Circulaire 2018/C/104 betreffende goedgekeurde en aangewezen plaatsen voor het aanbrengen van goederen bij de douane (opgeheven)
Deze circulaire vervangt circulaire 2018/C/48.
goedgekeurde plaats; aangewezen plaats; voorwaarden; beschikking
FOD Financiën, 07.08.2018
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
Inhoudstafel
2. Definitie en toepassingsgebied (GLLP/GLP)
3. Voorwaarden inzake de goedkeuring van een plaats voor het aanbrengen van goederen bij douane
4. Verlenen beschikking voor een goedgekeurde plaats voor het aanbrengen van goederen bij de douane
5. Aangewezen plaats voor het aanbrengen van goederen bij de douane
6. Overgangsregels en opheffingsbepaling
Bijlage 1 - Minimum te vermelden gegevens op het aanvraagformulier goedgekeurde plaats
Bijlage 2 - Minimum te vermelden gegevens op de beschikking goedgekeurde plaats
Bijlage 5 - Minimum te vermelden gegevens op de beschikking aangewezen plaats voor douanevervoer
Bijlage 6 - Tabel van de vereiste gegevens van de “notification of presentation”
1. Wettelijke basis
Een beschikking betreffende de goedkeuring van een plaats voor het aanbrengen van goederen bij de douane wordt verleend op basis van:
- artikel 5 (33), 139, 140 en artikel 172 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (DWU);
- artikelen 115 en 117 van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/2446 (DA) van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie;
- artikelen 238 en 306 van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/2447 (IA) van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie.
2. Definitie en toepassingsgebied (GLLP/GLP)
"aanbrengen bij de douane": mededeling aan de douaneautoriteiten dat de goederen bij het douanekantoor of op enige andere, door de douaneautoriteiten aangewezen of goedgekeurde plaats zijn aangekomen en beschikbaar zijn voor douanecontrole.”
1. Op het tijdstip dat de goederen op de goedgekeurde plaats worden aangebracht, zonder onder de regeling Unie-/Gemeenschappelijk douanevervoer te zijn geplaatst, wordt een kennisgeving van aanbrengen naar de bevoegde douaneautoriteiten gezonden. De kennisgeving van aanbrengen bevat de gegevens die vermeld staan in de kolom G3 van de tabel met gegevensvereisten van hoofdstuk 3 van bijlage B (DA). (zie ook bijlage 6 hierna).Dit is nog niet van toepassing gedurende de overgangsperiode. Deze kennisgeving is niet vereist wanneer de goederen onder de regeling Unie-/gemeenschappelijk douanevervoer op de goedgekeurde plaats aankomen.”
“Artikel 139 (DWU)
Aanbrengen van goederen bij de douane
1. Goederen die in het douanegebied van de Unie worden gebracht, worden onmiddellijk bij aankomst bij de douane aangebracht bij het aangewezen douanekantoor, of op een daartoe door de douaneautoriteiten aangewezen of goedgekeurde plaats, of in de vrije zone, door een van de volgende personen:
a) de persoon die de goederen in het douanegebied van de Unie heeft gebracht;
b) de persoon in wiens naam of voor wiens rekening degene handelt die de goederen in het douanegebied van de Unie heeft gebracht;
c) de persoon die aansprakelijk is voor het vervoer van de goederen na het binnenbrengen in het douanegebied van de Unie.”
2. In het voornoemd artikel worden de personen vermeld die goederen kunnen aanbrengen op een goedgekeurde plaats. Hier wordt niet geëist dat zij de houder moeten zijn van de beschikking voor de goedgekeurde plaats.
“Artikel 140, lid 1 (DWU)
Lossen en onderzoek van goederen
1. Het lossen of overladen van goederen uit het vervoermiddel waarop zij zich bevinden, mag slechts met toestemming van de douaneautoriteiten en op de door deze autoriteiten aangewezen of goedgekeurde plaatsen geschieden.
Deze toestemming is evenwel niet vereist in het geval van een dreigend gevaar dat ertoe noopt de goederen onverwijld geheel of gedeeltelijk te lossen. In dat geval worden de douaneautoriteiten daarvan onmiddellijk in kennis gesteld.”
3. Onder goedgekeurde plaats voor lossing wordt een overeenkomstig artikel 139, lid 1 (DWU) van tevoren door de douaneautoriteiten aangeduide en erkende plaats verstaan, waar de goederen overeenkomstig voormeld artikel bij de douane kunnen worden aangeboden.
“Artikel 172 (DWU)
Aanvaarding van een douaneaangifte
1. Douaneaangiften die aan de voorwaarden van dit hoofdstuk voldoen, worden onmiddellijk door de douaneautoriteiten aanvaard, voor zover de desbetreffende goederen bij de douane zijn aangebracht.
2. […]”
“Artikel 306 (IA)
Aanbrengen van onder de regeling Uniedouanevervoer geplaatste goederen bij het douanekantoor van bestemming
1. Wanneer onder een regeling Uniedouanevervoer geplaatste goederen bij het douanekantoor van bestemming aankomen, dient het volgende bij dat douanekantoor te worden aangebracht:
a) de goederen;
b) het MRN van de aangifte voor douanevervoer;
c) de door het douanekantoor van bestemming vereiste informatie.
