Circulaire AFZ/2008/0801 d.d. 01.12.2008

Bedrijfsvoorheffing.

Berekening van de BV.

Schaal van de BV.

SLEUTELFORMULE

voor het berekenen van de bedrijfsvoorheffing (bv) verschuldigd op bezoldigingen en op in artikel 146, 1°, van het wetboek van de inkomstenbelastingen (wib 92) vermelde pensioenen of brugpensioenen, betaald vanaf 1 JANUARI 2009

Deze sleutelformule kan worden gedownload van :

a) de website http://fiscus.fgov.be, Administraties, Administratie van fiscale zaken, Publicaties, van de Fiscale Zaken;

b) de fiscale gegevensbank http://www.fisconetplus.be.

Contactpunten

Heeft u toch nog bijkomende vragen over de toepassing van de bedrijfsvoorheffing, dan kan u terecht bij de onderstaande diensten, naargelang de aard van de vraag:

1. algemene vragen :

  • contactcenter van de FOD Financiën

tel. : 0257/257.57

e-mail : infotax@cc.minfin.fed.be

  • directie I/5 B (N-2) van de AOIF

Patrick GOOR

tel. : 0257/623.29

e-mail : patrick.goor.@minfin.fed.be

2. principiële vragen en vragen omtrent de oorsprong van de sleutelformule :

  • directie I/5 B (N-1) van de AOIF

Pascal LEYS

tél. : 0257/60276

e-mail : pascal.leys@minfin.fed.be

3. vragen omtrent de nieuwe wetgeving van de bedrijfsvoorheffing :

  • directie 3/2 van de AFZ

Myriam BONNAERENS

tel: 0257/641 09

e-mail: myriam.bonnaerens@minfin.fed.be

INLEIDING

1. Deze sleutelformule bestaat uit vier delen en vijf bijlagen :

DEEL I. BEZOLDIGINGEN

Dit deel bevat :

- de regels voor het berekenen van de BV op maandelijkse bezoldigingen (nrs. 5 tot 22);

- de regels voor het berekenen van de BV op anders dan per maand betaalde bezoldigingen (nr. 23).

DEEL II. VLAAMSE FORFAITAIRE VERMINDERING VAN DE BEDRIJFSVOORHEFFING VERSCHULDIGD OP BEPAALDE BEZOLDIGINGEN

Dit deel bevat de oorsprong van de Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing verschuldigd op bezoldigingen van bepaalde werknemers en bedrijfsleiders (nrs. 24 tot 26).

DEEL III . PENSIOENEN EVENALS BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1°, WIB 92) BETAALD AAN RIJKSINWONERS EN NIET-INWONERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN

Dit deel bevat de regels voor het berekenen van de BV op deze maandelijkse pensioenen en brugpensioenen (nrs. 27 tot 41).

DEEL IV . BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1°, WIB 92) BETAALD AAN NIET-INWONERS DIE NIET GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN

Dit deel bevat de regels voor het berekenen van de BV op deze maandelijkse brugpensioenen (nrs. 42 tot 48).

BIJLAGEN

De bijlagen bevatten de basisschaal (bijlage 1) en de tabellen en gegevens voor het berekenen van de belastingverminderingen (bijlagen 2 tot 5) die moeten worden gebruikt overeenkomstig de in de delen I, III en IV vermelde regels.

BELANGRIJKE OPMERKINGEN

2. Deze sleutelformule bevat een wijziging aan deel II m.b.t. de toekenning van een Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing. Deze vermindering is gebaseerd op het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 30 juni 2006 houdende invoering van een forfaitaire vermindering in de personenbelasting . Voor het overige verschilt deze sleutelformule ten opzichte van de vorige sleutelformule (AFZ/2007/574-1) hoofdzakelijk ingevolge de indexering.

3. De sleutelformule geldt alleen voor de BV verschuldigd op bezoldigingen en op in artikel 146, 1°, WIB 92 vermelde pensioenen of brugpensioenen die periodiek worden betaald. In alle andere gevallen wordt de BV berekend volgens de schalen en de erbij horende regels die in bijlage III van het KB/WIB 92 zijn opgenomen.

4. Bij de berekening van de BV zoals hierna aangegeven is reeds rekening gehouden met een verhoging van 7 pct. voor de aanvullende belastingen (gemeente- en agglomeratiebelasting).

