Aanschrijving nr. 41 dd. 17.04.1972

AANSCHRIJVING 72/041

Aanschrijving nr. 41 dd. 17.04.1972


Maatstaf van heffing
Afnemer
Samenstelling van de maatstaf van heffing
Ristorno
Creditnota
Prijsvermindering
Vermindering van de maatstaf van heffing
Groep ristorno
Tegenwaarde
Teruggaaf
Recht op teruggaaf
Uitoefening vordering recht op teruggaaf


Ristorno's door levernaciers toegekend aan hun afnemers door bemiddeling van een groepering dezen lid zijn. Deze aanschrijving heeft tot doel de regels te bepalen die van toepassing zijn terzake van de toekenning van ristorno's door leveranciers aan hun afnemers door bemiddeling van een groepering, waarvan die afnemers lid zijn.

Twee toestanden kunnen worden beoogd.

1. De leverancier bepaalt in de creditnota die hij aan de groepering uitreikt, de ristorno die aan ieder van zijn afnemers toekomt.

Men dient ervan uit te gaan dat de leverancier zelf de ristorno bepaalt niet alleen wanneer hij het bedrag vaststelt dat aan ieder van zijn met name aangewezen afnemers toekomt, doch ook wanneer hij alleen maar de wijze van verdelen regelt van een globaal aan zijn afnemers toegekende ristorno.

In dat geval wordt aangenomen dat de groepering, in naam en voor rekening van haar leden, een uitgestelde prijsvermindering ontvangt die de leverancier rechtstreeks aan zijn afnemers toekent.

In deze toestand kan de leverancier, op grond van artikel 77, § 1, 2°, van het Wetboek, teruggaaf van de belasting bekomen, voor zover hij voldoet aan de terzake geldende voorschriften.

Op de creditnota die de groepering aan haar leden uitreikt moet uitdrukkelijk worden vermeld dat het uitgekeerde bedrag een door de leverancier toegestane en door hem bepaalde prijsvermindering betreft, daarenboven moet dit document, zoals de creditnota die de leverancier aan de groepering uitreikt, voorzien zijn van de vermelding « BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronke-lijk in aftrek werd gebracht ».

Wanneer de leverancier geen teruggaaf vraagt van de BTW omdat zijn afnemers, die belastingplichtigen zijn, in een maand- of een kwartaalaan-gifte de BTW die hun in rekening werd gebracht integraal en definitief in aftrek hebben kunnen brengen (z. nr. 30, laatste lid, van de aanschrijving van 24 november 1970, nr. 78) (z. Revue nr. I, blz. 99-100.), moet de in het vorig lid aangehaalde vermelding niet voorkomen op de creditnota's, waarop in dat geval overigens geen bedrag voor BTW wordt vermeld.

De groepering mag aan haar leden administratiekosten aanrekenen voor haar bemiddeling in de uitbetaling van de prijsvermindering en ze daarop toerekenen zonder dat hierdoor aan het wezen van de prijsvermindering voor heel het bedrag ervan wordt geraakt. Aangezien deze kosten worden aangemerkt als de vergoeding voor een dienst, die wordt bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek en onderworpen is aan de belasting tegen het tarief van 18 pct., moet de groepering deze som aan haar leden factureren samen met de daarop betrekking hebbende BTW.

2. De leverancier bepaalt niet zelf het bedrag van de ristorno die de groepering aan ieder van zijn afnemers moet uitbetalen.

Dit is onder meer het geval wanneer de groepering de ristorno onder haar leden verdeelt naar een eigen verdeelschaal, of nog wanneer de leverancier, benevens een aan ieder van zijn afnemers afzonderlijk toegekende ristorno, waarvoor de onder nr. 1 uiteengezette regeling geldt, een « groep ristorno » toekent, die wordt berekend in verhouding tot de gezamenlijke omzet van de leden van de groepering, zonder dat hij een wijze verplicht stelt volgens welke deze ristorno onder zijn afnemers moet worden verdeeld.

De som die de groepering ontvangt moet als een makelaarsloon (provisie) worden aangemerkt. Deze som is belastbaar tegen het tarief van 18 pct.; ze moet door de groepering aan de leverancier worden gefactureerd, tenzij de regeling wordt gevolgd die bepaald is in de aanschrijving van 17 december 1970, nr. 89 (2) .

Het gedeelte van die som dat de groepering aan ieder van haar leden uitkeert is, in haar relatie tot laatstgenoemden, geen door de leverancier toegekende prijsvermindering, noch de vergoeding voor een in het BTW-Wetboek bedoelde handeling. Die uitkering is derhalve niet aan de belasting onderworpen, ongeacht de wijze van berekening ervan of de omstandigheid dat de groepering van de door haar geïnde provisie al dan niet een bepaald bedrag voor administratiekosten afhoudt.