Het aanbrengen vindt plaats tijdens de officiële openingsuren. Het douanekantoor van bestemming kan echter op verzoek van de betrokkene toestaan dat het aanbrengen buiten de officiële openingsuren of op een andere plaats geschiedt.”
4. Bij het plaatsen van goederen onder de regeling douanevervoer werd het douanekantoor van bestemming aangeduid.
Overeenkomstig voormeld artikel kunnen de goederen in plaats van op het douanekantoor van bestemming worden aangeboden op een door de douane goedgekeurde plaats van lossing. Het aanbrengen van de goederen op een andere plaats doet geen afbreuk aan de in het kader van het douanevervoer opgelegde verplichtingen van het douanekantoor van bestemming.
5. Goederen kunnen eveneens op een goedgekeurde plaats LLP (GLLP) worden aangeboden voor plaatsing onder een douaneregeling ter aanzuivering van een andere bijzondere douaneregeling. (zie ook § 24, lid 1).
6. Onder goedgekeurde plaats voor lading LP (GLP) wordt een van tevoren door de douaneautoriteiten aangeduide en erkende plaats verstaan.
Daar mogen Uniegoederen die het voorwerp uitmaken van een uitvoeraangifte worden aangeboden (ter beschikking staan voor controle) in plaats van op het douanekantoor.
Op een GLP kunnen eveneens Uniegoederen voor uitvoer worden aangeboden die onder de regeling douanevervoer worden geplaatst ter bestemming van een land dat toegetreden is tot de Overeenkomst inzake het gemeenschappelijk douanevervoer.
7. De douane kan ten allen tijde tijdens de openingsuren van de goedgekeurde plaatsen optreden voor een controle van de aangiften en van de goederen. De goedgekeurde plaatsen (voor lading en/of losplaats (GL(L)P)) hebben dezelfde openingsuren als het hulpkantoor waarvan ze afhangen en kunnen enkel worden gebruikt om goederen aan te geven in de normale procedure.
Op verzoek van de aanvrager kan de bevoegde dienst Vergunningen de openingsuren van de goedgekeurde plaatsen voor lading (laadplaats) als volgt uitbreiden op voorwaarde dat de economische behoefte wordt aangetoond en de douaneautoriteiten het douanetoezicht kunnen uitoefenen zonder administratieve maatregelen te moeten nemen die niet in verhouding staan tot die economische behoeften:
a) de aanvrager is geen geautoriseerd marktdeelnemer (AEO-C):
Maximale uitbreiding van 06 tot 22u van maandag tot vrijdag (uitgezonderd feestdagen)
b) de aanvrager is een geautoriseerd marktdeelnemer (AEO-C):
Maximale uitbreiding van 24/24u op week-, zaterdag, zon- en feestdagen (7/7)
Bij uitbreiding van de werkuren buiten de openingsuren van het hulpkantoor zijn de principes van de retributies van toepassing.
8. De aangifte voor goederen die op een GLLP worden aangebracht moet elektronisch worden ingediend (zie de §§ 33, 34, 61, 136, 137, 165 en 234 van de omzendbrief nr. D.D. 273.416 van 12 juli 2007 betreffende de papierloze aangiften inzake douane en accijnzen (PLDA) (D.I. 530.11).
Goederen die het voorwerp uitmaken van andere aangiften waarvoor geen verplichting van aanbieding op het hulpkantoor is vereist mogen eveneens worden aangeboden op een goedgekeurde LLP (GLLP) voor zover de aangifte alle vereiste gegevens bevat voor de behandeling van eventuele te verrichten verificaties. Wanneer de goederen op een goedgekeurde LLP (GLLP) worden aangeboden moet de aangever in vak 44 van de aangifte de daartoe in bijvoegsel 6d 1) van de toelichting van het Enig Document voorziene code vermelden.
9. Onder dezelfde voorwaarden van § 8 mogen de goederen worden aangeboden op een goedgekeurde LP (GLP) (zie de §§ 136, 137, 165 en 234 van voornoemde omzendbrief). De aangever moet in vak 44 van de aangifte de daartoe in bijvoegsel 6d 1) van de toelichting van het Enig Document voorziene code vermelden.
10. De regionale afdeling Vergunningen duidt de goedgekeurde plaatsen aan en verleent in voorkomend geval de vereiste beschikking goedgekeurde plaats daartoe.
3. Voorwaarden inzake de goedkeuring van een plaats voor het aanbrengen van goederen bij douane
3.1. “Artikel 115, lid 1 (DA)
Goedkeuring van een plaats voor het aanbrengen van goederen bij de douane en tijdelijke opslag
1. Voor het aanbrengen van goederen kan een andere plaats dan het bevoegde douanekantoor worden goedgekeurd wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de vereisten die zijn vastgesteld in artikel 148, leden 2 en 3, van het wetboek en in artikel 117 van deze verordening zijn vervuld;
b) de goederen worden niet later dan drie dagen nadat zij zijn aangebracht, aangegeven voor een douaneregeling of wederuitgevoerd, dan wel niet later dan zes dagen nadat zij zijn aangebracht in het geval van een toegelaten geadresseerde zoals bedoeld in artikel 233, lid 4, onder b), van het wetboek, tenzij de douaneautoriteiten een onderzoek van de goederen eisen overeenkomstig artikel 140, lid 2, van het wetboek.