* * * * * * * *

DEEL I. BEZOLDIGINGEN

Hoofdstuk 1. BEREKENEN VAN DE BV OP MAANDELIJKSE BEZOLDIGINGEN

5. De BV die bij betaling van maandelijkse bezoldigingen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.

Deze vier stappen zijn :

A. vaststellen van het bruto jaarinkomen;

B. omzetten van het bruto jaarinkomen in het belastbare netto jaarinkomen;

C. berekenen van de jaarbelasting;

D. berekenen van de bedrijfsvoorheffing.

A. BRUTOJAARINKOMEN

6. Om het bruto jaarinkomen vast te stellen moet men :

1° ‑ het betaalde bruto bedrag van de maandelijkse bezoldigingen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;

- het betaalde bruto bedrag van de maandelijkse bezoldigingen van bedrijfsleiders die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen, verminderen zoals aangegeven in onderstaande tabel :

brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen

vermindering

tot 1.005,00 EUR

305,00 EUR

van 1.005,01 EUR tot 4.330,00 EUR

305,00 EUR + 23 pct. op de schijf boven 1.005,00 EUR

van 4.330,01 EUR tot 6.345,00 EUR

1.069,75 EUR + 14,50 pct. op de schijf boven 4.330,00 EUR

boven 6.345,00 EUR

1.361,93 EUR

2° het bekomen verschil afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR en vermenigvuldigen met 12.

B. BELASTBARE NETTO JAARINKOMEN

7. Het belastbare netto jaarinkomen is gelijk aan het bruto jaarinkomen verminderd met de forfaitaire beroepskosten. Die forfaitaire beroepskosten worden als volgt bepaald :

1° Bezoldigingen (wedden en lonen) van werknemers

brutojaarinkomen

forfaitaire beroepskosten

tot 5.200,00 EUR

25 pct.

van 5.200,01 EUR tot 10.320,00 EUR

1.300,00 EUR + 10 pct. op de schijf boven 5.200,00 EUR

van 10.320,01 EUR tot 17.180,00 EUR

1.812,00 EUR + 5 pct. op de schijf boven 10.320,00 EUR

van 17.180,01 EUR tot 60.680,00 EUR

2.155,00EUR + 3 pct. op de schijf boven 17.180,00 EUR

boven 60.680,00 EUR

3.460,00 EUR (maximum)

2° Periodieke bezoldigingen van bedrijfsleiders

brutojaarinkomen

forfaitaire beroepskosten

Tot 69.200,00 EUR

5 pct.

boven 69.200,00 EUR

3.460,00 EUR (maximum)

C. JAARBELASTING

8. Om de jaarbelasting te bekomen moet men :

‑ op het belastbare netto jaarinkomen de basisbelasting berekenen;

‑ van de basisbelasting de belastingverminderingen aftrekken.

De jaarbelasting is dus gelijk aan de basisbelasting verminderd met de belastingverminderingen.

1. BASISBELASTING

9. De basisbelasting wordt steeds berekend met behulp van de enige basisschaal die is opgenomen in bijlage 1.

10. Afdeling 1.- A. Rijksinwoners

B. Niet-inwoners die :

1° ofwel gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden;

2° ofwel niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden maar die bezoldigingen verkrijgen :

- voor in België geleverde arbeidsprestaties;

- ingevolge één of meerdere arbeidsovereenkomsten die het volledige kalenderjaar bestrijken;

- en voor zover die arbeidsprestaties ten minste 75 pct van de wettelijk voorziene arbeidsduur per overeenkomst bedragen.

a) De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande of de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft eveneens persoonlijke beroepsinkomsten.

UITZONDERING

-----------------------

Wanneer nochtans de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 117 EUR NETTO (1) per maand, wordt, in afwijking van het vorige lid, de basisbelasting berekend overeenkomstig punt b, hierna.

(1) Bij het beoordelen van de grens van 117 EUR NETTO per maand, moet de toestand per 1 januari 2009 in aanmerking worden genomen en moeten de netto beroepsinkomsten als volgt worden vastgesteld :

1. de bruto-inkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen of bijdragen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;

2. vervolgens het bekomen verschil verminderen met 20 pct.

De BASISBELASTING is gelijk aan de belasting berekend met behulp van de basisschaal en verminderd met 1.463,23 EUR (zijnde de belasting op een belastingvrije som ten bedrage van 5.470 EUR).

b) De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft geen persoonlijke beroepsinkomsten ( Zie echter de uitzondering onder nr. 10, a).

* Vooreerst wordt aan de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten een beroepsinkomen toegekend dat gelijk is aan 30 pct. van het belastbare netto jaarinkomen.

Het toegekende inkomen mag echter niet meer bedragen dan 9.280 EUR (maximum bereikt bij een belastbare netto jaarinkomen van 30.933,33 EUR).

* Vervolgens wordt de belasting op dat toegekende inkomen berekend met behulp van de basisschaal (resultaat = belasting A). Dat bedrag wordt afgerond overeenkomstig nr. 12.

* Daarna wordt de belasting (eveneens met behulp van de basisschaal) berekend op het verschil tussen het belastbare netto jaarinkomen en het deel daarvan dat aan de andere echtgenoot werd toegerekend (resultaat = belasting B). Dat bedrag wordt eveneens afgerond overeenkomstig nr. 12.

