Circulaire nr. Ci.RH.241/452.355 dd. 16.12.1993

CIRC 16.12.93/1

Circulaire nr. Ci.RH.241/452.355 dd. 16.12.1993


Bull. nr. 735, pag. 308

VOORDEEL VAN ALLE AARD
Kosteloze beschikking over een autovoertuig.


Commentaar op KB 11.12.1992 tot vaststelling van een minimumaantal van 5.000 km per jaar dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het voordeel uit het persoonlijk gebruik van een voertuig dat kosteloos of tegen een bijdrage ter beschikking van de verkrijger is gesteld.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3

INHOUDSTABEL I. Algemeen 1 II. Commentaar A. Doel 2 B. Betrokken belastingplichtigen 3 C. Betrokken voertuigen 4 D. Vaststelling van het voordeel van alle aard 5 III. Inwerkingtreding 13 IV. Voorbeelden 14 I. ALGEMEEN 1. Art. 1, KB 11.12.1992 tot vaststelling van het minimumvoordeel uit het persoonlijk gebruik van een voertuig dat kosteloos of tegen een bijdrage ter beschikking van de verkrijger is gesteld (V 2211 - Bull. 724) luidt als volgt:

"Voor de vaststelling van het voordeel uit het persoonlijk gebruik van een voertuig dat gratis of tegen een bijdrage ter beschikking van de verkrijger is gesteld, mag het aantal kilometers voor een jaar niet lager zijn dan 5 000."

De nieuwe maatregel is genomen ter uitvoering van art. 36, tweede lid, WIB 92 dat bepaalt dat, in de gevallen die Hij bepaalt, de Koning regels kan stellen om voordelen van alle aard forfaitair te ramen.

II. COMMENTAAR

A. DOEL

2. De door het KB 11.12.1992 ingevoerde nieuwe maatregel heeft tot doel, de bestrijding van bepaalde misbruiken die zijn vastgesteld geworden bij de berekening van het belastbare voordeel van alle aard in hoofde van de belastingplichtigen die over een voertuig voor hun beroepswerkzaamheid beschikken waarvan het voordeel bij voortduur wordt berekend op basis van een ondergewaardeerd aantal voor persoonlijke doeleinden afgelegde kilometers.

B. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN

3. De nieuwe maatregel is inzonderheid van toepassing op loon- en weddetrekkers (werknemers, bedienden, kaderpersoneel, ambtenaren), bestuurders en werkende vennoten, maar geldt ook voor de berekening van de te verwerpen kosten in hoofde van zelfstandigen die een voertuig voor privé-redenen gebruiken waarvan de kosten volledig of grotendeels van hun beroepsinkomsten zijn afgetrokken.

C. BETROKKEN VOERTUIGEN

4. De betrokken voertuigen zijn personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen, zowel nieuw als tweedehands, met uitsluiting van andere verplaatsingsmiddelen (motorfietsen, fietsen, enz.).

D. VASTSTELLING VAN HET VOORDEEL VAN ALLE AARD

5. Het belastbare voordeel van alle aard moet per afgelegde kilometer blijven vastgesteld worden op basis van de bepalingen van art. 18, § 3, 9° en § 4, KB/WIB 92, maar het aantal kilometers mag niet lager zijn dan 5 000 km per jaar.

6. Het belastbare voordeel is dus gelijk aan het aantal voor persoonlijke doeleinden afgelegde kilometers, met een minimum van 5 000, vermenigvuldigd met het in art. 18, § 3, 9° en § 4, KB/WIB 92 vermelde bedrag dat afhankelijk is van de belastbare kracht in Pk van het voertuig inzake VB. In voorkomend geval wordt het aldus vastgestelde voordeel verminderd met de effectieve tussenkomst van de verkrijger (met uitzondering van de verzekeringspremie voor stoffelijke schade van de gebruikte wagen).

