Circulaire nr. Ci.D.28/545.964 (E.T.101.350) van 17.12.2001

CIRC 17.12.01/1
Bull. nr. 823, pag. 655-761
COMPTABILITEIT
Overschakeling op de euro

EURO
Overschakeling op de euro

FACTUUR
Overschakeling op de euro

INVORDERING
Overschakeling op de euro

JAARREKENING
Overschakeling op de euro

KONINKLIJK BESLUIT
Overschakeling op de euro

VESTIGING VAN DE AANSLAG
Overschakeling op de euro

WET
Wet betreffende de euro
Praktische gevolgen, op het gebied van de directe belastingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, van de definitieve invoering van de euro op 01.01.2002
Aan alle ambtenaren
Inhoudstafel
I : Inleiding 1-4
II : Algemeen
A : Algemeenheden
De verschillende fases van de invoering van de euro 5-9
Materiële presentatie van in euro luidende bedragen 10-11
B : Krachtlijnen voor de overgang van de overheidsbesturen naar de euro (juli 1997) - Wet van 30.10.1998 betreffende de euro 12-16
C : Bijwerking 21.5.1999 van de krachtlijnen van juli 1997 inzake de definitieve fase van de overgang van de overheidsbesturen naar de euro 17
1 : Betalingen 18-21
2 : Codificatie 22-25
3 : Omrekeningen, afrondingen en omvormingen 26
Algemene principes 27-30
Omvorming van bedragen in EUR met behoefte tot transparantie 31-34
4 : Externe communicatie van de overheid 35-38
5 : Overheidsboekhouding 39
D : De eurowetten van juni 2000 40-43
E : Geleidelijke overgang 44-46
III : Financiële verrichtingen in euro
A : Principes inzake muntstukken en biljetten
1 : Algemeen 47-49
2 : Belgisch scenario voor de invoering van de chartale euro 50
Fase I: de voorbereidingsfase 51
Eerste operatie: de aanmaak van de biljetten en munten 52
Tweede operatie: de voorafgaande bevoorrading met munten en biljetten van de kredietinstellingen, De Post en de waardentransporteurs
Munten 53-54
Biljetten 55
Derde operatie: de operatie "Spaarpot" 56
Vierde operatie: de frontloading van de economische sectoren die in contact staan met het publiek 57
Vijfde operatie: de frontloading van de particulieren met munten 58
Zesde operatie: het aanpassen en testen van de automaten voor de overschakeling op de euro 59
Aanvullende maatregelen tijdens de voorbereidingsfase 60
Fase II: de periode van dubbele geldomloop 61-63
Zevende operatie: onmiddellijke overschakeling van de geldautomaten (ATM's) 64
Achtste operatie: uitsluitende teruggave in euro 65
Negende operatie: kosteloze omwisseling van de BEF 66-68
Fase III: de omwisseling van de opgepotte Belgische munten en biljetten 69-70
Tiende operatie: periode van deponering bij de banken, bij De Post en bij de Nationale Bank van België 71
Elfde operatie: de omwisseling bij de Nationale Bank van België 72
Omwisseling van de andere nationale munteenheden van de eurozone 73-74
B : Principes inzake giraal geld
1 : Algemene principes 75-83
2 : De grote factureerders 84
3 : De openbare diensten 85
4 : Stortingen 86-87
5 : Binnenlandse overschrijvingen 88-92
6 : Debetkaarten 93-98
7 : Voorafbetaalde kaarten (type proton) 99-104
8 : Kredietkaarten 105-107
9 : Cheques 108-114
10 : Circulaire cheques en postassignaties 115-118
11 : Uitkering van coupons 119
IV : Reglementering
A : Algemeen 120-123
B : Wet van 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (BS 29.7.2000) 124-127
C : Koninklijke besluiten tot invoering van de euro 128-136
D : Principe van omrekeningen, afrondingen en omvormingen 137-143
E : Wet van 3.7.2000 betreffende de vereiste decimalisering voor de invoering van de euro in de computerprogramma's van de overheid en voor de prijsaanduiding op metrologische toestellen 144
F : Publicatie van reglementaire bedragen in euro 145-149
V : Vestiging van de belastingen
A : Algemeen 150-153
B : Natuurlijke personen (PB - BNI/nat.pers.) 154-159
Bijzonder geval - Terugvorderingen
Openbare sector 160-161
Private sector 162-170
C : Rechtspersonen (Ven.B - BNI/ven. - RPB) 171-178
D : Voorheffingen en voorafbetalingen
1 : Roerende voorheffing 179
2 : Bedrijfsvoorheffing 180-188
3 : Voorafbetalingen 189-191
4 : Onroerende voorheffing (Wallonië en Brussel) 192-194
E : Met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
1 : Verkeersbelasting op de autovoertuigen 195-199
2 : Eurovignet 200
3 : Belasting op de automatische ontspanningstoestellen 201
4 : Belasting op de spelen en de weddenschappen 202
F : Aanslagprocedure inzake inkomstenbelastingen 203-208
G : Aanslagprocedure inzake de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen 209
H : BTW
1 : De declaratieve verplichtingen 210-211
Munteenheid van de aan de Administratie te verstrekken stukken/gegevens
a) : De periodieke BTW-aangifte 212
b) : De bijzondere BTW-aangifte 213
c) : De jaarlijkse opgave van belastingplichtige afnemers 214
d) : De opgave van de intracommunautaire handelingen 215
e) : Door de belastingplichtige spontaan of op vraag van de Administratie medegedeelde gegevens 216
Niet-naleving van de te gebruiken munteenheid 217
Te gebruiken munteenheid ingeval van verbetering van de aan de Administratie overgemaakte stukken 218
2 : De facturering 219-227
3 : Creditnota's 228
Voorbeeld 229
4 : De berekening van de door de belastingplichtige verschuldigde interesten 230-231
5 : De boeten
a) : De niet-proportionele geldboeten 232-235
b) : De proportionele boeten 236-237
6 : De intracommunautaire verwervingen en de verkopen op afstand
a) : De intracommunautaire verwervingen 238-239
b) : De verkopen op afstand 240-241
7 : Diverse
a) : Het algemeen verhoudingsgetal 242
b) : De geschenken van geringe waarde 243-244
8 : De rekening-courant 245-246
9 : De betaalformulieren 247
10 : De boekhouding 248
I : Administratief beroep en gerechtelijke geschillen inzake inkomstenbelastingen en met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
1 : Administratieve beroepen
a) : Ontvankelijkheid van het beroep 249
b) : Onderzoek van het beroep 250-251
c) : Beslissing 252
2 : Gerechtelijke geschillen
a) : Lopende gerechtelijke procedures 253-254
b) : Gerechtelijke procedures ingesteld na 1 januari 2002 255-256
c) : Stukken neergelegd vanaf 1 januari 2002 257-258
d) : Gevoerde briefwisseling 259
J : Gedingen inzake btw 260
VI : Comptabiliteit 261-262
VII : Invordering
A : Eigenlijke comptabiliteitsverrichtingen - Opmaak en bijhouden van de statistieken
1 : Algemeen 263-266
2 : Specifieke richtlijnen, sector DB 267-273
3 : Specifieke richtlijnen, sector BTW 274-276
B : Door de belastingschuldigen verrichte betalingen 277-279
C : Opmaak van de aanslagbiljetten (afgekort: AB) 280-281
D : Kohieruittreksels 282
E : Aanmaningen 283
F : Betalingsfaciliteiten 284
G : Nalatigheids- en moratoriuminterest inzake directe belastingen
1 : Algemeen 285
2 : Bijzonder geval 286
H : Briefwisseling
1 : Gewone briefwisseling met de belastingplichtigen of met derden 287
2 : Briefwisseling inzake invordering 288-289
3 : Interne briefwisseling 290
I : Gerechtelijke geschillen en strafbepalingen inzake invordering
1 : Briefwisseling met advocaten, curatoren, vereffenaars, e.a. 291
2 : Reeds door de administratie opgemaakte en neergelegde conclusies 292
3 : Vermelding van bedragen aan belastingen, voorheffingen of taksen, boeten of belastingverhogingen en interesten in neer te leggen conclusies 293
4 : Rechtsplegingsvergoeding 294
5 : Kosten van dagvaarding en andere gerechtskosten 295
6 : Schadevergoeding 296
7 : Door rechtbanken en hoven opgelegde (strafrechtelijke) boeten 297
J. Richtlijnen en instructies 298
I. Inleiding
1. Zoals algemeen bekend, zal vanaf 1.1.2002 de euro definitief de Belgische frank vervangen.
2. In het interne recht heeft de W 30.10.1998 betreffende de euro (BS 10.11.1998 - V 2613, Bull. 788), met het oog op de invoering van de euro bij middel van de verordeningen (EG) nr. 1103/97 van 17.6.1997 en nr. 974/98 van 3.5.1998, de algemene bepalingen vastgesteld betreffende de omrekeningen en afrondingen, de referentierentevoeten, de bij wet vastgestelde modellen van formulieren alsook de specifieke administratieve en fiscale bepalingen in de overgangsfase.
Zo werden een aantal wettelijke en reglementaire bepalingen aangepast die nodig waren om de juridische continuïteit te waarborgen bij de invoering van de euro op 1.1.1999 en werd de Koning gemachtigd om de bij de wet vastgestelde formulieren aan de euro aan te passen. Tevens werd voorzien in de keuze tussen de euro en de frank met betrekking tot de aangiften van de inkomstenbelastingen en de belasting over de toegevoegde waarde.
Tenslotte bevat de W 30.10.1998 bepalingen betreffende de sancties voor het overtreden van sommige omrekenings- en afrondingsregels.
3. Deze bepalingen, en meer in het bijzonder, de wijzigingen die aangebracht werden aan de wetgeving inzake inkomstenbelastingen en de belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de rechten en verplichtingen van de belastingplichtige gedurende de overgangsfase, waren reeds het voorwerp van een commentaar: op het vlak van de inkomstenbelastingen en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen in de Circ. Ci.D.28/507.876 van 17.4.1998, Bull. 783 (commentaar m.b.t. het voorontwerp van de W 30.10.1998 (voormeld), en op het vlak van de BTW, in de Circ. nr. 4 van 12.3.1999 (E.T. 625) en nr. 21 van 8.10.1999 (E.T. 83.000/20).
4. Huidige circulaire bevat in hoofdzaak algemene inlichtingen aangaande de praktische gevolgen van de definitieve invoering van de euro op 1.1.2002.
De tijdens de overgangsfase heersende principes die de fiscale besturen op huidig ogenblik nog aanbelangen, worden niettemin summier herinnerd.
A. Algemeenheden
De verschillende fases van de invoering van de euro
5. De invoering van de euro verloopt in 3 fases:
a) fase 1: de voorbereidende fase (tot 31.12.1998);
b) fase 2: de overgangsfase van drie jaar van 1.1.1999 tot 31.12.2001;
c) fase 3: de definitieve fase die aanvangt op 1.1.2002.