* De BASISBELASTING tenslotte is gelijk aan de som van de twee belastingbedragen (som = belasting A + belasting B) verminderd met 2.926,46 EUR (zijnde tweemaal de belasting op de belastingvrije som ten bedrage van 5.470 EUR).

11. Afdeling 2. - Niet-inwoners die NIET gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden en die niet zijn vermeld in afdeling 1, B, 2°, hiervoor (nr. 10).

De BASISBELASTING is gelijk aan de belasting berekend met behulp van de basisschaal.

12. Afdeling 3. - Afronding van de basisbelasting

Het bedrag van de basisbelasting (nrs. 10 en 11) wordt steeds op de cent afgerond.

Gedeelten van minder dan 0,5 cent worden weggelaten; gedeelten van 0,5 cent of meer worden voor 1 cent gerekend (1.568,967 EUR wordt dus afgerond naar 1.568,97 EUR).

2. BELASTINGVERMINDERINGEN

Voorafgaande opmerking

Sommige begrippen met betrekking tot de belastingverminderingen worden in bijlage 2 toegelicht.

a) Algemeen

13.

Ø Van de basisbelasting vastgesteld overeenkomstig nr. 10 mogen worden afgetrokken :

§ de vermindering voor alleenstaande;

§ de verminderingen voor kinderen ten laste;

§ de verminderingen voor andere gezinslasten;

§ de vermindering ingevolge persoonlijke bijdragen :

o voor groepsverzekering;

o voor extrawettelijke verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood;

o die, overeenkomstig artikel 145^3, 3de lid, WIB 92, betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging;

§ de vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag;

§ de vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van werknemers of bedrijfsleiders met een laag of gemiddeld inkomen die recht hebben op de verhoogde belastingvrije som.

Ø Van de basisbelasting vastgesteld overeenkomstig nr. 11 mogen worden afgetrokken :

§ de vermindering ingevolge persoonlijke bijdragen :

o voor groepsverzekering;

o voor extrawettelijke verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood;

o die, overeenkomstig artikel 145^3, 3de lid, WIB 92, betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging;

§ de vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag.

b) Vermindering voor kinderen ten laste

14. De vermindering voor kinderen ten laste moet worden toegekend op basis van de gegevens opgenomen in de tabel van bijlage 3.

c) Verminderingen voor alleenstaande en voor andere gezinslasten

15. Deze verminderingen zijn naar aard en bedrag gespecificeerd in de tabellen van bijlagen 4 en 5.

Bijlage 4

De aldaar vermelde verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de verkrijger van de inkomsten een alleenstaande is of wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten eveneens persoonlijke beroepsinkomsten heeft.

(Zie echter de uitzondering onder nr. 10, a).

Bijlage 5

Die verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten GEEN persoonlijke beroepsinkomsten heeft1.

d) Vermindering voor groepsverzekering, voor extrawettelijke verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood en voor inhoudingen overeenkomstig artikel 145^3, 3de lid, WIB 92

16. Na toekenning van de onder nrs. 14 en 15 vermelde verminderingen wordt de basisbelasting verminderd met 30 pct. van :

▪ de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een groepsverzekeringscontract;

▪ de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een extrawettelijke voorzorgsregeling van verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood;

▪ de inhoudingen die betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging overeenkomstig artikel 145^3, 3de lid WIB 92.

e) Vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag

17. Deze vermindering is van toepassing op werknemers :

▪ die onderworpen zijn aan de arbeidswet van 16 maart 1971 en die tewerkgesteld zijn door een werkgever onderworpen aan de wet van 5 december 1968 aangaande de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;

▪ en die overwerk hebben gepresteerd dat, overeenkomstig artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren, recht geeft op een overwerktoeslag.

Deze vermindering is slechts van toepassing op de berekeningsgrondslag voor de overwerktoeslag betreffende de eerste 65 uren die de werknemer als overwerk heeft gepresteerd .

De vermindering wordt toegepast na de onder nummer 14, 15 en 16 vermelde verminderingen en bedraagt :

- voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoelage van 50 of 100 pct. van toepassing is : 57,75 pct.;

- voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. van toepassing is : 66,81 pct.

van het "sociale brutobedrag" van de bezoldigingen (dit is vóór aftrek van de verplichte inhoudingen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut), dat als berekeningsgrondslag voor de berekening van de overwerktoeslag heeft gediend .

Afronding van de vermindering

18. Het resultaat van de bewerking wordt op de lagere cent afgerond (vb 1.568,967 EUR wordt 1.568,96 EUR).

f) Vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van werknemers of bedrijfsleiders met een laag of gemiddeld inkomen die recht hebben op de verhoogde belastingvrije som

19. De hier bedoelde vermindering moet als volgt worden toegepast :

1° Bezoldigingen van werknemers

Deze vermindering is van toepassing wanneer de belastbare maandbezoldiging in hoofde van de betrokken werknemer maximum 2.038,70 EUR bedraagt.

