Circulaire 2020/C/25 betreffende de invoercertificaten AGRIM en de uitvoercertificaten AGREX (opgeheven)
Invoercertificaat; AGRIM; uitvoercertificaat; AGREX
FOD Financiën, 03.02.2020
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
Inhoudstafel
5. Doel van de certificatenregeling
6. Eisbaarheid van de EU-certificaten
7.1. Gevallen waarin geen EU-certificaten mogen worden gebruikt
8. Aanvraag en afgifte van EU-certificaten
9. Gebruik van EU-certificaten
10. Afschrijving van EU-certificaten
13. Verlenging of annulatie van een EU-certificaat (overmacht)
14. Afgifte van een tweede certificaat (overmacht)
16. Formaliteiten van de vrijgave van de zekerheid
17.1. Regeling actieve veredeling
17.3. Weerslag van de regeling over terugbetalingen op de regeling over EU-certificaten
18.1. Op vraag van de instantie van afgifte
19. Vaststellingen en overtredingen
19.1. Bij de aanvaarding van de PLDA douaneaangifte
19.2. Bij de verificatie van de producten
19.3. Bij een rectificatie achteraf
19.4. Bij een validatie achteraf
19.5. Na voltrokken in het vrije verkeer brengen en uitvoer
19.6. Certificaten voor de toepassing van een preferentiële regeling
Bijlage 2 - Formulier "Invoercertificaat AGRIM"
Bijlage 3 - Formulier "Uitvoercertificaat AGREX"
Bijlage 4 - Producten onderworpen aan een invoercertificaatverplichting AGRIM + codes ED/PLDA
Bijlage 5 - Producten onderworpen aan een uitvoercertificaatverplichting AGREX + codes ED/PLDA
Bijlage 8 - Formulier "Controle a posteriori"
1. Voorwoord
1. Deze circulaire bevat alle bepalingen over invoercertificaten AGRIM en uitvoercertificaten AGREX en heft onmiddellijk de volgende publicaties op:
- Afdeling II van de Instructie Landbouwprocedures D.I.684.0 en
- Circulaire 2017/C/15 betreffende de invoercertificaten AGRIM en de uitvoercertificaten AGREX.
2. Waar nodig wordt verwezen naar TARBEL om de brug te maken tussen de onderhavige wetgeving en de praktische toepassing ervan, dit zowel voor de marktdeelnemers (link TARBEL) als de ambtenaren van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen (link TARBEL). Daarnaast worden, in bepaalde gevallen, specifieke bepalingen opgenomen die verband houden met PLDA.
3. Voorts wordt er aan herinnerd dat de bevoegdheden van het BIRB werden geregionaliseerd op 16 oktober 2014. Sinds dan worden de invoercertificaten AGRIM en de uitvoercertificaten AGREX in België afgeleverd door één van de volgende twee instanties (zie in vak 1 (="Instantie van afgifte van het certificaat (naam en adres)") van het invoercertificaat AGRIM of het uitvoercertificaat AGREX):
Vlaams Gewest | Waals Gewest |
|
Adres: Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij Certificaten Interventies en Restituties (CIR) Ellipsgebouw 4de verdieping Koning Albert II- laan 35, bus 42 1030 Brussel Te bereiken via: Fax: 02 552 74 38 Mail: cir@lv.vlaanderen.be Internet: https://www.landbouwvlaanderen.be/eLoket/Domain.Eloket.Portaal.Wui/ |
Adres: Service Public de Wallonie – DGO3 Département des Aides Direction Organisation commune des Marchés Chaussée de Louvain, 14 5000 Namur Te bereiken via: Tel: 0032 81 64 97 31 Fax: 0032 81 64 95 77 Mail: feedback.certificats.dgarne@spw.wallonie.be Internet: https://agriculture.wallonie.be/certificats |
De bedrijven uit het Brusselse gewest kiezen uit één van de twee bovenvermelde instanties.
Het nummer van afgifte van het certificaat vermeld in vak 25 van het invoercertificaat AGRIM en in vak 23 van het uitvoercertificaat AGREX begint met:
- de letter "V" voor certificaten afgeleverd door het Vlaamse Gewest;
- de letter "W" voor certificaten afgeleverd door het Waalse Gewest.
Eventuele briefwisseling wordt gestuurd naar de adressen die in de tabel vermeld staan.
2. Context
4. De term EU-certificaten omvat zowel de invoercertificaten AGRIM en de uitvoercertificaten AGREX. Onder de term “invoer” wordt in deze circulaire enkel de douaneregeling “in het vrije verkeer brengen” bedoeld.
5. Er valt op te merken dat de Commissie van oordeel is dat de kans dat er opnieuw restituties bij uitvoer worden ingesteld dermate klein is, dat er geen specifieke bepalingen over voorfixatiecertificaten zijn opgenomen in de nieuwe wetgeving. Dit houdt dan ook in dat alle bepalingen die ter zake opgenomen waren in Afdeling 2 van de Instructie Landbouwprocedures komen te vervallen. Deze worden in de huidige circulaire bijgevolg geschrapt en opgeheven.
6. De Commissie werkt aan een specifieke wetgeving in verband met invoercertificaten AGRIM en uitvoercertificaten AGREX die gebruikt worden voor het beheer van tariefcontingenten. Er wordt voorzien dat deze wetgeving vanaf 1 januari 2021 van toepassing zal worden. Deze wetgeving, die momenteel het voorwerp uitmaakt van Afdeling 3, §§ 241 t.e.m. 267 van de Instructie Landbouwprocedures, zal behandeld worden in een aparte circulaire. Niettegenstaande het vorenstaande zijn er in "hoofdstuk 4 Wettelijke basis" al enkele bepalingen opgenomen voor wanneer het invoercertificaat AGRIM gebruikt wordt voor het beheer van een tariefcontingent. Waar nodig zal in de huidige circulaire specifiek verwezen worden naar de betrokken paragraaf van Afdeling 3 van de Instructie Landbouwprocedures.
7. In de nieuwe wetgeving geeft de Commissie de prioriteit aan het gebruik van elektronische EU-certificaten. In België echter, zal er voorlopig geen gebruik worden gemaakt van elektronische EU-certificaten. Er moet dus geen rekening worden gehouden met de bepalingen die ter zake opgenomen zijn in die wetgeving. Dit houdt ook in dat wanneer elektronische EU-certificaten zouden aangeboden worden die afgeleverd zijn in andere lidstaten, de douane de aangever moet verzoeken een papieren uittreksel uit dat certificaat over te leggen (zie hoofdstuk 11 Uittreksels).
3. Afkortingen/woordenlijst
1) AWDA: Algemene Wet inzake douane en accijnzen (Wet van 18 juli 1977);
2) BIRB: Belgisch Interventie-en Restitutiebureau;
3) Certificaat (artikel 1, a) van vo. (EU) 2016/1237): een elektronisch of papieren document met een specifieke geldigheidsduur waarin het recht en de verplichting om producten in of uit te voeren, zijn vastgesteld;
4) CIR: Dienst Certificaten, Interventies en Restituties van de Vlaamse Overheid;
5) DA (Delegated Acts): Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften inzake de vrijgave en de verbeurdverklaring van voor dergelijke certificaten gestelde zekerheden, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2535/2001, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 2336/2003, (EG) nr. 951/2006, (EG) nr. 341/2007 en (EG) nr. 382/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2390/98, (EG) nr. 1345/2005, (EG) nr. 376/2008 en (EG) nr. 507/2008 van de Commissie,
6) DWU (Douanewetboek van de Unie): Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie;
7) DWU IA (Uitvoeringsverordening van het DWU): Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie;
8) ED: Enig document;
9) EU: Europese Unie;
10) EU-certificaten: hieronder worden volgende certificaten begrepen:
- invoercertificaten AGRIM en uitvoercertificaten AGREX;
- uittreksels van invoercertificaten AGRIM en uitvoercertificaten AGREX;
- vervangingscertificaten van invoercertificaten AGRIM en uitvoercertificaten AGREX;
11) IA (Implementing Acts): Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 van de Commissie van 18 mei 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten;
12) Invoer zonder handelskarakter: invoer waarbij het gaat om goederen die deel uit maken van:
(overeenkomstig bijlage I, eerste deel, titel II, punt D, 2, bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief)
- door particulieren aan particulieren gerichte zendingen, welke invoer tegelijkertijd:
- een incidenteel karakter draagt,
- uitsluitend bestaat uit goederen bestemd voor persoonlijk gebruik van de geadresseerde dan wel voor gebruik door leden van diens gezin, mits uit de aard of de hoeveelheid der goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken;
- zonder enige vorm van betaling door de afzender aan de geadresseerde wordt gezonden;
- persoonlijke bagage van reizigers, welke invoer tegelijkertijd:
- een incidenteel karakter draagt; en
- uitsluitend betrekking heeft op goederen bestemd voor persoonlijk gebruik van de reizigers dan wel voor gebruik door leden van hun gezin of bestemd om geschonken te worden aangeboden, mits uit de aard of de hoeveelheid van de goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken;
13) GN: Gecombineerde Nomenclatuur;
14) PLDA: PaperLess Douane en Accijnzen;
15) Mededeling inzake invoer- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten. (Deze mededeling vervangt de mededeling die is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie C 264 van 13 september 2013, blz. 4 en de mededeling van de Commissie — Enige instructies voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 376/2008, die op 24 september 2013 door de Commissie is goedgekeurd en op 25 september 2013 is meegedeeld aan de lidstaten (2016/C 278/03);
16) TARBEL: de webapplicatie om het Belgisch douanetarief te consulteren en bevat:
- alle gegevens van het Geïntegreerd douanetarief van de Europese Unie (TARIC), die door dagelijkse doorsturingen van de Europese Commissie automatisch worden bijgewerkt; en
- nationale gegevens, die worden ingestuurd door de Dienst Tarief van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën;
17) TARIC: “Integrated Tariff of the European Communities” of het “Geïntegreerd Tarief van de Unie”;
18) TARIC-code: bestaat uit de GN-code (8 cijfers) aangevuld met 2 cijfers, dus in totaal uit 10 cijfers. De laatste 2 cijfers zijn aanvullende Unie onderverdelingen noodzakelijk voor de geïntegreerde maatregelen;
19) G.E.: Gegevenselement.
4. Wettelijke basis
8. De wettelijke basis voor het instellen van EU-certificaten is terug te vinden in artikel 176 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.
De gedelegeerde handelingen en de uitvoeringshandelingen zijn opgenomen in:
- Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237, verder in deze circulaire afgekort als DA;
- Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239, verder in deze circulaire afgekort als IA;
- Mededeling inzake de invoer- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten.
In de huidige circulaire worden deze drie publicaties doorgaans ook aangeduid als "certificatenregeling".
5. Doel van de certificatenregeling
9. De EU-certificatenregeling is ingesteld met het oog op:
- de monitoring van de handelsstromen bij in- en uitvoer;
- het beheer van preferentiële tariefregelingen bij invoer, andere dan tariefcontingenten;
- het beheer van tariefcontingenten bij in- en uitvoer.
De certificatenregeling is dus een instrument waarmee de EU het handelsverkeer tussen de Unie en derde landen in bepaalde landbouwsectoren verder kan bepalen (o.a. prijszetting) en kan opvolgen (controle over de hoeveelheden). Het is tevens een betrouwbaar en efficiënt middel om na te gaan in welke mate de verplichtingen opgenomen in de handelsakkoorden in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (bekend als WHO) worden opgevolgd.
6. Eisbaarheid van de EU-certificaten
6.1. Invoercertificaat AGRIM
Artikel 2, lid 1 van DA
10. In de TARBEL-applicatie staan, door middel van hun GN-code of TARIC-code, de producten opgesomd waarvoor bij het in het vrije verkeer brengen een invoercertificaat AGRIM verplicht is.
De lijst van de producten is terug te vinden onder TARBEL > Home> Landbouwbeleid > Certificaten AGRIM - AGREX > "Producten onderworpen aan een invoercertificaatverplichting AGRIM + codes ED/PLDA".
Een voorbeeld hiervan is weergegeven in bijlage 4 van deze circulaire. Dit is echter een momentopname. De actuele lijst kan slechts op TARBEL geraadpleegd worden.
In de tariefbrowser van TARBEL zijn de goederen onderworpen aan een invoercertificaat AGRIM aangeduid met voetnoot CD020 of CD421. In de conditie "C" staat een verwijzing naar de code L001 (="invoercertificaat AGRIM"). Hieronder zijn enkele voorbeelden terug te vinden van goederen die in TARBEL aangeduid staan met betrokken voetnoten. Dit is echter een momentopname. De actuele situatie is steeds via de tariefbrowser van TARBEL terug te vinden.
1)voor GN-code 1006 20 11 00 - 02.01.2020
Scherm "maatregelen":
Niet-tarifaire maatregelen:
Maatregelcondities:
Voetnoten:
Wettelijke basis:
2)voor GN-code 1207 99 20 10 - 02.01.2020
Scherm "maatregelen":
Scherm niet-tarifaire maatregelen:
Scherm maatregelcondities:
Voetnoten:
Wettelijke basis:
11. Zoals blijkt uit de vorige paragraaf is er soms een invoercertificaat AGRIM vereist, wanneer het betrokken product ingevoerd wordt in het kader van een andere preferentiële regeling dan een tariefcontingent.
In de tariefbrowser van TARBEL staat naast elke betrokken preferentie maatregeltype "Tariefpreferentie".
12. Bepaalde tariefcontingenten worden aangeduid met 09.4xxx: deze worden beheerd door middel van een invoercertificaat AGRIM. Met een tariefcontingent kan een bepaalde hoeveelheid goederen gedurende een bepaalde periode aan een verminderd recht of nulrecht in de Unie in het vrije verkeer gebracht worden.
In de tariefbrowser van TARBEL staat naast elk tariefcontingent 09.4xxx voor elke betrokken TARIC-code een voetnoot met het nummer van het betrokken tariefcontingent 94xxx en een voetnoot die begint met de letters CDxxx. De codes L001 (=invoercertificaat AGRIM) en Y100 (= bijzondere vermeldingen op het invoercertificaat AGRIM) zijn codes van certificaten die in vak 44 (= Bijzondere vermeldingen/Voorgelegde stukken/Certificaten en vergunningen) van de PLDA douane aangifte dienen ingevuld te worden en verwijzen respectievelijk naar "Invoercertificaat AGRIM" en "Bijzondere vermeldingen op het AGRIM invoercertificaat".
Een voorbeeld hiervan is hierna weergegeven. Dit is echter een momentopname. Het actueel voorbeeld kan slechts op TARBEL geraadpleegd worden.
Screenshots voor GN-code 0207 14 20 00 - 02.01.2020
Scherm "maatregelen":
Tarifaire maatregelen:
Tariefcontingenten:
Tariefcontingenten:
Maatregelcondities:
Voetnoten:
Wettelijke basis:
13. Voor sommige producten is er ook een invoercertificaat AGRIM vereist, indien ze uitgevoerd werden onder de bijzondere douaneregeling passieve veredeling met gebruikmaking van een uitvoercertificaat AGREX en terugkeren naar het vrije verkeer (zie ook titel 17.2.).
14. Het model van het invoercertificaat AGRIM is opgenomen in bijlage 1 IA en zit als bijlage 2 in de huidige circulaire. Het valt op te merken dat deze voortaan op wit papier worden afgeleverd en geen geguillocheerde onderdruk meer hebben.
6.2. Uitvoercertificaat AGREX
Artikel 2, lid 2 van DA
15. In de TARBEL-applicatie staan door middel van hun GN-code of TARIC-code, de producten opgesomd waarvoor bij uitvoer een uitvoercertificaat AGREX verplicht is.
