Circulaire nr. Ci.RH.242/379.494 dd. 28.03.1988
Circulaire nr. Ci.RH.242/379.494 dd. 28.03.1988
Bull. nr. 672, pag. 821
AANDELENOPTIE
OPTIEVOORDEEL
Algemene commentaar.
Commentaar op de bepalingen van art. 45, W. 27.12.1984, houdende fiscale bepalingen.
Tijdelijke vrijstelling van het voordeel, door een werknemer verkregen uit de lichting van een aandelenoptie.
INHOUDSOPGAVE
| Nrs. | |
| I. Inleiding | 1 |
| II. Aandelenoptie -begripsbepaling | 2 tot 6 |
| III. Principiële belastbaarheid van het optie-voordeel | 7 tot 11 |
| IV. Tijdelijke vrijstelling van het optievoordeel (art 45, W. 27.12.1984) : | |
| A. Algemeen | 12 tot 13 |
| B. Optieverlenende vennootschappen | 14 |
| C. Werknemers | 15 tot 18 |
| D. Aandelen of delen | 19 tot 21 |
| E. Minimumprijs van de aandelenoptie | 22 tot 26 |
| F. Vorm van de optie-overeenkomst | 27 tot 31 |
| G. Lichten van de aandelenoptie | 32 tot 34 |
| H. Tijdelijke onbeschikbaarheid van de aandelen | 35 tot 38 |
| I. Begrenzing van de aandelenoptie | 39 tot 41 |
| J. Te vervullen formaliteiten | 42 |
| V. Onverenigbaarheid | 43 en 44 |
| VI. Weerslag inzake Ven.B. | 45 en 46 |
I. INLEIDING
1. Art. 45, W. 27.12.1984 houdende fiscale bepalingen (V. 1748 - B. 636) strekt ertoe het sluiten van aandelenopties tijdens de jaren 1985 tot 1990 fiscaal aan te moedigen door het voordeel dat de werknemers daaruit verkrijgen van belasting vrij te stelling.
De tekst van het wetsartikel, dat vooreerst een aantal definities geeft, is toegevoegd als bijlage.
II. AANDELENOPTIE - BEGRIPSBEPALING
2. Onder aandelenoptie wordt verstaan "de mogelijkheid voor een werknemer om de rechten uit te oefenen die de overeenkomst tot aandelenoptie hem verleent".
3. Deze mogelijkheid wordt geconcretiseerd in een schriftelijke overeenkomst (overeenkomst tot aandelenoptie of optie-overeenkomst) waarin de vennootschap-werkgeefster zich ertoe verbindt aan haar werknemer binnen een bepaalde tijd en voor een op het tijdstip van de overeenkomst vastgelegde prijs een aantal aandelen in het kapitaal van haar zelf of van haar "moedervennootschap" te verkopen.
4. Op deze wijze krijgt de werknemer, zonder zich aanvankelijk tot iets te verbinden, de kans om later tegen gunstige voorwaarden aandeelhouder te worden van de vennootschap waarin hij tewerkgesteld is (of van de moedervennootschap waarvan die vennootschap afhangt).
De werkgever verleent, met andere woorden, aan de werknemer het recht om later aandelen te kopen tegen de prijs die dadelijk in de optie-overeenkomst wordt vastgesteld.
5. Het voordeel voor de werknemer bestaat erin dat hij, in geval van koersstijging, de aandelen tegen de lagere optieprijs verkrijgt (de werkgever tracht zijn werknemer op die manier meer aan het bedrijf te interesseren, wat voor beide partijen gunstige perspectieven opent). Doet de verwachte waardestijging zich echter niet voor, dan kan de werknemer besluiten de optie niet te lichten. Hij heeft geen enkele verplichting ter zake.
6. Om aan haar verplichtingen te voldoen, kan de vennootschap- werkgeefster :
- ofwel eigen aandelen inkopen (resp. aandelen van haarmoedervennootschap kopen);
- ofwel overgaan tot een kapitaalverhoging, eventueel gebruikmakend van de techniek van het "toegelaten kapitaal (krachtens art. 33bis, § 2, S.W./H.V. kan de raad van bestuur nu zelf tot een kapitaalverhoging beslissen, indien de algemene vergadering in de statuten een maximaal toegestaan kapitaal heeft vastgelegd).