6. Sedert 1.1.1999 (begin van de overgangsfase) is de euro de officiële munteenheid geworden van de landen die deelnemen aan de EMU en werd de omrekeningskoers tussen de euro en de nationale munten definitief en onherroepelijk vastgesteld bij verordening (EG) van de Raad nr. 2866/98 van 31.12.1998 [gewijzigd ingevolge de toetreding van Griekenland tot de eurozone door de Verordening (EG) van de Raad nr. 1478/2000 van 19.6.2000 betreffende de omrekeningskoers tussen de euro en de munteenheden van de Lidstaten die de euro aannemen] betreffende de omrekeningskoers tussen de euro en de munteenheden van de Lidstaten die de euro aannemen.
De volgende omrekeningskoersen werden vastgelegd:
1 EUR =
40,3399 BEF (België)
1,95583 DEM (Duitsland)
3402,20371 NLG (Nederland),
750 GRD (Griekenland)
166,386 ESP (Spanje)
6,55957 FRF (Frankrijk)
0,787564 EIP (Ierland)
1936,27 ITL (Italië)
40,3399 LUF (Luxemburg)
13,7603 ATS (Oostenrijk)
200,482 PTE (Portugal)
5,94573 FIM (Finland)
7. Tijdens de overgangsfase (van 1.1.1999 tot 31.12.2001, met uitzondering voor de Griekse drachme) blijven de nationale munten bestaan, maar enkel als niet-decimale onderverdeling van de euro (waarvan de decimale onderverdeling de cent is).
8. Gedurende deze overgangsperiode, kunnen de girale verrichtingen (overschrijvingen, cheques, enz.) in nationale munteenheden of in euro worden gedaan, maar de betalingen in speciën (biljetten en stukken) kunnen uitsluitend gebeuren in de nationale munt.
9. Vanaf 1.1.2002, begint de fase van definitieve overgang naar de euro: de BEF zal geen geldige munt meer zijn en zal bijgevolg ophouden te bestaan als giraal geld. Enkel de munten en biljetten zullen nog tot 28.2.2002 hun wettelijke betaalkracht blijven behouden.
Op het vlak van de interne werking zullen de fiscale besturen bij de start van de definitieve fase op 1.1.2002 hun comptabiliteit (overheidsboekhouding) op euro overschakelen.
Kohieren worden tot 31.12.2001 in BEF opgesteld en vanaf 1.1.2002 in euro.
De invordering verloopt vanaf 1.1.2002 in euro. De bestanden van vóór die datum zullen op die datum naar euro worden omgevormd.
Materiële presentatie van in euro luidende bedragen
10. Alle wettelijke en reglementaire bedragen alsmede alle bedragen en barema's in circulaires, instructies, aangiften, formuleren en brochures zullen in de definitieve fase enkel in euro worden uitgedrukt, behalve met betrekking tot heffingsplichtige feiten of verrichtingen die van voor 1.1.2002 dateren.
11. In de officiële teksten van de administratie zal toepassing worden gemaakt van de richtlijnen betreffende de materiële presentatie van de bedragen in euro, voorgeschreven in de Circ. 20.10.2000 van het Bestuurscomité Admi-Euro, inzake wetgevingstechniek m.b.t. de euro.
Volgende richtlijnen zijn van toepassing:
  • het gebruik van het eurologo is sterk af te raden. In de plaats daarvan moet worden vermeld: "EUR" of "euro";
  • indien de bedragen weergegeven worden in cijfers dient gebruik gemaakt te worden van de officiële afkorting "EUR" (vb. 1000 EUR);
  • indien de bedragen weergegeven worden in letters, worden "cent" en "euro" geschreven zonder hoofdletter;
  • bedragen die een veelvoud zijn van 1 EUR mogen zonder decimalen na de komma geschreven worden (dus 1 EUR i.p.v. 1,00 EUR), behalve waneer ze zich tussen andere bedragen bevinden die twee decimalen hebben.
Bijvoorbeeld en dus niet
1,00 EUR
1 EUR
2,00 EUR1 EUR
2,50 EUR2,50 EUR
3,50 EUR3,50 EUR
B. Krachtlijnen voor de overgang van de overheidsbesturen naar de euro (juli 1997) - Wet van 30.10.1998 betreffende de euro
12. Om de overgang naar de nieuwe eenheidsmunt voor te bereiden werden de basisregels voor de overgang naar de euro vastgelegd en uitgewerkt in een technisch document "Krachtlijnen voor de overgang van de overheidsbesturen naar de euro" van juli 1997 dat zowel door de federale overheid als die van de Gewesten en de Gemeenschappen werd goedgekeurd.
13. Met het oog op het algemeen Europees tijdsschema voor de invoering van de euro, hebben deze krachtlijnen betrekking op twee verschillende fases: de overgangsfase (van 1.1.1999 tot 31.12.2001) en vervolgens de definitieve fase (vanaf 1.1.2002).
14. M.b.t. de fiscale besturen bevat het krachtlijnendocument van juli 1997 ondermeer volgende beginselen.
Op het vlak van de interne werking zullen de fiscale besturen tot op het einde van de overgangsperiode (31.12.2001) hun comptabiliteit in BEF voeren en hun financiële rekeningen in BEF aanhouden.
De aangiften en documenten die informatie bevatten over de periode gaande van 1.1.1999 tot 31.12.2001, en bestemd voor de fiscale administraties, kunnen in BEF of euro worden ingevuld.
De fiscale administraties zullen in hun externe communicaties met de belastingplichtigen vanaf 1.1.1999 in BEF of in euro kunnen werken en dat in functie van de voorkeur die door laatstgenoemden in bepaalde gevallen zal kunnen worden uitgedrukt.
Het is pas bij de start van de definitieve fase, op 1.1.2002, dat de administratie volledig zal overschakelen op de euro, behalve voor een aantal feiten en verrichtingen van vóór 1.1.2002 die verder in BEF zullen worden behandeld.
Alle bedragen die in de huidige en toekomstige officiële, regelgevende teksten in BEF zijn uitgedrukt, blijven tijdens de overgangsperiode in deze teksten enkel in BEF uitgedrukt, ook indien de betrokken bedragen tijdens de overgangsperiode worden gewijzigd. Om de overgang naar het definitieve regime te vergemakkelijken, worden de overheidsbesturen echter uitgenodigd in hun relaties met de particulieren en ondernemingen folders, brochures en andere documenten ter beschikking te stellen waarin bedragen, tarieven en barema's ook in euro worden uitgedrukt.
Tijdens de overgangsperiode zullen de overheidsbesturen bij de conversie van bedragen in BEF naar euro, en vice versa, enkel mathematische conversie en afrondingen toepassen.
Bij gebrek aan Europese regelgeving terzake zullen in BEF uitgedrukte basisbedragen die geïndexeerd zijn of waarop een vermenigvuldigingscoëfficiënt wordt toegepast, bij conversie in euro eerst in BEF worden geïndexeerd of vermenigvuldigd vooraleer ze in euro worden omgezet.
15. De juridische omzetting van deze krachtlijnen vindt zijn oorsprong in de wet betreffende de euro van 30.10.1998 (BS 10.11.1998 - V 2613, Bull. 788) die bepalingen bevat die noodzakelijk zijn voor de praktische invoering van de euro in België vanaf 1.1.1999.
16. In mei 1999 werden een aantal krachtlijnen voor de definitieve fase van de euro bijgewerkt en goedgekeurd. Het nieuwe krachtlijnendocument werd aangenomen door de Interministeriële Conferentie voor Financiën en Begroting op 3.5.1999 en op 21.5.1999 op voorstel van de Minister van Financiën door de Federale Regering (zie nrs. 17 tot 39 hierna).
C. Bijwerking 21.5.1999 van de krachtlijnen van juli 1997 inzake de definitieve fase van de overgang van de overheidsbesturen naar de euro
17. De bijgewerkte krachtlijnen voor de definitieve fase bevatten voor de overheidsdiensten ondermeer volgende principes.(Voor de juridische omzetting van de krachtlijnen op het fiscale vlak wordt verwezen naar nr. 120 en volgende.)
1. Betalingen
18. De rekeningen in BEF van de overheidsbesturen bij de Postcheque of hun kassier worden op 1.1.2002 automatisch vervangen door rekeningen in euro.
19. De openbare besturen met inbegrip van de plaatselijke overheden en de sociale sector, zullen enkel nog in euro opgestelde overschrijvingsformulieren uitgeven voor de verrichtingen waarvan de uiterste betalingsdatum na 31.12.2001 valt. Zo zullen, bijvoorbeeld, de fiscale administraties en de plaatselijke overheden overschrijvingsformulieren in euro uitgeven vanaf 1.7.2001.
20. De overheidsbesturen worden aangemoedigd te beslissen, geval per geval, om reeds in de loop van 2001 ambtshalve enkel in euro luidende overschrijvingsformulieren in omloop te brengen.
21. De overheidsbesturen zullen enkel nog in BEF luidende cheques aanvaarden indien ze vóór 1.1.2002 worden uitgeschreven.
2. Codificatie
22. Ingevolge het principe van de juridische continuïteit dat volgens de Europese verordening nr. 974/98 van toepassing is, moeten de in de BEF uitgedrukte bedragen die in de Belgische regelgeving voorkomen niet door de regelgevende overheid in euro worden gepubliceerd om hun rechtsgeldigheid te behouden. Hij die de regelgeving toepast wordt immers, bij gebrek aan een in euro gepubliceerd bedrag, geacht zelf de omrekening naar euro uit te voeren volgens de normale, mathematische omrekeningsregels vervat in de Europese verordening nr. 1103/97, de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro en de specifieke koninklijke besluiten terzake.
De Belgische wetten, afgekondigd vóór 1.1.2002 en uitgedrukt in BEF, dienen bijgevolg gelezen te worden in euro, daarbij gebruikmakend van de omrekeningskoers van 40,3399 (mathematische omrekening).
23. Nochtans zal vóór 1.1.2002 moeten worden overgegaan tot een herpublicering in het Belgisch Staatsblad van de in de bestaande wetten, decreten, koninklijke besluiten, ordonnanties, besluiten van de regeringen van de Gewesten en de Gemeenschappen, ministeriële besluiten, en circulaires voorkomende bedragen, uitgedrukt in euro, voor zover deze omezetting niet volgens de gewone omrekeningsformule gebeurt (zie de nrs. 138 tot 143 hierna).
24. De besturen zullen zich inspannen om in hun officieuze publicaties inzake de bestaande wetgeving (bv. de cd-rom inzake de federale fiscale wetgeving) de daarin vervatte bedragen in euro uit te drukken, hetzij zo snel mogelijk na 1.1.2002, hetzij uiterlijk naar aanleiding van een volgende uitgave.
25. Verwijzigen in de huidige regelgeving naar speciale afrondingsregels in BEF (bv. op de lagere honderd frank) en andere anomalieën worden afgeschaft of niet toepasslijk gemaakt, zo mogelijk via een algemene wettelijke bepaling. Desgevallend worden ze, met het oog op het behoud van de transparantie, vervangen door specifieke afrondingsregels op de in euro uitgedrukte bedragen.
3. Omrekeningen, afrondingen en omvormingen
26. De bedragen die in de per 31.12.2001 van kracht zijnde regelgeving voorkomen worden op basis van de volgende principes in euro omgezet of omgevormd.
Algemene principes
27. De in de vigerende regelgeving in BEF luidende bedragen worden krachtens de Europese verordening nr. 1103/97 in EUR omgezet volgens de normale, mathematische conversieregels.
28. Wanneer het om geïndexeerde bedragen gaat, worden eerst de basisbedragen in euro omgezet, waarna de indexering wordt toegepast.
29. Er wordt aanbevolen om voor de in euro luidende bedragen dezelfde nauwkeurigheidsgraad als voor de in BEF luidende bedragen te handhaven. Dit betekent dat de in euro uitgedrukte bedragen twee decimalen na de komma méér zullen hebben dan de in BEF luidende bedragen.
30. Bij een in euro uitgedrukt bedrag met vijf decimalen of méér na de komma wordt als algemene regel en behoudens andersluidende beschikkingen aanbevolen om op de vierde decimaal na de komma af te ronden.
Omvorming van bedragen in EUR met behoefte tot transparantie
31. Indien de betrokken overheden het aangewezen vinden om bij de omvorming in euro van transparante in BEF luidende bedragen de transparantie te behouden, hebben ze de keuze om de omgerekende bedragen opwaarts of neerwaarts aan te passen op basis van volgende in het krachtlijnendocument opgenomen regels:
a)
Wanneer in de regelgeving een bedrag van 100 BEF voorkomt of een veelvoud daarvan, wordt het in euro omgerekende bedrag naar keuze verlaagd of verhoogd tot het dichtstbijzijnde veelvoud van 0,5 EUR (dus 100 BEF wordt omgevormd tot 2,00 EUR of 2,50 EUR en 200 BEF tot 4,50 EUR of 5,00 EUR);
b)Wanneer in de regelgeving een bedrag van 1000 BEF voorkomt of een veelvoud daarvan, wordt het in euro omgerekende bedrag naar keuze verlaagd of verhoogd tot het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 EUR (dus 1000 BEF wordt omgevormd tot 20,00 EUR of 25,00 EUR en 2000 BEF tot 45,00 EUR of 50,00 EUR);
c)Wanneer in de regelgeving een bedrag van 10.000 BEF voorkomt of een veelvoud daarvan, wordt het in euro omgerekende bedrag naar keuze verlaagd of verhoogd tot het dichtstbijzijnde veelvoud van 50 EUR (dus 10.000 BEF wordt omgevormd tot 200,00 EUR of 250,00 EUR en 20.000 BEF tot 450,00 EUR of 500,00 EUR);
d)enz...
32. Bij de omvorming moet telkens worden nagegaan of het oorspronkelijk bedrag in BEF zich al dan niet in een bedragenstructuur (bv. een barema) bevindt. Indien immers zou blijken dat het bedrag in kwestie een veelvoud is van 1000 BEF maar de andere bedragen in de structuur een veelvoud van 100 BEF dan is op de veelvouden van 1000 BEF de omvormingsregel sub a) en niet die sub b) van toepassing.
33. Van de hoger vermelde omvormingsregels mag worden afgeweken indien de in euro bekomen bedragen tot manifeste anomalieën leiden. In dat geval moet worden gekozen voor een transparantieafronding in euro die deze anomalie wegwerkt en toch zo dicht mogelijk tegen het resultaat van de hierboven vermelde regels aanleunt.
34. Specifieke regels regelen de omvorming van:
  • oorspronkelijk in ECU luidende bedragen (zie nr. 142 hierna);
  • strafrechterlijke en administratieve boetes (zie nr. 143 hierna).
4. Externe communicatie van de overheid
35. Vanaf 1.1.2002 aanvaarden en verstrekken de overheidsbesturen enkel nog cijfermatige inlichtingenstromen in euro. Dit betekent dus dat vanaf die datum alle inlichtingendocumenten (al dan niet gestandaardiseerd), die door de overheid aan de particulieren en ondernemingen worden bezorgd, in principe enkel de mogelijkheid tot invulling in euro voorzien.
36. In bepaalde gevallen kunnen echter nog in BEF uitgedrukte inlichtingen aan de overheid worden overgemaakt, dit voor feiten die van vóór 2002 dateren. Zo zal het aangifteformulier in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2002 (inkomsten 2001) nog zowel in BEF als in euro kunnen worden ingevuld. Dezelfde regeling geldt eveneens voor de BTW-aangiften met betrekking tot de handelingen van de maand december of het vierde kwartaal 2001.
37. Verder zullen de fiscale heffingsadministraties in bepaalde gevallen nog extern in BEF kunnen communiceren, vermits ook vanaf 1 januari 2002 nog een aantal bewerkingen in BEF dienen te worden uitgevoerd. Dit is het geval voor inlichtingendocumenten (bv. fiscale fiches) die betrekking hebben op heffingsplichtige feiten of verrichtingen die van vóór 1.1.2002 dateren maar slechts na die datum door de betrokken heffingsadministratie behandeld worden.
38. Vanaf 1.1.2002 publiceren de overheidsbesturen de nieuwe waardestatistieken enkel nog in euro.
5. Overheidsboekhouding
39. Vanaf 1.1.2002 worden alle interne boekhoudverrichtingen en -staten van de overheidsbesturen met betrekking tot begrotingsjaar 2002 en volgende in euro gevoerd, zelfs indien ze betrekking hebben op verrichtingen van vóór 1.1.2002.
D. De eurowetten van juni 2000
40. De federale wetgever heeft, voor de omzettingen waarvoor hij bevoegd is, twee wetten gestemd die de principes van de bijgewerkte krachtlijnen overnemen en waarbij aan de Koning de machtiging wordt gegeven om de omzetting naar de euro die normaal bij wet had moeten gebeuren via koninklijke besluiten uit te voeren.
41. Die wetten zijn:
.
de wet van 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden zoals bepaald in artikel 78 van de Grondwet (BS 29.7.2000 - V 2841, Bull. 807);
2.
de wet van 30.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden zoals bepaald in artikel 77 van de Grondwet (BS 29.7.2000 - V 2842, Bull. 807)
Er zijn geen toepassingen inzake fiscaliteit in uitvoering van de wet van 30.6.2000.
42. Beide wetten geven in de eerste plaats een machtiging aan de Koning (tot 31.12.2001) om in BEF uitgedrukte bedragen die in de wetgeving voorkomen op niet-mathematische wijze naar euro om te zetten.
Deze wetten laten dus toe dat de onder nr. 31 hiervoor vermelde transparantieafrondingen die normaal via een wet hadden moeten worden verricht, via koninklijk besluit kunnen gebeuren.
43. Beide eurowetten bepalen ook dat de Koning voor 31.3.2002 bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsontwerp moet neerleggen waarbij de in uitvoering van de eurowetten genomen koninklijke besluiten worden bekrachtigd. De koninklijke besluiten die niet ten laatste op 31.12.2002 bekrachtigd zijn, hebben geen uitwerking.
E. Geleidelijke overgang
44. Teneinde het vermijden van aanzienlijke technische risico's verbonden aan een massale overschakeling naar de euro op 1.1.2002 zal de definitieve overgang op een geleidelijke wijze gebeuren en zullen bepaalde economische sectoren (de banksector, de sector van de grote factureerders en die van openbare besturen) vervroegd overschakelen teneinde het gebruik van de euro te bespoedigen.
45. Zo zijn de fiscale administraties in de periode 1.7.2001-1.10.2001 overgeschakeld naar het verstrekken van euro-overschrijvingen en werden vanaf 1 oktober van dat jaar geen rood-witte overschrijvingsformulieren meer bij de uitnodiging tot betaling van de belastingen gevoegd maar enkel nog oranje-witte.
46. Bovendien functioneren de berekeningsprogramma's (PB, VEN.B, BNI/Nat.pers., BNI/ven., RPB) vanaf het aanslagjaar 2001 in euro.
De berekening vermeldt het eindbedrag in BEF en euro tot 31.12.2001. Wanneer de munteenheid in de aangifte verschilt van deze in de berekening, vermeldt het aanslagbiljet ook alle bedragen van de aangifte in de munt van de aangifte.
III. Financiële verrichtingen in euro
A. Principes inzake muntstukken en biljetten
1. Algemeen
47. De overschakeling van BEF naar euro vindt officieel plaats op 1.1.2002. Op die datum zal in alle landen die zullen deelnemen aan de eenheidsmunt, de invoering van de nieuwe muntstukken en biljetten gebeuren en moeten de nationale biljetten en munten geleidelijk aan de omloop worden onttrokken.
48. De muntstukken dragen een gemeenschappelijke beeldzijde en een nationale beeldzijde. Voor België draagt de nationale beeldzijde de beeltenis van Koning Albert II. De biljetten bevatten geen nationaal kenmerk.
49. Op 1.1.2002 worden volgende 8 muntstukken en 7 biljetten ingevoerd:
Muntstukken
Biljetten
0,01 EUR (1 cent)
5,00 EUR (5 euro)
0,02 EUR (2 cent)10,00 EUR (10 euro)
0,05 EUR (5 cent)20,00 EUR (20 euro)
0,10 EUR (10 cent)50,00 EUR (50 euro)
0,20 EUR (20 cent)100,00 EUR (100 euro)
0,50 EUR (50 cent)200,00 EUR (200 euro)
1,00 EUR (1 euro)500,00 EUR (500 euro)
2,00 EUR (2 euro)
2. Belgisch scenario voor de invoering van de chartale euro
2001
FASE I : VOORAFGAANDELIJKE BEVOORRADING IN EURO
Vanaf SEPTEMBER 2001Vanaf DECEMBER 2001Vanaf 15 DECEMBER 2001
BANKEN
POST
WAARDETRANSPORTEURS
GROOTDISTRIBUTIE
HANDEL
- eurostarterskits
- muntrolletjes
- Biljetten van 5, 10 en 20 EUR
in bundels van 25 coupures
PARTICULIEREN
- eurominikits
2002
FASE II : PERIODE VAN DUBBELE CIRCULATIE (BEF EN EURO)
Vanaf JANUARI 2002Vanaf 28 FEBRUARI 2002
KRITIEKE MASSA
maximale bevoorrading in EURO tijdens de eerste twee weken
EINDE VAN DE WETTELIJKE BETAALKRACHT VAN DE BEF
EINDE VAN DE CIRCULATIE VAN DE BEF
_ _ _ -->
FASE III : UITERSTE DATUM VAN OMWISSELING VAN BANKBILJETTEN EN MUNTEN BEF TEGEN EURO
31 DECEMBER 2002
EINDE VAN DE OMWISSELING BIJ DE :
BANKEN
POST
EINDE VAN DE OMWISSELING VAN
MUNTEN BIJ DE NBB TOT EIND 2001
OMWISSELING VAN BILJETTEN BIJ DE NBB : ONBEPERKT
50. Het proces van de overgang op de chartale euro zal in drie fases verlopen en elf operaties omvatten.
Fase I: de voorbereidingsfase
51. Tijdens deze fase zal men overgaan tot:
-de aanmaak van muntstukken en biljetten en de vervaardiging van speciale verpakkingen om de invoering ervan te vergemakkelijken;
-de bevoorrading vooraf met biljetten en munten met name:
-de frontloading met biljetten en munten van de kredietinstellingen, De Post en de waardetransporteurs;
-de frontloading met biljetten en munten van de economische sectoren die in contact staan met het publiek;
-de frontloading van de particulieren met munten;
-een inzameling van ongebruikte muntstukken, de zogenaamde spaarpotoperatie;
-het aanpassen en testen van de automaten voor de overschakeling op de euro.
Uiteraard blijft het gebruik van de chartale euro formeel verboden vóór 1.1.2002.
Eerste operatie: de aanmaak van de biljetten en munten
52. Voor de lancering van de euro zal de Koninklijke Munt van België 2 miljard munten slaan en de Nationale Bank van België 530 miljoen biljetten drukken.
Tweede operatie: de voorafgaande bevoorrading met munten en biljetten van de kredietinstellingen, De Post en de waardentransporteurs
Munten
53. De banken, De Post en de waardetransporteurs zullen de muntstukken ontvangen vanaf 01.09.2001.
De kredietinstellingen en De Post zullen de muntstukken ontvangen voor eigen gebruik en voor gebruik door bepaalde professionele cliënten:
-verpakt in muntrolletjes
-alsook in de vorm van:
-een standaardpakket euromuntstukken (eurostarterkits) voor de beroepslui;
-eurominikits voor het grote publiek.
54. De eurostarterkits zijn bestemd om te worden verdeeld aan handelszaken, de horeca en sociaal-culturele verenigingen. De eurominikits zijn bestemd voor de particulieren.
Biljetten
55. De banken, De Post en de geldkoeriers zullen vanaf november 2001 bevoorraad worden met biljettenin kleine coupures.
Derde operatie: de operatie "Spaarpot"
56. De "operatie spaarpot" m.a.w. de recuperatie van een deel van de slapende kasvoorraden van muntstukken die worden aangehouden door de particulieren, loopt van 15.10.2001 tot 15.11.2001.
Hierbij zal aan de bevolking worden gevraagd de muntstukken die in spaarpotten worden bewaard binnen te brengen bij hun bank, bij De Post of bij de Nationale Bank van België. De operatie zal kosteloos zijn en zal gebeuren aan de hand van doorzichtige plastic clips die ter beschikking van het publiek zullen worden gesteld.
Vierde operatie: de frontloading van de economische sectoren die in contact staan met het publiek
57. Bepaalde economische sectoren die in contact staan met de consument (warenhuizen en supermarkten, detailhandel, openbare vervoermaatschappijen, zorgverleners, horecasector, socio-culturele organisaties, gemeenten, sociale instellingen, ) zullen met munten en met biljetten in kleine coupures, bevoorraad worden.
Deze frontloading zal plaatsvinden vanaf 1.12.2001 via de financiële instellingen, overeenkomstig tussen de banken en hun cliënten te sluiten particuliere regelingen.
De levering van muntstukken zal geschieden in de vorm van muntrolletjes en eurostarterkits, terwijl de biljetten van 5, 10 en 20 euro zullen worden gebundeld per 25. Een eurostarterkit bestaat uit 14 muntrolletjes ter waarde van in totaal 240 euro, of 9682 BEF.
Vijfde operatie: de frontloading van de particulieren met munten
58. Het grote publiek zal de mogelijkheid krijgen om zich vanaf 15.12.2001 een standaardpakket muntstukken aan te schaffen, de zogeheten eurominikit voor particulieren. Er zullen 5 miljoen eurominikits, beschikbaar zijn, of gemiddeld ruim één per gezin. De eurominikit zal bestaan uit 29 muntstukken en zal ten minste twee exemplaren van elk van de acht munten bevatten, ter waarde van 12,40 EUR, of 500 BEF.
Het grote publiek zal zich die eurominikit zonder bijkomende kosten kunnen aanschaffen bij de banken, De Post, de Nationale Bank van België en de openbare vervoermaatschappijen (NMBS, MIVB, De Lijn, TEC). Voorts zullen sommige ondernemingen een eurominikit aanbieden aan hun personeel. Gelet op het uitzonderlijke karakter ervan en om deze praktijk aan te moedigen, heeft de Minister van Financiën aanvaard om onder bepaalde voorwaarden de toekenning van een eurominikit door een werkgever aan zijn werknemers te beschouwen als een sociaal voordeel, dat als dusdanig niet-belastbaar is uit hoofde van de werknemer en aftrekbaar is als beroepskost voor de onderneming.
Zesde operatie: het aanpassen en testen van de automaten voor de overschakeling op de euro
59. Tijdens de voorbereidingsfase zal worden begonnen met de aanpassing van de software op een deel van het automatenpark.
Dit automatenpark omvat circa 90.000 commerciële automaten (snoep, drank, sigaretten, enz.) en een groot aantal parkeermeters en parkeerautomaten, alsook speelautomaten.
Aanvullende maatregelen tijdens de voorbereidingsfase
60. Tijdens de voorbereidingsfase zullen twee soorten aanvullende maatregelen worden genomen.
  • De aanpassing van de metrologische toestellen (weegschalen, taximeters, benzinepompen). Er werd een wettelijke maatregel genomen om de uitsluitende prijsaanduiding in euro op die apparaten toe te staan vanaf 1.7.2001 (W 3.7.2000 betreffende de vereiste decimalisering voor de invoering van de euro in de computerprogramma's van de overheid en voor de prijsaanduiding op metrologische toestellen). Informatie in BEF blijft evenwel verplicht tot minstens 31.12.2001.
