Sri Lanka - Circulaire Ci.R.9 SL/353.787 d.d 31.10.1986

Bulletin nr. 656.12.86, p. 2749-2759

Dubbelbelastingenverdragen. – Sri Lanka.

Onderrichtingen voor de toepassing van de overeenkomst van 3 februari 1983 tussen België en Sri Lanka tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en van het protocol.

Circ. 31.10.1986.nr. Ci.R9SI./353.787.

I. BELANGRIJKE DATA

Ondertekening van de overeenkomst: 3 februari 1983.

Goedkeuring: W. 20 december 1984.

Publicatie: B.S. 22 juni 1985 (V. 1783 – B. 642).

Uitwisseling van de akten van bekrachtiging: 28 mei 1985.

Inwerkingtreding: 12 juni 1985.

Toepassing in België:

- op bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari 1985;

- op andere dan bij de bron verschuldigde belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die aanvangen op of na 1 januari 19855.

II. ALGEMENE KENMERKEN

De overeenkomst beoogt voornamelijk het vermijden van dubbele belasting inzake bestaande en toekomstige belastingen naar het inkomen en naar het vermogen.

Deze overeenkomst stelt bovendien, volgens de gebruikelijke regels en met de gewone restricties, de uitwisseling in van inlichtingen die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de overeenkomst en aan die van de interne wetten betreffende de belastingen waarop de overeenkomst van toepassing is, en om het ontgaan van belasting te voorkomen (art. 26). Zij voorziet niet in een wederzijds administratieve bijstand voor de invordering van belastingen.

III. HET VOORKOMEN VAN DUBBELE BELASTING.

A. Ondernemingswinst

Toewijzing van het recht van belastingheffing

Winst van een onderneming van een overeenkomst sluitende Staat, niet zijnde een luchtvaart- of zeevaartonderneming als bedoeld in nr. 5° hierna, mag in de andere overeenkomst sluitende Staat slechts worden belast in zoverre als zij aan een in die andere Staat gelegen vaste inrichting kan worden toegerekend (art. 7, § 1).

Dezelfde regel geldt ook voor agrarische bedrijven en plantages waarvan de winst dus niet onder de toepassing van de regeling van inkomsten uit onroerende goederen valt.

Definitie van een vaste inrichting

Een vaste inrichting in de zin van de overeenkomst vormen met name:

- een landbouwbedrijf, een boerderij of een plantage (art. 5, § 2, g);

- de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of montagewerkzaamheden en werkzaamheden van toezicht daarop, maar alleen indien de duur van het bouwwerk of van de werkzaamheden 183 dagen overschrijdt (art. 5, § 3, a);

- het verstrekken van diensten of adviezen door natuurlijke personen in dienst van de onderneming indien die werkzaamheden gedurende meer dan 183 dagen in enig tijdvak van twaalf maanden worden uitgeoefend (art. 5, § 3, b);

- een niet-onafhankelijke vertegenwoordiger (aangestelde) die over een voorraad goederen beschikt waaruit hij regelmatig bestellingen uitvoert voor rekening van de onderneming (art. 5, § 5, b);

- een vertegenwoordiger die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend voor rekening van één onderneming optreedt, wat hem van de groep van onafhankelijke vertegenwoordigers uitsluit (art. 5, § 6).

In principe moet eveneens worden geacht dat een vaste inrichting aanwezig is wanneer een onderneming gebruik maakt van inrichtingen voor de aflevering van goederen die haar toebehoren of wanneer zij een voorraad van eigen goederen voor de aflevering aanhoudt (cf. art. 5, § 4, a en b, waar het woord "aflevering" niet voorkomt).

Kosten die in mindering mogen worden gebracht van de aan de vaste inrichting toe te rekenen winst

Alle kosten die alleen ten behoeve van de vaste inrichting worden gemaakt, ongeacht de plaats waar zij worden gemaakt, alsmede een passend aandeel in de kosten van leiding en in de algemene beheerskosten, mogen in mindering van de winsten van de vaste inrichting worden gebracht.