De lijst van deze producten is terug te vinden onder TARBEL > Home> Certificaten AGRIM - AGREX > "Producten onderworpen aan een uitvoerverplichting AGREX + codes ED/PLDA".
Een voorbeeld hiervan is weergegeven in bijlage 5. Dit is echter een momentopname. De actuele lijst kan slechts op TARBEL geconsulteerd worden.
In de tariefbrowser van TARBEL zijn de goederen onderworpen aan een uitvoercertificaat AGREX aangeduid met de voetnoot CD021. In de conditie staat een verwijzing naar de code X001 (=uitvoercertificaat AGREX). Hierna is een voorbeeld terug te vinden van goederen die in TARBEL aangeduid staan met betrokken voetnoot. De actuele situatie is steeds op via de tariefbrowser van TARBEL terug te vinden. Dit zijn echter momentopnames. De actuele situatie kan slechts in de TARBEL applicatie geraadpleegd worden.
Screenshot van GN-code 1006 30 21 10 op 02.01.2020
Voorbeeld met voetnoten 21042 en 21043
Scherm "maatregelen":
Maatregelcondities:
Voetnoten:
Wettelijke basis:
16. Een uitvoercertificaat AGREX is ook vereist voor sommige Unieproducten die op de homepagina van TARBEL opgesomd staan:
- als Unieproducten bij uitvoer - onder de bijzondere douaneregeling actieve veredeling. Deze Unieproducten hebben in TARBEL een nationale voetnoot 21042 gekregen. (Zie ook de §§ onder titel 17.1. hierna en in het voorbeeld hiervoor).
- als producten die in aanmerking kunnen komen voor een terugbetaling of kwijtschelding van een bedrag aan invoer- of uitvoerrechten, maar waarvoor er nog geen definitief besluit is genomen. Deze hebben in TARBEL een voetnoot 21042 gekregen. (Zie ook de §§ onder titel 17.3. hierna en in het voorbeeld hierboven).
- als basisproduct onder de bijzondere douaneregeling passieve veredeling); deze zijn in TARBEL met voetnoot 21043 aangeduid. (Zie ook de §§ onder titel 17.5. hierna en ook het voorbeeld hierboven).
17. Ten slotte is een uitvoercertificaat AGREX ook noodzakelijk voor sommige producten met het oog op het beheer van een contingent dat door de Unie of door een derde land wordt beheerd en in dat derde land voor deze producten is geopend.
18. Het model van het uitvoercertificaat AGREX is opgenomen in bijlage 1 IA en zit als bijlage 3 bij deze circulaire. Het valt op te merken dat deze voortaan op wit papier worden afgeleverd en geen geguillocheerde onderdruk meer hebben.
7. Geen EU-certificaten
7.1. Gevallen waarin geen EU-certificaten mogen worden gebruikt
7.1.1. Bij invoer
Artikel 3, lid 1 van DA
19. Een invoercertificaat AGRIM is niet vereist en wordt noch afgegeven of overgelegd in de volgende gevallen:
- het in het vrije verkeer brengen van producten zonder handelskarakter (zie hoofdstuk 3 afkortingen/woordenlijst voor de definitie van "producten zonder handelskarakter");
- gevallen waarin een vrijstelling van invoerrechten wordt toegestaan op grond van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een Communautaire regeling inzake douanevrijstellingen [zie omzendbrief D.D. 012.162 van 22 december 2015 (D.I. 510.0)], tenzij het in het vrije verkeer brengen gebeurt in het kader van een preferentiële regeling waarvan de toepassing door middel van een invoercertificaat AGRIM wordt toegestaan;
- hoeveelheden van in het vrije verkeer te brengen producten die de onder de C (Condities) vastgestelde hoeveelheden in het scherm "Maatregelen" niet overschrijden, tenzij het in het vrije verkeer brengen gebeurt in het kader van een preferentiële regeling waarvan de toepassing door middel van een invoercertificaat AGRIM wordt toegestaan.
In bijlage 6 is een voorbeeld opgenomen van TARIC-code 2208 90 99 19 (ethylalcohol die uit landbouwproducten verkregen werd en in het vrije verkeer gebracht wordt). Onder de condities in de tariefbrowser van TARBEL staat een hoeveelheid (100 hl in het voorbeeld) vermeld. Indien de hoeveelheid van het goed dat in het vrije verkeer gebracht wordt kleiner is of gelijk aan de hoeveelheid onder de condities vermeld, dan is er geen invoercertificaat AGRIM nodig.
- producten die in het vrije verkeer zullen worden gebracht als terugkerende goederen (zie ook de §§ onder titel 17.2.) overeenkomstig titel VI, hoofdstuk 2, afdeling 1, van het DWU.
In het geval bedoeld zoals in het derde deelstreepje hierboven vermeld en zoals voorzien in artikel 3, lid 1 c) van de DA, wordt bepaald dat een invoercertificaat AGRIM niet is vereist noch wordt overlegd indien de hoeveelheden van het in vrije verkeer te brengen of uit te voeren producten die de in "bijlage van de DA vastgestelde hoeveelheden niet overschrijden. In dit geval wordt de hoeveelheid berekend als de som van alle hoeveelheden die in het vrije verkeer zullen worden gebracht in het kader van dezelfde logistieke operatie; voor de douanecontrole gelden de bepalingen onder § 10.1. "Afschrijvingsvermeldingen", de §§ over dezelfde logistieke operatie.
7.1.2. Bij uitvoer
Artikel 3, lid 1 van DA
20. Een uitvoercertificaat AGREX is niet vereist en wordt noch afgegeven, noch overgelegd in de volgende gevallen:
- uitvoer van producten zonder handelskarakter;
- gevallen waarin een vrijstelling van rechten bij uitvoer wordt toegestaan op grond van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een Communautaire regeling inzake douanevrijstellingen [zie omzendbrief D.D. 012.162 van 22 december 2015 (D.I. 510.0)], tenzij de uitvoer gebeurt in het kader van een preferentiële regeling waarvan de toepassing door middel van een uitvoercertificaat AGREX wordt toegestaan;
- hoeveelheden van uit te voeren producten die de onder de C (Condities) vastgestelde hoeveelheden in het scherm "Maatregelen" niet overschrijden, tenzij de uitvoer gebeurt in het kader van een preferentiële regeling waarvan de toepassing door middel van een uitvoercertificaat AGREX wordt toegestaan. In bijlage 7 is een voorbeeld opgenomen van TARIC-code 1006 30 21 10 (rijst). Onder de condities in de tariefbrowser van TARBEL staat een hoeveelheid (500 kg in het voorbeeld) vermeld. Indien de hoeveelheid van het goed dat uitgevoerd wordt kleiner is of gelijk aan de hoeveelheid onder de condities vermeld, dan is er geen uitvoercertificaat AGREX nodig.
- producten waarvoor de aangever op het moment van aanvaarding van de aangifte tot wederuitvoer het bewijs levert dat de terugbetaling of kwijtschelding van invoerrechten voor die producten is toegestaan.
In het geval bedoeld zoals in het derde deelstreepje hierboven vermeld en zoals voorzien in artikel 3, lid 1 c) van de DA, wordt bepaald dat een invoercertificaat AGRIM niet is vereist noch wordt overlegd indien de hoeveelheden van het in vrije verkeer te brengen of uit te voeren producten die de in "bijlage van de DA vastgestelde hoeveelheden niet overschrijden. In dit geval wordt de hoeveelheid berekend als de som van alle hoeveelheden die in het vrije verkeer zullen worden gebracht in het kader van dezelfde logistieke operatie; voor de douanecontrole gelden de bepalingen onder § 10.1. "Afschrijvingsvermeldingen", de §§ over dezelfde logistieke operatie.
7.2. Specifieke gevallen
Artikel 3, lid 2 van DA
21. Een uitvoercertificaat AGREX is niet vereist en wordt noch afgegeven, of overgelegd voor producten die door particulieren of groepen particulieren worden verzonden met het oog op kosteloze distributie ervan in derde landen in het kader van humanitaire hulpacties, indien deze zendingen:
- een incidenteel karakter hebben EN;
- bestaan uit uiteenlopende producten EN;
- de lading per vervoermiddel niet meer dan 30.000 kg bedraagt.
Voor voedselhulpacties die niet aan deze voorwaarden voldoen, dient wel een uitvoercertificaat AGREX te worden overgelegd. Voor verdere specifieke vermeldingen die in vak 44 (=Bijzondere vermeldingen/Voorgelegde stukken/Certificaten en vergunningen) van de douaneaangifte dienen ingevuld te worden, wordt doorverwezen naar titel 7.3 hierna.
7.3. Vermelding op de douaneaangifte
Artikel 3, 1. a), b), d), e) en lid 2 van DA
22. De code die dient aangebracht te worden in vak 44 van de PLDA douaneaangifte is de code "Y036"
(= de aangegeven goederen zijn vrijgesteld van de voorlegging van het betrokken EU-certificaat op grond van artikel 3, 1. onder a), b), d) en e), en lid 2 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie (PB L206)).
23. De PLDA-applicatie gaat, voor de producten opgenomen in de TARBEL-applicatie (zie ook bijlages 4 en 5 van de huidige circulaire of de bijlage bij DA) en voor de tariefcontingenten 09.4xxx, na of een invoercertificaat AGRIM of een uitvoercertificaat AGREX vermeld is in vak 44 van de PLDA douaneaangifte.
Bij het ontbreken van de codes “L001” (=invoercertificaat AGRIM) of “X001” (=uitvoercertificaat AGREX) gaat de PLDA-applicatie na:
- hetzij of er aanspraak gemaakt is op de vrijstelling van het overleggen van het EU-certificaat (code Y036 vermeld in vak 44);
- hetzij of de hoeveelheid van de betrokken zending kleiner of gelijk is aan de minimumhoeveelheid;
De douane moet, om misbruik te voorkomen, die vrijstellingsvermelding op haar juistheid controleren. Wanneer de drempel van de minimumhoeveelheid niet overschreden wordt, zoals bedoeld in de tweede deelstreep, dient de douane na te gaan of klaarblijkelijk zonder enige economische of andere reden verschillende artikels op een PLDA-douaneaangifte of nog verschillende PLDA-douaneaangiften zouden worden gebruikt ter dekking van één enkele logistieke operatie (zie ook § 10.1. "Afschrijvingsvermeldingen - producten onder 1 logistieke operatie").
24. De PLDA-applicatie gaat echter niet na of in vak 44 van de PLDA douaneaangifte:
- de code “L001”(=invoercertificaat AGRIM) vermeld is voor de invoercertificatenverplichting bedoeld in de nationale voetnoot 14034 in het scherm "Maatregelen" in TARBEL;
- de code “X001”(= uitvoercertificaat AGREX) vermeld is voor uitvoercertificatenverplichting bedoeld in de nationale voetnoot 21042 of 21043 in het scherm "Maatregelen" in TARBEL.
In deze twee gevallen dient de douane na te gaan of er geen verplichting tot overlegging is van een EU-certificaat ingevolge de voormelde nationale voetnoten 14034, 21042 of 21043.
De PLDA-applicatie gaat eveneens niet na of in vak 44 van de PLDA douaneaangifte de code “9XI2” (=uitvoercertificaat AGREX ‑ preferentiële regeling) vermeld is voor de uitvoercertificaten AGREX die noodzakelijk zijn voor sommige producten met het oog op het beheer van een contingent dat door de Unie of door een derde land wordt beheerd en in dat derde land voor deze producten is geopend. Het belangt de aangever aan om na te gaan of hij al dan niet een dergelijk certificaat moet overleggen.
8. Aanvraag en afgifte van EU-certificaten
Artikel 2 van IA
25. Zoals reeds aangegeven in het voorwoord (zie hoofdstuk 1) zijn in België de Gewesten bevoegd voor het behandelen van de aanvraag en de afgifte van EU-certificaten.
26. De lijst van de autoriteiten die in de verschillende lidstaten bevoegd zijn voor de afgifte van de EU-certificaten, is opgenomen in bijlage 1 bij deze circulaire. Deze lijst is ook opgenomen op "TARBEL> Home > Landbouwbeleid > Certificaten AGRIM - AGREX".
27. Artikel 2, lid 6 van IA voorziet dat de autoriteit van afgifte, de afgifte van papieren EU-certificaten valideert door middel van een handtekening en een stempel of droogstempel. De lijst van de stempels van de autoriteiten van alle lidstaten alsmede de handtekeningen van de ambtenaren die in Vlaanderen en Wallonië gemachtigd zijn om EU-certificaten af te geven, zijn opgenomen op "TARBEL > Home > Landbouwbeleid > Certificaten AGRIM - AGREX".
9. Gebruik van EU-certificaten
9.1. Algemeen
Mededeling inzake in- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten
28. De certificatenregeling is op dezelfde wijze van kracht in alle EU-lidstaten. Daaruit volgt dat de EU-certificaten eenvormig zijn in de EU-lidstaten en geldig zijn voor de hele Unie, zodat ze achtereenvolgens in twee of meer lidstaten kunnen worden gebruikt, tenzij uit het overgelegde EU-certificaat duidelijk blijkt dat het enkel geldig is in één of enkele lidstaten.
29. Wanneer de aangever bij het vervullen van de douaneformaliteiten een EU-certificaat moet gebruiken of een uitvoercertificaat AGREX dat noodzakelijk is voor sommige producten met het oog op het beheer van een tariefcontingent dat door de Unie of door een derde land wordt beheerd en in dat derde land voor deze producten is geopend, wenst te overleggen, moet hij in vak 44 van de PLDA douaneaangifte naar dat EU-certificaat verwijzen. Dit gebeurt door vermelding van:
- de code L001 (=invoercertificaat AGRIM) en in voorkomend geval Y100 (=bijzondere vermeldingen op het invoercertificaat AGRIM) voor een invoercertificaat AGRIM en de code X001 (=uitvoercertificaat AGREX) of 9XI2 (=uitvoercertificaat AGREX ‑ preferentiële regeling) voor een uitvoercertificaat AGREX;
- het nummer van het certificaat in vak 25 bij een invoercertificaat AGRIM of in vak 23 bij een uitvoercertificaat AGREX of indien geen nummer opgenomen is in deze vakken het nummer dat voorkomt in vak 2 van het EU-certificaat;
- de datum van afgifte in vak 25 bij invoercertificaat AGRIM of in vak 23 bij uitvoercertificaat AGREX;
- de afkorting van de naam van de lidstaat van afgifte en de code van de instantie van afgifte;
- desgevallend, indien hij meerdere EU-certificaten gebruikt voor één artikel op de PLDA douaneaangifte, de af te schrijven hoeveelheid per certificaat.
Hierbij een voorbeeld van een vermelding in vak 44 bij een in vrij verkeer brengen van 17.547 kg rijst met gebruikmaking van twee invoercertificaten AGRIM, waarvan er een afgeleverd werd door de Vlaamse Overheid en een door de Service Public de Wallonië:
- L001 V516605080000 18/10/2016 BE000 000 kg
- L001 W516605081000 20/10/2016 BE000 547 kg
Hierna een voorbeeld van screenshots uit de tariefbrowser van TARBEL:
Screenshots voor GN-code 1006 20 11 - 03.01.2019.
In navolging van wat in §29 staat, worden hier enkele screenshots aangegeven voor rijst van GN-code 1006 20 11 00. De codes die ingevuld moet worden in vak 44 van de douaneaangifte staan vermeld onder de maatregelcondities hieronder, te bereiken via de tariefbrowser in TARBEL.