III. PRINCIPIELE BELASTBAARHEID VAN HET OPTIEVOORDEEL
7. Het voordeel dat een werknemer haalt uit het lichten van een aandelenoptie is in principe als bezoldiging belastbaar.
8. Het belastbare voordeel is gelijk aan het bedrag van de eventuele meerwaarde die het aandeel heeft verkregen tussen de datum van de optie- overeenkomst en die van het lichten van de optie. Deze belastbaarheid stoelt niet op de waardestijging van het aandeel, maar wel op de omstandigheid dat de werknemer deze waardestijging kosteloos en zonder enig risico heeft kunnen genieten "uit hoofde of ter gelegenheid van zijn bezoldigde beroepswerkzaamheid" (zie art. 26, 2e lid, 2°, WIBen Com.IB 22/6.1 en 26/8).
9. Hetzelfde geldt voor bestuurders en werkende vennoten, gelet op de duidelijke tekst van art. 27, WIB die naar voormeld art. 26, 2e lid, 2°, WIB verwijst.
10. De principiële belastbaarheid wordt overigens bevestigd door de voorbereidende werkzaamhedenbetreffende de W. 27.12.1984 (Memorie van toelichting, Kamer, Zittijd 1984-1985, st. 1010/1, p. 12; Senaatscommissie, zittijd1984-1985, st. 780/2, p. 34 en 36) (1).
11. Het in principe belastbare voordeelmoet worden geacht te zijn verkregen op het tijdstip waarop de optie wordt gelicht en de betrokken werknemer zodoende eigenaar van de aandelen wordt (ongeacht dat hij ze op dat ogenblik nog niet kan vervreemden - zie nr. 35 e.v.).
| (1) | Volledigheidshalve wordt vermeld dat de auteurs van het door de kamers aanvaarde amendement nr. 86 demogelijkheid niet uitsluiten dat het optievoordeel in bepaalde gevallen als een vrijgesteld sociaal voordeel in de zin van art.41, § 4, WIB kan worden aangemerkt (zie Kamer, zittijd 1984-1985, st. 1010/11, p. 2 en 3). |
IV. TIJDELIJKE VRIJSTELLING VAN HET OPTIEVOORDEEL (art. 45, W. 27.12.1984)
A. Algemeen
12. Art. 45, W. 27.12.1984 voorziet in vrijstelling van het voordeel dat de werknemer uit het lichten van de aandelenoptie verkrijgt. Dat voordeel is gelijk aan het verschil tussen de waarde van de aandelen of delen op het tijdstip van het lichten van de optie en de optieprijs (zie nr. 22).
13. De tijdelijke vrijstelling van het optievoordeel geldt slechts in de gevallen en onder de voorwaarden die in voormeld wetsartikel zijn omschreven en hierna worden toegelicht.
B. OPTIEVERLENENDE VENNOOTSCHAPPEN
14. Onder vennootschap wordt ter zake verstaan, elke vennootschap, vereniging, inrichting of instelling, die onderworpen is :
- ofwel aan de Ven.B. (overeenkomstig art. 94, WIB);
- ofwel aan de B.NV- ven. (overeenkomstig art. 139, 2°, WIB).
C. WERKNEMERS
15. De vrijstellingsregeling geldt volgens art. 45, § 1, 6°, W. 27.12.1984 voor elke "werknemer in de zin van artikel 20, 2°, WIB, die in de vennootschap werkelijke en vaste functies uitoefent".
| 16. | De in nr. 15 bedoelde "werknemers" zijn : |
| 1° | gewone werknemers die met de vennootschap door een arbeidscontract verbonden zijn (arbeiders, bedienden en kaderleden); |
| 2° | bestuurders die werkelijke en vaste functies uitoefenen en uit dien hoofde bezoldigingen genieten die wat de Ven.B. betreft niet in de aanslagbasis van de vennootschap-werkgeefster worden opgenomen (dit impliceert dat een bestuurder slechts in maximaal twee vennootschappen op aandelen vrijstelling van optievoordeel kan genieten); |
| 3° | werkende vennoten, d.w.z. vennoten die bezoldigingen genieten ten welke belast worden krachtens art. 20,2°, c en 27, § 2, WIB |
17. Het voordeel uit te lichten van de aandelenoptie is slechts vrijgesteld indien de werknemer op de datum van de optie-overeenkomst sedert ten minste één jaar tewerkgesteld was bij de vennootschap die de optie verleent.
Deze termijn wordt van dag tot dag gerekend.