De vermindering wordt toegepast na de onder nummers 14 tot 18 vermelde verminderingen en bedraagt 69,48 EUR per jaar;

2° Bezoldigingen van bedrijfsleiders

Deze vermindering is van toepassing wanneer de belastbare maandbezoldiging in hoofde van de betrokken bedrijfsleider maximum 1.948,14 EUR bedraagt.

De vermindering wordt toegepast na de onder nummers 14 tot 18 vermelde verminderingen en bedraagt 69,48 EUR per jaar.

g) Samenvoeging van belastingverminderingen

20. Alle verminderingen mogen worden samengevoegd zonder dat nochtans het totaal ervan het bedrag van de basisbelasting mag overtreffen.

D. BEDRIJFSVOORHEFFING

21. De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 8).

Om nu het bedrag van de BV te bepalen die op de maandelijks betaalde bezoldigingen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.

Afronding van de BV

22. Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere cent afgerond (vb. 130,747 wordt 130,74).

Hoofdstuk 2. BEREKENEN VAN DE BV OP ANDERS DAN PER MAAND BETAALDE BEZOLDIGINGEN

23. In dat geval wordt de BV als volgt berekend :

A. BETALINGEN PER VEERTIEN DAGEN

1. het bruto jaarinkomen vaststellen als volgt :

‑ vooreerst het betaalde bruto bedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1°;

‑ vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 2 om te komen tot een bruto maandinkomen;

‑ daarna dit bruto maandinkomen afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een bruto jaarinkomen;

2. het bruto jaarinkomen omzetten in het belastbare netto jaarinkomen (nr. 7);

3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 8 tot 20);

4. de BV per maand berekenen (nrs. 21 en 22);

5. het bekomen bedrag van de BV delen door 2; het resultaat van de deling door 2 wordt eveneens op de lagere cent afgerond.

B. BETALINGEN PER WEEK

1. Het bruto jaarinkomen vaststellen als volgt :

‑ vooreerst het betaalde bruto bedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1°;

‑ vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 4 om te komen tot een bruto maandinkomen;

‑ daarna dit bruto maandinkomen afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een bruto jaarinkomen;

2. het bruto jaarinkomen omzetten in het belastbare netto jaarinkomen (nr. 7);

3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 8 tot 20);

4. de BV per maand berekenen (nrs. 21 en 22);

5. het bekomen bedrag van de BV delen door 4; het resultaat van de deling door 4 wordt eveneens op de lagere cent afgerond.

C. BETALINGEN PER WERKDAG

1. het bruto jaarinkomen vaststellen als volgt :

‑ vooreerst het betaalde bruto bedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1°;

‑ vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 20 om te komen tot een bruto maandinkomen;

‑ daarna dit bruto maandinkomen afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een bruto jaarinkomen;

2. het bruto jaarinkomen omzetten in het belastbare netto jaarinkomen (nr. 7);

3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 8 tot 20);

4. de BV per maand berekenen (nrs. 21 en 22);

5. het bekomen bedrag van de BV delen door 20 ; het resultaat van de deling door 20 wordt eveneens op de lagere cent afgerond.

DEEL II. VLAAMSE FORFAITAIRE VERMINDERING VAN DE BEDRIJFSVOORHEFFING

A. INLEIDING

24. De Vlaamse Gemeenschap heeft vanaf aanslagjaar 2008 (inkomsten 2007) met het decreet van 30 juni 2006 (Belgisch Staatsblad van 26 september 2006, 1ste editie) een forfaitaire vermindering in de personenbelasting ingevoerd.

De Vlaamse forfaitaire vermindering moet in de bedrijfsvoorheffing worden verleend aan sommige werknemers en bedrijfsleiders die op 1 januari van het inkomstenjaar hun woonplaats hebben in gemeenten die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest.

De artikelen 8 en 9 van het decreet van 23 mei 2008 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2008 (Belgisch Staatsblad van 13 juni 2008, 1ste editie) hebben de forfaitaire vermindering, ingevoegd door het decreet van 30 juni 2006, aangepast.

B. BELANGRIJKE WIJZIGING VANAF INKOMSTENJAAR 2009

25. Met betrekking tot het inkomstenjaar 2009 heeft de Vlaamse Regering op 19 september 2008 beslist om de Vlaamse korting te verhogen tot 250 EUR. Voor de Vlamingen die onder een bepaald maximumbedrag vallen wordt in een nog hogere korting voorzien van 300 EUR.

26. Tevens wenst de Vlaamse regering deze verhoogde korting niet langer toe te kennen via de verrekening in de bedrijfsvoorheffing op maandbasis, maar wel, zoveel als mogelijk, via een éénmalige verrekening op de bedrijfsvoorheffing die zal worden afgehouden in de maand februari.

Dit betekent dat op de ingehouden bedrijfsvoorheffing m.b.t. de inkomsten van januari 2009 geen Vlaamse forfaitaire vermindering mag worden toegekend.