Scherm via Tariefbrowser in Tarbel terug te vinden:
Maatregelcondities:De codes die in vak 44 van de douaneaangifte dienen in te vullen, staan onderaan bij de maatregelcondities vermeld.
Voetnoten:
Wettelijke basis:
30. Bij het valideren van de douaneaangifte gaat de PLDA-applicatie naast de elementen opgenomen onder §27 ook na of de aangegeven code van de instantie van afgifte bestaat (zie ook bijlage 1, 3de kolom van de tabel voor de codes).
31. Bij het afschrijven van het EU-certificaat, dient de douane na te gaan of de vermeldingen op de PLDA douaneaangifte overeenstemmen met het overgelegde EU-certificaat.
32. De regel blijft dat de geldigheidsduur van een EU-certificaat start op de dag van afgifte vermeld in vak 25 (=afgegeven te) van het invoercertificaat AGRIM of in vak 23 (=afgegeven te) van het uitvoercertificaat AGREX, maar afwijkingen op deze regel worden voortaan in datzelfde vak vermeld en niet meer in vak 20 (=bijzondere vermeldingen) of 24 (=bijzondere voorwaarden) bij een invoercertificaat AGRIM of 20 (=bijzondere vermeldingen) of 22 (=bijzondere voorwaarden) bij een uitvoercertificaat AGREX.
9.2. Land van uitvoer – land van oorsprong
Mededeling inzake in- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten
33. Onder “land van uitvoer” wordt verstaan: "het derde land vanwaar het product naar de Unie wordt verzonden". Het “land van oorsprong” wordt bepaald volgens de regels van de Unie die ter zake van toepassing zijn.
34. Indien in vak 7 (land van uitvoer) en vak 8 (land van oorsprong) van het invoercertificaat AGRIM in het deelvakje voor het woord “JA” een kruisje is geplaatst, moeten land van uitvoer en oorsprong van het product dat in het vrije verkeer wordt gebracht, overeenkomen met die vermeld op het EU-certificaat, anders is het certificaat niet geldig. Dat wil zeggen dat het land vermeld in de vakken 7 (land van uitvoer) en 8 (land van oorsprong) van het invoercertificaat AGRIM respectievelijk moeten overeenkomen met de gegevens die op de douaneaangifte vermeld staan in vakken 15 (land van verzending/uitvoer) en 16 (land van oorsprong).
35. Indien in voornoemde vakken in het deelvakje voor het woord “NEEN” een kruisje is geplaatst, moeten land van uitvoer en oorsprong van het product niet overeenstemmen. Het vermelden van die landen heeft enkel zin wanneer de belanghebbende overmacht wil inroepen met als doel een verlenging of annulatie van het EU-certificaat te bekomen.
36. Indien in bedoelde vakken geen land van uitvoer of oorsprong is vermeld, is het EU-certificaat geldig voor invoer uit alle derde landen.
37. Er valt op te merken dat de EU-certificaten ook kunnen zijn afgeleverd voor een groep van landen van uitvoer en van oorsprong. In die gevallen is het EU-certificaat geldig voor alle landen die erop zijn vermeld of deel uitmaken van de erop vermelde groep van landen.
9.3. Land van bestemming
Mededeling inzake in- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten
38. Indien in vak 7 (land van bestemming) van het uitvoercertificaat AGREX in het deelvakje voor het woord “JA” een kruisje is geplaatst, moet het product de bestemming krijgen die op het uitvoercertificaat AGREX is vermeld. Dit wil zeggen dat het land vermeld in vak 17 (land van bestemming) op de douaneaangifte dient overeen te komen met vak 7 (land van bestemming) van het uitvoercertificaat AGREX.
39. Indien in vak 7 in het deelvakje voor het woord “NEEN” een kruisje is geplaatst, moet het product niet noodzakelijk de bestemming krijgen die op het uitvoercertificaat AGREX is vermeld. Het vermelden van een land heeft zin wanneer de belanghebbende overmacht wil inroepen teneinde een verlenging of annulatie van het EU-certificaat te bekomen (zie hoofdstuk 13).
40. Indien in vak 7 geen land van bestemming is vermeld, is het uitvoercertificaat AGREX geldig voor de uitvoer naar alle derde landen.
41. Er valt op te merken dat de uitvoercertificaten AGREX ook kunnen worden afgeleverd voor een groep van landen van bestemming. In die gevallen is het uitvoercertificaat AGREX geldig voor alle landen die erop zijn vermeld of deel uitmaken van de erop vermelde groep van landen.
9.4. Omschrijving van de producten – GN-code
9.4.1. Algemeen
Mededeling inzake in- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten
42. Over het algemeen wordt het EU-certificaat afgegeven voor het geheel van de onder één code van de gecombineerde nomenclatuur vallende producten.
43. In enkele gevallen kan het EU-certificaat worden afgegeven:
- hetzij voor producten die onder verscheidene codes van de gecombineerde nomenclatuur vallen;
- hetzij voor een gedeelte van de producten die onder een code van de gecombineerde nomenclatuur vallen.
44. De omschrijving van de producten kan in vereenvoudigde vorm zijn vermeld; maar dient de noodzakelijke elementen te bevatten om de indeling van het product onder de in vak 16 van het EU-certificaat voorkomende code(s) van de gecombineerde nomenclatuur of productcode(s) mogelijk te maken. Voor producten die tot de wijnbouwsector behoren, moet de omschrijving op het invoercertificaat AGRIM bovendien de kleur van de wijn of de most omvatten (wit of rood/rosé).
45. In vak 16 van het EU-certificaat komt meestal de volledige code(s) van de gecombineerde nomenclatuur voor (acht cijfers) of van de productcode (12 cijfers).
Indien het een EU-certificaat betreft, zoals bedoeld in §45, 2e deelstreepje, dient de GN-code(s) voorafgegaan te worden door het woord “ex”.
46. Wanneer vak 16 van het EU-certificaat onvoldoende plaats biedt om de verschillende codes van de gecombineerde nomenclatuur te vermelden, worden alle codes vermeld in vak 15 van het EU-certificaat, voorafgegaan door een asterisk "*" die ook is aangebracht in vak 16 van het EU-certificaat.
47. In uitzonderlijke gevallen kan de aanduiding van de code afwijken van de hiervoor uiteengezette regels. De douane hoeft enkel na te gaan of de ingevoerde of uitgevoerde producten wel degelijk betrekking hebben op de producten omschreven op het EU-certificaat.
Wanneer de benaming van de producten op het EU-certificaat niet overeenstemt met de daarop vermelde tariefindeling mag het certificaat niet worden afgeschreven en dient toepassing te worden gemaakt van de procedures “controles achteraf” bedoeld in titel 18.2.
48. Wanneer de niet-overeenstemming tussen de benaming van de producten en de tariefindeling zoals ze op het EU-certificaat staan vermeld, alleen te wijten is aan het feit dat het Gebruikstarief een wijziging heeft ondergaan of dat een andere seizoengebonden code toepasselijk is geworden sinds de aflevering van het EU-certificaat, mag deze zonder meer verder als geldig worden aangenomen: in dergelijke gevallen moet de PLDA douaneaangifte wel de nieuwe gegevens bevatten.
49. Wanneer de aangeboden producten niet overeenstemmen met de gegevens vermeld op het EU-certificaat, mag de douane het EU-certificaat niet afschrijven en moeten de bepalingen vermeld in titel 19.2. worden toegepast.
Indien de niet-overeenstemming komt doordat de gecombineerde nomenclatuur een wijziging heeft ondergaan gedurende de geldigheidsperiode van het EU-certificaat, mag de douane het betrokken certificaat wel aanzuiveren. In dergelijke gevallen moet de douaneaangifte wel de nieuwe gegevens bevatten.
9.4.2. Betwistingen over tarifering
50. Wanneer de douane de in de PLDA douaneaangifte vermelde tariefindeling betwist, kan zij de producten onderwerpen om de juiste tarifering te bepalen. In deze gevallen moet zij in beginsel de producten inhouden indien er enige kans bestaat dat een EU-certificaat of een andere dan het met de PLDA douaneaangifte overgelegde EU-certificaat zal nodig zijn.
Niettemin laat de douane het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer voltrekken op voorwaarde dat de goede trouw van de belanghebbende wordt aangenomen en hij de verbintenis onderschrijft om op verzoek van de douane binnen de maand te rekenen vanaf de datum van de beslissing over de tarifering, een passend EU-certificaat over te leggen op straf van sancties wegens sluikinvoer of -uitvoer. Tevens moet voldaan zijn aan de voorwaarden die voor het vrijgeven van de producten gesteld zijn.
51.Ongeacht of de producten worden ingehouden of vrijgegeven, dient de douane het overgelegde EU-certificaat samen met de PLDA douaneaangifte op de gewone wijze aan te zuiveren en te behandelen; in de aanzuiveringsvermelding zet zij de aangegeven goederencode evenals de vermelding “Onderwerping tarifering”.
52. Indien uit de tariferingsbeslissing blijkt dat de in de PLDA douaneaangifte vermelde tariefindeling juist is, deelt het plaatselijk hoofd van het kantoor aan de instantie van afgifte van het EU-certificaat schriftelijk mee dat de afschrijving van het EU-certificaat definitief is.
Blijkt daarentegen uit voornoemde beslissing dat een andere dan het al aangezuiverde certificaat nodig is, dan zijn de bepalingen vermeld in titel 19.2. van toepassing.
9.5. Hoeveelheid en tolerantie
Artikel 5 van DA
Artikel 8 van IA
Mededeling inzake in- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten
53. De instantie van afgifte vermeldt de toegelaten hoeveelheid in de vakken 17 en 18 van het EU-certificaat in eenheden van het metriek stelsel. Zij gebruikt daartoe de volgende afkortingen:
- t voor ton;
- kg voor kilogram;
- hl voor hectoliter.
Indien het om levende dieren gaat wordt het aantal stuks vermeld.
In vak 19 van het EU-certificaat vermeldt de instantie van afgifte de voor het betrokken product toegestane tolerantie. Zij vult het cijfer “0” in voor EU-certificaten waarvoor geen tolerantie naar boven geldt. Indien de sectorale verordening niets voorziet over de in het spel zijnde tolerantie, zal zij het vak 19 niet invullen.
54. Tenzij een andere tolerantie op het EU-certificaat (vak 19) vermeld is, mag de toegelaten hoeveelheid worden overschreden met 5 %. Indien een andere tolerantie op het EU-certificaat is vermeld, mag de toegelaten hoeveelheid slechts worden overschreden met deze tolerantie.
55. Wanneer een EU-certificaat niet alleen het toegelaten gewicht vermeldt, maar ook het aantal stuks, mag dit document slechts worden gebruikt voor dit aantal, zelfs indien het overeenstemmend gewicht minder is dan dit vermeld op het EU-certificaat.
56. De toegestane hoeveelheid, verhoogd met de tolerantie mag niet worden overschreden.
57. Voor de berekening van de tolerantie gelden de volgende afrondingsregels:
- indien de eerste decimaal gelijk is aan of hoger is dan vijf, wordt de hoeveelheid naar boven afgerond tot de eerstvolgende meeteenheid als bedoeld in § 53; indien de eerste decimaal minder dan vijf bedraagt, worden de decimalen geschrapt;
- hoeveelheden die op het aantal dieren zijn gebaseerd, worden afgerond op het volgende hogere gehele getal aan dieren.
58. Een tolerantie is niet van toepassing wanneer de op het invoercertificaat AGRIM vermelde hoeveelheid overeenstemt met de hoeveelheid die is vermeld op een uitvoerdocument (uit een derde land), dat een van de bewijsstukken is op basis waarvan het product in aanmerking komt voor de preferentiële behandeling gezien zijn specifieke kwaliteit, variëteit of kenmerk, als vereist in de betrokken internationale overeenkomst. In dergelijk geval zal in vak 19 van het invoercertificaat AGRIM het cijfer nul (“0”) zijn ingevuld.
59. Wanneer een invoercertificaat AGRIM vereist is voor tariefcontingenten 09.4xxx, moet de hoeveelheid waarmee de op het invoercertificaat AGRIM vermelde hoeveelheid (vak 17) wordt overschreden binnen de in vak 19 vermelde tolerantie, in het vrije verkeer worden gebracht tegen het recht “erga omnes”. Indien naast het tariefcontingent 09.4xxx een andere preferentiële regeling van toepassing is, mag het recht binnen die preferentiële regeling worden toegepast in plaats van het recht “erga omnes”.
De totale hoeveelheid moet afgeschreven worden van hetzelfde invoercertificaat AGRIM.
In vak 24 van het invoercertificaat AGRIM komt één van de volgende vermeldingen voor: (tenzij er voor het tariefcontingent een specifieke vermelding is voorgeschreven; in voorkomend geval zal die vermelding in TARBEL zijn opgenomen in de voetnoot met het nummer van het betrokken tariefcontingent):
Taal | Vermelding |
NL | Preferentiële regeling van toepassing voor de in de vakken 17 en 18 vermelde hoeveelheid |
FR | Régime préférentiel applicable pour la quantité indiquée dans les cases 17 et 18 |
DE | Präferenzregelung, anwendbar auf die in den Feldern 17 und 18 genannte Menge |
Andere | zie bijlage I, deel C van de mededeling bedoeld in §7 |
De douane dient bij het afschrijven van het invoercertificaat AGRIM de hoeveelheden op de aangifte te vergelijken met de hoeveelheden in vak 17 (hoeveelheid in cijfers) en vak 18 (hoeveelheid in letters) van het invoercertificaat AGRIM:
- Indien de hoeveelheid in het vrij verkeer gebracht met de hoeveelheid in vak 17 en 18 van het invoercertificaat AGRIM overeenstemmen, dan dient alles in één artikel aangegeven te worden.
-Indien de hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte goederen hoger is dan de hoeveelheid in vak 17 of 18 van het invoercertificaat AGRIM, dan dient de hoeveelheid gesplitst te worden over 2 artikelen:
- het eerste artikel bevat hoogstens de hoeveelheid die in vak 17 of 18 van het invoercertificaat vermeld wordt; het eerste artikel heeft recht op een tariefcontingent 09.4xxx (tariefcontingent beheerd door middel van een invoercertificaat AGRIM: PLDA berekent het invoerrecht automatisch tegen de heffingsvoet voorzien binnen het tariefcontingent.
- het tweede artikel omvat elke eenheid die hoger ligt dan de hoeveelheid in vak 17 en 18 is vermeld op het invoercertificaat AGRIM, maar binnen de tolerantie; het tweede artikel heeft geen recht op een tariefcontingent 09.4xxx: PLDA berekent het invoerrecht tegen de heffingsvoet buiten het tariefcontingent.
Beide artikelen moeten wel degelijk in vak 44 verwijzen naar hetzelfde invoercertificaat AGRIM en erop afgeschreven worden, zelfs in het geval dat het tweede artikel een kleinere of gelijke hoeveelheid zou zijn dan de minimumhoeveelheid waarvan sprake in de §§ onder titels 7.1.1. en 7.1.2., aangezien het om één logistieke operatie gaat als bedoeld in de §§ 7.1.1. en 7.1.2. hiervoor.
9.6. Overlegging door derden
Artikel 6 van DA
Artikel 11 van IA
Mededeling inzake in- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten
60. Aangezien de EU-certificaten strikt persoonlijk zijn en niet aan anderen mogen worden afgestaan, mag de douane ze slechts aanvaarden, indien ze door de titularis van het EU-certificaat (vak 4) zelf worden gebruikt. Evenwel mag de titularis van het EU-certificaat éénmaal vragen zijn rechten over te dragen aan een derde persoon. Deze toestemming wordt verleend door de instantie van afgifte van het EU-certificaat en blijkt uit de vermeldingen in vak 6 van het EU-certificaat, namelijk:
- de naam en het adres van de cessionaris; EN
- de datum waarop de vermelding geschiedde, gewaarmerkt met het stempel van die instantie die de toestemming verleende.
