Circulaire AAFisc Nr. 28/2014 (nr. Ci.RH.233/632.229) d.d. 02.07.2014
Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Vennootschapsbelasting
Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen
Inkomsten uit auteursrechten van buitenlandse oorsprong
Schuldenaar van de roerende voorheffing
Aangifte in de personenbelasting
Modaliteiten van aangifte en belastbaarheid van de inkomsten van buitenlandse oorsprong die zijn verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten in het geval die inkomsten door de buitenlandse schuldenaar rechtstreeks worden betaald op een Belgische bankrekening van een verkrijger natuurlijke persoon.
1. Deze circulaire heeft betrekking op de belastbaarheid van de inkomsten van buitenlandse oorsprong die zijn verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten, alsmede op de toepassingsmodaliteiten inzake de RV.
1. Bepaling van het belastbaar inkomen
2. Overeenkomstig art. 17, § 1, 5°, WIB 92, omvatten de roerende inkomsten de inkomsten die zijn verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, bedoeld in de wet van 30.6.1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht (hierna, inkomsten uit auteursrechten).
Overeenkomstig art. 22, § 3, WIB 92, wordt onder het belastbaar bedrag van de inkomsten uit auteursrechten het brutobedrag verstaan, verminderd met de kosten die zijn gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden; bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens worden die kosten forfaitair geraamd volgens percentages die de Koning bepaalt.
3. Het in het vorige lid bedoelde kostenforfait is bepaald in art. 4, KB/WIB 92. Dat forfait wordt toegepast op het brutobedrag van de inkomsten (in voorkomend geval, na aftrek van de eventuele buitenlandse belasting (1)) en per belastbaar tijdperk, ongeacht het aantal schuldenaars of het aantal toekenningen of betaalbaarstellingen van de inkomsten.
(1) De door de bronstaat ingehouden belasting kan eventueel worden verminderd door toepassing van de bepalingen van de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting.
De referentiedrempels inzake de forfaitaire kosten maken het voorwerp uit van een jaarlijkse indexering. De volgende tabel bevat de bedragen die van toepassing zijn voor de aj. 2014 en 2015:
Basisbedrag van de | Geïndexeerde bedragen (in EUR) | |
Aj. 2014 | Aj. 2015 | |
|
1e schijf 2e schijf |
1e schijf 2e schijf |
1e schijf 2e schijf |
2. Schuldenaar van de RV en de aangifte nr. 273S
4. Voor de roerende inkomsten van buitenlandse oorsprong die worden geïnd in België (2), is de in België gevestigde tussenpersoon die op enige wijze tussenbeide komt bij de uitbetaling van dergelijke inkomsten de schuldenaar van de RV, behalve indien hem wordt bewezen dat een vorige tussenpersoon de RV heeft ingehouden (zie art. 261, 1e lid, 2°, WIB 92).
(2) Wanneer de roerende inkomsten van buitenlandse oorsprong worden geïnd in het buitenland, is er geen RV ingehouden in België.
Indien de inkomsten uit auteursrechten van buitenlandse oorsprong worden geïnd op een rekening van een verkrijger in België, moet de bankinstelling een aangifte in de RV nr. 273S indienen en de inhouding en de storting van die voorheffing binnen de 15 dagen na de betaalbaarstelling van de inkomsten uitvoeren (3). In de praktijk moet die laatste dus tijdig worden geïnformeerd omtrent de aard van de inkomsten die zullen worden betaald op de rekening om haar in staat te stellen de verplichtingen na te leven die op haar rusten met betrekking tot de verschuldigdheid van de RV.
(3) Zie de art. 261, 267, 269, 312 en 412, WIB 92 en 83 tot 85, KB/WIB 92.
5. De aangifte in de RV nr. 273S kan elektronisch worden ingediend via de toepassing www.rv-on-web.be.
6. Inde huidige stand van de wetgeving is geen enkele verzaking van de inning van de RV voorzien voor inkomsten uit auteursrechten die worden toegekend aan een verkrijger die onderworpen is aan de PB.
7. De RV wordt ingehouden op het nettobedrag van de inkomsten uit auteursrechten (zie punt 1), ongeacht of de inkomsten al dan niet een beroepskarakter hebben ten name van de verkrijger (4).
(4) Zie art. 37, 1e lid, WIB 92, dat bepaalt dat de herkwalificatie van roerende inkomsten in beroepsinkomsten gebeurt onverminderd de toepassing van de voorheffingen.
