ADDENDUM dd 10.10.2011 bij de circulaire nr. Ci.RH.332/583.327 (AOIF 42/2010) dd 20.5.2010
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Directie I/5A
ADDENDUM dd 10.10.2011 bij de circulaire nr. Ci.RH.332/583.327 (AOIF 42/2010) dd 20.5.2010.
Personenbelasting
Voordeel van alle aard
Sociaal voordeel aan het personeel
Collectieve verzekering arbeidsongeschiktheid
Beroepskosten
Werkgeversbijdrage
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
Niet-aftrekbare kosten
Voor contracten die bepalen dat het recht op vergoeding wordt bepaald aan de hand van het percentage van de fysiologische en/of economische invaliditeit en die de intentie hebben een inkomensverlies te vergoeden zonder dat dit duidelijk uit de bewoordingen van de toezegging blijkt en die zijn gesloten tot uiterlijk 30.9.2012 zal de administratie de aftrek van de werkgeversbijdragen echter aanvaarden, op voorwaarde dat aan die contracten een document wordt gehecht dat integraal deel uitmaakt van dat contract en waarin een clausule is opgenomen waaruit duidelijk blijkt dat het betreffende contract tot doel heeft een (geheel of gedeeltelijk) inkomensverlies te vergoeden.
ADDENDUM
bij de circulaire nr. Ci.RH.332/583.327 (AOIF 42/2010) van 20.5.2010.
De centrale diensten van de Algemene administratie van de fiscaliteit (AAFisc) vernemen dat de publicatie van de circulaire nr. Ci.RH.332/583.327 (AOIF 42/2010) van 20.5.2010 de vraag doet rijzen of heel wat bestaande collectieve aanvullende verzekeringen arbeidsongeschiktheid nog langer voldoen aan de voorwaarden om de werkgeversbijdragen als aftrekbare beroepskosten aan te merken. Dit als gevolg van het nr. 30 van die circulaire waarin wordt gesteld dat de toezeggingen waarbij het recht op de vergoeding wordt bepaald aan de hand van het percentage van de fysiologische en/of economische invaliditeit, zonder dat uit de bewoording van de toezegging zelf blijkt dat zij tot doel heeft een (geheel of gedeeltelijk) inkomensverlies te vergoeden, niet worden aangemerkt als een collectieve verzekering arbeidsongeschiktheid die een inkomensverlies beoogt te vergoeden.
Bij een groot aantal van de bestaande collectieve aanvullende verzekeringen arbeidsonge schiktheid wordt de vergoeding bepaald aan de hand van het percentage van de fysiologische en/of economische invaliditeit, zonder dat uit de bewoordingen van het verzekeringscontract blijkt dat het contract tot doel heeft een (geheel of gedeeltelijk) inkomensverlies te vergoeden.
Overeenkomstig de nrs. 41 en 42 van de voornoemde circulaire kunnen de werkgeversbij dragen van dergelijke aanvullende verzekeringen arbeidsongeschiktheid niet worden aangemerkt als een aftrekbare beroepskost bij de werkgever.
Nochtans voeren heel wat verzekeringsmaatschappijen aan dat zij met voormelde verzekeringscontracten wel degelijk de vergoeding van een inkomensverlies beogen en niet de vergoeding van een invaliditeit; ook al blijkt dit in de praktijk niet steeds uit de bewoordingen van de betreffende verzekeringscontracten.
De loutere intentie van de contracterende partijen is op zich echter onvoldoende opdat een dergelijk verzekeringscontract zou kunnen worden aangemerkt als een collectieve verzekering arbeidsonge schiktheid die een inkomensverlies beoogt te vergoeden. Overeenkomstig het nr. 28 van de voornoemde circulaire is het vereist dat het doel van de toezegging, namelijk het vergoeden van een inkomensverlies, blijkt uit de bewoordingen van de overeenkomst. Deze voorwaarde vloeit voort uit de parlementaire werkzaamheden van de Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstel sel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (zie Kamer Doc. 50 1340/007 p. 73).