18. De vrijstelling is niet van toepassing wanneer de werknemer minder dan één jaar voor de optie-overeenkomst binnen dezelfde groep werd overgeplaatst (BV van de moedervennootschap naar een dochter vennootschap) zelfs indien de optie, die de dochtervennootschap verleent, op aandelen van de moedervennootschap betrekking heeft.
D. AANDELEN OF DELEN
| 19. | De vrijstelling geldt uitsluitend voor aandelen of delen van : |
| 1° | ofwel de (Belgische of buitenlandse) vennootschap zelf die de betrokken werknemer tewerkstelt; |
| 2° | ofwel de moeder- of grootmoedervennootschap van de sub 1° bedoelde vennootschap, d.w.z. de vennootschap waarvan de werkgeefster "onweerlegbaar geacht wordt een dochter of kleindochter te zijn in de zin van d eboekhoudwetgeving" (1). |
| (1) | Ter zake gelden de regels, uiteen gezet in nr. 6 van de circ. 05.02.1988, Ci.RH.26/387.538 betreffende de permanente aandelenaftrek. |
20. Het heeft geen belang of de aandelen op naam of aan toonder zijn en of ze ter beurs genoteerd zijn of niet. De optie hoeft ook niet te slaan op "nieuw" kapitaal.
In alle gevallen moeten de aandelen, waarop de optie betrekking heeft, het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, d.w.z. aandelen zijn met volwaardig stemrecht(2) en met recht op dividenden.
Derhalve komen winstdelende bewijzen, oprichters-aandelen e.d., die geen deel van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, niet in aanmerking.
(2) Zie Kamer, zittijd 1984-1985, Commissieverslag, st.1010/13, p. 107
21. Werknemers die in België zijn tewerkgesteld in een dochter- of zelfs een kleindochtervennootschap van een Belgische of buitenlandse moeder- of grootmoedervennootschap, kunnen aldus vrijstelling genieten voor aandelen van die moeder- of grootmoedervennootschap; eveneens kunnen werknemers van een in België gelegen vaste inrichting (zonder eigen rechtspersoonlijkheid) van een buitenlandse vennootschap vrijstelling genieten met betrekking tot aandelen van die buitenlandse vennootschap (zie Kamer, zittijd 1984-1985, st.1010/11, p. 2).
E. MINIMUMPRIJS VAN DE AANDELENOPTIE
22. De optieprijs, d.i. de prijs van de aandelen of delen die in de overeenkomst tot aandelenoptie is vastgesteld en die de werknemer bij de lichting van die optie zal betalen, is een wezenlijk bestanddeel van de tussen partijen gesloten optie-overeenkomst. Die prijs moet gelijk zijn voor alle werknemers die op hetzelfde tijdstip een optie nemen (Senaat, zittijd 1984-1985, Commissieverslag, st. 780/2, p. 36).
23. Partijen mogen geen optieprijs overeenkomen beneden een wettelijk vastgestelde drempel, die verschilt al naar gelang het in België ter beurs genoteerde effecten, niet ter beurs genoteerde effecten of in het buitenland ter beurs genoteerde effecten betreft.
24. Voor in België ter beurs genoteerde effecten mag de optieprijs niet lager zijn dan de waarde, vermeld in de prijscourant die door de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen wordt opgemaakt om de waarde vast testellen van de openbare effecten, aandelen en schuldbrieven. Het betreft de prijscourant, gepubliceerd voor de maand waarin de optie- overeenkomst is gesloten (1).
| (1) | De prijscourant wordt maandelijks gepubliceerd in een bijlage bij het Belgisch Staatsblad. Hij wordt opgemaakt volgens de koersen die toegepast zijn tijdens de maand die zijn publikatie voorafgaat. Het streepje (-) in de kolom "Prijs" betekent dat de effecten waartegenover dit teken is geplaatst, niet genoteerd zijn in de loop van de maand. |
25. Voor niet ter beurs genoteerde effecten mag de optieprijs niet lager zijn dan het quotiënt van de deling :
eigen vermogen van de vennootschap
aantal aandelen of delen die het kapitaal vertegenwoordigen.
Het eigen vermogen wordt bepaald overeenkomstig het balansschema, vastgesteld door de boekhoudwetgeving. Ter zake wordt gesteund op gegevens van de laatste balans, afgesloten voorde datum van de optie-overeenkomst.
26. Voor in het buitenland ter beursgenoteerde effecten moet de minimale optieprijs worden bepaald volgens gegevens die in een koninklijk besluit zullen worden vastgelegd. Een dergelijk besluit is evenwel nog niet getroffen.
