Circulaire nr. Ci.RH.331/603.909 (AOIF Nr. 27/2010) van 31.03.2010
Personenbelasting
Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid
Dubbelbelastingverdrag
Nederland
Frankrijk
Gezin
Gezinsinkomen
Bezwaartermijn
Bespreking van de artikelen 57 en 58 van de W 30.12.2009 houdende diverse bepalingen. - Uitsluiting uit de berekeningsgrondslag van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, van de inkomsten van Nederlandse oorsprong bedoeld in art. 18, § 1, b, van de Belgisch-Nederlandse overeenkomst die in Nederland onderworpen werden aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die vermeld in art. 106, § 1, W 30.3.1994.
Aan alle ambtenaren.
I. WETTEKSTEN
W 30.12.2009 houdende diverse bepalingen (BS 31.12.2009)
Art. 57
1. In artikel 107, 2°, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2005, worden de woorden "in Frankrijk waarop de artikelen 11, § 2, c, en 18, van de op 10 maart 1964 met Frankrijk gesloten overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is en die in Frankrijk aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die bedoeld in artikel 106, § 1, zijn onderworpen" vervangen door de woorden "in Frankrijk en Nederland, waarop respectievelijk de artikelen 11, § 2, c, en (lees "18 en het artikel") 18, paragraaf 1, b) van de met die landen gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing zijn en die in die landen aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die vermeld in artikel 106, § 1, zijn onderworpen".
Art. 58
§ 1. Artikel 57 heeft uitwerking met ingang van aanslagjaar 2005.
§ 2. De ontheffing van de belastingen die verbonden zijn aan de aanslagjaren vanaf 2005 en die werden gevestigd in strijd met het artikel 57, wordt toegekend ingevolge een bezwaarschrift ingediend binnen de zes maanden na de bekendmaking van deze wet bij de directeur der directe belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd.
Gecoördineerde tekst van art. 107, W 30.3.1994 houdende sociale bepalingen, zoals gewijzigd door art. 57, W 30.12.2009 houdende diverse bepalingen en van toepassing vanaf aj. 2005
Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
1° "Gezin" : de persoon of de personen ten laste van wie een aanslag of een gemeenschappelijke aanslag in de inkomstenbelastingen wordt gevestigd, overeenkomstig de artikelen 126 en 243 tot 244bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
2° "Gezinsinkomen" : de som van het totale netto-inkomen van elke persoon die bij toepassing van het 1° deel uitmaakt van het gezin, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 7 tot 116, 129 en 228 tot 242 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hieronder niet begrepen de overeenkomstig artikel 171 van voormeld Wetboek afzonderlijk belaste inkomsten, verminderd met het bedrag van de in de artikelen 34 en 228, § 2, 6°, van dat Wetboek vermelde pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, de beroepsinkomsten bedoeld in de artikelen 155 en 156, 2°, van dat Wetboek, alsmede het bedrag van de in artikel 23, § 1, 4°, van dat Wetboek vermelde bezoldigingen verkregen in Frankrijk en Nederland, waarop respectievelijk de artikelen 11, § 2, c, en (lees "18 en het artikel") 18, paragraaf 1, b) van de met die landen gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing zijn en die in die landen aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die vermeld in artikel 106, § 1, zijn onderworpen.
II. WIJZIGING VAN HET BEGRIP GEZINSINKOMEN
2. Om het bedrag te bepalen dat als bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid (BBSZ) verschuldigd is, wordt rekening gehouden met het gezinsinkomen.
Art. 107, W 30.3.1994, houdende sociale bepalingen, zoals het van toepassing was tot aj. 2003, bepaalde dat onder meer uit het gezinsinkomen waren uitgesloten, de "in art. 23, § 1, 4°, WIB 92, vermelde bezoldigingen verkregen in Duitsland, Frankrijk en Nederland waarop respectievelijk de art. 15, § 3, 1°, en 21, 11, § 2, c, en 18 en 15, § 3, 1°, en 22, van de met die landen op 11.4.1967, op 10.3.1964 en op 19.10.1970 gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting (DBV), van toepassing zijn, en die in die landen aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan die vermeld in art. 106, § 1, W 30.3.1994, onderworpen zijn".