Wanneer voor de plaats al een vergunning voor het beheer van een ruimte voor tijdelijke opslag is verleend, is die goedkeuring niet vereist.”
“Artikel 148 (DWU)
1. Voor het beheer van opslagruimten voor tijdelijke opslag is een vergunning […].
2. De in lid 1 bedoelde vergunning wordt uitsluitend verleend aan personen die aan elk van de volgende voorwaarden voldoen:
a) zij zijn in het douanegebied van de Unie gevestigd;
b) zij bieden de nodige waarborgen voor het goede gebruik van de regeling; een geautoriseerde marktdeelnemer voor douanevereenvoudigingen wordt geacht aan die voorwaarde te voldoen indien in de in artikel 38, lid 2, onder a), bedoelde vergunning rekening is gehouden met het beheer van de opslagruimten voor tijdelijke opslag;
c) zij stellen zekerheid overeenkomstig artikel 89.
Wanneer er een doorlopende zekerheid wordt gesteld, worden de aan die zekerheid verbonden verplichtingen op passende wijze gecontroleerd.
3. De in lid 1 bedoelde vergunning wordt slechts toegekend indien de douaneautoriteiten douanetoezicht kunnen uitoefenen zonder administratieve maatregelen te hoeven nemen die niet in verhouding staan tot de economische behoeften.”
11. In dit artikel wordt niet bepaald dat de houder van de beschikking goedgekeurde plaats steeds zelf de goederen moet aanbrengen.
3.2. “Artikel 117 (DA)
Op de volgende voorwaarden wordt een vergunning voor het beheer van ruimten voor tijdelijke opslag zoals bedoeld in artikel 148 van het wetboek verleend:
a) de ruimte voor tijdelijke opslag wordt niet gebruikt voor detailhandel;
b) wanneer de opgeslagen goederen een gevaar vormen, andere goederen kunnen bederven of om andere redenen bijzondere voorzieningen vereisen, wordt de ruimte voor tijdelijke opslag speciaal voor de opslag van die goederen ingericht;
c) de ruimte voor tijdelijke opslag wordt uitsluitend beheerd door de vergunninghouder.”
12. Bovenvermelde vereisten zijn ook van toepassing voor goedgekeurde plaatsen.
13. Goederen die worden aangeboden op een goedgekeurde plaats voor lossing moeten uiterlijk de derde dag nadat zij zijn aangebracht worden aangegeven voor een douaneregeling (art. 115, lid 1b) DA) of uiterlijk de zesde dag nadat zij zijn aangebracht bij een toegelaten geadresseerde, tenzij de douane een onderzoek van de goederen eisen of tenzij er voor dezelfde locatie een vergunning voor het beheer van ruimten voor tijdelijke opslag (RTO) bestaat.
Opmerking: in dit laatste geval is een beschikking goedgekeurde plaats niet nodig. (zie artikel 115, laatste alinea (DA) in punt 3.1)
14. Wanneer geen RTO is voorzien en de goederen niet voor een douaneregeling kunnen worden aangegeven is de houder van de beschikking goedgekeurde plaats verplicht om de goederen onder de regeling douanevervoer te plaatsen voor het vervoer naar een andere plaats van bestemming (douane-entrepot of RTO).
In dat geval kan het aangewezen zijn om de elders gelegen locatie (douane-entrepot of RTO), indien vergund op naam van een derde, te verbinden met de beschikking goedgekeurde plaats via een verbintenis (bijlage 3) om te vermijden dat de goederen aldaar worden geweigerd.
15. Wanneer goederen onder de regeling douanevervoer aankomen op de goedgekeurde plaats voor lossing mag voor deze goederen uiterlijk de derde dag nadat zij zijn aangebracht een aangifte voor douanevervoer worden ingediend. Dit mag enkel worden toegestaan door de plaatselijke douanediensten wanneer de aangever/vergunninghouder aangetoond heeft dat het om een uitzonderlijke situatie gaat (bv weigering van de zending) en de goederen niet onder een andere douaneregeling kunnen worden geplaatst. Indien de douanediensten vaststellen dat dit systematisch wordt toegepast moeten de goederen hetzij in een RTO op die locatie worden geplaatst, hetzij worden aangeboden op het bevoegde hulpkantoor voor het plaatsen onder de regeling douanevervoer.
