Circulaire INV - Nr 2/2007 (IR/I-1/85.388) dd. 05.09.2007

CIRC 2/2007

Circulaire INV - Nr 2/2007 (IR/I-1/85.388) dd. 05.09.2007


INVORDERING
Onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW
Toepassingsgebied van het onbeperkt uitstel
Verzoek tot onbeperkt uitstel
Beslissing tot onbeperkt uitstel


Commentaar op de art. 70 tot 76 van de programmawet van 27.4.2007 (BS 8.5.2007, 3de Ed.) die de art. 84quinquies tot 84undecies invoegen in het WBTW en op het KB 7.6.2007 tot uitvoering van de art. 84quinquies tot 84decies, WBTW (BS 7.6.2007).



Aan alle diensten van de Directie invordering



I. INLEIDING

1. De art. 70 tot 76, Programmawet 27.4.2007 (BS 8.5.2007, 3de Ed.) voegen in het WBTW de nieuwe art. 84 quinquies tot 84 undecies in met betrekking tot het onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW.

Deze nieuwe bepalingen zijn in werking getreden op 18.5.2007 en hebben tot doel aan een belastingschuldige, die niet meer de hoedanigheid heeft van belastingplichtige, of zijn echtgenoot, toe te laten om een uitzonderlijke gunstmaatregel te bekomen waarbij de Gewestelijke directeur van de BTW waarvan deze afhangt hem, in bepaalde omstandigheden en onder de voorwaarden die hij bepaalt, definitief uitstel van de invordering toekent van de ten zijnen laste gevestigde BTW.

Zij laten toe de belastingschuldige - natuurlijke persoon - die ongelukkig en te goeder trouw is en zich in een blijvende moeilijke financiële situatie bevindt, een nieuwe start te nemen waardoor hij wordt aangemoedigd zich te onttrekken aan zijn situatie. Het verzekert tegelijkertijd voor de Staat als schuldeiser, telkens dit mogelijk is, de ontvangst van een deel van zijn schuldvordering.

2. Het KB 7.6.2007 tot uitvoering van de art. 84 quinquies tot 84 decies, WBTW, is in werking getreden op de dag van de publicatie ervan in het BS, namelijk op 7.6.2007, en heeft als doel een eenvormige behandeling van de verzoeken tot onbeperkt uitstel van de invordering mogelijk te maken.

Het KB heeft tot doel de beoordelingsbevoegdheid van de Gewestelijke directeur van de BTW af te bakenen door procedurele regels inzake de behandeling van het verzoek in te stellen en criteria vast te stellen waarop de directeur zijn beslissing moet steunen.

II. TOEPASSINGSGEBIED

A. Beoogde personen

3. Het onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW is beperkt tot de natuurlijke personen.

Bovendien mag de belastingschuldige - natuurlijke persoon - niet meer de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige bezitten. Het moet dus verplicht gaan om een BTW verschuldigd voor een vroegere activiteit die definitief werd stopgezet.

Voor het overige is het van geen belang tot welke categorie van belastingplichtigen de belastingschuldige heeft behoord: gewone belastingplichtige (met recht op aftrek), vrijgestelde belastingplichtige (zonder recht op aftrek), forfaitaire belastingplichtige (art. 56, § 1, WBTW), vrijgestelde belastingplichtige (op grond van art. 56, § 2, WBTW), enz.

B. Beoogde BTW schulden

4. Het onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW is beperkt tot de belasting, de interesten en de fiscale boeten. Omwille van hun bijzonder karakter (bedragen voorgeschoten door de administratie aan een gerechtsdeurwaarder of aan derden voor rekening van de Ontv.), worden de vervolgingskosten uitgesloten van het voordeel van het onbeperkt uitstel.

Het uitstel kan niet toegestaan worden voor een BTW schuld die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk geschil. Daartoe moet een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing tussengekomen zijn. Met «gerechtelijk geschil», wordt vooral de vordering in rechte met betrekking tot de vestiging van de belasting bedoeld. Een hangende procedure van verzet tegen vervolgingen of elke ander vordering ingesteld met betrekking tot de invordering (zijdelingse vordering, pauliaanse vordering, … ) is dus geen formeel beletsel voor de toekenning van een onbeperkt uitstel.


