Circulaire nr. AOIF 43/2006 (E.T.112.209) dd. 21.12.2006
Circulairenr. AOIF 43/2006 (E.T.112.209) dd. 21.12.2006
INTRACOMMUNAUTAIRE HANDELINGEN
Attest van niet-belastbare bestemming
Bedrijfsvoertuigen van buitenlandseondernemingen
Niet-overbrenging
Overbrenging
Aan alle diensten van de sectortaxatie (sector BTW)
INHOUDSTAFEL
| 1. | ONDERWERPVAN DE CIRCULAIRE |
| 2. | PRINCIPES |
| 2.1. | Overbrenging |
| 2.2. | Belastbarebestemming |
| 2.3. | Niet-belastbarebestemming |
| 3. | HET VOERTUIGWORDT UITSLUITEND GEBRUIKT VOOR BEROEPSDOELEINDEN OF, MEERALGEMEEN, VOOR EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT |
| 3.1. | Het voertuigwordt door de belastingplichtige uitsluitend gebruikt voor hetverrichten van een dienst |
| 3.2. | Het voertuigwordt niet uitsluitend door de belastingplichtige gebruikt voor hetverrichten van een dienst |
| 4. | HET VOERTUIGWORDT NIET UITSLUITEND GEBRUIKT VOOR BEROEPSDOELEINDEN OF, MEERALGEMEEN, VOOR DE DOELEINDEN VAN EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT |
| 4.1. | Hetvoertuig wordt door de belastingplichtige uitsluitend gebruikt voorhet verrichten van een dienst |
| 4.2. | Hetvoertuig wordt niet uitsluitend of helemaal niet gebruikt voor hetverrichten van een dienst |
| 4.2.1. | Toepasselijkebepaling |
| 4.2.2. | Toepassingsvoorwaardenvoor de voertuigen die doorlopend ter beschikking worden gesteldvan Belgische ingezetenen |
| 4.3. | Het attestvan niet-belastbare bestemming |
| 4.3.1. | Aanvraag enuitreiking van een attest |
| 4.3.2. | Hernieuwingvan het attest |
| 4.3.3. | Voertuigendie niet aan de voorwaarden voldoen |
| 4.3.4. | Einde vande regeling inzake niet-overbrenging |
| BIJLAGE1 |
| BIJLAGE2 |
1. Deze circulairedie, vanaf haar publicatiedatum, de aanschrijving nr. 1 van 3mei 2000 opheft en vervangt, licht de gevolgen op het vlak van deBTW toe wanneer een onderneming die in een andere lidstaat isgevestigd, een voertuig dat niet uitsluitend voor beroepsdoeleindenwordt gebruikt (personenwagen, auto voor dubbel gebruik, minibus, alle-terreinvoertuig), doorlopend ter beschikking stelt van een vanzijn werknemers die in België verblijft. Ze bevat een aantalwijzigingen die voornamelijk voortvloeien uit het arrest van hetEuropees Hof van Justitie van 15 december 2005 in de gevoegde zakenC-151/04 en C-152/04 Nadin - Duré.
In tweedeinstantie onderzoekt deze circulaire ook de situatie waarin eenonderneming die in een andere lidstaat is gevestigd, een voertuignaar België verzendt dat uitsluitend voor beroepsdoeleinden wordtgebruikt (vrachtwagen, bestelwagen, autobus).
Alle andere vormenvan verzending van voertuigen vanuit een andere lidstaat naarBelgië (bijvoorbeeld de verzending van een voertuig naar België inhet kader van een levering of met het oog op een latere verkoop, enz…) blijven buiten beschouwing in deze circulaire.
Ook het gebruikdoor een Belgische ingezetene van een voertuig in het kader van eenactiviteit die hij in een andere lidstaat als belastingplichtigenatuurlijke persoon uitoefent, komt in deze Circulaire niet aanbod.
Deze circulairebehandelt evenmin de verzending van voertuigen in de omgekeerderichting, namelijk vanuit België naar een andere lidstaat.
2. Een in eenandere lidstaat gevestigde onderneming (of een in België gevestigdeonderneming die in een andere lidstaat over een exploitatiezetel ofover een vaste inrichting beschikt) die, in het kader van haareconomische activiteit waarvoor ze de hoedanigheid vanBTW-belastingplichtige heeft, een voertuig van haar ondernemingvanuit een andere lidstaat naar België brengt met het oog op hetgebruik van dit voertuig op Belgisch grondgebied, verricht inprincipe een overbrenging van dat goed.
