Aanschrijving nr. 14 dd. 24.05.1973
AANSCHRIJVING 73/014
Aanschrijving nr. 14 dd. 24.05.1973
Automaten
1. Deze aanschrijving, die de aanschrijving nr. 82, van 3 mei 1971 (Z. Revue nr. 3, blz. 315.), vervangt, heeft tot doel de regeling toe te lichten die op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is op de overeenkomsten gesloten tussen de gebruikers van automaten en de exploitanten van die toestellen en tussen deze laatsten en zij die een plaats te hunner beschikking stellen voor de exploitatie van die toestellen.
2. Aan te stippen valt dat deze aanschrijving niet van toepassing is wanneer de exploitanten van de toestellen foorkramers zijn die onderworpen zijn aan de forfaitaire regeling bepaald bij artikel 56, § 1, van het BTW-wetboek.
Eerste afdeling - Voorafgaande beschouwingen.
Beoogde automaten.
3. Onder automaat wordt verstaan, ieder toestel dat een mechanisch, elektrisch of elektronisch onderdeel bevat, dat dient voor het op gang brengen, de werking of het gebruik ervan en dat wordt ingeschakeld door het inwerpen van een geldstuk, een fiche (speelpenning) of door ieder ander middel dat hiervoor in de plaats komt.
Sommige automaten worden automatische ontspanningstoestellen genoemd, omdat ze bestemd zijn voor het vermaak van de gebruikers, waarmee dan zowel het kansspel, de behendigheidsoefening als het beluisteren van muziek wordt bedoeld. Naast die automatische ontspanningstoestellen bestaan er ook nog talrijke andere automaten die de gebruiker allerhande goederen afleveren of diensten verlenen. Deze verkoopautomaten of automaten die diensten verrichten worden eveneens in deze aanschrijving beoogd.
De exploitatie van een automaat.
4. De exploitatie van een automaat doet steeds ten minste twee personen met elkaar in betrekking staan : de exploitant van het toestel en de gebruiker ervan.
De exploitant is hij die beschikt over de in het toestel aangetroffen ontvangsten. Over de ontvangsten wordt geacht te beschikken hij die de sleutel bezit om het toestel te openen, zelfs wanneer overeengekomen mocht zijn dat een bepaald percentage van die ontvangsten aan iemand anders moet worden afgedragen .
De gebruiker is hij die een geldstuk of een fiche in het mechanisme inwerpt, waardoor de automaat begint te werken.
Soms kan de exploitant of de houder van het lokaal waar de automaat zich bevindt een geldstuk of fiche in het toestel inwerpen ten voordele van iemand anders.
Bij de exploitatie van een automaat wordt dikwijls nog een derde persoon betrokken. Deze kan de exploitant of de houder zijn van het lokaal waar het toestel ter beschikking van gebruikers wordt gesteld. Het kan ook de eigenaar zijn van een onroerende plaats, zoals een muur, een perron van een station, enz.
Ten slotte is het mogelijk dat de exploitant van een automaat niet de eigenaar ervan is. Hij kan namelijk het toestel gehuurd hebben. Zo kan men naast de exploitant van het toestel ook nog de eigenaar hebben, die het toestel aan de exploitant verhuurt.
Die diverse situaties kunnen overigens samen voorkomen.
Een exploitant kan een automaat huren om hem ter beschikking van de gebruikers te stellen in een lokaal dat aan iemand anders toebehoort.
In de tweede afdeling wordt de regeling toegelicht die geldt voor de relatie van de exploitant van het toestel tot de gebruiker ervan. In een derde afdeling wordt de regeling bepaald m.b.t. de andere verhoudingen die ontstaan bij de exploitatie van een automaat.
Afdeling 2. - De exploitatie van een automaat.
Aard van de handelingen.
5. De exploitatie van een automaat geeft aanleiding tot drie soorten van handelingen, namelijk :
a. Speelcontracten.
6. Wanneer de gebruiker, mits hij een inleg doet, de mogelijkheid heeft een geldsom of enig voorwerp te winnen, is het contract dat tussen de gebruiker en de exploitant tot stand komt een speelcontract (z. nrs. 13 tot 16 over de spelautomaten ) .
b. Levering van goederen.
7. Wanneer de gebruiker een goed wordt geleverd als tegenprestatie voor het in de automaat ingeworpen bedrag, heeft de handeling die tussen de exploitant en de gebruiker tot stand komt betrekking op een levering van goederen als bedoeld in het BTW-wetboek (z. nrs. 17 tot 21 over de verkoopautomaten).
c. Diensten.