  • De aanpassing van de geldautomaten (ATM's). De ATM's zullen worden geladen met cassettes die biljetten van 20 en (daarna) van 50 euro zullen bevatten. Opdat de ATM's vanaf 1.1.2002 om 0u00 eurobiljetten zouden kunnen verdelen, zal met de omschakeling van deze automaten worden gestart in de namiddag van 31.12.2001.
Fase II: de periode van dubbele geldomloop
61. Tijdens de periode van dubbele geldomloop zal er worden overgegaan tot:
-een massale levering van euro's aan de gebruikers;
-een snelle drooglegging van de BEF in het betalingsverkeer;
-een omwisseling van de in het betalingscircuit gebruikte BEF.
62. Om die doelstellingen te verwezenlijken, werd een akkoord bereikt over drie operaties:
-de onmiddellijke overschakeling van de geldautomaten;
-de uitsluitende emissie en teruggave in euro;
-de kosteloze omwisseling van de BEF.
63. Het einde van de periode van dubbele circulatie zal samenvallen met de opheffing van de wettelijke betaalkracht van de BEF, op donderdag 28.2.2002 om middernacht.
Zevende operatie: onmiddellijke overschakeling van de geldautomaten (ATM's)
64. Vanaf 1.1.2002 zal geen enkele geldautomaat nog BEF verstrekken. De ATM's zullen in de regel worden geladen met cassettes van biljetten van 20 en (daarna) van 50 euro.
Achtste operatie: uitsluitende teruggave in euro
65. De banken en de handel hebben er zich toe verbonden om vanaf begin 2002 zoveel als mogelijk - uitsluitend in euro terug te geven.
Negende operatie: kosteloze omwisseling van de BEF
66. De omwisseling van de munten en bankbiljetten in BEF zal starten tijdens de periode van dubbele geldomloop. De omwisseling van munten en bankbiljetten zal kosteloos zijn.
67. In dat kader zullen de bankbiljetten in BEF tijdens de periode van dubbele geldomloop kosteloos en zonder beperking worden omgewisseld voor de cliënten van de banken.
Kleine hoeveelheden munten in BEF zullen eveneens onmiddellijk kunnen worden omgewisseld tegen euro's. Grote hoeveelheden munten in BEF zullen kosteloos en zonder beperking kunnen worden gestort op een rekening.
De personen die geen cliënt zijn bij een kredietinstelling, zullen hun munten en bankbiljetten in BEF kosteloos kunnen omwisselen tegen euro's tot een maximum dat door iedere bank en De Post zal worden vastgesteld.
68. Ten slotte zullen munten en bankbiljetten in BEF kosteloos en zonder beperking op een bankrekening kunnen worden gestort tijdens de periode van dubbele geldomloop en ook daarna nog tot een met 31.12.2002.
Fase III: de omwisseling van de opgepotte Belgische munten en biljetten
69. De derde fase zal een aanvang nemen met de opheffing van de wettelijke betaalkracht van de BEF en zal vooral worden gewijd aan de recuperatie van de opgepotte Belgische muntstukken en bankbiljetten.
70. De omwisseling zal kosteloos gebeuren in twee fasen:
-bij de banken, De Post en de Nationale Bank van België tot eind 2002;
-bij de Nationale Bank van België daarna, zonder tijdslimiet voor de biljetten, en tot eind 2004 voor de stukken.
Tiende operatie: periode van deponering bij de banken, bij De Post en bij de Nationale Bank van België
71. De omwisseling van de opgepotte BEF zal bij de banken, De Post en de Nationale Bank van België (via een storting op rekening en zonder kosten) kunnen gebeuren tot eind 2002.
Elfde operatie: de omwisseling bij de Nationale Bank van België
72. Na 31.12.2002 zal de omwisseling mogelijk blijven bij de Nationale Bank van België, zonder beperking in de tijd voor de bankbiljetten, en tot einde 2004 voor de muntstukken.
Omwisseling van de andere nationale munteenheden van de eurozone
73. De centrale banken verbinden zich ertoe hun medewerking te verlenen voor de repatriëring van de biljetten van de landen uit de eurozone. De Nationale Bank van België zal deze biljetten omwisselen bij haar vestigingen te Brussel, Antwerpen en Luik tot eind maart 2002. De omruiling zal ook kunnen gebeuren tot 28.2.2002 bij de banken tegen betaling van een commissie.
74. Liefdadigheidsinstellingen zullen de muntstukken van de eurozone inzamelen voor het goede doel.
B. Principes inzake giraal geld
1. Algemene principes
75. Rekeningen in BEF bij financiële instellingen kunnen op vraag van de houders reeds vanaf 1999 in euro worden aangehouden, nadat ze op transparante wijze zijn omgezet.
76. Vermits de comptabiliteit van de overheidsdiensten tijdens de overgangsperiode verder in BEF zal gevoerd worden, zullen de rekeningen van de ontvangkantoren tot 31.12.2001 in BEF blijven.
77. Girale betalingen (overschrijvingen, cheques, enz...) in euro zijn reeds mogelijk vanaf 1999. De overschrijvingen in BEF naar een rekening uitgedrukt in euro of deze in euro naar een rekening in BEF worden automatisch, gratis en op transparante wijze door de financiële instellingen omgerekend.
78. Vanaf 1.1.2002 mogen de girale verrichtingen en de bankrekeningen wettelijk niet meer in nationale munteenheden worden uitgedrukt. Om deze einddatum te kunnen nakomen zal er door de banken vanaf 1.7.2001 worden overgegaan naar een geleidelijke omzetting in euro van alle vormen van bankproducten en bancaire relaties (rekeningen, spaartegoeden, kredieten, overeenkomsten, formulieren, Proton, ...) van ondernemingen en particulieren die nog in de nationale munteenheden uitgedrukt zijn. De cliënten van de bank zullen hier geen last van ondervinden aangezien het tot 31.12.2001 mogelijk zal bijven betalingen in BEF uit te voeren van een rekening in euro en omdat op de rekeninguittreksels de bedragen in de twee munten vermeld blijven.
79. Voor papieren dagafschriften wordt aan de banken aanbevolen en dit minstens tot 28.2.2002:
-als de oorspronkelijke munteenheid (BEF of euro) van een verrichting verschilt van de munteenheid van de rekening (BEF of euro), het oorspronkelijke bedrag en de oorspronkelijke munteenheid te vermelden, voor zover deze informatie beschikbaar is;
-het eindsaldo van de rekening (BEF of euro) ter informatie eveneens in de andere munteenheid (BEF of euro) te vermelden.
80. Ten laatste op 1.1.2002 zullen alle rekeningen, producten en contracten die voordien in nationale munteenheden uitgedrukt waren, in euro omgezet zijn.
81. De conversie van de betalingsstromen van de ene munteenheid naar de andere, evenals die van tegoeden op de rekeningen, zullen voor de cliënt geen enkele kost met zich meebrengen. De omzetting van een rekening in euro heeft echter een onomkeerbaar karakter.
82. Overschrijvingen die vóór 1.1.2002 in de nationale munteenheid opgemaakt worden, en begin 2002 ingediend worden, zullen door de banken zonder extra kosten uitgevoerd worden.
Overschrijvingen die na 31.12.2001 in de nationale munteenheden opgemaakt worden, zullen niet aanvaard worden.
83. Voor verrichtingen waarvan de betalingstermijn na 31.12.2001 verstrijkt, zullen schuldeisers alleen nog overschrijvingsformulieren in euro meesturen.
2. De grote factureerders
84. De grote factureerders (telefoon, elektriciteit, water, enz.) worden ertoe aangespoord vanaf 1.7.2001:
-het detail van hun facturen in euro uit te drukken;
-het totaalbedrag in euro uit te drukken met een dubbele vermelding in BEF;
-bij hun facturen overschrijvingsformulieren in euro te voegen.
3. De openbare diensten
85. De openbare diensten met inbegrip van de plaatselijke overheden en de sociale sector, zullen enkel nog in euro opgestelde overschrijvingsformulieren uitgeven voor de verrichtingen waarvan de uiterste betalingsdatum na 31.12.2001 valt. De administraties worden tevens aangemoedigd om, geval per geval, ambtshalve te besluiten enkel overschrijvingsformulieren in euro uit te geven in de loop van 2001. Zo zullen de fiscale administraties en de plaatselijke overheden overschrijvingsformulieren in euro uitgeven vanaf 1.7.2001.
4. Stortingen
86. Stortingen van muntstukken en biljetten in BEF door middel van een rood stortingsformulier op rekening van een derde zijn toegestaan tot 31.12.2001, end die door middel van een oranje stortingsformulier, tot 28.2.2002.
Zowel vóór als na 31.12.2001 worden de stortingen door de banken omgezet in de munteenheid van de rekening.
87. Vanaf 2.1.2002 zal uitsluitend het nieuwe oranje overschrijvings-stortingsformulier worden gebruikt voor stortingen in euro.
5. Binnenlandse overschrijvingen
88. Het overschrijvingsformulier dat bij een factuur gevoegd wordt, zal bij voorkeur in dezelfde munteenheid luiden als het detail van de factuur.
89. Cliënten met een BEF-rekening die een overschrijvingsformulier in euro ontvangen, dienen dit bedrag niet zelf om te rekenen om daarna een overschrijvingsformulier in BEF te gebruiken (en vice versa). De omrekening wordt door de financiële instelling gratis verricht en geschiedt op een voor de cliënt transparante wijze. Via het dagafschrift krijgt de cliënt alle nuttige informatie: het oorspronkelijke bedrag en de oorspronkelijke munteenheid van de betaling alsook het bedrag waarvoor werd gedebiteerd in de munt van de rekening.
90. Het oude, rode overschrijvingsformulier zal nog tot 31.12.2001 kunnen worden gebruikt voor overschrijvingen in BEF. Vanaf die datum wordt het afgeschaft.
91. Het nieuwe oranje overschrijvings-stortingsformulier voor overschrijvingen in euro is vanaf 1.1.1999 beschikbaar en in gebruik. De zone voor het invullen van het bedrag zal een komma bevatten. Boven het gedeelte vóór de komma zal "EUR" worden vermeld; boven het gedeelte na de komma zal "CENT" afgedrukt staan.
92. Automatische periodieke overschrijvingen en overschrijvingen met uitgestelde uitvoeringsdatum die in nationale munteenheden luiden, zullen uiterlijk 31.12.2001 door de banken in euro omgezet worden.
6. Debetkaarten
93. De betaalterminals (voor bankkaarten) en de biljettenverdelers zullen worden aangepast om de vermelding van de bedragen in beide munteenheden (hetzij euro, hetzij BEF) op het scherm en op het afgedrukte ticket mogelijk te maken. De betaling zal geschieden in de munteenheid van de kaart (hetzij euro, hetzij BEF). De handelaar zal gecrediteerd worden in de munteenheid van zijn rekening.
94. Bancontact en Mister Cash kaarten kunnen sinds 1.1.1999 transacties in euro uitvoeren.
95. Bij de terminals die aangepast zijn, wordt sinds 1.1.1999 het door de klant te betalen bedrag zowel in BEF als in euro aangegeven. De debitering van de klant en de creditgering van de handelaar geschieden in de munteenheid van hun respectieve rekeningen.
96. Ten minste tot 28.2.2002 geven alle betaalterminals de bedragen in twee munteenheden aan (BEF + euro), zowel op het scherm als op het ticket.
97. Ten minste tot 28.2.2002 zullen de geldautomaten de dubbele aanduiding in BEF en in euro gebruiken.
98. Tot 31.12.2001 zullen alle geldautomaten alleen biljetten in BEF verschaffen. Op die datum worden ze allemaal aangepast voor de euro, zodat vanaf 1.1.2002 alleen nog biljetten in euro zullen worden verschaft.
7. Voorafbetaalde kaarten (type proton)
99. De Protonkaarten zijn één-valutakaarten. De huidige kaarten zijn voorgecodeerd in BEF en omzetbaar in euro. De omzetting zal onomkeerbaar zijn.
100. Vanaf medio november 2000 zal elke financiële instelling op haar geldautomaten een functie kunnen aanbieden waarmee de cliënten hun kaart kunnen omzetten in euro. Die conversie is onomkeerbaar.
101. Medio november 2000 zullen vrijwel alle betaalterminals die de Protonkaart aanvaarden aangepast zijn aan de euro. Ze aanvaarden Protonkaarten ongeacht de munteenheid waarin deze werden opgeladen.
102. Na 31.12.2001 zal het ten minste tot eind 2003 mogelijk blijven de nog in BEF luidende Protonkaarten om te zetten in euro, volgens dezelfde procedure als tijdens de overgangsperiode.
103. Tijdens de overgangsperiode krijgt de cliënt, op de aangepaste terminals, informatie over het bedrag van de transactie in de twee munteenheden. De betaling wordt uitgevoerd in de munt van de kaart. De handelaar wordt gecrediteerd in de munt van zijn rekening.
104. Vanaf 1.1.2002 zullen de betaalterminals nog enkel in euro omgezette Protonkaarten aanvaarden.
8. Kredietkaarten
105. Zowel de cliënt als de handelaar zullen respectievelijk gedebiteerd en gecrediteerd worden in de munt van hun rekening.
106. Met de in België uitgegeven kredietkaarten kunnen sedert 1.1.1999 transacties in euro worden verricht.
107. Tot ten minste 28.2.2002 zullen alle betaalterminals het bedrag in beide munten vermelden (BEF + euro), zowel op het scherm als op het bonnetje. De cliënt zal de afrekening ontvangen in de munteenheid waarin zijn rekening bij de beherende instelling wordt aangehouden, met eventueel een dubbele aanduiding indien de transactie plaatsvond in een andere munteenheid dan die van zijn rekening. Het totale bedrag zal tot 31.12.2001 in euro of BEF worden vermeld. De cliënt wordt gedebiteerd en de handelaar gecrediteerd in de munt van hun respectieve rekening.
9. Cheques
108. De cliënten en de banken kunnen sinds 1.1.1999 cheques in euro uitschrijven en zullen tot 31.12.2001 cheques in nationale munten kunnen uitschrijven.
109. Cheques die vóór 1.1.2002 in BEF worden uitgeschreven, en in 2002 binnen de wettelijke of contractuele termijn worden aangeboden, zullen door de banken zonder extra kosten worden verwerkt.
110. Cheques die na 31.12.2001 worden uitgeschreven in nationale munteenheden, zullen niet meer worden aanvaard.
111. De eurocheques zullen niet aangepast moeten worden (aangezien men de munteenheid erop kan vermelden) zodat ze met ingang van 1.1.1999 zullen kunnen gebruikt worden voor betalingen in euro.
112. Het is zeer aanbevelenswaardig dat de emittent steeds de rubriek munt invult. Bij het ontbreken van enige vermelding van de munteenheid op een in België uitgegeven en betaalbare cheque, wordt voor een cheque uitgegeven tot 31.12.2001 verondersteld dat het bedrag uitgedrukt is in BEF (W 30.10.1998 betreffende de euro, artikel 39).
113. Van een na 31.12.2001 uitgegeven cheque wordt verondersteld dat hij in euro luidt.
114. Met ingang van 1.1.2002 wordt de Eurocheque-garantie van maximaal 7000 BEF of 200 EUR afgeschaft.
10. Circulaire cheques en postassignaties
115. De oude circulaire cheques en postassignaties kunnen tot en met 16.12.2001 in BEF worden uitgegeven.
Vanaf 17.12.2001 zullen ze uitsluitend in euro luiden (verplicht gebruik van euroformulieren).
116. Circulaire cheques en postassignaties die vereffend worden in contant geld, zullen tot en met 31.12.2001 in BEF en vanaf 2.1.2002 in euro worden uitbetaald.
Sedert 1.1.1999 kunnen ze omgezet in euro op een rekening worden gestort.
117. Het maximumbedrag van een circulaire cheque beloopt 2500,00 EUR. Het maximumbedrag van een postassignatie is 9999,99 EUR.
118. Circulaire cheques zijn 3 maanden geldig. De geldigheidsduur en de betalingstermijn van in BEF uitgegeven postassignaties bedraagt een maand voor de banken en 5 jaar voor de postkantoren. De geldigheidsduur en de betalingstermijn van in euro uitgegeven postassignaties beloopt zowel voor de banken als voor de postkantoren 3 maanden.
11. Uitkering van coupons
119. Vanaf 2002 dient elke coupon uitsluitend in euro te worden uitbetaald. Voor de nog in BEF uitgedrukte obligaties en andere schuldinstrumenten wordt aanbevolen de huidige berekeningswijze niet te wijzigen. Om een eindbedrag in euro te verkrijgen wordt eerst het bedrag in BEF vermenigvuldigd met de rentevoet, daarna wordt dat in BEF uitgedrukte bedrag in euro omgezet en tot slot wordt eventueel de voorheffing ervan afgetrokken.
IV. Reglementering
A. Algemeen
120. Ingevolge het principe van de juridische continuïteit dat volgens de Europese verordening nr. 974/98 van toepassing is, moeten de in BEF uitgedrukte bedragen die in de Belgische regelgeving voorkomen, niet door de regelgevende overheid in EUR worden vervangen en gepubliceerd om hun rechtsgeldigheid te behouden. Hij die de regelgeving toepast wordt immers, bij gebrek aan een in euro gepubliceerd bedrag, geacht zelf de omrekening naar euro uit te voeren volgens de normale, mathematische omrekeningsregels vervat in de Europese verordening nr. 1103/97, de wet van 30.10.1998 en de specifieke koninklijke besluiten terzake.
De in de Belgische regelgeving voorkomende bedragen in BEF moeten dus worden gelezen als bedragen in euro waarbij toepassing wordt gemaakt van de omrekeningskoers van 40,3399 (mathematische omrekening: zie nr. 137 hierna).
121. Nochtans werd het noodzakelijk geacht om voor de inwerkingtreding van het definitieve regime van de euro over te gaan tot een herpublicering in het Belgisch Staatsblad van de in de bestaande wetten, decreten, koninklijke besluiten, ordonnanties, besluiten van de regeringen van de Gewesten en de Gemeenschappen, ministeriële besluiten en circulaires voorkomende bedragen, uitgedrukt in euro, voor zover deze omzetting niet volgens de gewone omrekeningsformule gebeurt (zie nrs. 138 e.v. hierna).
Verder werd het ook opportuun geacht om een aantal louter mathematische omzettingen te hernemen omwille van de betere leesbaarheid van de verschillende wetboeken en om een hogere rechtszekerheid voor de geadministreerden te verzekeren (Verslag aan de Koning voorafgaand aan het koninklijk besluit van 13.7.2001 houdende uitvoering van de W 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en die ressorteert onder het Ministerie van Financiën).
122. Met het oog op deze overgang naar de definitieve fase van de euro op 1.1.2002 werden tot op heden volgende wetten en koninklijke besluiten in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd:
-Wet van 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenhedn als bedoeld in art. 78 van de Grondwet (BS 29.7.2000 - V 2841, Bull. 807):
-Wet van 3.7.2000 betreffende de vereiste decimalisering voor de invoering van de euro in de computerprogramma's van de overheid en voor de prijsaanduiding op metrologische toestellen (BS 29.7.2000 - V 2843, Bull. 807);
-Het koninklijk besluit van 20.7.2000 houdende uitvoering van de wet van 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en die ressorteert onder het Ministerie van Financiën (BS 30.8.2000 - V 2853, Bull. 809 + errata, BS 8.3.2001, 2° editie);
-het koninklijk besluit van 20.7.2000 tot invoering van de euro in de koninklijke besluiten die ressorteren onder het Ministerie van Financiën en tot uitvoering van de wet van 30.10.1998 betreffende de euro (BS 30.8.2000 - V 2852, Bull. 809 + errata, BS 8.3.2001, 2° editie);
-Het koninklijk besluit van 13.7.2001 houdende uitvoering van de wet van 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en die ressorteert onder het Ministerie van Financiën (BS 11.8.2001);
-Het koninklijk besluit van 13.7.2001 tot invoering van de euro in de koninklijke besluiten die ressorteren onder het Ministerie van Financiën en tot uitvoering van de wet van 30.10.1998 betreffende de euro (BS 11.8.2001).
123. Het is duidelijk dat ingevolge de invoering van de euro op 1.1.2002 ook bepaalde ministeriële besluiten dienen te worden aangepast. Tot op heden zijn evenwel geen ministeriële besluiten gepubliceerd.
B. Wet van 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (BS 29.7.2000)
124. De W 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (hierna W. 26.6.2000) regelt de aanpassing van de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn in de definitieve periode (vanaf 1.1.2002).
125. Deze wet machtigt de Koning tot 31.12.2001 de wetten die bedragen in Belgische frank vermelden of die verwijzen naar de Belgische frank, aan de euro aan te passen (art. 6).
Daartoe kan Hij, op zijn vroegst met ingang van 1.1.2002,
wetgeving wijzigen door het gebruik van de frank te vervangen door dat van de euro;
binnen strikte grenzen transparantieaanpassingen doorvoeren (zie nr. 140 hierna);
bestaande wettelijke of reglementaire bepalingen die afrondingen opleggen op het dichtstbijzijnd bedrag in frank opheffen;
maatregelen nemen om de logische opeenvolging van twee tarief- of baremaschalen te waarborgen na omrekening van de grenswaarden;
bedragen die in wetten voorkomen wijzigen in euro, teneinde een continuïteit te waarborgen of om een bijzondere nauwkeurigheid mogelijk te maken;
bedragen in BEF die voorkomen in wetten aangenomen ter uitvoering van EU-richtlijnen aanpassen aan de koers van 1 euro voor 1 ecu.
126. Naast de machtiging aan de Koning voorziet art. 5 van de wet met ingang van 1.1.2002 in afrondingsregels in euro (zie nr. 139 hierna).
127. Daarenboven voorziet de wet:
-dat de Koning vóór 31 maart 2002 bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsontwerp indient ter bekrachtiging van de besluiten die op grond van art. 6 van de machtigingswet zijn genomen (artikel 8). De besluiten die voor 31.12.2002 niet worden bekrachtigd hebben geen uitwerking;
-in het systeem van invoering van de euro inzake de geldboeten (artikel 2 tot 4; zie 143 hierna).
C. Koninklijke besluiten tot invoering van de euro
128. De koninklijke besluiten van 20.7.2000 (zie nr. 122 hiervoor) bevatten de omzettingen naar de euro van de meeste bedragen die in de wetten en koninklijke besluiten zijn opgenomen die onder de bevoegdheid van het Ministerie van Financiën ressorteren.
129. Bij het uitvaardigen van de koninklijke besluiten van 20.7.2000, waren een aantal bepalingen evenwel nog voor inhoudelijke wijzigingen vatbaar.
Daarom werd een tweede reeks eurobesluiten gepubliceerd. Het betreft de koninklijke besluiten van 13.7.2001 (zie nr. 122 hiervoor).
130. De koninklijke besluiten van 13.7.2001 hebben dus tot doel de eerste reeks eurobesluiten aan te passen en/of te vervolledigen. Om de leesbaarheid van verschillende wetboeken en de rechtszekerheid te verhogen bevatten de besluiten, enerzijds, ook een aantal louter mathematische omzettingen en anderzijds, de expliciete omzetting van de strafrechtelijke boeten inzake fiscale bepalingen, ook al was die omzetting niet echt noodzakelijk gelet op de artikelen 2 tot 4 van de W. 26.6.2000. (zie nr. 143 hierna)
Wat de materiële presentatie betreft, wijken deze twee koninklijke besluiten van 13.7.2001 af van de voormelde koninklijke besluiten van 20.7.2000 op het vlak van de veralgemeende toepassing van de notatie met twee decimalen. Voortaan worden alle afgeronde veelvouden van de euro zonder decimalen geschreven. Zo moet in art. 304, § 1, 1ste lid, WIB 92, 15 EUR i.p.v. 15,00 EUR worden gelezen.
131. De aanpassingen, naar boven of naar beneden, van de resultaten van de mathematische omzetting gebeuren, behoudens uitzonderingen, in het voordeel van de belastingplichtige volgens het algemeen beginsel dat de overgang naar de euro niet ten nadele mag gebeuren van de belastingplichtige die op normale wijze aan zijn verplichtingen voldoet (Verslag aan de Koning voorafgaand aan het koninklijk besluit van 20.7.2000 houdende uitvoering van de W 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en die ressorteert onder het Ministerie van Financiën).
132. Naast de omzetting in euro passen de koninklijke besluiten ook de verschillende afrondingsregels in de fiscale wetteksten aan.
133. Alhoewel het juridisch niet noodzakelijk was, zijn in de koninklijke besluiten ook mathematisch omgezette bedragen opgenomen, ten einde de rechtszekerheid te bevorderen.
134. Er dient onderlijnd te worden dat de koninklijke besluiten van 20.7.2000 en van 13.7.2001 tot invoering van de euro in de koninklijke besluiten die ressorteren onder het Ministerie van Financiën en tot uitvoering van de W 30.10.1998 betreffende de euro niet genomen werden ter uitvoering van de W 26.6.2000. Niettemin werden over het algemeen dezelfde principes als vervat in de W 26.6.2000 toegepast.
135. De wijzigingen die door de koninklijke besluiten van 20.7.2000 en van 13.7.2001 werden aangebracht aan de wetgeving inzake de inkomstenbelastingen en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, alsook aan de wetgeving inzake BTW, treden in beginsel vanaf 1.1.2002 in werking. Evenwel treden bepaalde in euro uitgedrukte bedragen op het vlak van de inkomstenbelastingen niet in werking vanaf 1.1.2002, maar vanaf het aanslagjaar 2002.
136. Inzake de inkomstenbelastingen en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, komen bepaalde deelgebieden om opportuniteitsredenen nog niet aan bod in de reeds genomen koninklijke besluiten. Het gaat hier onder meer om bedragen en barema's inzake Eurovignet (Euv.) en bedrijfsvoorheffing (BV). Bij gebrek aan een formele deliberatie van de Gewestregeringen, is de omzetting van de verkeersbelasting (VB) nog niet opgenomen.
D. Principe van omrekeningen, afrondingen en omvormingen
137. Overeenkomstig de normale omrekeningsregels vermeld in de verordening (EG) nr. 1103/97 van 17.6.1997 en in de W 30.10.1998 betreffende de euro, wordt de (mathematische) omrekening van een bedrag in BEF in een bedrag in euro verkregen door het bedrag in BEF te delen door 40,3399. Het aldus verkregen resultaat wordt afgerond op de hogere cent (2de decimaal) indien het 3de cijfer na de komma hoger of gelijk is aan 5, of op de lagere cent indien dit getal de 5 niet bereikt.
Voorbeelden
1000 BEF: 40,3399 = 24,7893 EUR, afgerond op 24,79 EUR
2500 BEF: 40,3399 = 61,9733 EUR, afgerond op 61,97 EUR