Deze overbrengingwordt gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel in delidstaat van vertrek. Aangezien deze handeling het werk is van eenals zodanig handelende belastingplichtige, is ze er in principeonderworpen aan de BTW (1).
Deze overbrengingis evenwel vrijgesteld van de BTW in de lidstaat van vertrek, voorzover voldaan is aan alle voorwaarden voor de toepassing van dezevrijstelling (2).
Alhoewel deoverbrenging het werk moet zijn van de belastingplichtige/eigenaarvan het voertuig, moet de verzending zelf niet materieel door hemworden verricht. Het volstaat dat een werknemer van debelastingplichtige, of een derde die handelt voor rekening van debelastingplichtige, of nog, de afnemer van de dienst die handeltmet toestemming van de betrokken belastingplichtigedienstverrichter (bijvoorbeeld een huurder van het goed), hetvoertuig overbrengt.
[(1) Artikel 28bis, 5, b, eerste lidvan de Zesde BTW-Richtlijn; cf. artikel 12bis, 1e lid van hetBTW-Wetboek.
(2) Artikel 28quater, A, d van de Zesde BTW-Richtlijn; cf. artikel39bis, 1e lid, 4° van het BTW-Wetboek.]
3. De bestemmingvoor de economische activiteit van de betrokken belastingplichtigevan een voertuig dat vanuit een andere lidstaat naar België wordtverzonden, wordt in België gelijkgesteld met een intracommunautaireverwerving onder bezwarende titel (3). In principe is de BTWopeisbaar op deze intracommunautaire verwerving (4).
[(3) Artikel 28bis, 6 van de ZesdeBTW-Richtlijn; cf. Artikel 25quater, § 1er, eerste lid van hetBTW-Wetboek.
(4) Artikels 3bis, 25bis en 25ter van het BTW-Wetboek.]
2.3. Niet-belastbarebestemming
4. Wanneer echterde overbrenging van dit voertuig vanuit België naar een anderelidstaat, op grond van artikel 12bis, tweede lid van hetBTW-Wetboek (5), niet met een levering onder bezwarende titel zouworden gelijkgesteld (men spreekt in dat geval van eenniet-overbrenging), zal de bestemming in België, op grond vanartikel 25quater, § 1, tweede lid van het BTW-Wetboek, niet met eenintracommunautaire verwerving onder bezwarende titel gelijkgesteldworden. Elke lidstaat kan deze bepaling op soevereine wijzeinvullen. België zal deze handeling, als lidstaat van bestemming, als niet-belastbaar beschouwen wanneer de verzending van hetvoertuig vanuit België naar een andere lidstaat als eenniet-overbrenging wordt beschouwd.
De twee gevallenvan niet-belastbare bestemming die zich kunnen voordoen bij deverzending van een voertuig vanuit een andere lidstaat naar Belgiëom er tijdelijk te worden gebruikt, zijn de gevallen die wordenbeoogd door de bepalingen vervat in artikel 12bis, tweede lid, 6° et 7° van het BTW-Wetboek.
Meer bepaald, wanneer een voertuig dat tot de onderneming van eenBTW-belastingplichtige behoort, door deze laatste vanuit een anderelidstaat naar België wordt verzonden, wordt deze handelingaangemerkt als een niet-belastbare bestemming :
a) indien hetvoertuig tijdelijk op het Belgische grondgebied wordt gebruikt voorhet verrichten van een dienst (bijvoorbeeld een personen- of eengoederenvervoer). (z. artikel 12bis, tweede lid, 6° van hetBTW-Wetboek). Deze situatie wordt hierna toegelicht in deafdelingen 3.1 en 4.1;
b) indien hetvoertuig door de belastingplichtige tijdelijk, met name voor eenperiode van ten hoogste 24 maanden, op het Belgische grondgebiedwordt gebruikt voor andere bedrijfsdoeleinden dan deze vermeldonder punt a, hiervoor (bijvoorbeeld ter gelegenheid van allerhandeberoepsverplaatsingen of met het oog op het verrichten van eenlevering van een goed door de belastingplichtige zelf) of, bijkomend, voor doeleinden die vreemd zijn aan de economischeactiviteit van de belastingplichtige, indien aanspraak kon wordengemaakt op de regeling van de tijdelijke invoer met volledigevrijstelling van invoerrechten mocht het voertuig vanuit een derdeland zijn ingevoerd (z. artikel 12bis, tweede lid, 7° van hetBTW-Wetboek).