5. Het voordeel van het onbeperkt uitstel kan uiteraard ook niet toegekend worden aan belastingschuldigen van belastingen of van fiscale boeten die gevestigd zijn ten gevolge van de vaststelling van een fiscale fraude.

In dit opzicht wordt onderstreept dat:

  • de fiscale fraude niet noodzakelijk strafrechtelijk moet vastgesteld zijn maar dit ook door de administratie kan gebeuren;
  • het bestaan van administratieve boeten lastens de belastingschuldige niet noodzakelijkerwijze een bedrieglijk oogmerk veronderstelt in zijnen hoofde.
6. Bovendien wordt deze bijzondere gunstmaatregel niet verleend in alle gevallen waarin de fiscale schuldvordering van de Schatkist in samenloop komt met deze van andere schuldeisers, zoals meer in het bijzonder in geval van collectieve schuldenregeling, van faillissement en van gerechtelijk akkoord.

In geval van een pluraliteit aan schuldeisers moet inderdaad tegemoet worden gekomen aan het door wetgever beoogde doel van een «nieuwe start». Bovendien moet er, in voorkomend geval, op toegezien worden dat door de toekenning van het onbeperkt uitstel de bevoorrechte schuldvordering van de fiscus niet aan een minder gunstige regeling zou worden onderworpen dan die van de niet-bevoorrechte schuldvorderingen lastens dezelfde belastingschuldige.

III. VERZOEK TOT UITSTEL

A. Indiening van het verzoek

7. Het verzoek tot uitstel kan worden ingediend door de belastingschuldige of door zijn echtgenoot op wiens goederen de BTW wordt ingevorderd. Het wordt ingediend bij ter post aangetekende brief bij de Gewestelijke directeur van de BTW in wiens ambtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft op de dag waarop het verzoek is ingediend of, wanneer de verzoeker zijn woonplaats niet meer in België heeft, op de dag waarop hij het verzoek indient, bij de Gewestelijke directeur van de BTW in wiens ambtsgebied de verzoeker zijn laatst gekende woonplaats in België had. Een belastingplichtige die nooit een woonplaats in België heeft gehad, kan een verzoek indienen bij de Gewestelijke directeur van de BTW te Brussel II. Er wordt hiervan een ontvangstbewijs uitgereikt aan de verzoeker met vermelding van de datum van ontvangst van het verzoek.

Het verzoek tot uitstel moet worden gemotiveerd en moet bewijskrachtige elementen bevatten met betrekking tot de toestand van de verzoeker. Om de behandeling van de verzoeken te bespoedigen en om een eenvormige behandeling te waarborgen, heeft de administratie dan ook het gebruik van een gestandaardiseerd formulier voorgeschreven.

De belastingschuldige, of zijn echtgenoot, heeft twee mogelijkheden:

  • hij kan meteen het model-verzoekschrift downloaden op de website van de FOD Financiën of aanvragen bij de Ontv. BTW en het per aangetekende brief indienen bij de Gewestelijke directeur van de BTW van zijn woonplaats (zie bijlage 3);
  • hij kan per gewone brief om een onbeperkt uitstel verzoeken waarna hij uitgenodigd wordt zijn verzoek te vervolledigen aan de hand van een vragenlijst waarin een overzicht wordt gegeven van de vermogenssituatie en van de inkomsten en uitgaven van de huishouding (zie bijlage 4).
De aandacht wordt eveneens gevestigd op het feit dat de draagwijdte van de gunstmaatregel zich beperkt tot een onbeperkt uitstel van de « invordering » ten gunste van de verzoeker en zeker niet de BTW-schuld doet teniet gaan. Het onbeperkt uitstel heeft dus geen enkel gevolg ten opzichte van de niet-verzoekende belastingschuldige/echtgenoot.

