Circulaire nr. Ci.RH.421/459.918 dd. 21.09.1994
CIRC 21.09.94/1
Circulaire nr. Ci.RH.421/459.918 dd. 21.09.1994
DRUKWERK 328 C.1
Afschrijvingstabel.
DRUKWERK 328 C.2
Afschrijvingstabel.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
1. De circ. 10.6.1994, zelfde nummer, bespreekt de voornaamste wijzigingen die aan de aangifteformulieren 275.1 (Ven.B) en 275.2 (BNI/ven.) van het aj. 1994 zijn aangebracht.
2. In het nr. 5 van die circulaire wordt erop gewezen dat voortaan in de door de belastingplichtige te verstrekken opgaven ter rechtvaardiging van de in rekening gebrachte afschrijvingen een aantal bijkomende inlichtingen moeten worden verstrekt.
3. Luidens de toelichting bij vak I, rubriek "Onzichtbare reserves" van de aangiften moet inderdaad, ter rechtvaardiging van de in rekening gebrachte afschrijvingen, een opgave worden verstrekt met, voor elke categorie van activa, vermelding van (de gevraagde bijkomende inlichtingen worden met een dubbele verticale lijn in de linkermarge aangeduid) :
Bovendien moeten afzonderlijk de activa worden vermeld :
Tenslotte moeten, voor het bepalen van het saldo van de "overdreven afschrijvingen" op het einde van het belastbare tijdperk, de vorige afschrijvingsexcedenten worden afgetrokken welke de vennootschap wenst aan te wenden tot het dekken van de ontoereikende afschrijvingen van het belastbare tijdperk op dezelfde activa (die recuperatie - alsmede het bedrag van de nog te recupereren of uit te boeken excedenten - moet duidelijk blijken uit de gedetailleerde opgave waarvan hierboven sprake is).
4. De voormelde aanpassing van de toelichting bij de aangiften strekt er inzonderheid toe de materiële werkzaamheden die met het onderzoek van een vennootschapsdossier gepaard gaan waar mogelijk te beperken.
Het is namelijk zo dat de gegevens die thans in verband met de afschrijvingen worden gevraagd, volledig overeenstemmen met die welke in de afschrijvingstabellen 328 C.1 of 328 C.2 moeten worden opgenomen.
Welnu de taxatieambtenaren mogen er zich voortaan, ten name van aan de ven.B of de BNI/ven. onderworpen belastingplichtigen, van onthouden die tabellen bij te werken op voorwaarde dat :
5. In de andere gevallen moeten de afschrijvingstabellen bij voortduur op de voorgeschreven wijze worden bijgehouden.
Hierbij komt het in eerste instantie aan de taxatieambtenaren zelf en aan hun onmiddellijke meerderen toe om uit te maken of de door de vennootschap verstrekte gegevens volstaan voor een ernstige controle van de afschrijvingen en of het niet bijhouden van tabellen C 328 C het onderzoek van de aangiften over latere aanslagjaren niet zal bemoeilijken.
Circulaire nr. Ci.RH.421/459.918 dd. 21.09.1994
DRUKWERK 328 C.1
Afschrijvingstabel.
DRUKWERK 328 C.2
Afschrijvingstabel.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
1. De circ. 10.6.1994, zelfde nummer, bespreekt de voornaamste wijzigingen die aan de aangifteformulieren 275.1 (Ven.B) en 275.2 (BNI/ven.) van het aj. 1994 zijn aangebracht.
2. In het nr. 5 van die circulaire wordt erop gewezen dat voortaan in de door de belastingplichtige te verstrekken opgaven ter rechtvaardiging van de in rekening gebrachte afschrijvingen een aantal bijkomende inlichtingen moeten worden verstrekt.