Indien het gebruikvan dat voertuig niet plaatsvindt onder toepassing van één vanvoormelde gevallen vervat in artikel 12bis, tweede lid van hetBTW-Wetboek, wordt de bestemming voor de economische activiteit vande betrokken belastingplichtige in België (bijvoorbeeld deverzending in het kader van een overbrenging van eengoederenvoorraad) gelijkgesteld met een belastbareintracommunautaire verwerving onder bezwarende titel (z. nr. 3, hiervoor), tenzij een ander geval van niet-overbrenging kan wordentoegepast.
[(5) Artikel 28bis, 5, b, tweede lidvan de Zesde BTW-Richtlijn.]
3. HET VOERTUIG WORDTUITSLUITEND GEBRUIKT VOOR BEROEPSDOELEINDEN OF, MEER ALGEMEEN, VOOREEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT
5. In dezeafdeling (in de nrs. 5 tot 9) worden de voertuigen beoogd dieuitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van goederen ofpersonen over de weg, voor eigen rekening of voor rekening van eenderde, met andere woorden voor de economische doeleinden van degebruiker van het betrokken voertuig. De enige vervoermiddelen die, door hun aard, uitsluitend als bedrijfsvoertuigen kunnen wordengebruikt, zijn de vrachtwagens, de bestelwagens, de bussen, enz…
De anderevoertuigen (personenwagens, auto's voor dubbel gebruik, minibussen, alle-terreinvoertuigen, ...) worden in afdeling 4behandeld.
3.1. Het voertuigwordt door de belastingplichtige uitsluitend gebruikt voor hetverrichten van een dienst
6. Door degecombineerde toepassing van de artikelen 12bis, tweede lid, 6° en25quater van het BTW-Wetboek, wordt de verzending van een voertuigvanuit een andere lidstaat naar België als een niet-belastbarebestemming beschouwd, indien de volgende voorwaarden gelijktijdigzijn vervuld :
a) het voertuigwordt door de belastingplichtige verzonden uitsluitend voor hetverrichten van een dienst, ongeacht de plaats waar de dienstovereenkomstig artikel 21 van het BTW-Wetboek wordt geachtgesitueerd te zijn;
b) het voertuigmoet een goed van zijn onderneming zijn. De belastingplichtige moetderhalve eigenaar zijn van het voertuig. Van een overbrenging kangeen sprake zijn in hoofde van een huurder of van een leasingnemer, maar wel in hoofde van de verhuurder of leasinggever als eigenaarvan het goed;
c) het voertuigmoet België verlaten na de voltooiing van de dienst. Het gebruik inBelgië moet met andere woorden tijdelijk zijn. In dit verband wordter op gewezen dat er geen tijdslimiet voor een dergelijk tijdelijkgebruik is vastgesteld. Tijdelijk is derhalve elk gebruik van eentot de onderneming behorend voertuig waarvan kan worden aangenomendat het, door de aard van de dienst die ermee wordt verricht(bijvoorbeeld het uitvoeren van werken, een verhuur, e.d.), altijdzal terugkeren naar de onderneming die het oorspronkelijk verzondenheeft. Indien het voertuig België niet verlaat na de voltooiing vande dienst, wordt de niet-overbrenging, bij de gecombineerdetoepassing van de artikelen 12bis, laatste lid en 25quater, § 1 vanhet BTW-Wetboek, omgezet in een overbrenging. Bijgevolg maakt dezebestemming de belasting opeisbaar in België op het moment dat devoorwaarde niet langer is vervuld (z. nr. 3, hiervoor).
3.2. Het voertuigwordt niet uitsluitend door de belastingplichtige gebruikt voor hetverrichten van een dienst
7. Indien hetvoertuig door de belastingplichtige niet uitsluitend voor hetverrichten van een dienst wordt gebruikt, moet de bestemming inzijn geheel beoordeeld worden overeenkomstig de criteria die voorde toepassing van artikel 12bis, tweede lid, 7° van het BTW-Wetboekzijn vastgesteld. Opdat de bestemming niet met eenintracommunautaire verwerving van goederen ten bezwarende titelgelijkgesteld zou worden, moeten bijgevolg de twee volgendevoorwaarden vervuld zijn :
a) het voertuigwordt slechts tijdelijk, voor een periode van ten hoogste24 maanden, op het Belgisch grondgebied gebruikt;
b) het voertuigzou kunnen genieten van de regeling inzake tijdelijke invoer metvolledige vrijstelling van invoerrechten, indien het vanuit eenderde land zou zijn verzonden.