De uit de EU-certificaten voortvloeiende verplichtingen zijn echter niet overdraagbaar.
De overdracht wordt van kracht met ingang van de datum vermeld in vak 6 en geldt voor de op dat ogenblik nog niet afgeschreven hoeveelheid. Vanaf dan mag enkel de cessionaris (dus ook niet meer de titularis) het EU-certificaat gebruiken en dit tot het einde van de geldigheidsduur (vak 12 en, in geval van verlenging, vak 26 van het invoercertificaat AGRIM of vak 24 van het uitvoercertificaat AGREX).
61. De cessionaris mag zijn recht niet meer overdragen, maar mag het wel retrocederen (teruggeven) aan de titularis. Deze retrocessie heeft betrekking op de nog niet op het certificaat afgeschreven hoeveelheid. Het is opnieuw de instantie van afgifte van het EU-certificaat die de retrocessie toestaat, door vermelding in vak 6 van het EU-certificaat van één van de volgende vermeldingen:
Taal | Vermelding |
NL | - aan de titularis geretrocedeerd op ... |
FR | - rétrocession au titulaire de ... |
DE | - Rückübertragung auf den Lizenzinhaber am ... |
Andere | zie bijlage I, deel A van de mededeling bedoeld in §8 van deze circulaire |
Deze retrocessie is eveneens van kracht met ingang van de datum voorkomend in de vermelding. Het EU-certificaat mag vanaf dan opnieuw enkel door de titularis worden gebruikt, dit eveneens tot het einde van de geldigheidsduur.
62. De douaneaangifte voor het vrije verkeer of voor uitvoer moet ingediend worden:
- door de titularis (vak 4 van het EU-certificaat), of
- bij overdracht van rechten door de cessionaris (vak 6 van het EU-certificaat), of
- door een douanevertegenwoordiger die voor rekening van de titularis of de cessionaris handelt, waarbij in de PLDA douaneaangifte wordt vermeld dat de titularis of de cessionaris de persoon is namens wie aan de verplichting tot het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer wordt voldaan.
63. Daartoe moet het EORI-nummer van de titularis of bij overdracht van rechten het EORI nummer van de cessionaris voorkomen op de aangifte voor het vrije verkeer of voor uitvoer. Dit EORI-nummer komt voor in vak 4 of 6 van het EU-certificaat afgeleverd in België. Indien het EU-certificaat afgeleverd werd in een andere lidstaat kan het EORI-nummer voorkomen in vak 20 mits de naam of het identiteitsnummer in vak 4 of 6 kan worden gelinkt aan het EORI-nummer in vak 20.
64. Bij het in het vrije verkeer brengen zal in principe het betrokken EORI-nummer moeten voorkomen in vak 8 (geadresseerde) of vak 14 (aangever/vertegenwoordiger) van de PLDA douaneaangifte. Bij uitvoer zal in principe het betrokken EORI-nummer moeten voorkomen in vak 2 (uitvoerder) of vak 14 (aangever/vertegenwoordiger) van de PLDA douaneaangifte.
Een uitzondering hierop is wanneer een douanevertegenwoordiger de douaneformaliteiten vervult. Dan is het mogelijk dat de titularis of de cessionaris niet als geadresseerde in vak 8 of als uitvoerder in vak 2 van de PLDA douaneaangifte vermeld kan worden. In dit geval dient de douanevertegenwoordiger het EORI-nummer van de titularis of cessionaris aan te geven via de kolom "bijkomende info" van vak 44 in de PLDA-applicatie. Dit is enkel voor de douane zichtbaar via volgende procedure:
MRN-nummer van de PLDA douaneaangifte ingeven; knop "Zoeken" drukken; "Visualiseer aangifte";
klik op "Tabblad artikels", "Toon artikel", "Tabblad documenten" van de PLDA-applicatie.
10. Afschrijving van EU-certificaten
10.1. Afschrijvingsvermeldingen
Artikel 10 van IA
Bijlage I van IA
Mededeling inzake in- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten
65. De douane schrijft de EU-certificaten af, telkens ze een PLDA douaneaangifte aanvaardt en nagegaan heeft of het EU-certificaat geldig is voor de betrokken in het vrije verkeer brengen of uitvoer (zie hoofdstuk 8).
Er wordt aan herinnerd dat een uitvoercertificaat AGREX wordt afgeschreven bij het aanvaarden van een PLDA douaneaangifte voor de plaatsing
- onder de regeling douane-entrepot ter verkrijging van de betaling van een bijzondere uitvoerrestitutie voorafgaande aan uitvoer (entrepot restituties rundsvlees) en;
- onder de regeling douane-entrepot voor de vervaardiging van goederen onder douanetoezicht en douanecontrole voorafgaande aan de uitvoer en betaling van een uitvoerrestitutie (restituties rundsvleesconserven).
66. Het afschrijven van een EU-certificaat gebeurt door het invullen van de vereiste gegevens in de vakken 29 tot en met 32 op de keerzijde van het EU-certificaat. Wanneer in deze circulaire sprake is van een "afschrijvingsvermelding" wordt hiermee het geheel van de gegevens bedoeld dat aangebracht is in één strook van de vakken 29 tot en met 32 van het betrokken certificaat.
67. Vak 29 is onderverdeeld in deel 1 (beschikbare hoeveelheid) en deel 2 (afgeschreven hoeveelheid).
Alvorens de eerste afschrijvingsvermelding op een EU-certificaat aan te brengen, zet de douane in het eerste deel 1 van vak 29 de hoeveelheid waarvoor het EU-certificaat is afgegeven, verhoogd met de eventuele in vak 19 aangeduide tolerantie; aldus wordt de tolerantie onmiddellijk in de toegestane hoeveelheid begrepen. Indien er in vak 19 geen tolerantie vermeld is, mag de hoeveelheid in min worden afgeschreven met maximaal het percentage vermeld in § 54.
68. Indien een EU-certificaat niet enkel het toegelaten gewicht, maar ook het aantal stuks vermeldt, moet het vak 29 in twee delen door middel van een verticale lijn verdeeld worden; in de linkerhelft van deel 1 van bedoeld vak, wordt het toegestane gewicht vermeld en in de andere helft het aantal stuks.
69. Bij elk in het vrije verkeer brengen of elke uitvoer vermeldt de douane de in het vrije verkeer gebrachte of de uitgevoerde hoeveelheid (in cijfers in het eerstvolgende deel met het cijfer 2 in vak 29 en in letters in vak 30); vervolgens berekent zij de nog beschikbare hoeveelheid en brengt deze aan in het eerstvolgende deel 1 van vak 29 (zie ook de versozijde van het invoercertificaat AGRIM en van het uitvoercertificaat AGREX in bijlage 2 en 3 van de huidige circulaire).
70. Wat vak 31 van de EU-certificaten aangaat, wordt het volgende aangestipt:
1e) met de vermelding “douanedocument (soort en nummer)” wordt bedoeld dat de douane soort (vak 1, deelvakken 1 en 2) en het MRN-nummer (vak A) van de PLDA douaneaangifte moet vermelden;
2e) de vermelding “Uittreksel nr...”, belangt alleen de instanties aan die uittreksels afleveren;
3e) de bij het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer aan te brengen “datum van afschrijving” is de datum van aanvaarding van de PLDA douaneaangifte.
71. In vak 32 moet de betrokken douaneambtenaar zijn naam en handtekening, het stempel en de afkorting van zijn land (BE voor België) plaatsen.
72. De afschrijvingsvermeldingen op de EU-certificaten mogen door de belanghebbenden worden aangebracht, maar dan moet de douane ze grondig nazien vooraleer hij het stempel, zijn naam, en zijn handtekening in vak 32 aanbrengt.
73. Aangezien de EU-certificaten in heel de EU kunnen worden gebruikt, moet aan de afschrijvingsvermeldingen de grootste zorg worden besteed. Om die reden moeten die vermeldingen met de schrijfmachine of elektronisch worden aangebracht en mogen zij geen enkele schrapping, doorhaling of overheenschrijving bevatten.
Zodra in een afschrijvingsvermelding de geringste vergissing is begaan, moet de hele desbetreffende strook met vakken 29/1, 29/2, 30, 31 en 32 worden doorgehaald en moet de afschrijvingsvermelding volledig worden herbegonnen in de volgende strook. In de doorgehaalde strook zet de douane de vermelding “doorhaling goedgekeurd”, gewaarmerkt met hetzelfde stempel als in § 71 vermeld; dat stempel mag niet in vak 32 worden gezet.
74. Indien meerdere EU-certificaten worden overgelegd voor één partij producten, mogen deze EU-certificaten ook worden afgeschreven indien de afgeschreven hoeveelheid op één of meerdere certificaten onder de minimumhoeveelheid bedoeld in bijlage 4 en 5 valt, voor zover de globale partij wel de minimumhoeveelheid overschrijdt.
In voorkomend geval moet in het vak 32 van de betrokken afschrijvingsvermelding op elk EU-certificaat worden verwezen naar de tegelijkertijd aangeboden EU-certificaten met de vermelding “partiële afschrijving met...(nummer van afgifte van de andere EU-certificaten)”.
75. Wanneer producten, die onder één GN-code worden ingedeeld en beantwoorden aan de omschrijving van één EU-certificaat, als een globale partij in het vrije verkeer worden gebracht of worden uitgevoerd, maar deze partij op de douaneaangifte in verschillende artikelen wordt opgedeeld om redenen die geen verband houden met de reglementering inzake EU-certificaten (bijv. om accijns- of BTW-redenen) moet het overgelegde EU-certificaat worden afgeschreven voor de globale partij, zelfs als de hoeveelheden van elk artikel kleiner zijn dan de opgegeven minimumhoeveelheden.
76. Het kan gebeuren dat één globale partij producten, die onder één GN-code wordt ingedeeld en die onder de EU-certificatenverplichting, valt in één keer aan de douane wordt aangeboden, maar de aangever verschillende aangiften maakt, telkens in hoeveelheden kleiner dan de betrokken minimumhoeveelheden zonder dat daarvoor een economische of andere reden is.
Met het oog op een correcte toepassing van artikel 3 van DA moet worden aangenomen dat die opsplitsing enkel gebeurde om de EU-certificatenregeling te omzeilen, zodat de douane zich tegen dergelijke praktijken dient te verzetten en, ongeacht de toepassing van strafbepalingen, toch de overlegging van een dergelijk certificaat moet eisen.
77. Nadat de afschrijvingsvermelding op het EU-certificaat werd aangebracht, moet de douane het EU-certificaat onmiddellijk teruggeven aan de belanghebbende omdat hij het zou kunnen gebruiken voor verdere zendingen of, indien het voldoende werd afgeschreven, voor de vrijgave van de zekerheid die hij heeft gesteld bij de instantie van afgifte van het betrokken certificaat.
78. Wanneer de producten bij vergissing aangegeven zijn voor het vrije verkeer of de uitvoer met aanzuivering van een EU-certificaat en ze, zonder het douanetoezicht te hebben verlaten, onder een andere douaneregeling worden geplaatst waarvoor geen EU-certificaat is vereist of wanneer de belanghebbende een andere dan het aanvankelijk aangezuiverde EU-certificaat wenst te gebruiken, mag de douane de nieuwe aangifte slechts aanvaarden nadat zij de afschrijvingsvermelding op het aanvankelijk afgeschreven EU-certificaat en de aantekeningen op de daarmee verband houdende documenten heeft doorgehaald (te waarmerken met het stempel bedoeld in § 71 en handtekening) of, indien dat niet mogelijk is, nadat het plaatselijk hoofd van het betrokken douanekantoor aan de instantie van afgifte van dat EU-certificaat een brief heeft gezonden met een uiteenzetting van de als doelloos te beschouwen afschrijvingsvermeldingen.
79. Voor de hoeveelheid verhoogd met tolerantie te vermelden in het eerste vak 29 overeenkomstig § 67 wordt verwezen naar de bepalingen opgenomen onder titel 9.5. hiervoor.
80. Zoals reeds opgenomen in § 70,3° wordt met “datum van afschrijving” de datum van aanvaarding van de PLDA douaneaangifte bedoeld.
81. Gebleken is dat bij gebruikmaking van een PLDA globalisatieaangifte en wanneer de aangever niet als datum van die PLDA globalisatieaangifte de laatste dag van de globalisatieperiode instuurt (hij kan de datum vrij bepalen), het wel eens kan voorkomen dat de geldigheidstermijn van het EU-certificaat waarschijnlijk overschreden is.
Voorbeeld:
Een invoercertificaat AGRIM vervalt op 1 oktober 2019 en de PLDA globalisatieaangifte voor de maand september 2019 wordt ingediend op 12 oktober 2019, dan stelt er zich een probleem als de aangever 12 oktober 2019 instuurt als datum van de PLDA globalisatieaangifte. Derhalve moet indien een PLDA globalisatieaangifte wordt afgeschreven op een EU-certificaat, als datum in vak A de laatste dag van de globalisatieperiode ingestuurd worden. Moest de geldigheid van het EU-certificaat vervallen binnen de globalisatieperiode, dan zal de aangever voor de producten met EU-certificaat twee PLDA globalisatieaangiften moeten indienen: een voor de periode-van de start van de globalisatieperiode tot de laatste dag van geldigheid van het EU-certificaat en een voor de resterende periode van de globalisatieperiode.
1e geval: de geldigheidsduur van het certificaat loopt tot 1 oktober 2019
Globalisatieaangifte - periode | Vervallen van het invoercertificaat AGRIM | Indienen globalisatieaangifte voor de maand september 2019 | Impact op globalisatieaangifte |
De hele maand september | 1 oktober 2019 | 12 oktober 2019 | De laatste dag van de globalisatieperiode geldt als datum van afschrijven (of datum vak A van de aangifte), dit is 30.09.2019 |
2e geval: de geldigheidsduur van het certificaat loopt tot 15 september 2019
Globalisatieaangifte - periode | Vervallen van het invoercertificaat AGRIM | Indienen globalisatieaangifte voor maand september 2019 | Impact op globalisatieaangifte |
De hele maand september 2019 | 15 september 2019 | 12 oktober 2019 |
2 globalisatieaangiftes maken: 1 voor de periode van 1 tot 15 september 2019 1 voor de periode van 16 september tot 30 september |
10.2. Verlengstroken
Artikel 10 van IA
Bijlage I van IA
Mededeling inzake in- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten
82. De keerzijde van de EU-certificaten is zodanig opgevat dat daarop zeven afschrijvingen mogelijk zijn, dit aantal kan vermeerderd worden door toevoeging van een of meer verlengstroken die dezelfde afschrijvingsvakken bevatten en eveneens dezelfde geguillocheerde onderdruk hebben.
83. Voortaan zijn in België enkel nog de Gewesten bevoegd voor het afleveren en het bevestigen van de verlengstroken en is het de betrokkene (en niet de douane) die zelf contact moet opnemen met de bevoegde instantie (zie § 3).
11. Uittreksels
Artikel 6 van IA
Mededeling inzake in- en uitvoercertificaten voor landbouwproducten
84. Om het gelijktijdig gebruik van EU-certificaten op verschillende plaatsen (bijvoorbeeld in een andere lidstaat; om logistieke of procedurele redenen;…) mogelijk te maken, voorziet de certificatenregeling in de mogelijkheid tot afgifte van uittreksels.