8. Het uitstel kan eveneens ambtshalve worden verleend op voorstel van de ambtenaar belast met de invordering.

B. Ontvankelijkheid van het verzoek

9. Een verzoek tot onbeperkt uitstel is enkel ontvankelijk voor zover:

  • de verzoeker niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd en zich in een toestand bevindt waarin hij niet in staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare schulden te betalen. De verzoeker moet in zekere zin «ongelukkig en te goeder trouw» zijn en het moet dus gaan om blijvende betalingsmoeilijkheden die van structurele aard zijn; «tijdelijke» betalingsmoeilijkheden, zoals het (tijdelijke) verlies van werk waardoor een onverwachte inkomstendaling optreedt, worden niet beoogd door deze maatregel; £
  • de verzoeker geen beslissing tot onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW heeft verkregen binnen de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Dit belet dus niet dat een belastingschuldige, voor zover de omstandigheden gewijzigd zijn, een nieuw verzoek kan indienen binnen de vijf jaar wanneer, bij een eerder verzoek, het onbeperkt uitstel niet effectief werd toegekend.
C. Gevolgen van het verzoek

10. De indiening van het verzoek of van het voorstel tot onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW schorst alle middelen van tenuitvoerlegging tot op de dag dat de beslissing van de Gewestelijke directeur van de BTW definitief is geworden of, in geval van beroep, tot op de dag van de kennisgeving van de beslissing van de commissie zoals bedoeld in nr 16, hierna. De reeds gelegde beslagen behouden echter hun bewarende uitwerking.
Dit verzoek of voorstel doet echter geen afbreuk:

  • aan andere maatregelen die ertoe strekken de invordering van de belasting te waarborgen (bv. inschrijving van de wettelijke hypotheek, bewarende beslagen, fiscale notificatie zoals bedoeld in art. 93quater, WBTW, …);
  • aan de kennisgeving of de betekening van het dwangbevel zoals bedoeld in art. 85, WBTW, teneinde de verjaring te stuiten.
IV. BEHANDELING VAN HET VERZOEK

A. Ambtenaar belast met de behandeling

11. De behandeling van het verzoek wordt toevertrouwd aan de ambtenaar belast met de invordering van de fiscale schuldvorderingen, dit is de Ontv. BTW.


Om redenen van efficiëntie en in afwijking van art. 1 van het voormelde KB 7.6. 2007, is het bovendien raadzaam er over te waken dat slechts één Ontv. BTW het verzoek behandelt nl. deze in wiens ambtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft op de dag waarop het verzoek is ingediend, zelfs indien hij geen schuldvordering onder zich heeft op dat ogenblik of wanneer het verzoek slechts één schuldvordering betreft die een andere Ontv. onder zich heeft. Het is dus de Ontv., in wiens ambtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft op de dag waarop het verzoek is ingediend, die het verslag betreffende het gevoerde onderzoek toezendt aan de Gewestelijke directeur van de BTW die de beslissing moet treffen. Deze Ontv. steunt zich daarbij op de eventueel door zijn betrokken collega's verstrekte inlichtingen. Wanneer de verzoeker zijn woonplaats niet meer in België heeft op de dag waarop hij het verzoek indient, wordt de behandeling van het verzoek toevertrouwd aan de ambtenaar in wiens ambtsgebied de verzoeker zijn laatste gekende woonplaats in België had of bij de Ontv. van het Centraal BTW Kantoor Buitenlandse Belastingplichtigen (CKBB) wanneer het gaat om een belastingplichtige die nooit een woonplaats in België heeft gehad.

B. Solvabiliteitsonderzoek en verslag

12. De behandeling van het verzoek maakt de essentiële fase uit van de procedure: het is op grond van een precies en gedetailleerd verslag van de Ontv. BTW belast met de behandeling dat de Gewestelijke directeur van de BTW zijn beslissing zal nemen.

