Aanschrijving nr. 8 dd. 08.10.1998
Deze aanschrijving werd, met ingang van 02.08.2021, vervangen door de Circulaire 2021/C/73 betreffende het intracommunautair verkeer van accijnsproducten vanuit andere lidstaten naar België van 02.08.2021 |
Aanschrijving nr. 8 dd. 08.10.1998
Regeling intracommunautair verkeer accijnsproducten
INHOUDSTAFEL
ONDERWERP VAN DE AANSCHRIJVING.......................................1 DEEL I. BEDOELDE ACCIJNSPRODUCTEN EN HUN REGELING INZAKE ACCIJNZEN ------ HOOFDSTUK 1. BEDOELDE ACCIJNSPRODUCTEN - Algemeen - Geleidedocumenten - Harmonisatie van de structuren (gemeenschappelijke definities voor de aan de communautaire accijns onderworpen producten; de zgn. "verticale richtlijnen") - Tarieven.........................................................2 HOOFDSTUK 2. KRACHTLIJNEN VAN DE COMMUNAUTAIR GEHARMONISEERDE ACCIJNSREGELING EERSTE AFDELING. PRINCIPE..........................................3 AFDELING 2. SCHORSINGSREGELING.....................................4-12 A. Handelingen verricht onder schorsingregeling................4-9 B. Geleidedocument.............................................10 C. Betalingen van de accijns...................................11-12 AFDELING 3. AANKOPEN DOOR PARTICULIEREN............................13-17 AFDELING 4. VERKEER VAN REEDS TEN VERBRUIK UITGESLAGEN PRODUCTEN...18-25 DEEL II. DE BTW-REGELING VOOR HET INTRACOMMUNAUTAIR VERKEER VAN ------- ACCIJNSPRODUCTEN HOOFDSTUK 1. DE ALGEMENE REGELING EERSTE AFDELING. DE AFNEMER VAN DE ACCIJNSPRODUCTEN IS EEN PARTICULIER...................................28-56 EERSTE ONDERVERDELING. HET VERVOER WORDT VERRICHT DOOR DE AFNEMER/ PARTICULIER (ZIE SCHEMA NR. 1)..............29-36 A. Accijnsregeling.............................................29-31 B. BTW-regeling................................................32-36 ONDERAFDELING 2. HET VERVOER WORDT VERRICHT VOOR REKENING VAN DE AFNEMER/PARTICULIER (zie schema nr. 2)............37-38 ONDERAFDELING 3. HET VERVOER WORDT VERRICHT DOOR OF VOOR REKENING VAN DE LEVERANCIER................................39-56 I. Algemene regeling (zie schema nr. 3)............................39-46 A. Accijnsregeling.............................................39 B. BTW-regeling................................................40-46 1. Principe.................................................40 2. Maatstaf.................................................41-42 3. Verplichtingen...........................................43-45 II. Vereenvoudigingsregeling (zie schema nr. 4)....................47-52 A. Stelsel van de individuele aangifte.........................47-49 B. Stelsel van de globale aangifte.............................50-52 III. Verkopen van accijnsproducten op handelsbeurzen...............53-56 A. Stelsel van de individuele aangifte.........................53-54 B. Stelsel van de globale aangifte.............................55-56 AFDELING 2. DE AFNEMER VAN DE ACCIJNSPRODUCTEN IS EEN BELASTINGPLICHTIGE DIE GEHOUDEN IS TOT HET INDIENEN VAN PERIODIEKE AANGIFTEN BEDOELD IN ARTIKEL 53, EERSTE LID, 3°, VAN HET BTW-WETBOEK....................57-74 EERSTE ONDERAFDELING. ALGEMEEN.....................................58-61 ONDERAFDELING 2. MAATSTAF VAN HEFFING EN VERPLICHTINGEN OP HET STUK VAN DE BTW........................................62-74 I. Principe........................................................62-64 II. Verschillende hypothesen in verband met de accijnsregeling.....65-74 1. de afnemer is een erkend entrepothouder in België (zie schema nr. 5)..........................................65-70 1.1. Accijnsregeling........................................65-66 1.2. BTW-regeling...........................................65-70 2. De afnemer is een geregistreerd of niet-geregistreerd bedrijf in België (zie schema nr. 6)................................71-72 2.1. Accijnsregeling........................................71 2.2. BTW-regeling...........................................72 3. Opmerking- Andere gevallen..................................73-74 3.1. Accijnsregeling........................................73 3.2. BTW-regeling...........................................74 AFDELING 3. DE AFNEMER VAN DE ACCIJNSPRODUCTEN IS HETZIJ EEN "KLEINE ONDERNEMING", HETZIJ EEN "VRIJGESTELDE BELASTINGPLICHTIGE", HETZIJ EEN "FORFAITAIRE LANDBOUWER" OF EEN "NIET-BELASTINGPLICHTIGE RECHTSPERSOON".........75-91 EERSTE ONDERAFDELING. INLEIDING : BEDOELDE AFNEMERS................75-76 ONDERAFDELING 2. BTW-REGELING......................................77-91 I. De levering.....................................................77-79 1. Eerste hypothese : de afnemer is een lid van de "groep van vier" dat ertoe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen te onderwerpen aan de belasting................78 2. Tweede hypothese : de afnemer is een lid van de "groep van vier" dat er niet toe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen te onderwerpen aan de belasting................79 II. De intracommunautaire verwerving...............................80-91 A. Principe....................................................80 B. Maatstaf van heffing........................................81 C. Wijze van voldoening van de belasting.......................82-90 1. Eerste hypothese : de afnemer is ertoe gehouden al zijn intracommunautaire verwervingen te onderwerpen aan de BTW (zie schema nr. 7).......................................83-84 1.1. Algemeen............................................83 1.2. Gevolgen inzake BTW van de teruggaaf van accijns aan de leverancier in de Lidstaat van vertrek...........84 2. Tweede hypothese : de afnemer is er niet toe gehouden zijn intracommunautaire verwervingen te onderwerpen aan de BTW ( zie schema nr. 8)......................................85-90 2.1. Algemeen..........................................85 2.2. Het koninklijk besluit nr. 51.....................86-90 2.2.1. Toepassingsgebied.................................86 2.2.2. Wijze van voldoening van de BTW...................87-89 Principe..........................................87 Opmerkingen.......................................88-89 2.2.3. Teruggaaf.........................................90 D. Vrijstelling van BTW........................................91 HOOFDSTUK 2. DE BIJZONDERE ACCIJNS- EN BTW-REGELING VOOR TABAKSFABRIKATEN EERSTE AFDELING. KRACHTLIJNEN VAN DE BIJZONDERE ACCIJNSREGELING VOOR TABAKSFABRIKATEN..................................93 AFDELING 2. DE BIJZONDERE BTW-REGELING VOOR TABAKSFABRIKATEN (ART. 58, § 1, VAN HET WETBOEK); KONINKLIJK BESLUIT NR. 13 VAN 29 DECEMBER 1992 MET BETREKKING TOT DE REGELING VOOR TABAKSFABRIKATEN OP HET STUK VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE...................94-96 BIJLAGEN : Schema's 1 tot 8 en overzichtstabel Onderwerp van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving heeft als doel de BTW- en accijnsregeling te verduidelijken die van toepassing zijn op de verkopen van accijnsproducten die afkomstig zijn van een andere Lidstaat en die vervoerd of verzonden worden naar België. De verkoop van accijnsproducten die vervoerd of verzonden worden vanuit België naar een andere Lidstaat wordt dus niet behandeld.
DEEL I. BEDOELDE ACCIJNSPRODUCTEN EN HUN REGELING INZAKE ACCIJNS
HOOFDSTUK 1. BEDOELDE ACCIJNSPRODUCTEN.
2. Deze aanschrijving heeft betrekking op de communautaire accijnsproducten, bedoeld in artikel 1, § 6, 4, van het BTW-Wetboek. Het betreft de volgende producten zoals deze omschreven zijn in de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering :
| 1° | minerale oliën; |
| 2° | alcohol en alcoholhoudende dranken; |
| 3° | tabaksfabrikaten. |
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat onderhavige aanschrijving niet van toepassing is op goederen die onderworpen zijn aan de autonome Belgische accijns (koffie en alcoholvrije dranken).
De accijnsregeling die van toepassing is op de bedoelde accijnsproducten is op communautair niveau geharmoniseerd op grond van de hiernavolgende reglementering :
Algemeen
- Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (P.B., nr. L76 van 23/3/92), de zogenaamde "horizontale richtlijn". Deze Richtlijn werd gewijzigd bij Richtlijn 92/108/EEG van 14 december 1992 (P.B., nr. L390 van 31/12/92), bij Richtlijn 94/74/EG van 22 december 1994 (P.B., nr. L365 van 31/12/94) en bij Richtlijn 96/99/EG van 30 december 1996 (P.B., nr. L8 van 11/1/97);
- Verordening (EG) nr. 31/96 van de Commissie van 10 januari 1996 betreffende het certificaat van vrijstelling van accijnzen (P.B., nr. L8 van 11/1/96).
Geleidedocumenten
- Verordening (EEG) nr. 2719/92 van de Commissie van 11 september 1992 betreffende het administratieve geleidedocument voor het verkeer onder schorsing van rechten van accijnsproducten (P.B., nr. L276 van 19/9/1992); gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2225/93 van 27 juli 1993 (P.B., nr. L198 van 7/8/93);
- Verordening (EEG) nr. 3649/92 van de Commissie van 17 december 1992 betreffende een vereenvoudigd geleidedocument voor het intra- communautaire verkeer van accijnsproducten die in de Lidstaat van verzending tot verbruik zijn uitgeslagen (P.B., nr. L369 van 18/12/92).
Harmonisatie van de structuren (gemeenschappelijke definities voor de aan de communautaire accijns onderworpen producten; de zgn. "verticale richtlijnen")
- minerale oliën: Richtlijn 92/81/EEG van 19 oktober 1992 (P.B., nr. L316 van 31/10/92), gewijzigd bij artikel 2 van Richtlijn 92/108/EEG van de Raad van 14 december 1992 (P.B., nr. L390 van 31/12/92) en Richtlijn 94/74/EG van 22 december 1994 (P.B., nr. L365 van 31/12/94);
- alcohol en alcoholhoudende dranken: Richtlijn 92/83/EEG van 19 oktober 1992 (P.B., nr. L316 van 31/10/92);
- tabaksfabrikaten: Richtlijn 92/78/EEG van 19 oktober 1992 (P.B., nr. L316 van 31/10/92), opgeheven bij Richtlijn 95/59/EG van 27 november 1995 (P.B., nr. L291 van 6/12/95).
Tarieven
- minerale oliën: Richtlijn 92/82/EEG van 19 oktober 1992 (P.B., nr. L316 van 31/10/92), gewijzigd bij Richtlijn 94/74/EG van 22 december 1994 (P.B., nr. L365 van 31/12/94). Daarenboven verlenen sommige beschikkingen van de Raad de toestemming aan bepaalde Lidstaten om op bepaalde, voor specifieke doeleinden gebruikte minerale oliën bestaande verlagingen of vrijstellingen van het accijnsrecht toe te passen of te blijven toepassen overeenkomstig de procedure van artikel 8, § 4, van de bovenvermelde Richtlijn. Zo kunnen de volgende beschikkingen worden aangehaald : nrs. 93/697/EG, 95/585/EG, 96/273/EG en 97/425/EG van 13 december 1993, 22 december 1995, 22 april 1996 en 30 juni 1997 (P.B. van 23/12/93, 30/12/95, 25/04/96 en 10/07/97);
- alcohol en alcoholhoudende dranken: Richtlijn 92/84/EEG van 19 oktober 1992 (P.B., nr. L316 van 31/10/92) en Verordening (EG) nr. 3199/93 van de Commissie van 22 november 1993 inzake de wederzijdse erkenning van procedures voor de volledige denaturering van alcohol in verband met de vrijstelling van accijns (P.B., nr. L288 van 23/11/93), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2546/95 van de Commissie van 30 oktober 1995 (P.B., nr. L260 van 31/10/95);
- sigaretten: Richtlijn 92/79/EEG van 19 oktober 1992 (P.B., nr. L316 van 31/10/92);
- tabaksfabrikaten andere dan sigaretten: Richtlijn 92/80/EEG van 19 oktober 1992 (P.B., nr. L316 van 31/10/92).
De "horizontale richtlijn" werd naar Belgisch recht omgezet door de Wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (B.S., 1 augustus 1997), die het desbetreffende koninklijk besluit van 29 december 1992 (B.S., 31 december 1992, 3e uitgave), gewijzigd bij koninklijk besluit van 30 juni 1995 (B.S., 1 augustus 1995), heeft opgeheven en het heeft bekrachtigd voor de periode waarin dit koninklijk besluit van toepassing was. Deze wet wordt hierna kortweg "W. Acc." genoemd.
De toepassing van de "verticale richtlijnen" vloeit voort uit drie koninklijke besluiten van 29 december 1992 die respectievelijk betrekking hebben op de drie hiervoor opgesomde categorieën van accijnsproducten.
Het koninklijk besluit van 29 december 1992 betreffende het fiscaal stelsel van tabaksfabrikaten (B.S., 31 december 1992), gewijzigd door de koninklijke besluiten van 21 december 1993 (B.S., 29 december 1993), 6 november 1995 (B.S., 15 november 1995) en 22 november 1995 (B.S., 6 december 1995), werd bekrachtigd voor de periode waarin het van toepassing was en werd opgeheven en vervangen door de Wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van tabaksfabrikaten (B.S., 16 mei 1997).
De Wet van 22 oktober 1997 betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale oliën (B.S., 20 november 1997) heeft het koninklijk besluit van 29 december 1992 met betrekking tot hetzelfde voorwerp opgeheven (B.S., 29 december 1992), gewijzigd door de koninklijke besluiten van 27 augustus 1993 (B.S., 10 september 1993), 26 november 1993 (B.S., 30 november 1993), 30 mei 1994 (B.S., 1 juni 1994), 23 december 1994 (B.S., 31 december 1994), 30 juni 1995 (B.S., 1 augustus 1995), 16 oktober 1995 (B.S., 27 december 1995), 22 december 1995 (B.S., 30 december 1995) en 27 september 1996 (B.S., 28 september 1996), en heeft het bekrachtigd voor de periode waarin het van toepassing was.
De Wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake alcohol en alcoholhoudende dranken (B.S., 4 februari 1998) heeft het koninklijk besluit van 29 december 1992 met betrekking tot hetzelfde onderwerp (B.S., 31 december 1992), gewijzigd door de koninklijke besluiten van 21 januari 1994 (B.S. van 8 februari 1994), 27 september 1996 (B.S., 28 september 1996) en 28 oktober 1996 (B.S., 1 november 1996), opgeheven en heeft het bekrachtigd voor de periode waarin het van toepassing was.
Tenslotte werden de uitvoeringsmaatregelen betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten vastgesteld bij het ministerieel besluit van 23 december 1993 (B.S., van 7 januari 1994), gewijzigd bij ministerieel besluit van 5 maart 1996 (B.S., 19 maart 1996).
De uitvoeringsmaatregelen inzake de accijnsheffing op tabaksfabrikaten zijn vervat in het ministerieel besluit van 1 augustus 1994 (B.S., 22 augustus 1994).
De uitvoeringsmaatregelen inzake de accijnsheffing op minerale oliën zijn vervat in het ministerieel besluit van 28 december 1993 betreffende het accijnsstelsel van minerale olie (B.S., 7 januari 1994).
Wat de uitvoeringsmaatregelen inzake de accijnsheffing op alcohol en alcoholhoudende dranken betreft, deze worden geregeld door :
a) het ministerieel besluit van 1 februari 1994 betreffende het accijnsstelsel van bier (B.S., 8 februari 1994), gewijzigd bij ministerieel besluit van 15 juli 1996 betreffende het accijnsstelsel van bier (B.S., 20 juli 1996);
b) het ministerieel besluit van 10 juni 1994 betreffende het accijnsstelsel van wijn, andere gegiste dranken en tussenproducten (B.S., 30 juni 1994);
c) het ministerieel besluit van 10 juni 1994 betreffende het accijnsstelsel van ethylalcohol (B.S., 30 juni 1994).
HOOFDSTUK 2. KRACHTLIJNEN VAN DE COMMUNAUTAIR GEHARMONISEERDE ACCIJNSREGELING
EERSTE AFDELING. PRINCIPE
3. De bedoelde producten worden aan accijns onderworpen bij de productie of bij de invoer ervan (art. 5 W. Acc.).
De accijns wordt evenwel niet noodzakelijkerwijs verschuldigd op het ogenblik dat voormelde belastbare feiten zich voordoen. Er werd in de "horizontale richtlijn" immers met ingang van 1 januari 1993 een systeem uitgewerkt waardoor de productie, de verwerking, het voorhanden hebben, de ontvangst en het verzenden van de accijnsproducten binnen de Gemeenschap kan gebeuren onder schorsing van betaling van de accijns. Op deze wijze werd het vrij verkeer van goederen in het kader van de totstandbrenging en de werking van de interne markt ook gerealiseerd voor accijnsproducten.
De accijns wordt in beginsel verschuldigd op het tijdstip van de uitslag ten verbruik van de accijnsproducten, dit wil zeggen op het ogenblik van :
- de uitslag, ook onregelmatige, uit de schorsingsregeling;
- de fabricage, ook onregelmatige, buiten de schorsingsregeling;
- de invoer, ook onregelmatige, zonder plaatsing onder een schorsingsregeling (art. 6 W. Acc.).