138. Op grond van het beginsel van de juridische continuïteit begrepen in de verordening (EG) nr. 974/98 van 3.5.1998, moeten de bedragen uitgedrukt in BEF in de Belgische wetgeving, op 1.1.2002 gelezen worden als bedragen in euro waarbij toepassing gemaakt wordt van de omrekeningskoers van 40,3399 (vb. een bedrag van 1000 BEF moet gelezen worden als 24,79 EUR). In theorie bleek bijgevolg een reglementaire ingreep nodig.
Teneinde in ons monetair systeem echter een wezenlijk decimale karakter te bewaren, past de W 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, op de euro afrondingsregels toe en laat zij de Koning toe, het resultaat van de omzetting op 1.1.2002 op ronde bedragen vast te stellen.
139. Art. 5, W. 26.6.2000 vervangt vanaf 01.01.2002 de verplichting om een bedrag af te ronden op het dichtstbijzijnde bedrag in BEF als volgt:
-indien het bedrag in BEF afgerond wordt op 50 centiem of op de frank: afronding op de cent;
-indien het bedrag in BEF afgerond wordt op 5 of 10 frank: afronding op 10 cent;
-indien het bedrag in BEF afgerond wordt op 50 of 100 frank: afronding op de euro;
-indien het bedrag in BEF afgerond wordt op 500 of 1000 frank: afronding op 10 euro;
-indien het bedrag in BEF afgerond wordt op 5000 of 10.000 frank: afronding op 100 euro;
-indien het bedrag in BEF afgerond wordt op 50.000 of 100.000 frank: afronding op 1000 euro;
-indien het bedrag in BEF afgerond wordt op 500.000 of 1.000.000 frank: afronding op 10.000 euro;
-indien het bedrag in BEF afgerond wordt op 5.000.000 of 10.000.000 frank: afronding op 100.000 euro;
-indien het bedrag in BEF afgerond wordt op 50.000.000 of 100.000.000 frank: afronding op 1.000.000 euro;
Voorbeeld
De moratoriuminteresten in art. 418, WIB 92, worden op huidig ogenblik "per kalendermaand berekend op het bedrag van elke betaling, afgerond op het lagere duizendtal". Vanaf 1.1.2002, wordt dit, "per kalendermaand berekend op het bedrag van elke betaling afgerond op het lagere veelvoud van 10 euro" (art. 4, 8°, KB 20.7.2000 houdende uitvoering van de W 26.6.2000).

