Circulaire 920, addendum dd. 13.08.1971
Dubbelbelastingverdragen - Frankrijk
Onderrichtingen betreffende de toepassing van Frans-Belgisch dubbelbelastingverdrag van 10.03.1964
Circ. 920, addendum van 13.08.1971
De in artikel 24, § 4, van de Frans-Belgische overeenkomst van 10.03.1964 voorziene gemengde commissie is in juni 1971 voor de tweede maal bijeengekomen om een oplossing te zoeken voor nieuwe moeilijkheden die bij de toepassing van de voormelde overeenkomst werden ondervonden. De hierna volgende wijzigingen aan circ. 920 geven de oplossingen weer die de gemengde commissie heeft aangenomen in verband met die toepassingsmoeilijkheden.
Nr. 11, blz. 26 en 27, door de volgende tekst vervangen : voetnoot (3), blz. 26, blijft ongewijzigd.
" Ingevolge artikel 11, § 2, c, ov. zijn de grensarbeiders die hun hoedanigheid aantonen door het overleggen van de grenskaart ingesteld door bijzondere overeenkomsten tussen de overeenkomstsluitende Staten, op de bezoldigingen die zij als dusdanig ontvangen slechts belastbaar in de Staat waarvan zij verblijfhouders zijn (3).
" Aangezien de EEG-verordening nr. 1612/68 van 15 oktober 1968 een einde heft gemaakt aan de aflevering van de grenskaart voor onderdanen van de Lid-Staten, hebben de Belgische en Franse administraties de volgende bepalingen vastgelegd.
" Onder "grensarbeiders" worden loon- en weddetrekkers, van welke nationaliteit ook, verstaan die hun werkzaamheid in de grensstreek van een overeenkomstsluitende Staat uitoefenen en hun woonplaats in de grensstreek van de andere Staat hebben waar zij in principe dagelijks terugkeren. De grensstreek van elke Staat wordt aan weerszijden van de gemeenschappelijke grens bepaald door een denkbeeldige op een afstand van twintig kilometer van de grens getrokken lijn, zoals deze streek is vastgelegd door de EEG-verordening nr. 117/65 van 16 juli 1965 (cf. in bijlage de lijst van de gemeenten die in de grensstreek zijn gelegen).
" Om zijn hoedanigheid te bewijzen, moet de grensarbeider een verklaring (vak I) in tweevoud invullen (1) en ondertekenen waarbij hij bevestigt aan de voorwaarden te voldoen om vrijstelling te genieten in de Staat waar hij werkt. Hij bezorgt beide exemplaren aan zijn werkgever die er een verklaring aan toevoegt (vak II), waarin hij bevestigt dat de werknemer in zijn dienst werkt en waarin hij het bedrag van de brutobezoldiging (d.w.z. na aftrek van de inhouding voor maatschappelijke zekerheid ten laste van de werknemer), vermeldt.
----------
[(1) De Belgische belastingdiensten uit de grensstreek zullen eerlang in het bezit zijn van de te gebruiken verklaringen 276 Grens.(F), die op verzoek kosteloos aan de betrokken Belgische werkgevers of Franse grensarbeiders zullen worden afgeleverd.]
----------
" De grensarbeider bezorgt vervolgens beide exemplaren van de verklaring aan de belastingdienst in wiens ambtsgebied zijn woonplaats is gelegen.
" Deze dienst bevestigt (vak III) dat de werknemer als grensarbeider in de zin van de overeenkomst mag worden beschouwd: hij bewaart het eerste exemplaar en geeft het tweede aan de werknemer terug.
" De grensarbeider bezorgt dit tweede exemplaar aan zijn werkgever : deze voegt het bij de loonopgave (in België, opgave nr. 325.10) waarop de grensarbeider voorkomt en vermeldt op die opgave, naar het val "Franse grensarbeider" of "Belgische grensarbeider".
" Op grond van de in dit exemplaar voorkomende verklaring van de Franse inspecteur der belastingen is de Belgische werkgever ervan ontslagen de bedrijfsvoorheffing op de beloningen van de betrokken grensarbeider in te houden en aan de Schatkist te storten.
" Het verzoek moet elk jaar tijdig worden hernieuwd zodat het tweede exemplaar, met de verklaring van de belastingdienst van het ambtsgebied over de woonplaats van de grensarbeider, bij de werkgever kan toekomen voor de eerste loonbetaling van het jaar. Een nieuw verzoek moet bovendien worden ingediend wanneer de werknemer in de loop van het jaar bij een andere werkgever in dienst treedt en de hoedanigheid van grensarbeider behoudt.
" De hierboven omschreven procedure zal op 1 oktober 1971 in werking treden; bij wijze van uitzondering wordt voor het jaar 1972 geen nieuw verzoek geëist.
" Voor 1 februari van elk jaar dienen de Belgische werkgevers die grensarbeiders, verblijfhouders van Frankrijk, tewerkstellen hun opgave 325.10 en de fiches 281.10 voor de leden van hun personeel (grensarbeiders of niet) bij de Belgische belastingdiensten in : gezegde fiches die betrekking hebben op grensarbeiders, verblijfhouders van Frankrijk, dragen duidelijk de vermelding " Franse grensarbeider".
" Tegen 30 april bezorgen deze diensten aan het Hoofdbestuur door middel van een enige zending de fiches 281.10 die betrekking hebben op Franse grensarbeiders, samen met een naar onderhavige onderrichtingen verwijzende nota.
" Het hoofdbestuur zal deze fiches voor het einde van het tweede kwartaal naar de Franse administratie zenden.
" Voor de in Frankrijk tewerkgestelde grensarbeiders, verblijfhouders van België, zal de Franse administratie jaarlijks tegen hetzelfde tijdstip de staten opsturen met de in het vorige jaar door de betrokkene in Frankrijk genoten beloningen. Deze staten zullen vervolgens - door tussenkomst van de Documentatiedienst - naar de betrokken belastingdiensten worden gezonden".