3. Ingevolge de opheffing van de bijzondere grensarbeidersregeling in de Belgisch-Nederlandse en Belgisch-Duitse DBV, heeft art. 184, W 27.12.2005 houdende diverse bepalingen de verwijzing naar de Belgischâ€'Nederlandse en Belgisch-Duitse overeenkomsten in art. 107, W 30.3.1994 geschrapt, en dit vanaf aj. 2004 wat de Belgisch-Nederlandse overeenkomst betreft en vanaf aj. 2005 wat de Belgisch-Duitse overeenkomst betreft.
4. De bezoldigingen die verkregen worden door een rijksinwoner en die in België vrijgesteld zijn van belasting op grond van de hierboven bedoelde verdragsrechtelijke bepalingen, en die de in art. 155, WIB 92, vermelde vermindering genieten, ontsnappen ipso facto aan de BBSZ. Voor de bezoldigingen van Nederlandse oorsprong die overeenkomstig de verdragsrechtelijke bepalingen belastbaar zijn in België, leidde deze wetswijziging er echter toe dat ze bijdroegen tot het vormen van het gezinsinkomen wanneer de begunstigde of zijn/haar echtgenoot onderworpen was aan de BBSZ.
5. Art. 57, W 30.12.2009, houdende diverse bepalingen heeft tot doel bepaalde bezoldigingen van Franse of Nederlandse oorsprong die in België belastbaar zijn uit te sluiten van het gezinsinkomen, voor zover die bezoldigingen in hun land van oorsprong onderworpen zijn geweest aan een sociale wetgeving gelijkaardig aan de Belgische wetgeving voor werknemers en daarmee gelijkgestelden.
III. INKOMSTEN VAN FRANSE OORSPRONG DIE UITGESLOTEN WORDEN UIT HET GEZINSINKOMEN
6. De inkomsten die vallen onder artikel 11, § 2, c, van het Belgisch-Frans DBV van 10.3.1964, zoals vervangen door het Avenant bij dit verdrag ondertekend op 12.12.2008 (W 7.5.2009, BS 8.1.2010), zijn uitgesloten uit het gezinsinkomen, aangezien deze bepaling de beloningen beoogt die Belgische grensarbeiders, die in de Franse grensstreek werken, verkregen tot 31.12.2006. Voor beloningen die de betrokkenen ontvingen vanaf 1.1.2007 heeft deze uitsluiting geen praktische gevolgen meer (1). Gezien deze inkomsten vanaf deze datum uitsluitend in Frankrijk belastbaar zijn, geven zij recht op de in artikel 155, WIB 92, bepaalde vermindering. Bijgevolg ontsnappen deze inkomsten ipso facto aan de BBSZ.
(1) Zie circ. van 17.12.2009, AFZ/2008-0408 (AFZ 17/2009), nrs. 18 ev.
7. Het was niet de bedoeling van de wetgever om het regime, dat tot op heden van toepassing was op de inkomsten van Franse oorsprong die onder artikel 18 van het verdrag vallen aan te passen, door deze inkomsten op te nemen in de berekeningsbasis van de BBSZ. In afwachting van de wetswijziging tot herinvoering van de verwijzing naar artikel 18 in artikel 107, W 30.3.1994, houdende sociale bepalingen, dienen in voorkomend geval de volgende inkomsten van Franse oorsprong uit de berekeningsbasis van de BBSZ te worden geweerd :
- inkomsten, verkregen door een Rijksinwoner, voor activiteiten die worden uitgeoefend op het gebied van een derde Staat en die ten laste zijn van een in Frankrijk gevestigde werkgever;
- niet-concurrentievergoedingen;
- werkloosheidsuitkeringen, vergoedingen voor ongeschiktheid door een beroepsziekte of arbeidsongeval en meer in het algemeen, elke vergoeding voor een tijdelijke derving van inkomsten die verbonden is aan een activiteit uitgeoefend op het gebied van een derde Staat;
- werkloosheidsuitkeringen die niet verbonden zijn aan een vorige beroepswerkzaamheid (bijvoorbeeld uitkeringen voor een werkzoekende);
- tijdelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen;
- brugpensioen.
