Circulaire nr. 8/2016 d.d. 27.09.2016

Federale wetgeving – Registratierecht – Administratieve akten – Plaats van aanbieding ter registratie

Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie

Operationele expertise en ondersteuning

Juridische Expertise

Dossier nr. L 308F

Bijlagen: 2

Koninklijk besluit van 12 mei 2015 tot vaststelling van de datum van vervroegde inwerkingtreding van de artikelen 5bis, tweede en derde lid, 32, 1°, derde lid en 32, 3°bis, tweede lid, van het Wetboek der registratie–, hypotheek– en griffierechten, zoals ingevoegd in dat Wetboek bij de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen

INLEIDING

In het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2015 werd het koninklijk besluit van 12 mei 2015 tot vaststelling van de datum van vervroegde inwerkingtreding van de artikelen 5bis, tweede en derde lid, 32, 1°, derde lid en 32, 3°bis, tweede lid, van het Wetboek der registratie–, hypotheek– en griffierechten, zoals ingevoegd in dat Wetboek bij de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen bekendgemaakt (hierna: het K.B. van 12 mei 2015).

De tekst van het koninklijk besluit is opgenomen als bijlage 1. De geconsolideerde tekst van artikel 5bis van het Wetboek der registratie–, hypotheek– en griffierechten is opgenomen als bijlage 2.

Artikel 87, 6°, eerste lid, van de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (BS, 31 december 2013, Ed. 2, 103992) bepaalde 1 januari 2016 als datum van inwerkingtreding van het bij deze wet ingevoegde tweede en derde lid van artikel 5bis van het Wetboek der registratie–, hypotheek– en griffierechten. Artikel 87, 6°, tweede lid, voorzag evenwel de mogelijkheid voor de Koning een datum van inwerkingtreding te bepalen voorafgaand aan deze datum.

Het voormelde koninklijk besluit van 12 mei 2015 bevat de vervroegde inwerkingtreding op 18 mei 2015 van de bepalingen bedoeld in artikel 87, 6°, eerste lid, van de voormelde wet van 21 december 2013.

Het tweede en derde lid van artikel 5bis W.Reg. zijn bijgevolg op 18 mei 2015 in werking getreden.

COMMENTAAR

Het K.B. van 12 mei 2015 heeft gevolgen voor de plaats van de aanbieding ter registratie van de akten van administratieve overheden en van agenten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen (hierna: de administratieve akten).

De administratieve akten moeten in principe geregistreerd worden op het kantoor in welks ambtsgebied hun zetel of de zetel van hun functies gelegen is (art. 39, 4°, eerste lid, W.Reg.).

Een administratieve akte die onder de toepassing valt van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid, W.Reg. en bij toepassing van artikel 1 van de hypotheekwet moet worden overgeschreven en die onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het bovenvermelde kantoor, moet evenwel worden geregistreerd op het kantoor dat bevoegd is voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld. Deze regel geldt ook voor een akte bedoeld in artikel 5bis, tweede lid, W.Reg. (z. art. 39, 4°, tweede lid, W.Reg.).

Met “het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid” wordt gerefereerd aan het K.B. van 14 maart 2014 houdende regeling van de aanbieding van akten van bepaalde instrumenterende ambtenaren tot de registratieformaliteit en tot de hypothecaire openbaarmaking (hierna: het K.B. e–formaliteiten). Dit K.B. legt de elektronische aanbieding ter registratie op van notariële akten en van akten van een ambtenaar van een federaal aankoopcomité (z. art. 1 en 2 K.B. e–formaliteiten).

De laatste zin van artikel 39, 4°, tweede lid, W.Reg bepaalt dat “dezelfde regel geldt voor een akte bedoeld in artikel 5bis, tweede lid”.

Een akte bedoeld in artikel 5bis, tweede lid, W.Reg. is een akte die op een papieren drager wordt aangeboden en verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving bij toepassing van artikel 1, eerste lid, van de hypotheekwet[1].