140. De fiscale wetgeving omvat een groot aantal ronde of transparante bedragen.
Teneinde de transparantie te behouden tijdens de omvorming van transparante bedragen van BEF in euro, heeft de Koning delegatie gekregen bij W 26.6.2000 (art. 6, lid 2, 2° ) om de omgezette bedragen in euro naar omhoog of omlaag aan te passen volgens de volgende regels:
-indien de reglementering een bedrag inhoudt van 10 BEF of een veelvoud ervan: transparantieaanpassing van ten hoogste 5 cent;
-indien de reglementering een bedrag inhoudt van 100 BEF of een veelvoud ervan: transparantieaanpassing van ten hoogste 0,5 euro;
-indien de reglementering een bedrag inhoudt van 1000 BEF of een veelvoud ervan: transparantieaanpassing van ten hoogste 5 euro;
-indien de reglementering een bedrag inhoudt van 10.000 BEF of een veelvoud ervan: transparantieaanpassing van ten hoogste 50 euro;
-indien de reglementering een bedrag inhoudt van 100.000 BEF of een veelvoud ervan: transparantieaanpassing van ten hoogste 500 euro;
-indien de reglementering een bedrag inhoudt van 1.000.000 BEF of een veelvoud ervan: transparantieaanpassing van ten hoogste 5000 euro;
-indien de reglementering een bedrag inhoudt van 10.000.000 BEF of een veelvoud ervan: transparantieaanpassing van ten hoogste 50.000 euro;
-indien de reglementering een bedrag inhoudt van 100.000.000 BEF of een veelvoud ervan: transparantieaanpassing van ten hoogste 500.000 euro;
-indien de reglementering een bedrag inhoudt van 1.000.000.000 BEF of een veelvoud ervan: transparantieaanpassing van ten hoogste 5.000.000 euro;
Voorbeeld
Het belastingvrije gedeelte van de inkomsten wordt voor een alleenstaande belastingplichtige vastgesteld op 165.000 BEF (niet geïndexeerd; art. 131, 1°, WIB 92), zijnde 4090,24 EUR volgens een mathematische omzetting. Aangezien het om een veelvoud gaat van 1000 BEF, wordt dit bedrag omgevormd in 4095 EUR (art. 1, KB 20.7.2000 houdende uitvoering van de W 26.6.2000). De transparantieaanpassing overschrijdt bijgevolg de 5 euro niet.

141. Teneinde de logische opvolging van tarief- of baremaschalen te waarborgen, machtigt de W 26.6.2000 (art. 6, lid 2, 4° ) de Koning eveneens om anomalieën te corrigeren die resulteren uit de omzetting van tarieven, barema's of drempels als gevolg van een mathematische omzetting of van transparantieafrondingen.
Voorbeeld

In de W 30.3.1994 houdende sociale bepalingen (art. 68, § 2, lid 4), wordt het barema van de maandelijkse bedragen van de pensioenen en andere voordelen, voor de berekening van de afhouding, de volgende:
-van 1 tot 40.000 BEF, zijnde 0,02 tot 991,57 EUR volgens een mathematische omzetting;
-van 40.001 tot 40.403 BEF, zijnde 991,60 tot 1001,56 EUR volgens een mathematische omzetting;
-van 40.404 tot 50.000 BEF, zijnde 1001,59 tot 1239,47 EUR volgens een mathematische omzetting;
-enz.
Er is bijgevolg geen logische opvolging tussen de in euro uitgedrukte schalen. De omvorming in euro (art. 3, § 2, KB 20.7.2000 houdende uitvoering van de W 26.6.2000) heeft behoefte aan afwijkende afrondingsregels:
-van 0,01 tot 991,59 EUR;
-van 991,60 tot 1001,58 EUR;
-van 1001,59 tot 1239,49 EUR;
-enz.
142. Voor de omzetting in euro van bedragen in BEF die het resultaat zijn van de omvorming in het Belgische recht van een bedrag dat oorspronkelijk in ecu uitgedrukt werd in een Europese richtlijn, is de Koning gemachtigd (art. 6, lid 2, 6°, W 26.6.2000) om de bedragen in BEF aan te passen aan de koers van één euro voor één ecu ("de terugkeer naar de bron").