IV. INKOMSTEN VAN NEDERLANDSE OORSPRONG DIE VOORTAAN WORDEN UITGESLOTEN UIT HET GEZINSINKOMEN
8. Naast de inkomsten van Nederlandse oorsprong die bij overeenkomst zijn vrijgesteld, en genieten van de vermindering zoals voorzien in art. 155, WIB 92, worden voortaan ook de inkomsten, zoals voorzien in artikel 18, § 1, b van het Belgisch-Nederlands DBV van 5.6.2001, uitgesloten uit de berekeningsgrondslag van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid :
- rust- en overlevingspensioenen;
- wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen;
- wettelijke werkloosheidsuitkeringen;
- wettelijke vergoeding voor tijdelijke/blijvende ongeschiktheid door een beroepsziekte of een arbeidsongeval;
- wettelijk gedeelte van een brugpensioen.
9. De meest voorkomende uitkeringen van Nederlandse oorsprong die onder de in punt 8 genoemde categorieën vallen zijn de volgende :
- AAW : Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
- ANW : Algemene Nabestaandenwet;
- AOW : Algemene Ouderdomswet;
- Wajong Wet : Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
- WAO : Wet op Arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- WAZ : Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
- WW : Werkloosheidswet;
- ZW : Ziektewet.
Voor meer informatie met betrekking tot deze uitkeringen, en artikel 18 van het Belgisch-Nederlands DBV van 5.6.2001 in het algemeen, wordt verwezen naar Circ. AFZ nr. 8/2004 van 28.4.2004.
V. INWERKINGTREDING
10. Overeenkomstig art. 58, § 1, W 30.12.2009, houdende diverse bepalingen, heeft de besproken wetswijziging uitwerking met ingang van aanslagjaar 2005.
VI. BEZWAARTERMIJN
11. Krachtensartikel 58, § 2, W 30.12.2009, houdende diverse bepalingen, kan de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid het voorwerp vormen van een bezwaarschrift op grond van de artikelen 366 en volgende, WIB 92.
12. Diewetsbepalingvoert een nieuwe bezwaartermijn in om de belastingplichtigen in staat te stellen definitief geworden aanslagen te betwisten die in strijd zouden zijn met het artikel 57.
Het bezwaarschrift moet ingediend worden binnen de zes maanden "na de bekendmaking van deze wet", bij de directeur der directe belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd. De Franse tekst doet evenwel die termijn vroeger aanvangen te weten "vanaf (à partir) de bekendmaking van deze wet".
De administratie zal de termijnberekening toepassen die het voordeligst is voor de belastingplichtige.
13. Deartikelen52 tot 54, Ger.W, zijn van toepassing bij de berekening van die termijn, met uitzondering evenwel van artikel 53bis, Ger.W, dat hier niet van toepassing is aangezien geen kennisgeving op papier aan de bestemmeling werd gedaan.
Daar de wet van 30.12.2009 gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 31.12.2009, begint de termijn in principe te lopen vanaf 1 januari 2010 en verstrijkt hij op 30 juni 2010. Aangezien er een verschil is tussen de Nederlandse en Franse tekst beschouwt de administratie de bezwaarschriften die uiterlijk op 1 juli 2010 worden ingediend als ontvankelijk.
Die termijn kan slechts wegens overmacht worden verlengd.
14. Hetverstrijkenvan de bezwaartermijn bepaald in artikel 58, § 2, W 30.12.2009, vormt evenwel geen beletsel om een bezwaarschrift in te dienen binnen de termijn voorgeschreven in artikel 371, WIB 92.
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d. :
De Directeur,
S. QUINTENS