In verband daarmede wordt verduidelijkt dat bij de vaststelling van de winst van de vaste inrichting buiten beschouwing worden gelaten de bedragen, niet zijnde bedragen die terugbetalingen van werkelijke kosten vertegenwoordigen, die door de vaste inrichting worden betaald ter vergoeding van diensten – in ruime zin – welke haar door de hoofdzetel of door andere zetels van de onderneming worden bewezen en, in omgekeerde zin, de bedragen die door de vaste inrichting worden ontvangen van de hoofdzetel of van de andere zetels ter vergoeding van diensten die hen door deze vaste inrichting worden bewezen. Interest die tussen de hoofdzetel en een vaste inrichting van een bank wordt verrekend mag evenwel in aanmerking worden genomen (art. 7, § 3).

Berekening van de B.N.V.-Ven.

Voor de belastingheffing van Belgisch vaste inrichtingen van vennootschappen of verenigingen die inwoner zijn van Sri Lanka:

a) blijft het in internrechtelijk tarief van de B.N.V./Ven. van toepassing (art. 24, § 5, a);

b) geldt de in internrechtelijke regeling met betrekking tot de heffing van de R.V. op dividenden die door die Belgische vaste inrichtingen worden verkregen en tot de niet-verrekening ervan met de B.N.V./Ven. (art. 24, § 5, b).

Zeevaart en luchtvaart

Winst uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer is slechts belastbaar in de overeenkomst sluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen (art. 8, § 1).

De hiervorenvermelde regeling is ook van toepassing op winst die een onderneming waarvan de plaats van werkelijke leiding in een overeenkomst sluitende Staat is gelegen, behaalt uit het vervoer met schepen die slechts nu en dan of occasioneel de havens van de andere overeenkomst sluitende Staat aandoen.

Indien een schip geregeld op de andere overeenkomst sluitende Staat vaart, mag die andere Staat belasting heffen van de winst uit het vervoer van personen of vracht die aldaar worden ingescheept. Deze winst mag echter niet worden vastgesteld op een bedrag dat hoger is dan 6 pct. van de voor dat vervoer ontvangen sommen. Daarenboven moet het bedrag van de verschuldigde belasting tot de helft worden verminderd (art. 8, § 2).

Op te merken valt dat, in het geval van geregelde vaart op België, een scheepvaartonderneming met zetel van werkelijke leiding in Sri Lanka, aan de Belgische belasting slechts kan worden onderworpen indien die onderneming alhier over een Belgische inrichting in de zin van art. 140, § 2, W.I.B. beschikt.

B. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat

Algemeen

De artikelen 10, 11 en 12 bepalen als volgt en onder de gewone voorwaarden de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoners van de andere Staat worden verkregen:

a) Dividenden (daaronder begrepen inkomsten van in Belgische personenvennootschappen belegde kapitalen): de Belgische roerende voorheffing of de belasting in Sri Lanka, naar het geval, wordt beperkt tot 15 pct. van het brutobedrag van de dividenden.

b) Interest:

- Algemene regel:

De Belgische roerende voorheffing of de belasting in Sri Lanka, naar het geval, wordt beperkt tot 10 pct. van het normale brutobedrag van de inkomsten.

- Bijzondere regeling:

Krachtens art. 11, § 3, is er vrijstelling van belasting in de bronstaat voor interest verkregen door de Regering van de andere Staat of door een ondergeschikt bestuur of een instelling daarvan.

c) Royalty's: de Belgische belasting of de belasting in Sri Lanka, naar het geval, wordt beperkt tot 10 pct. van het normale brutobedrag van de royalty's.

In verband daarmede wordt uitdrukkelijk gesteld dat betalingen verkregen als vergoeding voor technische diensten, voor bouwkunde-contracten of voor het verstrekken van advies of het houden van toezicht niet worden geacht betalingen te zijn als vergoeding voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap. Die betalingen zijn ondernemingswinst en mogen als zodanig alleen in de domiciliestaat worden belast, behalve indien zij aan een in de bronstaat gelegen vaste inrichting kunnen worden toegekend (Protocol).

Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door inwoners van Sri Lanka

De vermindering van Belgische belasting wordt verleend op grond van een aanvraag die wordt gedaan op een formulier 276 Div.-Aut., 276 R., naar het geval; er wordt in dit verband verwezen naar de circ.Ci.R9.Div.325.546 van 5 augustus 1982.