In het specifiek geval van tabaksfabrikaten vindt de uitslag ten verbruik plaats bij de aanbrenging van de fiscale kentekens. De bijzondere accijns- en BTW-regeling voor tabaksfabrikaten wordt specifiek uiteengezet in deel II, hoofdstuk 2 van onderhavige aanschrijving (z. nrs. 92 e.v.).
AFDELING 2. SCHORSINGSREGELING
A. Handelingen verricht onder de schorsingsregeling
4. De handelingen die kunnen verricht worden onder schorsing van accijns zijn : (1) de productie, (2) de verwerking, (3) het voorhanden hebben, (4) de ontvangst en (5) de verzending van accijnsproducten.
Opdat de productie, de verwerking en het voorhanden hebben van accijnsproducten zouden kunnen geschieden onder schorsing van accijns, moeten deze handelingen verricht worden in een "belastingentrepot" (art. 12 W. Acc.).
De aandacht wordt erop gevestigd dat, in bepaalde gevallen, voornoemd belastingentrepot automatisch wordt aangemerkt als een BTW-entrepot in de zin van artikel 39quater van het BTW-Wetboek (z. dienaangaande nr. 70, hierna).
5. Een belastingentrepot is de plaats waar een natuurlijke of rechtspersoon, die hiertoe gemachtigd is door de bevoegde autoriteiten van de Lidstaat waar het betrokken entrepot gevestigd is, bij de bedrijfsuitoefening accijnsproducten onder schorsing van accijns kan produceren, verwerken, voorhanden hebben, ontvangen én verzenden. Deze persoon wordt een "erkend entrepothouder" genoemd (art. 4, § 1, 7 en 8, W. Acc.). Deze kan zowel fabrikant van accijnsproducten zijn als handelaar in dergelijke producten. Hij is aansprakelijk voor de betaling van de accijns van onder zijn verantwoordelijkheid opgeslagen accijnsproducten die uit zijn belastingentrepot worden uitgeslagen ten verbruik.
In België wordt over het algemeen de machtiging aan een erkend entrepothouder verleend door de gewestelijke directeur der douane en accijnzen die bevoegd is over het gebied waar het belastingentrepot is gevestigd (art. 2, § 3, van het M.B. van 23 december 1993).
De erkend entrepothouder moet :
- zekerheid stellen ten belope van 10% van het bedrag van de accijns met betrekking tot de accijnsproducten die hij produceert, verwerkt en voorhanden heeft in zijn belastingentrepot;
- bovendien zekerheid stellen, hetzij persoonlijk, hetzij hoofdelijk aansprakelijk met de vervoerder, voor het bedrag van de in het spel zijnde accijns betreffende de accijnsproducten die onder een schorsingsregeling verzonden worden in het land of naar een andere Lidstaat;
- een gedetailleerd plan van zijn inrichting voorleggen en voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgesteld in de vergunning;
- een boekhouding voeren van de voorraden en het verkeer van de producten per belastingentrepot;
- de producten op ieder verzoek tonen;
- controle of inventarisatie toelaten (art. 13 W. Acc.).
6. Opdat het verkeer van accijnsproducten zou kunnen geschieden onder schorsing van accijns, moet het in de regel geschieden tussen belastingentrepots. Dit geldt voor het intracommunautair verkeer van accijnsproducten die nog niet ten verbruik zijn uitgeslagen (art. 15, § 1, W. Acc.). Dit wil zeggen dat de accijnsproducten moeten verzonden worden door een erkend entrepothouder vanuit een belastingentrepot naar een ander belastingentrepot. Dit laatste entrepot ontvangt dan de betrokken producten onder schorsing van accijns.
7. Een "geregistreerd bedrijf" of een "niet-geregistreerd" bedrijf (z. hierna) kunnen evenwel accijnsproducten ontvangen die hen onder schorsing van accijns werden toegezonden door een erkend entrepothouder gevestigd in een andere Lidstaat.
8. Een "geregistreerd bedrijf" is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet de hoedanigheid bezit van erkend entrepothouder maar die er toe gemachtigd is om bij de bedrijfsuitoefening accijnsproducten onder schorsing van accijns uit een andere Lidstaat te ontvangen (art. 4, § 1, 9, en art. 18, § 1, W. Acc.). Dit bedrijf mag evenwel de accijnsproducten niet onder schorsing van accijns voorhanden hebben of verzenden. Alleen de erkende entrepothouder is hiertoe gemachtigd. De accijns over de producten wordt dan ook verschuldigd in hoofde van het geregistreerd bedrijf bij de ontvangst van de accijnsproducten (art. 18, § 2, derde lid, W. Acc.)
Het geregistreerd bedrijf is een marktdeelnemer die niet de hoedanigheid heeft van een erkend entrepothouder, maar die door de Administratie der douane en accijnzen erkend is als een regelmatige afnemer van accijnsproducten uit een andere Lidstaat. Van zodra het erkend is, kan het geregistreerd bedrijf goederen ontvangen die ter zijner bestemming werden verzonden vanuit een belastingentrepot in een andere Lidstaat. Dit wil zeggen dat een erkend entrepothouder vanuit zijn belastingentrepot in een andere Lidstaat accijnsproducten kan vervoeren of verzenden naar een geregistreerd bedrijf in België, zonder deze producten in de Lidstaat van vertrek te moeten uitslaan ten verbruik. De accijns wordt zodoende verschuldigd door het geregistreerd bedrijf in België van zodra de goederen er aankomen.
In België wordt de machtiging voor een geregistreerd bedrijf verleend door de gewestelijke directeur der douane en accijnzen over het gebied waar het geregistreerd bedrijf de goederen ontvangt (art. 2, § 3, van het M.B. van 23 december 1993).
Dit geregistreerd bedrijf moet zich aan de onderstaande voorschriften houden :
- de betaling van de accijns waarborgen bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger;
- een boekhouding voeren van de ontvangsten der producten;
- de producten op ieder verzoek tonen;
- controle of inventarisatie toelaten (art. 18, § 2, tweede lid, W. Acc.).
9. Een "niet-geregistreerd bedrijf" is de natuurlijke of rechtspersoon die niet de hoedanigheid van erkend entrepothouder of geregistreerd bedrijf bezit en die door de bevoegde autoriteiten van de Lidstaat van bestemming gemachtigd is om bij de bedrijfsuitoefening incidenteel accijnsproducten onder schorsing van accijns uit een andere Lidstaat te ontvangen. Dit bedrijf mag evenwel de accijnsproducten niet onder schorsing van accijns voorhanden hebben of verzenden (art. 4, § 1, 10, W. Acc. en art. 3 van het M.B. van 23 december 1993).
In België wordt deze machtiging verleend door de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der douane en accijnzen die bevoegd is over de plaats waar dit bedrijf de goederen ontvangt (art. 3 en 5 van het M.B. van 23 december 1993).
Het niet-geregistreerd bedrijf moet zich aan onderstaande voorschriften houden :
- voorafgaand aan de verzending van de goederen aangifte doen bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der douane en accijnzen, die voor de verrichting een machtiging aflevert, en de betaling van de in het spel zijnde accijns waarborgen;
- de verschuldigde accijns voldoen bij de ontvangst van de producten;
- elke controle toelaten waardoor de Administratie der douane en accijnzen zich kan vergewissen van de daadwerkelijke ontvangst van de goederen en van de betaling van de accijns waartoe deze aanleiding geeft (art. 18, § 3, W. Acc.)
B. Geleidedocument
10. Het intracommunautair verkeer van accijnsproducten onder schorsing van accijns moet steeds gebeuren onder dekking van een "administratief geleidedocument (A.G.D.) in 4 exemplaren (voor de verzending vanuit België naar een andere Lidstaat : 5 exemplaren), dat in bepaalde gevallen kan vervangen worden door een handelsdocument (art. 23, § 1, W. Acc.). De bedoeling hiervan is de controle te kunnen uitoefenen op de bewegingen onder toepassing van de schorsingsregeling van accijnsproducten.
Het exemplaar 3 van het A.G.D. moet uiterlijk de vijftiende dag van de maand die volgt op deze waarin de goederen door de geadresseerde werden ontvangen, door laatstgenoemde teruggestuurd worden naar de verzender. De erkend entrepothouder die accijnsproducten onder de schorsingsregeling verzendt is slechts van zijn verantwoordelijkheid ontslagen op het ogenblik van de aanzuivering van het A.G, D., dit is :
| 1) | bij ontvangst van het terugzendingsexemplaar 3 dat door de geadresseerde is aangevuld en, desgevallend, eveneens is bekleed met het visum van de bevoegde autoriteit van de Lidstaat van bestemming indien deze Lidstaat voorschrijft dat genoemd exemplaar door haar eigen autoriteiten moet worden gecertificeerd of geviseerd; |
| 2) | bij ontvangst van het terugzendingsexemplaar 3 waarop de overheden van het bevoegde douanekantoor certificeren dat de goederen het grondgebied van de Europese Unie hebben verlaten of onder een douaneregeling werden geplaatst. |
C. Betaling van de accijns
11. De accijns wordt in de regel betaald bij het in verbruik stellen van de accijnsproducten (z. hiervoor), op grond van een aangifte ten verbruik (art. 6, § 1, van het M.B. van 23 december 1993). Voor producten die uitgeslagen worden uit een belastingentrepot of die worden ontvangen door een geregistreerd bedrijf, moet de aangifte ten verbruik worden ingediend ten laatste de donderdag van de week volgend op de week van uitslag of ontvangst van de producten, bij de bevoegde Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der douane en accijnzen (art. 7, § 1, van het M.B. van 23 december 1993). Voor accijnsproducten die worden ontvangen door een niet-geregistreerd bedrijf moet de aangifte ten verbruik ingediend worden uiterlijk de eerste werkdag die volgt op de ontvangst van de producten, op het ontvangkantoor der douane en accijnzen bevoegd over het gebied waar het betrokken bedrijf gevestigd is (art. 8 van het M.B. van 23 december 1993).
12. Er wordt evenwel op gewezen dat een erkend entrepothouder die in een andere Lidstaat gevestigd is en die accijnsproducten onder schorsing verzendt naar een Belgisch geregistreerd of niet-geregistreerd bedrijf, in België een fiscaal vertegenwoordiger mag aanduiden (art. 19 W. Acc.).
De fiscaal vertegenwoordiger moet gevestigd zijn in België en er erkend zijn. Er moet worden op gewezen dat de fiscaal vertegenwoordiger niet noodzakelijk een aansprakelijk vertegenwoordiger is in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek. In België wordt de machtiging om op te treden als fiscaal vertegenwoordiger afgeleverd door de gewestelijke directeur der douane en accijnzen over het gebied waar de fiscaal vertegenwoordiger is gevestigd (art. 2, § 3, van het M.B. van 23 december 1993). Hij moet bekwaam zijn om contracten aan te gaan en aanvaarden de buitenlandse entrepothouder te vertegenwoordigen. Hij moet, in de plaats van de geadresseerde die niet de hoedanigheid bezit van erkend entrepothouder, aan de onderstaande voorschriften voldoen :
- de betaling van de accijns waarborgen bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger;
- deze accijns voldoen bij de ontvangst van de goederen;
- een boekhouding van de leveringen van de producten voeren en aan de administratie mededelen waar de goederen worden geleverd.
AFDELING 3. AANKOPEN DOOR PARTICULIEREN
13. Op de accijnsproducten die particulieren kopen in een andere Lidstaat, is de accijns verschuldigd in de Lidstaat van aankoop. Indien hij de accijnsproducten zelf vervoert naar België en deze producten voor eigen behoeften bestemd zijn, moet de particulier in België geen accijns meer betalen, op voorwaarde dat de accijns werd geheven in de Lidstaat van aankoop (art. 8 W. Acc.).
14. Onder eigen behoeften van een particulier wordt verstaan zijn persoonlijke behoeften en eventueel die van zijn gezin. In geen geval mogen de producten voor commerciële doeleinden bestemd zijn. De accijnsreglementering stelt een aantal elementen vast waaruit kan afgeleid worden of de door een particulier gekochte accijnsproducten al dan niet voor commerciële doeleinden bestemd zijn (art. 9, § 2, W. Acc.).
15. Bovendien bestaan er een aantal indicatieve limieten op grond waarvan kan worden beoordeeld of de betrokken accijnsproducten al dan niet bestemd zijn voor de eigen behoeften van de particulier (art. 9, § 3, W. Acc.) : a) tabaksfabrikaten : - sigaretten 800 stuks - cigarillo's (sigaren met een max. gewicht van 3 gr. per stuk) 400 stuks - sigaren 200 stuks - rooktabak 1,0 kg b) alcoholische dranken - gedistilleerde dranken 10 liter - tussenproducten 20 liter - wijn (waarvan max. 60 liter mousserende wijn) 90 liter - bier 110 liter Deze indicatieve limieten worden per persoon toegepast. Indien de aangekochte hoeveelheden accijnsproducten lager zijn dan of gelijk zijn aan deze limieten, is het aan de administratie om te bewijzen dat de producten bestemd zijn voor commerciële doeleinden. Zijn deze limieten evenwel overschreden, dan ligt de bewijslast bij de particulier. Afstand van accijnsproducten aan derden onder bezwarende titel, zelfs zonder winst, wordt steeds beschouwd als verricht voor commerciële doeleinden (art. 9, § 4, W. Acc.).
16. Er wordt opgemerkt dat de accijns verschuldigd is in België bij de verkrijging door particulieren in een andere Lidstaat van minerale oliën die er reeds ten verbruik zijn uitgeslagen voor zover deze door hen of voor hun rekening op een atypische wijze naar België worden vervoerd. Atypisch vervoer is het vervoer van motorbrandstof anders dan in de tank van een voertuig of in een passend reserveblik, alsmede het vervoer van vloeibare verwarmingsproducten anders dan in tankwagens die voor rekening van bedrijven worden gebruikt (art. 10 W. Acc.).
17. De accijns is eveneens verschuldigd in België indien de accijnsproducten, die een particulier voor eigen behoeften heeft aangekocht in een andere Lidstaat, niet door hemzelf naar België worden vervoerd maar wel voor zijn rekening (art. 7 en 8 W. Acc.).
AFDELING 4. INTRACOMMUNAUTAIR VERKEER VAN REEDS TEN VERBRUIK UITGESLAGEN PRODUCTEN
18. De communautaire accijnsreglementering bevat twee regelingen ter voorkoming van belastingvermijding.
19. De eerste is een regeling die gelijkaardig is aan de regeling voor de verkopen op afstand inzake BTW. Ze heeft betrekking op accijnsproducten :
- waarop in de Lidstaat van aankoop reeds accijns werd betaald,
- die worden aangekocht door personen die gevestigd zijn in een andere Lidstaat dan deze van aankoop en die niet de hoedanigheid hebben van erkend entrepothouder of van geregistreerd of niet- geregistreerd bedrijf (in de regel zijn dit particulieren),
- en die direct of indirect door de verkoper of voor diens rekening worden verzonden of vervoerd naar de Lidstaat waar de koper gevestigd is.
20. Op deze accijnsproducten is de accijns verschuldigd in de Lidstaat van bestemming. Dit is de Lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer. Deze accijns is verschuldigd door de verkoper, op het tijdstip waarop hij de levering verricht.
21. Vooraleer de verzending van de producten te verrichten moet de verkoper de accijns waarborgen in de Lidstaat van bestemming en moet hij een boekhouding voeren van de leveringen van accijnsproducten. De verkoper kan evenwel in de Lidstaat van bestemming een fiscaal vertegenwoordiger laten erkennen die in de plaats van de verkoper zal instaan voor de betaling van de accijns. Deze fiscaal vertegenwoordiger is niet noodzakelijk de aansprakelijk vertegenwoordiger in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek.
Het verkeer van de betrokken producten verloopt onder dekking van de gebruikelijke handelsdocumenten, vergezeld van een kopie van de akte van borgstelling van de accijns die verschuldigd is in de Lidstaat van bestemming (art. 11 W. Acc.).
22. De tweede regeling heeft betrekking op accijnsproducten die in een andere Lidstaat reeds tot verbruik zijn uitgeslagen en die worden geleverd of bestemd zijn om te worden geleverd in het binnenland of die bestemd zijn voor commerciële doeleinden in het binnenland voor de behoeften van :
- een bedrijf dat op onafhankelijke wijze een economische activiteit uitoefent (d.w.z. elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die, overeenkomstig de nationale bepalingen inzake accijns, op het nationaal grondgebied accijnsproducten in verbruik stelt). Bijvoorbeeld, een rusthuis dat in een andere Lidstaat flessen wijn aankoopt voor de bewoners van de instelling. Daar deze aankoop niet binnen haar "gewone beroepsactiviteit" valt, kan het rusthuis nooit aangemerkt worden als erkend entrepothouder, geregistreerd bedrijf of niet-geregistreerd bedrijf;
- een publiekrechtelijke instelling. In België kunnen als dusdanig aangemerkt worden : de Staat, de Gemeenschappen, Gewesten, de provincies, gemeenten en daarmee gelijkgestelde instellingen (leger, brandweer, ... ).
De accijns is verschuldigd, volgens het geval, door de persoon die de levering verricht, die de voor levering bestemde producten voorhanden heeft of de persoon waarvoor de producten zijn bestemd of door genoemd zelfstandig bedrijf of publiekrechtelijk lichaam.
