Aanschrijving nr. 8 dd. 31.08.1989

AANSCHRIJVING 89/008

Aanschrijving nr. 8 dd. 31.08.1989


De economische samenwerkingsverbanden.

Het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1989 heeft bekendgemaakt :

  • de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (E.E.G.) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden;
  • de wet van 17 juli 1989 betreffende de economische samenwerkingsverbanden.


De twee hierboven vermelde wetten hebben respectievelijk tot doel de oprichting van Europese economische samenwerkingsverbanden (E.E.S.V.) en (nationale) economische samenwerkingsverbanden (E.S.V.) mogelijk te maken. Beiden bezitten rechtspersoonlijkheid. De leden van de samenwerkingsverbanden zijn evenwel hoofdelijk aansprakelijk voor al de verbintenissen van de samenwerkingsverbanden waarvan zij lid zijn.

Beide samenwerkingsverbanden moeten verplicht opgericht worden bij onderhandse of authentieke akte voor een bepaalde of onbepaalde tijd door twee of meer natuurlijke of rechtspersonen (of beide samen) met het uitsluitend doel de economische bedrijvigheid van haar leden te vergemakkelijken of te ontwikkelen en de resultaten van die bedrijvigheid te verbeteren of te vergroten. De Europese economische samenwerkingsverbanden dienen te bestaan uit leden die in verschillende Lid-Staten van de E.E.G. hetzij hun hoofdkantoor (voor vennootschappen) hebben, hetzij hun voornaamste werkzaamheid (voor natuurlijke personen) uitoefenen.

Zoals voor de handelsvennootschappen moet men vooral onthouden dat de samenwerkingsverbanden (E.E.S.V. en E.S.V.) ingeschreven moeten worden op de griffie van de rechtbank van koophandel waar hun zetel gevestigd is, er hun akten moeten neerleggen en zorg moeten dragen voor de bekendmaking (bij uittreksel) in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.

De akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, enz. moeten onder meer de benaming van het samenwerkingsverband, de vermelding "Europees economisch samenwerkingsverband" of de afkorting "E.E.S.V." en het inschrijvingsnummer in het register van de Europese economische samenwerkingsverbanden (R.E.E.S.V.) dragen of, naargelang het geval, de vermelding "economisch samenwerkingsverband" of de afkorting "E.S.V." en het inschrijvingsnummer in het register van de economische samenwerkingsverbanden (R.E.S.V.).

Onverminderd de hierna vermelde bijzondere bepalingen worden de samenwerkingsverbanden (E.E.S.V. en E.S.V.) inzake BTW, registratierechten en successierechten onderworpen aan hetzelfde stelsel als elke andere BTW-plichtige of particulier die dezelfde werkzaamheden uitoefent of die dezelfde overeenkomsten aangaat.

Zoals hetgeen voorzien is voor iedere andere Belgische vereniging, vennootschap of instelling, zijn de samenwerkingsverbanden in 't bijzonder onderworpen aan de voorschriften van artikel 61, § 2, 1ste lid (oud) en 61 (nieuw) van het BTW-Wetboek, van artikel 183 van het Wetboek van registratierechten, van de artikelen 96, 97 en 100 van het Wetboek van successierechten, van artikel 65, 1ste lid van het Wetboek der zegelrechten en van artikel 205, 1ste lid van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

Wat het griffierecht in 't bijzonder betreft moeten de volgende regels worden toegepast :