Roerende inkomsten uit bronnen in Sri Lanka verkregen door inwoners van België

Volgens de huidige belastingwetgeving van Sri Lanka zijn dividenden, interest en royalty's die door niet-inwoners uit bronnen in Sri Lanka worden verkregen, in de regel onderworpen aan een bronheffing tegen de volgende tarieven:

-dividenden: 20 pct. van het brutobedrag;

-interest en royalty's: 33 1/3 pct. van het brutobedrag.

Daaruit volgt dat de bepalingen van de overeenkomst in elk geval voor Sri Lanka tot een werkelijke inperking van het recht van belastingheffing van die inkomsten ten gunste van inwoners van België leiden.

De autoriteiten van Sri Lanka staan in principe de vermindering van de belasting van Sri Lanka ingevolge de door dat land gesloten overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting, slechts toe na overlegging van speciale standaardformulieren. De desbetreffende formulieren zijn thans evenwel nog niet beschikbaar.

Voorlopig wordt de vermindering van de belasting van Sri Lanka ingevolge de overeenkomst verleend zonder dat daartoe enig speciaal formulier dient te worden overgelegd.

Met betrekking tot interest en royalty's die inwoners van België uit bronnen in Sri Lanka verkrijgen, geldt als regel dat de belastingvermindering ingevolge de overeenkomst bij de bron, d.i. bij de betaling van de inkomsten, wordt toegepast, mits een verzoek daartoe door de verkrijger van de inkomsten bij de schuldenaar is ingediend.

Daarentegen worden dividenden die door inwoners van België uit bronnen in Sri Lanka worden verkregen, aldaar aan de normale belastingheffing onderworpen. De vermindering van de belasting van Sri Lanka ingevolge de overeenkomst wordt daarna op aanvraag van de verkrijger van de inkomsten bij wijze van teruggave van het teveel geheven bedrag verleend.

In beide hierboven vermelde gevallen moet de verkrijger van de inkomsten verklaren dat hij de uiteindelijk gerechtigde tot de inkomsten is en hij zijn woonplaats in de zin van de overeenkomst in België heeft.

C. Inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden (art. 14)

Inkomsten uit vrije beroepen of andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard zijn in principe slechts in de woonstaat van de verkrijger belastbaar

Deze inkomsten mogen evenwel in de andere verdragstaat worden belast wanneer aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

1° de verkrijger beschikt in die Staat gewoonlijk over een vaste basis voor het verrichten van zijn werkzaamheden;

2° hij verblijft in die Staat gedurende ten minste 183 dagen in enig tijdvak van 12 maanden.

In die gevallen mag de bronstaat slechts het deel van de inkomstenbelasten dat, naar het geval, aan de vaste basis of aan de in die Staat uitgeoefende werkzaamheid is toe te rekenen.

D. Tantièmes (art. 16)

Als bijzonderheid dient te worden onderstreept dat beloningen voor dagelijkse werkzaamheden in een vaste inrichting mogen worden belast in de Staat waar de vaste inrichting is gelegen, indien de beloningen ten laste komen van die vaste inrichting.

E. Pensioenen en lijfrenten (art. 18)

Extra-legale pensioenen betaald ter zake van een vroegere in de particuliere sector uitgeoefende dienstbetrekking zijn slechts in de woonstaat van de verkrijger belastbaar (art. 18, § 1).

Daarentegen zijn pensioenen en andere periodieke of niet-periodieke vergoedingen die overeenkomstig de sociale zekerheidswetgeving van een Staat worden betaald, enkel belastbaar in de Staat van de schuldenaar (art. 18, § 2). Wettelijke pensioenen die door Belgische pensioenkassen aan inwoners van Sri Lanka worden betaald, zijn dus aan de B.V. onder de voorwaarden van het interne recht onderworpen.

Belastingheffing in de bronstaat geldt ook voor lijfrenten (art. 18, § 3).

F. Hoogleraren en leraren (art. 20, § 1)

Beloningen van hoogleraren en leraren die inwoner van België zijn en in Sri Lanka verblijven om aldaar gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar aan een universiteit of een andere officieel erkende onderwijsinrichting onderwijs te geven of wetenschappelijk onderzoek te doen, zijn slechts in België belastbaar.