3. Luidens de toelichting bij vak I, rubriek "Onzichtbare reserves" van de aangiften moet inderdaad, ter rechtvaardiging van de in rekening gebrachte afschrijvingen, een opgave worden verstrekt met, voor elke categorie van activa, vermelding van (de gevraagde bijkomende inlichtingen worden met een dubbele verticale lijn in de linkermarge aangeduid) :
- de aanschaffings- of beleggingswaarde van de op het einde van het vorige boekjaar nog af te schrijven bestanddelen;
- het bedrag van de herwaarderingen;
- de mutaties van het boekjaar (aanschaffingen - met inbegrip van zelf geproduceerde vaste activa - overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere);
- de afschrijfbare waarde op het einde van het boekjaar;
- het aangenomen afschrijvingspercentage;
- de geboekte afschrijvingen, met inbegrip van de rechtstreeks op het debet van een resultatenrekening geboekte verwervingen, als volgt uitgesplitst :
- de als beroepskost aangemerkte afschrijvingen;
- het belastbaar gedeelte van de geboekte afschrijvingen op herwaarderingen;
- eventueel, het overige belastbare gedeelte van de geboekte afschrijvingen;
- de gedane uitboekingen van afschrijvingen (uitgesplitst in niet dan wel op herwaarderingen);
- het totaal van de geboekte afschrijvingen (uitgesplitst in niet dan wel op herwaarderingen);
- het totaal van de als beroepskost aangemerkte afschrijvingen.
Bovendien moeten afzonderlijk de activa worden vermeld :
- die degressief worden afgeschreven overeenkomstig art. 36 tot 43, KB/WIB 92, met een afzonderlijke vermelding van de desbetreffende residuwaarde op de in het vorige lid bedoelde opgave;
- waarop ingevolge een machtiging verdubbelde afschrijvingen worden toegepast.
Tenslotte moeten, voor het bepalen van het saldo van de "overdreven afschrijvingen" op het einde van het belastbare tijdperk, de vorige afschrijvingsexcedenten worden afgetrokken welke de vennootschap wenst aan te wenden tot het dekken van de ontoereikende afschrijvingen van het belastbare tijdperk op dezelfde activa (die recuperatie - alsmede het bedrag van de nog te recupereren of uit te boeken excedenten - moet duidelijk blijken uit de gedetailleerde opgave waarvan hierboven sprake is).
4. De voormelde aanpassing van de toelichting bij de aangiften strekt er inzonderheid toe de materiële werkzaamheden die met het onderzoek van een vennootschapsdossier gepaard gaan waar mogelijk te beperken.
Het is namelijk zo dat de gegevens die thans in verband met de afschrijvingen worden gevraagd, volledig overeenstemmen met die welke in de afschrijvingstabellen 328 C.1 of 328 C.2 moeten worden opgenomen.
Welnu de taxatieambtenaren mogen er zich voortaan, ten name van aan de ven.B of de BNI/ven. onderworpen belastingplichtigen, van onthouden die tabellen bij te werken op voorwaarde dat :
- de gegevens omtrent de afschrijvingen op de in de toelichting gevraagde wijze worden verstrekt;
- en de fiscaal in rekening gebrachte afschrijvingen met aanvaardbare afschrijvingen overeenstemmen (waarbij er geen bezwaar tegen bestaat dat sommige geboekte afschrijvingen de aanvaardbare afschrijvingen overtreffen, mits de vennootschap zelf het verschil als een belastbaar excedent behandeld).
5. In de andere gevallen moeten de afschrijvingstabellen bij voortduur op de voorgeschreven wijze worden bijgehouden.
Hierbij komt het in eerste instantie aan de taxatieambtenaren zelf en aan hun onmiddellijke meerderen toe om uit te maken of de door de vennootschap verstrekte gegevens volstaan voor een ernstige controle van de afschrijvingen en of het niet bijhouden van tabellen C 328 C het onderzoek van de aangiften over latere aanslagjaren niet zal bemoeilijken.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
M. PORRE.
Bron: FisconetPlus