23. Alvorens de producten worden verzonden uit de andere Lidstaat, moet de bestemmeling van de producten de in het spel zijnde accijns borgen in de Lidstaat van bestemming (in België : bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der accijnzen; z. art. 7, § 3, W. Acc.). Het verkeer van de betrokken accijnsproducten geschiedt in de regel onder dekking van een vereenvoudigd geleidedocument (V.G.D.) vergezeld van een kopie van de akte van borgstelling van de accijns die verschuldigd is in de Lidstaat van bestemming.
24. Teruggaaf. Door de toepassing van deze twee regelingen, zoals omschreven in de nrs. 19 en 22, ter voorkoming van belastingvermijding, dreigt het gevaar van dubbele belastingheffing. In beide gevallen wordt immers zowel accijns geheven in de Lidstaat van vertrek van de producten als in de Lidstaat van aankomst. Daarom kan terugbetaling gevorderd worden van de accijns die werd betaald bij de uitslag ten verbruik in de Lidstaat van vertrek (art. 22, §§ 3 en 4, van de Richtlijn 92/12/EEG en art. 27 tot 30 W. Acc.). Om deze teruggaaf moet in principe verzocht worden door de persoon die de accijns heeft voldaan.
25. Onverminderd alle voorgaande regelingen stelt artikel 9, § 1, van de W. Acc. ten slotte op algemene wijze dat de accijns verschuldigd is door degene die de accijnsproducten voorhanden heeft wanneer de in een andere Lidstaat ten verbruik uitgeslagen producten in België voor commerciële doeleinden voorhanden worden gehouden.
Aan deze ruime wettelijke grondslag inzake opeisbaarheid van de accijns ontsnapt alleen de particulier die de goederen zelf naar België overbrengt en die uitsluitend handelt voor zijn privé-doeleinden (z. nrs. 13 t.e.m. 17, hiervoor).
DEEL II. DE BTW-REGELING VOOR HET INTRACOMMUNAUTAIR VERKEER VAN ACCIJNSPRODUCTEN
26. Er wordt op gewezen dat deze aanschrijving enkel betrekking heeft op de verkoop van accijnsproducten die uit een andere Lidstaat komen en die ter bestemming van België worden verzonden of vervoerd. De verkoop van accijnsproducten die verzonden of vervoerd worden vanuit België ter bestemming van een andere Lidstaat, wordt derhalve niet behandeld.
In het bijzondere geval van tabaksfabrikaten, gebeurt de heffing van de BTW bij het aanbrengen van de fiscale zegels. Het specifieke BTW- en accijnsregime inzake tabaksfabrikaten wordt verder uiteengezet in hoofdstuk 2 van dit deel (z. nrs. 92 en volgende).
HOOFDSTUK 1. DE ALGEMENE REGELING
27. De volgende drie situaties worden hieronder behandeld :
- de afnemer is een particulier;
- de afnemer is een belastingplichtige/indiener gehouden tot het indienen van periodieke aangiften overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 3, van het BTW-Wetboek;
- de afnemer is een vrijgestelde belastingplichtige (art. 44 van het BTW-Wetboek), een kleine onderneming (art. 56, § 2, van het BTW-Wetboek), een forfaitaire landbouwer (art. 57 van het BTW- Wetboek) of een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
EERSTE AFDELING - DE AFNEMER VAN DE ACCIJNSPRODUCTEN IS EEN PARTICULIER
28. Uitgangspunt: een in België gevestigde particulier koopt accijnsproducten aan in een andere Lidstaat. De verkochte producten worden door de leverancier, door de afnemer of voor hun rekening vervoerd naar België. De leverancier is een belastingplichtige die in de Lidstaat waar hij gevestigd is, ertoe gehouden is periodieke aangiften in te dienen overeenkomstig artikel 22, § 4, van de Zesde Richtlijn (cfr. art. 53, eerste lid, 3, van het Belgisch B7W-Wetboek).
Er dient opgemerkt te worden dat onder de term "particulier" eveneens dient verstaan te worden de gewone belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, de belastingplichtigen die enkel handelingen verrichten die zijn vrijgesteld op grond van artikel 44 van het BTW-Wetboek, de belastingplichtigen die vallen onder de toepassing van de vrijstellingsregeling van artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek en de forfaitaire landbouwers bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek, voor zover zij uitsluitend handelen voor hun privé-doeleinden.
Ten slotte is het in onderhavig geval inzake accijns van geen enkel belang of de leverancier al dan niet een erkend entrepothouder is, vermits zijn medecontractant niet de hoedanigheid van erkend entre- pothouder of geregistreerd of niet geregistreerd bedrijf heeft, zodat de schorsingsregeling in principe niet van toepassing kan zijn (z. evenwel nrs. 50 t.e.m. 52, hierna).
EERSTE ONDERAFDELING. - HET VERVOER WORDT VERRICHT DOOR DE AFNEMER/ PARTICULIER(z. schema nr. 1)
A. Accijnsregeling
29. Er worden accijnsrechten geheven in de Lidstaat van aankoop. Er zijn geen accijnsrechten meer verschuldigd in België, indien de particulier de accijnsproducten zelf heeft vervoerd en voor eigen behoeften heeft verkregen (art. 8 W. Acc.) onder de in het land van aankoop geldende voorwaarden.
30. Indien blijkt dat de particulier de accijnsproducten niet heeft verkregen voor eigen behoeften (z. indicatieve niveaus en eventueel tegenbewijs, nr. 15 hiervóór), is de afnemer wél accijns verschuldigd in België. Vooraleer de goederen over te brengen naar België, moet de afnemer in dat geval de verschuldigde accijns borgen bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der accijnzen in België (art. 9 W. Acc.). De regeling behandeld onder het nr. 37, hierna, is in dit geval van toepassing.
31. Er wordt bovendien opgemerkt dat de vrijstellingsregeling van artikel 8 W. Acc. niet geldt voor de verkrijging door particulieren van minerale oliën die reeds in een andere Lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en die door deze particulieren of voor hun rekening op een atypische wijze naar België worden vervoerd. In dit geval is de particulier/afnemer wél nog accijns verschuldigd in België (art. 10 W. Acc.). In deze situatie, is de regeling besproken onder het nr. 37, hierna, van toepassing.
B. BTW-regeling
32. De levering van de betrokken accijnsproducten vindt in beginsel plaats daar waar het goed zich op het tijdstip van de aanvang van de verzending of het vervoer ter bestemming van de afnemer bevindt (art. 8, eerste lid, a), van de Zesde Richtlijn en art. 15, § 2, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek). Het is bijgevolg in de Lidstaat van waaruit de goederen vervoerd worden naar België dat de betrokken levering aan de belasting is onderworpen (art. 2 van de Zesde richtlijn en van het BTW-Wetboek). Zij vindt plaats op het tijdstip waarop het goed ter beschikking van de verkrijger wordt gesteld (art. 16, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek).
33. De levering is een "intracommunautaire levering". De goederen worden immers vervoerd of verzonden van de ene Lidstaat naar een andere (België). Zij is evenwel niet vrijgesteld van BTW daar zij wordt verricht voor een particulier en niet voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig optreedt in een andere Lidstaat dan die van het vertrek van de verzending of het vervoer (art. 28quater, A, a) en c), van de Zesde Richtlijn).
34. De maatstaf van heffing voor de berekening van de BTW die in de Lidstaat van vertrek verschuldigd is over de levering, omvat onder meer de accijns die in deze Lidstaat geheven werden (art. 11, A, § 2, a), van de Zesde Richtlijn en art. 26, derde lid, van het BTW-Wetboek).
35. De in België gevestigde particulier verricht een intracommunautaire verwerving (art. 25bis, § 1, van het BTW-Wetboek) die plaatvindt in België, plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer (art. 25quinquies, § 2, van het BTW-Wetboek). De intracommunautaire verwerving is evenwel in Belgiëniet aan de belasting onderworpen, daar zij verricht wordt door een particulier en niet door een belastingplichtige die als zodanig optreedt, noch door een niet-belastingplichtige rechtspersoon (art. 25ter, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek). Er is bijgevolg geen BTW verschuldigd in België.
36. Opmerking : de indicatieve limieten die inzake accijns gehanteerd worden om uit te maken of een aankoop van accijnsproducten al dan niet moet vermoed worden voor commerciële doeleinden te zijn verricht, hebben in principe geen invloed op de toepassing van de BTW, behalve indien het belang van de aankopen, samen met een geheel van elementen tot het besluit leidt dat de particulier een economische activiteit uitoefent in de zin van artikel 4 van het BTW-Wetboek (z. nrs. 15 en 30, hiervóór). In dit laatste geval wordt de toestand beoogd in de afdeling 2 hierna.
BTW kort : de BTW over de aankoop van de accijnsproducten in een andere Lidstaat door een particulier die zelf instaat voor het vervoer van deze producten naar België, is verschuldigd in de Lidstaat van verkrijging van de betrokken producten. Er is geen BTW verschuldigd in België.
ONDERAFDELING 2.- HET VERVOER WORDT VERRICHT VOOR REKENING VAN DE AFNEMER/PARTICULIER (z. schema nr. 2)
A. Accijnsregeling
37. In deze hypothese is zowel accijns verschuldigd in de Lidstaat van aankoop en verzending van de accijnsproducten als in België (art. 8 en 9 W. Acc.). Voorafgaand aan de verzending van de producten naar België, moet de afnemer (of zijn lasthebber) zekerheid stellen voor de in het spel zijnde Belgische accijns, bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der accijnzen in België die bevoegd is voor het gebied waar deze afnemer gevestigd is. Als bewijs van de zekerheidstelling ontvangt de particulier een document Benelux 3 van de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger. Het verkeer van de betrokken producten op het Belgisch grondgebied moet geschieden onder dekking van exemplaar 1 van dat document. De Belgische accijns moet bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger worden voldaan ten laatste de eerste werkdag na ontvangst van de producten door middel van een aangifte ten verbruik ACC-code 4. In principe kan de koper de terugbetaling bekomen van de accijnzen betaald in de Lidstaat van vertrek ingevolge de heffing van de accijns voor de desbetreffende producten in België (art. 22, § 4 van Richtlijn 92/12/EEG).
B. BTW-regeling
38. De regeling inzake BTW is in deze hypothese dezelfde als de regeling die is uiteengezet in de eerste onderafdeling hiervóór. Dit wil zeggen dat de BTW verschuldigd is in de Lidstaat van verkrijging van de accijnsproducten en dat geen BTW verschuldigd is in België.
Het verschil met de regeling die geldt voor de situatie waarbij het vervoer van accijnsproducten wordt verricht door de particulier/ afnemer zelf, ligt bijgevolg uitsluitend op het gebied van de accijns.
ONDERAFDELING 3. - HET VERVOER WORDT VERRICHT DOOR OF VOOR REKENING VAN DE LEVERANCIER (z. schema's nrs. 3 en 4)
1. Algemene regeling (z. schema nr. 3)
A. Accijnsregeling
39. De betrokken accijnsproducten moeten ten verbruik uitgeslagen worden in de Lidstaat van vertrek. Over de levering van deze accijnsproducten aan de particulier, wordt bovendien accijns geheven in België (art. 11 W. Acc.). Alvorens de producten te vervoeren naar België, moet de verkoper de Belgische accijns borgen in België, bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der accijnzen die bevoegd is voor het gebied waar de Belgische particulier gevestigd is. De producten worden naar België verzonden onder dekking van de gebruikelijke handelsdocumenten en een kopie van de akte van borgstelling. De accijns is verschuldigd door de verkoper, op het ogenblik van de levering. Hij kan deze accijns eventueel betalen door bemiddeling van een fiscaal vertegenwoordiger in België die niet noodzakelijk de aansprakelijk ver-tegenwoordiger in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek is. In principe kan de verkoper teruggave krijgen van de accijns die ingevolge de levering in België over de betrokken producten werden betaald in de Lidstaat van vertrek (art. 22, vierde lid, van de Richtlijn 92/12/EEG).
B. BTW- regeling
1. Principe
40. De betrokken levering voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de regeling van de verkopen op afstand :
- de goederen worden door of voor rekening van de leverancier naar België verzonden of vervoerd vanuit een andere Lidstaat;
- de levering van de goederen wordt verricht voor een particulier (art. 15, § 4, eerste lid, van het BTW-Wetboek).
Daar de levering betrekking heeft op accijnsproducten is de regeling van de verkopen op afstand steeds van toepassing, ook indien de leverancier de drempel inzake verkopen op afstand van 1.500.000 BEF niet heeft overschreden (art. 15, § 4, tweede lid, van het BTW-Wetboek).
Ingevolge de toepassing van de regeling van de verkopen op afstand wordt de levering geacht plaats te vinden. daar waar het vervoer of de verzending van de goederen naar de afnemer aankomt. In onderhavig geval is dit België.
De betrokken levering is aan de BTW onderworpen in België (art. 2, eerste lid, van het BTW-Wetboek). Deze levering vindt plaats op het tijdstip van de aankomst van het vervoer of de verzending van de goederen naar de afnemer of de overnemer (art. 16, § 1, tweede lid, van het BTW-Wetboek). De belasting over deze levering is opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed plaatsvindt, onverminderd de subsidiaire oorzaken van verschuldigdheid (art. 17, § 1, van het BTW-Wetboek).
2. Maatstaf van heffing
41. De belasting die verschuldigd is over deze levering wordt berekend over alles wat de leverancier als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de afnemer/particulier of van een derde (art. 26 van het BTW-Wetboek). De belastingen, rechten en heffingen moeten eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen (art. 26, derde lid, van het BTW-Wetboek). Dit betekent dat zowel de accijns die werd voldaan in de Lidstaat van vertrek, voor zover deze door de leverancier aan de klant werden aangerekend, als de Belgische accijns in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen.
42. Indien de leverancier evenwel teruggaaf verkrijgt van de in de Lidstaat van vertrek voldane accijns, kan hij ze teruggeven aan de Belgische afnemer wanneer hij ze aan hem heeft aangerekend. In dat geval, kan hij de maatstaf van heffing voor de levering aan de Belgische afnemer verminderen met het bedrag van de teruggegeven accijns. De BTW die geheven werd over deze levering wordt dan overeenkomstig artikel 77, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, teruggegeven, rekening houdend met deze vermindering van de maatstaf van heffing. Om zijn recht op teruggaaf te kunnen uitoefenen moet de leverancier een verbeterend stuk (creditnota) opmaken en uitreiken aan de Belgische afnemer met vermelding van het bedrag van de teruggegeven buitenlandse accijns en de Belgische BTW die daarop betrekking heeft (art. 79, eerste lid, van het BTW-Wetboek). Hij moet bovendien de andere verplichtingen naleven die opgesomd staan in artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969, met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.
3. Verplichtingen
43. Het vervoer of de verzending van de accijnsproducten naar België en de levering ervan aan de Belgische particulier, geeft in België aanleiding tol de volgende verplichtingen in hoofde van de leverancier.
44. Wat de verzending van de accijnsproducten vanuit een andere Lidstaat naar België betreft : de bestemming die de leverancier in België geeft aan de accijnsproducten die hij heeft vervoerd of verzonden vanuit een andere Lidstaat, wordt niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen (art. 25quater, § 1, tweede lid, en art. 12bis, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek). Hieruit vloeien bijgevolg geen verplichtingen voort in hoofde van de leverancier.
45. Wat de levering van de accijnsproducten aan de particulier in België betreft : vooraleer hij deze levering verricht moet de in het buitenland gevestigde leverancier zich in beginsel via een individueel nummer in België laten identificeren voor BTW-doeleinden en een aansprakelijk vertegenwoordiger laten erkennen (art. 55, eerste lid, van het BTW-Wetboek, en art. 1 van het kon. besl. nr. 31 van 29 december 1992, met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen). Hij is ertoe gehouden aan de particulier een factuur uit te reiken, in principe door tussenkomst van zijn aansprakelijk vertegenwoordiger (art. 1, § 2, 11, van het kon. Besl. nr. 1 van 29 december 1992 en art. 4 van het kon. besl. nr. 31 van 29 december 1992).
De maatstaf van heffing voor de berekening van de BTW die verschuldigd is over deze levering wordt opgenomen in rooster 03 van de in België in te dienen periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk tijdens hetwelk de belasting over deze levering opeisbaar is geworden. De verschuldigde BTW wordt ingeschreven in rooster 54. Bovendien moet de maatstaf van heffing opgenomen worden in kader V van voornoemde aangifte, namelijk in rooster 81 en rooster 86. Er is geen opname in rooster 55 (z. punt 44 hiervoor).
Het bedrag van de creditnota die de leverancier uitreikt, voor het bedrag aan accijns waarvan hij teruggaaf verkrijgt in de Lidstaat van vertrek, moet worden ingeschreven in het rooster 49 van zijn in België in te dienen periodieke aangifte met betrekking tot het tijdperk van uitreiking van deze creditnota. Het bedrag aan BTW dat voor teruggaaf in aanmerking komt ingevolge het uitreiken van deze creditnota opgenomen in rooster 64 van dezelfde periodieke aangifte. Daarenboven moet het bedrag van de creditnota opgenomen worden in rooster 84 en afgetrokken worden van rooster 81 en rooster 86.
46. BTW kort : op verkopen aan Belgische particulieren, van accijnsproducten die door of voor rekening van de leverancier worden vervoerd vanuit een andere Lidstaat naar België, is de regeling van de verkopen op afstand steeds van toepassing. Deze levering vindt plaats in België en geeft aanleiding tot verschuldigdheid van BTW in België. In de maatstaf van heffing voor de berekening van de BTW die verschuldigd is over deze levering wordt zowel de in een andere Lidstaat voldane accijns die door de leverancier aan de klant werd aangerekend, als de Belgische accijns opgenomen. De accijns die eventueel nadien teruggegeven wordt in de Lidstaat van vertrek mag in mindering gebracht worden van deze maatstaf van heffing, hetgeen aanleiding geeft tot een teruggaaf van BTW.