3.3. Kenmerken
16. Om te worden goedgekeurd moet de plaats voor lading en lossing aan de volgende voorwaarden voldoen:
- over een infrastructuur beschikken die een efficiënte verificatie van de goederen toelaat: de goedgekeurde plaats moet bij voorkeur overdekt zijn en voorzien zijn van een inrichting die een gemakkelijk nazicht van de goederen mogelijk maakt (vb. een loskaai) en in voorkomend geval voorzien zijn van een koelinstallatie wanneer dit voor de bewaring van de goederen noodzakelijk is;
- voorzien zijn van een lokaal uitgerust met de nodige voorzieningen voor de ambtenaren (tafel, telefoon, toilet, stoelen);
- gemakkelijk bereikbaar en steeds toegankelijk zijn voor de douane tijdens de openingsuren;
- voorzien zijn van een aan de behoeften aangepaste parkeerinrichting;
- indien de aanvrager niet beschikt over zijn eigen RTO/DE, maar een derde zich hiervoor engageert moet de verbintenis waarvan sprake in § 14 worden voorgelegd (bijlage 3).
17. De uitbating van een goedgekeurde plaats is onderworpen aan een door de bevoegde regionale afdeling Vergunningen te verlenen beschikking waarin de openingsuren, de aard van de toegelaten goederen en indien van toepassing, de gegevens inzake de vergunning voor het beheer van een RTO/DE waaraan het is verbonden zijn vermeld.
Het beheer van de goedgekeurde plaats wordt verzekerd door de houder van de beschikking goedgekeurde plaats.
De bevoegde regionale afdeling Vergunningen keurt de plaats goed wanneer het bezoek ter plaatse toelaat vast te stellen dat werkelijk aan de voorwaarden is voldaan.
Een beschikking voor een goedgekeurde plaats kan worden verleend voor verschillende UN/LOCODES die zich onder de bevoegdheid van hetzelfde hulpkantoor bevinden.
Opmerking:
De bij de douane aangebrachte goederen mogen niet zonder toestemming van de douaneautoriteiten worden weggevoerd van de plaats waar zij zijn aangebracht (art. 139, lid 7 DWU); d.w.z. na vrijgave door douane mogen goederen worden weggevoerd.
4. Verlenen beschikking voor een goedgekeurde plaats voor het aanbrengen van goederen bij de douane
4.1. Verlenen beschikking vanaf 1 mei 2016
18. In het Douanewetboek van de Unie (DWU) of zijn toepassingswetboeken (DA en IA) is geen Europees model voorzien voor de aanvraag en de beschikking voor een goedgekeurde plaats. Evenmin zijn bepalingen voorzien welke gegevens moeten worden vermeld in de aanvraag en de beschikking.
Om aan de behoeften van de economische operatoren te voldoen heeft de Belgische AAD, op basis van vermelde artikelen van het DWU, zelf een model van het aanvraagformulier en de beschikking voor een goedgekeurde plaats LLP of LP (GLLP of GLP) opgemaakt. (lijsten van vereiste gegevens in bijlagen 1 en 2).
19. De aanvragen voor het bekomen van een beschikking voor een goedgekeurde plaats moeten worden ingediend bij de regionale afdeling Vergunningen.
4.2. Beschikkingen
20. Bepalingen inzake de aanvraag voor een beschikking, het beheer van beschikkingen naar aanleiding van aanvragen, de nietigverklaring van gunstige beschikkingen en de intrekking en wijziging van gunstige beschikkingen zijn opgenomen in respectievelijk de artikelen 22, 23, 27 en 28 van het Douanewetboek van de Unie (DWU).
Deze bepalingen worden toegelicht in de circulaire nr. 2017/C/90 van 22.12.2017.
Een beschikking voor een goedgekeurde plaats wordt uiterlijk 120 dagen na de aanvaarding van de aanvraag aan de aanvrager verleend.
21. Overeenkomstig titel II ‘Aantekeningen op de gegevensvereisten’ van Bijlage B van Verordening 2015/2446 betreft het gegevenselement “GE 5/23” de plaats waar de goederen kunnen worden onderzocht. Deze plaats is nauwkeurig genoeg omschreven zodat de douane de fysieke controle van de goederen kan uitvoeren.
Overeenkomstig titel II ‘Codes betreffende de gemeenschappelijke gegevensvereisten voor aangiften en kennisgevingen’ van Verordening 2015/2447 wordt de code voor een goedgekeurde plaats als volgt samengesteld: “BECU + identificator” (bv. UNLOCODE).
4.3. Zekerheidstelling
22. Vergunningen die vóór 1 mei 2016 werden afgegeven en die na 1 mei blijven voortbestaan zullen wat zekerheidstelling betreft niet worden aangepast tot aan de herbeoordeling, tot het afleveren van een nieuwe beschikking GLLP / GLP of, tot het geval de douane oordeelt dat er een verhoogd risico optreedt.
Bij de zekerheid die moet worden gesteld voor de goederen die bij aankomst in de Unie op een goedgekeurde plaats worden aangebracht gaat het om een mogelijke douaneschuld. De zekerheid voor de goedgekeurde plaats wordt vrijgegeven van zodra voor die goederen de douaneaangifte voor plaatsing onder een douaneregeling wordt aanvaard.