8. Wanneer een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, van het Wetboek aan een gebruiker wordt verleend als tegenprestatie voor het in een automaat ingeworpen bedrag, is de handeling een dienst in de zin van het Wetboek (z. nrs. 22 tot 26 over de andere automaten).
Hoedanigheid van de exploitant.
9. Wanneer de exploitatie van een automaat aanleiding geeft tot handelingen die niet aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen zijn, zoals dat het geval is met de exploitatie van spelautomaten (z. nr. 14), verkrijgt de exploitant wegens die werkzaamheid niet de hoedanigheid van belastingplichtige. Hij hoeft dus niet als belastingplichtige geregistreerd te worden indien hij uiteraard geen andere belastbare werkzaamheid uitoefent, en de ontvangsten zijn niet aan de belasting onderworpen. Het feit dat de exploitant geen belastingplichtige is heeft overigens tot gevolg dat hij de belasting die werd geheven van de goederen en diensten die hij heeft ontvangen en van de goederen die hij heeft ingevoerd, niet in aftrek kan brengen in de mate waarin hij die goederen en diensten gebruikt voor de exploitatie van spelautomaten. Zo kan een exploitant niet de belasting in aftrek brengen, die wordt geheven van de aankoop, de invoer of de huur van een spelautomaat. Hij kan evenmin in aftrek brengen de belasting die hij moet betalen ter zake van het onderhoud en het herstellen van het toestel (1) .
10. Wanneer de exploitatie van een automaat daarentegen aanleiding geeft tot handelingen als bedoeld in het Wetboek, zoals het in de regel het geval is met de andere automaten dan de spelautomaten (z. nrs. 18 en 23), verkrijgt de exploitant van die automaat wegens de exploitatie ervan de hoedanigheid van belastingplichtige. Hij moet als belastingplichtige worden geregistreerd en de belasting voldoen die verschuldigd is ter zake van de in het toestel aangetroffen ontvangsten. Doch van de ter zake van de ontvangsten verschuldigde belasting mag hij de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de goederen en diensten die hij heeft ontvangen en van de goederen die hij heeft ingevoerd, in de mate waarin hij ze gebruikt voor de exploitatie van de automaten waarvan de ontvangsten belastbaar zijn. De exploitant kan onder meer de belasting in aftrek brengen, die hij heeft voldaan bij de aankoop of de invoer van de automaat, onder voorbehoud echter van de toepassing van artikel 100 van het Wetboek. Hij kan eveneens de belasting in aftrek brengen die werd voldaan bij de inkoop van de goederen die door middel van de automaat worden verkocht.
Hij kan ook nog de belasting in aftrek brengen (z. nr. 8), waaraan de herstellingen van de automaat zijn onderworpen.
11. De exploitant van een andere automaat dan een spelautomaat (z. nrs. 18 en 23) kan iemand zijn wiens hoofdwerkzaamheid van de belasting vrijgesteld is ingevolge artikel 44 van het Wetboek of buiten de werkingssfeer van de belasting blijft. Dat is onder meer het geval wanneer de exploitant van de automaat een onderwijsinrichting, een ziekenhuis of een verzekeringsmaatschappij is. Indien die exploitant geen andere werkzaamheid uitoefent die hem de hoedanigheid van belastingplichtige doet verkrijgen moet hij niet als belastingplichtige worden geregistreerd ten aanzien van de automaten die hij in eigen bedrijfslokalen exploiteert. Indien de automaten op een andere plaats worden geëxploiteerd is de registratie uiteraard verplicht.
De niet-belastingplicht heeft voor de exploitant ten gevolge dat hij geen aanspraak kan maken op de aftrek van de belasting die wordt geheven van de aankoop en de exploitatie van het toestel.
12. De in vorig lid bepaalde regeling is van toepassing op de verenigingen en groeperingen die geen winstoogmerk hebben, op voorwaarde dat die verenigingen en groeperingen niet de hoedanigheid van belastingplichtige hebben wegens een andere werkzaamheid of dat ze om welke reden ook niet hebben geopteerd voor de hoedanigheid van belastingplichtige.
De spelautomaten,
13. Onder spelautomaten wordt verstaan, de toestellen bedoeld in artikel 80, § 1, letter A, en § 2, van het Wetboek van de met de inkomstenbelas-tingen gelijkgestelde belastingen.