II. Vereenvoudigingsregeling (z. schema nr. 4)
A. Stelsel van individuele aangifte
47. Met het oog op het verminderen van de formaliteiten die verbonden zijn aan de regeling van de verkopen op afstand, wat onder meer de identificatie voor BTW-doeleinden van de leverancier via een individueel nummer in België inhoudt, wordt een algemene vereenvoudigingsmaatregel toegestaan zoals hierna uiteengezet.
Wanneer de leverancier, of zijn lasthebber, zich aanbiedt bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger van de accijnzen die bevoegd is voor het gebied waar de Belgische particulier gevestigd is teneinde de betaling van de verschuldigde accijns over deze levering te waarborgen, is hij gehouden mede te delen of hij voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in België onder een individueel nummer (via een aan- sprakelijk vertegenwoordiger) zoals vereist voor de BTW-regeling inzake verkopen op afstand.
Zo hij verklaart over een individueel BTW-identificatienummer te beschikken in België, is de algemene regeling van toepassing zoals uiteengezet onder de nummers 39 tot 46, hiervoor. Hij is er echter eveneens toe gehouden de identiteit van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger in België mede te delen alsook het Belgisch individueel BTW-identificatienummer dat hem werd toegekend.
Wanneer hij verklaart niet over een individueel BTW-identificatienummer te beschikken in België en in de mate dat hij geen andere belastbare handelingen verricht in België, kan hij, op zijn verzoek, de ontheffing genieten van de verplichting een aansprakelijk vertegenwoordiger te laten erkennen en de hier bedoelde vereenvoudigingsmaatregel toepassen.
Deze regeling is facultatief. Niettemin is ze steeds van toepassing telkens wanneer een leverancier van accijnsproducten die onderworpen is aan de regeling van de verkopen op afstand niet over een individueel BTW-identificatienummer beschikt in België.
48. Indien hij gebruik maakt van deze regeling, zal de leverancier gehouden zijn, benevens de borgstelling inzake de betaling van de accijns, eveneens de betaling van de BTW te waarborgen over de levering van de accijnsproducten die hij gaat verrichten in België en waarvoor hij schuldenaar van de BTW zal zijn (z. nr. 40 hiervoor). De borgstelling inzake BTW, die tegelijkertijd met de borgstelling inzake accijns moet worden gestort aan de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger van de accijnzen (dit wil zeggen vóór de verzending van de accijnsproducten naar België) wordt berekend over alles wat de leverancier van het goed als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de afnemer/particulier of van een derde (art. 26 van het BTW-Wetboek). Zowel de in de Lidstaat van aankoop voldane accijns, voor zover ze door de leverancier aan de klant werd aangerekend, als de Belgische accijns moeten dus in de maatstaf van heffing worden opgenomen.
Wanneer hij vervolgens de levering van deze producten verricht (dit wil zeggen op het tijdstip van de aankomst van de verzending naar de afnemer of de overnemer - art. 16, § 1, tweede lid, van het BTW-Wetboek; z. nr. 40, vierde lid, hiervoor), wordt hij aldus schuldenaar van de hiervoor opeisbare BTW. De maatstaf van heffing van deze levering bevat dezelfde elementen als uiteengezet in bovenstaand lid. Deze BTW wordt betaald aan de Eerstaanwezend inspecteur -ontvanger van de accijnzen op hetzelfde tijdstip als de verschuldigde accijns over deze levering. De leverancier moet aan de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger van de accijnzen een kopie voorleggen van de factuur of het document, alsook desgevallend van alle andere stukken die aantonen dat de vermeldingen op de factuur exact zijn. Die stukken zijn onder andere de bestelbons, de overeenkomsten, de verzendingsdocumenten, de vervoerdocumenten, de betalingsstukken.
Op de verkoopsfactuur van accijnsproducten aan een particulier moet de leverancier volgende vermelding aanbrengen: "Vrijgesteld van aanstelling van een aansprakelijk vertegenwoordiger -Belasting te voldoen door de leverancier - Aanschrijving 8/98".
De aangifte geschiedt op basis van een verzamelstaat van de voorgelegde kopieën van facturen, met melding van datum, naam van de afnemer en de maatstaf van heffing (prijs verhoogd met de verschuldigde accijns). Een afschrift van een model van voornoemde verzamelstaat kan worden verkregen bij de Eerstaanwezend inspecteur
- ontvanger der accijnzen.
49. Indien de leverancier naderhand teruggaaf verkrijgt van de in de Lidstaat van vertrek betaalde accijns, kan hij deze teruggeven aan de Belgische afnemer wanneer hij ze hem aangerekend heeft. In dat geval, kan hij de maatstaf van heffing van de levering aan de Belgische afnemer verminderen ten belope van het teruggegeven bedrag aan accijns. De betaalde BTW kan aldus worden teruggegeven door de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger van de accijnzen, overeenkomstig artikel 77, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, rekening houdend met de vermindering van de maatstaf van heffing. Om deze vordering tot teruggaaf van BTW te kunnen uitoefenen, moet de leverancier :
- over een stuk beschikken waaruit de teruggaaf lijkt van de accijnsrechten in de Lidstaat van vertrek. Dit kan een kopie zijn van de aangifte ten verbruik van de accijnsproducten die door de leverancier in de Lidstaat van vertrek werd ingediend en waarop de bevoegde overheid melding heeft gemaakt van de teruggaaf van de accijnsrechten over de betrokken producten;
- een kopie van de factuur voorleggen van de verkoop van accijnsproducten aan de particulier;
- het bewijs leveren van de afgifte van een creditnota aan de Belgische afnemer met vermelding van het bedrag van de teruggegeven buitenlandse accijnsrechten en de daarop betrekking hebbende Belgische BTW (art. 79, eerste lid, van het BTW-Wetboek) alsook het bewijs van teruggave van deze bedragen aan de afnemer.
De teruggaaf van het hiervoor bedoelde bedrag aan BTW moet schriftelijk, binnen de vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de creditnota, worden aangevraagd aan de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger van de douane en accijnzen waar de Belgische accijns en BTW werden voldaan. Deze schriftelijke aanvraag tot teruggaaf moet vergezeld zijn van de in het voorgaande lid vermelde bewijsstukken. Op een aanvraag om teruggaaf van minder dan 300 frank wordt echter niet ingegaan (art. 12, § 2, van het kon. besl. nr. 4 van 29 december 1969).
B. Stelsel van de globale aangifte
50. De Administratie der douane en accijnzen kan toestaan dat accijnsproducten, andere dan de minerale oliën bedoeld in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 54, die naar België worden verzonden in het kader van een verkoop op afstand worden geplaatst onder de toepassing van de schorsingsregeling inzake accijns.
Hiertoe is vereist dat de buitenlandse leverancier de accijnsproducten, die reeds door hem aan een particulier zijn verkocht, verzendt naar een in België gevestigde erkend entrepothouder die de goederen zelf niet koopt noch verkoopt, doch slechts als fiscaal vertegenwoordiger inzake accijns zal optreden.
Zodoende kunnen de buitenlandse leveranciers die in de Lidstaat van vertrek erkend entrepothouder zijn, de door hun reeds verkochte accijnsproducten naar België verzenden onder toepassing van de schorsingsregeling inzake accijns met gebruik van een A.G.D. (administratief geleidedocument; z. nrs. 4 t.e.m. 7 en 10 t.e.m. 12, hiervoor).
51. Om de heffing van de BTW op accijnsproducten te vereenvoudigen, staat de Administratie toe dat de in België gevestigde erkende entrepothouders, die van de Administratie der douane en accijnzen de toestemming hebben verkregen om als fiscaal vertegenwoordiger inzake accijns op te treden voor verkopen op afstand, eveneens worden erkend als lasthebber van de schuldenaar van de belasting op het vlak van de BTW.
Hiertoe dient de erkende entrepothouder :
- terzelfder tijd als de aangifte inzake accijns, een globale aangifte inzake BTW in te dienen voor alle accijnsproducten die in het belastingentrepot worden opgeslagen en die niet de eigendom zijn van de entrepothouder;
- voor de accijnsproducten die naar België worden verzonden en waarvan de bestemmeling niet gehouden is tot indiening van een periodieke of bijzondere BTW-aangifte, de verschuldigde BTW samen met de verschuldigde accijns te voldoen in naam en voor rekening van de schuldenaar.
De maatstaf van heffing bestaat uit dezelfde elementen als vermeld in het nr. 48, hiervoor, met uitzondering evenwel van de buitenlandse accijns die in onderhavig geval niet werd geheven.
De koper/particulier zal de betaling van de aldus geïnde BTW kunnen aantonen door middel van de stukken waaruit blijkt dat hij de Belgische BTW heeft voldaan, hetzij, aan de buitenlandse leverancier die deze op zijn beurt heeft doorgestort aan de erkende entrepothouder, hetzij rechtstreeks aan laatstgenoemde.
52. Er wordt op gewezen dat de heffing van de BTW door middel van de globale aangifte nooit kan worden toegepast wanneer :
- het minerale oliën betreft, bedoeld in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 54 en die dus automatisch geplaatst worden onder het regime van het BTW-entrepot in de zin van artikel 39quater van het BTW-Wetboek (z. dienaangaande het nr. 70 hierna);
- een buitenlandse eigenaar van accijnsproducten goederen onder de schorsingsregeling naar het in België gelegen belastingentrepot verzendt op een tijdstip waarop nog geen koper voor de goederen is gevonden;
- de buitenlandse leverancier van accijnsproducten voor de verkopen op afstand die hij in België verricht reeds in ons land voor BTW- doeleinden is geïdentificeerd onder een individueel nummer en een aansprakelijk vertegenwoordiger inzake BTW heeft laten erkennen;
- de in België gevestigde bestemmeling van de goederen een belastingplichtige is of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwerving van andere goederen dan accijnsproducten of nieuwe vervoermiddelen aan de belasting te onderwerpen (door middel van indiening van een periodieke of bijzondere BTW-aangifte).
Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de erkende entrepothouder die gebruik maakt van het stelsel van de globale aangifte niet kan aangemerkt worden als een aansprakelijk vertegenwoordiger inzake BTW; hij is slechts de lasthebber van de schuldenaar van de belasting. Indien evenwel de erkende entrepothouder weigert op te treden als lasthebber van de schuldenaar van de belasting, is laatstgenoemde ertoe gehouden zelf al de op hem rustende verplichtingen met het oog op de voldoening van de belasting na te leven. De erkende entrepothouder van zijn kant is ertoe gehouden op grond van artikel 62, § 1, van het BTW-Wetboek aan de ambtenaren van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen op ieder verzoek alle inlichtingen te verschaffen met het oog op de heffing van de belasting.
III. Verkopen van accijnsproducten op handelsbeurzen
A. Stelsel van individuele aangifte
53. Wanneer een in een andere Lidstaat gevestigde leverancier van accijnsproducten, die niet onder een individueel nummer voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd in België, vanuit die andere Lidstaat accijnsproducten verzendt naar België met het oog op de eventuele verkoop ervan op een handelsbeurs of een gelijkaardige commerciële manifestatie, dient hij navolgende bijzondere regeling toe te passen teneinde te worden ontslagen van de verplichting een aansprakelijk vertegenwoordiger te laten erkennen.
De handelingen verricht in het kader van een handelsbeurs of een gelijkaardige commerciële manifestatie zijn de volgende :
| a) | in een eerste stadium, wordt de verplaatsing van goederen met het oog op een eventuele verkoop in België niet beschouwd als een overbrenging in de zin van artikel 28bis, § 5, b, van de Zesde Richtlijn door toepassing van het tweede lid, 7de streepje van hetzelfde artikel. Daaruit volgt dat de goederen niet het voorwerp uitmaken van een bestemming gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in de zin van artikel 25quater, § 1, tweede lid, van het BTW-Wetboek, zodat er op dat ogenblik geen enkele belasting verschuldigd is in België; |
| b) | in een tweede stadium, wanneer het goed is verkocht, is er niet meer voldaan aan de voorwaarde van tijdelijk gebruik : de bestemming van het goed wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel, onderworpen aan de belasting in België op grond van artikel 25quater, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek. In het kader van de toepassing van de vereenvoudigingsregeling staat de Administratie toe dat deze intracommunautaire verwerving wordt vrijgesteld op grond van artikel 40bis van het BTW-Wetboek; |
| c) | in een derde fase, doet er zich voor de verkochte goederen een levering van goederen voor, die op grond van artikel 15, § 2, eerste lid, van het BTW-Wetboek in België plaatsvindt. Deze levering moet niet noodzakelijk het voorwerp uitmaken van een factuur wanneer ze bestemd is voor het privé-gebruik van een natuurlijke persoon. |
- vóór de verzending van de accijnsproducten naar België, is de verkoper gehouden tot de borgstelling van de BTW die verschuldigd zal worden wegens de toekomstige verkopen in België. De borgstelling wordt verricht bij de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger der accijnzen terzelfder tijd als deze betreffende de accijns;
- na de verkoop van de accijnsproducten in België moet de wegens deze verkoop opeisbare BTW voldaan worden in handen van de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger der accijnzen terzelfder tijd als de verschuldigde accijns. Geen enkele betaling wordt evenwel geëist voor de niet verkochte goederen die ofwel, terugkeren naar de Lidstaat van oorsprong, ofwel. ter degustatie werden aangeboden. Nochtans voor de geestrijke dranken die ter degustatie werden aangeboden tijdens de handelsbeurs, dient de verkoper de BTW te voldoen over de aankoopprijs of, bij gebreke daaraan, over de kostprijs, in beide gevallen verhoogd met de verschuldigde accijnsrechten;
- bij de betaling legt de verkoper aan de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger der accijnzen een verzamelstaat der facturen voor die desgevallend werden uitgereikt, aangevuld met :
- het totaalbedrag, exclusief BTW, en het totaalbedrag van de verschuldigde BTW met betrekking tot de handelingen waarvoor geen factuur werd uitgereikt (daaronder begrepen de maatstaf van heffing en de verschuldigde BTW voor de geestrijke dranken die ter degustatie werden aangeboden);
- de lijst van de niet verkochte goederen die werden teruggezonden naar de Lidstaat van oorsprong (gebruikelijke benaming, hoeveelheid en waarde uitgedrukt in Belgische frank) en van de goederen die ter degustatie werden aangeboden, andere dan geestrijke dranken.
De handelaar legt bovendien aan de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger der accijnzen ieder document voor dat de waarachtigheid van de hiervoor bedoelde verzamelstaat mede kan aantonen (afschriften van uitgereikte facturen, bestelbons, contracten, vervoerdocumenten, betalingsbewijzen, ...);
- op de facturen die desgevallend werden uitgereikt wordt navolgende vermelding aangebracht : "Ontheffing van erkenning van een aansprakelijk vertegenwoordiger - Belasting te voldoen door de leverancier - Aanschrijving 8/98".
B. Stelsel van de g1obale aangifte
55. De Administratie der douane en accijnzen heeft voor de heffing van de accijns op accijnsproducten, andere dan de minerale oliën vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 54, die werden verkocht of geconsumeerd op handelsbeurzen e.d., zoals voor de verkopen op afstand, toegestaan dat de naar België verzonden accijnsproducten geplaatst worden onder de schorsingsregeling inzake accijns.
Hiertoe is het noodzakelijk dat de organisator van de handelsbeurs als tijdelijk erkend entrepothouder kan worden aangemerkt of dat een derde ten behoeve van deze handelsbeurs als erkend entrepothouder inzake accijns optreedt en dat alle accijnsproducten, verzonden naar België in het kader van de handelsbeurs, aangemerkt worden als verzonden naar deze erkende entrepothouder. De verzending geschiedt in dat geval onder dekking van een A.G.D.
56. Om de heffing van de BTW op accijnsproducten te vereenvoudigen staat de administratie toe dat, voor de in België georganiseerde handelsbeurzen e.d., het stelsel waarvan sprake onder de nrs. 50 t.e.m. 51 hiervoor, mutatis mutandis, wordt toegepast.
Er moet opgemerkt worden dat de heffing van de BTW door middel van dit stelsel van globale aangifte voor de verkopen op handelsbeurzen nooit mag toegepast worden indien:
- het minerale oliën betreft vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 54 en die bijgevolg automatisch geplaatst worden onder de regeling van het BTW-entrepot in de zin van artikel 39quater van het BTW-Wetboek (z. dienaangaande het nr. 70 hierna);
- de buitenlandse leverancier van accijnsproducten reeds geïdentificeerd is voor BTW-doeleinden in België onder een individueel nummer voor de verkopen op afstand die hij in ons land verricht en reeds een aansprakelijk vertegenwoordiger inzake BTW heeft laten erkennen.
Hiertoe is vereist dat de fiscaal vertegenwoordiger inzake accijns, die als lasthebber inzake BTW kan optreden voor de deelnemers/verkopers van accijnsproducten op de handelsbeurs, zich ertoe verbindt :
- gelijktijdig met de aangifte inzake accijns een globale aangifte inzake BTW in te dienen voor alle accijnsproducten die door de deelnemers aan de handelsbeurs werden verkocht (inclusief de geestrijke dranken die ter degustatie aangeboden werden);
- de verschuldigde BTW over deze verkopen (en op de geestrijke dranken die ter degustatie werden aangeboden) te voldoen samen met de opeisbare accijns.