8. De regelinginzake tijdelijke invoer van vervoermiddelen voorbedrijfsdoeleinden met volledige vrijstelling van invoerrechten isvastgelegd in de artikelen 558 en 559 van de Verordening nr.2454/93 van de Commissie (6).
Overeenkomstigdeze bepalingen kan het voertuig bestuurd worden door een persoondie in België is gevestigd (bijvoorbeeld een Belgisch ingezetene, personeelslid van een Nederlandse onderneming bestuurt, voorrekening van deze laatste, op Belgisch grondgebied een vrachtwagenmet het oog op een levering van goederen).
Dit voertuig kanook op bijkomstige en toevallige wijze worden gebruikt voorprivé-doeleinden door een fysieke persoon/Belgisch ingezetene dievoor een in een andere lidstaat gevestigde onderneming werkt, indien dit gebruik uitdrukkelijk voorzien is in dearbeidsovereenkomst (7) (bijvoorbeeld een Belgische ingezetenegebruikt op bijkomstige wijze, met toestemming van zijn in eenandere lidstaat gevestigde onderneming, een bestelwagen voorprivé-doeleinden).
[(6) Verordening (EEG) nr. 2454/93houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering vanVerordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van hetCommunautair Douanewetboek, gewijzigd bij Verordening (EG) nr.993/2001 van de Commissie van 4 mei 2001, PB nr. L141 van 28 mei2001, p. 1.
(7) Of in een afzonderlijk document.]
9. Het attestvan niet-belastbare bestemming bedoeld in de nrs. 16 en volgendekan nooit afgeleverd worden ten aanzien van de voertuigen diebeoogd worden in de nrs. 6 tot 8 (vrachtwagen, bestelwagen, autobus, ...), ongeacht of deze voertuigen eigendom zijn vande buitenlandse onderneming die ze ter beschikking stelt van eenpersoneelslid, of ze door hem worden gehuurd of geleasd.
4. HET VOERTUIG WORDTNIET UITSLUITEND GEBRUIKT VOOR BEROEPSDOELEINDEN OF, MEER ALGEMEEN, VOOR DE DOELEINDEN VAN EEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT
10. Deze afdeling(de nrs. 10 tot 21) beoogt alle motorvoertuigen die, alsbedrijfsvoertuigen, niet beantwoorden aan de definitie vervat inhet nr. 5 hiervoor. Het gaat hier onder andere om personenwagens, auto's voor dubbel gebruik, minibussen, alle-terreinvoertuigen, enz…
4.1. Het voertuigwordt door de belastingplichtige uitsluitend gebruikt voor hetverrichten van een dienst
11. Door degecombineerde toepassing van de artikelen 12bis, tweede lid, 6° en25quater van het BTW-Wetboek, wordt de verzending van een voertuigvanuit een andere lidstaat naar België beschouwd als eenniet-belastbare bestemming, wanneer het voertuig uitsluitendgebruikt wordt voor het verrichten van een dienst. Voor detoepassingsvoorwaarden wordt verwezen naar het nr. 6 hiervoor.Het attest van niet-belastbare bestemming dat is beschreven inhet nr. 16 hierna, kan in deze situatie evenmin wordenafgeleverd.
12. Wanneerevenwel een buitenlandse onderneming een in het nr. 10 beoogdvoertuig op lange termijn huurt of least en ze dit voertuig terbeschikking stelt van een van haar personeelsleden dat in Belgiëverblijft, beschikt dit personeelslid over de mogelijkheid eenattest aan te vragen onder de vastgestelde voorwaarden en mitsnaleving van de in de nrs. 14 en 15 uiteengezette formaliteiten. Opdeze manier zal de Belgische gebruiker van het voertuig altijd instaat zijn het bestaan aan te tonen van een niet-belastbarebestemming in België in hoofde van de eigenaar van het voertuig (deverhuurder of leasinggever). De aanvraag van het attest gebeurt opde wijze beschreven in de nrs. 16 en 17 hierna.
Er wordt opgemerktdat het gebruik van een voertuig, in hoofde van de eigenaar (demaatschappij die in leasing geeft of die verhuurt op langetermijn), altijd beschouwd moet worden als zijnde uitsluitendverricht in het kader van een verhuur die hij aan de buitenlandseonderneming verstrekt, zelfs indien het personeelslid van dezebuitenlandse onderneming dit voertuig bijkomstig voorprivé-doeleinden gebruikt.