Het fiscaal kenteken dat op deze toestellen wordt bevestigd als bewijs van de betaling van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belasting, moet onder meer de aanwijzing bevatten van de categorie waarin het toestel voor de heffing van die belasting wordt ingedeeld : vermelding "G. 1" voor de toestellen bedoeld in artikel 80, § 2, en vermelding "A", gevolgd door cijfer 1, 2 of 3 naargelang van de categorie van de gemeente waar het toestel wordt geplaatst, voor de toestellen bedoeld in artikel 80. § 1, letter A. Door deze bepalingen worden onder meer de navolgende toestellen bedoeld : Additor (Astra), Addomat, Beachcomber (Crompton), Bell-fruit, Bingo, Derby, Duplomat, Euromat, Florida Surf Race, Greyhound Derby Race, Jackpot, Jamboree, Match 1, Mazzoma Bell, Mint-Record, Mississipi Gambler, Monte-Carlo (A.C.E.), Novomat, One Ball, Ovamat, Penny drop, (Crompton), Penny-Falls, Penny-Lanes Pools Scoop (Crompton), Ringon, Rotafruit (Pasch), Rotamat, Rotamint, Rotomat, Spinner (Rotamint), Super-Jumbo, SuperSix, Super Treble Chance (Bally), Tinky, Touty-Fruity, TrackOdds, Union, Upright, Vikings (Whittaker Bros), Wheel'em in en Wheel of Fortune.
14. De handeling die ontstaat tussen de exploitant van zulke automaten en de gebruiker is een speelcontract. Daar dat contract buiten de werkingssfeer van de belasting over de toegevoegde waarde blijft, verkrijgt de exploitant m.b.t. die werkzaamheid niet de hoedanigheid van belastingplichtige en de in de toestellen aangetroffen ontvangsten zijn niet aan die belasting onderworpen (z. nr. 9).
15. Aan te stippen valt dat de regeling die van toepassing is op de automatische ontspanningstoestellen die bedoeld worden in artikel 80, § 1, letters B tot F, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, in de nummers 22 tot 26 wordt toegelicht.
16. Aan te stippen valt eveneens dat sommige automatische ontspanningstoestellen die in principe bedoeld zijn in één van de letters C tot F van het genoemde artikel 80, § 1, niettemin moeten worden ingedeeld onder letter A van dat zelfde artikel wanneer ze bepaalde kenmerken vertonen waardoor ze als spelautomaten moeten worden aangemerkt voor de toepassing van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen. In dat geval vermeldt het fiscaal kenteken de letter A (z. nr. 13).
Verkoopautomaten.
17. Hier worden de automaten bedoeld, die aan de gebruiker goederen afleveren, met uitzondering van spijzen en dranken om ter plaatse te worden verbruikt.
18. De in de toestellen aangetroffen ontvangsten vertegenwoordigen de prijs voor de levering van de goederen. De exploitant heeft de hoedanigheid van belastingplichtige en de ontvangsten zijn onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde.
19. Het belastingtarief dat op de ontvangsten van toepassing is, verschilt naargelang van de aard van de aan de gebruiker afgeleverde goederen. Zo is de belasting verschuldigd tegen het tarief van 6 pct. wanneer de automaat bonbons, chocolade of ander suikergoed aflevert, tegen het tarief van 14 pct. wanneer het toestel de gebruiker kousen verschaft, of tegen het tarief van 18 pct. wanneer het om een foto-automaat gaat.
20. De belasting wordt berekend over het totale bedrag van de in het toestel aangetroffen ontvangsten, zelfs indien de exploitant een percentage van de ontvangsten moet afstaan aan de houder van het lokaal waar het toestel wordt geëxploiteerd of aan de eigenaar van de plaats waar het toestel zich bevindt (z. nr. 27). Er moet echter rekening mee worden gehouden dat de belasting over de toegevoegde waarde in de ontvangsten begrepen is.
21. Op te merken valt echter dat geen belasting verschuldigd is ter zake van de ontvangsten van sigarettenautomaten, wegens de speciale regeling die op tabaksfabrikaten van toepassing is. Niettemin hebben de exploitanten van zulke automaten de hoedanigheid van belastingplichtige.
De andere automaten.
22. Er zijn nog andere automaten van zeer diverse aard, zoals de automatische ontspanningstoestellen die bedoeld zijn in artikel 80, § 1, letters B tot F, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen. met uitsluiting van de spelautomaten (z. nrs. 13 tot 16), de automaten die spijzen en dranken verschaffen om ter plaatse te worden verbruikt, de automatische weegschalen. de verrekijkers met automaat, de muziekautomaten ( juke-boxes) of filmprojectieautomaten en de automaten voor het vermaak van kinderen, "Kiddierides" genoemd.
