Circulaire 2018/C/58 over de maatregelen in het voordeel van alleenstaande ouders met kind(eren) ten laste en een laag inkomen

Eerste commentaar over de maatregelen in het voordeel van alleenstaande ouders met kind(eren) ten laste en een laag inkomen.

Alleenstaande ouder ; belastingvrije som ; belastingvermindering ; kind ten laste ; uitgaven voor kinderoppas

FOD Financiën, 15.05.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

1. Wat verandert er?

De regering voert twee nieuwe ondersteunende maatregelen in het voordeel van de alleenstaande ouder met kind(eren) ten laste en een laag inkomen in, meer bepaald:

- een verhoging van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste;

- een bijkomende belastingvermindering voor de uitgaven voor kinderoppas.

2. Voor wie?

De belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting, alsook bepaalde categorieën van belastingplichtigen onderworpen aan de belasting van de niet-inwoners (natuurlijke personen).

3. Onder welke voorwaarden?

Om de twee ondersteunende maatregelen te kunnen genieten moet de belastingplichtige voldoen aan de volgende voorwaarden:

1) op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingplichtige een alleenstaande ouder zijn:

- met minstens één kind ten laste, of

- aan wie een deel van het belastingvoordeel wordt toegekend door de gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind of de kinderen;

2) geen andere persoon dan de kinderen, ascendenten, broers en zussen, personen van wie de belastingplichtige als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste is geweest, maakt deel uit van het gezin van de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar;

3) het belastbaar inkomen van de belastingplichtige bedraagt minder dan 19.000 euro (aanslagjaar 2018);

4) de netto-beroepsinkomsten (met uitzondering van de werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en afzonderlijk belastbare inkomsten) bedragen meer of zijn gelijk aan 3.200 euro (aanslagjaar 2018).

Opdat de belastingplichtige de bijkomende belastingvermindering voor uitgaven voor kinderoppas kan vragen, mag hij geen aanspraak maken op de verhoogde belastingvrije som voor kinderen jonger dan drie jaar.

4. Berekening van de twee ondersteunende maatregelen

a) Belastbaar inkomen bedraagt minder dan of is gelijk aan 15.000 euro (aanslagjaar 2018)

1) Verhoging van de toeslag op de belastingvrije som

De verhoging van de toeslag op de belastingvrije som voor aanslagjaar 2018 bedraagt 1.000 euro. In totaal bedraagt de verhoging van de belastingvrije som voor een alleenstaande met kind(eren) ten laste 2.550 euro (1.550 euro + 1.000 euro).

2) Verhoging van het tarief van de belastingvermindering

De verhoging van het tarief voor de belastingvermindering voor de uitgaven voor kinderoppas voor aanslagjaar 2018 bedraagt 30 %. In totaal bedraagt de belastingvermindering 75 % (45 % + 30 %).

b) Belastbaar inkomen bedraagt meer dan 15.000 euro (aanslagjaar 2018)

Het bedrag van 1.000 euro en het tarief van 30 % worden trapsgewijs afgebouwd. In dat geval, moet elk van de verhogingen, voor aanslagjaar 2018 vermenigvuldigd worden met de volgende breuk:

19.000 - belastbaar inkomen

19.000 - 15.000

Van zodra het belastbaar inkomen 19.000 euro bereikt, worden de twee verhogingen niet meer toegekend.

5. Omzetting naar een belastingkrediet

Het niet-verrekenbare deel van de voordelen voortkomend uit de verhoging van de toeslag op de belastingvrije som en de verhoging van het tarief van de belastingvermindering wordt omgezet in een verrekenbaar en terugbetaalbaar belastingkrediet.

6. Vanaf wanneer?

Aanslagjaar 2018.

7. Wetgeving?

- Artikels 65 tot 71 van W 26.03.2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie (Belgisch Staatsblad 30.03.2018, Ed. 2).

- Artikels 133, 134, § 3, 145^35, 245, al. 1, 1°, 304, § 2, al. 1, 413/1, § 1, tweede lid, eerste en derde streepje van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Interne ref.: 713.392