F. VORM VAN DE OPTIE-OVEREENKOMST
27. De overeenkomst tot aandelenoptie moet overeenstemmen met een modelovereenkomst, zodat alle werknemers van het bedrijf in principe op voet van gelijkheid worden geplaatst.
De modelovereenkomsten moeten vooraf zijn goedgekeurd door de algemene vergadering van de aandeelhouders van de vennootschap en eenvormig zijn opgesteld voor het gehele bedrijf (zie ook nr. 22). Zij kunnen wel om het jaar worden gewijzigd.
28. De optie is niet overdraagbaar, zelfs niet aan andere werknemers van dezelfde vennootschap (Senaat, zitting 1984-1985, Commissieverslag, st. 780/2, p. 36).
29. In het opschrift van de modelovereenkomst moet naar art. 45, W. 27.12.1984 worden verwezen, om deze overeenkomst te onderscheiden van mogelijke andere vormen van overeenkomsten tot aandelenoptie.
30. Bij het sluiten van de aandelenoptie mag in de overeenkomst geen handgeld worden bedongen.
31. De optie-overeenkomst moet gesloten zijn tijdens één van de jaren 1985 tot 1990.
G. LICHTEN VAN DE AANDELENOPTIE
32. Wanneer de optie wordt gelicht, moet zulks gebeuren ten vroegste één jaar en ten laatste zes jaar na de datum van de overeenkomst.
33. Derhalve kunnen de eerste lichtingen van aandelenopties met fiscale vrijstelling pas plaatsvinden tijdens het jaar 1986 en de laatste tijdens het jaar 1996.
34. De volledige of gedeeltelijke lichting van de aandelenoptie moet door de werknemer zelf worden verrichttijdens zijn tewerkstelling :
| a) | ofwel bij de vennootschap die de aandelenoptie heeft toegestaan; |
| b) | ofwel bij een vennootschap die onweerlegbaar een dochter- of kleindochtervennootschap is van de sub a bedoelde vennootschap (zie nrs. 19 tot 21); |
| c) | ofwel bij een vennootschap op wiereffecten hij een aandelenoptie bezit (dit is het geval met de werknemer die, op de datum van de overeenkomst tot optie op aandelen van de moeder, bij de dochtervennootschap werkte doch voorde datum van het lichten van de optie overgeplaatst was naar de moedervennootschap). |
H. TIJDELIJKE ONBESCHIKBAARHEID VAN DE AANDELEN
35. De aandelen of delen die een werknemer ingevolge de lichting van de optie verkrijgt, mogen pas na een termijn van twee jaar (zie nr. 37) door de werknemer vervreemd worden.
36. Daarom wordt de verplichting opgelegd die effecten neer te leggen bij de Nationale Bank van België voorrekening van de Deposito- en Consignatiekas.
37. De teruggave van die deposito's ende vrijwillige overdracht van de neergelegde effecten ten bate van derden zijn verboden gedurende twee jaar te rekenen van de datum van de neerlegging.
Gedurende de onbeschikbaarheid van de effecten neemt de Deposito- en Consignatiekas de belangen van de aandeelhouder waar, zoals omruiling van de aandelen, inschrijving, innen van coupons, enz.
38. Praktisch is het niet mogelijk aan de sub nr. 36. bedoelde formaliteiten te voldoen voor aandelen op naam of voor aandelen van een personenvennootschap. Voor dergelijke waarden is het voldoende dat de betrokken partijen in de overeenkomst tot aandelenoptie zich uitdrukkelijk ertoe verbinden -en die verbintenis ook naleven - dat de aandelen of delen gedurende een periode van twee jaar in het register van de aandelen op naam of in het register van vennoten ingeschreven zullen blijven op naam van de werknemer die de optie heeft verkregen.
I. BEGRENZING VAN DE AANDELENOPTIE
39. Een werknemer mag in het kader van een of meer optie-overeenkomsten in de zin van art. 45, W. 27.12.1984 niet meer dan 5 pct. van alle geplaatste aandelen of delen van de vennootschap waarvan de aandelen of delen het voorwerp uitmaken van de optie (aandelen of delen van de vennootschap- werkgeefster ofwel aandelen of delen van de moeder- of grootmoedervennootschap) verkrijgen. Dit maximum geldt voor alle aandelen of delen samen die krachtens opeenvolgende aandelenopties tijdens verschillende jaren verkregen worden.