De berekening en de toepassingsmodaliteiten van de Vlaamse forfaitaire vermindering zullen in een sleutelformule van januari worden uiteengezet.

DEEL III. PENSIOENEN EVENALS BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1°, WIB 92) BETAALD AAN RIJKSINWONERS EN NIET-RIJKSINWONERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN

Hoofdstuk 1. VOORAFGAANDE OPMERKINGEN

27. A. CUMULATIE VAN PENSIOENEN

1. In geval van cumulatie van pensioenen verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut ten laste van eenzelfde schuldenaar van BV, wordt de BV per verkrijger volgens de nrs. 28 tot 31 vastgesteld op het totaalbedrag van de gecumuleerde pensioenen.

2. In geval van cumulatie van pensioenen als vermeld in punt 1, betaald :

- ofwel door de Rijksdienst voor Pensioenen (hierna de Rijksdienst) en de Pensioendienst voor de overheidssector (hierna de Dienst);

- ofwel door de Rijksdienst en/of de Dienst en door een andere instelling vermeld in artikel 68, § 1, l, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen,

wordt het percentage van de per verkrijger op elk pensioen in te houden BV vastgesteld en medegedeeld door de Rijksdienst of door de Dienst, naar analogie van de bepalingen van de 68" book="CATCH_ALL">68quinquies van voormelde wet.

In geval van cumulatie van een of meerdere pensioenen verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut, waarvan tenminste een wordt betaald door de Rijksdienst of door de Dienst, met een of meerdere pensioenen die niet worden verleend ter uitvoering van dergelijk statuut, is het eerste lid eveneens van toepassing voor de vaststelling van het percentage van de per verkrijger op elk pensioen verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut in te houden BV.

Het percentage wordt berekend op grond van het bedrag van de BV verkregen door toepassing van de nrs. 28 tot 31 op het verschil tussen :

- eensdeels, het totale bruto bedrag van de wettelijke pensioenen en aanvullende voordelen als vermeld in artikel 68, § 1, a en c, van voormelde wet van 30 maart 1994, met uitzondering van de in de vorm van kapitaal uitbetaalde voordelen, zoals dat bedrag voor de toepassing van de artikelen 68 tot 68quinquies van dezelfde wet werd medegedeeld;

- anderdeels, de verplichte sociale inhoudingen vermeld in nr. 29, 1°, of een forfait van 5 pct.

Dit percentage wordt afgerond tot het hogere of lagere tiende van een punt naargelang het cijfer van de honderdsten van een punt al dan niet 5 bereikt.

B. GEZINSPENSIOENEN

Wanneer één van beide echtgenoten slechts een beperkte loopbaan heeft gehad, kan er, bij de betrokken instelling die instaat voor de toekenning van de pensioenrechten, worden geopteerd om de pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen aan beide echtgenoten samen te betalen of toe te kennen in de plaats van de uitbetaling of toekenning van een individueel pensioen (zogenaamde toekenning van een "gezinspensioen").

In dat geval worden die pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen die aan beide echtgenoten samen wordt betaald of toegekend, voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing, aangemerkt als een inkomen van de echtgenoot in wiens beroepswerkzaamheid zij voor het geheel of voor het grootste gedeelte hun oorsprong vinden.

Hoofdstuk 2. BEREKENEN VAN DE BV OP MAANDELIJKSE PENSIOENEN EVENALS BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1°, WIB 92) BETAALD AAN RIJKSINWONERS EN NIET-INWONERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN

28. De BV die bij betaling van deze maandelijkse pensioenen en brugpensioenen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.

Deze vier stappen zijn :

A. vaststellen van het bruto jaarinkomen;

B. omzetten van het bruto jaarinkomen in het belastbare netto jaarinkomen;

C. berekenen van de jaarbelasting;

D. berekenen van de bedrijfsvoorheffing.

A. BRUTO JAARINKOMEN

29. Om het bruto jaarinkomen vast te stellen moet men :

1° het betaalde bruto bedrag van de maandelijkse pensioenen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;

2° het bekomen verschil afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR en vermenigvuldigen met 12.

B. BELASTBAAR NETTO JAARINKOMEN

30. Het belastbare netto jaarinkomen is gelijk aan het bruto jaarinkomen.

C. JAARBELASTING

31. Om de jaarbelasting te bekomen moet men :

‑ op het belastbare netto jaarinkomen de basisbelasting berekenen;

‑ van de basisbelasting de belastingverminderingen aftrekken.

De jaarbelasting is dus gelijk aan de basisbelasting verminderd met de belastingverminderingen.

1. BASISBELASTING

32. De basisbelasting wordt eveneens berekend met behulp van de enige basisschaal die is opgenomen in bijlage 1.

33. a) De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande of de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft eveneens persoonlijke beroepsinkomsten.