De Ontv. aan wie het onderzoek is toevertrouwd moet nagaan of de wettelijke voorwaarden voor het onbeperkt uitstel verenigd zijn in hoofde van de belastingschuldige (of zijn echtgenoot). Hij gaat daartoe, op grond van de onderzoeksbevoegdheden zoals bedoeld in art. 63bis, WBTW, over tot een uitgebreid solvabiliteitsonderzoek, zowel bij de belanghebbende zelf als bij iedere andere betrokken persoon (gegevens beschikbaar in het fiscaal dossier, mondelinge of schriftelijke inlichtingen ingewonnen bij de verzoeker of bij derden, overleggen van boeken en bescheiden, enz.) .

In het kader van dit onderzoek kan hij in het bijzonder van de kredietinstellingen, die onderworpen zijn aan de W 22.3.1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, alle hen gekende inlichtingen eisen die nuttig kunnen zijn teneinde de vermogenstoestand van de verzoeker te bepalen. In afwijking van art. 62bis, WBTW, moet de Ontv. dus niet beschikken over een machtiging van de daartoe door de Minister van Financiën aangewezen ambtenaar.

Niettegenstaande het verzoek tot onbeperkt uitstel moet gemotiveerd zijn en bewijskrachtige elementen moet bevatten met betrekking tot de toestand van de verzoeker, wordt deze laatste, in voorkomend geval, uitgenodigd zijn verzoek te vervolledigen met een overzicht van de vermogenssituatie en van de inkomsten en uitgaven van de huishouding (zie bijlage 4).


13. Op het einde van zijn onderzoek brengt de Ontv. er verslag over uit aan de directeur die gevat is door het verzoek en legt hem een voorstel van beslissing voor.


Er wordt op gewezen dat dit onderzoek ook moet worden gevoerd indien de Ontv. het onbeperkt uitstel ambtshalve voorstelt.

V. BESLISSING TOT ONBEPERKT UITSTEL

14. De Gewestelijke directeur van de BTW doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de zes maanden na de ontvangst van het verzoek. Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de verzoeker bij ter post aangetekende brief.

De Gewestelijke directeur bepaalt de voorwaarden waaronder hij het onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW toestaat. Het onbeperkt uitstel kan betrekking hebben op één of meerdere BTW-schulden en kan volledig of gedeeltelijk zijn. Bovendien verbindt de directeur zijn beslissing aan de voorwaarde van een onmiddellijke of gespreide betaling door de verzoeker van een door hem bepaald bedrag dat bestemd is om te worden aangewend op de verschuldigde belastingen.

De Gewestelijke directeur beschikt daarvoor over een ruime appreciatiebevoegdheid waardoor hij de meest verscheidene gevallen op rechtvaardige wijze kan beoordelen.

Zowel voor het verlenen of weigeren van het onbeperkt uitstel van de invordering als voor het bepalen van het bedrag die moet betaald worden door de verzoeker, houdt de Gewestelijke directeur evenwel rekening met:


  • de door de belastingschuldige (of zijn echtgenoot) vermelde bijzondere elementen in zijn verzoek (bv. gezinstoestand, bijdrage in de kosten van de huishouding, enz.);
  • de vermogenstoestand en de inkomsten en uitgaven van de huishouding van de verzoeker, op basis van het verslag van de Ontv. BTW belast met de behandeling (huidige en toekomstige inkomsten en uitgaven, huidig roerend en onroerend vermogen, mogelijke erfenissen, enz.);
  • de vervallen of nog te vervallen fiscale schulden van de verzoeker.
Aangezien de wet de Gewestelijke directeur uitdrukkelijk toelaat «voorwaarden te stellen», kan de Gewestelijke directeur de toekenning van het onbeperkt uitstel eveneens afhankelijk stellen van andere voorwaarden (bv. afstand van de verlopen tijd der verjaring, toepassing van art. 334, Progr.W 27.12.2004 gedurende een welbepaalde periode, enz.).

15. Het onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW heeft slechts uitwerking na de effectieve betaling door de verzoeker van het bedrag dat bestemd is om te worden aangewend op de verschuldigde belastingen, en voor zover de eventuele andere voorwaarden zijn nageleefd.