85. Zo'n uittreksel dient, net als een gewoon EU-certificaat, door de belanghebbende voor een welbepaalde hoeveelheid te worden aangevraagd bij een bevoegde instantie (zie bijlage 1 voor de lijst van instanties binnen Europa die bevoegd zijn om EU-certificaten af te geven). In België zijn er slechts 2 instanties bevoegd om uittreksels af te leveren, met name de dienst Certificaten Interventies en Restituties van het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse Overheid en het "Departement des Aides" van de Waalse Overheid.
86. De instanties kunnen enkel uittreksels afleveren van EU-certificaten die oorspronkelijk in hun lidstaat werden afgegeven.
87. Een uittreksel van een EU-certificaat wordt afgeleverd op eenzelfde formulier als het oorspronkelijke certificaat. Het enige verschil met een oorspronkelijk certificaat is dat in vak 3 van het uittreksel één van de volgende vermeldingen is aangebracht:
Taal | Vermelding |
NL | “Uittreksel van certificaat nr. ......... ” |
FR | “Extrait du certificat n° ............" |
DE | "Teillizenz der Lizenz Nr. …” |
Andere | zie hoofdstuk II, 5.van de mededeling bedoeld in §8 van deze circulaire |
en in vak 11 van het uittreksel één van de volgende vermeldingen is aangebracht:
Taal | Vermelding |
NL | “Uittreksel ” |
FR | “Extrait" |
DE | "Teillizenz” |
88. Bij de afgifte van een uittreksel voor een bepaalde hoeveelheid zuivert de instantie van afgifte het oorspronkelijke EU-certificaat aan voor diezelfde hoeveelheid, in voorkomend geval verhoogd met het op die hoeveelheid staande deel van de tolerantie.
89. De douane behandelt uittreksels op dezelfde manier als gewone EU-certificaten. Zowel de certificaten als de uittreksels worden in deze circulaire "EU-certificaten" genoemd, behalve daar waar afzonderlijke regels gelden voor de uittreksels.
90. Volledigheidshalve wordt erop gewezen dat er van een uittreksel geen nieuwe uittreksels kunnen worden afgeleverd.
91. Er wordt herinnerd aan het bepaalde onder § 7 hiervoor. Wanneer de aangever in het bezit is van een elektronisch EU-certificaat afgeleverd in een andere lidstaat dat hij wil gebruiken voor een in vrije verkeer brengen of een uitvoer in België, zal hij bij de instantie van afgifte van het elektronisch EU-certificaat een papieren uittreksel ervan moeten vragen.
12. Vervangingscertificaten
Artikel 15 van IA
92. Indien een papieren EU-certificaat of uittreksel gedeeltelijk of volledig vernietigd of verloren is, kan de titularis of de cessionaris onder bepaalde voorwaarden de met afgifte van EU-certificaten belaste instantie om afgifte van een vervangingscertificaat of uittreksel verzoeken.
93. Het vervangingscertificaat of uittreksel wordt afgegeven voor de nog beschikbare hoeveelheid van het oorspronkelijk EU-certificaat of uittreksel. Het wordt door de douane behandeld als een gewoon EU-certificaat.
94. Het vervangingscertificaat of uittreksel draagt in vak 22 van het invoercertificaat AGRIM of vak 24 van het uitvoercertificaat AGREX een van de volgende vermeldingen:
Taal | Vermelding |
NL | Certificaat (of uittreksel) ter vervanging van een verloren of vernietigd certificaat (of uittreksel) - nummer van het oorspronkelijke certificaat … |
FR | Certificat ou extrait de remplacement d'un certificat ou d'un extrait perdu ou détruit - Numéro du certificat ou de l'extrait original … |
DE | Ersatzlizenz oder Ersatzteillizenz einer verlorenen oder vernichteten Lizenz oder Teillizenz - Nummer der ursprünglichen Lizenz oder Teillizenz … |
Andere | zie bijlage I, deel B van de mededeling bedoeld in §8 |
95. Indien het verloren of gedeeltelijk vernietigde oorspronkelijke EU-certificaat wordt teruggevonden, moet de titularis het betrokken certificaat terugzenden naar de met afgifte van certificaten belaste instantie.
13. Verlenging of annulatie van een EU-certificaat (overmacht)
Artikel 16 van IA
96. Wanneer het in het vrije verkeer brengen of het uitvoeren niet tijdens de geldigheidsduur van het betrokken EU-certificaat kan plaatsvinden, als gevolg van een voorval waarvan de titularis van het EU-certificaat meent dat het een geval van overmacht is, kan hij aan de instantie van afgifte vragen om de geldigheidsduur van het EU-certificaat te verlengen of te annuleren.
97. Indien de ingeroepen gebeurtenis betrekking heeft op het land van uitvoer en/of oorsprong (bij een in het vrije verkeer brengen) of het land van bestemming (bij uitvoer), kan die gebeurtenis slechts als overmacht worden erkend indien de naam van die landen tijdig schriftelijk aan de instantie van afgifte of een andere bevoegde instantie van de lidstaat van afgifte werden meegedeeld (in België zijn enkel de regionale instanties van afgifte bevoegd - zie hoofdstuk 1 Voorwoord).
98. Aan de bovenvermelde voorwaarde is onder meer voldaan wanneer de naam van die landen op het ogenblik van de aanvraag van het certificaat worden meegedeeld. In die gevallen zal de naam van de landen op het EU-certificaat voorkomen met een kruisje in het deelvakje voor het woordje "NEEN" (zie vak A).
99. Indien de instantie van afgifte oordeelt dat de geldigheidsduur van het EU-certificaat kan worden verlengd, vult ze bij een invoercertificaat AGRIM vak 26 of bij een uitvoercertificaat AGREX vak 24 in met:
- de nieuwe vervaldatum van het EU-certificaat EN;
- met de hoeveelheid waarvoor de verlenging wordt toegestaan.
Vervolgens kan de douane deze certificaten verder afschrijven voor de betrokken hoeveelheid tot de nieuwe vervaldatum van het EU-certificaat.
100. Ingeval de instantie van afgifte oordeelt om het EU-certificaat te annuleren, is de douane niet meer betrokken bij de verdere procedure.
14. Afgifte van een tweede certificaat (overmacht)
Artikel 16 van IA
101. Wanneer de belanghebbende, naar aanleiding van een geval van overmacht bij de instantie van afgifte om verlenging heeft verzocht van de geldigheidsduur van een EU-certificaat met vaststelling vooraf van het recht bij invoer of de uitvoerheffing (zie hoofdstuk 13 van de huidige circulaire), kan hij, indien er nog geen beslissing over zijn verzoek is genomen, een tweede certificaat aanvragen.
102. Wanneer de titularis of de cessionaris tijdens de periode dat de met afgifte van EU-certificaten belaste instantie beslist over zijn aanvraag tot overmacht, verder gebruik wenst te maken van het EU-certificaat, geeft die dienst een uittreksel af voor de resterende hoeveelheid.
15. Duplicaten
Artikel 15 van IA
103. Ingeval van verlies van een EU-certificaat kan de belanghebbende bij de instantie van afgifte een duplicaat bekomen, dat diagonaal de in de tabel opgesomde vermeldingen draagt. Het wordt afgeleverd op eenzelfde formulier als het oorspronkelijke EU-certificaat.
Taal | Vermelding | |
NL |
| |
FR |
| |
DE |
| |
Andere | zie bijlage II, deel 1.12 van de mededeling bedoeld in §8 |
104. Zo'n duplicaat kan in geen geval dienen ter verwezenlijking van nieuwe in- of uitvoerverrichtingen (in tegenstelling met de hiervoor onder hoofdstukken 12 en 14 bedoelde certificaten).
105. Op verzoek van de belanghebbende zal de douane op het duplicaat de afschrijvingsvermeldingen opnieuw samenstellen met de zendingen die met het zoek geraakte originele EU-certificaat werden in het vrije verkeer gebracht of uitgevoerd. De aanvrager moet daartoe wel alle vereiste gegevens verstrekken, bijvoorbeeld overlegging van de gebruikte douanedocumenten waarop in vak 44 is verwezen naar het betrokken certificaat.
106. Deze wedersamenstelling is van belang, omdat ze de belanghebbende in de mogelijkheid stelt de bij de afgifte van het EU-certificaat gestelde zekerheid terug te krijgen naar rato van de afschrijvingen op het duplicaat (zie ook hoofdstuk 16 hierna).
16. Formaliteiten van de vrijgave van de zekerheid
Artikel 4 en 7 van DA
Artikel 5 en 14 van IA
107. Om de zekerheid vrij te geven die de belanghebbende heeft gesteld bij de afgifte van het EU-certificaat (zie hoofdstuk 8), moet hij het voor een zeker minimumpercentage afgeschreven EU-certificaat (doorgaans 95 %, maar kan van sector tot sector verschillen) overleggen bij de instantie van afgifte en dit binnen zestig dagen na afloop van de geldigheidsduur van het EU-certificaat. Het is dus van belang dat de douane de certificaten na afschrijving onmiddellijk teruggeeft aan de belanghebbende.
108. Het door de douane geviseerde exemplaar van het certificaat of uittreksel van de titularis of cessionaris (of het elektronische exemplaar ervan) geldt als bewijs dat aan de verplichting om de goederen in het vrije verkeer te brengen is voldaan.
Als bewijs dat de verplichting tot uitvoer is nagekomen, geldt:
- het naar behoren door de douane geviseerde exemplaar van het certificaat of het uittreksel van de titularis of de cessionaris (of het elektronische equivalent ervan), en;
- de in artikel 334 van de DWU IA bedoelde bevestiging van het uitgaan van goederen aan de exporteur of de aangever door het douanekantoor van uitvoer.
109. De zekerheid die bij de afgifte van een uitvoercertificaat AGREX werd gesteld, kan slechts worden vrijgegeven indien kan aangetoond worden dat de producten binnen 150 dagen vanaf de datum van aanvaarding van de douaneaangifte de Unie hebben verlaten. Er dient een bewijs hiervan samen met de afgeschreven EU-certificaten binnen de 180 dagen na afloop van de geldigheidsduur van het EU-certificaat te worden overgelegd bij de afgifte instanties van de certificaten.
Indien een uitvoercertificaat wordt gebruikt voor de hierna opgesomde regelingen, dan geldt deze termijn van 180 dagen niet en wordt de zekerheid vrijgegeven vanaf het tijdstip dat de producten onder de regeling werden geplaatst:
- het plaatsen onder het douane-entrepot ter verkrijging van de betaling van een bijzondere uitvoerrestitutie voorafgaande aan uitvoer (entrepot restituties rundsvlees) en
- het plaatsen onder het douane-entrepot voor de vervaardiging van goederen onder douanetoezicht en douanecontrole voorafgaande aan de uitvoer en de betaling van een uitvoerrestitutie (restituties rundsvleesconserven).
110. Zoals opgenomen in titel 2.8. van het ‘Informatiedocument omtrent het douanewetboek van de Unie (DWU)' is het gebruik van een controle-exemplaar T5, voorzien in de artikelen 912 bis tot 912 octies van Verordening (EEG) nr. 2454/93, niet opgenomen in het DWU en kwam dus te vervallen op 1 mei 2016.
Zoals eerder werd meegedeeld, wordt voor de vrijgave van de zekerheid van een uitvoercertificaat AGREX gebruik gemaakt van de bevestiging van het uitgaan van de goederen, zoals bedoeld in artikel 334 van de DWU IA.
111. Dit houdt in dat in principe bij uitvoer van landbouwproducten met gebruikmaking van een uitvoercertificaat AGREX, met ingang van 1 mei 2016:
- het kantoor van uitvoer geen controle-exemplaar T5 meer mag geldig maken;
- het kantoor van uitgang enkel nog controle-exemplaren T5 die geldig gemaakt zijn vóór 1 mei 2016, mag viseren in vak J (controle van het gebruik en/of de bestemming).
112. Gebleken is echter dat bepaalde lidstaten op basis van artikel 54 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, beslist hebben om verder gebruik te maken van het controle-exemplaar T5 tot dat het DWU-systeem AES bij hen is uitgerold. Dit heeft voor gevolg dat in afwijking met het bepaalde in de vorige alinea en tot nader bericht:
- een Belgisch kantoor van uitvoer, op verzoek van de aangever en voor zover een uitvoercertificaat AGREX afgegeven in een andere lidstaat wordt afgeschreven voor de betrokken uitvoeraangifte (zie ook vak 105 van het controle-exemplaar T5), een controle-exemplaar T5 mag geldig maken na 1 mei 2016 met inachtneming van de bepalingen opgenomen in de instructie Controle-exemplaar T5 van 1 mei 2004 (D.I. 687.0 – D.T. 228.087);
- een Belgisch kantoor van uitgang, controle-exemplaren T5 geldig gemaakt na 1 mei 2016 en waarop in vak 105 wordt verwezen naar een uitvoercertificaat AGREX afgeleverd in een andere lidstaat, mag viseren in vak J met inachtneming van de bepalingen opgenomen in de in het vorige streepje aangehaalde instructie.
113. De met afgifte van EU-certificaten belaste autoriteit is gehouden de bevestigingen van het uitgaan van de goederen, zoals bedoeld in artikel 334 van de DWU IA, die ze van de titularis of cessionaris van het EU-certificaat ontvangt op basis van risicobeheer, te controleren. Daartoe kan het gebeuren dat een Belgisch kantoor van uitvoer van een in een andere lidstaat met afgifte van EU-certificaten belaste autoriteit een vraag krijgt om de datum van uitgang te controleren van een aangifte die op het betrokken kantoor is aanvaard en waarbij gebruik werd gemaakt van een EU-certificaat afgeleverd door de verzoekende autoriteit. Daartoe zal die autoriteit gebruik maken van het formulier “Controle a posteriori” waarvan het model voorkomt in bijlage II van de onder titel 2.1 bedoelde mededeling. Op het formulier zal de derde mogelijkheid onder de rubriek III A aangekruist/aangevuld zijn door de met afgifte van EU-certificaten belaste autoriteit. De betrokken douanedienst die het verzoek krijgt, behandelt deze aanvraag met voorrang en vult het betrokken formulier aan met de noodzakelijke gegevens in de rubriek IV – D en stuurt het formulier binnen de zestig kalenderdagen terug naar de verzoekende instantie waarvan de gegevens voorkomen in vak I van het formulier.
17. Bijzondere regelingen
17.1. Regeling actieve veredeling
114. Zoals blijkt uit hoofdstuk 6 van deze circulaire, moet bij toepassing van de bijzondere douaneregeling actieve veredeling in de volgende gevallen een EU-certificaat worden overgelegd:
- een invoercertificaat AGRIM, indien een onder de bijzondere douaneregeling actieve veredeling ingevoerd goed opgenomen in de tabel van bijlage 4 van deze circulaire, in het vrije verkeer wordt gebracht;
- een uitvoercertificaat AGREX, indien een “uniegoed” (definitie: zie artikel 5, punt 23 van het DWU), opgenomen in de tabel van bijlage 5 van deze circulaire, onder de bijzondere douaneregeling actieve veredeling wordt uitgevoerd.
17.2. Wederinvoer van met een uitvoercertificaat AGREX uitgevoerde goederen en uitvoer van vervangingsgoederen
115. Er wordt aan herinnerd dat bij wederinvoer onder het stelsel terugkerende goederen geen invoercertificaat AGRIM mag afgeschreven worden overeenkomstig § 19, 4e deelstreepje hiervoor.