Teneinde de erkende entrepothouder toe te laten één enkele globale aangifte voor alle deelnemers aan de handelsbeurs in te dienen, is het noodzakelijk dat laatstgenoemden een verzamelstaat der facturen overhandigen aan de erkende entrepothouder, zoals omschreven in het nr. 54, 3de gedachtenstreepje, hiervoor.
De erkende entrepothouder neemt vervolgens alle verzamelstaten op in de globale aangifte die hij indient bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der accijnzen.
Om het bedrag van de verschuldigde BTW vast te stellen en te voldoen wordt verwezen naar hetgeen uiteengezet wordt onder de nrs. 53 en 54, hiervoor, met dien verstande dat geen borgstelling van de BTW dient te geschieden voor verzending van de goederen naar België.
Tenslotte wordt erop gewezen dat wanneer de Administratie der douane en accijnzen de hoedanigheid van erkend entrepothouder niet heeft toegekend voor de bedoelde handelsbeurs, de individuele deelnemers/verkopers van accijnsproducten met het oog op de voldoening van de BTW gebruik kunnen maken van de regeling waarin voorzien in de nrs. 53 en 54, hiervoor.
AFDELING 2. DE AFNEMER VAN DE ACCIJNSPRODUCTEN IS EEN BELASTINGPLICHTIGE DIE GEHOUDEN IS TOT HET INDIENEN VAN PERIODIEKE AANGIFTEN BEDOELD IN ARTIKEL 53, EERSTE LID, 3°, VAN HET BTW-WETBOEK
57. Uitgangspunt : een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot indiening van periodieke aangiften zoals bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3, van het BTW-Wetboek, koopt accijnsproducten aan in een andere Lidstaat. De Belgische belastingplichtige deelt zijn "BE-nummer" mee aan de leverancier. De bij een erkend entrepothouder gekochte producten (onder de schorsingsregeling inzake accijns) worden door de leverancier, door de afnemer of voor hun rekening vervoerd naar België. De leverancier is een belastingplichtige die in de Lidstaat waar hij gevestigd is, gehouden is tot indiening van periodieke aangiften overeenkomstig artikel 22, vierde lid, van de Zesde Richtlijn (cfr. art. 53, eerste lid, 3, van het BTW-Wetboek).
Er dient te worden opgemerkt dat de tot het indienen van periodieke aangiften gehouden belastingplichtige beschouwd wordt als een particulier wanneer hij uitsluitend handelt voor zijn privé-doeleinden. In dat geval, zijn de regels zoals uiteengezet in de nrs. 28 en volgende van toepassing.
Tenslotte kan, indien de leverancier niet de hoedanigheid van erkend entrepothouder heeft, de schorsingsregeling inzake accijns niet van toepassing zijn. Hetzelfde geldt indien de afnemer niet de hoe- danigheid van erkend entrepothouder of geregistreerd of niet geregistreerd bedrijf heeft. Dienaangaande wordt verwezen naar de nrs. 73 en 74, hierna.
EERSTE ONDERAFDELING. ALGEMEEN
58. De levering van de betrokken accijnsproducten vindt plaats, in de Lidstaat waar deze goederen zich bevinden op het tijdstip van de aanvang van het vervoer of de verzending ervan naar de afnemer (art. 8, eerste lid, a), van de Zesde Richtlijn).
59. Deze levering is in die Lidstaat aan de BTW onderworpen (art. 2 van de Zesde Richtlijn). De maatstaf van heffing voor deze levering bestaat uit alles wat de leverancier verkrijgt of moet verkrijgen van de afnemer, met inbegrip van de belastingen, rechten en heffingen (art. 11, deel A, eerste lid, a) en tweede lid, a), van de Zesde Richtlijn). Deze levering is evenwel vrijgesteld, daar ze voldoet aan de voorwaarden van de vrijgestelde intracommunautaire levering :
- de geleverde goederen worden vervoerd of verzonden van een Lidstaat naar een andere Lidstaat;
- de levering wordt verricht voor een belastingplichtige die als zodanig optreedt in een andere Lidstaat dan die van het vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen en die er aldaar toe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen (art. 28quater, A, a), eerste lid, van de Zesde Richtlijn).
60. De Belgische afnemer verricht een intracommunautaire verwerving (art. 25bis, § 1, van het BTW-Wetboek). Deze vindt plaats in België, zijnde de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de aankomst van het vervoer of de verzending van de goederen naar de afnemer (art. 25quinquies, § 2, van het BTW-Wetboek). Ze is in de regel in België aan de BTW onderworpen (art. 25ter, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek) en ze dient in ieder geval te worden opgenomen in de door de verwerver in te dienen periodieke BTW-aangifte. Deze intracommunautaire verwerving vindt plaats op het tijdstip waarop de goederen ter beschikking worden gesteld van de verkrijger wanneer ze worden verzonden of vervoerd door de verkrijger of voor zijn rekening. Worden de producten evenwel vervoerd of verzonden naar de afnemer, door of voor rekening van de leverancier, dan vindt de intracommunautaire verwerving plaats op het tijdstip van de aankomst van dit vervoer of deze verzending (art. 25sexies en art. 16, § 1, eerste en tweede lid, van het BTW-Wetboek). De over deze intracommunautaire verwerving verschuldigde belasting wordt opeisbaar op de vijftiende van de maand volgend op die waarin de intracommunautaire verwerving heeft plaatsgevonden, tenzij de leverancier een factuur voor de totale prijs of voor het saldo van de prijs uitreikt vóór dat tijdstip. In dat geval wordt de BTW opeisbaar op het ogenblik van het uitreiken van de factuur (art. 25septies, § 2, van het BTW-Wetboek).
61. Deze principes inzake heffing van de BTW zijn van toepassing los van de behandeling van de betrokken transactie op accijnsgebied. Het feit dat de verkoop van de accijnsproducten zou geschieden onder schorsing van accijns, bijvoorbeeld tussen belastingentrepots, betekent niet dat deze transactie geen aanleiding geeft tot de opeisbaarheid van de BTW. De gewone principes inzake BTW, zoals hiervóór uiteengezet, blijven op deze intracommunautaire levering/verwerving van toepassing. De goederen genieten evenwel een voorlopige vrijstelling indien zij zich tevens onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot bevinden (BTW-entrepot; z. hieromtrent nr. 70, hierna).
De accijnsregeling beïnvloedt daarentegen wél de vaststelling van de maatstaf van heffing voor de intracommunautaire verwerving die de afnemer verricht in de Lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de accijnsproducten, in dit geval België. Hierna volgt een uiteenzetting over de wijze waarop de accijnsregeling de vaststelling van deze maatstaf van heffing beïnvloedt.
ONDERAFDELING 2. MAATSTAF VAN HEFFING EN VERPLICHTINGEN OP HET STUK VAN DE BTW
I. Principe
62. Voor intracommunautaire verwervingen bestaat de maatstaf van heffing uit dezelfde elementen als die welke in aanmerking komen voor de bepaling van de maatstaf van heffing voor de levering van dezelfde goederen in België (art, 26bis, eerste lid. van het BTW-Wetboek).
De belasting moet bijgevolg berekend worden over alles wat de leverancier van het goed als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de afnemer of van een derde (art. 26, eerste lid, van het BTW-Wetboek).
63. Artikel 26 van het BTW-Wetboek stelt bovendien uitdrukkelijk dat belastingen, rechten en heffingen eveneens in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen (art. 26, derde lid, van het BTW-Wetboek). Hiertoe behoren onder meer de accijnsrechten.
64. Wat de accijns betreft die in geval de goederen aangekocht worden onder toepassing van de schorsingsregeling (hetgeen veronderstelt dat de verkoper een erkend entrepothouder is) moeten opgenomen worden in de maatstaf van heffing voor de intracommunautaire verwerving die de Belgische belastingplichtige/afnemer verricht in België, moet het onderscheid gemaakt worden tussen de volgende situaties :
- de afnemer is een erkend entrepothouder;
- de afnemer is een geregistreerd of een niet-geregistreerd bedrijf.
II. Verschillende hypothesen in verband met de accijnsregeling
1. De afnemer is een erkend entrepothouder in België.(zie schema nr. 5)
1.1. Accijnsregeling
65. Inzake accijns verloopt deze transactie in beginsel volkomen neutraal. De verkoper/erkend entrepothouder verzendt de accijnsproducten immers onder schorsingsregeling naar de Belgische afnemer/erkend entrepothouder. De producten moeten niet tot verbruik worden uitgeslagen in de Lidstaat van vertrek. Er is aldaar bijgevolg geen accijns verschuldigd. De Belgische erkend entrepothouder mag de accijnsproducten onder schorsing ontvangen, voorhanden hebben, verwerken of eventueel verzenden. Het verkeer van accijnsproducten onder schorsingsregeling gebeurt onder dekking van de exemplaren 2, 3 en 4 van een A.G.D. Deze exemplaren worden aangeboden bij de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger van de accijnzen in de Lidstaat van aankomst, in dit geval België, Het exemplaar 3 wordt vervolgens teruggezonden naar de verzender. Het exemplaar 2 blijft bij de afnemer.
66. De erkend entrepothouder is de accijns slechts verschuldigd op het ogenblik waarop hij de producten ten verbruik aangeeft in België (of aan de schorsingsregeling onttrekt) of bij de vaststelling van tekorten. In de regel geschiedt de inning van de accijns bij de in verbruik stelling van accijnsproducten, door middel van een aangifte Acc-code 4 (art. 35 W. Acc. en art 6 en 7 van het M.B. van 23 december 1993). De accijns is in principe contant opvorderbaar. In voorkomend geval kan uitstel van betaling worden verleend. De modaliteiten hiervan verschillen evenwel naargelang van het betrokken product (art. 1 tot 5 van het M.B. van 29 december 1992 waarbij uitstel wordt verleend voor de betaling van de accijns (B.S., 31 december 1992), gewijzigd bij ministerieel besluit van 24 december 1996 (B.S., 31 december 1996).
1.2. BTW-regeling
67. De Belgische afnemer/belastingplichtige is ertoe gehouden de intracommunautaire verwerving van accijnsproducten die hij verricht in België op te nemen in de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk de BTW over deze intracommunautaire verwerving opeisbaar is geworden. De afnemer neemt de maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving op in één van de roosters 81 of 82 en in rooster 86; de verschuldigde BTW in rooster 55 en de BTW die volgens de gewone regels aftrekbaar is in rooster 59. De roosters 55 en 59 dienen vanzelfsprekend niet te worden ingevuld voor de intracommunautaire verwervingen die vrijgesteld zijn op grond van artikel 39quater (z. nr. 70, hierna).
68. Op het tijdstip van de intracommunautaire verwerving die de afnemer dient op te nemen in zijn periodieke aangifte, dient nog met geen enkele accijns rekening te worden gehouden in de berekening van de maatstaf van de verschuldigde BTW. In principe werd geen enkele accijns geheven over deze handeling, noch in de Lidstaat van vertrek, noch in de Lidstaat van aankomst.
Indien de afnemer/belastingplichtige de accijnsproducten echter ten verbruik uitslaat, en hij schuldenaar wordt van de hierover verschuldigde accijns, moet de Belgische accijns worden opgenomen in de maatstaf van heffing voor de intracommunautaire verwerving (art. 26bis, tweede lid, van het BTW-Wetboek).
69. De inning van de accijns die verschuldigd is ingevolge de inverbruikstelling door uitslag uit entrepot van accijnsproducten door een erkend entrepothouder, geschiedt door middel van een aangifte "ACC-code 4".
De Belgische afnemer/belastingplichtige/erkend entrepothouder neemt een kopie van de aangifte Acc-code 4 op in zijn inkomend factuurboek en brengt op deze kopie een verwijzing aan naar de factuur die werd uitgereikt voor de verkoop van de accijnsproducten door de in de andere Lidstaat gevestigde leverancier (de verkoop dus die eerder aanleiding heeft gegeven tot de intracommunautaire verwerving in hoofde van de Belgische belastingplichtige).
De BTW die verschuldigd is over het gedeelte van de maatstaf van heffing dat betrekking heeft op de Belgische accijns, moet worden voldaan in de periodieke aangifte met betrekking tot het belastbaar tijd- perk tijdens hetwelk de aangifte ten verbruik werd ingediend. Deze BTW kan in dezelfde periodieke aangifte in aftrek worden gebracht volgens de gewone regels.
De Belgische afnemer neemt het bedrag dat overeenstemt met de Belgische accijns op in zijn periodieke aangifte met betrekking tot de periode gedurende dewelke de accijns opeisbaar werd in één van de roosters 81 of 82 en in rooster 86. Het bedrag van de over deze accijns verschuldigde BTW wordt opgenomen in rooster 55. De BTW die volgens de gewone regels aftrekbaar is in rooster 59.
Indien de Belgische afnemer de accijnsproducten echter onmiddellijk bij de ontvangst ervan ten verbruik uitslaat (d.w.z. gedurende de periode van de periodieke aangifte waarin hij de intracommunautaire verwerving moet vermelden), moet de Belgische accijns die verschuldigd wordt ingevolge deze inverbruikstelling, uiteraard onmiddellijk worden opgenomen in de maatstaf van heffing voor de intracommunautaire verwerving.
Indien de afnemer/belastingplichtige/erkend entrepothouder de accijnsproducten niet ten verbruik uitslaat maar ze op zijn beurt ofwel verkoopt in entrepot met behoud van de schorsingsregeling ofwel ze verstuurt onder de schorsingsregeling naar een andere afnemer/erkend entrepothouder, wordt de maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving die hij verricht heeft en waarin geen enkele accijns is begrepen, op dat ogenblik definitief.
70. Overeenkomstig artikel 39quater, § 1, van het BTW-Wetboek, zijn van de belasting vrijgesteld, de invoeren, de intracommunautaire verwervingen en de leveringen van goederen die onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot worden geplaatst.
Artikel 39quater, § 2, bepaalt de plaatsen die als ander entrepot dan douane-entrepot worden beschouwd :
| l° | voor accijnsproducten, de in België gelegen plaatsen die aangemerkt worden als belastingentrepots in de zin van artikel 4, b, van de Richtlijn 92/12/EEG; |
| 2° | voor andere goederen dan accijnsproducten, de in België gelegen plaatsen die als zodanig door de Koning worden aangemerkt. |
"§ 1. De plaatsing van goederen onder de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot is beperkt :
| 1° | voor de goederen ingevoerd in België in de zin van artikel 23 van het Wetboek, tot dezelfde goederen als deze die overeenkomstig de geldende communautaire douanereglementering onder de regeling van douane-entrepot mogen worden geplaatst; |
| 2° | voor de andere goederen dan die bedoeld onder 1°, tot de goederen opgenomen in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 54. |
De enige accijnsproducten die opgenomen werden in de bijlage bij het koninklijk beluit nr. 54 zijn de minerale oliën.
Bijgevolg, wanneer minerale oliën, vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 54, die aangekocht werden onder een schorsingsregeling inzake accijns in een andere Lidstaat in België geplaatst worden onder de regeling van belastingentrepot, moeten zij eveneens verplicht geplaatst worden onder de regeling van het BTW-entrepot, met vrijstelling van de BTW op grond van artikel 39quater van het BTW-Wetboek. De intracommunautaire verwervingen van die producten zullen dus voorlopig vrijgesteld zijn van de BTW.
Voor de andere accijnsproducten kan de intracommunautaire verwerving nooit op grond van artikel 39quater van het BTW-Wetboek vrijgesteld zijn van de BTW.
De toepassingsvoorwaarden van de regeling van entrepot ander dan douane-entrepot worden besproken in de aanschrijving nr. 9, van 5 november 1996, waarnaar wordt verwezen.
2. De afnemer is een geregistreerd of niet-geregistreerd bedrijf in België (zie schema nr. 6)
2. 1. Accijnsregeling
71. Zowel een geregistreerd als een niet-geregistreerd bedrijf kunnen goederen onder schorsing van accijns ontvangen vanuit een belastingentrepot in een andere Lidstaat. Dit betekent dat de erkende entre-pothouder de accijnsproducten vanuit de andere Lidstaat naar België kan verzenden, zonder deze producten in verbruik te moeten stellen in de Lidstaat van vertrek. Er is bijgevolg geen accijns verschuldigd in de Lidstaat van vertrek. Het verkeer van de accijnsproducten onder schorsing geschiedt in dit geval, zoals het verkeer tussen belastingentrepots, onder dekking van een A.G.D.
In België, Lidstaat van aankomst, wordt de accijns verschuldigd op het ogenblik van de aankomst van de producten in het geregistreerd of niet-geregistreerd bedrijf. Ook in dit geval gebeurt de inning van de accijns door middel van een aangifte ACC-code 4.
2.2. BTW-regeling
72. De BTW op de intracommunautaire verwerving is in principe steeds verschuldigd (de vrijstelling op grond van artikel 39quater van het BTW-Wetboek kan nooit worden ingeroepen aangezien de goederen in onderhavig geval niet in een belastingentrepot worden geplaatst) en de BTW moet worden voldaan in de periodieke BTW-aangifte van de verwerver. De maatstaf van heffing voor de intracommunautaire verwerving die de Belgische afnemer/belastingplichtige verricht in België, omvat de accijns die hij in België verschuldigd is op het ogenblik van de ontvangst van de accijnsproducten (art. 26bis, tweede lid, van het BTW-Wetboek).
De afnemer neemt de maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving op in één van de roosters 81 of 82 en in rooster 86; de verschuldigde BTW in rooster 55 en de BTW die volgens de gewone regels aftrekbaar is in rooster 59.