VI. DE BEROEPSCOMMISSIE

16. De beslissing van de Gewestelijke directeur kan, binnen de maand van de kennisgeving, het voorwerp uitmaken van een beroep bij een commissie die onder het voorzitterschap staat van de ambtenaar die de leiding heeft over de diensten belast met de invordering van de BTW, of zijn afgevaardigde, en die bovendien samengesteld wordt uit drie Gewestelijke directeurs van de BTW aangewezen door de minister die de Financiën onder zijn bevoegdheden heeft (art. 84 octies, § 2, WBTW, en art. 4, § 1, KB 7.6.2007).

Het beroep moet op volgend adres worden ingediend:

FOD FINANCIEN
Beroepscommissie onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW
Koning Albert II - laan, 33, bus 44
1030 Brussel.


Er wordt een ontvangstbewijs uitgereikt aan de verzoeker met vermelding van de datum van ontvangst.

17. De commissie doet bij gemotiveerde beslissing uitspraak binnen de drie maanden na de ontvangst van het beroep. Deze wordt ter kennis gebracht van de verzoeker per aangetekende brief en is niet meer vatbaar voor beroep.

De beslissingen van de commissie worden genomen door een meerderheid, elk lid beschikkend over één stem. In geval van pariteit, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

De commissie stelt zijn reglement van inwendige orde op. Dit reglement wordt goedgekeurd door de Minister van Financiën.

VII. SANCTIE - HERROEPING VAN DE BESLISSING

18. De belastingschuldige (of zijn echtgenoot) verliest het voordeel van het onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW wanneer:

  • hij onjuiste informatie heeft verstrekt teneinde het voordeel van het onbeperkt uitstel van de invordering te verkrijgen (bv. opzettelijk valse verklaringen, onjuiste staten van inkomsten of uitgaven, het achterhouden van vermogensbestanddelen, enz.);

  • hij de door de Gewestelijke directeur van de BTW in zijn beslissing vastgestelde voorwaarden niet eerbiedigt (niet alleen de betaling van een bedrag maar ook de eventuele andere door de Gewestelijke directeur opgelegde voorwaarden). Er wordt opgemerkt dat het onbeperkt uitstel slechts daadwerkelijk is verkregen wanneer alle opgelegde voorwaarden terzake zijn nagekomen. Zo niet, moet het onbeperkt uitstel zelfs niet uitdrukkelijk herroepen worden. De terzake getroffen beslissing verkrijgt zonder meer geen daadwerkelijke uitwerking;
  • hij onrechtmatig zijn passief heeft verhoogd of zijn actief heeft verminderd;
  • hij zijn onvermogen heeft bewerkstelligd.

De Administrateur Invordering,

Gh. VANDERCAPELLEN



BIJLAGE 1


27 april 2007 - Programmawet (uittreksel)

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:

(…)
TITEL VII. - Financiën
HOOFDSTUK I. - Maatregelen inzake fraudebestrijding en betere inning van de belastingen

(…)
Afdeling 2. - Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde

Art. 70. In het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een artikel 84 quinquies ingevoegd, luidende:


« Art. 84quinquies. § 1. Op verzoek van elke belastingschuldige, natuurlijke persoon, die niet meer de hoedanigheid van belastingplichtige van de belasting over de toegevoegde waarde heeft, of van zijn echtgenoot op wiens goederen de belasting over de toegevoegde waarde wordt ingevorderd kan de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde onbeperkt uitstel van de invordering verlenen van de door de belastingschuldige verschuldigde belastingschuld, bestaande uit de belasting, de intresten, de belastingboeten.

De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde stelt de voorwaarden waaronder hij, geheel of gedeeltelijk, onbeperkt uitstel van de invordering verleent van een of meerdere belastingschulden. Hij verbindt zijn beslissing aan de voorwaarde dat de verzoeker onmiddellijk of gespreid een betaling doet van een som die bestemd is om te worden aangewend op de verschuldigde belastingen en waarvan het bedrag door hem wordt bepaald.

Het onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld zal slechts uitwerking hebben na de betaling van de in het tweede lid vermelde som.