4.2. Het voertuigwordt niet uitsluitend of helemaal niet gebruikt voor hetverrichten van een dienst
13. Wanneer debelastingplichtige het voertuig (personenwagen, auto voor dubbelgebruik, minibus, alle-terreinwagen) niet uitsluitend ofhelemaal niet gebruikt voor het verrichten van een dienst, moetde bestemming in zijn geheel beoordeeld worden overeenkomstig decriteria die voor de toepassing van artikel 12bis, tweede lid,7° van het BTW-Wetboek zijn vastgesteld. Opdat de bestemming nietmet een intracommunautaire verwerving van goederen ten bezwarendetitel zou worden gelijkgesteld, moeten de twee volgende voorwaardenvervuld zijn :
a) het voertuigwordt op Belgisch grondgebied slechts gebruikt voor een periode vanten hoogste 24 maanden;
b) het voertuigzou aan alle voorwaarden voldoen om te kunnen genieten van deregeling inzake tijdelijke invoer met volledige vrijstelling vaninvoerrechten, mocht het vanuit een derde land zijnverzonden.
14. Krachtensartikel 561, § 2, van voormelde Verordening nr. 2454/93 van deCommissie, wordt een invoerregeling met volledige vrijstelling vaninvoerrechten verleend "wanneer vervoermiddelen voorbedrijfsdoeleinden of voor particuliere doeleinden worden gebruiktdoor een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigdenatuurlijke persoon die bij een buiten het douanegebied van deGemeenschap gevestigde eigenaar van het vervoermiddel in dienst isof anderszins door de eigenaar is gemachtigd.
Het particuliere gebruik van de voertuigen is toegestaan indiendit in de arbeidsovereenkomst is voorzien.
De douaneautoriteiten mogen de tijdelijke invoer vanvervoermiddelen op grond van deze bepaling in geval vansystematisch gebruik beperken.
De manier waaropde regeling inzake tijdelijke invoer geïnterpreteerd moet worden enipso facto de bijzondere regeling inzake niet-belastbare bestemmingvan een uit een andere lidstaat afkomstig voertuig dat doorlopendter beschikking wordt gesteld van een in België verblijvendpersoneelslid van een buitenlandse onderneming, is uiteengezet inhet nr. 15 (8). Indien aan de voorwaarden is voldaan, beschikt hetin België verblijvend personeelslid van een buitenlandseonderneming over de mogelijkheid een attest van niet-belastbarebestemming aan te vragen (z. nrs. 16 en 17).
[(8) Er wordt verwezen naar de nrs. 7tot 9, hiervoor indien het voertuig enkel zal worden gebruikt voorhet verrichten van een dienst of voor de levering van goederen endoor de Belgische ingezetene daaren-tegen nooit zal worden gebruiktom de verplaatsing woonplaats - werkplaats te maken of voor zijnprivé-doeleinden. Het attest van niet-belastbare bestemmingvoorzien in nr. 16 hierna, kan bijgevolg niet wordenuitgereikt.]
4.2.2.Toepassingsvoorwaarden voor de voertuigen die doorlopend ter beschikking worden gesteld van Belgischeingezetenen
15. Het voordeelvan de bijzondere regeling van de niet-belastbare bestemming tenaanzien van de in het nr. 14 beoogde voertuigen die doorlopend terbeschikking worden gesteld van Belgische ingezetenen, isonderworpen aan de volgende voorwaarden :
Wat deonderneming betreft :
a) Onder "buiten het Belgisch grondgebied gevestigde onderneming"moet worden verstaan, de onderneming die in een andere lidstaat vande Gemeenschap is gevestigd en die in België geen zetel of vasteinrichting heeft. Een onderneming die in een andere lidstaat isgevestigd maar die een zusteronderneming heeft die in België isgevestigd, is niet uitgesloten van het voordeel van de bijzondereregeling op voorwaarde dat aangetoond wordt dat de Belgischeingezetene uitsluitend voor de buitenlandse onderneming prestatiesverricht en dus niet voor de Belgische zetel van de ondernemingwerkt;
b) het voertuigmoet eigendom zijn van de buitenlandse onderneming. Ten aanzien vande voertuigen die op lange termijn worden gehuurd of geleasd, wordtevenwel verwezen naar het nr. 12, hiervoor;
c) de ondernemingdie het voertuig ter beschikking stelt, moet in de lidstaat waar zeis gevestigd, een reële economische activiteit ontplooien.