Voor contracten die bepalen dat het recht op vergoeding wordt bepaald aan de hand van het percentage van de fysiologische en/of economische invaliditeit en die de intentie hebben een inkomensverlies te vergoeden zonder dat dit duidelijk uit de bewoordingen van de toezegging blijkt en die zijn gesloten tot uiterlijk 30.9.2012 zal de administratie de aftrek van de werkgeversbijdragen echter aanvaarden, op voorwaarde dat aan die contracten een document wordt gehecht dat integraal deel uitmaakt van dat contract en waarin een clausule is opgenomen waaruit duidelijk blijkt dat het betreffende contract tot doel heeft een (geheel of gedeeltelijk) inkomensverlies te vergoeden. Dat document moet aan de administratie worden voorgelegd telkens wanneer daarom wordt gevraagd en moet alleszins uiterlijk 30.9.2012 aan het verzekeringscontract worden toegevoegd.
De tekst van de contractuele clausule kan als volgt luiden: "onderhavig contract heeft totdoel een inkomensverlies uit arbeid te vergoeden en is bijgevolg een collectieve toezegging als bedoeld inartikel 52, 3°, b, vierde streepje van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 dat een aanvullingbiedt op de wettelijke uitkeringen bij overlijden of arbeidsongeschiktheid door arbeidsongeval of ongevalofwelberoepsziekteofziekte". Deze tekst is in overleg met de verzekeringssector opgesteld.
De beoogde verzekeringscontracten die vanaf 1.10.2012 worden gesloten moeten evenwel in het verzekeringscontract zelf, en niet meer in een toegevoegd document, duidelijk vermelden dat zij tot doel hebben een (geheel of gedeeltelijk) inkomensverlies te vergoeden opdat de werkgevers- bijdragen voor aftrek als beroepskost in aanmerking kunnen komen. Er zal in dat verband dus geen rekening meer worden gehouden met voornoemd document dat wordt toegevoegd aan een verzekerings- contract gesloten vanaf 1.10.2012.
Aan de drie gevallen die in het nr. 29 van de circulaire van 20.5.2010 worden opgesomd als toezeggingen waaruit dat doel, namelijk het vergoeden van een inkomensverlies, blijkt, mag bijgevolg nog een vierde geval worden toegevoegd dat als volgt luidt: "de toezeggingen waarbij het recht op devergoeding wordt bepaald aan de hand van het percentage van de fysiologische en/of economischeinvaliditeit en waarbij uit de bewoording van de toezegging duidelijk blijkt dat zij tot doel heeft een(geheelof gedeeltelijk)inkomensverlies tevergoeden."
De verzekeringsmaatschappijen hebben dus de vrije keuze:
1. OFWEL VOEGEN ZIJ TEGEN UITERLIJK 30.9.2012 VOORNOEMD DOCUMENT TOE AAN HET BETREFFENDE VERZEKERINGSCONTRACT
Er wordt aanvaard dat het betreffende verzekeringscontract ab initio een collectieve verzekering arbeidsongeschiktheid is geweest die een inkomensverlies beoogt te vergoeden. Het aangehecht document wijzigt het oorspronkelijke verzekeringscontract niet, maar strekt er enkel toe het initiële doel van het contract op uitdrukkelijke wijze te verwoorden.
Concreet betekent dit dat de werkgeversbijdragen bij de werknemers als voordeel van alle aard zijn vrijgesteld en bij de werkgevers als beroepskost aftrekbaar zijn. De uitkeringen zullen bij de werknemers altijd belastbaar zijn (voor meer details ter zake wordt verwezen naar de nrs. 32 tot en met 36 van de circulaire van 20.5.2010).
De in de nrs. 59 en 60 van de circulaire opgenomen bepalingen inzake de inwerkingtreding blijven hier onverkort van toepassing.
Voor zover het hiervoor bedoelde aangehecht document uiterlijk op 30.9.2012 is toegevoegd, geldt dit standpunt in elk stadium van de procedure, ook wat de hangende en de toekomstige geschillen betreft.