23. De in die automaten aangetroffen ontvangsten vertegenwoordigen de prijs van in het Wetboek bedoelde diensten.
De exploitant heeft de hoedanigheid van belastingplichtige en zijn ontvangsten zijn bijgevolg aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen.
24. De belasting is in de regel verschuldigd tegen het tarief van 18 pct. Dat tarief wordt echter verminderd tot 6 pct. :
1° ten aanzien van de ontvangsten aangetroffen in de automaten die spijzen en dranken verschaffen om ter plaatse te worden verbruikt (z. rubriek XXX, cijfer 2, tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20);
2° ten aanzien van de ontvangsten aangetroffen in de automatische ontspanningstoestellen (z. rubriek XXVIII, cijfer 1, tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20). Onder ontspanningstoestellen verstaat men inzonderheid de automatische ontspanningstoestellen bedoeld in artikel 80, § 1, letters B tot F, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen met uitzondering van de automatische ontspanningstoestellen die bepaalde kenmerken vertonen waardoor zij als spelautomaten worden aangemerkt voor de toepassing van dat zelfde Wetboek (z. nr. 16), de verrekijkers-automaten, de muziekautomaten, de filmprojectieautomaten, de automaten voor het vermaak van kinderen ("Kiddierides") .
25. Ten aanzien van sommige automaten, zoals grijperkranen die de gebruiker de mogelijkheid bieden voorwerpen te verkrijgen, moet volgend onderscheid worden gemaakt. Wanneer het toestel voor de toepassing van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen ingedeeld wordt onder de automatische onspanningstoestellen zijn de ontvangsten aangetroffen in het toestel onderworpen aan de belasting tegen het tarief van 6 pct. Wanneer het toestel daarentegen niet ingedeeld wordt onder de automatische ontspanningstoestellen hangt het belastingtarief dat van toepassing is op de ontvangsten af van de aard van de aan de gebruiker geleverde goederen.
26. De belasting wordt berekend over het totale bedrag van de in de automaat aangetroffen ontvangsten, zelfs wanneer de exploitant een percentage van de ontvangsten moet afstaan aan de houder van het lokaal waar het toestel wordt geëxploiteerd of aan de eigenaar van de plaats waar het toestel zich bevindt.
Maar de belasting over de toegevoegde waarde is in die ontvangsten begrepen.
Afdeling 3. -- De andere handelingen.
Vergoedingen betaald door de exploitant.
27. De exploitant van een automaat is vaak gehouden een vergoeding te betalen aan de eigenaar of de huurder van het lokaal of van de plaats waar het toestel zich bevindt.
28. Het staat de partijen vrij die vergoeding niet te beschouwen als de prijs van een dienst in de zin van het BTW-wetboek en ze aldus niet te onderwerpen aan de belasting. In dat geval echter mag de belasting, geheven van de goederen en diensten die door de eigenaar of de huurder van het lokaal of van de plaats uitsluitend worden gebruikt om zijn verbintenissen tegenover de exploitant van de automaat na te komen, niet in aftrek worden gebracht.
Verhuur van automaten.
29. De eigenaar van een automaat kan deze verhuren aan iemand die de automaat zal exploiteren.
30. Die verhuur is een dienst bedoeld in artikel 18, § 1, 4°, van het Wetboek. Het tarief is in de regel 18 pct. Het wordt evenwel verminderd tot 6 pct. wanneer de verhuur betrekking heeft op automatische ontspanningstoestellen (z. nr. 24, 2°). De belasting is verschuldigd wanneer het genot hier te lande plaatsheeft en verleend wordt door een belastingplichtige.
Dienaangaande valt aan te stippen dat iemand die slechts één toestel verhuurt de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgt voor zover de verhuur toegestaan wordt voor een zekere tijd.
31. De belasting is ter zake van de verhuur verschuldigd, zelfs indien het verhuurde toestel een spelautomaat is, bedoeld in artikel 80, § 1, letter A, en § 2, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (z. nrs. 13 tot 16). Aan te stippen valt dat iemand die een spelautomaat in huur neemt om te gebruiken, de belasting ter zake van de huur niet mag aftrekken.
Opheffingsbepaling.
32. Deze aanschrijving heft de aanschrijving nr. 82, van 13 mei 1971, op.
NOOT
(1) De gewijzigde teksten van de aanschrijving nr. 82, van 13 mei 1971 en de nieuwe teksten worden met een verticale streep aangeduid.