UITZONDERING

-----------------------

Wanneer nochtans de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 117 EUR NETTO (1) per maand, wordt ‑ in afwijking van het vorige lid - de basisbelasting berekend overeenkomstig punt b, hierna (nr. 34).

(1) Bij het beoordelen van de grens van 117 EUR NETTO per maand, moet de toestand per 1 januari 2009 in aanmerking worden genomen en moeten de netto beroepsinkomsten als volgt worden vastgesteld :

1. de bruto-inkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen of bijdragen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;

2. vervolgens het bekomen verschil verminderen met 20 pct.

De BASISBELASTING is gelijk aan de belasting berekend met behulp van de basisschaal en verminderd met 1.463,23 EUR (zijnde de belasting op een belastingvrije som ten bedrage van 5.470 EUR).

34. b) De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft geen persoonlijke beroepsinkomsten (zie echter de uitzondering onder nr. 33).

* Vooreerst wordt aan de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten een beroepsinkomen toegekend dat gelijk is aan 30 pct. Van het belastbare netto-jaarinkomen. Het toegekende inkomen mag echter niet meer bedragen dan 9.280 EUR (maximum bereikt bij een belastbaar netto-jaarinkomen van 30.933,33 EUR).

* Vervolgens wordt de belasting op dat toegekende inkomen berekend met behulp van de basisschaal (resultaat = belasting A). Dat bedrag wordt afgerond overeenkomstig nr. 35.

* Daarna wordt de belasting ‑ eveneens met behulp van de basisschaal ‑ berekend op het verschil tussen het belastbare netto-jaarinkomen en het deel daarvan dat aan de andere echtgenoot werd toegerekend (resultaat = belasting B). Dat bedrag wordt eveneens afgerond overeenkomstig nr. 35.

* De BASISBELASTING tenslotte is gelijk aan de som van de twee belastingbedragen (som = belasting A + belasting B) verminderd met 2.926,46 EUR (zijnde tweemaal de belasting op de belastingvrije som ten bedrage van 5.470 EUR).

c) Afronding van de belasting

35. Het bedrag van de basisbelasting wordt steeds op de cent afgerond.

Gedeelten van minder dan 0,5 cent worden weggelaten; gedeelten van 0,5 cent of meer worden voor 1 cent gerekend (1.568,967 EUR wordt dus afgerond naar 1.568,97 EUR).

2. BELASTINGVERMINDERINGEN

a) Algemeen

36. Van de basisbelasting mogen worden afgetrokken :

- de verminderingen voor kinderen ten laste;

- de verminderingen voor andere gezinslasten;

- de bijzondere vermindering voor pensioenen (geheel of gedeeltelijk - zie nr. 39).

Sommige begrippen met betrekking tot de belastingverminderingen worden in bijlage 2 toegelicht.

b) Vermindering voor kinderen ten laste

37. De vermindering voor kinderen ten laste moet worden toegekend op basis van de gegevens opgenomen in de tabel van bijlage 3.

c) Verminderingen voor andere gezinslasten

38. De verminderingen voor andere gezinslasten zijn naar aard en bedrag gespecificeerd in de tabellen van bijlagen 4 en 5.

Bijlage 4

De aldaar vermelde verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de verkrijger van de inkomsten een alleenstaande is of wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten eveneens persoonlijke beroepsinkomsten heeft (Zie echter de uitzondering onder nr. 33).

Bijlage 5

Die verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten GEEN persoonlijke beroepsinkomsten heeft1.

d) Bijzondere vermindering voor pensioenen

39. De bijzondere vermindering voor pensioenen bedraagt inzake BV 2.226 EUR per jaar.

Die bijzondere vermindering wordt als volgt afgetrokken :

▪ volledig wanneer het jaarbedrag van het pensioen (2) niet hoger is dan 20.640 EUR;

(2) Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgend de regels opgenomen onder de nrs. 43 en 44)

▪ voor een gedeelte wanneer het jaarbedrag van het pensioen1 begrepen is tussen 20.640 EUR en 41.280 EUR; dat gedeelte wordt berekend met de volgende formule :

(1/3 x 2.226) + (2/3 x 2.226 x 41.280 – jaarbedrag pensioen1)

20.640,00

▪ voor 1/3 wanneer het jaarbedrag van het pensioen1 41.280 EUR of meer bedraagt.

Afronding van de bijzondere vermindering voor pensioenen

Het bedrag van de bijzondere vermindering voor pensioenen wordt steeds op de lagere cent afgerond (zie eventueel nr. 18).

e) Samenvoeging van belastingverminderingen

40. Alle verminderingen mogen worden samengevoegd zonder dat nochtans het totaal ervan het bedrag van de basisbelasting mag overtreffen.

D. BEDRIJFSVOORHEFFING

41. De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 31).

Om nu het bedrag van de BV te bepalen die op de maandelijks betaalde pensioenen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.