Wat deBelgische ingezetene betreft :
d) de Belgischeingezetene moet een "werknemer" van de onderneming zijn.Dit betekent dat hij een loontrekkende moet zijn van de ondernemingdie hem het voertuig ter beschikking stelt. De Belgische ingezetenekan eveneens zaakvoerder, aandeelhouder of bestuurder zijn van deonderneming die hem het voertuig ter beschikking stelt. Maar indeze situatie moet de Belgische ingezetene aantonen dat hij binnenhet bedrijf een activiteit uitoefent (zaakvoerder, boekhouder, secretaris…) en dat hij voor deze activiteit betaald wordt.De aandeelhouder of de bestuurder van de onderneming die, buiten deinning van dividenden en de deelname aan de Raad van bestuur, geenenkele activiteit binnen de onderneming uitoefent, is geen"werknemer". Bijgevolg kunnen deze personen niet genietenvan de bijzondere regeling;
e) het gebruik vanhet voertuig moet uitdrukkelijk zijn voorzien in dearbeidsovereenkomst tussen de onderneming en de Belgischeingezetene (of in een afzonderlijk document dat de onderneming enzijn personeelslid verbindt). Deze voorwaarde slaat niet alleen opeen formele overeenkomst met betrekking tot deterbeschikkingstelling. Ze sluit ook elk gebruik uit van hetvoertuig door de Belgische ingezetene voor een andere bezoldigdeactiviteit of voor een activiteit als zaakvoerder of bestuurder ineen andere onderneming dan deze die het voertuig ter beschikkingheeft gesteld;
f) de Belgischeingezetene moet het voertuig in hoofdzaak voor beroepsdoeleindengebruiken (woon-werkverkeer en beroepsverplaatsingen in opdrachtvan de onderneming) en slechts bijkomstig voor privé-doeleinden. Departner en de kinderen die fiscaal ten laste zijn en onderhetzelfde dak wonen, zijn eveneens gemachtigd het voertuigbijkomstig te gebruiken. Het bijkomstig karakter van het privé-gebruik van het voertuig houdt ook in dat de regeling enkelverleend kan worden voor een voertuig per personeelslid;
g) de regeling kangeweigerd worden ingeval van systematisch gebruik. Ondersystematisch gebruik moet worden verstaan, de situatie waarin hetvoertuig bestemd is om uitsluitend en doorlopend in België teworden gebruikt. Dit betekent dat het gebruik van het voertuig inBelgië vergeleken met het gebruik van het voertuig in hetbuitenland bijkomstig moet blijven. Bijgevolg moet de Belgischeingezetene op regelmatige wijze de verplaatsing woonplaats (België)- werkplaats (in een andere lidstaat) maken. De regeling geldtbijgevolg niet ten aanzien van het personeelslid die het voertuigvanuit zijn woonplaats gebruikt en slechts zelden de verplaatsingnaar de zetel van de buitenlandse onderneming maakt. Het feit datde Belgische ingezetene op regelmatige wijze de verplaatsing naarhet buitenland maakt, moet voorzien zijn in de arbeidsovereenkomst(of in een afzonderlijk document dat de onderneming en zijnpersoneelslid verbindt).
4.3. Het attest vanniet-belastbare bestemming
4.3.1. Aanvraag enuitreiking van een attest
16. Wanneer voorhet betrokken voertuig aan alle in het nr. 15 vermelde voorwaardenis voldaan, geeft de verzending van het voertuig naar België geenaanleiding tot een belastbare bestemming gelijkgesteld met eenintracommunautaire verwerving ten bezwarende titel in hoofde van deonderneming belastingplichtige die in een andere lidstaat gevestigdis.
De betrokkenBelgische ingezetene kan een attest bekomen (zie Bijlage 1) waaruitblijkt dat de grondvoorwaarden voor de toepassing van de regelinginzake de niet-belastbare bestemming vervuld zijn. Dit attest geldtom het gebruik op Belgisch grondgebied van het voertuig ondervreemde nummerplaat door een bestuurder die een Belgisch ingezeteneis, te legitimeren.
Wanneer hetvoertuig door de buitenlandse onderneming wordt geleasd of op langetermijn wordt gehuurd en ter beschikking wordt gesteld van deBelgische ingezetene (z. nr 12 hiervoor), kan deze laatste, indienalle in het nr. 15 vermelde voorwaarden vervuld zijn, eveneens eenattest verkrijgen.
Artikel 3, § 1 vanhet koninklijk besluit van 20 juli 2001 met betrekking tot deinschrijving van voertuigen (9) stelt dat elke Belgische ingezetenedie in België een voertuig wenst te gebruiken, dit voertuigvoorafgaandelijk in het repertorium van voertuigen moetinschrijven, zelfs indien dit voertuig reeds in het buitenland isingeschreven.