De zekerheid die moet worden gesteld bij de aankomst van goederen in de Unie voor beschikkingen die na 1 mei 2016 worden verleend wordt volgens de nieuwe regels bepaald. De zekerheid dient te worden gesteld, hetzij per aankomende zending, hetzij door het stellen van een doorlopende zekerheid door de houder van de beschikking goedgekeurde plaats LLP (GLLP). In elke beschikking dienen de gegevens van de gestelde zekerheid te worden vermeld. In geval van gebruikmaking van de doorlopende zekerheid dient een daarvoor geldende specifieke vergunning te zijn verleend.
Bij uitvoer van Uniegoederen wordt er geen zekerheid gesteld, zolang geen uitvoerrechten of andere heffingen van toepassing zijn. Voor een goedgekeurde plaats, uitsluitend geldig als laadplaats dient bijgevolg geen zekerheid te worden gesteld.
5. Aangewezen plaats voor het aanbrengen van goederen bij de douane
5.1 Wettelijke basis
23. Overeenkomstig artikel 238 (IA) kan het bevoegde douanekantoor een andere plaats aanwijzen voor het onderzoek van de goederen.
“Artikel 238 (IA)
Plaats en tijdstip van onderzoek van de goederen
Wanneer het bevoegde douanekantoor heeft besloten de goederen aan een onderzoek te onderwerpen in overeenstemming met artikel 188, onder c), van het wetboek, of monsters te nemen in overeenstemming met artikel 188, onder d), van het wetboek, wijst het hiervoor het tijdstip en de plaats aan en stelt het de aangever hiervan in kennis.
Op verzoek van de aangever kan het bevoegde douanekantoor een andere plaats aanwijzen dan een douanekantoor of een tijdstip buiten de officiële openingstijden van dat douanekantoor.”
5.2 Mogelijkheden en voorwaarden
24. Het aanbrengen van goederen op een aangewezen plaats is mogelijk in de volgende gevallen:
1) aangewezen plaats voor de wederuitvoer van goederen ter aanzuivering van de bijzondere regeling douane-entrepot en actieve veredeling.
Voor actieve veredeling kan dit niet worden toegepast wanneer bij de wederuitvoer er telkenmale monstername is voorzien.
De locaties die genoemd zijn in deze vergunningen bijzondere regeling worden op aanvraag een aangewezen plaats voor het aanbrengen van goederen voor wederuitvoer. Er wordt geen aparte beschikking opgesteld. De door de douaneautoriteiten aangewezen plaatsen moeten worden vermeld in de vergunning douane-entrepot en/of actieve veredeling.
Omdat de houder van de vergunning tijdelijke invoer niet altijd of alleen maar een eenvoudige administratie moet bijhouden, worden goederen onder de regeling tijdelijke invoer voor wederuitvoer uitgesloten op een aangewezen plaats.
2) aangewezen plaats voor vertrekkende transitzendingen. Er wordt een aparte beschikking verleend voor het opstellen van vertrekkende transitzendingen volgens de hierna genoemde voorwaarden:
- het gaat om goederen die vertrekken vanuit een plaats waarvoor een vergunning RTO werd verleend;
- de vergunninghouder RTO is niet dezelfde als de aanvrager van de beschikking voor een aangewezen plaats;
- het gaat enkel om het aanbrengen van goederen die uitsluitend in de standaardprocedure onder de regeling douanevervoer zullen worden geplaatst;
- de vergunninghouder RTO en de houder van de beschikking aangewezen plaats voor douanevervoer moeten onderling de nodige afspraken maken met betrekking tot de uitwisseling van informatie voor de beëindiging van de tijdelijke opslag.
5.3 Verlenen beschikking
25. In het Douanewetboek van de Unie (DWU) of zijn toepassingswetboeken (DA en IA) is geen Europees model voorzien voor de aanvraag en de beschikking voor een aangewezen plaats. Evenmin zijn bepalingen voorzien welke gegevens moeten worden vermeld in de aanvraag en de beschikking.
Om aan de behoeften van de economische operatoren te voldoen heeft de Belgische AAD, op basis van vermelde artikelen van het DWU, zelf een model van het aanvraagformulier en de beschikking voor een aangewezen plaats opgemaakt. (lijsten van vereiste gegevens in bijlagen 4 en 5)
De aanvragen voor het bekomen van een beschikking voor een aangewezen plaats moeten worden ingediend bij de regionale afdeling Vergunningen.
5.4 Beschikkingen
26. Bepalingen inzake de aanvraag voor een beschikking, het beheer van beschikkingen naar aanleiding van aanvragen, de nietigverklaring van gunstige beschikkingen en de intrekking en wijziging van gunstige beschikkingen zijn opgenomen in respectievelijk de artikelen 22, 23, 27 en 28 van het Douanewetboek van de Unie (DWU).
Deze bepalingen worden toegelicht in de circulaire nr. 2017/C/90 van 22.12.2017.
Een beschikking voor een aangewezen plaats wordt uiterlijk 120 dagen na de aanvaarding van de aanvraag aan de aanvrager verleend.