Voorbeeld

De grens van de verkoop op afstand inzake BTW werd in de 6de Richtl. nr. 77/388/EEG (art. 28ter) vastgesteld op een bedrag van minstens 35.000 ECU, wat leidde tot de invoering in het Belgische recht van een bedrag van 1.500.000 BEF (art. 15, § 4, lid 2, 1° en 2°, W. BTW), zijnde 37.184,03 EUR volgens een mathematische omzetting. Overeenkomstig het principe van "de terugkeer naar de bron", is dit bedrag op 1.1.2002 omgezet in 35.000 EUR (art. 2, KB 20.7.2000 houdende uitvoering van de W 26.6.2000).
143. In de bepalingen die in de wet van 26 juni 2000 handelen over de transparante omvormingen, wordt niet gepreciseerd of de aanpassingen naar boven, dan wel naar beneden moeten gebeuren. De boeten vormen een uitzondering op dit beginsel vermits voorzien is in een transparante aanpassing naar boven.
De bestaande, transparante, in BEF uitgedrukte bedragen moeten de facto door 40 worden gedeeld om transparante in EUR uitgedrukte bedragen te bekomen (art. 2, 3 en 4, W 26.6.2000). Deze bijzondere reglementering heeft dus tot gevolg dat het niet noodzakelijk is om tot een expliciete omvorming over te gaan van de verschillende in BEF uitgedrukte bedragen (zie echter nr. 130 hiervoor).
De omvorming gebeurt echter op een specifieke wijze, rekening houdende met het volgende onderscheid:
a) boeten waarop geen opdeciemen van toepassing zijn: de huidige bedragen van de boeten worden geacht in euro te zijn uitgedrukt om ze vervolgens door 40 te delen. Zo moet een boete van 1000 BEF worden gelezen als een boete van 1000 : 40 = 25 EUR;
b) boeten waarop de opdeciemen van toepassing zijn (bv. strafrechtelijke geldboeten): het bedrag van de huidige in BEF uitgedrukte boeten wordt vanaf 1.1.2002 geacht rechtstreeks uitgedrukt te zijn in euro, zonder enige omzetting. Zo zal 100 BEF vanaf 1.1.2002 moeten gelezen worden als 100 EUR. Daarentegen wordt de vermenigvuldigingscoëfficiënt afgeleid van de opdeciem door 40 gedeeld, zodat, vanaf 1.1.2002, de bedragen die vroeger met 200 werden vermenigvuldigd, met 5 worden vermenigvuldigd.
Voorbeeld
Een geldboete van 100 BEF in het Strafwetboek
1.na toepassing van de opdeciemen (sinds 1994 zijn dit er 1990, wat neerkomt op X 200) wordt dit 20.000 BEF;
2.vanaf 2002 moet deze boete worden gelezen als 100 EUR;
3.na toepassing van de aangepaste opdeciemen (de huidige factor 200 gedeeld door een afgeronde euro van 40 BEF = X 5) wordt dit 500 EUR.
Opmerking
Deze omzettingsregel voor de strafrechterlijke boeten is niet van toepassing inzake fiscale boeten. Inzake inkomstenbelastingen zijn de strafrechterlijke boeten immers niet onderworpen aan de opdeciemen (art. 457, § 2, WIB 92) (Verslag aan de Koning voorafgaand aan het koninklijk besluit van 13.7.2001 houdende uitvoering van de wet van 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en die ressorteert onder het Ministerie van Financiën).
Bijgevolg wordt een fiscale strafrechterlijke boete omgezet in euro door het bedrag te delen door 40. Zo wordt een fiscale boete van 10.000 BEF omgezet in 250 EUR.
E. Wet van 3.7.2000 betreffende de vereiste decimalisering voor de invoering van de euro in de computerprogramma's van de overheid en voor de prijsaanduiding op metrologische toestellen
144. De W 3.7.2000 (BS 29.7.2000 - V 2843, Bull. 807) betreffende de vereiste decimalisering voor de invoering van de euro in de computerprogramma's van de overheid en voor de prijsaanduiding op de metrologische toestellen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29.7.2000, verleent aan de informaticadiensten van de openbare sector de mogelijkheid om een deel van de aangenomen wijzigingen overeenkomstig de wetten m.b.t. de invoering van de euro in de wetgeving, vervroegd in de programma's aan te brengen.
De W 3.7.2000 stelt de overheidsadministraties dus in staat om hun informatica-aanpassingen progressief om te schakelen.
F. Publicatie van reglementaire bedragen in euro
145. Zoals vermeld onder nr. 120 hiervoor moeten de in BEF uitgedrukte bedragen die in de Belgische regelgeving voorkomen niet door de regelgevende overheid in euro worden gepubliceerd om hun rechtsgeldigheid te behouden. Bij gebrek aan een in euro gepubliceerd bedrag gebeurt de omrekening naar euro volgens de normale, mathematische omrekeningsregels vervat in de Europese verordening nr. 1103/97 en de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro.
Omwille van de duidelijkheid worden nochtans alle bedragen vermeld in de regelgevingen (wetten, koninklijke en ministeriële besluiten, enz.) gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
146. Wat betreft de omzetting naar de euro van de in de circulaires, dienstbrieven en instructies voorkomende bedragen die niet in de regelgeving zijn opgenomen, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen recurrente en niet-recurrente bedragen.
147. Recurrente bedragen (bedragen die periodiek weerkerend worden gepubliceerd: bv. bedragen in forfaitaire barema's van aanslag en bedragen in de toelichting van de aangifte, ) zullen thans niet speciaal worden omgezet in euro. De omzetting van die bedragen zal aan bod komen op het geëigende ogenblik waarop ze opnieuw worden gepubliceerd (bv. bij het eerstvolgende nieuwe barema).
148. De niet-recurrente bedragen zullen het voorwerp uitmaken van een algemene omzettingscirculaire die later zal worden gepubliceerd.
149. De aandacht wordt er nogmaals op gevestigd dat bedragen die niet uitdrukkelijk naar de euro zullen zijn omgezet in een circulaire, instructie, dienstbrief of in een reglementering of regelgeving, hun rechtskracht blijven behouden bij de definitieve overgang naar de euro maar worden geacht mathematisch te zijn omgezet in euro vanaf 1.1.2002.
V. Vestiging van de belastingen
A. Algemeen
150. M.b.t. de inkomstenbelastingen, de voorheffingen en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, hebben de belastingplichtigen de mogelijkheid tot het overleggen van hun aangifte in BEF of in euro, voor zover het gaat om aangiften betreffende een belastbaar tijdperk eindigend in de loop van de overgangsperiode (of, wat de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen betreft, om aangiften met betrekking tot de belastbare verrichtingen die plaatsvinden in de loop van de overgangsperiode).
151. De administratie heeft daartoe de betrokken aangiften aangepast zodat deze naar keuze van de belastingplichtige in BEF of in euro kunnen worden ingevuld, m.a.w. er zijn dus in principe geen afzonderlijke BEF-, resp. euro-aangiften naargelang de munteenheid waarin de belastingplichtige wenst te communiceren (principe van het "eenheidsformulier").
152. Om redenen van samenhang is evenwel vereist dat, eenmaal de belastingplichtige door het indienen van eenaangifte zal hebben gekozen om met de administratie in euro te communiceren, deze keuze onherroepelijk zal zijn t.a.v. die aangifte, alsmede t.a.v. alle daaropvolgende aangiften. Het onherroepelijk en onomkeerbaar karakter van de keuze i.v. m. het gebruik van de euro zal evenwel afzonderlijk gelden voor de inkomstenbelastingen, voor elke categorie van voorheffingen en voor elke categorie van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen. Een onomkeerbare keuze zal overigens eveneens gelden op boekhoudkundig vlak m.b.t. de voorstelling van de jaarrekening.
153. Op de aangifteformulieren is een afzonderlijk vak voorzien om de muntkeuze aan te duiden. Overigens is in de aangifte en/of de toelichting:
-uitleg verschaft over de keuzemogelijkheid tot het invullen in BEF of in euro, hoe van deze mogelijkheid gebruik zal kunnen worden gemaakt, alsmede het feit dat de keuze onherroepelijk zal zijn;
-elk in BEF uitgedrukt bedrag (aftrek, vrijstelling, vermindering, vermeerdering, enz.) eveneens in euro vermeld;
-de conversie- en afrondingsformule of -tabel ten behoeve van de belastingplichtige opgenomen.
B. Natuurlijke personen (PB - BNI/nat.pers.)
154. Hoewel de belastingplichtigen hun aangifte in de PB en BNI/nat.pers. van aanslagjaar 2002 (inkomsten van het jaar 2001) pas na de definitieve invoering van de euro (op 1.1.2002) zullen moeten indienen, zullen zij voor dat aanslagjaar nog een laatste maal de keuze hebben om hun aangifte in BEF of in euro in te vullen (Behalve indien zij hun aangifte van het aanslagjaar 2001 reeds in euro hebben ingevuld; in dat geval moeten zij hun aangifte van het aanslagjaar 2002 eveneens in euro invullen (cf. art. 9, tweede lid, W 30.10.1998 betreffende de euro - V 2613, Bull. 788). . Die keuzemogelijkheid geldt immers voor de aangiften betreffende elk belastbaar tijdperk dat in de loop van de overgangsperiode eindigt (cf. art. 9, vierde lid, W 30.10.1998 betreffende de euro V 2613, Bull. 788).
155. Om dezelfde reden zullen de individuele fiches 281 met betrekking tot de inkomsten betaald of toegekend tijdens het jaar 2001 nog 2 kolommen bevatten. De linkerkolom zal bestemd zijn voor bedragen uitgedrukt in euro en de rechterkolom voor bedragen in BEF.
156. Aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten is aanbevolen de op de fiscale fiches te vermelden bedragen, noodzakelijk voor het invullen van de aangifte in de personenbelasting of in de belasting van niet-inwoners, in beide munten in te vullen. Wanneer de bedragen echter niet in de twee munteenheden zouden kunnen worden ingevuld, is alleszins aanbevolen om de bedragen tenminste steeds in euro op de individuele fiches te vermelden.
157. Ook de bedragen die in 2001 in het kader van het pensioensparen zijn gestort, zullen door de financiële instelling of de verzekeringsonderneming nog in de twee munteenheden (BEF en euro) op de fiscale attesten 281.60 worden vermeld.
158. De fiscale attesten die banken en verzekeringsondernemingen zullen uitreiken met betrekking tot in 2001 gedane betalingen voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen, interesten en premies van individuele levensverzekeringen zullen in de regel eveneens nog in beide munteenheden (BEF en euro) worden opgesteld.
159. Vanaf het aanslagjaar 2003 (inkomsten van het jaar 2002) mag de aangifte in de PB en BNI/nat.pers. alleen nog in euro worden ingevuld.
Bijgevolg zullen de individuele fiches betreffende de inkomsten betaald of toegekend tijdens het jaar 2002 nog slechts 1 kolom bevatten, uitgedrukt in euro. Alle inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2002 zullen uitsluitend in euro op de fiscale documenten moeten worden vermeld.
Bijzonder geval - Terugvorderingen
Openbare sector
160. Wanneer in de openbare sector de uitbetalingsinstelling de onrechtmatige betaling van een bezoldiging vaststelt tijdens het jaar van de toekenning ervan of vóór het verstrijken van de termijn voor het indienen van de individuele fiches 281 moet de desbetreffende fiche ingevuld worden rekening houdend met het verschil tussen het totale bedrag van de bezoldigingen betaald tijdens het betrokken jaar en het bedrag van de onrechtmatig betaalde bezoldiging.
161. Wanneer in de openbare sector de uitbetalingsinstelling de onrechtmatige betaling van een bezoldiging vaststelt tijdens een vorig jaar of na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de individuele fiches 281, dient de instelling een attest 281.25 op te maken voor het bruto bedrag van de onrechtmatig betaalde bezoldiging. Het attest waarvan sprake moet het jaar van de onrechtmatige betaling of toekenning van de sommen vermelden. Voormelde attesten nr. 281.25 zullen altijd moeten worden ingevuld rekening houdend met de regels van toepassing voor het jaar van de onrechtmatige betaling of toekenning. De bedragen vermeld op de attesten 281.25 worden in mindering gebracht van de inkomsten van het jaar waarin de bezoldigingen onrechtmatig werden betaald.
Voorbeelden
-Bezoldigingen onrechtmatig betaald in 1998. Vaststelling door de werkgever tijdens het jaar 2002.
Attest nr. 281.25 verplicht in te vullen in BEF.
-Bezoldigingen onrechtmatig betaald in 1999 of 2000. Vaststelling door de werkgever tijdens het jaar 2002.
Attest nr. 281.25 in te vullen in beide munteenheden. Wanneer de bedragen echter niet in de twee munteenheden zouden kunnen worden ingevuld is aan de werkgever alleszins aanbevolen om de bedragen tenminste steeds in Belgische frank te vermelden.
-Bezoldigingen onrechtmatig betaald in 2001. Vaststelling door de werkgever tijdens het jaar 2002 na verloop van de termijn voor het indienen van de fiscale fiches.
Attest nr. 281.25 in te vullen in beide munteenheden. Wanneer de bedragen echter niet in de twee munteenheden zouden kunnen worden ingevuld, is aan de werkgever alleszins aanbevolen om de bedragen tenminste steeds in euro te vermelden.
-Bezoldigingen onrechtmatig betaald in 2002. Vaststelling door de werkgever tijdens het jaar 2003 na verloop van de termijn voor het indienen van de fiscale fiches.
Attest nr. 281.25 uitsluitend in euro in te vullen.
Private sector
162. De onrechtmatig betaalde bezoldigingen, vervangingsinkomsten of pensioenen worden in de private sector steeds in mindering gebracht van de inkomsten van het jaar tijdens het welk de onrechtmatige bedragen geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
163. De individuele fiches 281 zullen bijgevolg moeten worden opgesteld volgens de regels van toepassing voor het jaar van de terugvordering van de onrechtmatig betaalde inkomsten. Voor terugvorderingen doorgevoerd in 2001 zullen de individuele fiches 281 indien mogelijk in beide munteenheden moeten ingevuld worden of bij gebrek daaraan steeds bij voorkeur in euro. De individuele fiches 281 betreffende terugvorderingen doorgevoerd in 2002 zullen uitsluitend in euro moeten ingevuld worden.
164. In de toepassing BELCOTAX kunnen de werkgevers voor de aanslagjaar 2000 (inkomstenjaar 1999) tot 2002 (inkomstenjaar 2001) kiezen voor euro of BEF voor het indienen van hun bestanden. Vanaf aanslagjaar 2003 (inkomstenjaar 2002) zijn de werkgevers er toe gehouden hun bestanden in euro mee te delen.
165. De bedragen die in 2002 in het kader van het pensioensparen zijn gestort, zullen door de financiële instelling of de verzekeringsonderneming op de fiscale attesten 281.60 uitsluitend in euro worden vermeld. De fiscale attesten van banken en verzekeringsondernemingen met betrekking tot in 2002 betaalde kapitaalaflossingen, interesten en levensverzekeringspremies zullen in principe eveneens uitsluitend in euro worden opgesteld.
166. Op de aanslagbiljetten tot en met aanslagjaar 2000 zal de berekening van de belasting worden weergegeven in BEF. De bedragen opgenomen in het kohier worden in euro vermeld vanaf 1.1.2002. Voor de aangiften in euro zullen de basisgegevens van de aanslag ook in euro worden vermeld op het aanslagbiljet (om de belastingplichtige toe te laten deze bedragen gemakkelijk te vergelijken met de bedragen van de aangifte). Het betalingsformulier zal in euro zijn wanneer de betalingsdatum na 31.12.2001 valt (eventueel zelfs eerder).
167. Voor de aanslagjaren 2001 en 2002 zullen de aanslagbiljetten de berekening weergeven in euro. De bedragen opgenomen in het kohier zullen in BEF worden vermeld tot 31.12.2001. Voor de aangifte in BEF zullen de basisgegevens van de aanslag ook in BEF worden vermeld op het aanslagbiljet (om de belastingplichtige toe te laten deze bedragen gemakkelijk te vergelijken met de bedragen van de aangifte). Het betalingsformulier zal in euro zijn.
168. Vanaf aanslagjaar 2003 wordt er enkel nog in euro gewerkt.
169. De invoer van de in te kohieren gegevens zal in de munt van de aangifte gebeuren en die gegevens zullen ook in deze munt worden bewaard met het oog op een latere raadpleging of wijziging (BEF of euro tot en met aanslagjaar 2002; euro vanaf aanslagjaar 2003).
170. Om een berekening van een aanslag te krijgen via het scherm, zullen de bedragen in euro of in BEF mogen worden ingevoerd tot aanslagjaar 2002. De berekening zal intern gebeuren in BEF tot het aanslagjaar 2000, in euro vanaf het aanslagjaar 2001 doch het resultaat zal consulteerbaar zijn in euro of in BEF.
C. Rechtspersonen (Ven.B - BNI/ven. - RPB
171. De jaarrekening, waarvan de overlegging in het aangifteformulier wordt gevraagd, vormt luidens art. 307, § 3, WIB 92 een integrerend deel van die aangifte. Zulks is uiteraard het geval voor aangifte in de Ven.B, maar kan ook het geval zijn voor aangifte in de BNI/ven. Welnu, in die gevallen zal een jaarrekening opgesteld in euro, verplichtend een aangifte in euro impliceren (art. 9, 3e lid, W 30.10.1998 betreffende de euro - Bull. 788).
172. Een jaarrekening moet overeenkomstig art. 104, KB 30.1.2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen (BS 6.2.2001) verplicht in euro worden uitgedrukt wanneer zij vanaf 1.1.2002 (en niet vanaf 31.12.2001) wordt afgesloten. De laatste jaarrekeningen die derhalve in BEF zullen mogen opgesteld worden, zijn deze die op 31.12.2001 worden afgesloten, zelfs indien hun goedkeuring en hun openbaarmaking na die datum plaatsvinden (zie circ. 8.10.1997, Ci.RH.421/494.543, nr. 10 Bull. 776). Voor het aanslagjaar 2002 impliceert dit dat, zowel inzake de Ven.B als inzake de BNI/Ven., enkel nog de belastingplichtigen waarvan de jaarrekening is opgesteld in BEF en wordt afgesloten op 31.12.2001, hun aangifte in BEF zullen invullen. Vanaf het aanslagjaar 2003 moeten alle aangiften verplichtend in euro worden ingevuld (dus zonder keuzemogelijkheid BEF/EUR).
173. Inzake RPB (en BNI verenigingen, enz.) valt het belastbare tijdperk samen met het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. De rechtspersonen onderworpen aan deze belasting zijn bijgevolg slechts vanaf het aanslagjaar 2003 verplicht hun aangifte in euro in te dienen (dus zonder keuzemogelijkheid BEF/EUR). Wanneer het rechtspersonen betreft die zich bezighouden met een exploitatie en waarvan de jaarrekening in het aangifteformulier wordt gevraagd (m.a.w. in de regel de in art. 180, WIB 92, bedoelde rechtspersonen), zal de aangifte, net zoals voor vennootschappen, verplichtend in euro moeten worden ingediend indien de jaarrekening in euro is opgesteld.
174. Op de aanslagbiljetten tot en met aanslagjaar 2000 zal de berekening van de belasting worden weergegeven in BEF. De bedragen opgenomen in het kohier worden daarenboven ook in euro vermeld vanaf 1.1.2002. Daarenboven zullen de bedragen die effectief gebruikt werden voor de berekening van de belasting in de munt van de oorspronkelijke aangifte worden vermeld op het aanslagbiljet (om de belastingplichtige toe te laten deze bedragen gemakkelijk te vergelijken met de bedragen van de aangifte). Het betalingsformulier zal in euro zijn wanneer de betalingsdatum na 31.12.2001 valt (eventueel zelfs eerder).
175. Voor de aanslagjaren 2001 en 2002 (balansdata voor 1.1.2002) zullen de aanslagbiljetten de berekening weergeven in euro. De bedragen opgenomen in het kohier zullen ook in BEF worden vermeld tot 31.12.2001. De bedragen die effectief gebruikt werden voor de berekening van de belasting worden, in de munt van de oorspronkelijke aangifte, vermeld op het aanslagbiljet (om belastingplichtige toe te laten deze bedragen gemakkelijk te vergelijken met de bedragen van de aangifte). Het betalingsformulier zal in euro zijn.
176. Vanaf aanslagjaar 2002 (balansdata vanaf 1.1.2002) wordt er enkel nog in euro gewerkt.
177. De invoer van de in te kohieren gegevens zal in de munt van de aangifte gebeuren en die gegevens zullen ook in deze munt worden bewaard met het oog op een latere raadpleging of wijziging (BEF of euro tot en met aanslagjaar 2002; euro vanaf aanslagjaar 2003).
178. Om een berekening van een aanslag te krijgen via het scherm, zullen de bedragen in euro of in BEF mogen worden ingevoerd tot aanslagjaar 2002. De berekening zal intern gebeuren in BEF tot het aanslagjaar 2000, in euro vanaf het aanslagjaar 2001 doch het resultaat zal consulteerbaar zijn in euro of in BEF.
D. Voorheffingen en voorafbetalingen
1. Roerende voorheffing
179. Voor inkomsten die vanaf 1.1.2002 worden toegekend of betaalbaargesteld (aanslagjaar 2002 e.v.) zal de aangifte enkel nog in euro mogelijk zijn.
2. Bedrijfsvoorheffing
180. De bedrijfsvoorheffing vastgesteld op de tijdens het jaar 2001 betaalde of toegekende inkomsten wordt, overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 december 2000 (BS 29 december 2001, 2de uitgave) enkel uitgedrukt in BEF.
181. De berekening van de bedrijfsvoorheffing in euro zal, in principe, pas doorgevoerd worden op de inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2002.
182. De geautomatiseerde omzetting van BEF naar euro van bedragen zal plaatsvinden per 31.12.2001. De conversie gebeurt meestal gewoon rekenkundig, evenwel met behoud van bestaande gelijkheden tussen aangiften en betalingen.
183. Vanaf 1.10.2001 wordt een aangifteformulier in gebruik genomen waarop de muntkeuze BEF of euro mogelijk blijft maar waaraan een eurobetaalformulier is gehecht. Aan de gebruikers van dit aangifteformulier wordt van ambtswege een voorraad toegestuurd.
184. Aangifte in BEF kan nog voor periodes tot december 2001 of het vierde kwartaal 2001, maar de werkgever moet zelf het verschuldigde bedrag omzetten naar euro om het te vermelden op het eurobetaalluik.
185. Aangiften die betrekking hebben op belastbare inkomsten van januari 2002 of het eerste kwartaal 2002 kunnen alleen nog in euro ingevuld worden. In de loop van 2002 zal trouwens een aangifteformulier in gebruik worden genomen dat alleen nog in aangiften in euro voorziet (weglaten van de muntkeuze).
186. Voor aangiften in euro blijven de huidige conventies inzake verwijzing van betaling naar de periode van betaling of toekenning der inkomsten onveranderd van toepassing.
187. De aanmaningen zijn vanaf 1.10.2001 voorzien van een oranje eurobetaalformulier. De aanmaning zelf zal opgesteld blijven in BEF tot en met de laatste zending in november 2001.
188. De aanslagbiljetten BV zijn eveneens vanaf 1.10.2001 voorzien van een oranje eurobetaalformulier. De laatste inkohiering in BEF zal gebeuren op 12.12.2001 voor de periodes 200108 en 200107. Zodoende bevindt bij de conversie op 31.12.2001 geen enkele inkomstenperiode zich in de tussenfase van aanmaningen en inkohieringen.
3. Voorafbetalingen
189. Voor de laatste vervaldag van 2001 (20 december), zullen alle belastingplichtigen ingeschreven in het bestand van de Dienst der voorafbetalingen een uitnodiging tot voorafbetaling ontvangen, met een aangehecht betalingsformulier in euro.
Indien de belastingplichtige van een andere betalingswijze gebruik wenst te maken, is hij verplicht hierbij de inhoud van de zone MEDEDELING van het eurodocument te vermelden.
190. Op de ontvangstbewijzen (ook rekeninguittreksels genoemd) van de voorafbetalingen verricht in 2001, die in het begin van het jaar 2002 zullen verzonden worden, zal elke betaling in euro worden vermeld terwijl het totaal van de betalingen in de twee munteenheden zal worden uitgedrukt. Het totaal bedrag in BEF wordt verkregen door het totaal bedrag in euro te converteren. Het is trouwens één van deze beide totalen dat op de aangifte in de personenbelasting, in de vennootschapsbelasting, enz. dient te worden vermeld.
191. Elk licht verschil tussen het totaal bedrag in BEF afgedrukt op het rekeninguittreksel en het totaal bedrag van de betalingen die de belastingplichtige werkelijk verrichtte in BEF, is te wijten aan de toepassing van de afrondingsregels na conversie van elke betaling, zoals voorzien door de Wet van 30 oktober 1998.
De volgende voorbeelden verduidelijken dit laatste item:
Voorbeeld 1
Verrichte betalingen Geconverteerde betalingen
REKENINGUITTREKSEL
Afgeronde betalingen
Eerste trimester 10.000 BEF 247,8935 EUR 247,89 EUR
Tweede trimester 10.000 BEF 247,8935 EUR 247,89 EUR
Derde trimester 10.000 BEF 247,8935 EUR 247,89 EUR
Vierde trimester 10.000 BEF 247,8935 EUR 247,89 EUR
Totaal 40.000 BEF
991,56 EUR
(39.999 BEF)
De belastingplichtige zal in zijn aangifte één van de totalen afgedrukt op het rekeninguittreksel vermelden, in casus ofwel 991,56 EUR ofwel 39.999 BEF.
Voorbeeld 2
Verrichte betalingen Geconverteerde betalingen
REKENINGUITTREKSEL
Afgeronde betalingen
Eerste trimester 13.500 BEF 334,6562 EUR 334,66 EUR
Tweede trimester 13.500 BEF 334,6562 EUR334,66 EUR
Derde trimester 13.500 BEF 334,6562 EUR334,66 EUR
Vierde trimester 13.500 BEF 334,6562 EUR334,66 EUR
Totaal 54.000 BEF
1338,64 EUR
(54.001 BEF)
De belastingplichtige zal in zijn aangifte één van de totalen afgedrukt op het rekeninguittreksel vermelden, in casus ofwel 1338,64 EUR ofwel 54.001 BEF.
4. Onroerende voorheffing (Wallonië en Brussel)
192. De inkohieringsprocedure voor het aanslagjaar 2001 zal volledig in BEF verlopen. Evenwel worden, met ingang van 1.7.2001, de aanslagbiljetten voor dit aanslagjaar vergezeld van oranje betalingsformulieren uitgedrukt in euro.
193. Voor het aanslagjaar 2002 zal het repertorium van de belastingplichtigen integraal worden omgezet in euro op basis van de op de euro afgeronde kadastrale inkomens (KI), die door de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen zullen worden bezorgd.
194. Daarentegen zal de inkohieringsprocedure voor het aanslagjaar 2002 in euro verlopen. Het aanslagbiljet krijgt een nieuwe voorstelling en zal volledig in euro worden afgedrukt.
E. Met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
1. Verkeersbelasting op de autovoertuigen
195. Vanaf 1 oktober 2001 wordt de uitnodiging tot betaling van deze jaarlijks te betalen belasting die wordt toegezonden door de Dienst Belastingen Auto's te Brussel uitgedrukt in euro.