  • de inschrijving van het samenwerkingsverband hetzij in het register van de Europese economische samenwerkingsverbanden, hetzij in het register van de economische samenwerkingsverbanden geeft thans geen aanleiding tot het heffen van een inschrijvingsrecht;
  • de inschrijving van het samenwerkingsverband (E.E.S.V. of E.S.V.) in het handelsregister geeft aanleiding tot de heffing van het inschrijvingsrecht van 1950 frank (Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, art. 277);
  • de aflevering van afschriften, uitgiften en uittreksels van of uit akten en dokumenten betreffende het handelsregister, het register van de E.E.S.V. en het register van de E.S.V. geeft aanleiding tot de heffing van een recht van 30 frank per bladzijde (bovenvermeld Wetboek, art. 272, 4°);
  • de aflevering van afschriften van verklaringen met het oog op de inschrijving in het register van de samenwerkingsverbanden (E.E.S.V. of E.S.V.), ambtshalve afgegeven of toegezonden aan de personen die de inschrijving aanvragen, is vrijgesteld van expeditierecht (bovenvermeld Wetboek, art. 280, 3°);
  • de akten die de griffiers gehouden zijn op te stellen in uitvoering van de twee hiervoor vermelde wetten of hun uitvoeringsbesluiten, zijn onderworpen aan dezelfde heffingsregels, wat het opstelrecht betreft, als de akten van dezelfde aard betreffende het handelsregister (bovenvermeld Wetboek, art. 162, 27°; 270/1 en 279/2).


Bijzondere fiscale bepalingen.

Inzake BTW.

Artikel 13 van bovenvermelde wet van 12 juli 1989 en artikel 29 van bovenvermelde wet van 17 juli 1989 wijzigen artikel 18, § 1, 3°, (oud) van het Wetboek van BTW.

Krachtens deze twee bepalingen slaagt de uitzondering voorzien in artikel 18, § 1, 3°, in fine, (oud) van het BTW-Wetboek op de lastgevingen die ter uitvoering van hun statutaire opdracht door de bestuurders, zaakvoerders, commissarissen en vereffenaars van de samenwerkingsverbanden (E.E.S.V. en E.S.V.) worden volbracht.

Op te merken valt dat vanaf 1 januari 1993 de lastgeving in alle gevallen een belastbare dienst wordt. Als een dienst wordt beschouwd de uitvoering van een contract dat de lastgeving tot voorwerp heeft (art. 18, § 1, tweede lid, 3°).

Inzake registratierechten.

Artikel 12 van bovenvermelde wet van 12 juli 1989 en artikel 28 van de wet van 17 juli 1989 hebben artikel 159 van het Wetboek van registratierechten aangevuld.

De nieuwe bepalingen stellen de inbrengen van goederen in een Europees economisch samenwerkingsverband of in een economisch samenwerkingsverband vrij van het evenredig registratierecht (art. 159, 11°). Deze vrijstelling is zowel op de inbrengen van roerende goederen als op de inbrengen van onroerende goederen toepasselijk.

Opgemerkt weze dat de vrijstelling enkel betrekking heeft op werkelijke inbrengen. Een verrichting die gedeeltelijk vergolden wordt door een som geld, moet voor dat deel als een verkoopsovereenkomst beschouwd worden en geeft aanleiding, in de mate dat de vergelding in geld betrekking heeft op in België gelegen onroerende goederen, tot de heffing van het evenredig recht voorzien voor de verkoop van onroerende goederen.

Zoöok is geen enkel evenredig registratierecht verschuldigd wanneer aan een lid van het samenwerkingsverband (E.E.S.V. of E.S.V.) een door hem ingebracht onroerend goed teruggegeven wordt op het ogenblik dat hij uittreedt uit het samenwerkingsverband of op het ogenblik dat deze ontbonden wordt. Opdat deze vrijstelling toegepast mag worden, moeten de volgende drie voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn :

  • wie het onroerend goed toebedeeld krijgt, moet op dat ogenblik lid zijn van het samenwerkingsverband;
  • hij moet zelf het goed hebben ingebracht;
  • de toebedeling (of de teruggave) moet noodzakelijkerwijze gebeuren hetzij bij de ontbinding van het samenwerkingsverband, hetzij op het ogenblik dat dit lid uittreedt uit het samenwerkingsverband.


In alle andere gevallen geeft de verkrijging van een onroerend goed van het samenwerkingsverband door een lid aanleiding tot de heffing van het recht van verkoop.

De wet van 12 juli 1989 is in werking getreden op 1 juli 1989.

De wet van 17 juli 1989 treedt in werking op 1 september 1989.

de Directeur-generaal,


F. QUAGHEBEUR.