Circulaire nr. Ci.RH.232/466.484 van 01.06.1995
Bull. nr. 751, pag. 1832
PENSIOENSPAREN
Belastingstelsel.
TAKS OP HET LANGE TERMIJNSPAREN
Pensioensparen.
Belastingstelsel.
TAKS OP HET LANGE TERMIJNSPAREN
Pensioensparen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
I. WETTEKSTEN
1. Art. 5, W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (V 2323 - Bull. 742) luidt als volgt :
Art. 5, W 6.7.1994 :
In artikel 21, 8°, van hetzelfde Wetboek (WIB 92), worden de woorden "terecht van het totale netto-inkomen zijn afgetrokken" vervangen door de woorden "voor belastingvermindering in aanmerking zijn genomen".
Door die wijziging luidt de tekst van art. 21, 8°, WIB 92 voortaan als volgt :
Art. 21, 8°, WIB 92 :
De inkomsten van roerende goederen en kapitalen omvatten niet :
...
| 8° | inkomsten van roerende goederen en kapitalen, die in het kader van het pensioensparen worden verleend of toegekend aan daartoe erkende instellingen voor collectieve belegging of aan houders van een individuele spaarrekening ter zake van de in die rekening begrepen activa, voor zover aan de op dat stuk gestelde vereisten is voldaan en de gestorte bedragen in het kader van het pensioensparen voor belastingvermindering in aanmerking zijn genomen; de Koning neemt bijzondere maatregelen voor de toepassing van en de controle op deze bepaling; |
...
II. COMMENTAAR
2. De W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725) heeft, inzonderheid wat de fiscale behandeling van de in het kader van het pensioensparen betaalde sommen betreft, een aantal artikels van het WIB 92 opgeheven en er correlatief een aantal nieuwe ingevoegd.
Vóór de inwerkingtreding van die wet werd deze materie immers geregeld door de art. 117 tot 125, WIB 92, die de voorwaarden bepaalden waaraan de bedoelde sommen moesten voldoen om in hoofde van de schuldenaar als personaliseerbare bestedingen van het totale netto- inkomen te kunnen worden afgetrokken.
3. Voormelde bepalingen zijn opgeheven door art. 85, W 28.12.1992, maar de essentie is hernomen in de art. 145^8 tot 145^16, WIB 92. Kort gezegd komt het hierop neer dat de W 28.12.1992 het principe van het fiscaal voordeel voor de uitgaven voor pensioensparen heeft gehandhaafd, maar de aftrek van de betaalde sommen met behoud evenwel van de voorheen geldende grenzen (nl. maximum 20.000 F - bedrag vóór indexering) en voorwaarden, heeft vervangen door een belastingvermindering voor het lange termijnsparen, die op diezelfde sommen wordt berekend, en dit in toepassing van het nieuwe art. 145^1, 5°, WIB 92 (meer bijzonderheden omtrent die belastingvermindering zullen in een afzonderlijke circulaire worden verstrekt).
4. Voormelde W 28.12.1992 vertoonde evenwel bepaalde gebreken. Zo bleef o.m. in art. 21, 8°, WIB 92 (waarin niet als inkomsten van roerende goederen en kapitalen belastbare inkomsten worden opgesomd) een verwijzing naar de aftrek van de in het kader van het pensioensparen betaalde sommen staan, terwijl de W 28.12.1992 dit stelsel juist had opgeheven.
Deze anomalie is thans rechtgezet door art. 5, W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen, dat art. 21, 8°, WIB 92 heeft aangepast. Zoals de Minister van Financiën het zelf heeft aangegeven, betreft het meer een loutere vormverbetering waarbij de terminologie van art. 21, 8°, WIB 92 wordt aangepast door het erin voorkomende begrip "aftrek van het totale netto-inkomen" te vervangen door het begrip "belastingvermindering" (zie Doc. 1119-2, Senaat, zitting 1993-1994, blz. 15).
5. Overeenkomstig de nieuwe tekst van art. 21, 8°, WIB 92 zijn niet als inkomsten van roerende goederen en kapitalen belastbaar, de inkomsten die in het kader van het pensioensparen worden verleend of toegekend aan daartoe erkende instellingen voor collectieve belegging of aan houders van een individuele spaarrekening ter zake van de in die rekening begrepen activa, voor zover aan de op dat stuk gestelde vereisten is voldaan en de gestorte bedragen in het kader van het pensioensparen voor belastingvermindering in aanmerking zijn genomen.
Dit betekent dat de in de nrs. 19/15 tot 18, Com.IB vervatte richtlijnen mutatis mutandis van toepassing blijven.
III. INWERKINGTREDING
6. Aangezien de nieuwe bepalingen betreffende de belastingvermindering voor het lange termijnsparen in werking getreden zijn met ingang van het aj. 1993 (sommen betaald vanaf 1.1.1992), is het logisch dat de door art. 5, W 6.7.1994 in art. 21, 8°, WIB 92 aangebrachte wijziging eveneens uitwerking heeft met ingang van het aj. 1993 (zie art. 91, 4de lid, W 6.7.1994).
NAMENS DE MINISTER :Voor de Directeur-generaal :De Auditeur-generaal,
M. CHERPION
Bron: FisconetPlus