196. De automatische toezending van deze uitnodiging is voorzien voor de overgrote meerderheid van de voertuigen bestemd voor het vervoer van personen (personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, enz.) en kleine voertuigen bestemd voor het vervoer van goederen (lichte vrachtauto's, kleine aanhangwagens en opleggers, ...).
197. Voor de bedrijfsvoertuigen (vrachtauto's, autobussen en autocars, tractors, enz. ...) waarvoor nog een aangifte dient gedaan te worden op het plaatselijk ontvangkantoor van de directe belastingen, zal de ambtenaar het te betalen bedrag hetzij in BEF, hetzij in euro mededelen.
198. Het invullen van het daartoe voorziene aangifteformulier 651 zal voor de aangever geen problemen stellen aangezien het geen vakken bevat die door de aangever met bedragen moeten worden ingevuld.
199. Het fiscaal kenteken zal het verschuldigde bedrag in euro vermelden.
2. Eurovignet
200. Het eurovignet laat nu reeds het gebruik toe van Europese munten en van de ECU. De euro zal de ECU vervangen in de verhouding van één tegen één.
3. Belasting op de automatische ontspanningstoestellen
201. Op het drukwerk waarmee de fiscale kentekens worden besteld en waarmee de gegevens worden verstrekt voor de berekening van de belasting, moeten geen bedragen worden ingevuld.
4. Belasting op de spelen en de weddenschappen
202. Vanaf 1.1.2002 zullen voor deze belasting nog enkel aangifteformulieren in euro worden aanvaard.
F. Aanslagprocedure inzake inkomstenbelastingen
203. Alle bedragen in een aangifte in de inkomstenbelastingen betreffende een belastbaar tijdperk dat eindigt in de loop van het kalenderjaar 2002 of volgende, moeten worden uitgedrukt in euro. Dit is eveneens het geval indien de aangifte een belastbaar tijdperk betreft dat vroeger afsluit en de belastingplichtige reeds tijdens de overgangsperiode heeft gekozen voor het invullen van de aangifte in euro (onherroepelijk en onomkeerbaar karakter van de keuze i.v.m. het gebruik van de euro - zie circ. 17.4.1998, CiD.28/507.876, nr. 25).
204. Dientengevolge dienen de bescheiden, opgaven en inlichtingen waarvan de overlegging in het aangifteformulier wordt gevraagd (art. 307, § 3, WIB 92) in dezelfde munt te worden opgesteld. Omgekeerd impliceert dit dat de aangiften in dezelfde munt moeten worden opgesteld als deze van de bescheiden en opgaven (bijv. jaarrekening in euro, aangifte verplichtend in euro).
205. De belastingplichtige dient voor voornoemde aangiften, indien hij nog documenten met bedragen in BEF zou ontvangen met betrekking tot gegevens die op het aangifteformulier moeten worden vermeld, in voorkomend geval zelf de omrekening te maken vooraleer de bedragen in te schrijven.
206. Een aangifte die in de verkeerde munt is ingevuld, vertoont een vormgebrek en moet worden beschouwd als een niet-aangifte. Een aanslag van ambtswege kan evenwel slechts worden gevestigd indien de belastingplichtige heeft nagelaten binnen de nieuw verleende termijn de vormgebreken te verhelpen in de hem door de aanslagdienst met een bericht 332C teruggezonden aangifte. Het is dus van belang om bij de ontvangst van de aangifteformulieren hierop nauwlettend toe te zien.
207. Alle briefwisseling met de belastingplichtige inzake rechtzettingen, betwistingen of andere inlichtingen over de door de belastingplichtige in euro medegedeelde gegevens, zullen eveneens in euro worden medegedeeld aan deze belastingplichtige, op mondelinge of schriftelijke wijze (vraag om inlichtingen, bericht van wijziging van aangifte, kennisgeving van aanslag van ambtswege, antwoord op een niet-akkoord, enz.).
208. Indien de feiten of verrichtingen waarop de communicatie slaat dateren van voor 1.1.2002 en uitgedrukt zijn in BEF, zullen de mededelingen van de administratie ook nog worden uitgedrukt in BEF. Het eindbedrag van de verschuldigde belasting wordt echter steeds in euro uitgedrukt. Indien de belastingplichtige echter in de loop van de taxatieprocedure uitdrukkelijk het gebruik van de euro vraagt zal de aanslagprocedure verder worden afgehandeld in euro. De keuze van de belastingplichtige is alsdan onherroepelijk.
G. Aanslagprocedure inzake de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
209. De regels vermeld onder de nrs. 203 tot 208 hiervoor zijn mutatis mutandis van toepassing voor wat betreft de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
H. BTW
1. De declaratieve verplichtingen
210. Artikel 109 van het BTW-Wetboek dat voorziet in de mogelijkheid dat de personen die gehouden zijn tot het indienen van aangiften en/of tot het mededelen van gegevens krachtens dat Wetboek of ter uitvoering ervan, kunnen opteren voor het gebruik van de euro voor de handelingen waarvoor de belasting verschuldigd werd na 31 december 1998, wordt opgeheven bij toepassing van artikel 6, § 7, van het koninklijk besluit van 20.7.2000 houdende uitvoering van de wet van 26.6.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en die ressorteert onder het Ministerie van Financiën (BS van 30.8.2000), dat in werking treedt op 1 januari 2002.
211. De opheffing van de mogelijkheid om te opteren voor het gebruik van de euro vloeit logischerwijze voort uit het feit dat vanaf 1 januari 2002 alle verplichtingen met betrekking tot de aangifte en/of de mededeling van gegevens die zijn opgelegd door het BTW-Wetboek of in uitvoering daarvan, verplicht in euro moeten worden nageleefd voor de handelingen warvoor de belasting wordt verschuldigd na 31.12.2001.
Munteenheid van de aan de Administratie te verstrekken stukken/gegevens
a) De periodieke BTW-aangifte
212. De laatste periodieke BTW-aangifte die in BEF mag worden opgemaakt is deze met betrekking tot de handelingen van het 4de kwartaal 2001, in te dienen uiterlijk op 20.1.2002 door de belastingplichtigen die kwartaalaangiften indienen, en deze met betrekking tot de handelingen van de maand december 2001, in te dienen uiterlijk op 20.1.2002 door de belastingplichtigen die maandaangiften indienen.
Bijgevolg is de eerste periodieke BTW-aangifte die verplicht in euro moet worden uitgedrukt, voor de belastingplichtigen die kwartaalaangiften indienen, deze met betrekking tot de handelingen van het eerste kwartaal 2002, in te dienen uiterlijk op 20.4.2002, en voor de belastingplichtigen die maandaangiften indienen, deze met betrekking tot de handelingen van de maand januari 2002, in te dienen uiterlijk op 20.2.2002.
b) De bijzondere BTW-aangifte
213. De laatste bijzondere BTW-aangifte die in BEF mag worden opgemaakt is deze met betrekking tot de handelingen van het 4de kwartaal 2001, in te dienen uiterlijk op 20.1.2002.
Bijgevolg is de eerste bijzondere BTW-aangifte die verplicht in euro moet worden uitgedrukt, deze met betrekking tot de handelingen van het eerste kwartaal 2002, in te dienen uiterlijk op 20.4.2002.
c) De jaarlijkse opgave van belastingplichtige afnemers
214. De laatste jaarlijkse opgave van belastingplichtige afnemers die in BEF mag worden opgemaakt is deze met betrekking tot het jaar 2001, in te dienen uiterlijk op 31.3.2002.
Bijgevolg is de eerste jaarlijkse opgave van belastingplichtige afnemers die verplicht in euro moet worden uitgedrukt, deze met betrekking tot de handelingen van het jaar 2002, in te dienen uiterlijk op 31.3.2003.
d) De opgave van de intracommunautaire handelingen
215. De laatste opgave van de intracommunautaire handelingen die in BEF mag worden opgemaakt is deze met betrekking tot het 4de kwartaal 2001, in te dienen uiterlijk op 20.1.2002.
Bijgevolg is de eerste opgave van de intracommunautaire handelingen die verplicht in euro moet worden uitgedrukt, deze met betrekking tot de handelingen van het eerste kwartaal 2002, in te dienen uiterlijk op 20.4.2002.
e) Door de belastingplichtige spontaan of op vraag van de Administratie medegedeelde gegevens
216. Alle bedragen die worden vermeld in de vanaf 1 januari 2002 aan de Administratie verstrekte gegevens moeten verplicht in euro worden uitgedrukt.
Niet-naleving van de te gebruiken munteenheid
217. Bij het niet naleven van de in de nrs. 210 tot 216 hiervoor beschreven modaliteiten, worden de aan de Administratie overgemaakte stukken en/of gegevens geacht niet op een geldige wijze te zijn ingediend of medegedeeld.
Te gebruiken munteenheid ingeval van verbetering van de aan de Administratie overgemaakte stukken
218. De te gebruiken munteenheid bij de verbetering van de voorheen aan de Administratie overgemaakte stukken is afhankelijk van de datum van de verbetering. Als de verbetering wordt verricht vanaf 1 januari 2002, dient verplicht te worden gebruik gemaakt van de euro, ongeacht of het document waarop de verbetering betrekking heeft, werd opgemaakt in BEF of in euro.
2. De facturering
219. Artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde dat handelt over de verplichte vermeldingen op de in artikel 1 van dat besluit beoogde factuur en op de in artikel 2 van dat besluit beoogde stukken, wordt als volgt gewijzigd bij artikel 6, § 15, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 houdende invoering van de euro in de koninklijke besluiten die ressorteren onder het Ministerie van Financiën en tot uitvoering van de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro (BS van 30.8.2000):
-8° wordt vervangen door de volgende bepaling:
"8° per tarief, de vermelding van de maatstaf van heffing, uitgedrukt in euro, en de elementen waaruit hij is samengesteld.";
-9° wordt vervangen door de volgende bepaling:
"9° de vermelding van de tarieven van de verschuldigde belasting, het bedrag van de verschuldigde belasting per tarief en het totaal bedrag van de verschuldigde belasting, uitgedrukt in euro, ofwel, wanneer de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, 1° en 2°, van het Wetboek verschuldigd is door de medecontractant, de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, artikel 51, 2" in plaats van de vermelding van de tarieven en van de bedragen van de verschuldigde belasting.";
-9°bis wordt opgeheven.
220. Deze nieuwe bepalingen treden in werking op 1 januari 2002 en betreffen de facturen en stukken uitgereikt na 31 december 2001;
221. Uit artikel 5, § 1, 8° en 9° (nieuw) van het hogervermeld koninklijk besluit nr. 1, moeten op alle facturen uitgereikt vanaf 1 januari 2002 minstens de volgende bedragen verplicht in euro worden vermeld:
-per BTW-tarief, de maatstaf van de heffing;
-per BTW-tarief, het bedrag van de verschuldigde belasting;
-wanneer de gefactureerde handelingen aan verschillende BTW-tarieven onderworpen zijn, het totaalbedrag van de verschuldigde belasting.
222. Voor wat betreft de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld, volgt uit artikel 5, § 1, 8° (nieuw), van het hogervermeld koninklijk besluit nr. 1, dat deze elementen niet verplicht in euro moeten worden vermeld op de vanaf 1 januari 2002 uitgereikte facturen.
Vroeger, dit is sedert 1 januari 1999, dienden op de factuur de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld verplicht te worden uitgedrukt in dezelfde munteenheid als de maatstaf van heffing, hetzij in BEF, hetzij in euro. Deze bepaling werd ingevoerd om, per factuurlijn, elke mogelijke verwarring te vermijden in gevolge de coëxistentie van de voormelde beide munteenheden.
Daar dit risico vanaf 1 januari 2002 niet meer bestaat, mogen de elementen van de maatstaf van heffing, naar keuze, hetzij in euro worden uitgedrukt, hetzij in een andere munteenheid dan de euro, met name, in de munteenheid van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen (Zweden, Denemarken, Verenigd Koninkrijk) of in de munteenheid van een derde land. Er wordt opgemerkt dat in deze laatste gevallen de maatstaf van heffing in euro wordt vastgesteld door de omrekening in euro van het totaalbedrag, per BTW-tarief, van de maatstaf van heffing, uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro. Deze regel is zowel van toepassing wanneer de handeling van de belasting is vrijgesteld als wanneer deze niet van de belasting is vrijgesteld.
Wanneer de handeling aan de belasting is onderworpen, dient het bedrag van de verschuldigde belasting in euro, per BTW-tarief, te worden berekend op basis van het totaalbedrag, per BTW-tarief, van de in euro omgerekende maatstaf van heffing.
223. In afwijking daarvan zal de Administratie, bij wijze van tolerantie, geen kritiek uitoefenen wanneer facturen met betrekking tot de handelingen waarvoor de belasting in de maand december 2001 opeisbaar is geworden, uiterlijk de vijfde werkdag van de maand januari 2002 nog in BEF worden opgemaakt.
224. De belastingplichtige moet op elke factuur duidelijk de munteenheid vermelden waarin de verschillende bedragen beoogd in de hogervermelde nrs. 221 en 222 zijn uitgedrukt. Er wordt in dit opzicht aangeraden om gebruik te maken van de isostandaardcode die overeenstemt met de gebruikte munteenheid (bv. EUR, USD, enz.).
225. Het bedrag van de verschuldigde belasting of het taalbedrag van de verschuldigde belasting (ingeval de gefactureerde handelingen onderworpen zijn aan verschillende BTW-tarieven) moet worden afgerond op de hogere of lagere eurocent, naargelang de derde decimaal al dan niet 5 bereikt. De in dit opzicht na te leven regels zijn vastgesteld in het koninklijk besluit nr. 8 van 12 maart 1970.
226. Het is mogelijk dat op een factuur uitgereikt na 31 december 2001 met betrekking tot de handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is geworden na 31 december 2001, bepaalde bedragen nog in BEF worden vermeld.
De Administratie zal geen kritiek uitoefenen op een dergelijke factuur, voor zover ze slaat op een contract dat vóór 1 januari 2002 is gesloten in Belgische frank en waarbij de bedragen door de partijen niet werden heruitgedrukt in euro of niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een in deze zin opgemaakt aanhangsel bij dat contract.
Er wordt bovendien ten stelligste aangeraden dat de bij een dergelijk contract betrokken partijen, bij gezamenlijk akkoord, de bedragen en in het bijzonder de eenheidsprijzen in euro vaststellen.
227. Wanneer een contract gesloten vóór 1 januari 2002 enkel eenheidsprijzen uitgedrukt in BEF voorziet, moet de na 31 december 2001 uitgereikte factuur met betrekking tot de handelingen verricht in uitvoering van dat contract en die in euro dient te worden uitgedrukt, worden opgemaakt overeenkomstig één van de twee hierna beschreven methodes, naar keuze.
Rekening houdend met artikel 26 van het BTW-Wetboek aangaande vaststelling van de maatstaf van heffing moeten deze methodes op het vlak van de prijzen, per factuurlijn, eenzelfde resultaat opleveren tussen de bedragen in euro en de bedragen in BEF die resulteren uit het oorspronkelijk contract.
Voor de vaststelling van de maatstaf van heffing in euro, dienen per BTW-tarief, de prijzen, per lijn, uitgedrukt in euro, te worden opgeteld.
Het bedrag van de verschuldigde belasting in euro, per BTW-tarief, wordt berekend op basis van de in euro vastgestelde maatstaf van heffing.
Eerste methode (2 munteenheden op de factuur)
De eenheidsprijzen op de factuur worden in BEF vermeld.
Per lijn wordt de in BEF uitgedrukte eenheidsprijs vermenigvuldigd met de verkochte hoeveelheid. Het aldus bekomen bedrag wordt gedeeld door 40,3399 en afgerond op de tweede decimaal, overeenkomstig de modaliteiten uiteengezet in nr. 225 hierboven, om de prijs per lijn in euro te bekomen.
Voor de bepaling, per BTW-tarief, van de maatstaf van heffing in euro, dienen, per BTW-tarief, de prijzen per lijn uitgedrukt in euro te worden opgeteld.
Het bedrag van de verschuldigde belasting in euro, per BTW-tarief, wordt berekend over de maatstaf van heffing in euro.
  • Hypothese: verkoop van:
    2 goederen A à 6 % aan een eenheidsprijs van 80 BEF
    1000 goederen B à 6 % aan een eenheidsprijs van 7 BEF
    75 goederen C à 21 % aan een eenheidsprijs van 9 BEF
    3000 goederen D à 21 % aan een eenheidsprijs van 33 BEF
  • Factuur:
Goederen à 6 %
Eenheidsprijs
BEF
Verkochte
hoeveelheden
BEF EUR
Goed A 80 2 160--> 3,97
Goed B 7 1000 7000--> 173,53
Maatstaf van heffing à 6 %: 177,50
Goederen à 21 %
Eenheidsprijs
BEF
Verkochte
hoeveelheden
BEF EUR
Goed C 9 75 675--> 13,73
Goed D 33 3000 99000--> 2454,15
Maatstaf van heffing à 21 %: 2470,88
BTW 6 %: 177,50 X 6 % = 10,65
BTW 21 %: 2470,88 X 21 % = 518,88
Totaalbedrag van de verschuldigde belasting: 529,53
Totaalbedrag van de factuur: 3177,91
Tweede methode (eenheidsprijzen in euro)
De eenheidsprijs in BEF wordt niet vermeld op de factuur. Deze eenheidsprijs in BEF wordt rechtstreeks omgerekend in euro op de factuur. Hij wordt vervolgens vermenigvuldigd met de hoeveelheid, om de prijs per lijn in euro te bekomen. Deze prijs per lijn wordt afgerond op de tweede decimaal overeenkomstig de modaliteiten uiteengezet onder nr. 225 hiervoor.
De in euro omgerekende eenheidsprijs moet worden uitgedrukt met het noodzakelijk aantal decimalen - afhankelijk van de verkochte hoeveelheden - teneinde, rekening houdend met artikel 26 van het BTW-Wetboek, op het vlak van de prijzen, per lijn, eenzelfde resultaat te verzekeren voor wat betreft de bedragen in euro in vergelijking met de bedragen in BEF die resulteren uit het oorspronkelijke contract.
Er wordt opgemerkt dat onder eenheidsprijs niet louter moet worden verstaan de prijs vastgesteld voor één eenheid. Een eenheidsprijs kan eveneens door de leverancier worden bepaald voor een welbepaalde hoeveelheid goederen (dus meer dan één eenheid). Er dient in dit geval rekening te worden gehouden met het verband tussen de "hoeveelheid begrepen in de eenheidsprijs" en de "verkochte hoeveelheid", om het aantal decimalen te bepalen dat de eenheidsprijs in euro minstens dient te bevatten.
Bijgevolg :
-wanneer de verkochte hoeveelheid overeenstemt met de hoeveelheid begrepen in de eenheidsprijs, dient de eenheidsprijs te worden uitgedrukt met minstens twee decimalen;
-wanneer de verkochte hoeveelheid zich situeert tussen 2 tot en met 10 maal de hoeveelheid begrepen in de eenheidsprijs, dient de eenheidsprijs te worden uitgedrukt met minstens drie decimalen;
-wanneer de verkochte hoeveelheid groter is dan tienmaal de hoeveelheid begrepen in de eenheidsprijs, zal de Administratie geen kritiek uitoefenen indien de eenheidsprijs wordt uitgedrukt met minstens vier decimalen, voor zover de medecontractant hiermee akkoord gaat.
-Hypothese: verkoop van:
80 goederen A à 6 % aan een eenheidsprijs van 50 BEF
100 goederen B à 6 % aan een eenheidsprijs van 15 BEF
60 goederen C à 21 % aan een eenheidsprijs van 100 BEF
30 goederen D à 21 % aan een eenheidsprijs van 133 BEF
-Factuur
Goederen à 6 %
Eenheidsprijs
EUR
Verkochte
hoeveelheden
EUR
Goed A 1,2395 80 99,16
Goed B 0,3718 100 37,18
Maatstaf van heffing à 6 %: 136,34
Goederen à 21 %
Eenheidsprijs
EUR
Verkochte
hoeveelheden
EUR
Goed C 2,4789 60 148,73
Goed D 3,2970 30 98,91
Maatstaf van heffing à 21 %: 247,64
BTW 6 %: 136,34 X 6 % = 8,18
BTW 21 %: 247,64 X 21 % = 52,00
Totaalbedrag van de verschuldigde belasting: 60,18
Totaalbedrag van de factuur: 444,16
3. Creditnota's
228. Alle creditnota's die worden uitgereikt vanaf 1 januari 2002 moeten worden opgemaakt in euro, zelfs al strekken deze creditnota's ertoe facturen te verbeteren die oorspronkelijk in BEF waren opgemaakt en die betrekking hebben op handelingen waarvoor de belasting verschuldigd is geworden vóór 1 januari 2002.
229. Voorbeeld
Factuur A opgemaakt in BEF op 15 oktober 2001.
Goederen Eenheidsprijs Verkochte hoeveelheden Prijs in BEF
Goed X
Goed Y
150 BEF
500 BEF
20
50
3000
25.000
Maatstaf van heffing
B.T.W. 21 %
28.000
5880
Totaalbedrag van de factuur 33.880
1) Creditnota, opgemaakt op 15 januari 2002, ter annulering van factuur A in haar geheel
Bij het opmaken van deze creditnota kan de belastingplichtige kiezen tussen het wel of niet opnemen van de elementen van de maatstaf van heffing op de creditnota.
a) De belastingplichtige neemt de elementen van de maatstaf van heffing NIET op in de CN
De belastingplichtige moet het bedrag van de maatstaf van heffing, per tarief, op de oorspronkelijke factuur uitgedrukt in BEF, omzetten in euro (wiskundige omzetting).
Het bedrag van de terug te geven belasting, per tarief, te bepalen in euro, moet worden berekend over de in euro omgezette maatstaf van heffing.
De creditnota met betrekking tot factuur A zal, vandaar, kunnen worden opgemaakt als volgt:
BEFEUR
Maatstaf van heffing
BTW 21 %
28.000 -->
694,10
145,76
Totaal van de creditnota m.b.t. factuur A839,86
BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht
Opgemerkt wordt dat de belastingplichtige niet gehouden is om op de factuur het bedrag van de maatstaf van heffing, per tarief, uitgedrukt in BEF, op te nemen.
b) De belastingplichtige neemt de elementen van de maatstaf van heffing op in de CN
In dit geval dient de belastingplichtige de prijzen per lijn, uitgedrukt in BEF op de originele te verbeteren factuur, om te zetten in euro.
Ter bepaling van de maatstaf van heffing in euro, dienen, per tarief, de prijzen per lijn, uitgedrukt in euro, te worden opgeteld.
Het bedrag van de terug te geven belasting dat, per tarief, moet worden bepaald in euro, moet worden berekend over de maatstaf van heffing uitgedrukt in euro.
Voor de omzetting in euro van de prijzen, per lijn, uitgedrukt in Belgische frank op de oorspronkelijke factuur, kan de belastingplichtige kiezen voor één van de twee hiervoor onder nr. 227, omschreven methodes van facturering.
Eerste methode: de CN zal eruit zien als volgt:
Goederen
Eenheidsprijs
in BEF
Verkochte
hoeveelheden
BEF
EUR
Goed X
Goed Y
150
500
20
50
3.000-->
25.000-->
74,37
619,73
Maatstaf van heffing
BTW 21 %
694,10
145,76
Totaal van de
creditnota
m.b.t. factuur A
839,86
BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht
Tweede methode :
De eenheidsprijs uitgedrukt in BEF wordt niet vermeld op de creditnota. Die eenheidsprijs wordt op de creditnota direct omgezet in euro. Vervolgens wordt hij vermenigvuldigd met de hoeveelheid om de prijs, per lijn, in euro, te bekomen.
De in euro omgezette eenheidsprijs moet worden uitgedrukt met het aantal decimalen dat vereist is om een vergelijkbaar resultaat, op het niveau van de prijzen per lijn, tussen de in euro uitgedrukte bedragen en de bedragen in Belgische frank zoals die blijken uit de te verbeteren oorspronkelijke factuur, te waarborgen.
De creditnota zal er als volgt uitzien:
Goederen
Eenheidsprijs
in EUR
Verkochte
hoeveelheden
EUR
Goed X
Goed Y
3,7184
12,3947
20
50
74,37
619,74
Maatstaf van heffing
BTW 21 %
694,11
145,76
Totaal van de
creditnota
m.b.t. factuur A
839,87
BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht
2) Creditnota, opgemaakt op 15 januari 2002, ter gedeeltelijke annulering van factuur A
Wanneer de creditnota slechts een deel van de oorspronkelijke factuur verbetert (bv. één factuurlijn), moet de belastingplichtige de prijs per lijn, uitgedrukt in BEF op de te verbeteren oorspronkelijke factuur, omzetten in euro. Om dit te doen, kan de belastingplichtige kiezen voor één van de twee hiervoor, onder nr. 227, omschreven methodes van facturering.
Bij wijze van voorbeeld annuleren we de factuurlijn met betrekking tot goed X.
Eerste methode
De creditnota zal er als volgt uitzien:
Goederen
Eenheidsprijs
in BEF
Verkochte
hoeveelheden
BEF
EUR
Goed X150203.00074,37
Maatstaf van heffing
BTW 21 %
74,37
15,62
Totaal van de
creditnota
m.b.t. factuur A
89,99
BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht
Tweede methode
De creditnota zal er als volgt uitzien:
Goederen
Eenheidsprijs
in EUR
Verkochte
hoeveelheden
EUR
Goed X3,71842074,37
Maatstaf van heffing
BTW 21 %
74,37
15,62
Totaal van de
creditnota
m.b.t. factuur A
89,998
BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht
4. De berekening van de door de belastingplichtige verschuldigde interesten
230. Artikel 91 van het BTW-Wetboek met betrekking tot de door de belastingplichtige verschuldigde interesten werd gewijzigd door artikel 2, punt 9 en door artikel 5, § 5, van het in nr. 210 hiervoor bedoelde koninklijk besluit van 20 juli 2000.
231. De door de belastingplichtige krachtens artikel 91 van het voormelde Wetboek verschuldigde interesten moeten, wat de datum ook weze waarop zij worden bepaald, worden berekend op grond van de wetgeving uitgedrukt in BEF als zij betrekking hebben op de periode vóór 1 januari 2002, of op grond van de wetgeving uitgedrukt in euro als zij betrekking hebben op de periode vanaf 1 januari 2002.
Bijgevolg worden de verschuldigde interesten voor de periode vóór 1 januari 2002 berekend over het totaalbedrag van de verschuldigde belasting, afgerond op het duizendtal frank naar beneden en moeten zij minimum 100 BEF per maand bereiken om gevorderd te kunnen worden (het totaalbedrag van de verschuldigde belasting moet gelijk zijn aan of meer bedragen dan 13.000 BEF).
De interesten met betrekking tot de periode vanaf 1 januari 2002 worden, wat hen betreft, berekend over het totaalbedrag van de verschuldigde belasting, afgerond op het tiental euro naar beneden en moeten zij minimum 2,50 EUR per maand bereiken om gevorderd te kunnen worden (het totaalbedrag van de verschuldigde belasting moet gelijk zijn aan of meer bedragen dan 320 EUR).
Voorbeeld
Hypothesen:
- een verschuldigd bedrag aan BTW van 41.988 BEF;
- over dit bedrag verschuldigde intersten voor de periode van 21.10.2001 tot 20.4.2002.
Herinnering: het bedrag van de door de belastingplichtige verschuldigde intersten wordt de 21ste van elke maand berekend door de Administratie voor de periode van de 21ste van de voorgaande maand tot de 20ste van de lopende maand.
a) Periode van 21.10.2001 tot 20.1.2002: toepassing van de wetgeving uitgedrukt in BEF