Paragraaf 2 vandit artikel 3 somt niettemin een aantal uitzonderingen op dezeregel van inschrijving in België op. De voornaamste uitzondering isdeze waarbij het voertuig wordt gebruikt door een natuurlijkepersoon voor de uitoefening van zijn beroep en in het buitenland isingeschreven op naam van de buitenlandse eigenaar waarmee diepersoon door een arbeidsovereenkomst verbonden is. Een attestafgeleverd door de administratie die de BTW onder haar bevoegdheidheeft, moet zich aan boord van het voertuig bevinden.
Het attest dat indeze circulaire voorzien is, laat de gebruiker van het voertuigbijgevolg toe te blijven rijden met buitenlandse nummerplaten. Ditsluit eveneens de betaling uit van de verkeersbelasting, van deaanvullende verkeersbelasting en van de accijnscompenserendebelasting.
17. De aanvraagmoet worden gedaan op een formulier volgens bijgevoegd model (zieBijlage 2) en moet worden gericht aan de eerstaanwezend inspecteurvan de BTW die bevoegd is voor het ambtsgebied waarin de woonplaatsvan de Belgische ingezetene is gelegen.
Het bewijs dat dein het nr. 15 omschreven voorwaarden vervuld zijn, moet door eengeheel van elementen worden geleverd, waaronder :
a) een kopie vande arbeidsovereenkomst. In deze overeenkomst (of, in voorkomendgeval, in een afzonderlijk document) moeten eveneens deterbeschikkingstelling van het voertuig door de buitenlandseonderneming, de toestemming voor het privé-gebruik van het voertuigevenals de regelmatige verplaatsing met dit voertuig door deBelgische ingezetene van zijn woonplaats naar een andere lidstaatworden gespecificeerd;
b) een kopie vande aankoopfactuur van het voertuig indien het werd aangekocht doorde werkgever die het voertuig ter beschikking stelt;
c) een kopie vande huur- of leasingovereenkomst indien de betrokken onderneming eendoor haar gehuurd of geleasd voertuig ter beschikking stelt;
d) een kopie vande statuten van de onderneming indien de begunstigde zaakvoerder ofbestuurder van de onderneming is;
e) documentendie de omvang aantonen van de economische activiteit van debetrokken onderneming in de lidstaat waar ze is gevestigd(bijvoorbeeld een uittreksel van de meest recenteresultatenrekening, een attest van de administratie van debetrokken lidstaat, ...);
f) een attest vanhet kantoor voor sociale zekerheid van de lidstaat van deonderneming dat aantoont dat de Belgische ingezetene er effectiefaangesloten is.
[(9) BS 8.8.2001, pp. 27.031e.v.]
4.3.2. Hernieuwingvan het attest
18. Hetafgeleverde attest is geldig voor een periode van 24 maand vanaf dedatum van uitreiking. De regeling kan, op einde van deze periode, voor hetzelfde voertuig verlengd worden op voorwaarde dat wordtaangetoond dat het voertuig tijdens de voorafgaande twee jaren inde andere lidstaat voor de beroepsdoeleinden van de ondernemingwerd gebruikt voor een activiteit die de betrokken onderneming ernog steeds uitoefent.
De belanghebbendemoet aantonen :
a) nog steeds tebeantwoorden aan alle in het nr. 15, hiervoor vermeldetoepassingsvoorwaarden;
b) het voertuiggedurende de afgelopen 24 maand op geregelde wijze te hebbengebruikt in de lidstaat waar de betrokken onderneming is gevestigd.Dit bewijs kan worden geleverd door het voorleggen van dearbeidsovereenkomst en door het bewijs van het bestaan van eeneconomische activiteit uitgeoefend door de onderneming in zijnlidstaat van vestiging.
Het is eveneensverplicht het attest te hernieuwen telkens wanneer zich eenwijziging voordoet in de elementen die van aard zijn de voldoeningaan de voorwaarden vermeld in het nr. 15 hiervoor, te beïnvloeden.
4.3.3. Voertuigendie niet aan de voorwaarden voldoen
19. Debuitenlandse werkgever verricht een overbrenging die in Belgiëaanleiding zal geven tot een belastbare intracommunautaireverwerving (zie de nrs. 2 en 3 hiervoor) indien, ten aanzien vaneen voertuig dat hij ter beschikking stelt van een Belgischeingezetene, niet is voldaan aan de voorwaarden uiteengezet in hetnr. 15, hiervoor.