27. Overeenkomstig titel II ‘Aantekeningen op de gegevensvereisten’ van Bijlage B van Verordening 2015/2446 betreft het gegevenselement “GE 5/23” voor de plaats waar de goederen kunnen worden onderzocht. Deze plaats is nauwkeurig genoeg omschreven zodat de douane de fysieke controle van de goederen kan uitvoeren.
Overeenkomstig titel II ‘Codes betreffende de gemeenschappelijke gegevensvereisten voor aangiften en kennisgevingen’ van Verordening 2015/2447 wordt de code voor een aangewezen plaats als volgt samengesteld: “BEAU + identificator” (bv. UNLOCODE).
5.5. Zekerheidstelling
28. De zekerheid die moet worden gesteld is deze voor het plaatsen van de goederen onder de regeling douanevervoer. In elke beschikking dienen de gegevens van de gestelde zekerheid te worden vermeld. In geval van gebruikmaking van de doorlopende zekerheid dient een daarvoor geldende specifieke vergunning te zijn verleend.
6. Overgangsregels en opheffingsbepaling
29. Overeenkomstig artikel 251 (DA) blijven vergunningen die geldig zijn op 1 mei 2016 en die werden verleend op basis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en Verordening (EEG) nr. 2454/93 geldig tot de herbeoordeling van de vergunning overeenkomstig artikel 250, lid 1 (DA).
30. De vergunningen die werden verleend in toepassing van Verordening (EEG) 2913/92 en Verordening (EEG) 2454/93 dienen te worden gelezen in overeenkomst met de tabel in bijlage 90 (DA). Deze vergunningen kunnen niet meer worden toegepast volgens de procedures van Verordening (EEG) 2913/92 en Verordening (EEG) 2454/93. Op deze vergunningen zijn de nieuwe bepalingen van het DWU, DA en IA van toepassing, tenzij er overgangsregels zijn.
Er zijn geen overgangsregels voorzien.
31. Onderhavige circulaire vervangt de circulaire 2018/C/48 betreffende goedgekeurde plaats en de aangewezen plaats voor het aanbrengen van goederen bij de douane’ nr. OEO/D.D. 013.721 (D.I. 530.11) van 23 april 2018.
7. Herbeoordeling
32. Vóór 1 mei 2019 moet een herbeoordeling van de op 1 mei 2016 geldige vergunningen laad- en losplaatsen en de vergunningen laadplaatsen plaatsvinden.
Bijlage 1 - Minimum te vermelden gegevens op het aanvraagformulier goedgekeurde plaats
1) Aanvrager (= beheerder): naam en voornaam of maatschappelijke benaming, rechtsvorm, adres, EORI-nummer, KBO-nummer
2) Contactpersoon: naam en voornaam, telefoonnummer, e-mailadres
3) Soort goedgekeurde plaats: (met code aanduiden)
1 = Laad- en losplaats (LLP) + naam van het magazijn en adres
2 = Laadplaats (LP) + naam van het magazijn en adres
4) Soort aanvraag:(met code aanduiden)
1 = eerste aanvraag
2 = aanvraag wijziging of hernieuwing van de beschikking + Identificatienummer bestaande beschikking
5) Toegelaten niet-Uniegoederen (enkel de goederen die voor inklaring op de GLLP in aanmerking komen en dus voor opslag in de(het) bij punt 9 (hierna) vermelde RTO / DE (douane-entrepot) mogen worden aangegeven)
GN-code (*) | Omschrijving (**) | Land van oorsprong |
(*) Deze kolom invullen overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur (GN-code van 8 cijfers) of door vermelding van het hoofdstuk van het BLEU Douane Gebruikstarief.
(**) Wanneer de kolom “GN-code” werd ingevuld of in die kolom de hoofdstukken van het BLEU Douane Gebruikstarief werden vermeld, hoeft de kolom “Omschrijving” niet meer te worden ingevuld.
6) Economische voorwaarden:(in welke hoedanigheid beschikt de aanvrager over de LLP of LP) (met code aanduiden)
1 = eigenaar van de LLP of LP
2 = huurder van de LLP of LP
3 = betalen van opslagkosten aan de lasthebber
7) Zekerheidstelling (uitsluitend voor GLLP)
8) Douanehulpkantoor waarvan de GLLP of GLP afhangt
9) a) Identificatie van de RTO / DE waarmede de goedgekeurde plaats is verbonden
b) (met code aanduiden)
1 = eigen vergunning
2 = vergunning op naam van (naam vermelden)
Datum en handtekening (met vermelding van de hoedanigheid van de persoon die de aanvraag ondertekent)
Belangrijke opmerking:
De aanvraag moet worden ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager geldig te vertegenwoordigen tegenover de Algemene Administratie van de douane en accijnzen (een kopie bijvoegen van de akte waaruit zulks blijkt).
Bij de aanvraag te voegen stukken
- een ondertekend, door de firma gestempeld en gedateerd plan of een schets op schaal van de LLP of LP op A3- of A4-formaat waarop het gedeelte dat als plaats waar de verificatie gebeurt zal worden gebruikt wordt ingekleurd. Verder dient het volledige adres te worden vermeld;
- in voorkomend geval de verbintenis ondertekend door de vergunninghouder RTO / DE wanneer § 14 van de circulaire van toepassing is.