In het omgekeerde geval moet België vrijstelling verlenen voor beloningen van hoogleraren en leraren die inwoner van Sri Lanka zijn en in dezelfde omstandigheden in België verblijven.

G. Studenten (art. 20, §§ 2 tot 4)

Onder de in art. 20, § 2 tot 4 bepaalde voorwaarden zijn in de Staat waar zij tijdelijk verblijven, vrijgesteld van belasting:

a) studenten, stagiairs en bursalen, ter zake van:

- alle bedragen die zij uit het buitenland ten behoeve van hun onderhoud, studie, onderzoek of opleiding verkrijgen;

- elke studietoelage, vergoeding of prijs die hun wordt verleend door een instelling op het gebied van godsdienst, liefdadigheid, wetenschap of onderwijs;

De beloningen voor een dienstbetrekking indien ze in enig tijdvak van 12 maanden 120.000 F niet te boven gaan;

b) personen die als werknemer van, of onder contact met, een onderneming of een instelling op het gebied van godsdienst, liefdadigheid, wetenschap of onderwijs van de overeenkomst sluitende Staat waarvan zij inwoner zijn, gedurende een tijdvak van ten hoogste een jaar in de andere Staat verblijven uitsluitend met de bedoeling technische ervaring of beroeps- of bedrijfservaring te verwerven van een andere persoon dan die onderneming of instelling: ter zake van de beloningen voor dat tijdvak:

c) personen wier tijdelijk verblijf in een overeenkomst sluitende Staat voortvloeit uit akkoorden met die Staat of met een inrichting of instelling daarvan en uitsluitend hun opleiding, studie of oriëntering beoogt, ter zake van de beloningen die zij voor die opleiding, studie of oriëntering uit bronnen in hun woonstaat verkrijgen.

H. Belastingheffing naar het vermogen (art. 22)

Inwoners van België zijn aan de vermogensbelasting in Sri Lanka onderworpen doch alleen ter zake van hun aldaar gelegen onroerende goederen en van hun roerende goederen die deel uitmaken van een vaste inrichting of van een vaste basis in dat land.

I. Vermijding van dubbele belasting in België (art. 23, § 2)

Dubbele belastingheffing van inkomsten die inwoners van België uit bronnen in Sri Lanka verkrijgen en die ingevolge de overeenkomst aldaar mogen worden belast, wordt op de volgende wijze vermelden:

a) Algemene regel: vrijstelling met progressievoorbehoud

Inkomsten die in Sri Lanka mogen worden belast, daaronder begrepen de in artikel 8, § 2, bedoelde winst uit de meer dan casuele exploitatie van schepen in internationaal verkeer, zijn in België vrijgesteld van belasting, maar voor zover die inkomsten volgens het Belgische recht belastbaar zijn en de belasting erop tegen een progressief tarief wordt berekend, worden zij in aanmerking genomen om het tarief te bepalen dat op de andere belastbare inkomsten van de genieters van toepassing is (art. 23, § 2, a).

Deze overeenkomst bevat in afwijking van de hierbovenvermelde algemene regel, de gebruikelijke bepalingen ter voorkoming van de dubbele compensatie van verliezen die een Belgische onderneming in een vaste inrichting in Sri Lanka mocht hebben geleden (art. 23, § 2, d).

b) Verrekening van het F.B.B.

Dividenden (onder voorbehoud van c hierna), interest en royalty's mogen in België worden belast maar de op die inkomsten verschuldigde belasting wordt, onder de door de Belgische wetgeving gestelde voorwaarden, verminderd met het F.B.B. van 15 pct.

In afwijking van deze wetgeving wordt het F.B.B. van 15 pct. ook toegestaan wanneer de voormelde inkomsten in Sri Lanka vrijstelling of vermindering van belasting genieten op grond van tijdelijke en speciale maatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van Sri Lanka (art. 23, § 2, b).

c) Deelnemingsvrijstelling:

Dividenden die Belgische vennootschappen verkrijgen uit vaste deelnemingen in vennootschappen van Sri Lanka, zijn ten belope van hun nettobedrag vrijgesteld van de vennootschapsbelasting (art. 23, § 2, c).