Aanschrijving nr. 12 dd. 05.07.1993

AANSCHRIJVING 93/012

Aanschrijving nr. 12 dd. 05.07.1993


Intracommunautaire leveringen nieuwe vervoermiddelen
Vrijstelling
Kennisgeving
Particulieren en ermee gelijkgestelde verwervers.


Onderwerp van de aanschrijving.

1. Artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 48, van 29 december 1992, met betrekking tot de levering van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek, verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis van het Wetboek (Belgisch Staatsblad van 31 december 1992, 4de uitgave), bepaalt dat de belastingplichtige gehouden tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, voor ieder kalenderkwartaal tijdens hetwelke hij één of meerdere intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek verricht, binnen de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 2°, van het Wetboek, het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert daarvan moet inlichten door middel van een lijst waarvan het model is bepaald door of vanwege de Minister van Financiën.

Deze lijst moet worden ingediend uiterlijk de twintigste van de maand die volgt op het kalenderkwartaal waarop ze betrekking heeft.

2. De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan evenwel, volgens de bepalingen van het derde lid van voormeld artikel 3, voor de vervoermiddelen die hij bepaalt, afwijken van de verplichting de in nr. 1, hiervóór, bedoelde lijst in te dienen of deze vervangen door een andere wijze van inlichting.

3. Overeenkomstig de mogelijkheid geboden door artikel 3 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48, werd beslist om, bij wijze van proef, de verplichtingen van de belastingplichtigen inzake de kennisgeving van de intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen te beperken. Onderhavige aanschrijving heeft als doel deze verplichtingen toe te lichten.



I.Wijze van kennisgeving ter vervanging van de in te dienen lijst.
4. De indiening van de lijst bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48 wordt voorlopig vervangen door de indiening, op het bevoegde BTW-controlekantoor, van kopiefacturen met betrekking tot de leveringen beoogd in punt III hierna, en van een inventaris waarvan het model is gevoegd als bijlage bij onderhavige aanschrijving. Deze inventaris wordt opgesteld op een door de administratie verstrekt formulier dat de belastingplichtigen op hun aanvraag kunnen verkrijgen op het BTW-controlekantoor waaronder ze ressorteren.

De inventaris en de kopiefacturen moeten op het BTW-controlekantoor worden ingediend uiterlijk de twintigste van de maand die volgt op het kalenderkwartaal tijdens hetwelk deze intracommunautaire leveringen werden verricht.

II. Belastingplichtigen gehouden tot indiening van kopiefacturen en van de inventaris.

5. Overeenkomstig artikel 3 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48, moeten enkel de belastingplichtigen gehouden tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, kopiefacturen en de inventaris indienen. Het betreft hier de belastingplichtigen die de gewone BTW-maand- of kwartaalaangiften indienen.

Zijn dus niet bedoeld :

  • de door artikel 44 van het Wetboek vrijgestelde belastingplichtigen;
  • de vrijgestelde belastingplichtigen beoogd in artikel 56, § 2, van het Wetboek;
  • de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de forfaitaire landbouwregeling van artikel 57 van het Wetboek;
  • de niet-belastingplichtige rechtspersonen;
  • de particulieren.


Wanneer een in het vorige lid bedoelde persoon een intracommunautaire levering verricht als bedoeld in punt III hierna, zijn de bepalingen van artikel 1 en 2 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48 van toepassing voor deze persoon en is hij derhalve gehouden tot het indienen van de in deze artikelen beoogde bijzondere aangifte.



III.Leveringen waarvoor kennisgeving verplicht is.
6. Artikel 3 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48 beoogt de intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 2°, van het Wetboek.

Het betreft derhalve de leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek, door de verkoper, door de afnemer of voor hun rekening naar de afnemer verzonden of vervoerd, buiten België, maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor belastingplichtigen of voor niet-belastingplichtige rechtspersonen die er daar niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan de bovengenoemde vervoermiddelen en andere dan accijnsprodukten aan de belasting te onderwerpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige.

7. Opdat er sprake zou zijn van een levering met vrijstelling op grond van artikel 39bis, eerste lid, 2°, van het Wetboek, dienen bijgevolg volgende voorwaarden tesamen vervuld te zijn.

1° het moet gaan om de levering van een nieuw vervoermiddel in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek;

2° het nieuwe vervoermiddel moet door de verkoper of afnemer of door een derde handelend voor hun rekening, naar de afnemer verzonden of vervoerd worden vanuit België naar een andere Lid-Staat van de Gemeenschap;



de afnemer is:
a) ofwel een belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon, die er in de Lid-Staat waarnaar het goed vanuit België is verzonden of vervoerd, niet toe gehouden is de intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan nieuwe vervoermiddelen of accijnsprodukten die hij er heeft verricht, aan de belasting te onderwerpen;



b)ofwel een niet-belastingplichtige.
Alle kopiefacturen met betrekking tot intracommunautaire leveringen verricht binnen de voorwaarden omschreven in het vorige lid en met betrekking tot vervoermiddelen als omschreven in punt IV hierna, moeten bijgevolg ingediend worden op het BTW-controlekantoor wanneer de buitenlandse koper geen BTW-identificatienummer heeft medegedeeld dat werd toegekend door een andere Lid-Staat.



IV.Beoogde vervoermiddelen.
8. De verplichting opgelegd door artikel 3 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 48 geldt, in principe, voor alle nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek.

9. Voorlopig zal, bij wijze van proef, deze verplichting evenwel beperkt blijven tot de luchtvaartuigen en de schepen in de zin van voormeld artikel 8bis, § 2, van het Wetboek.

Het betreft dus :

  • schepen met een lengte van meer dan 7,5 meter die geleverd worden binnen de drie maanden na de eerste ingebruikneming of die niet meer dan 100 uren hebben gevaren;
  • luchtvaartuigen met een totaal opstijggewicht van meer dan 1550 kg die geleverd worden binnen de drie maanden na de eerste ingebruikneming of die niet meer dan 40 uren hebben gevlogen.


10. Daarentegen moeten de kopiefacturen met betrekking tot de intracommunautaire leveringen van landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor, verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 2°, van het Wetboek momenteel niet worden ingediend.



V.Wijze van indiening van de inventaris en van de kopiefacturen.
11. De inventaris waarvan het model als bijlage bij onderhavige aanschrijving is gevoegd, dient enkel ingediend te worden wanneer tijdens het verstreken kalenderkwartaal intracommunautaire leveringen als bedoeld in punt III hiervoor werden verricht.

Deze inventaris dient dus niet ingediend te worden wanneer tijdens het verstreken kalenderkwartaal :

  • hetzij, geen intracommunautaire leveringen van bedoelde nieuwe vervoermiddelen werden verricht,
  • hetzij, er wel degelijk intracommunautaire leveringen van hier bedoelde nieuwe vervoermiddelen werden verricht, doch enkel aan voor de BTW geïdentificeerde kopers in een andere Lid-Staat, die er aldaar gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen.


12. De kopiefacturen die aan de inventaris moeten worden gehecht, dienen gegroepeerd te worden per Lid-Staat van bestemming.

De per Lid-Staat gegroepeerde kopiefacturen dienen te worden samengevoegd in één bundel rekening houdend met de volgorde van de diverse Lid-Staten zoals weergegeven op de eerste bladzijde van de inventaris.

De zodoende in één bundel samengevoegde kopiefacturen dienen te worden genummerd volgens een doorlopende met het cijfer 1 beginnende reeks. Deze nummering dient te worden aangebracht in de rechterbovenhoek van elke kopiefactuur.

Op de keerzijde van de inventaris wordt voor elke kopiefactuur, , naast het voorgedrukte volgnummer, vermeld :

1° de code van de Lid-Staat van bestemming (deze codes zijn weergegeven op de voorzijde van de inventaris);

2° het volgnummer waaronder de factuur werd ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen.

Op de eerste bladzijde van de inventaris dient voor elke Lid-Staat het aantal bijgevoegde kopiefacturen te worden ingevuld.

Tevens dient het totaal van al de bijgevoegde kopiefacturen te worden vermeld en dient de inventaris te worden gedateerd en ondertekend.



VI.Niet-naleving van de verplichting tot kennisgeving.
13. Elke overtreding van de in uitvoering van artikel 3 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48 na te leven verplichting inzake de indiening van de kopiefacturen met de begeleidende inventaris wordt bestraft met een geldboete van 1.000 frank tot 10.000 frank (toepassing van artikel 70, § 4, van het Wetboek).



VII.Inwerkingtreding.
14. Het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48 trad in werking op 1 januari 1993.

De door onderhavige aanschrijving beoogde belastingplichtigen moeten dus in principe de kopiefacturen en de inventaris met betrekking tot het eerste kwartaal 1993 uiterlijk op 20 april 1993, en deze met betrekking tot het tweede kwartaal 1993 uiterlijk op 20 juli 1993 indienen.

Gelet evenwel op de datum van publikatie van onderhavige aanschrijving dienen deze kopiefacturen, samen met de kopiefacturen met betrekking tot het derde kwartaal 1993, met één globale begeleidende inventaris uiterlijk op 20 oktober 1993 ingediend te worden.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,


W. DIERICK