Voorwaarden waaraan de GLLP / GLP moet voldoen
- over een infrastructuur beschikken die een efficiënte verificatie van de goederen toelaat: de goedgekeurde plaats moet bij voorkeur overdekt zijn en voorzien zijn van een inrichting die een gemakkelijk nazicht van de goederen mogelijk maakt (vb. een loskaai) en in voorkomend geval voorzien zijn van een koelinstallatie wanneer dit voor de bewaring van de goederen noodzakelijk is;
- voorzien zijn van een lokaal uitgerust met de nodige voorzieningen voor de ambtenaren (tafel, telefoon, toilet, stoelen);
- gemakkelijk bereikbaar en steeds toegankelijk zijn voor de douane tijdens de openingsuren;
- voorzien zijn van een aan de behoeften aangepaste parkeerinrichting;
- in toepassing van § 14 van de circulaire moet, indien de aanvrager niet beschikt over zijn eigen RTO / DE in voorkomend geval de verbintenis van de derde voorleggen (opgemaakt op briefpapier met hoofding van de vergunninghouder RTO / DE).
Bijlage 2 - Minimum te vermelden gegevens op de beschikking goedgekeurde plaats
1) GLLP nr. ……… of GLP nr. …….
2) Houder (= beheerder): naam en voornaam of maatschappelijke benaming, rechtsvorm, adres, EORI-nummer, KBO-nummer
3) Contactpersoon: naam en voornaam, telefoonnummer, e-mailadres
4) Soort goedgekeurde plaats: (met code aanduiden)
1 = Laad- en losplaats (LLP) + naam van het magazijn en adres
2 = Laadplaats (LP) + naam van het magazijn en adres
5) Status beschikking:(met code aanduiden)
1 = eerste beschikking
2 = wijziging of hernieuwing van de beschikking + Identificatienummer bestaande beschikking
6) Toegelaten niet-Uniegoederen (enkel de goederen die voor inklaring op de GLLP in aanmerking komen en dus voor opslag in de bij punt 11 vermelde RTO / DE (douane-entrepot) mogen worden aangegeven)
GN-code (*) | Omschrijving (**) | Land van oorsprong |
(*) Deze kolom invullen overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur (GN-code van 8 cijfers) of door vermelding van het hoofdstuk van het BLEU Douane Gebruikstarief.
(**) Wanneer de kolom “GN-code” werd ingevuld of in die kolom de hoofdstukken van het BLEU Douane Gebruikstarief werden vermeld, hoeft de kolom “Omschrijving” niet meer te worden ingevuld.
7) Economische voorwaarden:(in welke hoedanigheid beschikt de aanvrager over de GLLP of GLP) (met code aanduiden)
1 = eigenaar van de LLP of LP
2 = huurder van de LLP of LP
3 = betalen van opslagkosten aan de lasthebber
8) Zekerheidstelling (uitsluitend voor GLLP)
9) Douanehulpkantoor waarvan de GLLP of GLP afhangt
10) Openingsuren hulpkantoor:
Dagen:
Uren:
11) a) Identificatie van de RTO / DE waarmede de goedgekeurde plaats is verbonden
b) (met code aanduiden)
1 = eigen vergunning
2 = vergunning op naam van (naam vermelden)
Datum en handtekening
(met vermelding van naam, functie van de bevoegde ambtenaar, douanestempel)
Bij de beschikking te voegen stukken
- een ondertekend, door de firma gestempeld en gedateerd plan of een schets op schaal van de GLLP of GLP op A3- of A4-formaat waarop het gedeelte dat als plaats waar de verificatie gebeurt wordt ingekleurd. Verder dient het volledige adres te worden vermeld;
Blijvende voorwaarden waaraan de GLLP / GLP moet voldoen
- over een infrastructuur beschikken die een efficiënte verificatie van de goederen toelaat: de goedgekeurde plaats moet bij voorkeur overdekt zijn en voorzien zijn van een inrichting die een gemakkelijk nazicht van de goederen mogelijk maakt (vb. een loskaai) en in voorkomend geval voorzien zijn van een koelinstallatie wanneer dit voor de bewaring van de goederen noodzakelijk is;
- voorzien zijn van een lokaal uitgerust met de nodige voorzieningen voor de ambtenaren (tafel, telefoon, toilet, stoelen);
- gemakkelijk bereikbaar en steeds toegankelijk zijn voor de douane tijdens de openingsuren;
- voorzien zijn van een aan de behoeften aangepaste parkeerinrichting;
- in toepassing van § 14 van de circulaire moet, indien de aanvrager niet beschikt over zijn eigen RTO / DE in voorkomend geval de verbintenis van de derde voorleggen (opgemaakt op briefpapier met hoofding van de vergunninghouder RTO / DE).
Bijlage 3 - Verbintenis
(opgemaakt op briefpapier met hoofding van de vergunninghouder RTO / DE)
Ik, vergunninghouder van de vergunning RTO / DE nr. …………….…, verbind mij er toe om de goederen, die in het kader van de beschikking goedgekeurde Laad- en Losplaats (GLLP) van de firma (naam) ………………………………………………………………………………………, gelegen …………………………………………………………………………………………………………….