17.3. Weerslag van de regeling over terugbetalingen op de regeling over EU-certificaten
116. Zoals reeds uiteengezet is in § 19, 4e deelstreepje is geen uitvoercertificaat AGREX vereist bij de wederuitvoer van producten waarvoor in de PLDA douaneaangifte voor uitvoer de vermelding staat dat het gaat om een wederuitvoer met het oog op terugbetaling van de bij invoer geheven rechten, voor zover de uitvoerder het bewijs voorlegt dat over die terugbetaling al een gunstige beslissing is getroffen.
Staat die vermelding in de PLDA douaneaangifte voor uitvoer, maar wordt voormeld bewijs niet voorgelegd, dan geldt bovenstaande vrijstelling niet en moet wel een uitvoercertificaat AGREX worden overgelegd.
117. In de gevallen uitgelegd bij het gegevenselement 2/4 (G.E.2/4) in Bijlage I van de Circulaire 2019/C/76 betreffende terugbetaling en kwijtschelding (zie evenwel § 120 hierna), kunnen producten waarvoor bij in het vrije verkeer brengen een invoercertificaat AGRIM is voorgelegd niet in aanmerking komen voor een gunstige beslissing over terugbetaling van rechten, tenzij dat invoercertificaat AGRIM opnieuw wordt overgelegd met daarbij een verklaring van de instantie die het heeft afgeleverd waarin ze bevestigt dat de nodige maatregelen zijn getroffen om de gevolgen van het in het vrije verkeer brengen van die producten te annuleren.
In België is het uitsluitend de taak van de douaneambtenaar die over de terugbetaling moet beslissen om zich deze twee stukken te doen overleggen en het onderstaande toe te passen:
- wordt de aanvraag om terugbetaling uiteindelijk afgewezen, dan moet voormelde ambtenaar daarvan kennis geven aan de instantie die het invoercertificaat AGRIM heeft afgeleverd (zie evenwel § 119 hierna) en dat EU-certificaat aan de belanghebbende teruggeven.
- wordt de aanvraag om terugbetaling ingewilligd, dan moet op het invoercertificaat AGRIM de afschrijving worden geannuleerd voor de hoeveelheid waarop de terugbetaling slaat, zelfs indien de geldigheidsduur ervan is verstreken (zie evenwel § 118 hierna); daarna geeft de douane het EU-certificaat aan de belanghebbende terug.
118. De bepalingen van de eerste en tweede alinea van § 116, moeten niet worden toegepast:
a) wanneer het, ingevolge overmacht, nodig is de producten weder uit te voeren, te vernietigen of onder het stelsel van douane-entrepot of het stelsel van vrije zones op te slaan;
b) wanneer de producten geleverd worden aan liefdadigheidsinstellingen zoals gedefinieerd bij gegevenselement G.E. VIII/4 van de Circulaire 2019/C/76 betreffende terugbetaling en kwijtschelding;
c) wanneer het invoercertificaat AGRIM, vanaf het ogenblik dat de producten in het vrije verkeer zijn gebracht tot op het ogenblik van de beslissing over de terugbetaling, in handen van de douane is gebleven en er dus nog geen vrijgave van de zekerheid voor niet-gebruik heeft kunnen plaatsvinden.
119. De in § 117, laatste alinea, bedoelde annulering dient niet te gebeuren, wanneer de producten geleverd worden aan liefdadigheidsinstellingen. Indien als gevolg van overmacht en op verzoek van de belanghebbende de goederen worden wederuitgevoerd, vernietigd of in een douane-entrepot of een vrije zone worden opgeslagen, dan dient de annulering wel te gebeuren.
17.4. Voedselhulp
120. Er wordt aan herinnerd dat er bij uitvoer geen uitvoercertificaat AGREX mag afgeschreven worden indien de betrokken zending voldoet aan de voorwaarden opgenomen in titel 7.2.1. hiervoor. Voldoet de zending niet aan de voorwaarden, dan is een uitvoercertificaat AGREX vereist.
17.5. Regeling passieve veredeling
121. Zoals blijkt uit hoofdstuk 6 hiervoor, moet bij toepassing van de bijzondere douaneregeling passieve veredeling in de volgende gevallen een EU-certificaat worden overgelegd:
- een invoercertificaat AGRIM, voor sommige producten die uitgevoerd zijn onder de bijzondere douaneregeling passieve veredeling, met gebruikmaking van een uitvoercertificaat AGREX en terugkeren naar het vrije verkeer;
- een uitvoercertificaat AGREX, indien uitgevoerd als basisproduct onder de bijzondere douaneregeling passieve veredeling .
18. Controles achteraf
Artikel 13 van IA
18.1. Op vraag van de instantie van afgifte
122. Bij twijfel in verband met de door de douane op de achterzijde van het EU-certificaat aangebrachte vermeldingen of bij steekproefsgewijze controle, kan de instantie van afgifte van het certificaat (zie § 3 en bijlage 1) door middel van het formulier "Controle a posteriori" waarvan het model voorkomt in bijlage II van de onder hoofdstuk 4 bedoelde mededeling (en in bijlage 8 van deze circulaire) het betrokken douanekantoor verzoeken om een controle van de aangebrachte vermeldingen.
In voorkomend geval, vult de douane het vak IV (uitslag van de controle) zo spoedig mogelijk in, en waarmerkt die vermeldingen door aanduiding van de naam van het douanekantoor, de datum waarop de gegevens werden gecontroleerd, de handtekening van de betrokken ambtenaar en het aanbrengen van het kantoorstempel.
Daarna wordt het formulier onverwijld rechtstreeks teruggezonden naar de instantie die de controle heeft aangevraagd binnen de 60 kalenderdagen.
18.2. Op vraag van de douane of belanghebbende
18.2.1. Algemene procedure
123. Bij ernstige twijfel omtrent de echtheid van een EU-certificaat of omtrent de daarop voorkomende vermeldingen of afschrijvingen, zendt de douane dit EU-certificaat met een verslag per aangetekende brief naar de instantie van afgifte van het certificaat. Indien die instantie in een andere lidstaat is gevestigd, moet het formulier waarvan sprake in § 122 worden gebruikt.
Op verzoek van de belanghebbende geeft zij hem een ontvangstbewijs. Er mag niet uit het oog verloren worden dat het verlies van een EU-certificaat, waaraan soms voordelige voorwaarden over rechten bij invoer, uitvoerheffingen of -belastingen zijn verbonden, voor de belanghebbende zware gevolgen kan hebben. In afwachting van een antwoord, wordt de betrokken zending ingehouden.
124. Er valt op te merken dat ook de belanghebbende zelf het initiatief kan nemen om het certificaat voor controle terug te sturen naar de instantie van afgifte.
125. Artikel 13, lid 2 van IA voorziet evenwel dat de douane geen toepassing moet maken van deze procedure indien het om een minimale of een kennelijke fout gaat die door de douane kan worden rechtgezet door een correcte toepassing van de wetgeving.
126. Bovendien is nu ook voorzien in artikel 13, lid 6 van IA dat op basis van risicoanalyse kan blijken dat de echtheid van een papieren certificaat of uittreksel of van de erop aangebrachte vermeldingen moeten worden geverifieerd of dat er twijfels over bestaan. Dit wordt toegepast wanneer tijdens een controle à posteriori getwijfeld wordt aan de echtheid van het EU-certificaat of de vermeldingen. In dit geval wordt door de douane eveneens gebruik gemaakt van het voormelde formulier. Het is dan ook belangrijk dat de verzoekende douanedienst duidelijk vermeldt dat om de controle wordt verzocht als steekproef (vak II – F 1 van het formulier in bijlage 8 van deze circulaire).
19. Vaststellingen en overtredingen
19.1. Bij de aanvaarding van de PLDA douaneaangifte
127. Wanneer bij de aanvaarding van de PLDA douaneaangifte wordt vastgesteld dat de aangegeven producten onderworpen zijn aan certificatenregeling en er geen EU-certificaat wordt voorgelegd, dient de PLDA douaneaangifte als niet-ontvankelijk te worden beschouwd.
19.2. Bij de verificatie van de producten
Artikel 231 AWDA
128. Wanneer, bij een teveel of een verkeerde benaming, een vaststelling bij de verificatie leidt tot de vereiste van een bijkomend EU-certificaat of een ander EU-certificaat, en de belanghebbende niet beschikt over een geldig EU-certificaat voor dat teveel of voor de werkelijk aangeboden producten, dient een inbreuk te worden vastgesteld op de reglementering over de EU-certificaten die worden bestraft overeenkomstig artikel 231 AWDA.
Indien de aangegeven producten zich onder douanetoezicht bevinden, dienen bij een teveel de niet aangegeven producten en bij een verkeerde benaming de foutief aangegeven producten te worden ingehouden, tot dat de belanghebbende een EU-certificaat voor de betrokken producten voorlegt.
Aangezien enerzijds, overeenkomstig de bepalingen van de §§ 65 en 157/9 van de Instructie Enig document juridisch de oorspronkelijke PLDA douaneaangifte bepalend blijft en bijgevolg de datum van aanvaarding van de regularisatieaangifte dezelfde moet zijn als die van de oorspronkelijke PLDA douaneaangifte en in principe geen EU-certificaten a posteriori worden afgeleverd, kan het voorkomen dat het voorgelegde EU-certificaat pas na bedoelde datum werd geldig gemaakt. In dergelijke gevallen moet het EU-certificaat toch worden afgeschreven en dient in vak 31 van de afschrijvingsvermelding, naast de gebruikelijke gegevens, te worden vermeld dat het gaat om een regularisatie en anderzijds dient de datum te worden vermeld waarop de producten ter beschikking van de belanghebbende worden gelaten.
Indien de producten zich niet meer bevinden onder douanetoezicht (bijvoorbeeld wanneer de verkeerde benaming wordt vastgesteld na een monsterneming) dienen de bepalingen van §§ 129 en 130 te worden toegepast.
129. Wanneer het oorspronkelijk voorgelegde EU-certificaat nog in handen is van de douane of van de belanghebbende (in het laatste geval moet de belanghebbende worden uitgenodigd het EU-certificaat terug bij de douane over te leggen) moeten de volgende regularisatiemaatregelen plaatsvinden :
i. indien het voorgelegde EU-certificaat ook geldig was voor de “werkelijke” in- of uitgevoerde producten, dient de afschrijvingsvermelding over de oorspronkelijke PLDA douaneaangifte op de wijze voorzien in de §§ van titel 10.1. te worden aangepast;
ii. in het andere geval dient de afschrijvingsvermelding van de oorspronkelijke PLDA douaneaangifte op het voorgelegde EU-certificaat te worden doorgehaald. Daarenboven moet met het volgende rekening worden gehouden:
- indien de belanghebbende nog beschikt over een ander certificaat dat geldig is voor de “werkelijke” in het vrije verkeer gebrachte of uitgevoerde producten, dient dit certificaat te worden afgeschreven in functie van de nieuwe douaneaangifte. Het spreekt vanzelf dat het betrokken certificaat geldig moet zijn op de datum die in aanmerking wordt genomen als datum van aanvaarding van de nieuwe douaneaangifte;
- indien de belanghebbende over geen ander geldig certificaat beschikt en de “werkelijke” in het vrije verkeer gebrachte of uitgevoerde producten waren onderworpen aan de certificatenbepalingen, dient een inbreuk te worden vastgesteld op de reglementering over de EU-certificaten die wordt bestraft overeenkomstig artikel 231 AWDA.
In dit geval dient de regiomanager de certificaatafleverende autoriteit van het oorspronkelijke voorgelegde certificaat schriftelijk op de hoogte te stellen, enerzijds van de omstandigheden die hebben geleid tot de schrapping van de betrokken afschrijvingsvermelding en anderzijds van het feit dat het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer van de producten die het voorwerp uitmaken van de nieuwe douaneaangifte werd voltrokken zonder de voorlegging van het vereiste certificaat. Een fotokopie recto/verso van het aangepaste EU-certificaat en een fotokopie van de nieuwe PLDA douaneaangifte dienen bij dit schrijven te worden gevoegd. Er wordt opgemerkt dat in dergelijke gevallen geen regularisatiecertificaten worden afgeleverd.
130. Indien het oorspronkelijk voorgelegde EU-certificaat al door de belanghebbende werd teruggezonden aan de certificaatafleverende autoriteit, dient de regiomanager het betrokken certificaat op te vragen bij de certificaatafleverende autoriteit. Deze aanvraag dient schriftelijk te gebeuren en tevens moeten de omstandigheden die leiden tot de rectificatie van de afschrijvingsvermelding worden uiteengezet.
Bij ontvangst van het certificaat dient als volgt gehandeld te worden:
i. indien het voorgelegde certificaat ook geldig was voor de “werkelijke” in het vrije verkeer gebrachte of uitgevoerde producten dient de afschrijvingsvermelding over de oorspronkelijke douaneaangifte op de wijze voorzien in de §§ onder titel 9.1. te worden aangepast. Na afhandeling van het dossier dient het aangepaste certificaat door het plaatselijk hoofd van het betrokken douanekantoor via de regiomanager te worden teruggezonden naar de certificaatafleverende autoriteit met verwijzing naar de brief waarmee ze het EU-certificaat heeft toegezonden aan de regiomanager;
ii. in het andere geval dient de afschrijvingsvermelding over de oorspronkelijke PLDA douaneaangifte op het EU-certificaat te worden doorgehaald. Na afhandeling van het dossier dient het aangepaste EU-certificaat door het plaatselijk hoofd van het betrokken douanekantoor via de regiomanager te worden teruggezonden naar de certificaatafleverende autoriteit met verwijzing naar de brief waarmee ze het certificaat heeft toegezonden aan de regiomanager.
Daarenboven moet met het volgende rekening worden gehouden:
- indien de belanghebbende beschikt over een ander EU-certificaat dat geldig is voor de “werkelijke” in het vrije verkeer gebrachte of uitgevoerde producten, dient dit EU-certificaat te worden afgeschreven in functie van de nieuwe PLDA douaneaangifte. Het spreekt vanzelf dat het betrokken EU-certificaat geldig moet zijn op de datum die in aanmerking wordt genomen als datum van aanvaarding van die nieuwe PLDA douaneaangifte. Tevens dient bij de terugzending van het aangepaste certificaat aan de certificaatafleverende autoriteit het nummer te worden meegedeeld van het certificaat dat werd gebruikt voor de regularisatie en moet een fotokopie recto/verso van dit certificaat worden bijgevoegd;
- indien de belanghebbende over geen ander geldig EU-certificaat beschikt en de “werkelijke” in het vrije verkeer gebrachte of uitgevoerde producten waren onderworpen aan de reglementering over de EU-certificaten, dient een inbreuk te worden vastgesteld op de reglementering over de EU-certificaten die wordt bestraft overeenkomstig artikel 231 AWDA. In dit geval dient bij de terugzending van het aangepaste EU-certificaat aan de instantie van afgifte te worden medegedeeld dat het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer van de producten die het voorwerp uitmaken van de nieuwe douaneaangifte werd voltrokken zonder de voorlegging van het vereiste certificaat en moet een fotokopie van de nieuwe PLDA douaneaangifte worden bijgevoegd. Er wordt opgemerkt dat in dergelijke gevallen geen regularisatiecertificaten worden afgeleverd.
19.3. Bij een rectificatie achteraf
131. Wanneer een rectificatie achteraf van de PLDA douaneaangifte aangeeft dat een bijkomend EU-certificaat of een ander EU-certificaat vereist is, worden de bepalingen van §§ 129 en 130 toegepast.