Afronding van de BV

Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere cent afgerond (vb. 130,747 wordt 130,74).

DEEL IV. BRUGPENSIOENEN (vermeld in artikel 146, 1°, WIB 92) VAN NIET-INWONERS DIE NIET GEDURENDE HET VOLLEDIGE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN

BEREKENEN VAN DE BV OP MAANDELIJKSE BRUGPENSIOENEN

42. De BV die bij betaling van deze maandelijkse brugpensioenen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.

Deze vier stappen zijn :

A. vaststellen van het bruto jaarinkomen;

B. omzetten van het bruto jaarinkomen in het belastbare netto jaarinkomen;

C. berekenen van de jaarbelasting;

D. berekenen van de bedrijfsvoorheffing.

A. BRUTOJAARINKOMEN

43. Om het bruto jaarinkomen vast te stellen moet men :

1° het betaalde bruto bedrag van de maandelijkse pensioenen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;

2° het bekomen verschil afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR en vermenigvuldigen met 12.

B. BELASTBAAR NETTO JAARINKOMEN

44. Het belastbare netto jaarinkomen is gelijk aan het bruto jaarinkomen.

C. JAARBELASTING

45. Om de jaarbelasting te bekomen moet men :

‑ op het belastbare netto jaarinkomen de basisbelasting berekenen;

‑ van de basisbelasting de belastingvermindering voor brugpensioenen als vermeld in artikel 146, 1°, WIB 92, aftrekken.

1. BASISBELASTING

46. De basisbelasting wordt eveneens berekend met behulp van de enige basisschaal die is opgenomen in bijlage 1.

Afronding van de basisbelasting

Het bedrag van de basisbelasting wordt steeds op de cent afgerond.

Gedeelten van minder dan 0,5 cent worden weggelaten; gedeelten van 0,5 cent of meer worden voor 1 cent gerekend (1.568,967 EUR wordt dus afgerond naar 1.568,97 EUR).

2. BIJZONDERE VERMINDERING VOOR PENSIOENEN

47. Van de basisbelasting mag enkel de vermindering (geheel of gedeeltelijk) voor brugpensioenen als vermeld in artikel 146, 1°, WIB 92, worden afgetrokken. Deze vermindering bedraagt inzake BV 3.591 EUR per jaar en wordt als volgt afgetrokken :

- volledig wanneer het jaarbedrag van het pensioen (1) niet hoger is dan 20.640 EUR;

(1) Het jaarbedrag van het pensioen wordt vastgesteld volgens de regels opgenomen onder de nrs. 43 en 44.

- voor een gedeelte wanneer het jaarbedrag van het pensioen1 begrepen is tussen 20.640 EUR en 41.280 EUR; dat gedeelte wordt berekend met de volgende formule :

(1/3 x 3.591) + (2/3 x 3.591 x 41.280 – jaarbedrag pensioen1)

20.640

- voor 1/3 wanneer het jaarbedrag van het pensioen1 41.280 EUR of meer bedraagt.

Afronding van de bijzondere vermindering voor pensioenen

Het bedrag van de bijzondere vermindering voor pensioenen wordt steeds op de lagere cent afgerond (zie eventueel nr. 18).

D. BEDRIJFSVOORHEFFING

48. De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 45).

Om nu het bedrag van de BV te bepalen die op de maandelijks betaalde pensioenen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.

Afronding van de BV

Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere cent afgerond (vb. 130,747 wordt 130,74).

BIJLAGE 1

B A S I S S C H A A L

Toegekend beroepsinkomen en belastbaar netto jaarinkomen minus toegeREkend inkomen

Basisbelasting

van 0,01 EUR tot 7.900,00 EUR

26,75 pct.

van 7.900,01 EUR tot 10.740,00 EUR

2.113,25 EUR + 32,10 pct. op de schijf boven 7.900,00 EUR

van 10.740,01 EUR tot 15.560,00 EUR

3.024,89 EUR + 42,80 pct. " " 10.740,00 EUR

van 15.560,01 EUR tot 34.360,00 EUR

5.087,85 EUR + 48,15 pct. " " 15.560,00 EUR

boven 34.360,00 EUR

14.140,05 EUR + 53,50 pct. " " 34.360,00 EUR

BIJLAGE 2/1

PERSONEN VERMELD IN DEEL I, NR. 10

BEGRIPPEN IN VERBAND MET BELASTINGVERMINDERING

1° Gehandicapten

a) Gehandicapt kind

Hieronder wordt verstaan :

- het kind dat voor ten minste 66 pct. getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of psychische geschiktheid wegens één of meer aandoeningen;

- het kind van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar :

a) ofwel zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;

b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten met zich brengt, gemeten volgens de handleiding en de medisch‑sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;

c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 100 van dezelfde gecoördineerde wet;

d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, voor tenminste 66 pct. blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard.