40. Per kalenderjaar mag het totale bedrag van de sommen die een werknemer op enige wijze betaalt bij de lichting van één of meer aandelenopties niet hoger zijn dan 25 pct. van de belastbare bezoldigingen welke die werknemer bij de optieverlenende vennootschap heeft verkregen in het laatste vorige jaar van uitoefening van een normale beroepswerkzaamheid. Per jaar mogen in geen enkel geval voor meer dan 500.000 F opties worden gelicht.
41. Wanneer één van de in nrs. 39 en 40bedoelde maxima in een bepaald jaar overschreden is met inachtneming van de in de vorige jaren gedane lichtingen, verliest de betrokken werknemer volledig zijn recht op vrijstelling voor het betreffende jaar.
J. TE VERVULLEN FORMALITEITEN
42. De belastingplichtige die aanspraak maakt op belastingvrijstelling moet, samen met zijn aangifte PB of B.NV voor het belastbare tijdperk waarin de aandelenoptie is gelicht, het bewijs overleggen van de neerlegging van de aandelen bij de Deposito- en Consignatiekas (of een gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst toevoegen in de gevallen bedoeld in nr. 38).
V. ONVERENIGBAARHEID
43. De vrijstelling van het optievoordeel kan niet samen met de permanente aandelenaftrek (art. 71, § 1, 8°, WIB) genoten worden.
44. Deze onverenigbaarheid geldt uitsluitend voor het belastbare tijdperk waarin de aandelenoptie wordt gelicht.
Om de vrijstelling van het optievoordeel te kunnen genieten, moet van het voordeel van art. 71, § 1, 8°, WIB (permanente aandelen aftrek) onherroepelijk afstand worden gedaan in een aan de aangifte in de PB of de B.NV betreffende gezegd tijdperk toe te voegen verklaring van afstand.
VI. WEERSLAG INZAKE VEN.B.
45. Art. 45, § 6, W. 27.12.1984 bepaalt dat indien een vennootschap, met het oog op de lichting van de aandelenoptie, haar eigen aandelen inkoopt en die lichting werkelijk binnen de twaalf maanden na de inkoop van de aandelen plaatsheeft, de bepalingen van de art. 116 en 117, WIB niet van toepassing zijn.
46. Dit houdt in dat, wanneer de lichting van de optie werkelijk binnen de voormelde termijn heeft plaatsgehad :
- enerzijds, de bijzondere aanslag naar aanleiding van de inkoop van eigen aandelen door een in art. 116, WIB bedoelde vennootschap niet verschuldigd is;
- anderzijds, inzonderheid de verliezen die bij de lichting van de optie worden geleden op de ingekochte eigen aandelen als een aftrekbare bedrijfslast moeten worden aangemerkt.
BIJLAGE
ART. 45
§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan :
1° onder aandelenoptie, de mogelijkheid voor een werknemer om de rechten uit te oefenen die de overeenkomst tot aandelenoptie hem verleent;
2° onder overeenkomst tot aandelenoptie, de geschreven overeenkomst waarbij een vennootschap zich verbindt aan een werknemer, tegen een bepaalde prijs en binnen een bepaalde tijd, een bepaald of het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap waarvan zij onweerlegbaar geacht wordt een dochteronderneming te zijn in de zin van de boekhoudwetgeving vertegenwoordigen, over te laten, of het hem in dezelfde voorwaarden mogelijk te maken in te schrijven op een verhoging van haar kapitaal;
3° onder optieprijs, de prijs van de aandelen of delen zoals die in de overeenkomst tot aandelenoptie is vastgesteld en die de werknemer bij de lichting van de aandelenoptie zal betalen of storten;
4° onder lichting van een aandelenoptie, de verkrijging door de werknemer, in de vorm voorgeschreven bij § 4,8°, van de aandelen of delen van de vennootschap tegen de voorwaarden bepaald in de overeenkomst tot aandelenoptie;
5° onder vennootschap, de vennootschap, vereniging, inrichting of instelling die overeenkomstig artikel 94 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, aan de vennootschapsbelasting of aan de belasting der niet-verblijfhouders overeenkomstig artikel 139, 2°, van hetzelfde Wetboek is onderworpen;
6° onder werknemer, een werknemer in de zin van artikel 20, 2°, van hetzelfde Wetboek, die in de vennootschap werkelijke en vaste functies uitoefent en die dezelfde vennootschap op de datum van de overeenkomst van aandelenoptie sedert ten minste een jaar tewerkstelt.