19.4. Bij een validatie achteraf
132. Indien de belanghebbende beschikt over een EU-certificaat dat geldig was op de datum die in aanmerking wordt genomen als datum van aanvaarding van de PLDA douaneaangifte, dient het EU-certificaat te worden afgeschreven.
133. Indien de belanghebbende niet beschikt over een EU-certificaat dat geldig was op de datum die in aanmerking wordt genomen als datum van aanvaarding van de PLDA douaneaangifte en de producten waren onderworpen aan de reglementering over de EU-certificaten, dient de regiomanager de certificaatafleverende autoriteit schriftelijk op de hoogte te brengen dat de betrokken producten zonder het vereiste EU-certificaat werden in het vrije verkeer gebracht of uitgevoerd vergezeld van een fotokopie van de achteraf geldig gemaakte PLDA douaneaangifte. Er wordt opgemerkt dat in dergelijke gevallen geen regularisatiecertificaten worden afgeleverd. Tevens dient een inbreuk te worden vastgesteld op de bepalingen over de EU-certificaten die wordt bestraft overeenkomstig de bepalingen van artikel 231 AWDA.
19.5. Na voltrokken in het vrije verkeer brengen en uitvoer
134. Wanneer na voltrokken in het vrij verkeer brengen of uitvoer wordt vastgesteld dat voor de betrokken goederen een EU-certificaat vereist was (zie bijlage 4 en 5) of het overgelegde EU-certificaat niet geldig was, dient een inbreuk te worden vastgesteld op de reglementering over de EU-certificaten. die wordt bestraft overeenkomstig de bepalingen van artikel 231 AWDA.
Tevens dient de regiomanager de certificaatafleverende autoriteit schriftelijk op de hoogte te brengen dat de betrokken producten zonder het vereiste EU-certificaat in het vrije verkeer werden gebracht of uitgevoerd, vergezeld met een fotokopie van de betrokken PLDA douaneaangifte. Er wordt opgemerkt dat in dergelijke gevallen geen regularisatiecertificaten worden afgeleverd.
19.6. Certificaten voor de toepassing van een preferentiële regeling
135. Overtredingen in verband met invoercertificaten AGRIM die worden overgelegd met als doel van een preferentiële tariefregeling in de Unie te genieten, worden bestraft overeenkomstig de bepalingen van artikel 259 AWDA.
136. Overtredingen in verband met uitvoercertificaten AGREX die worden overgelegd met als doel van een preferentiële tariefregeling in een derde land te genieten, worden bestraft overeenkomstig de bepalingen van artikel 260 AWDA.
Bijlagen
Bijlage 1 - Instanties belast met de afgifte van invoercertificaten AGRIM en uitvoercertificaten AGREX, en uittreksels daarvan
Instantie | Code(s) | Bevoegdheid | |
1 |
BELGIË (BE) 1. Vlaamse Overheid - Landbouw en Visserij Koning Albert II laan 35, bus 42 1030 Brussel http://www.vlaanderen.be/landbouw Tel.: +32 2 552 74 00 Fax: +32 2 552 74 38 E-mail: cir@lv.vlaanderen.be | BE000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
|
2. Service Public de Wallonie DG 03 – Département des Aides Chaussée de Louvain 14 5000 Namur http://agriculture.wallonie.be/certificats-agrim-agrex Tel.: +32 81 649 731 Fax: +32 81 649 577 E-mail: feedback.certificats.dgarne@spw.wallonie.be | BE000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten | |
2 |
BULGARIJE (BG) 1. State Fund Agriculture Paying Agency 136, Tzar Boris III blvd. 1618 Sofia http://www.dfz.bg Tel.: +359 2 81 87 530 Fax: +359 2 95 55 239 E-mail: export@dfz.bg | GEEN | Alle uitvoercertificaten |
|
2. Ministry of Agriculture and Food State Aids and Regulatory Regimes Directorate 55, Hristo Botev blvd. 1040 Sofia http://www.mzgar.government.bg Tel.: +359 2 985 11 545 Fax: +359 2 980 87 17 | GEEN | Alle invoercertificaten | |
3 |
TSJECHIË (CZ) Státní zemědělský intervenční fond (SZIF) (The State Agricultural Intervention Fund) Ve Smečkách 33 110 00 Praha 1 http://www.szif.cz Tel.: +420 222 871 620 Fax: +420 296 326 111 E-mail: info@szif.cz | CZ000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
4 |
DENEMARKEN (DK) Landbrugs og Fiskeristyreisen Nyropsgade 30 1780 København V http://www.lfst.dk Tel.: +45 33 95 8000 Fax: +56 33 95 8080 E-mail: mail@lfst.dk | DK000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
5 |
DUITSLAND (DE) Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung Deichmanns Aue 29 53179 Bonn http://www.ble.de Tel.: +49 228 6845-3732 Fax: +49 228 6845-3874 E-mail: info@ble.de |
DE000 DE200 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
6 |
ESTLAND (EE) Põllumajanduse Registrite ja Informatsiooni Amet (PRIA) (Agricultural Registers and Information Board (ARIB) Narva mnt 9 51009 Tartu http://www.pria.ee Tel.: +372 737 1200 Fax: +372 737 1201 E-mail: info@pria.ee | EE000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
7 |
GRIEKENLAND (GR) Organismos Pliromon ke Eleghou Kinotikon Enishiseon Prosanatolismou ke Eggyiseon (OPEKEPE) Payment and Control Agency For Guidance and Guarantee Community Aid Domokou 5 104 45 Athens http://www.opekepe.gr Tel.: +30 210 212 4982 Fax: +30 210 821 7096 | EL000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
8 |
SPANJE (ES) Ministerio de Industria, Turismo y Comercio Secretaria General de Comercio Exterior Paseo de la Castellana, 162 28071 Madrid http://www.comercio.gob.es Tel.: +34 91 349 3780 Fax: +34 91 349 3806 E-mail: sgagro.sscc@mcx.es |
ES000 ES101 ES102 ES103 ES104 ES105 ES106 ES107 ES108 ES109 ES110 ES111 ES112 ES113 ES114 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
9 |
FRANKRIJK (FR) 1. FranceAgriMer 12 rue Henri Rol-Tanguy TSA 20002 93555 Montreuil-sous-Bois Cedex http://www.franceagrimer.fr Tel.: +33 173 30 30 80 Fax: +33 173 30 32 37 E-mail: certificats-dce@franceagrimer.fr |
FR000 FR100 FR200 FR300 FR537 FR600 FR800 FR900 | Alle invoercertificaten behalve voor zaaizaad en alle uitvoercertificaten |
|
2. Groupement National Interprofessionnel des Semences et plants (GNIS) 44 rue du Louvre 75001 Paris http://www.gnis.fr Tel.: +33 142 33 75 61 Fax: +33 142 33 88 30 E-mail: gnisimpex@gnis.fr | FR700 | Invoercertificaten (zaaizaad) | |
10 |
KROATIË (HR) Paying Agency for Agriculture, Fisheries and Rural Development Ulica grada Vukovara 269d HR-10000 Zagreb http://www.apprrr.hr Tel.: +385 1 6002 700 Fax: +385 1 6002 851 E-mail: info@apprrr.hr | GEEN | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
11 |
IERLAND (IE) Department of Agriculture, Food and the Marine (DAFM) Import and Export Licensing section Johnstown Castle Estate Co. Wexford http://www.agriculture.gov.ie Tel.: +353 53 9163 400 Fax: +353 53 9163 447 E-mail: licences@agriculture.gov.ie | IE000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
12 |
ITALIË (IT) Ministero del Commercio Internationale Direzione Generale Politica Commerciale – Div. II Viale Boston 25 00144 Roma RM http://www.sviluppoeconomico.gov.it Tel.: +39 0659932175 Fax: +39 0659932730 / 2203 E-mail: polcom2@sviluppoeconomico.gov.it | IT000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
13 |
CYPRUS (CY) Cyprus Agricultural Payments Organisation (CAPO) 20, Michael Koutsofta street 2000 Strovolos PO Box 16102 2086 Nicosia http://www.capo.gov.cy Tel.: +357 22 557 777 Fax: +357 22 557 755 E-mail: commissioner@capo.gov.cy | CY000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
14 |
LETLAND (LV) Lauku atbalsta dienests (LAD) (Rural Support Service (RSS)) Republikas laukums 2 Riga, LV-1981 http://www.lad.gov.lv Tel.: +371 6702 7542 Fax: +371 6702 7120 E-mail: lad@lad.gov.lv | LV000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
15 |
LITOUWEN (LT) Nacionaliné mokejimo agentūra prie Žemés ūkio ministerijos (The National Paying Agency under the Ministry of Agriculture of the Republic of Lithuania) Blindžiu St. 17 LT-08111 Vilnius http://www.nma.lt Tel.: +370 5252 6703 Fax: +370 5252 6945 E-mail: info@nma.lt | LT000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
16 |
LUXEMBURG (LU) 1. Direction des douanes et accises Division douane 26, Place de la Gare Bite postale 1605 1016 Luxembourg http://www.do.etat.lu Tel.: +352 2818 2249 Fax: +352 2818 9230 E-mail: douane@do.etat.lu | LU100 | Alle invoercertificaten |
|
2. Commerce Extérieur Office des Licences BP 113 2011 Luxemburg Tel.: +352 478 23 70 Fax: +352 4661 38 E-mail: office.licences@mae.etat.lu | LU100 | Alle uitvoercertificaten | |
17 |
HONGARIJE (HU) 1. Government Office of Capital City Budapest (GOCCB) Department of Trade, Defence Industry, Export Control and Precious Metal Assay Németvölgyi út 37–39. 1124 Budapest http://www.mkeh.gov.hu Tel.: +36 1458 5814 Fax: +36 1458 5828 E-mail: keo@mkeh.gov.hu | HU000 | Alle invoercertificaten |
|
2. Hungarian State Treasury (Magyar Allamkincstar) Soroksári út 22–24. 1095 Budapest http://www.mvh.allamkincstar.gov.hu Tel.: +36 1219 4514 + 36 12 19 8958 Fax: +36 1219 4511 + 36 1219 4512 E-mail: tomaska.ilona@mvhallamkincstar.gov.hu | HU000 | Alle uitvoercertificaten | |
18 |
MALTA (MT) Ministry for Rural Affairs and the Environment Paying Agency Trade Mechanisms Agricultural Research and Development Centre Ngiered Road, Ghammieri 3300 Marsa http://www.mrra.gov.mt/pa Tel.: +356 2590 4204 Fax: +356 2590 4257 E-mail: payingagency.mrra@gov.mt | MT000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
19 |
NEDERLAND (NL) Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) Prinses Beatrixlaan 2 2595 AC Den Haag Postbus 93119 http://www.RVO.nl Tel.: +31 88 60 26730 Fax: +31 79 368 7004 E-mail: MObasisregistratie@pbonet.nl |
NL100 NL200 NL300 NL400 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
20 |
OOSTENRIJK (AT) 1. Bundesministerium für Land- und Forstwirtschaft, Umwelt und Wasserwirtschaft Abteilung III/8 Stubenring 12 1010 Wien http://www.bmlfuw.gv.at Tel.: +43 171100-600 Fax: +43 171100-606503 E-mail: service@bmlfuw.gv.at | AT000 |
- Invoercertificaten (wijn en ethylalcohol) - Uitvoercertificaten (wijn en ethylalcohol) |
|
2. Agrarmarkt Austria Dresdner Strasse 70 Postfach 62 1200 Wien http:/www.ama.at Tel.: +43 1331 51 209 Fax: +43 1331 51-303 E-mail: lizenzen@ama.gv.at | AT100 | Alle andere invoer- en uitvoercertificaten | |
21 |
POLEN (PL) Agencja Rynku Rolnego (Agricultural Market Agency) ul. Karolkowa 30 01 - 207 Warszawa http://www.arr.gov.pl Tel.: +48 22 661 75 90 Fax: + 48 22 661 76 04 E-mail: sekretariat_bwtzz@arr.gov.pl | PL000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
22 |
PORTUGAL (PT) 1. Autoridade Tributária e Aduneira (AT) Direção de Serviços de Licenciamento Rua da Alfândega 5 r/c 1149-006 Lisboa http://www.portaldasfinancas.gov.pt Tel.: +351 218 8143/42 Fax: +351 218 813 986 E-mail: dsl@at.gov.pt | PT300 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
|
2. Azoren Direção Regional de Apoio ao Investimento e à Competitividade (DRAIC) Praça Gonçalo de Velho Cabral 3 9500-063 Ponta Delgada http://li.sre.azores.gov.pt/cfg Tel.: +351 296309100 Fax: +351 296288491 E-mail: draic@azores.gov.pt | PT100 | Alle invoer- en uitvoercertificaten | |
|
3. Madeira Direção Regional da Economia e Transportes (DRCIE) Avenida do Mar e das Comunidades Madeirenses 23-1o 9000-054 Funchal www.madeira.gov.pt Tel.: +351 291 210 000 Fax: +351 291 225 206 E-mail: dret@gov-madeira.pt | PT200 | Alle invoer- en uitvoercertificaten | |
23 |
SLOVENIË (SI) Agencija Republike Slovenije za kmetijske trge in razvoj podeželja (The Ministry of agriculture and Environment of the Republic of Slovenia - Agency for agricultural markets and rural development) Dunajska 160 SI-1000 Ljubljana http://www.arsktrp.gov.si Tel.: +386 1 580 77 70 Fax: +386 1 580 77 26 E-mail: aktrp@gov.si | SI000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
24 |
SLOWAKIJE (SK) Pôdohospodárska plaobná agentúra (Agricultural Paying Agency - Department of Market Organisation Trade Mechanism Division) Dobrovičova 12 815 26 Bratislava 1 http://www.apa.sk Tel.: +421 9 18612 187 Fax: +421 2 534 12 180 E-mail: licencie@apa.sk | SK000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
25 |
FINLAND (FI) Ministry of Agriculture and Forestry Agency for Rural Affairs Department of Market Support Alvar Aallon katu 5 PO Box 405 FI-60101 Seinäjoki http://www.mavi.fi Tel.: +358 20772007 Fax: +358 207725539 E-mail: markkinatukiosasto@mavi.fi | FI100 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
26 |
ROEMENIË (RO) Agenția de Plăți și Intervenție pentru Agricultură – Direcția Comerț Exterior și Promovare Produse Agricole (Paying and Intervention Agency for Agriculture – Department for Market Measures – Foreign Trade) Bulevardul Carol I nr. 17, sector 2 București http://www.apia.org.ro Tel.: +40 212005012/34/55 Fax: +40 212005032 E-mail: comert.exterior@apia.org.ro | RO000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
27 |
ZWEDEN (SE) Swedish Board of Agriculture Statens Jordbruksverk (SJV) Division for Market Support Vallgatan 8 SE-551 82 Jönköping http://www.jordbruksverket.se Tel.: +46 36 155 000 Fax: +46 36 190 546 E-mail: jordbruksverket@jordbruksverket.se | SE100 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
28 |
VERENIGD KONINKRIJK (UK) Rural Payments Agency Lancaster House Hampshire Court Newcastle upon Tyne NE4 7YH http://www.rpa.gov.uk Tel.: +44 191 226 5249 Fax: +44 191 226 5040 E-mail: TSMU@rpa.gsi.gov.uk | UK000 | Alle invoer- en uitvoercertificaten |
Bijlage 4 - Producten onderworpen aan een invoercertificaatverplichting AGRIM + codes ED/PLDA
INVOERCERTIFICATEN AGRIM
Voorwoord
Voor sommige landbouwgoederen is bij het in het vrije verkeer brengen een invoercertificaat AGRIM vereist. Meestal is dan in TARBEL de voetnoot CD 421 of CD 020 opgenomen.