3. Opmerking. Andere gevallen
3.1. Accijnsregeling
73. In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk dat de afnemer/belastingplichtige indiener in België noch de hoedanigheid van erkend entrepothouder, noch de hoedanigheid van geregistreerd bedrijf, noch de hoedanigheid van niet-geregistreerd bedrijf heeft.
Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn indien de afnemer handelt in de het kader van zijn economische activiteit maar geen verkoopsactiviteit van accijnsproducten uitoefent.
Daarenboven is het ook mogelijk dat de verkoper de hoedanigheid van erkend entrepothouder niet heeft.
In die omstandigheden, kan de afnemer geen accijnsproducten in een andere Lidstaat kopen onder een schorsingsregeling inzake accijns.
De regeling bedoeld in de nrs. 22 tot 24, hiervóór, zal in dergelijke gevallen in principe van toepassing zijn. De verzending van de accijnsproducten geschiedt in dergelijke gevallen onder dekking van een vereenvoudigd geleidedocument (V.G.D.), vergezeld van een akte van borgstelling voor de accijns. Het is eveneens mogelijk dat de Administratie der accijnzen, voor wat de inning van de accijns betreft, van mening is dat het regime van de verkopen op afstand inzake accijns van toepassing is (z. nrs. 19 tot 21, hiervóór).
In die gevallen, zal de accijns zowel geïnd worden in de Lidstaat van vertrek als in de Lidstaat van aankomst (z. toepasselijke regeling voor de leden van de groep van vier, in de afdeling 3 hierna en, voor de regeling van de verkopen op afstand op het vlak van de accijns, z. nr. 39, hiervoor). De terugbetaling van de accijns kan in de Lidstaat van vertrek worden gevraagd door de persoon die deze accijnsrechten heeft voldaan.
3.2. BTW-regeling
74. De maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving verricht door de afnemer/belastingplichtige in België bevat zowel de accijnsrechten voldaan in de Lidstaat van vertrek, als de Belgische accijns, op grond van artikel 26bis, eerste lid, en artikel 26, derde lid, van het BTW-Wetboek.
Wanneer de afnemer, na het tijdstip waarop de intracommunautaire verwerving in België plaatsvindt, de teruggave kan bekomen van de in de Lidstaat van aanvang van het vervoer of de verzending voldane accijns, zal de maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving, overeenkomstig artikel 26bis, derde lid, van het BTW-Wetboek, verminderd worden, voor zover de leverancier deze accijns aanrekende aan de afnemer en ze hem ook terugbetaalde. Dit doet in hoofde van de Belgische afnemer een vordering tot teruggaaf ontstaan van de BTW die werd geheven over het gedeelte van de maatstaf van heffing dat betrekking heeft op de teruggegeven accijns (art. 77, § 1, 1, van het Wetboek).
Teneinde deze vordering tot teruggaaf van BTW te kunnen uitoefenen, moet de Belgische afnemer in het bezit zijn van een document waaruit de terugbetaling van de in de Lidstaat van vertrek betaalde accijns blijkt. Het kan gaan om een verbeterend stuk (creditnota), afgeleverd door de leverancier, eventueel aangevuld met een afschrift van de aangifte ten verbruik van accijnsproducten die door de leverancier in de Lidstaat van vertrek werd ingediend en waarop de bevoegde overheid de teruggaaf van de accijnsrechten op de betrokken producten heeft vermeld.
In de periodieke aangifte met betrekking tot het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk het voormeld stuk werd uitgereikt door de leverancier, neemt de Belgische afnemer het bedrag van de accijns teruggegeven door de leverancier op in rooster 84. Hij brengt dit bedrag in mindering van het bedrag dat ingeschreven staat in één van de roosters 81 of 82 en van het bedrag in rooster 86.
De afnemer kan de teruggave verkrijgen van de belasting geheven over het gedeelte van de maatstaf van heffing dat overeenkomt met de teruggegeven accijns, ten vroegste in de periodieke aangifte met betrekking tot de periode waarin de leverancier het bovenvermelde document heeft uitgereikt, door de opname van dit bedrag in vak IV, C "Regularisaties" van zijn periodieke aangifte, onder de letter b) -aftrek-bare belasting (bedrag opgenomen in rooster 62). In dat geval, moet hij ook de initieel afgetrokken belasting herzien door inschrijving van het bedrag onder de letter c) - verschuldigde belasting (bedrag opgenomen in rooster 61). Wanneer de afnemer volledig recht op aftrek heeft van de BTW geheven over die intracommunautaire verwerving van accijnsproducten, aanvaardt de administratie evenwel dat geen enkele regularisatie uitgevoerd wordt.
AFDELING 3. DE AFNEMER VAN DE ACCIJNSPRODUCTEN IS HETZIJ EEN "KLEINE ONDERNEMING", HETZIJ EEN "VRIJGESTELDE BELASTINGPLICHTIGE", HETZIJ EEN "FORFAITAIRE LANDBOUWER" OF EEN "NIET-BELASTINGPLICHTIGE RECHTSPERSOON"
EERSTE ONDERAFDELING. INLEIDING : BEDOELDE AFNEMERS
75. Het betreft :
- de belastingplichtigen/kleine ondernemingen die onder toepassing vallen van de vrijstellingsregeling (art. 24 van de Zesde Richtlijn; art. 56, § 2, van het BTW-Wetboek);
- de belastingplichtigen/forfaitaire landbouwers (art. 25 van de Zesde Richtlijn; art. 57 van het BTW-Wetboek);
- de belastingplichtigen die enkel handelingen verrichten die vrijgesteld zijn door artikel 13 van de Zesde Richtlijn (art. 44 van het BTW-Wetboek), die hen geen recht op aftrek verlenen (b.v. ziekenhuizen, bejaardentehuizen, sportinrichtingen zonder winstoogmerk, onderwijsinstellingen, ... ). Deze vrijgestelde belastingplichtigen dienen geen periodieke aangiften in overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 3, van het BTW-Wetboek;
- de niet-belastingplichtige rechtspersonen. Dit zijn vooral:
- de publieke overheden (Staten, Gewesten, Gemeenschappen, Gewesten, provincies, gemeenten en de andere organen van publiek recht die geen belastingplichtigen zijn (art. 4, vijfde lid, van de Zesde Richtlijn en art. 6, eerste lid, van het BTW-Wetboek), behoudens de voorziene uitzonderingen (art. 4, vijfde lid, tweede en derde alinea, van de Zesde Richtlijn; art. 6, tweede en derde lid, van het BTW-Wetboek, en het kon. besl. nr. 26 van 2 december 1970, met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde);
- bepaalde andere niet-belastingplichtige rechtspersonen, zoals de holdingvennootschappen wiens activiteiten zich beperken tot het aanhouden van deelnemingen (arrest van het Europees Hof van Justitie in de zaak C-60/90).
Deze groep belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen worden in het bestek van deze aanschrijving de "groep van vier" genoemd.
Er dient te worden opgemerkt dat de belastingplichtigen die enkel handelingen verrichten die zijn vrijgesteld op grond van artikel 44 van het BTW-Wetboek, de belastingplichtigen die vallen onder de toepassing van de vrijstellingsregeling van artikel 56, § 2, van het BTW- Wetboek en de forfaitaire landbouwers bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek, voor zover zij uitsluitend handelen voor hun privé-doeleinden, als particulieren dienen beschouwd te worden. In dat geval zijn de regels uiteengezet onder de nrs. 28 en volgende van toepassing.
76. Uitgangspunt : Een in België gevestigd lid van de "groep van vier" koopt accijnsproducten aan in een andere Lidstaat. De verkochte producten worden door de leverancier, door de afnemer of voor hun rekening vervoerd naar België. De leverancier is een belastingplichtige die in de Lidstaat waar hij gevestigd is, gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften overeenkomstig artikel 22, vierde lid, van de Zesde Richtlijn (cfr. art. 53, eerste lid, 3, van het Belgisch BTW-Wetboek).
ONDERAFDELING 2. BTW-REGELING
I. De levering
77. De levering van de betrokken accijnsproducten vindt plaats daar waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de verzending of het vervoer naar de afnemer (art. 8, eerste lid, a), van de Zesde Richtlijn). Het is bijgevolg in de Lidstaat van waaruit de goederen vervoerd worden naar België dat deze levering aan de belasting is onderworpen (art. 2 van de Zesde Richtlijn). Zij vindt plaats op het tijdstip waarop het goed ter beschikking van de verkrijger wordt gesteld. Wanneer het goed in verband met de afgifte door of voor rekening van de leverancier wordt verzonden of vervoerd, vindt de levering plaats op het tijdstip van de aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer.
Deze levering is een "intracommunautaire levering": de goederen worden immers vervoerd of verzonden van een Lid-Staat naar een andere Lidstaat (België).
Deze levering is vrijgesteld in de volgende gevallen :
1. Eerste hypothese : de afnemer is een lid van de "groep van vier" dat ertoe gehouden is al zijn intracommunautaire verwervingen te onderwerpen aan de belasting
78. Het betreft een lid van de "groep van vier" die de drempel van 450.000 BEF heeft overschreden in het lopende kalenderjaar of in de loop van het vorige kalenderjaar of die ervoor geopteerd heeft zijn intracommunautaire verwervingen te onderwerpen aan de BTW (art. 25ter, § 1, tweede lid, 2, van het BTW-Wetboek).
De levering van de accijnsproducten aan dergelijke afnemer is in de Lidstaat van vertrek vrijgesteld van BTW, overeenkomstig artikel 28quater, A, a), van de Zesde Richtlijn (cfr. art. 39bis, eerste lid, 1, van het Belgisch BTW-Wetboek), indien terzelfder tijd voldaan is aan de volgende voorwaarden :
| l° | de levering wordt verricht door een belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften overeenkomstig artikel 22, vierde lid, van de Zesde Richtlijn (cfr. art. 53, eerste lid, 3°, van het Belgisch BTW-Wetboek); |
| 2° | de levering wordt verricht voor een lid van de "groep van vier" dat ertoe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen; |
| 3° | de accijnsproducten worden verzonden of vervoerd vanuit de Lidstaat van vertrek naar een andere Lidstaat (België), ofwel door de koper, ofwel door de verkoper of voor hun rekening. |
79. Het betreft een lid van de "groep van vier" die de drempel van 450.000 BEF belastbare intracommunautaire verwervingen niet heeft overschreden in het lopende kalenderjaar of in de loop van het vorige kalenderjaar en die er niet voor geopteerd heeft zijn intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan nieuwe vervoermiddelen of accijnsproducten aan de BTW te onderwerpen (art. 25ter, § 1, tweede lid, 2, van het BTW-Wetboek).
De levering van de accijnsproducten aan dergelijke afnemer is in de Lidstaat van vertrek vrijgesteld van BTW, overeenkomstig artikel 28quater, A, c), van de Zesde Richtlijn (cfr. art. 39bis, eerste lid, 3, van het Belgisch BTW-Wetboek), indien terzelfder tijd voldaan is aan de volgende voorwaarden :
| l° | de levering wordt verricht door een belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften overeenkomstig artikel 22, vierde lid, van de Zesde Richtlijn (cfr. art. 53, eerste lid, 3°, van het Belgisch BTW-Wetboek); |
| 2° | de levering wordt verricht voor een lid van de "groep van vier" dat er niet toe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten aan de belasting te onderwerpen; |
| 3° | de accijnsproducten worden verzonden of vervoerd vanuit de Lidstaat van vertrek naar een andere Lidstaat (België), ofwel door de koper, ofwel door de verkoper of voor hun rekening; |
| 4° | het vervoer of de verzending van de goederen wordt verricht overeenkomstig artikel 7, §§ 4 en 5 of artikel 16 van de accijnsrichtlijn 92/12/EEG. Het vervoer moet met andere woorden gebeuren onder dekking, ofwel van een "vereenvoudigd geleidedocumen" (V.G.D.) (z. art. 7. §§ 4 en 5 van de Richtlijn 92/12/EEG), ofwel van een "administratief geleidedocument" (A.G.D.) (in het geval van verkeer van accijnsproducten met schorsing van de accijns: art. 16 van de Richtlijn 92/12/EEG). |
A. Principe
80. We herinneren er nogmaals aan dat de verkoper een belastingplichtige is die in de Lidstaat van vertrek gehouden is tot de indiening van periodieke aangiften (z. "Uitgangspunt" hiervoor). De in België gevestigde afnemer/lid van de "groep van vier" verricht een intracommunautaire verwerving (art. 25bis, § 1, van het BTW-Wetboek) die in beginsel plaatsvindt in België, plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer (art. 25quinquies, § 2, van het BTWWetboek). Deze intracommunautaire verwerving is in België aan de belasting onderworpen ongeacht of de afnemer er al dan niet toe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen te onderwerpen aan de belasting (art. 25ter, § 1, eerste lid en tweede lid, 2, van het BTW-Wetboek). Deze intracommunautaire verwerving vindt plaats op het tijdstip waarop de goederen ter beschikking van de verkrijger worden gesteld. Worden de producten evenwel vervoerd of verzonden naar de afnemer, door of voor rekening van de leverancier, dan vindt de intracommunautaire verwerving plaats op het tijdstip van de aankomst van dit vervoer of deze verzending (art. 25sexies en art. 16, § 1, eerste en tweede lid, van het BTW-Wetboek). De belasting over deze intracommunautaire verwerving wordt opeisbaar, de vijftiende van de maand volgend op die waarin de intracommunautaire verwerving heeft plaatsgevonden, tenzij de leverancier een factuur voor de totale prijs of voor het saldo van de prijs uitreikt vóór dat tijdstip. In dat geval wordt de BTW opeisbaar op het ogenblik van het uitreiken van e factuur (art. 25septies, § 2, van het BTW-Wetboek).
B. Maatstaf van heffing
81. Wat de vaststelling betreft van de maatstaf van heffing voor de bepaling van de BTW die verschuldigd is over de hiervóór vermelde intracommunautaire verwerving en de verschillende hypothesen die terzake moeten onderscheiden worden, kan verwezen worden naar hetgeen uiteengezet werd aangaande de regeling voor intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten door belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van periodieke aangiften overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek.
Het volstaat hier op te merken dat normalerwijze (behalve in het uitzonderlijke geval waarin de buitenlandse leverancier de hoedanigheid van erkend entrepothouder en de koper/lid van de "groep van vier" de hoedanigheid van geregistreerd of niet-geregistreerd bedrijf zou hebben) de accijnsrechten zowel in de Lidstaat van vertrek als in de Lidstaat van aankomst zullen geheven worden en dat bijgevolg het stelsel met gebruikmaking van het vereenvoudigd geleidedocument (V.G.D.) zoals omschreven in de nrs. 22 tot 24 en 73 van toepassing zal zijn (z. echter ook nrs. 84 en 90, hierna).
Het is echter eveneens mogelijk dat de accijnsproducten, andere dan minerale oliën vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 54, die bestemd zijn voor een in België gevestigde afnemer/lid van de "groep van vier", met het oog op de betaling van de Belgische accijns naar een in België gevestigde erkende entrepothouder worden verzonden met toepassing van de schorsingsregeling inzake accijns onder dekking van een A.G.D., teneinde de heffingswijze waarvan sprake onder de nrs. 50 t.e.m. 52, hiervoor, toe te passen (zie ook nr. 88, hierna).
C. Wijze van voldoening van de belasting
82. Aangezien de BTW in ieder geval opeisbaar is over de intracommunautaire verwerving van de accijnsproducten die worden verricht door een lid van de "groep van vier" (de vrijstelling waarin is voorzien in art. 42 van het BTW-Wetboek buiten beschouwing gelaten), verloopt de heffing van deze BTW op een verschillende wijze naargelang de verwerver al dan niet gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen aan de belasting te onderwerpen.
1. Eerste hypothese : de afnemer is ertoe gehouden al zijn intracommunautaire verwervingen te onderwerpen aan de BTW (zie schema nr. 7)
1.1. Algemeen
83. De afnemer is ertoe gehouden de intracommunautaire verwerving van de accijnsproducten die hij verricht in België op te nemen in de bijzondere aangifte overeenkomstig artikel 53ter, 1°, van het BTW-Wetboek, met betrekking tot het kalenderkwartaal tijdens hetwelk de BTW over deze intracommunautaire verwerving opeisbaar is geworden. De afnemer neemt de maatstaf van heffing van de intracommunautaire verwerving op in rooster 73 en de verschuldigde BTW in rooster 80. De betrokken categorieën van afnemers beschikken niet over een recht op aftrek dat in een periodieke BTW-aangifte kan worden uitgeoefend. Tot slot moet de handeling overeenkomstig de algemene regels terzake ingeschreven worden in "Kader V : Opgave van de aangegeven handelingen" van de voormelde bijzondere aangifte.
1.2. Gevolgen inzake BTW van de teruggaaf van accijns aan de leverancier in de Lidstaat van vertrek
84. De maatstaf van heffing voor de intracommunautaire verwerving die wordt verricht door de afnemer in België, kan verminderd worden met het bedrag aan accijns waarvan de leverancier teruggaaf verkrijgt in de Lidstaat van vertrek van de accijnsproducten, voor zover de leverancier ze aan de afnemer aanrekende en ze hem heeft terugbetaald. Dit doet in hoofde van de Belgische afnemer een vordering tot teruggaaf ontstaan van de BTW die werd geheven over het gedeelte van de maatstaf van heffing dat betrekking heeft op de teruggegeven accijns (art. 77, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek).