Wanneer de in eenandere lidstaat gevestigde werkgever in België, buiten voormeldeintracommunautaire verwerving van het ter beschikking gesteldevoertuig, geen enkele andere belastbare handeling stelt, kan de opdeze verwerving opeisbare BTW, bij wijze van vereenvoudiging, voldaan worden via een bijzondere aangifte nr. 446 bedoeld inartikel 1 van het koninklijk besluit nr. 46 van 29 december 1992.Hierdoor wordt de werkgever, ten aanzien van deze handeling, ervanontslagen zich in België voor BTW-doeleinden te latenidentificeren. Deze bijzonder aangifte nr. 446 moet worden ingevuldop zicht van het stuk dat de overbrenging vaststelt en dat isopgemaakt overeenkomstig de wettelijke bepalingen die van krachtzijn in de lidstaat van waaruit het vervoermiddel is verzonden ofvervoerd. Voormelde aangifte moet vervolgens namens de buitenlandsebelastingplichtige onderneming bij een douanekantoor naar keuzeworden ingediend. De aangifte en het stuk kunnen later door dezebelastingplichtige gebruikt worden om zijn recht op aftrek uit teoefenen volgens de bepalingen van de Achtste Richtlijn (Artikel 76 § 2 van het BTW-Wetboek; artikel 3, 5° van het koninklijk besluitnr. 3 van 10 december 1969) rekening houdend met de beperkingen dievoorzien zijn in artikel 45, § 2, 1e lid van het BTW-Wetboek.
Wanneer debuitenlandse werkgever het voertuig in België aankoopt en hij bijde aankoop van het voertuig weet dat de toepassingsvoorwaarden dieuiteengezet zijn in het nr. 15 hiervoor, niet vervuld zullen zijn, staat het hem vrij bij de aankoop van het voertuig geen beroep tedoen op de vrijstelling die voorzien is door artikel 39bis, 1e lid,1°, van het BTW-Wetboek wegens de intracommunautaire levering vangoederen. Hij kan dan rechtstreeks zijn recht op aftrek uitoefenenovereenkomstig de Achtste Richtlijn rekening houdend met debeperkingen die voorzien in artikel 45, § 2, 1e lid van hetBTW-Wetboek, zonder een bijzondere aangifte nr. 446 bij de douanete moeten indienen.
Wanneer ten slottehet voertuig dat ter beschikking gesteld is van de Belgischingezetene, door de buitenlandse onderneming geleasd of op langetermijn gehuurd wordt (zie het nr. 12 hiervoor), moet er, indien dein het nr. 15 uiteengezette voorwaarden niet zijn vervuld, inhoofde van de buitenlandse onderneming geen enkele regularisatie ophet vlak van de BTW verricht worden aangezien zij geen eigenaar vanhet voertuig is.
4.3.4. Einde van deregeling inzake niet-overbrenging
20. Indien vooreen voertuig waarvoor de regeling inzake de niet-overbrenging werdtoegepast, de omstandigheden zodanig wijzigen dat degrondvoorwaarden zoals uiteengezet in het nr. 15 hiervoor, nietlanger zijn vervuld, moet de Belgische ingezetene het uitgereikteattest onmiddellijk inleveren bij de eerstaanwezend inspecteur vanhet BTW-controlekantoor die het heeft uitgereikt. Het voertuig inkwestie wordt dan beschouwd als zijnde overgebracht naar Belgiëvanaf het tijdstip waarop niet meer voldaan is aan de hiervoorvernoemde grondvoorwaarden.
De regularisatiedie de buitenlandse onderneming moet verrichten, wegens dewijziging van de fiscale toestand van het betrokken voertuig vanniet-overbrenging naar overbrenging die wordt gelijkgesteld met eenintracommunautaire verwerving ten bezwarende titel, gebeurt op dewijze die uiteengezet is in het nr. 19 hiervoor.
Er moet evenwelgeen regularisatie worden verricht wanneer het voertuig wordtgeleasd of op lange termijn wordt gehuurd. In deze situatie moetenkel het uitgereikte attest ingeleverd worden.
21. Onverminderdde straffen die de wet voorziet, kan het attest op ieder ogenblik, via een met redenen omklede beslissing, ingetrokken worden indiende administratie vaststelt dat de buitenlandse onderneming nietlanger voldoet aan de in het nr. 15 uiteengezette voorwaarden ofdat het attest werd verkregen op basis van foutieve inlichtingen.Wat de eventueel te verrichten regularisaties betreft, wordt erverwezen naar het nr. 19.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de administrateur Kleineen
Middelgrote Ondernemingen
De Auditeur-generaal van financiën
F. HAMELS