§ 2. Het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld is enkel ontvankelijk voor zover:


1° de verzoeker, die niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, zich in een toestand bevindt waarin hij niet in staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare schulden te betalen;

2° de belastingplichtige geen beslissing tot onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld heeft verkregen binnen de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.

§ 3. Het onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld kan eveneens ambtshalve worden verleend aan de belastingschuldige, onder de voorwaarden bedoeld in de §§ 1 en 2, op voorstel van de ambtenaar belast met de invordering.

§ 4. De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde kan geen onbeperkt uitstel verlenen van de invordering van de belastingschuld die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk geschil, noch van de belastingen of de belastingboeten gevestigd ten gevolge van de vaststelling van een fiscale fraude of ingeval van samenloop van schuldeisers. ».

Art. 71. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84 sexies ingevoegd, luidende:


« Art. 84sexies. § 1. Het verzoek tot uitstel moet worden gemotiveerd en moet bewijskrachtige elementen bevatten met betrekking tot de toestand van de verzoeker.

§ 2. Het wordt bij ter post aangetekende brief ingediend bij de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde in wiens ambtsgebied de belastingschuldige zijn woonplaats heeft.

§ 3. Er wordt hiervan een ontvangstbewijs uitgereikt aan de verzoeker met vermelding van de datum van ontvangst van het verzoek. ».

Art. 72. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84 septies ingevoegd, luidende:

« Art. 84septies. De behandeling van het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering wordt toevertrouwd aan de ambtenaar belast met de invordering.

Teneinde de behandeling van het verzoek te verzekeren, beschikt deze ambtenaar over de onderzoeksbevoegdheden zoals bedoeld in artikel 63bis.

In het kader van deze behandeling, kan hij met name van de kredietinstellingen, die onderworpen zijn aan de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, alle hen gekende inlichtingen eisen die nuttig kunnen zijn teneinde de vermogenssituatie van de verzoeker te bepalen. ».

Art. 73. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84 octies ingevoegd, luidende:

« Art. 84octies. § 1. De gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de zes maanden na ontvangst van het verzoek.

Zijn beslissing wordt ter kennis gebracht van de verzoeker bij ter post aangetekende brief.

§ 2. Ze kan, binnen de maand van de kennisgeving, het voorwerp uitmaken van een beroep bij een commissie samengesteld uit ten minste twee en ten hoogste vier gewestelijke directeurs van de belasting over de toegevoegde waarde aangewezen door de minister die de Financiën onder zijn bevoegdheden heeft, onder het voorzitterschap van de ambtenaar die de leiding heeft over de diensten belast met de invordering van de belasting over de toegevoegde waarde, of zijn afgevaardigde.


Er wordt een ontvangstbewijs van uitgereikt aan de eiser met vermelding van de datum van ontvangst van het beroep.

De commissie doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de drie maanden na ontvangst van het beroep.

De beslissing van de commissie is niet vatbaar voor beroep. Ze wordt ter kennis gebracht van de eiser per aangetekende brief. ».

Art. 74. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84 nonies ingevoegd, luidende:

« Art. 84nonies. - De indiening van het verzoek of van het voorstel tot onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld schorst alle middelen van tenuitvoerlegging tot op de dag dat de beslissing van de directeur definitief is geworden of, in het geval van beroep, tot op de dag van de kennisgeving van de beslissing van de commissie bedoeld in artikel 84octies. De reeds gelegde beslagen behouden echter hun bewarende werking.

Het indienen van het verzoek of van het voorstel tot onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld doet echter geen afbreuk aan andere maatregelen welke ertoe strekken de invordering te waarborgen, noch aan de betekening of de kennisgeving van het dwangbevel bedoeld in artikel 85 teneinde de verjaring te stuiten. ».

Art. 75. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84 decies ingevoegd, luidende:


« Art. 84decies. De belastingschuldige verliest het voordeel van het onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingschuld wanneer hetzij:

1° hij onjuiste informatie heeft verstrekt teneinde het voordeel van het onbeperkt uitstel van de invordering te verkrijgen;

2° hij de door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde in zijn beslissing vastgestelde voorwaarden niet eerbiedigt;

3° hij onrechtmatig zijn passief heeft verhoogd of zijn actief heeft verminderd;

4° hij zijn onvermogen heeft bewerkt. ».