Teneinde deze vordering tot teruggaaf van BTW te kunnen uitoefenen, moet de Belgische afnemer over een verbeterend stuk (creditnota) beschikken, afgeleverd door de leverancier, voor het bedrag van de teruggegeven buitenlandse accijns.
In Kader IV, B, 2 van de bijzondere aangifte met betrekking tot het kwartaal tijdens hetwelk het voormeld stuk werd uitgereikt door de leverancier, vermeldt de Belgische afnemer het bedrag van de BTW die verschuldigd was over het gedeelte van de maatstaf van heffing dat betrekking had op de accijns die de leverancier hem teruggegeven heeft.
De Belgische afnemer verwerkt deze regularisatie bovendien in Kader V van de voormelde bijzondere aangifte. Naast de traditionele vermeldingen wordt het bedrag van de BTW waarvan de Belgische afnemer teruggaaf kan krijgen ingeschreven in kolom 10 van dit Kader V. Het bedrag aan accijns dat de leverancier teruggegeven heeft en waarvoor hij een creditnota heeft uitgereikt aan de Belgische afnemer, wordt ingeschreven in kolom 7 van Kader V, voorafgegaan door het teken "-".
2. Tweede hypothese : de afnemer is er niet toe gehouden zijn intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen, te onderwerpen aan de BTW (zie schema nr. 8)
2.1. Algemeen
85. In het artikel 58, § 1bis, van het BTW-Wetboek, wordt de wijze van heffing en van de eventuele teruggave geregeld van de BTW die verschuldigd is over de intracommunautaire verwerving van accijnsproducten, andere dan tabaksfabrikaten, die worden verricht door leden van "de groep van vier" die er niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten en nieuwe vervoermiddelen te onderwerpen aan de BTW.
De betrokken categorieën van afnemers voldoen de BTW die verschuldigd is over de intracommunautaire verwervingen van de voormelde accijnsproducten aan de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger die bevoegd is voor de accijns.
De toepassing van artikel 58, § 1bis, van het BTW-Wetboek, wordt geregeld in het koninklijk besluit nr. 51 van 14 april 1993, met betrekking tot de vereenvoudigingsregeling voor intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.
2.2. Het koninklijk besluit nr. 51
2.2.1. Toepassingsgebied
86. De regeling van koninklijk besluit nr. 51 is van toepassing op de intracommunautaire verwervingen (art. 1 van het kon. besl. nr. 51) :
- door leden van "de groep van vier" die er niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten of nieuwe vervoermiddelen te onderwerpen aan de BTW;
- van minerale oliën of alcohol en alcoholhoudende dranken (z. art. 1, § 6, 4, a) en b), van het BTW-Wetboek);
- die worden vervoerd of verzonden vanuit een andere Lidstaat naar België onder dekking van de exemplaren 2 en 3 van een vereenvoudigd geleidedocument (V.G.D.), of van een vervangend handelsdocument vergezeld van de kopie van borgstelling van de accijns die verschuldigd is in België (art. 7 W. Acc.; art. 7 van de richtlijn 92/12/EEG).
2.2.2. Wijze van voldoening van de BTW
Principe
87. De BTW die verschuldigd is over de voormelde intracommunautaire verwervingen is opeisbaar op hetzelfde tijdstip als de accijns of de controleretributie en wordt door de Belgische afnemer voldaan aan de bevoegde Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger van de douane en accijnzen (art. 1, eerste lid, van het kon. besl. nr. 51).
De accijns wordt betaald op zicht van een aangifte ten verbruik die bestaat uit de exemplaren 6 en 8 van het Enig Document zoals omschreven in artikel 1 van het ministerieel besluit van 11 februari 1991 betreffende de aangifte inzake douane en accijnzen (art. 6, § 1, van het ministerieel besluit van 23 december 1993 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daar-van en de controle daarop (het "M.B.Acc."". De afnemer moet de aangifte ten verbruik inzake accijns indienen bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der douane en accijnzen die bevoegd is voor het gebied waar de afnemer gevestigd is, ten laatste de eerste werkdag na de aankomst van de accijnsproducten in België (art. 10 van het M.B.-Acc.). De Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger maakt melding van de betaling van de Belgische accijns in vak B op de exemplaren 2 en 3 van het V.G.D.
De aangifte ten verbruik geldt als BTW-aangifte (art. 5 van het kon. besl. nr. 51). Zij moet vergezeld zijn van de door de leverancier uitgereikte factuur of van een als zodanig geldend document dat de levering van de accijnsproducten vaststelt evenals van alle andere stukken waaruit blijkt dat de vermeldingen op de factuur of het document juist zijn en die de gegevens staven die werden opgenomen in de aangifte ten verbruik. Het betreft onder meer bestelbons, contracten, verzendingsstukken, vervoerdocurnenten en betalingsstukken die opgemaakt werden door de Belgische afnemer of die hem werden overhandigd.
Opmerkingen
88. Het is mogelijk dat de accijnsproducten, andere dan de minerale oliën vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 54, die bestemd zijn voor een in België gevestigde afnemer/lid van de "groep van vier", met het oog op de betaling van de Belgische accijns naar een in België gevestigde erkend entrepothouder worden verzonden met toepassing van de schorsingsregeling inzake accijns onder dekking van een A.G.D.
Vermits de afnemer/lid van de "groep van vier" in onderhavige veronderstelling niet gehouden is tot het indienen van een bijzondere BTW-aangifte, kan de heffingswijze uiteengezet onder de nrs. 50 t.e.m. 52, hiervoor, mutatis mutandis, worden toegepast.
Hierdoor wordt de verschuldigde BTW over de intracommunautaire verwerving van de accijnsproducten voldaan door de in België gevestigde erkend entrepothouder en wordt de afnemer/lid van de "groep van vier" geacht de BTW te hebben voldaan door tussenkomst van zijn lasthebber.
89. In de veronderstelling dat de transactie betrekking heeft op accijnsproducten die door de verkoper of voor diens rekening werden vervoerd naar de afnemer in België, is het mogelijk dat de Administratie der douane en accijnzen deze handeling op het vlak van de accijns aanmerkt als een verkoop op afstand. In dergelijk geval is het de verkoper die de Belgische accijns moet voldoen en die de aangifte ten verbruik moet indienen bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger die bevoegd is voor het gebied waar de afnemer is gevestigd, eveneens ten laatste de eerste werkdag na de aankomst van de accijnsproducten bij de afnemer (de regeling voor de verkopen op afstand inzake accijns; art. 11 W. Acc. en art. 11 M.B. Acc.; z. Deel II, hoofdstuk 1, afdeling 1, onderafdeling 3 - nrs. 39 tot 52, hiervoor). Ook in dit geval moet de BTW voldaan worden op hetzelfde tijdstip als de accijns, door de Belgische afnemer of voor diens rekening (het is bijgevolg toegelaten dat de verkoper van de accijnsproducten de BTW voldoet aan de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger der douane en accijnzen in naam en voor rekening van de Belgische afnemer).
2.2.3. Teruggaaf
90. De maatstaf van heffing voor de intracommunautaire verwerving door de afnemer in België, kan verminderd worden met het bedrag aan accijns waarvan de leverancier teruggaaf verkrijgt in de Lidstaat van vertrek van de accijnsproducten, voor zover de leverancier ze heeft aangerekend aan de afnemer en ze hem heeft terugbetaald. Dit doet in hoofde van de Belgische afnemer een vordering tot teruggaaf ontstaan van de BTW die werd geheven over het gedeelte van de maatstaf van heffing dat betrekking heeft op de teruggegeven accijns (art. 77, § 1, l°, van het BTW-Wetboek).
De Belgische afnemer kan bij de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger der douane en accijnzen waar de Belgische accijns en BTW werd voldaan, schriftelijk om teruggaaf verzoeken van het hogervermeld bedrag aan BTW. Deze schriftelijke aanvraag om teruggaaf moet vergezeld zijn van de documenten en bewijzen waarin is voorzien in het volgende lid en worden ingediend bij de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger der douane en accijnzen binnen de verjaringstermijn van de vordering tot teruggaaf overeenkomstig het BTW-Wetboek of de uitvoeringsbesluiten.
Teneinde deze vordering tot teruggaaf van BTW te kunnen uitoefenen, moet de Belgische afnemer :
- een verbeterend stuk (creditnota) afgeleverd door de leverancier voorleggen voor het bedrag van de terugbetaalde buitenlandse accijns;
- de voormelde factuur of ieder ander als zodanig geldend stuk kunnen voorleggen dat de transactie vaststelt die aanleiding heeft gegeven tot de intracommunautaire verwerving van de accijnsproducten;
- de betaling kunnen bewijzen van de BTW die het voorwerp uitmaakt van de aanvraag om teruggaaf (art. 6, tweede lid, van het kon. besl. nr. 51).
Op een aanvraag om teruggaaf van minder dan 300 frank wordt echter niet ingegaan (art. 12, § 2, van het kon. besl. nr. 4 van 29 december 1969).
D. Vrijstelling van BTW
91. De intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten die voldoen aan de voorwaarden uiteengezet onder punt 2.2.1. hiervoor zijn vrijgesteld van de BTW in België wanneer ze betrekking hebben op accijnsproducten die vrijgesteld zijn van accijns overeenkomstig artikel 23 van de richtlijn 92/12/EEG.
Deze vrijstelling van accijns betreft accijnsproducten die bestemd zijn :
- om te worden geleverd in het kader van diplomatieke of consulaire betrekkingen;
- voor de internationale organisaties die als zodanig zijn erkend door de Lidstaat van aankomst evenals voor de leden van die organisaties. Deze vrijstelling geldt slechts binnen de grenzen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld bij de internationale overeenkomsten tot oprichting van deze organisaties of bij de zetelovereenkomsten;
- voor de strijdkrachten van alle Staten die partij zijn bij het Noord- atlantisch Verdrag, met uitzondering van de Lidstaat waarin de accijns verschuldigd is, alsmede voor de gewapende strijdkrachten bedoeld in artikel 1 van Beschikking 90/640/EEG, voor het gebruik door deze strijdkrachten, door het burgerlijk personeel dat hen vergezelt of voor de bevoorrading van hun messes of kantines;
- om te worden verbruikt in het kader van een met derde landen of internationale organisaties gesloten overeenkomst voor zover zo'n overeenkomst wordt aanvaard of toegestaan op het gebied van vrijstelling van BTW.
De aangifte ten verbruik inzake accijns die wordt overhandigd aan de bevoegde Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger van de douane en accijnzen geldt als aanvraag om vrijstelling van de BTW (art. 5 van het kon. besl. nr. 51). Zij moet vergezeld zijn van de door de leverancier uitgereikte factuur of van het als zodanig geldend document met betrekking tot de levering samen met alle andere stukken waaruit blijkt dat de vermeldingen van de factuur of het document juist zijn en die de gegevens staven die werden opgenomen in de aangifte ten verbruik. Het betreft onder meer bestelbons, contracten, verzendingsstukken, vervoer-documenten, betalingsstukken en stukken tot bewijs van de vrijstelling van de BTW die opgemaakt werden door de Belgische afnemer of die hem werden overhandigd.
HOOFDSTUK 2. DE BIJZONDERE ACCIJNS- EN BTW-REGELING VOOR TABAKSFABRIKATEN
92. De behandeling inzake accijns van de tabaksfabrikaten wordt geregeld door de Wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak (B.S., 16 mei 1997; omzetting van de richtlijn 92/78/EEG van 19 oktober 1992, P.B., nr. L 316 van 31 oktober 1992) en door het ministerieel besluit van 1 augustus 1994 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak (B.S., 22 augustus 1994), onverminderd evenwel de algemene bepalingen van de Wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (B.S., 1 augustus 1997) (z. Deel I van deze aanschr.).
EERSTE AFDELING. KRACHTLIJNEN VAN DE BIJZONDERE ACCIJNSREGELING VOOR TABAKSFABRIKANTEN
Principe
93. De tabaksfabrikaten die onderworpen zijn aan deze bijzondere regeling worden gedefinieerd in de Wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak (hierna "W. tabak"). De bijzondere accijnsregeling voor deze tabaksfabrikaten maakt het voorwerp uit van het ministerieel besluit van 1 augustus 1994 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak (hierna "M.B. tabak"). Hierna worden de belangrijkste punten van deze bijzondere regeling kort toegelicht.
Elke bezitter of houder van een werkende tabaksfabriek evenals elke kerver moet zich laten erkennen als erkend entrepothouder (art. 2, M.B. tabak). "Fabrikant" is elke in België gevestigde persoon die tabaksfabrikaten vervaardigt (art. 1, M.B. tabak). "Kerver" is degene die zijn werkzaamheden beperkt tot het snijden of op andere wijze versnipperen van tabak opdat deze geschikt zouden zijn om zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt (art. 1, M.B. tabak).
De inning van de accijns op tabaksfabrikaten gebeurt door middel van fiscale kentekens, de zgn. fiscale bandjes en de fiscale zegels (art. 21, M.B. tabak). Deze accijns wordt berekend volgens de klein-handelsprijs van de betrokken producten (art. 22, M.B. tabak). De accijns die verschuldigd is volgens de betrokken kleinhandelsprijs, evenals de verschuldigde BTW, werd vastgesteld in een tabel die het voorwerp uitmaakt van de bijlage VIII bij het ministerieel besluit van 1 augustus 1994 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak.
De betaling van de accijns blijkt uit het aanbrengen van een fiscaal bandje op de betrokken tabaksfabrikaten (art. 28, M.B. tabak). Op tabaksfabrikaten die bestemd zijn voor het verbruik in België mogen slechts Belgische fiscale bandjes worden aangebracht. De tabaksfabrikaten die vanuit een andere Lidstaat naar België worden vervoerd met het oog op in verbruik stelling mogen slechts in ontvangst genomen worden door de Belgische afnemer op voorwaarde dat de hogervermelde fiscale bandjes reeds vooraf op de betrokken producten aangebracht werden (art. 85, M.B. tabak). Tabaksfabrikaten die vanuit een andere Lidstaat verzonden worden naar België zonder bekleed te zijn met een fiscaal kenteken worden bij aankomst in België verzonden naar een belastingentrepot (art. 86, M.B, tabak).
De Belgische fiscale bandjes kunnen verkregen worden bij de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger van het accijnskantoor "Brussel Tabak", middels een aanvraag volgens het model nr. 501 (bijlage V bij het M.B. tabak). Het bedrag aan accijns én aan BTW, dat verschuldigd is overeenkomstig de voormelde tabel, moet betaald worden op het ogenblik van de bestelling van de fiscale bandjes (art. 35 en 36, M.B. tabak). In principe wordt de belasting met betrekking tot de bestelde fiscale bandjes betaald ofwel door een storting in speciën op het kantoor van de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger, ofwel door overschrijving of storting op de postchequerekening van de Eerstaanwezend inspecteur -ontvanger. De aanvrager die de kentekens afhaalt op het kantoor van de Eerstaanwezend inspecteur - ontvanger, moet evenwel betalen op het ogenblik dat de kentekens hem overhandigd worden (art. 37, M.B. tabak).
AFDELING 2. DE BIJZONDERE BTW-REGELING VOOR TABAKSFABRIKATEN (ART. 58, § 1 VAN HET BTW-WETBOEK; KON. BESL. NR. 13 VAN 29 DECEMBER 1992, MET BETREKKING TOT DE REGELING VOOR DE TABAKSFABRIKATEN OP HET STUK VAN DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE)
94. De bijzondere BTW-regeling voor de tabaksfabrikaten geldt voor de tabaksfabrikaten zoals omschreven door de Wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak (B.S., 16 mei 1997; omzetting van de Richtlijn 92/78/EEG van 19 oktober 1992, P.B., nr. L 316 van 31 oktober 1992). Zij geldt eveneens voor tabakssurrogaten, in de mate waarin deze voor de heffing van de accijns gelijkgesteld worden met tabaksfabrikaten (art. 58, § 1. tweede lid, van het BTW-Wetboek; art. 8, W. tabak).
De BTW die te lande verschuldigd is voor de levering, de invoer of de intracommunautaire verwerving van deze tabaksfabrikaten in België, is opeisbaar op hetzelfde tijdstip als de accijns (art. 58, § 1, eerste en derde lid, van het BTW-Wetboek; art. 1, eerste lid, van het kon. besl. nr. 13). Het bedrag aan BTW dat verschuldigd is, is het bedrag dat aangeduid is in de tabel die in bijlage is toegevoegd aan het ministerieel besluit van 1 augustus 1994 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak (bijlage VIII; z. hiervoor).
Het is steeds de schuldenaar van de accijns die de verschuldigde BTW moet betalen aan de Eerstaanwezend inspecteur-ontvanger van het accijnskantoor "Brussel Tabak", samen met de accijns (z. hiervoor) (art. 1, tweede lid, van het kon. besl. nr. 13).
De leveringen die plaatsvinden in België worden gefactureerd tegen een prijs inclusief belasting. Bovendien moet op de factuur de vermelding voorkomen : "Tabaksfabrikaten : BTW voldaan bij de bron en niet aftrekbaar".
A. Intracommunautaire verwerving door een belastingplichtige- indiener
95. Niettegenstaande de heffing van de BTW plaatsvindt bij de aankoop van de fiscale bandjes, is de Belgische koper, in de hoedanigheid van belastingplichtige-indiener, ertoe gehouden de intracommunautaire verwervingen van tabaksfabrikaten die hij verricht in België te vermelden in zijn periodieke aangifte.