Aanschrijving nr. 14 dd. 24.05.1973
Automaten
1. Deze aanschrijving, die de aanschrijving nr. 82, van 3 mei 1971 (Z. Revue nr. 3, blz. 315.), vervangt, heeft tot doel de regeling toe te lichten die op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is op de overeenkomsten gesloten tussen de gebruikers van automaten en de exploitanten van die toestellen en tussen deze laatsten en zij die een plaats te hunner beschikking stellen voor de exploitatie van die toestellen.
2. Aan te stippen valt dat deze aanschrijving niet van toepassing is wanneer de exploitanten van de toestellen foorkramers zijn die onderworpen zijn aan de forfaitaire regeling bepaald bij artikel 56, § 1, van het BTW-wetboek.
Eerste afdeling - Voorafgaande beschouwingen.
Beoogde automaten.
3. Onder automaat wordt verstaan, ieder toestel dat een mechanisch, elektrisch of elektronisch onderdeel bevat, dat dient voor het op gang brengen, de werking of het gebruik ervan en dat wordt ingeschakeld door het inwerpen van een geldstuk, een fiche (speelpenning) of door ieder ander middel dat hiervoor in de plaats komt.
Sommige automaten worden automatische ontspanningstoestellen genoemd, omdat ze bestemd zijn voor het vermaak van de gebruikers, waarmee dan zowel het kansspel, de behendigheidsoefening als het beluisteren van muziek wordt bedoeld. Naast die automatische ontspanningstoestellen bestaan er ook nog talrijke andere automaten die de gebruiker allerhande goederen afleveren of diensten verlenen. Deze verkoopautomaten of automaten die diensten verrichten worden eveneens in deze aanschrijving beoogd.
De exploitatie van een automaat.
4. De exploitatie van een automaat doet steeds ten minste twee personen met elkaar in betrekking staan : de exploitant van het toestel en de gebruiker ervan.
De exploitant is hij die beschikt over de in het toestel aangetroffen ontvangsten. Over de ontvangsten wordt geacht te beschikken hij die de sleutel bezit om het toestel te openen, zelfs wanneer overeengekomen mocht zijn dat een bepaald percentage van die ontvangsten aan iemand anders moet worden afgedragen .
De gebruiker is hij die een geldstuk of een fiche in het mechanisme inwerpt, waardoor de automaat begint te werken.
Soms kan de exploitant of de houder van het lokaal waar de automaat zich bevindt een geldstuk of fiche in het toestel inwerpen ten voordele van iemand anders.
Bij de exploitatie van een automaat wordt dikwijls nog een derde persoon betrokken. Deze kan de exploitant of de houder zijn van het lokaal waar het toestel ter beschikking van gebruikers wordt gesteld. Het kan ook de eigenaar zijn van een onroerende plaats, zoals een muur, een perron van een station, enz.
Ten slotte is het mogelijk dat de exploitant van een automaat niet de eigenaar ervan is. Hij kan namelijk het toestel gehuurd hebben. Zo kan men naast de exploitant van het toestel ook nog de eigenaar hebben, die het toestel aan de exploitant verhuurt.
Die diverse situaties kunnen overigens samen voorkomen.
Een exploitant kan een automaat huren om hem ter beschikking van de gebruikers te stellen in een lokaal dat aan iemand anders toebehoort.
In de tweede afdeling wordt de regeling toegelicht die geldt voor de relatie van de exploitant van het toestel tot de gebruiker ervan. In een derde afdeling wordt de regeling bepaald m.b.t. de andere verhoudingen die ontstaan bij de exploitatie van een automaat.
Afdeling 2. - De exploitatie van een automaat.
Aard van de handelingen.
5. De exploitatie van een automaat geeft aanleiding tot drie soorten van handelingen, namelijk :
a. Speelcontracten.
6. Wanneer de gebruiker, mits hij een inleg doet, de mogelijkheid heeft een geldsom of enig voorwerp te winnen, is het contract dat tussen de gebruiker en de exploitant tot stand komt een speelcontract (z. nrs. 13 tot 16 over de spelautomaten ) .
b. Levering van goederen.
7. Wanneer de gebruiker een goed wordt geleverd als tegenprestatie voor het in de automaat ingeworpen bedrag, heeft de handeling die tussen de exploitant en de gebruiker tot stand komt betrekking op een levering van goederen als bedoeld in het BTW-wetboek (z. nrs. 17 tot 21 over de verkoopautomaten).
c. Diensten.