-Intresten verschuldigd van 21.10.2001 tot 20.11.2001: 41.000 BEF X 0,8 % = 328 BEF
-Intresten verschuldigd van 21.11.2001 tot 20.12.2001: 41.000 BEF X 0,8 % = 328 BEF
-Intresten verschuldigd van 21.12.2001 tot 20.01.2002: 41.000 BEF X 0,8 % = 328 BEF
Totaal van de voor de periode verschuldigde interesten: 984 BEF
Vastgesteld wordt dat zelfs de intersten die betrekking hebben op de periode van 01.1.2002 tot 20.1.2002 berekend worden op grond van bepalingen in BEF. Inderdaad, krachtens artikel 91, § 1, 2de lid, van het Wetboek, wordt ieder begonnen tijdvak van een maand voor een gehele maande gerekend. Hieruit moet worden besloten dat gezien het eerste deel van de maand (van 21.12.2001 tot 31.12.2001) werd berekend in BEF, gans de maand dezelfde regeling volgt.
b) Periode van 21.01.2002 tot 20.4.2002: toepassing van de wetgeving uitgedrukt in euro
Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt omgezet op volgende wijze: 41.988 BEF / 40,3399 = 1040,8553 EUR of, afgerond voor de berekening van de interesten, 1040 EUR.
-Intresten verschuldigd van 21.1.2002 tot 20.2.2002: 1040 EUR X 0,8 % = 8,32 EUR;
-Intresten verschuldigd van 21.2.2002 tot 20.3.2002: 1040 EUR X 0,8 % = 8,32 EUR;
-Intresten verschuldigd van 21.3.2002 tot 20.4.2002: 1040 EUR X 0,8 % = 8,32 EUR.
Totaal van de voor de periode verschuldigde interesten: 24,96 EIR
Totaalbedrag aan verschuldigde interesten:
-Periode van 21.10.2001 tot 20.01.2002: 984 BEF / 40,3399 = 24,39 EUR
-Periode van 21.01.2002 tot 20.04.2002 = 24,96 EUR
Totaal aan verschuldigde interesten = 49,35 EUR
5. De boeten
a) De niet-proportionele geldboeten
232. Krachtens artikel 3 van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (BS van 29.7.2000), moeten de in het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde voorziene geldboeten worden gelezen als bedragen uitgedrukt in euro die worden bekomen door de deling van de bedragen in BEF door een coëfficiënt van 40.
233. Er dient te worden opgemerkt dat het geen nieuw barema van geldboeten betreft maar de omrekening in euro van het bestaande barema in BEF. De omrekening van het laatstgenoemde barema door deling van de bedragen door 40 laat toe een barema uitgedrukt in euro te bekomen, bestaande uit "ronde" of "transparante" bedragen, d.w.z. gemakkelijk leesbare en bruikbare bedragen.
234. In principe is het criterium dat bepaalt dat ofwel het barema uitgedrukt in BEF, ofwel het barema uitgedrukt in euro van toepassing is, de datum van de eerste mededeling met betrekking tot de opgelegde boete vanwege de Administratie aan de belastingplichtige (bijvoorbeeld de datum van de regularisatieopgave).
235. Het in BEF uitgedrukte barema van de boeten is van toepassing voor alle overtredingen waarvoor de eerste mededeling met betrekking tot de opgelegde boete aan de belastingplichtige plaats vindt vóór 1 januari 2002. Voor de andere overtredingen, d.w.z. die waarvoor de eerste mededeling met betrekking tot de opgelegde boete aan de belastingplichtige plaats vindt vanaf 1 januari 2002, is het barema uitgedrukt in euro van toepassing. De datum waarop de overtreding werd begaan en de datum waarop ze werd vastgesteld door de Administratie hebben bijgevolg geen invloed op het te gebruiken barema.
b) De proportionele boeten
236. Het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde werd gewijzigd door artikel 9 van het koninklijk besluit houdende invoering van de euro in de koninklijke besluiten die ressorteren onder het Ministerie van Financiën en tot uitvoering van de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro (BS van 11.8.2000).
237. Krachtens de nieuwe bepalingen die, in principe, van toepassing zijn op de boeten waarvoor de eerste mededeling door de Administratie aan de belastingplichtige plaats vindt vanaf 1 januari 2002, wordt het totaalbedrag van de boeten afgerond op de lagere euro of op de lagere 10 euro, al naargelang dat totaalbedrag lager of hoger is dan 250 EUR.
6. De intracommunautaire verwervingen en de verkopen op afstand
a) De intracommunautaire verwervingen
238. Tijdens de overgangsperiode die loopt tot en met 31 december 2001, bedraagt de drempel van 450.000 BEF als beoogd in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, b) van het BTW-Wetboek, waarboven de intracommunautaire verwervingen van goederen verricht door een belastingplichtige die geniet van de vrijstellingsregeling van belasting of van de bijzondere landbouwregeling of door een belastingplichtige die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht waarvoor hij geen recht op aftrek heeft of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon, 11.155,21 EUR (mathematische omrekening).
239. Artikel 2, punt 9, van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 beoogd in nr. 210 hiervoor, dat in werking treedt vanaf 1 januari 2002, heeft dit bedrag van 450.000 BEF omgezet in een transparant bedrag van 11.200 EUR.
b) De verkopen op afstand
240. Tijdens de overgangsperiode die loopt tot en met 31 december 2001, bedraagt de drempel van 1.500.000 BEF als beoogd in artikel 15, § 4, tweede lid, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek, waarboven de in het eerste lid van dat artikel opgenomen leveringen van goederen worden geacht in België plaats te vinden, 37.184,03 EUR (mathematische omrekening).
241. Artikel 2, punt 9, van het koninklijk besluit van 20 juli 2000 beoogd in nr. 210 hiervoor, dat in werking treedt vanaf 1 januari 2002, heeft dit bedrag van 1.500.000 BEF omgezet in een transparant bedrag van 35.000 EUR.
7. Diverse
a) Het algemeen verhoudingsgetal
242. De totaalbedragen die voorkomen in de teller en de noemer van het algemeen verhoudingsgetal als beoogd in artikel 46, § 1, van het BTW-Wetboek, worden afgerond op de hogere 10 euro.
b) De geschenken van geringe waarde
243. Het bedrag van 500 BEF als voorzien in de aanschrijving nr. 103 van 31 december 1970 met betrekking tot de geschenken van geringe waarde als beoogd in artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, van het BTW-Wetboek, is tijdens de overgangsperiode, die eindigt op 31 december 2001, gelijk aan een bedrag van 12,39 EUR.
244. Vanaf 1 januari 2002 wordt dit bedrag van 500 BEF omgezet in een transparant bedrag van 12,50 EUR.
8. De rekening-courant
245. Na afsluiting van de maand december 2001, wordt de toestand van de rekening-courant omgezet in euro. Het saldo van de rekening-courant uitgedrukt in euro is het resultaat van de som van het saldo van de belasting, het saldo van de boeten en het saldo van de intresten, na hun omrekening in euro.
246. Van zodra de rekening-courant is omgezet in euro, worden alle inschrijvingen in de rekening-courant verricht in die munteenheid.
9. De betaalformulieren
247. Alle betaalformulieren die vanaf 1 oktober 2001 naar de belastingplichtige worden verstuurd zijn ambtshalve uitsluitend uitgedrukt in euro. Het wordt de belastingplichtigen die gebruik maken van de door de Administratie aangemaakte betaalformulieren ten stelligste aanbevolen om nieuwe formulieren die zijn uitgedrukt in euro te bestellen via hun periodieke BTW-aangifte.
10. De boekhouding
248. Vanaf 1 januari 2002 dienen alle door of in uitvoering van het BTW-Wetboek voorgeschreven boeken en stukken met betrekking tot de handelingen verricht vanaf 1 januari 2002, in euro te worden gehouden of opgemaakt.
De Administratie zal geen kritiek uitoefenen als de belastingplichtige de gegevens van zijn boekhouding met betrekking tot de handelingen verricht vóór 1 januari 2002, retoractief wenst om te rekenen in euro, zelfs wanneer deze handelingen vóór 1 januari 1999 werden verricht, voor zover de oorspronkelijke bedragen uitgedrukt in BEF afzonderlijk worden bewaard op CD-WORM of op papier.
I. Administratief beroep en gerechtelijke geschillen inzake inkomstenbelastingen en met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
1. Administratieve beroepen
a) Ontvankelijkheid van het beroep
249. De ontvankelijkheid van het beroep is nooit afhankelijk van de munteenheid die de belastingplichtige in zijn verzoekschrift gebruikt.
b) Onderzoek van het beroep
250. Het onderzoek van een administratief beroep betreffende een aanslagjaar waarvoor de belastingplichtige de keuze had om zijn aangifte in te vullen in BEF wordt tot het einde toe gevoerd in de munteenheid die de belanghebbende heeft gekozen, behalve indien hij de andere munteenheid gebruikt in zijn beroep of indien hij later het gebruik van de andere munteenheid vraagt.
251. Het onderzoek van een beroep betreffende een aanslagjaar waarvoor de aangifte verplicht in euro moet zijn ingevuld, wordt tot het einde toe gevoerd in de euro, zelfs indien de belastingplichtige nog wenst BEF te gebruiken.
c) Beslissing
252. In alle beslissingen genomen vanaf 1.1.2002 zal de euro worden gebruikt; om de beslissing voor de belastingplichtige duidelijk te houden, zal de tegenwaarde in BEF tussen haakjes vermeld worden telkens die munteenheid gebruikt werd in het bezwaarschrift en tijdens het onderzoek.
2. Gerechtelijke geschillen
a) Lopende gerechtelijke procedures
253. In het raam van de gerechtelijke procedures die zijn ingesteld vóór of tijdens de overgangsperiode, moeten op grond van het principe van de juridische continuïteit uiteengezet in de Europese verordening 974/98, de conclusies die ter griffie werden neergelegd vóór 1 januari 2002 en die bedragen in BEF bevatten niet worden gewijzigd of vervangen door conclusies met bedragen in euro. Immers bij het einde van de overgangsperiode moeten de kenmerken in gerechtelijke documenten, voorkomend op het einde van die periode, gelezen worden als kenmerken in de eenheid euro, met toepassing van de respectievelijke omzettingscoëfficiënt.
254. Daarentegen moeten alle aanvullende- of syntheseconclusies, opgesteld en neergelegd na 1 januari 2002, verplicht melding maken van bedragen in euro.
b) Gerechtelijke procedures ingesteld na 1 januari 2002
255. Gerechtelijke procedures ingesteld na 1 januari 2002 moeten worden gevoerd met documenten die uitsluitend naar de eenheid euro verwijzen. Ook de voorzieningen in beroep, opgesteld door de Administratie of door de belastingplichtige, moeten vanaf die datum verwijzen naar de eenheid euro, zelfs als ze betrekking hebben op vonnissen van voor die datum en die melding maken van BEF.
256. De conclusies moeten vanzelfsprekend worden opgesteld met verwijzing naar de euro.
c) Stukken neergelegd vanaf 1 januari 2002
257. Stukken van het administratief dossier, die werden opgesteld in de periode vóór de invoering van de euro, moeten niet worden vervangen of gewijzigd en zij moeten vanaf 1 januari 2002 worden gelezen in de bedragen van de eenheid euro.
258. Hetzelfde geldt voor de stukken neergelegd door tegenpartij.
d) Gevoerde briefwisseling
259. Vanaf 1 januari 2002 moet alle briefwisseling gevoerd in het raam van de gerechtelijke geschillen, hetzij met de departementsadvocaten, met de griffie, met de advocaten van tegenpartij of elke andere persoon, verplicht worden opgesteld in euro.
J. Gedingen inzake btw
260. De regels uiteengezet onder de nrs. 253 tot 259 hiervoor zijn mutatis mutandis toepasselijk op de behandeling van de gedingen inzake BTW.
VI Comptabiliteit
261. Vanaf 1.1.2002 worden alle interne boekhoudverrichtingen en - staten van de overheidsbesturen, en dus ook van de fiscale administraties, met betrekking tot begrotingsjaar 2002 en volgend in euro gevoerd, zelfs indien ze betrekking hebben op verrichtingen voor 1.1.2002.
262. Alle rekeningen in BEF van de fiscale besturen bij de Postcheque worden ten laatste op 1.1.2002 vervangen door rekeningen in euro.
VII. Invordering
A. Eigenlijke comptabiliteitsverrichtingen - Opmaak en bijhouden van de statistieken
1. Algemeen
263. Zoals voormeld (zie nr. 262 hiervoor), zal de comptabiliteit vanaf 1.1.2002 volledig in euro worden gevoerd.
De gegevens die in geautomatiseerde toepassingen opgenomen zijn, zullen op een geautomatiseerde wijze worden omgerekend. Manuele ingrepen zullen zoveel mogelijk beperkt worden.
264. Voor de ontvanger betekent dit concreet dat:
-alle bewegingen op de postrekening en alle boekingen in de comptabiliteit vanaf 1.1.2002 nog alleen in euro zullen gebeuren;
-alle opgaven en statistieken met betrekking tot het begrotingsjaar 2001, ongeacht hun datum van opmaak of verzending, nog steeds in BEF moeten worden ingevuld, terwijl de opgaven en de statistieken die betrekking hebben op het begrotingsjaar 2002 in euro zullen dienen te worden ingevuld;
-hij, wat de eigenlijke betaling van de fiscale schulden betreft, geen cheques mag aanvaarden die na 31.12.2001 werden uitgeschreven.
265. De geautomatiseerde omzetting van BEF naar euro van bedragen in de geautomatiseerde inning en comptabiliteit zal plaatsvinden per 31.12.2001.
De conversie gebeurt ofwel gewoon rekenkundig (bruto), ofwel met hersamenstelling van de bedragen.
Gewone rekenkundige conversie wordt toegepast op "geïsoleerde" bedragen, nl. bedragen die niet in een gelijkheidsrelatie zijn opgenomen (samenstelling of opsplitsing) met andere te converteren getallen, of bedragen waarvan de boekhoudkundige interpretatie achteraf geen specifieke gelijkheidsvereisten stelt (vb. statistische gegevens).
De conversie met hersamenstelling van de bedragen gebeurt op twee niveaus:
-Top down: op artikelniveau gebeurt de omzetting van rechten en betalingen vanuit het eindresultaat naar de samenstellende delen toe.
Bestaande gelijkheden blijven behouden. Eventuele conversieverschillen worden toebedeeld aan het grootste samenstellende deel.
-Bottom up: op het bovenliggende niveau van de comptabiliteit (vastgestelde rechten en ontvangsten) gebeurt de conversie meestal onder de vorm van wedersamenstelling van bedragen. Ingevolge deze techniek zullen onvermijdelijk afrondingsverschillen ontstaan die als dusdanig in de boekhouding zijn te aanvaarden.
In verband met de comptabiliteit kan het voorkomen dat de administratie enerzijds met extra werkzaamheden wordt geconfronteerd, zoals de omzetting van de bedragen in Bef voor de zogeheten 'manuele' verrichtingen en, anderzijds, met boekhoudkundige problemen die door afrondingsverschillen zullen worden veroorzaakt.
Als algemene werkwijze om deze afrondingsverschillen te detecteren en te verantwoorden, zal de jaarafsluiting eerst in BEF worden opgemaakt. Vervolgens zal de volledige comptabiliteit (deels geautomatiseerd, deels 'manueel') omgezet worden in euro en zal er opnieuw een jaarafsluiting in euro worden gemaakt. De totalen van deze tweede afsluiting zullen dan vergeleken worden met de totalen van de afsluiting in BEF. Zo zullen de afrondingsverschillen beter kunnen worden gelokaliseerd en kan nadien de toestand vrij eenvoudig worden geregulariseerd.
De richtlijnen over de te volgen werkwijze zullen in een aparte instructie worden gepreciseerd.
266. Evenwel wordt de aandacht van de ontvangers DB en BTW nu reeds gevestigd op de volgende punten.
2. Specifieke richtlijnen, sector DB
267. Elk ontvangkantoor DB dient er naar te streven dat alle inschrijvingen in het wachtregister van de betalingen/manueel (het register 56CII/manueel) voor het einde van het jaar volledig aangezuiverd zijn. Zodoende hoeven er geen inschrijvinggen overgeboekt te worden in het nieuwe wachtregister/manueel (het register 56CII/manueel) van volgend jaar en kunnen er bijgevolg geen problemen zijn met de omzetting naar de euro.
268. Voor de uitgaven vanuit het wachtregister van de betalingen/geautomatiseerd (het register 56CII/ICPC) zal een vervroegde stopzetting in de loop van december 2001 worden voorzien.
Voor de uitgaven (gewone en functionele) die verwerkt worden via de centrale vereffeningsdienst (CVD) te Brussel zal voor het laatste trimester van 2001 als volgt worden gehandeld:
-oktober met vereffening in december: verwerking van de gegevens in BEF, overschrijvingen in BEF en assignaties of circulaire cheques in euro;
-november met vereffening in januari: verwerking van de gegevens in BEF, overschrijvingen en assignaties of circulaire cheques in euro;
-december met vereffening in februari: volledige verwerking in euro.
Voor de statistiek met betrekking tot deze uitgaven zal op de CVD als volgt worden gehandeld:
-de gegevens van oktober 2001 worden in december ingebracht in BEF.
-de gegevens van november 2001 worden in januari ingebracht in BEF, omgerekend in euro en ingebracht in de statistiek voor het nieuwe begrotingsjaar;
-de gegevens van december worden volledig in euro verwerkt.
269. Ook cheques die uitgegeven worden tijdens de laatste dagen van 2001 in BEF maar die pas begin 2002 worden geïnd, kunnen voor afrondingsverschillen zorgen. Om dit probleem te vermijden, kan men de belastingschuldige, die op het einde van het jaar een cheque wil uitschrijven, verzoeken om dit in euro te doen. De belastingschuldige blijft uiteraard vrij om al dan niet op het verzoek in te gaan.
Vanaf 1.1.2002 mogen, zoals gezegd, nog enkel cheques in euro worden uitgeschreven.
270. Voor wat de toekenningen aan de ondergeschikte besturen betreft, de provincies, de Brusselse agglomeratie en de gemeenten, zal het gegeven uit het begrotingsjaar 2001 dat gebruikt wordt in de comptabiliteit van het begrotingsjaar 2002, namelijk de over te dragen rechten per 31.12.2001, zowel in BEF als in euro worden uitgedrukt. In vermelde zin zullen de centrale diensten met genoemde overheden communiceren.
271. Voor de toekenningen aan de gemeenten wordt voorzien in een dubbele opmaak van de jaarlijkse en maandelijkse staat van deze toekenningen in de loop van januari 2002: een eerste maal in BEF en een tweede maal in euro na conversie van dezelfde inputgegevens in de basisbestanden.
272. De aanmaak van de maandelijkse staat van toekenningen aan de gemeenten in februari gebeurt volledig in euro. Voor wat betreft de manuele rechten en ontvangsten zullen de basisdocumenten en staten in januari 2002 nog in BEF worden geëncodeerd. Tijdens de verwerking worden de gegevens omgezet in euro. Vanaf februari 2002 zullen de te encoderen documenten in euro opgesteld zijn.
273. De statistieken RV/Bron, SW en AO over het begrotingsjaar 2001 zullen van hun kant opgemaakt worden in BEF.
Met betrekking tot de statistiek 346M1 zullen in kol. 14 van de statistiek over het begrotingsjaar 2002 de afwijkingen als gevolg van de afronding van de voorheffing op de lagere cent per begunstigde voor de collectieve aangifte komen.
De inningen bij de bron, na afsluiting van het begrotingsjaar 2001 van het verschuldigde saldo (in principe enkel in de loop van de maand januari) zullen in euro in de kol. 10 en 15 van de statistieken 346M1 en 346M2 voorkomen.
De statistiek inzake de betaling op de automatische ontspanningstoestellen voor het begrotingsjaar 2001 zal in BEF worden opgemaakt, met inbegrip van de vervroegde betalingen die in december 2001 zullen plaatsvinden voor het aanslagjaar 2002.
3. Specifieke richtlijnen, sector BTW
274. De hierboven vermelde richtlijnen (zie nr. 267, e.v. hiervoor) zijn mutatis mutandis van toepassing, rekening houdende met het feit dat de Sector II van de Centrale diensten van de Alnv in samenwerking met de Dienst automatisering, een overname door de R.C.I.V.'s bestudeert, van alle 'manuele' dossiers die op dit ogenblik door de plaatselijke ontvangkantoren BTW worden behandeld.
Ook is het voorzien dat de voorafbetalingen inzake BTW, gedaan door de invoerders die wensen te genieten van het regime van verlegging van de heffing, in de toekomst zouden worden beheerd door het C.I.V. van Brussel.
Dienovereenkomstig zullen er nauwkeurige instructies worden gegeven naargelang de vooruitgang in deze dossiers.
275. Echter moet worden gepreciseerd dat, op het niveau van de R.C.I.V.'s, alle boekhoudkundige gegevens tot 31.12.2001 in BEF zullen worden verwerkt. Na afsluiting van het begrotingsjaar zullen alle begingegevens vervolgens in euro worden omgezet. In theorie heeft deze omzetting plaats op 31.12.2001 om middernacht. In de praktijk is het evenwel evident dat deze omzetting in de loop van de laatste werkdag van het jaar 2001 zal geschieden.
276. Wat betreft het carnet 27ter (dat vergeleken kan worden met het register 56CII/manueel van de directe belastingen), is het aangewezen te herhalen dat alle sommen, die ingeschreven zijn op 31 december van elk burgerlijk jaar, in ontvangst moeten worden geboekt in het dagboek nr. 21. Met het oog op de overgang naar de euro op 1.1.2002, worden de ontvangers dus uitgenodigd om deze boekingen in ontvangst maximaal te beperken.
B. Door de belastingschuldigen verrichte betalingen
277. Vanaf 1.1.2002 begint de massale introductie van muntstukken en biljetten in euro, die dan een wettelijke betaalkracht krijgen. Gedurende een periode van twee maanden, dus tot 28.2.2002, behouden de muntstukken en biljetten in BEF ook hun wettelijke betaalkracht. Bijgevolg bestaat er een periode van dubbele geldomloop waarin de in BEF uitgedrukte munten en biljetten op progressieve wijze uit de omloop zullen worden gehaald.
Tot 28.2.2002 is het dus mogelijk om met munten of biljetten in BEF te betalen. Vermits de ontvangkantoren geen betalingen in speciën meer aanvaarden, levert dit echter geen probleem op.
278. Wat de betaling met cheques betreft, aanvaarden de ontvangkantoren geen in BEF uitgedrukte cheques, tenzij ze vóór 1.1.2002 werden uitgeschreven. Cheques die vóór 1.1.2002 worden uitgeschreven en in 2002 binnen de wettelijke of contractuele termijn worden aangeboden, zullen door de banken zonder extra kosten worden verwerkt.
Dienaangaande wordt de aandacht gevestigd op het feit dat:
-enerzijds, bij gebrek aan enige vermelding van de munteenheid op een in België uitgegeven en betaalbare cheque, het bedrag van een tot 31.12.2001 uitgeschreven cheque verondersteld wordt te zijn uitgedrukt in BEF. Omgekeerd wordt van een na 31.12.2001 uitgegeven cheque verondersteld dat hij in euro luidt;
-anderzijds, wordt de Eurocheque-garantie van maximaal 7000 BEF of 200 EUR met ingang van 1.1.2002 afgeschaft.
279. De openbare besturen zullen enkel nog in euro opgestelde overschrijvingsformulieren (oranje formulieren) in omloop brengen voor de verrichtingen waarvan de uiterste betaaldatum na 31.12.2001 valt.
De besturen worden evenwel aangemoedigd te beslissen, geval per geval, om reeds in de loop van het jaar 2001 ambtshalve enkel in euro luidende overschrijvingsformulieren in omloop te brengen. Daarom geven de fiscale besturen vanaf 1.7.2001 overschrijvingsformulieren in euro uit, voor zover de beschikbare voorraad dit toelaat.
Inzake BTW voorzien de R.C.I.V.'s om vanaf 1.10.2001 voorgedrukte oranje overschrijvingsformulieren te verzenden aan de belastingschuldigen. Verder zijn de nodige beschikkingen getroffen zodat telkens wanneer het plaatselijke ontvangkantoor na die datum een manuele aanmaning verzendt, deze eveneens vergezeld wordt van een oranje overschrijvingsformulier.
C. Opmaak van de aanslagbiljetten (afgekort: AB)
280. Vanaf 1.1.2002 zullende aanslagbiljetten uitsluitend in euro worden opgesteld. Aan het aanslagbiljet wordt een euro-betalingsformulier gehecht. Het bedrag dat op het overschrijvingsformulier voorkomt, zal dus alleen in euro zijn uitgedrukt.
281. Het is best mogelijk dat de ontvanger om een of andere reden vanaf 2002 een in BEF uitgedrukt aanslagbiljet aan de belastingschuldige moet verzenden. Deze situatie kan zich onder meer voordoen wanneer een aanslagbiljet op het ontvangkantoor terugkeert of indien een exemplaar van het aanslagbiljet met toepassing van art. 393bis, WIB 92 aan de niet-belaste echtgenoot moet worden verzonden.
Is aan een dergelijk aanslagbiljet een (rood) in BEF uitgedrukt overschrijvingsformulier gehecht, dan voegt de ontvanger bij die verzending een begeleidend schrijven met een (oranje) euro-betalingsformulier waarin wordt gewezen op het feit dat het rode in BEF uitgedrukte overschrijvingsformulier niet langer kan worden gebruikt en de in BEF uitgedrukte bedragen in euro worden omgezet. Dit begeleidend schrijven wordt in standaardversie (ook BASDOC genoemd) ter beschikking gesteld.
D. Kohieruittreksels
282. Op de geautomatiseerde kohieruittreksels i.v.m. de kohieren die vóór 1.1.2002 uitvoerbaar zijn verklaard, zal een verwijzing worden afgedrukt naar de bestaande reglementering inzake omzetting van BEF naar euro.
E. Aanmaningen
283. Vanaf 1.10.2001 worden de aanmaningen voorzien van een oranje betaalformulier. De aanmaning zelf blijft tot 31.12.2001 in BEF opgesteld met vermelding van het eindresultaat in euro.
F. Betalingsfaciliteiten
284. Zoals voormeld, worden de oranje euro-overschrijvingsformulieren vanaf 1.10.2001 algemeen in gebruik genomen.
De afbetalingsplannen die vanaf die datum worden toegekend, zijn vergezeld van betalingsdocumenten met een oranje euro- overschrijvingsformulier. Voor de betalingstermijnen van 2001 zal de berekening in BEF gebeuren met afdruk van het resultaat in euro op het overschrijvingsformulier. Voor de betalingstermijnen van 2002 zal de berekening in euro gebeuren. De afbetalingsplannen die volledig in BEF zijn vastgesteld (dus van vóór oktober 2001) en die doorlopen in 2002, zullen na de omzetting in euro (zie nr. 265 hiervoor), in het systeem worden afgezet. Voor het resterende saldo van de schuld in euro zal de ontvanger een nieuw afbetalingsplan kunnen inbrengen.
G. Nalatigheids- en moratoriuminterest inzake directe belastingen
1. Algemeen
285. Indien de periode waarover interest moet worden berekend volledig in 2002 ligt, wordt de berekeningsgrondslag afgerond op het lagere tiental. De interest wordt per maand berekend, afgerond op de eurocent en te vermenigvuldigen met het aantal maanden.
Evenwel is geen interest verschuldigd indien hij geen 5 EUR per maand bedraagt. Bijgevolg bedraagt, rekening houdend met de toe te passen wettelijke interestvoet van 7 % per jaar, de minimumberekeningsgrondslag 860 EUR (1720 EUR voor een halve maand nalatigheidsinterest inzake BV).
2. Bijzonder geval
286. Indien de periode waarover interest moet worden berekend niet of niet volledig in 2002 ligt en de vertrekbedragen in euro zijn uitgedrukt, wordt de interest voor de maanden vóór 2002 als volgt berekend:
-de berekeningsgrondslag wordt eerst in BEF omgezet (afronden op de frank);
-het bedrag in BEF wordt vervolgens afgerond op het lagere duizendtal;
-het resultaat wordt in euro omgezet (afronden op de eurocent);
-op dit euro-bedrag wordt de interest berekend (er is geen interest verschuldigd indien hij geen 4,96 EUR per maand bedraagt).
H. Briefwisseling
1. Gewone briefwisseling met de belastingplichtigen of met derden
287. Vanaf 1.1.2002 aanvaarden en verstrekken de overheidsbesturen enkel nog cijfermatige informatiestromen in euro. Bijgevolg moeten de invorderingsdiensten de bedragen in de briefwisseling met een belastingplichtige of met derden uitsluitend in euro uitdrukken.
2. Briefwisseling inzake invordering
288. Om de taak van de ontvanger te verlichten, zullen alle geautomatiseerde en niet-geautomatiseerde drukwerken tijdig worden aangepast, zodat het verschuldigde bedrag steeds en uitsluitend in euro aan de belastingplichtige zal worden meegedeeld.
Evenwel zal de ontvanger nog extern in BEF kunnen communiceren wanneer hij inlichtingendocumenten verzendt die betrekking hebben op verrichtingen die van vóór 1.1.2002 dateren, maar slechts na die datum worden behandeld. Worden bedoeld, de briefwisseling en documenten die in een concrete zaak door de ontvanger worden opgesteld en bijgevolg niet de routinematige documenten zoals de geautomatiseerde en niet-geautomatiseerde documenten in standaardversie, die door het ICPC-systeem of door BASDOC ter beschikking worden gesteld. In een dergelijk geval zal de ontvanger de in BEF uitgedrukte bedragen overnemen, doch het eindbedrag enkel in euro vermelden.
289. In de aan de gerechtsdeurwaarders toevertrouwde dwangschriften zal het bedrag van de belastingschuld steeds en uitsluitend in euro worden opgenomen. Desgevallend zal worden voorzien in de automatische omzetting van deze bedragen.
3. Interne briefwisseling
290. Ook de cijfermatige informatiestromen tussen de overheidsdiensten worden in beginsel in euro gesteld. De informatiestromen die betrekking hebben op feiten en verrichtingen van voor die datum blijven in BEF gesteld, maar het eindbedrag wordt uitsluitend in euro uitgedrukt.
I. Gerechtelijke geschillen en strafbepalingen inzake invordering
1. Briefwisseling met advocaten, curatoren, vereffenaars, e.a.
291. Vanaf 1.1.2002 moet men in briefwisseling met advocaten, curatoren, vereffenaars, e.a., alle bedragen uitsluitend in euro weergeven (vb. 10.000 EUR).
2. Reeds door de administratie opgemaakte en neergelegde conclusies
292. Op grond van het principe van de juridische continuïteit, zoals uiteengezet in de Europese verordening nr. 974/98 (zie nr. 22 hiervoor) kunnen de conclusies die reeds voor de administratie werden neergelegd, met inbegrip van de vermelde bedragen in BEF, behouden blijven. Er dient dus geen herneming van deze besluiten met bedragen in euro te gebeuren.
Wanneer na de definitieve overgang naar de euro (d.w.z. na 31.12.2001) in dergelijke hangende rechtszaken aanvullende of synthesebesluiten worden neergelegd of correspondentie met rechtbanken en hoven wordt gevoerd, moeten de aangehaalde bedragen daarentegen verplicht in euro worden hernomen.
3. Vermelding van bedragen aan belastingen, voorheffingen of taksen, boeten of belastingverhogingen en interesten in neer te leggen conclusies
293. De bedragen aan belastingen, voorheffingen of taksen, boeten of belastingverhogingen, alsook aan interesten die door de Ainv. in besluiten moeten worden opgenomen, die na 31.12.2001 worden neergelegd, worden steeds en uitsluitend in euro uitgedrukt.
4. Rechtsplegingsvergoeding
294. De bedragen aan rechtsplegingsvergoeding worden bepaald bij het koninklijk besluit van 30.11.1970 tot vaststelling van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek (, 3.12.1970). Bij koninklijk besluit van 20.7.2000 (BS, 30.8.2000) werden reeds enkele transparantie-aanpassingen aangebracht aan de bedragen vermeld in het KB van 30.11.1970. Voor de volledige herpublicatie in het Belgisch Staatsblad van de bedragen van rechtsplegingsvergoeding in euro dient het initiatief hiertoe van het Ministerie van Justitie te worden ingewacht.
5. Kosten van dagvaarding en andere gerechtskosten
295. Wat betreft de kosten van dagvaarding die de administratie moet betalen dan wel terugvorderen, kan verwezen worden naar de afrekeningen van de instrumenterende gerechtsdeurwaarders. De gerechtsdeurwaarders hanteren de barema's die hun door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders worden meegedeeld.
Andere gerechtskosten (o.a. rolrechten, ...) worden opgelegd door de rechtbanken en hoven zelf, zodat terzake het Ministerie van Justitie bevoegd is.
6. Schadevergoeding
296. De door de administratie gevorderde forfaitaire bedragen aan schadevergoeding ten belope van 10.000, 20.000, 50.000, 100.000 BEF (vb. wegens tergend en roekloos geding of beroep), zijn bedragen die bij uitstek in aanmerking komen voor transparantieaanpassingen. Een louter mathematische conversie van deze bedragen in euro levert immers bedragen op die ondoorzichtig en derhalve niet-gebruiksvriendelijk zijn.
Voorbeeld
10.000 BEF = 200 EUR of 250 EUR
20.000 BEF = 450 EUR of 500 EUR
100.000 BEF = 2000 EUR of 2500 EUR
In dezelfde optiek van transparantie en eenvoud, vervangt het bedrag van 1 EUR het gebruikelijke en symbolische bedrag van 1 BEF dat gehanteerd wordt bij de vervolging van bepaalde principiële beoordelingen.

7. Door rechtbanken en hoven opgelegde (strafrechtelijke) boeten
297. Wat betreft de omzetting in euro van strafrechtelijke boeten die door de rechtbanken en hoven worden uitgesproken, wordt verwezen naar nr. 143 hiervoor.
J. Richtlijnen en instructies
298. Meerdere aan de invorderingsdiensten verstrekte instructies, circulaires, richtlijnen, e.d., bevatten in BEF uitgedrukte bedragen.
Bij gebrek aan in euro uitgedrukte bedragen en behoudens andersluidende onderrichtingen, blijven de bedoelde richtlijnen onverminderd van toepassing en rekenen de invorderingsdiensten de in BEF uitgedrukte bedragen volgens de normale, mathematische conversieregel om (mathematische omzetting die bekomen wordt door het bedrag te delen door 40,3399; zie nr. 137 hiervoor).
Voor de Directeur-generaal van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit,
De Auditeur-generaal van financiën,
P. Swevers

Voor de Directeur-generaal van de Administratie van de Invordering,
De Auditeur-generaal, dienstchef,
L. Van der Westen