2. OFWEL VOEGEN ZIJ VOORNOEMD DOCUMENT NIET UITERLIJK OP 30.9.2012 TOE AAN HET BETREFFENDE VERZEKERINGSCONTRACT
In voorkomend geval moet het verzekeringscontract blijvend worden aangemerkt als een collectieve verzekering voor fysiologische en/of economische invaliditeit die niet tot doel heeft een geheel of gedeeltelijk inkomensverlies te vergoeden. In dat geval zijn de werkgeversbijdragen bij de werknemers vrijgesteld als sociaal voordeel en bij de werkgevers niet aftrekbaar als beroepskost. De uitkeringen zijn bij de werknemers niet belastbaar (voor meer details ter zake wordt verwezen naar de nrs. 40 tot en met 43 van de circulaire van 20.5.2010).
Ook hier blijven de in de nrs. 59 en 60 van de circulaire opgenomen bepalingen inzake de inwerkingtreding onverkort van toepassing.
*
* *
Gelet op de hiervoor uiteengezette regeling en mede gelet op de mogelijke onduidelijkheid dat het voorbeeld opgenomen onder het nr. 46 van voornoemde circulaire zou kunnen veroorzaken, wordt dit voorbeeld geschrapt.
*
* *
De hiervoor uiteengezette regeling, die specifiek is uitgewerkt voor de collectieve toezeggingen arbeidsongeschiktheid waarvan de vergoeding wordt bepaald aan de hand van het percentage van de fysiologische en/of economische invaliditeit, zonder dat uit de bewoordingen van het verzekeringscontract blijkt dat het contract tot doel heeft een (geheel of gedeeltelijk) inkomensverlies te vergoeden, is mutatis mutandis van toepassing op alle andere in artikel 52, 3°, b, WIB 92, beoogde collectieve toezeggingen die de intentie hebben een inkomensverlies te vergoeden zonder dat dit blijkt uit de bewoordingen van de toezegging.
*
* *
Tot slot kan nog worden meegedeeld dat de hiervoor uiteengezette regeling inzake de toevoeging van een document waarin een clausule is opgenomen waaruit duidelijk blijkt dat het betreffende contract tot doel heeft een (geheel of gedeeltelijk) inkomensverlies te vergoeden mutatis mutandis van toepassing is op de individuele toezeggingen arbeidsongeschiktheid die zijn gesloten vanaf 1.1.2004 en die het recht op een vergoeding bepalen aan de hand van het percentage van de fysiologische en/of economische invaliditeit en die de intentie hebben een inkomensverlies te vergoeden zonder dat dit duidelijk uit de bewoordingen van de toezegging blijkt.
Concreet betekent dit dat wanneer de verzekeringsmaatschappij tegen uiterlijk 30.9.2012 voornoemd document heeft toegevoegd aan het betreffende verzekeringscontract en voor zover, naar gelang het geval, de in artikel 38, § 1, 1ste lid, 18° of 19° en § 3, WIB 92, gestelde voorwaarden zijn voldaan (1), de werkgeversbijdragen/bijdragen van de onderneming bij de werknemers/bedrijfsleiders, als voordeel van alle aard zijn vrijgesteld en bij de werkgever/onderneming, als beroepskost aftrekbaar zijn. De uitkeringen zullen bij de werknemers en bedrijfsleiders altijd belastbaar zijn.
(1) - Wanneer het een individuele toezegging aan een werknemer betreft, moet er bij de werkgever ook een collectieve toezegging bestaan die voor de werknemers of een bijzondere categorie ervan op eenzelfde en niet-discriminerende wijze toegankelijk is;
- Wanneer het een individuele toezegging aan een bedrijfsleider betreft, moeten de bijdragen en premies gestort in het kader van die individuele toezegging betrekking hebben op bezoldigingen die regelmatig en tenminste om de maand worden betaald of toegekend vóór het einde van het belastbare tijdperk waarin de ertoe aanleiding gevende bezoldigde werkzaamheden zijn verricht en mits zij op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend;
- Wanneer het een plan met twee of meer toezeggingen betreft, moet dat plan door de verzekeringsonderneming, voorzorgsinstelling of instelling voor bedrijfspensioenvoorziening op een gedif ferentieerde wijze worden beheerd zodat te allen tijde voor elke belastingplichtige of belastingschuldige de toepassing van het specifieke regime inzake inkomstenbelastingen en inzake diverse rechten en taksen kan worden gewaarborgd zowel inzake de behandeling van de bijdragen of premies als van de uitkeringen.
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit dd.:
De Auditeur-generaal van financiën a.i.,
S. QUINTENS