8. Wanneer een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, van het Wetboek aan een gebruiker wordt verleend als tegenprestatie voor het in een automaat ingeworpen bedrag, is de handeling een dienst in de zin van het Wetboek (z. nrs. 22 tot 26 over de andere automaten).
Hoedanigheid van de exploitant.
9. Wanneer de exploitatie van een automaat aanleiding geeft tot handelingen die niet aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen zijn, zoals dat het geval is met de exploitatie van spelautomaten (z. nr. 14), verkrijgt de exploitant wegens die werkzaamheid niet de hoedanigheid van belastingplichtige. Hij hoeft dus niet als belastingplichtige geregistreerd te worden indien hij uiteraard geen andere belastbare werkzaamheid uitoefent, en de ontvangsten zijn niet aan de belasting onderworpen. Het feit dat de exploitant geen belastingplichtige is heeft overigens tot gevolg dat hij de belasting die werd geheven van de goederen en diensten die hij heeft ontvangen en van de goederen die hij heeft ingevoerd, niet in aftrek kan brengen in de mate waarin hij die goederen en diensten gebruikt voor de exploitatie van spelautomaten. Zo kan een exploitant niet de belasting in aftrek brengen, die wordt geheven van de aankoop, de invoer of de huur van een spelautomaat. Hij kan evenmin in aftrek brengen de belasting die hij moet betalen ter zake van het onderhoud en het herstellen van het toestel (1) .
10. Wanneer de exploitatie van een automaat daarentegen aanleiding geeft tot handelingen als bedoeld in het Wetboek, zoals het in de regel het geval is met de andere automaten dan de spelautomaten (z. nrs. 18 en 23), verkrijgt de exploitant van die automaat wegens de exploitatie ervan de hoedanigheid van belastingplichtige. Hij moet als belastingplichtige worden geregistreerd en de belasting voldoen die verschuldigd is ter zake van de in het toestel aangetroffen ontvangsten. Doch van de ter zake van de ontvangsten verschuldigde belasting mag hij de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de goederen en diensten die hij heeft ontvangen en van de goederen die hij heeft ingevoerd, in de mate waarin hij ze gebruikt voor de exploitatie van de automaten waarvan de ontvangsten belastbaar zijn. De exploitant kan onder meer de belasting in aftrek brengen, die hij heeft voldaan bij de aankoop of de invoer van de automaat, onder voorbehoud echter van de toepassing van artikel 100 van het Wetboek. Hij kan eveneens de belasting in aftrek brengen die werd voldaan bij de inkoop van de goederen die door middel van de automaat worden verkocht.
Hij kan ook nog de belasting in aftrek brengen (z. nr. 8), waaraan de herstellingen van de automaat zijn onderworpen.
11. De exploitant van een andere automaat dan een spelautomaat (z. nrs. 18 en 23) kan iemand zijn wiens hoofdwerkzaamheid van de belasting vrijgesteld is ingevolge artikel 44 van het Wetboek of buiten de werkingssfeer van de belasting blijft. Dat is onder meer het geval wanneer de exploitant van de automaat een onderwijsinrichting, een ziekenhuis of een verzekeringsmaatschappij is. Indien die exploitant geen andere werkzaamheid uitoefent die hem de hoedanigheid van belastingplichtige doet verkrijgen moet hij niet als belastingplichtige worden geregistreerd ten aanzien van de automaten die hij in eigen bedrijfslokalen exploiteert. Indien de automaten op een andere plaats worden geëxploiteerd is de registratie uiteraard verplicht.
De niet-belastingplicht heeft voor de exploitant ten gevolge dat hij geen aanspraak kan maken op de aftrek van de belasting die wordt geheven van de aankoop en de exploitatie van het toestel.
12. De in vorig lid bepaalde regeling is van toepassing op de verenigingen en groeperingen die geen winstoogmerk hebben, op voorwaarde dat die verenigingen en groeperingen niet de hoedanigheid van belastingplichtige hebben wegens een andere werkzaamheid of dat ze om welke reden ook niet hebben geopteerd voor de hoedanigheid van belastingplichtige.
De spelautomaten,
13. Onder spelautomaten wordt verstaan, de toestellen bedoeld in artikel 80, § 1, letter A, en § 2, van het Wetboek van de met de inkomstenbelas-tingen gelijkgestelde belastingen.