8. Voor de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2013, bedraagt de aanslagvoet van de RV (5):
- 15% op de eerste schijf die overeenstemt met het bedrag zoals bedoeld in art. 37, 2e lid, WIB 92, namelijk 37.500,00 EUR bruto-inkomsten (te indexeren, hetzij 56.450,00 EUR voor de inkomsten 2013 (aj. 2014) en 57.080,00 EUR voor de inkomsten 2014 (aj. 2015));
- 25% op de schijf die de bruto-inkomsten van 37.500,00 EUR (te indexeren) te boven gaat.
(5) Zie art. 269, § 1, 1° en 4°, WIB 92.
3. Personenbelasting
9. Sinds aanslagjaar 2013 moeten de inkomsten van Belgische of buitenlandse oorsprong zoals bedoeld in art. 17, § 1, 5°, WIB 92, steeds verplicht worden vermeld in de aangifte in de PB (zie art. 313, WIB 92).
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee situaties naargelang de roerende goederen die de inkomsten voortbrengen al dan niet worden gebruikt voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid van de verkrijger.
3.1. Inkomsten die worden verkregen buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid
10. Indien een belastingplichtige, buiten de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid, inkomsten uit auteursrechten ontvangt, zal het inkomen volledig belastbaar zijn als roerend inkomen en dit rekening houdend met de regels die van toepassing zijn voor de vaststelling van de belastbare grondslag zoals bepaald in het voormelde art. 22, WIB 92.
Er wordt benadrukt dat bij de inning van een bedrag aan bruto-inkomsten uit auteursrechten dat de drempel van 37.500,00 EUR (te indexeren) zoals bepaald in art. 37, 2e lid, WIB 92, overschrijdt, niet ipso facto betekent dat een schijf van die inkomsten belastbaar zal zijn als beroepsinkomen.
11. Overeenkomstig art. 171, 2°bis, WIB 92, zijn de inkomsten uit auteursrechten die belastbaar zijn als roerende inkomsten afzonderlijk belastbaar tegen een aanslagvoet van 15% (verhoogd met de aanvullende gemeente- en agglomeratiebelasting), behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de art. 130 tot 168, WIB 92, op het geheel van de belastbare inkomsten (volledige globalisatie).
De bedoelde inkomsten, de kosten die hierop betrekking hebben en de eventueel ingehouden RV op die inkomsten moeten worden vermeld onder de codes die hiervoor specifiek zijn voorzien in de aangifte (6).
(6) Voor de aangiften met betrekking tot de inkomsten 2012 en 2013 (aanslagjaren 2013 en 2014): zie Voorbereiding, Deel 1, Kader VII. "Inkomsten van kapitalen en roerende goederen", rubriek D., "Inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten, naburige rechten en wettelijke en verplichte licenties", codes 1117-47 / 2117-17, 1118-46 / 2118-16 en 1119-45 / 2119-15.
12. Om de bedragen te bepalen die door elk van de echtgenoten moeten worden aangegeven wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, moet eerst per echtgenoot afzonderlijk de inkomsten (bruto) uit auteursrechten en de aftrekbare kosten van die inkomsten worden bepaald. Het gedeelte van die inkomsten dat in het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten valt en het gedeelte van de kosten dat er proportioneel op betrekking heeft, wordt vervolgens verdeeld (elk de helft) tussen de echtgenoten.
Het gedeelte van de inkomsten dat niet in het gemeenschappelijk vermogen valt en de kosten die daarop betrekking hebben moeten worden vermeld in de kolom van de echtgenoot aan wie de inkomsten werden toegekend.
3.2. Inkomsten die worden verkregen in het kader van de uitoefening van een beroepswerkzaamheid
13. Inkomsten uit auteursrechten verkregen in het kader van de uitoefening van de beroepswerkzaamheid zijn ten belope van maximum 37.500,00 EUR (te indexeren) belastbaar als inkomsten van roerende goederen, waarop de regels uiteengezet in de nrs. 11 en 12 van toepassing zijn; het saldo is als beroepsinkomsten belastbaar (zie art. 37, WIB 92).
3.3. Verrekening van de RV
14. De aan de bron ingehouden RV op inkomsten uit auteursrechten die worden verkregen door een rijksinwoner, is verrekenbaar met de PB en terugbetaalbaar indien die ten minste 2,50 EUR bedraagt.
Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
R. ROSOUX
Adviseur-generaal dd. - Auditeur-generaal van financiën dd.