Daartoe neemt hij het bedrag, vermeld op de aankoopfactuur van de tabaksfabrikaten, op in de roosters 81 en 86 van de periodieke aangifte met betrekking tot de periode waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan. Op het moment van de aankoop van de fiscale bandjes, neemt hij het bedrag van de accijnzen en van de BTW op in het rooster 81 van de aangifte (geen enkel bedrag wordt dan vermeld in rooster 86 van de aangifte).
De roosters 55 en 59 moeten uiteraard niet worden aangewend voor de intracommunautaire verwerving van tabaksfabrikaten, aangezien de BTW reeds voldaan werd bij de aankoop van de fiscale bandjes.
Wat de wederverkoop betreft, moet het bedrag van de verkoopprijs, inclusief BTW, opgenomen worden in rooster 00 van de periodieke aangifte.
B. Intracommunautaire verwerving door iedere andere persoon
96. De heffing van de BTW vindt plaats bij de aankoop van de fiscale bandjes.
Geen enkel bedrag dient opgenomen te worden in een speciale aangifte, zelfs niet indien de koper een lid is van de "groep van vier" die ertoe gehouden is al zijn intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen.
De koper moet evenwel beschikken over het bewijs van de aankoop van de fiscale bandjes.
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
R. SUCAET
BIJLAGEN : Schema's 1 tot 8 en overzichtstabel
- BIJLAGE 1 - Schema nr. 1 LID-STAAT BELGIE + -------------------+ +-------------------+ ¦ BTW : ¦ ¦ BTW : ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ niet-vrijgestelde ¦ ¦ niet-onderworpen ¦ ¦ levering ¦ ¦ intracommunautaire¦ ¦ ¦ ¦ verwerving ¦ +------------¦------+ +-------------------+ ¦ aangifte ¦ ¦ +------------¦-----------+ +------------------------+ ¦ BP/indiener --------------> particulier ¦ +------------¦-----------+ (2) +------------------------+ ¦ levering van accijnsproducten met (1) voldoening accijns vervoer door de particulier zelf, voor ¦ eigen behoeften (beneden de ¦ indicatieve limieten) +------------¦------+ +-------------------+ ¦ ¦ ¦ geen accijns ¦ ¦ ¦ ¦ verschuldigd ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Accijns 1 ¦ ¦ Accijns 2 ¦ +-------------------+ +-------------------+ - BIJLAGE 2 - Schema nr. 2 LID-STAAT BELGIE + -------------------+ +-------------------+ ¦ BTW : ¦ ¦ BTW : ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ niet-vrijgestelde ¦ ¦ niet-onderworpen ¦ ¦ levering ¦ ¦ intracommunautaire¦ ¦ ¦ ¦ verwerving ¦ +------------¦------+ +-------------------+ ¦ levering van accijnsproducten met vervoer (6) aangifte ¦ voor rekening van de particulier ¦ + ex. 1 Benelux 3 +------------¦-----------+ (4) +------------------------+ ¦ BP/indiener ---------------> particulier ¦ ¦ ¦ ¦ +------------¦-----------+ +-----¦-------¦--------¦-+ ¦ betaling¦ Be ¦ borg ¦ (1) voldoening accijns Acc- ¦ ne- ¦ stel-¦ ¦ code 4 ¦ lux ¦ ling ¦ ¦ (5) 3 (3) (2) +------------¦------+ +¦-------¦--------¦-+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Accijns 1 ¦ ¦ Accijns 2 ¦ +-------------------+ +-------------------+ - BIJLAGE 3 - Schema nr. 3 LID-STAAT BELGIE + -------------------+ aangifte +-------------------+ ¦ BTW : ¦ teruggaaf ¦ BTW : ¦ ¦ ¦ BTW over ¦ ¦ ¦ verkoop op ¦ accijns1+- (9) --> levering ¦ ¦ afstand ¦ ¦ ¦ in ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ België ¦ +------------¦------+ +-----+ +-¦-----------------+ (5) aangifte ¦ AV ¦ (6) +aangifte MVH incl. ¦ +- (8) ------->¦ BTW ¦+ accijns 1 2 ¦ ¦ creditnota +-----+¦ ¦ ¦ excl. BTW ¦ +------------ (8) creditnota ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ incl. BTW ¦ ¦ ¦ (3)factuur incl. ¦ ¦ ¦ + (3)factuur-+ ¦ BTW ¦ ¦ ¦ ¦ excl. BTW ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +---------------+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ levering van accijnsproducten ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ met vervoer door of voor ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ rekening van de verkoper ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ + kopie borgstelling ¦ ¦ +------------¦-¦-¦-------+ (3) +--------------¦-¦-------+ ¦ BP/indiener --------------->particulier ¦ +---------------¦----¦-¦-+ +------------------------+ (1)voldoening ¦ ¦ +---------------------------------+ vol- ¦ accijns ¦ +-------------------+ borg- ¦ doening ¦ (7)teruggaaf (2)stelling (4)even- ¦ ¦ ¦ accijns ¦ tueel +-¦-------------¦---+ +¦---------------¦--+via ¦ ¦ ¦ ¦FV ¦ ¦ ¦ ¦Acc. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Accijns 1 ¦ ¦ Accijns 2 ¦ +-------------------+ +-------------------+ - BIJLAGE 4 - Schema nr. 4 LID-STAAT BELGIE + -------------------+ +-------------------+ ¦ BTW : ¦ ¦ BTW : ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ verkoop op ¦ ¦ levering in ¦ ¦ afstand ¦ ¦ België ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +------------¦------+ +-------------------+ ¦ levering van accijnsproducten met vervoer aangifte(5) door of voor rekening van de verkoper ¦ + kopie borgstelling + factuur incl. BTW/Mvh ¦ incl. accijns 1 2 +------------------------+ +------------------------+ ¦ BP/indiener ----- (3) ----> particulier ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ----- (7) ----> ¦ +------¦-----¦-------¦ ¦¦+ credit- +------------------------+ ¦ ¦ ¦ ¦++ nota incl. BTW (1)voldoening (6)terug- ¦ ¦ ¦ accijns ¦ gaaf ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ + (4) voldoening accijns + --------+ ¦ ¦ ¦ ¦ BTW eventueel via FV Acc. ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ + (2) borgstelling accijns + BTW --+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ + (8) teruggaaf BTW over accijns 1+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +------¦-----¦------+ +-------------¦--¦-¦+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Accijns 1 ¦ ¦ Accijns 2 ¦ +-------------------+ +-------------------+ - BIJLAGE 5 - Schema nr. 5 LID-STAAT BELGIE + -------------------+ +-------------------+ ¦ BTW : ¦ ¦ BTW : ¦ ¦ ¦ ¦ belastbare ¦ ¦ vrijgestelde ¦ ¦ intracommunautaire¦ ¦ levering ¦ ¦ verwerving ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +------------¦------+ +-¦----------¦------+ ¦ (7) regularisatie (5) (4) aangifte + listing BTW op accijns 2 aangifte ¦ ¦ ¦ +------------¦-----------+ +------¦----------¦------+ ¦ BP/indiener --------------> BP/indiener erkend ¦ ¦ ¦ ¦ entrepothouder ¦ +------------¦-----------+ (1) +-------------¦--¦------¦+ ¦ levering van accijnsproducten ¦ (2) ¦ ¦ met vervoer door of voor ¦ aanbie- ¦ ¦ rekening van de koper of verkoper¦ ding ¦ ¦ + AGD ex. 2, 3 4 ¦ AGD ex. ¦ ¦ ¦ 2,3 4 ¦ ¦ ¦ ¦ (6) + (3) AGD ex. 3---------------------+ ¦ uitslag ten ¦ verbruik ¦ Acc-code 4 ¦ ¦ +-------------------+ +-----------¦------¦+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Accijns 1 ¦ ¦ Accijns 2 ¦ +-------------------+ +-------------------+ - BIJLAGE 6 - Schema nr. 6 LID-STAAT BELGIE + -------------------+ +-------------------+ ¦ BTW : ¦ ¦ BTW : ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ vrijgestelde ¦ ¦ belastbare ¦ ¦ levering ¦ ¦ intracommunautaire¦ ¦ ¦ ¦ verwerving ¦ +------------¦------+ +-----------¦-------+ ¦ ¦ (5)aangifte + listing aangifte : MVH incl. accijns 2 ¦ ¦ +------------¦-----------+ +----------------¦-------+ ¦ BP/indiener --------------> BP/indiener ¦ ¦ ¦ ¦ (niet-)geregistreerd ¦ ¦ ¦ ¦ bedrijf ¦ +------------¦-----------+ (1) +---------------------¦¦¦+ ¦ levering van accijnsproducten ¦¦¦ (1) voldoening accijns met vervoer door of voor ¦¦¦ ¦ rekening van de koper of verkoper¦¦¦ ¦ + AGD ex. 2, 3 4 ¦¦¦ ¦ ¦¦¦ +----- (4) AGD ex. 3 -----------------------+¦¦ +----------------+¦ (2)aanbieding AGD ex.2,3 4 ¦ ¦ +---------+ ¦ (3) uitslag ten verbuik ¦ bij aankomst ¦ ACC-code 4 +-------------------+ +¦-------¦----------+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Accijns 1 ¦ ¦ Accijns 2 ¦ +-------------------+ +-------------------+ - BIJLAGE 7 - Schema nr. 7 LID-STAAT BELGIE + -------------------+ +-------------------+ ¦ BTW : ¦ ¦ BTW : ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ vrijgestelde ¦ ¦ belastbare ¦ ¦ levering ¦ ¦ intracommunautaire¦ ¦ ¦ ¦ verwerving ¦ +------------¦------+ +---¦------------¦--+ ¦ (11) (7) (5) aangifte + listing bijzondere bijzondere ¦ aangifte aangifte ¦ teruggaaf BTW MVH incl. ¦ over accijns accijns 1 ¦ 1 ¦ 2 ¦ +------------¦------+ +--------¦------------¦--+ ¦ -- (3)opsturen kopie ---- ¦ ¦ BP/indiener ¦ borgstelling ¦ groep van 4 boven ¦ ¦ ¦ (Benelux 3) ¦ drempel of ¦ ¦ ¦ ¦ geopteerd ¦ ¦ -- (4)levering van ------> ¦ ¦ ¦ accijnsproduc- ¦ ¦ ¦ ¦ ten + Benelux 3 ¦ ¦ ¦ ¦ + VGD ex. 2 3 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -- (8)VGD ex. 3 --------- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -- (10)bewijs -----------> ¦ ¦ ¦ teruggaaf ¦ ¦ ¦ ¦ accijns 1 ¦ ¦ +--¦---------¦------+ +------¦-----------¦-----+ (1) (9) (2) (6) voldoening teruggaaf borgstelling voldoe- accijns ¦ ¦ ning ¦ ¦ ¦ ¦ +--¦---------¦------+ +-¦-----------¦-----+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Accijns 1 ¦ ¦ Accijns 2 ¦ +-------------------+ +-------------------+ - BIJLAGE 8 - Schema nr. 8 LID-STAAT BELGIE + -------------------+ +-------------------+ ¦ BTW : ¦ ¦ BTW : ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ vrijgestelde ¦ ¦ belastbare ¦ ¦ levering ¦ ¦ intracommunautaire¦ ¦ ¦ ¦ verwerving ¦ +------------¦------+ +-------------------+ ¦ (5) aangifte ¦ +------------¦------+ +------------------------+ ¦ -- (3)opsturen kopie ---- ¦ ¦ BP/indiener ¦ borgstelling ¦ groep van 4 onder ¦ ¦ ¦ (Benelux 3) ¦ drempel en niet ¦ ¦ ¦ ¦ geopteerd ¦ ¦ -- (4)levering van ------> ¦ ¦ ¦ accijnsproduc- ¦ ¦ ¦ ¦ ten + Benelux 3 ¦ ¦ ¦ ¦ + VGD ex. 2 3 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -- (8)VGD ex. 3 --------- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -- (10)bewijs -----------> ¦ ¦ ¦ teruggaaf ¦ ¦ ¦ ¦ accijns 1 ¦ ¦ +--¦---------¦------+ +-----¦----¦-------¦-----+ (1) (8) (2) (6) (10) voldoening teruggaaf borgstelling voldoe- terug- accijns ¦ ¦ ning gaaf ¦ ¦ ¦ MVH BTW ¦ ¦ ¦ incl. over ¦ ¦ ¦ accijns accijns ¦ ¦ ¦ 1 2 1 ¦ +--¦---------¦------+ +¦-----¦--------¦---+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Accijns 1 ¦ ¦ Accijns 2 ¦ +-------------------+ +-------------------+ - BIJLAGE 9 - OVERZICHTSTABEL BTW-stelsel inzake intracommunautaire verwervingen van accijnsproducten + -----------------------------------------------------------------------+ ¦Identiteit¦ Identiteit¦ Belastbare ¦Maatstaf ¦Wijze van ¦Nrs. ¦ ¦verkoper ¦ koper ¦ handeling ¦van ¦voldoening ¦van ¦ ¦ ¦ ¦ in België ¦heffing BTW ¦BTW ¦de ¦ +-----------------------------------------------------------------------+ ------------------------------------------------------------------------- +-----------------------------------------------------------------------+ ¦belasting-¦particulier¦ neen ¦ --- ¦ --- ¦26-28¦ ¦plichtige ¦door of ¦ ¦ ¦ ¦ en ¦ ¦ ¦voor wiens ¦ ¦ ¦ ¦29-38¦ ¦ ¦rekening de¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦goederen ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦worden ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦vervoerd ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+----------------+------------+------------+-----¦ ¦belastin- ¦particulier¦verkoop op ¦de prijs + ¦In principe:¦26-28¦ ¦plichtige ¦ ¦afstand door de ¦de ¦door de ¦ en ¦ ¦door of ¦ ¦buitenlandse ¦buitenlandse¦belasting- ¦39-56¦ ¦voor wiens¦ ¦leverancier ¦en Belgische¦plichtige/ ¦ ¦ ¦rekening ¦ ¦ ¦accijns ¦leverancier ¦ ¦ ¦de ¦ ¦ ¦(teruggaaf ¦middels een ¦ ¦ ¦goederen ¦ ¦ ¦van de BTW ¦aansprake- ¦ ¦ ¦worden ¦ ¦ ¦op de ¦lijke ¦ ¦ ¦vervoerd ¦ ¦ ¦buitenlandse¦vertegen- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦accijns ¦woordiger ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦mogelijk) ¦Afwijking: ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦voldoening ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦in de handen¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦van de ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ontvanger ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦van de ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦accijnzen ¦ ¦ ¦----------+-----------+----------------+------------+------------+-----¦ ¦belasting-¦belasting- ¦intracommunau- ¦de prijs + ¦via de ¦58-74¦ ¦plichtige ¦plichtige ¦taire ¦de ¦periodieke ¦ ¦ ¦ ¦ ¦verwerving in ¦Belgische ¦BTW-aangifte¦ ¦ ¦ ¦ ¦België door de ¦accijns ¦in te dienen¦ ¦ ¦ ¦ ¦in België ¦zodra deze ¦door de ¦ ¦ ¦ ¦ ¦gevestigde ¦opeisbaar ¦belasting- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦belastingplich- ¦wordt door ¦plichtige/ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦tige/koper ¦de ¦koper ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦verwerver + ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦(eventueel) ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦de ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦buitenlandse¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦accijns ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦(teruggaaf ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦van de BTW ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦op de ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦buitenlandse¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦accijns ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦mogelijk) ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+----------------+------------+------------+-----¦ ¦belasting-¦lid van de ¦intracommunau- ¦de prijs + ¦via de ¦75-78¦ ¦plichtige ¦groep van 4¦taire verwerving¦de ¦bijzondere ¦ en ¦ ¦ ¦gehouden ¦door het lid van¦buitenlandse¦BTW- ¦80-84¦ ¦ ¦tot het ¦de groep van 4 ¦en ¦aangifte in ¦ ¦ ¦ ¦belasten in¦ ¦Belgische ¦te dienen ¦ ¦ ¦ ¦België van ¦ ¦accijns ¦door de ¦ ¦ ¦ ¦zijn andere¦ ¦(teruggaaf ¦koper ¦ ¦ ¦ ¦intracom- ¦ ¦van de BTW ¦ ¦ ¦ ¦ ¦munautaire ¦ ¦op de ¦ ¦ ¦ ¦ ¦verwervin- ¦ ¦buitenlandse¦ ¦ ¦ ¦ ¦gen ¦ ¦accijns ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦mogelijk) ¦ ¦ ¦ ¦----------+-----------+----------------+------------+------------+-----¦ ¦belasting-¦lid van de ¦intracommunau- ¦de prijs + ¦in handen ¦75-77¦ ¦plichtige ¦groep van 4¦taire ¦de ¦van de ¦79, ¦ ¦ ¦niet ¦verwerving door ¦buitenlandse¦ontvanger ¦80-82¦ ¦ ¦gehouden ¦het lid van de ¦en ¦van de ¦ en ¦ ¦ ¦tot het ¦groep van 4 ¦Belgische ¦accijnzen ¦85-89¦ ¦ ¦belasten in¦ ¦accijns ¦ ¦ ¦ ¦ ¦België van ¦ ¦(teruggaaf ¦ ¦ ¦ ¦ ¦zijn andere¦ ¦van de BTW ¦ ¦ ¦ ¦ ¦intracom- ¦ ¦op de ¦ ¦ ¦ ¦ ¦munautaire ¦ ¦buitenlandse¦ ¦ ¦ ¦ ¦verwervin- ¦ ¦accijns ¦ ¦ ¦ ¦ ¦gen ¦ ¦mogelijk) ¦ ¦ ¦ +-----------------------------------------------------------------------+
Bron: FisconetPlus