Het fiscaal kenteken dat op deze toestellen wordt bevestigd als bewijs van de betaling van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belasting, moet onder meer de aanwijzing bevatten van de categorie waarin het toestel voor de heffing van die belasting wordt ingedeeld : vermelding "G. 1" voor de toestellen bedoeld in artikel 80, § 2, en vermelding "A", gevolgd door cijfer 1, 2 of 3 naargelang van de categorie van de gemeente waar het toestel wordt geplaatst, voor de toestellen bedoeld in artikel 80. § 1, letter A. Door deze bepalingen worden onder meer de navolgende toestellen bedoeld : Additor (Astra), Addomat, Beachcomber (Crompton), Bell-fruit, Bingo, Derby, Duplomat, Euromat, Florida Surf Race, Greyhound Derby Race, Jackpot, Jamboree, Match 1, Mazzoma Bell, Mint-Record, Mississipi Gambler, Monte-Carlo (A.C.E.), Novomat, One Ball, Ovamat, Penny drop, (Crompton), Penny-Falls, Penny-Lanes Pools Scoop (Crompton), Ringon, Rotafruit (Pasch), Rotamat, Rotamint, Rotomat, Spinner (Rotamint), Super-Jumbo, SuperSix, Super Treble Chance (Bally), Tinky, Touty-Fruity, TrackOdds, Union, Upright, Vikings (Whittaker Bros), Wheel'em in en Wheel of Fortune.
14. De handeling die ontstaat tussen de exploitant van zulke automaten en de gebruiker is een speelcontract. Daar dat contract buiten de werkingssfeer van de belasting over de toegevoegde waarde blijft, verkrijgt de exploitant m.b.t. die werkzaamheid niet de hoedanigheid van belastingplichtige en de in de toestellen aangetroffen ontvangsten zijn niet aan die belasting onderworpen (z. nr. 9).
15. Aan te stippen valt dat de regeling die van toepassing is op de automatische ontspanningstoestellen die bedoeld worden in artikel 80, § 1, letters B tot F, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, in de nummers 22 tot 26 wordt toegelicht.
16. Aan te stippen valt eveneens dat sommige automatische ontspanningstoestellen die in principe bedoeld zijn in één van de letters C tot F van het genoemde artikel 80, § 1, niettemin moeten worden ingedeeld onder letter A van dat zelfde artikel wanneer ze bepaalde kenmerken vertonen waardoor ze als spelautomaten moeten worden aangemerkt voor de toepassing van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen. In dat geval vermeldt het fiscaal kenteken de letter A (z. nr. 13).
Verkoopautomaten.
17. Hier worden de automaten bedoeld, die aan de gebruiker goederen afleveren, met uitzondering van spijzen en dranken om ter plaatse te worden verbruikt.
18. De in de toestellen aangetroffen ontvangsten vertegenwoordigen de prijs voor de levering van de goederen. De exploitant heeft de hoedanigheid van belastingplichtige en de ontvangsten zijn onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde.
19. Het belastingtarief dat op de ontvangsten van toepassing is, verschilt naargelang van de aard van de aan de gebruiker afgeleverde goederen. Zo is de belasting verschuldigd tegen het tarief van 6 pct. wanneer de automaat bonbons, chocolade of ander suikergoed aflevert, tegen het tarief van 14 pct. wanneer het toestel de gebruiker kousen verschaft, of tegen het tarief van 18 pct. wanneer het om een foto-automaat gaat.
20. De belasting wordt berekend over het totale bedrag van de in het toestel aangetroffen ontvangsten, zelfs indien de exploitant een percentage van de ontvangsten moet afstaan aan de houder van het lokaal waar het toestel wordt geëxploiteerd of aan de eigenaar van de plaats waar het toestel zich bevindt (z. nr. 27). Er moet echter rekening mee worden gehouden dat de belasting over de toegevoegde waarde in de ontvangsten begrepen is.
21. Op te merken valt echter dat geen belasting verschuldigd is ter zake van de ontvangsten van sigarettenautomaten, wegens de speciale regeling die op tabaksfabrikaten van toepassing is. Niettemin hebben de exploitanten van zulke automaten de hoedanigheid van belastingplichtige.
De andere automaten.
22. Er zijn nog andere automaten van zeer diverse aard, zoals de automatische ontspanningstoestellen die bedoeld zijn in artikel 80, § 1, letters B tot F, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen. met uitsluiting van de spelautomaten (z. nrs. 13 tot 16), de automaten die spijzen en dranken verschaffen om ter plaatse te worden verbruikt, de automatische weegschalen. de verrekijkers met automaat, de muziekautomaten ( juke-boxes) of filmprojectieautomaten en de automaten voor het vermaak van kinderen, "Kiddierides" genoemd.
