarvoor de bijzondere regeling van toepassing is en de periode waarvoor het gewone aanslagstelsel geldt.




37.Het bedrag van de niet-belastbare bezoldigingen van niet- rijksinwoners (bezoldigingen toegerekend op de resultaten van een buitenlandse inrichting van de werkgever) moet niet op een loonfiche 281.10 worden vermeld, doch moet wel in de samenvattende opgave 325.10 worden opgenomen (zie nrs. 21 en 118 van het jaarlijks Bericht aan de werkgevers).
38.De richtlijnen van circ. 3.7.1979, Ci.RH.624/305.525 (B. 576, blz. 1.108) inzake het opstellen van de fiches 281.10 op naam van werknemers die door het A.B.O.S. zijn bezoldigd en van leden van het Belgisch korps van de militaire technische samenwerking met Zaïre, Rwanda en Burundi, blijven mutatis mutandis van toepassing.
39.De bijzondere regeling mag ook worden toegepast op ontwikkelingshelpers die door het A.B.O.S. worden bezoldigd en werken in een ontwikkelingsland buiten Europa waarmede België wel een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten.
40.De richtlijnen van deze circ. strekken ertoe, rekening te houden met de extra-uitgaven die te wijten zijn aan het daadwerkelijk verblijf van loontrekkers in het buitenland. Aangezien er geen redenen bestaan om aan te nemen dat de bemanning van een schip onder buitenlandse vlag hogere uitgaven heeft dan die van een schip onder Belgische vlag, is ze niet van toepassing op de bemanning van onder buitenlandse vlag varende schepen.

De bepalingen van deze circ. zijn evenmin van toepassing op de Belgische diplomatieke ambtenaren en consulaire beroepsambtenaren die in het buitenland zijn geaccrediteerd en op de andere leden van Belgische diplomatieke zendingen en consulaire posten in het buitenland.
B. Niet-rijksinwoners



41.Met uitzondering van de nrs. 31 en 33 gelden de sub A opgenomen bepalingen eveneens voor niet-rijksinwoners.

Dit impliceert dat bij de berekening van de BNV-nat. pers. de vermindering voor inkomsten uit het buitenland niet wordt toegepast.
VII. INWERKINGTREDING



42.Deze circ. is van toepassing op de bezoldigingen die met ingang van 1.1.1990 zijn betaald of toegekend.
VIII. RICHTLIJNEN VOOR DE TAXATIEDIENSTEN (AJ. 1991)



A.Ontwikkelingshelpers (de leden van het Belgisch korps van de militaire technische samenwerking met Zaïre, Rwanda en Burundi worden op dezelfde wijze behandeld als ontwikkelingshelpers).
43.Bij de regularisatie van de fiscale toestand van ontwikkelingshelpers voor het aj. 1991, moeten de volgende richtlijnen in acht worden genomen.

Er mag zonder meer worden aangenomen dat de betrokkenen, zelfs indien zij voor het vorige aj. als niet-rijksinwoners werden beschouwd, in 1990 de hoedanigheid van rijksinwoner hadden indien zij op 1.1.1991 (opnieuw) ingeschreven waren in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente waar zij verbleven vóór hun vertrek naar het buitenland (zelfs wanneer zij als "rechtsbevolking" in het bevolkingsregister zijn ingeschreven) of indien zij op dezelfde datum ingeschreven waren in de registers van een diplomatieke zending of consulaire post in het buitenland. In dit laatste geval worden zij aangeslagen in de gemeente waar zij vóór hun vertrek naar het buitenland verbleven.

Billijkheidshalve mogen ontwikkelingshelpers eveneens als rijksinwoner worden aangemerkt wanneer zij in enig stadium van de taxatieprocedure uitdrukkelijk verzoeken om als zodanig te worden aangemerkt, zelfs al zouden zij geschrapt zijn of ambtshalve afgevoerd zijn uit het bevolkingsregister, of zich slechts in 1991 of 1992 opnieuw hebben laten inschrijven.

Aangiften in de P.B. van het aj. 1991 die door deze belastingplichtigen vóór 31.3.1992 zijn aangevraagd en binnen de wettelijke termijn ingevuld zijn teruggestuurd aan de bevoegde taxatiedienst, dienen als tijdig te worden aangemerkt.

Ontwikkelingshelpers worden slechts als niet-rijksinwoners beschouwd wanneer zij daar uitdrukkelijk om verzoeken en hebben aangetoond dat zij hun werkelijke, wezenlijke en blijvende woning in het buitenland gevestigd hebben.
B. Werknemers van privé-ondernemingen



44.Voor werknemers van privé-ondernemingen gelden de volgende richtlijnen :
1.werknemers die op 1.1.1991 ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen

Die werknemers mogen zonder meer (zelfs indien zij voor het vorige aj. als niet-rijksinwoner werden beschouwd) als rijksinwoner worden aangemerkt, tenzij zij uitdrukkelijk de hoedanigheid van niet-rijksinwoner doen gelden en het vereiste bewijs leveren.
2.werknemers die op 1.1.1991 niet ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen

De taxatiedienst-P.B. (dit is de taxatiedienst die bevoegd is voor de regeling van de belastingtoestand van een werknemer op het ogenblik van diens vertrek naar het buitenland) beoordeelt de hoedanigheid van de betrokkene (rijksinwoner of niet-rijksinwoner) aan de hand van de algemene regels van belastbaarheid in de P.B. of de BNV-nat. pers.