BIJLAGE 2/2

b) Gehandicapte andere persoon

Hieronder wordt verstaan :

‑ diegene van wie vóór 1 januari 1989 werd vastgesteld dat hij voor ten minste 66 pct. getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of psychische geschiktheid wegens één of meer aandoeningen;

‑ diegene van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar :

a) ofwel zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;

b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten met zich brengt, gemeten volgens de handleiding en de medisch‑sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;

c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 100 van dezelfde gecoördineerde wet;

d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, voor ten minste 66 pct. blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard.

2° Wanneer een kind ten laste of een in artikel 136, 2° tot 4°, WIB 92 bedoelde persoon ten laste overlijdt, wordt de vermindering voor dat kind of die persoon verder toegestaan tot het einde van het jaar van overlijden.

3° Wanneer beide echtgenoten persoonlijke beroepsinkomsten hebben, worden de verminderingen voor kinderen ten laste en voor andere gezinslasten, behalve die voor de gehandicapte echtgenoot, aan de door hen gekozen echtgenoot verleend;

De vermindering voor de gehandicapte echtgenoot, wordt aan de betrokkene zelf toegekend.

BIJLAGE 3

PERSONEN VERMELD IN DEEL I, NR. 10

VERMINDERING VOOR KINDEREN TEN LASTE

Aantal kinderen ten laste (1)

Vermindering van de basisbelasting

1

372,00 EUR

2

1.008,00 EUR

3

2.688,00 EUR

4

4.920,00 EUR

5

7.260,00 EUR

6

9.612,00 EUR

7

11.952,00 EUR

8

14.472,00 EUR

meer dan 8 : de basisbelasting wordt verminderd met een vast bedrag van 14.472,00 EUR, verhoogd met 2.604,00 EUR per kind ten laste boven het achtste, d.w.z. :

voor 9 kinderen : 14.472,00 + (1 x 2.604,00) = 17.076,00 EUR

voor 10 kinderen : 14.472,00 + (2 x 2.604,00) = 19.680,00 EUR

enz.

(1) het gehandicapt kind ten laste wordt voor twee gerekend.

BIJLAGE 4

PERSONEN VERMELD IN DEEL I, NR. 10

VERMINDERINGEN VOOR ALLEENSTAANDE EN VOOR ANDERE GEZINSLASTEN VAN TOEPASSING :

- OFWEL WANNEER DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EEN ALLEENSTAANDE IS;

- OFWEL WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EVENEENS PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.

Grond van de vermindering

Jaarbedrag in EURO van de vermindering (1)

1. de verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande, BEHALVE wanneer zijn inkomsten uit PENSIOENEN of uit BRUGPENSIOENEN vermeld in artikel 146, 1°, van het WIB 92 bestaan:

264,00 EUR

2. de verkrijger van de inkomsten is een niet hertrouwde weduwnaar (weduwe) of een ongehuwde vader (moeder), met één of meer kinderen ten laste :

372,00 EUR

3. de verkrijger van de inkomsten is zelf gehandicapt :

372,00 EUR

4. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° en 3° van het WIB 92 bedoelde personen ten laste die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, per persoon (2):

756,00 EUR

5. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 4° van het WIB 92 bedoelde personen, andere dan diegenen vermeld onder punt 4 hiervoor, ten laste, per persoon) (2):

372,00 EUR

6. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten, die niet meer bedragen dan 195,00 EUR NETTO per maand (3) :

1.170,00 EUR

7. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 390,00 EUR NETTO per maand (3) :

2.340,00 EUR

(1) Alle verminderingen mogen worden samengevoegd.

(2) De gehandicapte persoon ten laste wordt voor twee gerekend.

(3) Bij het beoordelen van de grenzen van 195,00 EUR en 390,00 EUR NETTO per maand, moet de toestand per 1 januari 2009 in aanmerking worden genomen en dienen de netto beroepsinkomsten als volgt te worden vastgesteld :

1. de bruto beroepsinkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen of bijdragen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;

2. vervolgens het bekomen verschil verminderen met 20 pct.

BIJLAGE 5

PERSONEN VERMELD IN DEEL I, NR. 10

VERMINDERINGEN VOOR ANDERE GEZINSLASTEN VAN TOEPASSING WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN GEEN PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.

Grond van de vermindering

Jaarbedrag in EURO van de vermindering (1)

1. de verkrijger van de inkomsten is zelf gehandicapt :

372,00 EUR

2. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten is gehandicapt :

372,00 EUR

3. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° en 3° van het WIB 92 bedoelde personen ten laste die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, per persoon) (2) :

756,00 EUR

4. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 4° van het WIB 92 bedoelde personen, andere dan diegenen vermeld onder punt 3 hiervoor, ten laste, per persoon (2) :

372,00 EUR

(1) alle verminderingen mogen worden samengevoegd.

(2) de gehandicapte persoon ten laste wordt voor twee gerekend.