Toepassingsmodaliteiten
In de hierna volgende tabel worden de goederen opgesomd waarvoor bij het in het vrije verkeer brengen de regeling inzake de invoercertificaten AGRIM van toepassing is. De goederencodes van de tariefcontingenten beheerd door een invoercertificaat AGRIM beginnend met volgnummer “09.4xxx” zijn niet opgenomen in deze lijst.
De producten worden in de tabel aangeduid door de vermelding in de eerste kolom van de code van de gecombineerde nomenclatuur, hierna aangeduid als GN‑code. Voor enkele producten is evenwel de Taric‑code vermeld, daar in die gevallen de GN‑code niet voldoende gedetailleerd is om de goederen te definiëren.
De hoeveelheden vermeld in de tweede kolom betekenen dat een invoercertificaat AGRIM slechts moet worden voorgelegd als de in het vrije verkeer gebrachte hoeveelheden groter zijn dan de vermelde hoeveelheden. Het invoercertificaat AGRIM moet worden aanvaard en aangezuiverd voor elke hoeveelheid indien in bedoelde kolom een streepje voorkomt.
De derde kolom “N” bevat, per Taric‑code of goederencode, de verwijzingen naar de verschillende nota’s die erop betrekking hebben. Deze nota’s zijn uiteengezet na de tabel.
In de tabellen “Toepasselijke codes ED/PLDA”, opgenomen op het einde van deze tabel, zijn de toepasselijke codes ED/PLDA vermeld.
In de eerste tabel is de code ED/PLDA opgenomen indien een invoercertificaat AGRIM moet worden voorgelegd.
Tabel van de goederencodes waarvoor een invoercertificaatverplichting van toepassing is:
Goederencode of TARIC-code | Minimumhoeveelheid | N |
10062011 | 1000 kg | (c) |
10062013 | 1000 kg | (c) |
10062015 | 1000 kg | (c) |
10062017 | 1000 kg | (c) |
10062092 | 1000 kg | (c) |
10062094 | 1000 kg | (c) |
10062096 | 1000 kg | (c) |
10062098 | 1000 kg | (c) |
10063021 | 1000 kg | (c) |
10063023 | 1000 kg | (c) |
10063025 | 1000 kg | (c) |
10063027 | 1000 kg | (c) |
10063042 | 1000 kg | (c) |
10063044 | 1000 kg | (c) |
10063046 | 1000 kg | (c) |
10063048 | 1000 kg | (c) |
10063061 | 1000 kg | (c) |
10063063 | 1000 kg | (c) |
10063065 | 1000 kg | (c) |
10063067 | 1000 kg | (c) |
10063092 | 1000 kg | (c) |
10063094 | 1000 kg | (c) |
10063096 | 1000 kg | (c) |
10063098 | 1000 kg | (c) |
10064000 | 1000 kg | (c) |
12079920 10 | - | (a)(c) |
12079991 00 | - | (a)(c) |
2207100012 | 100 hl | (a) |
2207100017 | 100 hl | (a) |
2207100019 | 100 hl | (a) |
2207200012 | 100 hl | (a) |
2007200017 | 100 hl | (a) |
2007200019 | 100 hl | (a) |
2208909110 | 100 hl | (a) |
2208909912 | 100 hl | (a) |
2208909917 | 100 hl | (a) |
2208909919 | 100 hl | (a) |
53021000 | (a)(d) |
Nota's:
(a) Geen invoercertificaat AGRIM bij het in het vrije verkeer brengen in het kader van een tariefcontingent “eerst komt, eerst maalt”.
(b) Invoercertificaat AGRIM is vereist indien ze uitgevoerd werden onder de bijzondere regeling “passieve veredeling” met gebruikmaking van een uitvoercertificaat en terugkeren naar het vrije verkeer.
(c) Voor hennepzaad bestemd voor zaaidoeleinden van TARIC-code 1207 9920 10 controleert de douane het etiket op de onmiddellijke verpakking, dat moet opgesteld zijn volgens de bepalingen opgenomen in “TARBEL > Homepagina> Landbouwbeleid> Invoerregelingen” en of de op het etiket vermelde zaaizaden van henneprassen vermeld zijn in de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwproducten opgenomen onder dezelfde rubriek als hiervoor.
In geval van problemen neemt de douane contact op met:
De heer Timo Delveaux
Vlaamse Overheid ‑ Departement Landbouw en Visserij
Afdeling Landbouw‑ en visserijbeleid, Ellipsgebouw, 7de verd.,
Koning Albert II‑laan 35, bus 40, 1030 Brussel
Tel: 02/552.79.55
E-mail : timo.delveaux@lv.vlaanderen.be
Website :www.vlaanderen.be/landbouw
Of
De Heer Patrice Crozilhac
Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement
Direction de la Politique agricole
14, Chaussée de Louvain
5000 Namur
Téléphone : 081/649.696
E-mail : patrice.crozilhac@spw.wallonie.be
(d) Voor hennep, ruw of geroot van de Taric- code 5302 1000 00 mag de douane de goederen slechts vrijgeven indien bij het in het vrije verkeer het analyseresultaat van het door de Algemene Directie Economische Inspectie van de Fod Economie genomen monster door de aangever wordt voorgelegd. Het gehalte aan tetrahydrocannabinol (THC) mag niet hoger zijn dan 0,2 %.
Toepasselijke codes ED/PLDA
De structuur van de codes is verduidelijkt in de betrokken bijvoegsels van de Toelichting op het Enig document
Code | Vereist certificaat |
L001 | Invoercertificaat AGRIM |
Y036 | De aangegeven goederen zijn vrijgesteld van de voorlegging van het betrokken certificaat op grond van Artikel 3 lid 1 onder a), b), d) en e) en lid 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie (PB L 206) |
Bijlage 5 - Producten onderworpen aan een uitvoercertificaatverplichting AGREX + codes ED/PLDA
UITVOERCERTIFICATEN AGREX
Voorwoord
Voor sommige landbouwproducten is bij uitvoer uit het douanegebied van de Unie een uitvoercertificaat AGREX vereist. Meestal is dan in TARBEL de maatregel “SPX (CD 021)” of “SPX (CD 548)” opgenomen.
2.Toepassingsmodaliteiten
1. In de tabel in punt 3 worden de goederen opgesomd waarvoor de gewone regeling inzake de uitvoercertificaten AGREX van toepassing is. De goederencodes van de tariefcontingenten beheerd door een uitvoercertificaat AGREX zijn niet opgenomen in deze lijst
2. De producten worden in de tabel aangeduid door de vermelding in de eerste kolom van hun code van de gecombineerde nomenclatuur, hierna aangeduid als GN‑code.
3. De hoeveelheden vermeld in de tweede kolom betekenen dat een uitvoercertificaat AGREX slechts moet worden voorgelegd als de in het vrije verkeer gebrachte hoeveelheden groter zijn dan de vermelde hoeveelheden.
4. De derde kolom “N” van de eerste tabel bevat, per GN‑code, de verwijzingen naar de verschillende nota’s die er betrekking op hebben.
5. In de tabel “Toepasselijke codes ED/PLDA” zijn per voetnoot de toepasselijke codes ED/PLDA opgenomen. De tabel is opgenomen onder punt 4.
3. Goederen onderworpen aan een uitvoercertificaatverplichting AGREX
GN‑codes | Minimumhoeveelheid | N |
10062011 | 1000 kg | (a) |
10062013 | 500 kg | (a) |
10062015 | 500 kg | (a) |
10062017 | 500 kg | (a) |
10062092 | 500 kg | (a) |
10062094 | 500 kg | (a) |
10062096 | 500 kg | (a) |
10062098 | 500 kg | (a) |
10063021 | 500 kg | (a) |
10063023 | 500 kg | (a) |
10063025 | 500 kg | (a) |
10063027 | 500 kg | (a) |
10063042 | 500 kg | (a) |
10063044 | 500 kg | (a) |
10063046 | 500 kg | (a) |
10063048 | 500 kg | (a) |
10063061 | 500 kg | (a)(b) |
10063063 | 500 kg | (a)(b) |
10063065 | 500 kg | (a)(b) |
10063067 | 500 kg | (a)(b) |
10063092 | 500 kg | (a)(b) |
10063094 | 500 kg | (a)(b) |
10063096 | 500 kg | (a)(b) |
10063098 | 500 kg | (a)(b) |
–
(a) Een uitvoercertificaat AGREX is ook vereist voor de Unieproducten bij uitvoer:
- onder de bijzondere douaneregeling “actieve veredeling”,
- voor producten die in aanmerking kunnen komen voor terugbetaling of kwijtschelding van een bedrag aan invoerrechten of uitvoerrechten waarvoor geen definitief besluit is genomen.
(b) Een uitvoercertificaat AGREX is ook vereist voor de Unieproducten bij uitvoer als basisproduct onder de bijzondere douaneregeling “passieve veredeling”.
(cc) Indien kaas uitgevoerd wordt naar de Verenigde Staten van Amerika en er bij de uitvoer in het kader van een tariefcontingent een uitvoercertificaat AGREX wordt voorgelegd waarop één van de hierna volgende vermeldingen voorkomen, kan bij invoer in de Verenigde Staten van Amerika een verminderd recht worden toegepast in het kader van een tariefcontingent.
- Vak 16: de GN‑code;
- Vak 20: “Uit te voeren naar de Verenigde Staten van Amerika : contingent voor het jaar … ‑ hoofdstuk III, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 1187/2009. Benaming van het contingent : 09.4xxx”. Deze certificaten zijn evenwel ook geldig voor alle andere onder post 0406 vallende GN‑codes.
(k) Indien kaas uitgevoerd wordt naar Canada en er bij uitvoer in het kader van een tariefcontingent een uitvoercertificaat AGREX wordt voorgelegd waarop de hierna volgende vermeldingen voorkomen, kan bij invoer in Canada een verminderd recht worden toegepast in het kader van een contingent.
Bedoeld uitvoercertificaat AGREX dient de volgende vermeldingen te bevatten:
‑ Vak 7: “CANADA ‑ CA”;
‑ Vak 15: de omschrijving volgens de gecombineerde nomenclatuur op het niveau van zes cijfers voor de producten van de GN‑codes 0406 10, 0406 20, 0406 30 en 0406 40 en op het niveau van acht cijfers voor de producten van GN‑code 0406 90. In dit vak mogen slechts zes aldus omschreven producten worden opgenomen.
‑ Vak 16: de code van acht cijfers van de gecombineerde nomenclatuur alsmede het in kg uitgedrukte gewicht voor elk in het vak 15 vermeld product. Het certificaat is slechts voor de aldus aangegeven producten en hoeveelheden geldig.
‑ Vakken 17 en 18: de in vak 16 bedoelde totale hoeveelheid producten.
‑ Vak 20 : één van de volgende vermeldingen:
“Kaas bestemd om rechtsreeks naar Canada te worden uitgevoerd. Artikel 16 van Verordening (EG) n 1187/2009. Contingent voor het jaar ....”
of eventueel
“Kaas bestemd om rechtsreeks via New York naar Canada te worden uitgevoerd. Artikel 16 van Verordening (CE) n 1187/2009. Contingent voor het jaar .... ”
- Vak 22: één van de volgende vermeldingen:
“zonder uitvoerrestitutie”.
In onderhavig geval moet de douane de aard van de goederen verifiëren en bedoeld uitvoercertificaat AGREX afschrijven.
Bedoeld uitvoercertificaat AGREX kan slechts voor één enkele uitvoeraangifte worden gebruikt. Zodra de uitvoeraangifte wordt overgelegd, is het certificaat volledig gebruikt.
In het geval dat een gewaarmerkte kopie van het certificaat wordt voorgelegd, viseert de douane het certificaat en de gewaarmerkte kopie voor zover beide documenten samen worden voorgelegd.
In de hierboven vermelde gevallen moet het certificaat en de eventuele kopie, behoorlijk geviseerd, aan de aangever worden teruggegeven zodat deze ze in Canada zou kunnen voorleggen om aldaar van het tariefcontingent te kunnen genieten.
(t) Het uitvoercertificaat AGREX is enkel vereist voor de uitvoer naar Zwitserland van honden‑ en kattenvoer van oorsprong uit de Unie, waarvoor bij invoer in Zwitserland vrijstelling van douanerechten kan gelden in het kader van een contingent. Indien de aangever gebruik wil maken van dit tariefcontingent in Zwitserland, dan bevat vak 20 van het uitvoercertificaat AGREX de volgende vermeldingen : “Verordening (EG) nr. 2307/98” en “voor het geëxporteerde product wordt geen restitutie verleend”.
Daarenboven mag de douane zich niet verzetten tegen het viseren van een fotokopie recto/verso van het uitvoercertificaat AGREX dat door de aangever samen met het originele certificaat wordt voorgelegd op het ogenblik van het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer. In voorkomend geval moet ook deze fotokopie voorzien worden van de nodige aanzuiveringsvermeldingen betreffende de betrokken uitvoer en “voor eensluidend afschrift” gewaarmerkt worden.
(z) Indien melkpoeder uitgevoerd wordt naar de Dominicaanse Republiek en er bij uitvoer in het kader van een uitvoercontingent een uitvoercertificaat AGREX wordt voorgelegd waarop de hierna volgende vermeldingen voorkomen kan bij invoer in de Dominicaanse Republiek een verminderd recht worden toegepast in het kader van een contingent. Bedoeld certificaat dient de volgende vermeldingen te bevatten:
‑ Vak 7: “Dominicaanse Republiek, DO”;
‑ Vakken 17 en 18: de hoeveelheid
- Vak 20:
“Hoofdstuk III, afdeling 3, van Verordening (EG) nr. 1187/2009:
tariefcontingent melkpoeder voor het jaar van 1.7.… t/m 30.6.… overeenkomstig aanhangsel 2 van bijlage III bij de economische partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM‑staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, waarvan de ondertekening en de voorlopige toepassing zijn goedgekeurd bij Besluit 2008/805/EG van de Raad”, “HOOFDSTUK III, Afdeling 3, Verordening (EG) nr. 1187/2009.
Ten einde in de Dominicaanse Republiek van het verminderd recht in het kader van een contingent te kunnen genieten, dient de belanghebbende een gewaarmerkte kopie van het uitvoercertificaat AGREX voor te leggen alsook een voor eensluidend verklaard afschrift van de uitvoeraangifte.
In het geval dat de belanghebbende een gewaarmerkte kopie van het uitvoercertificaat AGREX samen met het origineel uitvoercertificaat AGREX alsook een kopie van de uitvoeraangifte voorlegt, viseert de douane de gewaarmerkte kopie, het uitvoercertificaat AGREX en het origineel uitvoercertificaat AGREX en waarmerkt zij de kopie van de uitvoeraangifte voor eensluidend afschrift.
4. Toepasselijke codes ED/PLDA
De structuur van de codes is verduidelijkt in de betrokken bijvoegsels van de toelichting op het Enig document.
Voetnoot | Communautaire code | Nationale code | Voor te leggen certificaat |
T | 9XI2 | Uitvoercertificaat AGREX ‑ preferentiële regeling | |
|
cc of k z | E014 | Uitvoercertificaat AGREX in het kader van een contingent overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1187/2009 |
Bijlage 6 - Screenshot 1
Screenshot voor TARIC-code 2208 90 99 19 - 02.01.2020
Scherm Maatregelen:
Maatregelcondities:
Voetnoten:
Wettelijke basis:
Bijlage 7 - Screenshot 2
Screenshot van GN-code 1006 30 21 10 - op 02.01.2020
Scherm Maatregelen:
Scherm Maatregelcondities:
