Circulaire 2017/C/13 betreffende de herinneringsbrieven voor onbetaalde inkomstenbelastingen – wijziging van artikel 298, §2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen - gewijzigde versie

Circulaire 2017/C/13 betreffende de herinneringsbrieven voor onbetaalde inkomstenbelastingen – wijziging van artikel 298, §2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen – [gewijzigde versie (1) (2)]

Herinneringsbrieven voor onbetaalde inkomstenbelastingen – Art. 298, § 2 WIB92

Herinneringsbrieven ; art. 298, §2 WIB92 ; inkomstenbelastingen ; voorheffingen ; met inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen ; aangetekende brief

FOD Financiën, 17.03.2017

Algemene administratie van de inning en invordering

I. Inleiding

II. Gewijzigde wettekst art. 298, §2 WIB92

III.Inwerkingtreding

I. Inleiding

Korte historiek

De wet van 05.12.2001 (BS 08.01.2002) voerde de verplichting in voor de ambtenaren belast met de invordering, om een aangetekende herinneringsbrief te sturen voordat de gerechtsdeurwaarder een bevel tot betaling opstelde.

Artikel 298, § 2 WIB 92 was van toepassing op de verschillende inkomstenbelastingen, zijnde de PB, Ven.B, RPB, BNI, alsook op de voorheffingen, RV, OV en BV en op de verhogingen en boeten.

Later oordeelde de wetgever dat het systeem van de aangetekende herinneringsbrief niet langer van toepassing was inzake BV, RV en de met IB gelijkgestelde belastingen (zie Progr.W. 20.07.2006 voor wat betreft BV en de wet van 22.12.2009 houdende fiscale en diverse bepalingen voor wat betreft RV en met de IB gelijkgestelde belastingen).

Krachtlijnen huidige wetswijziging

· Een brief onder gewone omslag vervangt de aangetekende brief.

· De verplichting tot verzending van een herinneringsbrief wordt opnieuw uitgebreid naar de voorheffingen en de met IB gelijkgestelde belastingen.

· De verplichting tot verzending van een herinneringsbrief wordt uitgebreid naar alle eerste middelen van tenuitvoerlegging.

II. Gewijzigde wettekst art. 298, §2 WIB92

De wet van 20.02.2017 tot wijziging van artikel 298 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de herinneringsbrieven voor onbetaalde inkomstenbelastingen (BS 15.03.2017), vervangt in artikel 298, §2 WIB92 het tweede, het derde en het vierde lid als volgt:

"Behalve indien de rechten van de Schatkist in het gedrang komen, kunnen de directe belastingen en de voorheffingen niet worden ingevorderd door een eerste middel van tenuitvoerlegging dan na het verstrijken van één maand te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van een herinneringsbrief aan de belastingschuldige. Deze herinneringsbrief mag niet worden verzonden voor het verstrijken van een termijn van tien dagen, te rekenen van de eerste dag na het verstrijken van de wettelijke betaaltermijn voor de directe belastingen en de betreffende voorheffingen.

Vormt een middel van tenuitvoerlegging in de zin van het tweede lid, de middelen van tenuitvoerlegging bedoeld in het vijfde deel, titel III van het Gerechtelijk Wetboek en het uitvoerend beslag onder derden ingevoegd in uitvoering van artikel 300, § 1".

Toepassingsgebied

Art. 298, §2 WIB92 is van toepassing op de directe belastingen, de voorheffingen, de met IB gelijkgestelde belastingen, en op de verhogingen en boeten.

Alvorens de tenuitvoerlegging aan te vatten voor voormelde aanslagen, dient eerst een herinneringsbrief per gewone post te worden verzonden aan de belastingschuldige.

De herinneringsbrief dient slechts één keer te worden verzonden, namelijk bij de aanvang van de gedwongen invordering ("eerste middel van tenuitvoerlegging"). Deze herinneringsbrief dient dus niet te worden herhaald bij een eventuele volgende invorderingsmaatregel.

Onder middel van tenuitvoerlegging wordt elke stap in de gemeenrechtelijke tenuitvoerlegging verstaan (dwangbevel, beslag, …) en het vereenvoudigd beslag onder derden vervat in art. 164 KB/WIB92.

Omdat het geen middelen van tenuitvoerlegging zijn, hoeft er geen herinneringsbrief te worden verzonden voor:

-de toepassing van de bijzondere schuldvergelijking zoals voorzien in artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004;

-de toepassing van de bijzondere schuldvergelijking van art. 166 KB/WIB92;

-de verzending van een kennisgeving ter uitvoering van art. 434 WIB92;

-het leggen van bewarende maatregelen;

-het nemen van vrijwarende maatregelen zoals de inschrijving van de wettelijke hypotheek van de Schatkist.

Termijnen (2)

- De herinneringsbrief mag niet worden verzonden voor het verstrijken van een termijn van tien dagen, te rekenen van de eerste dag na het verstrijken van de wettelijke betaaltermijn voor de directe belastingen en de betreffende voorheffingen.

- De wachttermijn van één maand blijft behouden. De ambtenaren belast met de invordering zullen slechts dwangschriften uitvaardigen na het verstrijken van de termijn van één maand, te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van een herinneringsbrief aan de belastingschuldige, behoudens in de gevallen waarin deze bepaling niet van toepassing is (zie: Uitzondering).

De termijn wordt gerekend van de zoveelste tot de zoveelste.

Voorbeeld:

§ een inkomstenbelasting vervalt op 11.05.2017

§ verzending van de herinneringsbrief ten vroegste op 22.05.2017 (10 dagen, te rekenen vanaf de eerste dag na het verstrijken van de betaaltermijn)

§ eerste vervolging ten vroegste op 27.06.2017, zijnde:

· 3 werkdagen volgend op 22.05.2017 = 26.05.2017 (25.05.2017 = een feestdag)

· + 1 maand = 26.06.2017

Sanctie (1)

De verplichting tot het verzenden van een voorafgaande herinneringsbrief is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven.

De administratie is van oordeel dat een middel van tenuitvoerlegging, zonder dat hier een herinneringsbrief is aan voorafgegaan, niet nietig kan worden verklaard. De uitvoering ervan zou echter opgeschort kunnen worden en de kosten ten laste gelegd van de administratie.

Uitzondering

De verplichting tot het verzenden van een voorafgaande herinneringsbrief kent een belangrijke uitzondering, namelijk wanneer de rechten van de Schatkist in het gedrang komen.

III. Inwerkingtreding

De wet van 20.02.2017 die art. 298, §2 WIB92 wijzigt, treedt in werking op 1 mei 2017. Art. 298, §2 WIB92 is van toepassing op de herinneringsbrieven die vanaf die datum worden verzonden.