Art. 76. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 84 undecies ingevoegd, luidende:


« Art. 84undecies. De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden voor de artikelen 84quinquies tot 84decies. Hij kan met name de objectieve voorwaarden bepalen voor het vaststellen van de som die moet worden betaald door de verzoeker, zoals bedoeld in artikel 84quinquies, § 1. ».


(…)



BIJLAGE 2

7 juni mei 2007. Koninklijk besluit tot uitvoering van de art. 84quinquies tot 84decies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, namelijk op artikel 84 undecies, ingevoegd door de programmawet van 27 april 2007;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 25 april 2007;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 27 april 2007;

Gelet op het advies nr. 43.117/2 van de Raad van State, gegeven op 4 juni 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij:

Artikel 1. De behandeling van het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering zoals bedoeld in het artikel 84 septies, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt toevertrouwd aan de ambtenaar belast met de invordering van de belastingschulden waarop het verzoek betrekking heeft.

Indien evenwel, het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering betrekking heeft op belastingschulden die tot de bevoegdheid behoren van verschillende ambtenaren belast met de invordering, wordt de behandeling van het verzoek toevertrouwd aan de ambtenaar in wiens ambtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft op de dag waarop het verzoek werd ingediend of, wanneer de verzoeker zijn woonplaats niet meer in België heeft op de dag waarop hij het verzoek indient, aan de ambtenaar in wiens ambtsgebied de verzoeker zijn laatste gekende woonplaats in België had.

Art. 2. § 1. De ambtenaar belast met de invordering aan wie de behandeling van het verzoek wordt toevertrouwd, stelt, in alle gevallen, een solvabiliteitsonderzoek in ten laste van de belastingschuldige of zijn echtgenoot om tegelijkertijd de vermogenssituatie en de inkomsten en uitgaven van de huishouding vast te stellen.

§ 2. Met dit doel wordt de belastingschuldige of zijn echtgenoot uitgenodigd zijn verzoek te vervolledigen met een overzicht van de vermogenssituatie en van de inkomsten en uitgaven van de huishouding.

De Administratie kan het gebruik van een overzicht van de vermogenssituatie en de inkomsten en uitgaven van de huishouding onder de vorm van een gestandaardiseerd formulier voorschrijven.


§ 3. De ambtenaar belast met de invordering brengt over zijn behandeling verslag uit aan de directeur die gevat werd door het verzoek en hij legt hem een voorstel van beslissing voor.

Art. 3. Om het onbeperkt uitstel van de invordering te verlenen, houdt de directeur rekening met de door de belastingschuldige of zijn echtgenoot vermelde bijzondere elementen in zijn verzoek, met de vermogenssituatie en de inkomsten en uitgaven van de huishouding van de verzoeker evenals met zijn vervallen of, nog te vervallen fiscale schulden.

Hij bepaalt het bedrag van de in het artikel 84 quinquies, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde som op basis van dezelfde criteria.

Art. 4. § 1. De Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt naast de leidende ambtenaar van de diensten bevoegd voor de invordering van de belasting of zijn gedelegeerde, samengesteld uit drie aangeduide gewestelijke directeurs van de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomstig voormeld artikel.

§ 2. De beslissingen van de Commissie worden aangenomen door een meerderheid, elk lid beschikkend over één stem. In geval van pariteit, is de stem van de Voorzitter doorslaggevend.

§ 3. De Commissie stelt zijn reglement van orde op. Dit reglement wordt goedgekeurd door de Minister van Financiën.

Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 6. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 juni 2007.

ALBERT

Van Koningswege:


De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,

D. REYNDERS



BIJLAGE 3

Verzoekschrift tot onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW


BIJLAGE 4

Vragenlijst inzake het onbeperkt uitstel van de invordering van de BTW