(straat, nummer, postcode en gemeente) worden aangeboden, voor opslag te aanvaarden.
De plaatsing van de goederen in het(de) RTO / DE geschiedt volgens de daarvoor voorziene procedure, waarvoor blijkt dat ze enkel in een RTO / DE, met uitsluiting van de andere regelingen, kunnen worden geplaatst.
…………………………………………………………………………………………………………………………
(plaats en datum)
Handtekening
Naam en functie
Bijlage 4 - Minimum te vermelden gegevens op het aanvraagformulier aangewezen plaats voor douanevervoer
1) Aanvrager (= beheerder): naam en voornaam of maatschappelijke benaming, rechtsvorm, adres, EORI-nummer, KBO-nummer
2) Contactpersoon: naam en voornaam, telefoonnummer, e-mailadres
3) Naam en adres van het magazijn van de aangewezen plaats
4) Soort aanvraag:(met code aanduiden)
1 = eerste aanvraag
2 = wijziging of hernieuwing van de beschikking + Identificatienummer bestaande beschikking
5) Zekerheidstelling ( douanevervoer)
6) Douanehulpkantoor waarvan de aangewezen plaats afhangt
Datum en handtekening (met vermelding van de hoedanigheid van de persoon die de aanvraag ondertekent)
Belangrijke opmerking:
De aanvraag moet worden ondertekend door een persoon die bevoegd is de aanvrager geldig te vertegenwoordigen tegenover de Administratie van de douane en accijnzen (een kopie bijvoegen van de akte waaruit zulks blijkt).
Bijlage 5 - Minimum te vermelden gegevens op de beschikking aangewezen plaats voor douanevervoer
1) Aangewezen plaats (AWP) nr. ……………………….
2) Houder (= beheerder): naam en voornaam of maatschappelijke benaming, rechtsvorm, adres, EORI-nummer, KBO-nummer
3) Contactpersoon: naam en voornaam, telefoonnummer, e-mailadres
4) Naam en adres van het magazijn van de aangewezen plaats
5) Status beschikking:(met code aanduiden)
1 = eerste beschikking
2 = wijziging of hernieuwing van de beschikking + Identificatienummer bestaande beschikking
6) Zekerheidstelling ( douanevervoer)
7) Douanehulpkantoor waarvan de aangewezen plaats afhangt
8) Openingsuren hulpkantoor:
Dagen:
Uren:
Datum en handtekening
(met vermelding van naam, functie van de bevoegde ambtenaar, douanestempel)
Bijlage 6 - Tabel van de vereiste gegevens van de “notification of presentation”
Deze gegevens zijn vermeld in de Bijlage B (DA) in de kolommen:
G3 = aanbrengen van goederen bij de douane (artikel 5, punt 33), en artikel 139 DWU)
Symbolen in de vakken
A: Verplicht: gegevens die door elke lidstaat worden verlangd
B: Facultatief voor de lidstaten: gegevens waarvan de lidstaten al dan niet kunnen afzien
C: Facultatief voor marktdeelnemers: gegevens die marktdeelnemers vrijwillig kunnen verstrekken, maar waarvan de opgave niet door de lidstaten kan worden verlangd
X: Vereist gegevenselement op het artikelniveau van de aangifte van de goederen. De informatie die op het artikelniveau van de goederen is ingevuld, is alleen geldig voor de betrokken artikelen
Y: Vereist gegevenselement op het rubriekniveau van de aangifte van de goederen. De informatie die op het rubriekniveau is ingevuld, is geldig voor alle aangegeven artikelen
Elke combinatie van de symbolen “X” en “Y” betekent dat het desbetreffende gegevenselement op elk van de betrokken niveaus door de aangever kan worden verstrekt.
Groep 1: Informatie over berichten (inclusief codes voor regelingen)
Nr. G.E. | Naam G.E. | Vak Nr. | G3 |
1/6 | Artikelnummer | 32 |
A X |
1/8 | Handtekening/Authenticatie | 34 |
A Y |
Groep 2: Verwijzingen naar berichten, documenten, certificaten, vergunningen
2/1 | Vereenvoudigde aangifte / Voorafgaande documenten | 40 |
A Y |
2/5 | LRN |
A Y |
Groep 3: Partijen
3/20 | Identificatienummer vertegenwoordiger | 14(nr.) |
A Y |
3/21 | Code status vertegenwoordiger | 14 |
A Y |
3/30 | Identificatienummer persoon die de goederen bij de douane aanbrengt |
A Y |
Groep 5: Data / Tijden / Termijnen / Plaatsen / Landen / Regio’s
5/23 | Plaats van de goederen | 30 |
A Y |
5/24 | Code douanekantoor van eerste binnenkomst |
A Y |
Groep 7 : Vervoersinformatie (methoden, middelen en uitrusting)
7/14 | Identiteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel | 21(1) |
A Y |
———
Interne ref.: D.I. 530.11 – OEO/D.D. 014.212