23. De in die automaten aangetroffen ontvangsten vertegenwoordigen de prijs van in het Wetboek bedoelde diensten.
De exploitant heeft de hoedanigheid van belastingplichtige en zijn ontvangsten zijn bijgevolg aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen.
24. De belasting is in de regel verschuldigd tegen het tarief van 18 pct. Dat tarief wordt echter verminderd tot 6 pct. :
1° ten aanzien van de ontvangsten aangetroffen in de automaten die spijzen en dranken verschaffen om ter plaatse te worden verbruikt (z. rubriek XXX, cijfer 2, tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20);
2° ten aanzien van de ontvangsten aangetroffen in de automatische ontspanningstoestellen (z. rubriek XXVIII, cijfer 1, tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20). Onder ontspanningstoestellen verstaat men inzonderheid de automatische ontspanningstoestellen bedoeld in artikel 80, § 1, letters B tot F, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen met uitzondering van de automatische ontspanningstoestellen die bepaalde kenmerken vertonen waardoor zij als spelautomaten worden aangemerkt voor de toepassing van dat zelfde Wetboek (z. nr. 16), de verrekijkers-automaten, de muziekautomaten, de filmprojectieautomaten, de automaten voor het vermaak van kinderen ("Kiddierides") .
25. Ten aanzien van sommige automaten, zoals grijperkranen die de gebruiker de mogelijkheid bieden voorwerpen te verkrijgen, moet volgend onderscheid worden gemaakt. Wanneer het toestel voor de toepassing van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen ingedeeld wordt onder de automatische onspanningstoestellen zijn de ontvangsten aangetroffen in het toestel onderworpen aan de belasting tegen het tarief van 6 pct. Wanneer het toestel daarentegen niet ingedeeld wordt onder de automatische ontspanningstoestellen hangt het belastingtarief dat van toepassing is op de ontvangsten af van de aard van de aan de gebruiker geleverde goederen.
26. De belasting wordt berekend over het totale bedrag van de in de automaat aangetroffen ontvangsten, zelfs wanneer de exploitant een percentage van de ontvangsten moet afstaan aan de houder van het lokaal waar het toestel wordt geëxploiteerd of aan de eigenaar van de plaats waar het toestel zich bevindt.
Maar de belasting over de toegevoegde waarde is in die ontvangsten begrepen.
Afdeling 3. -- De andere handelingen.
Vergoedingen betaald door de exploitant.
27. De exploitant van een automaat is vaak gehouden een vergoeding te betalen aan de eigenaar of de huurder van het lokaal of van de plaats waar het toestel zich bevindt.
28. Het staat de partijen vrij die vergoeding niet te beschouwen als de prijs van een dienst in de zin van het BTW-wetboek en ze aldus niet te onderwerpen aan de belasting. In dat geval echter mag de belasting, geheven van de goederen en diensten die door de eigenaar of de huurder van het lokaal of van de plaats uitsluitend worden gebruikt om zijn verbintenissen tegenover de exploitant van de automaat na te komen, niet in aftrek worden gebracht.
Verhuur van automaten.
29. De eigenaar van een automaat kan deze verhuren aan iemand die de automaat zal exploiteren.
30. Die verhuur is een dienst bedoeld in artikel 18, § 1, 4°, van het Wetboek. Het tarief is in de regel 18 pct. Het wordt evenwel verminderd tot 6 pct. wanneer de verhuur betrekking heeft op automatische ontspanningstoestellen (z. nr. 24, 2°). De belasting is verschuldigd wanneer het genot hier te lande plaatsheeft en verleend wordt door een belastingplichtige.
Dienaangaande valt aan te stippen dat iemand die slechts één toestel verhuurt de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgt voor zover de verhuur toegestaan wordt voor een zekere tijd.
31. De belasting is ter zake van de verhuur verschuldigd, zelfs indien het verhuurde toestel een spelautomaat is, bedoeld in artikel 80, § 1, letter A, en § 2, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (z. nrs. 13 tot 16). Aan te stippen valt dat iemand die een spelautomaat in huur neemt om te gebruiken, de belasting ter zake van de huur niet mag aftrekken.
Opheffingsbepaling.
32. Deze aanschrijving heft de aanschrijving nr. 82, van 13 mei 1971, op.
NOOT
(1) De gewijzigde teksten van de aanschrijving nr. 82, van 13 mei 1971 en de nieuwe teksten worden met een verticale streep aangeduid.
Bron: FisconetPlus