§ 2. De optieprijs mag niet lager zijn dan:
a) voor in België ter beurs genoteerde effecten : de waarde vermeld in de prijscourant die opgemaakt wordt door de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, overeenkomstig de koninklijke besluiten van 16 december 1926 en 31 maart 1936, om de waarde vast te stellen der openbare effecten, aandelen en schuldbrieven en die gepubliceerd is voor de maand waarin de overeenkomst tot aandelenoptie is gesloten;
b) voor niet ter beurs genoteerde effecten: de waarde welke wordt verkregen door het bedrag van het eigen vermogen van de vennootschap te delen door het aantal aandelen of delen die haar maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, waarbij het eigen vermogen bepaald wordt overeenkomstig het balansschema vastgesteld bij de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en op zicht van de laatste balans afgesloten voor de datum van de overeenkomst tot aandelenoptie;
c) voor de in het buitenland ter beursgenoteerde effecten : de waarde vastgesteld volgens de door de Koning te bepalen modaliteiten.
§ 3. Wanneer, uit hoofde of ter gelegenheid van een lichting van een aandelenoptie, een belastbaar voordeel in de zin van artikel 26, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, dooreen werknemer wordt behaald, wordt dit voordeel van personenbelasting of van belasting der niet-verblijfhouders vrijgesteld voor het bedrag dat wordt gevormd door het verschil tussen de waarde van de aandelen of delen die bij de lichting van een aandelenoptie aan de werknemer toekomen en de optieprijs.
§ 4. De in paragraaf 3 bedoelde vrijstelling wordt slechts verleend als de volgende vereisten zijn nagekomen :
1° de overeenkomst tot aandelenoptie stemt overeen met een modelovereenkomst die vooraf door de algemene vergadering der aandeelhouders is goedgekeurd; in het opschrift ervan wordt verwezen naar dit artikel;
| 2° | de overeenkomst tot aandelenoptie bedingt geen handgeld; |
3° de overeenkomst tot aandelenoptie is gesloten tijdens een der jaren 1985 tot en met 1990;
4° een werknemer mag met het voordeel van dit artikel, niet meer dan 5 pct. van de door de vennootschap geplaatste aandelen of delen verkrijgen;
5° de volledige of gedeeltelijke lichting van een aandelenoptie is door de werknemer zelf verricht, tijdens zijn tewerkstelling hetzij bij dezelfde vennootschap, hetzij bijeen vennootschap die onweerlegbaar geacht wordt een dochteronderneming te zijn in de zin van de boekhoudwetgeving, hetzij nog bij een vennootschap op wier effecten hij een aandelenoptie bezit;
6° de optie moet worden gelicht ten vroegste een jaar en ten laatste zes jaar na de datum van de overeenkomst tot aandelenoptie;
7° het totaal bedrag van de sommen die de werknemer heeft betaald of gestort bij de lichting van een of meer aandelenopties, is per kalenderjaar noch hoger dan 25 pct. van de in artikel 20, 2°, van hetzelfde Wetboek, bedoelde bezoldigingen welke de werknemer heeft behaald vanwege de vennootschap in het laatste vorige jaar tijdens hetwelk hij een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad, noch hoger dan 500.000 F.
8° de aandelen of deelbewijzen die de werknemer ingevolge de lichting van een aandelenoptie toekomen, moeten neergelegd worden bij de Nationale Bank van België voorrekening van de Deposito- en Consignatiekas; de teruggave van deze deposito's en de vrijwillige overdracht van de neergelegde aandelen, ten bate van derden, zijn gedurende twee jaar te rekenen van de datum van neerlegging verboden;
9° de belastingplichtige verzaakt onherroepelijk voor het belastbaar tijdperk waarin de aandelenoptie is gelicht, in de door de Minister van Financiën vastgestelde vorm, aan de toepassing van de bepalingen van artikel 71, § 1, 8°, van hetzelfde Wetboek.
§ 5. De belastingplichtige die aanspraak maakt op de in paragraaf 3 bedoelde vrijstelling, moet met zijn aangifte in de personenbelasting of in de belasting der niet-verblijfhouders, voor het belastbaar tijdperk waarin de aandelenoptie is gelicht, het bewijs van de in § 4, 8°, bedoelde neerlegging overleggen.
§ 6. De artikelen 116 en 117 van hetzelfde Wetboek, zijn niet van toepassing op de aandelen of delen die de vennootschap heeft ingekocht met het oog op de lichting van een aandelenoptie, op voorwaarde dat die lichting werkelijk binnen twaalf maanden na de inkoop van de aandelen of delen plaatsheeft.