De administratieve akten die niet onder het K.B. e–formaliteiten vallen (bv. akten van de Vlaamse Dienst Vastgoedtransacties, akten verleden voor een burgemeester, …) moeten nog op papier ter registratie worden aangeboden.

Artikel 5bis, tweede lid, W.Reg. is in werking getreden op 18 mei 2015 (z. art. 1 K.B. van 12 mei 2015).

Voor een administratieve akte, andere dan deze van een ambtenaar van het federaal aankoopcomité, die bij toepassing van artikel 1, eerste lid van de hypotheekwet moet worden overgeschreven, heeft dit tot gevolg dat met ingang van 18 mei 2015:

  • de regel van de gelijktijdige aanbieding aan de formaliteit van de registratie en aan die van de hypothecaire overschrijving van toepassing is;
  • indien de akte onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het registratiekantoor bevoegd voor de zetel van hun functie, de akte moet worden geregistreerd op het kantoor dat bevoegd is voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld.

Merk op dat er voor deze administratieve akten de aanbieding ter registratie gebeurt door de minuut of het origineel, samen met de aangehechte stukken, aan te bieden (art. 2, eerste lid, W.Reg.). De regel van de aanbieding ter registratie van een uitgifte van de akte, samen met een afzonderlijke kopie van elke bijlage en van elk van de overige voor te leggen stukken (z. art. 2 K.B. e–formaliteiten), geldt voor deze akten dus niet.

Namens de minister:

André DE BRUYNE

Adviseur–generaal


[1]Akten die bij toepassing van artikel 1, eerste lid hypotheekwet moeten worden overgeschreven zijn “akten onder de levenden, om niet of onder bezwarende titel, tot overdracht of aanwijzing van onroerende zakelijke rechten, andere dan voorrechten en hypotheken, met inbegrip van de authentieke akten bedoeld in de artikelen 577–4, § 1, en 577–13, § 4, van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van de daarin aangebrachte wijzigingen”.

Bijlage 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2015

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

12 MEI 2015. – Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van vervroegde inwerkingtreding van de artikelen 5bis, tweede en derde lid, 32, 1°, derde lid en 32, 3°bis, tweede lid, van het Wetboek der registratie–, hypotheek– en griffierechten, zoals ingevoegd in dat Wetboek bij de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen

(…)

Art. 1. In afwijking van artikel 87, 6°, eerste lid, van de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen, treden het bij artikel 45 van dezelfde wet ingevoegde tweede en derde lid van artikel 5bis van het Wetboek der registratie–, hypotheek– en griffierechten in werking op 18 mei 2015.

Art. 2. In afwijking van artikel 87, 7°, eerste lid, van de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen, treden het bij artikel 48, 2° van dezelfde wet ingevoegde derde lid van artikel 32, 1°, van het Wetboek der registratie–, hypotheek– en griffierechten, en het bij artikel 48, 3° van dezelfde wet ingevoegde tweede lid van artikel 32, 3°bis, van hetzelfde Wetboek, in werking op 18 mei 2015.

Art. 3. De minister die bevoegd is voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 12 mei 2015.

FILIP

Van Koningswege :

De Minister van Financiën,

J. VAN OVERTVELDT

Bjlage 2

Geconsolideerde tekst van het W.Reg.

Art. 5bis. Wanneer een akte die op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden, verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving, wordt deze akte tezelfdertijd en onder de wettelijke voorwaarden aan beide formaliteiten onderworpen, behalve indien de termijnen voor beide formaliteiten van elkaar verschillen.

De in het eerste lid bepaalde regel geldt tevens voor een akte die op een papieren drager wordt aangeboden en verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving bij toepassing van artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851.

De ontvanger weigert de registratie van de akte zolang de hypotheekbewaarder van het hypotheekkantoor met hetzelfde ambtsgebied als het registratiekantoor, weigert om de formaliteit van de overschrijving voor een akte bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851, te vervullen.