Het voordeel per kilometer wordt berekend op basis van de hiernavolgende tabel: Belastbare kracht in PK Voordeel in F per afgelegde kilometer --------------------------------------------------------------- 4 5,3 5 6,2 6 6,9 7 7,6 8 8,3 9 9,0 10 10,0 11 10,9 12 11,6 13 12,3 14 12,8 15 13,3 16 13,7 17 14,0 18 14,3 19 en meer 14,6 ------------------------------------------------------------- 7. Er wordt aan herinnerd dat het persoonlijk gebruik van een voertuig betrekking heeft op, enerzijds, de verplaatsingen tussen de woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling [Het gebruik door handelsreizigers en -vertegenwoordigers, enz. van een voertuig van hun werkgever om zich rechtstreeks van hun woonplaats naar hun cliënteel te begeven wordt niet als persoonlijk gebruik aangemerkt.] en, anderzijds, de andere privé-verplaatsingen (verplaatsingen om privé-aankopen te doen, tijdens het weekend, om op vakantie te gaan, enz.). 8. KB 11.12.1992 bepaalt dat het aantal kilometers voor een jaar niet lager mag zijn dan 5 000 km.

Dit minimum is dus enkel volledig van toepassing indien de belastingplichtige gedurende 12 maanden een voertuig ter beschikking heeft gehad. Het zou volkomen onredelijk zijn om bijvoorbeeld voor het jaar 1993 5 000 km te weerhouden in hoofde van een bediende die vanaf 1 december 1993 is tewerkgesteld of die het voertuig van zijn werkgever slechts vanaf die datum heeft gebruikt.

Hieruit volgt dat, in voorkomend geval, de minimumgrens prorata temporis moet worden verminderd (vb. voor 3 maanden weerhoudt men 5000/4 = 1 250 km of 417 km per maand).

9. Behalve dat is het minimum van 5 000 km per jaar een onweerlegbare grens waarvan niet kan worden afgeweken, welke ook de ingeroepen omstandigheden zijn.

Het is niet volgens de wagen maar in hoofde van de verkrijger dat zij wordt beoordeeld. Deze grens is inzonderheid van toepassing:

  • wanneer de verkrijger opeenvolgend de beschikking over verschillende voertuigen heeft gehad (zie nr. 15);
  • wanneer de verkrijger van het voordeel een aantal kilometers dat lager is dan 5 000 heeft terugbetaald (zie nr. 17 hierna).
10. Wanneer de verkrijger van het voordeel in de loop van een bepaald jaar twee (of meerdere) voertuigen met verschillende fiscale kracht heeft gebruikt, moet het belastbare voordeel worden berekend door de grens van 5 000 km prorata temporis te verdelen over de verschillende perioden van gebruik (zie nr. 15 hierna).

11. Het spreekt vanzelf dat wanneer blijkt dat een belastingplichtige enkel over een voertuig voor zijn beroepsmatige verplaatsingen beschikt (vb. in dienst van de onderneming of voor de uitoefening van zijn functie), waarmee hij geen woon-werk verplaatsingen of andere verplaatsingen voor persoonlijke doeleinden doet, de grens van 5 000 km niet van toepassing is, aangezien geen enkel voordeel van alle aard in zijnen hoofde kan worden weerhouden.

12. Het louter occasioneel gebruik, voor een korte privé-verplaatsing, van een voertuig van de werkgever door een personeelslid, blijft aan te merken als een niet belastbaar sociaal voordeel (zie 41/43, nr. 13, Com IB).

III.INWERKINGTREDING

13. Overeenkomstig art. 2, KB 11.12.1992 is de nieuwe maatregel van toepassing op de vanaf 1 januari 1993 verkregen voordelen.

IV. VOORBEELDEN



14.Voorbeeld 1
Een bediende beweert dat hij in 1993 slechts 4 500 km voor persoonlijke doeleinden heeft afgelegd met een wagen die gedurende het ganse jaar door zijn werkgever ter beschikking is gesteld en waarvan de belastbare kracht 10 Pk bedraagt.

Het belastbare voordeel van alle aard zal evenwel worden bepaald op 5 000 x 10 F = 50 000 F.



15.Voorbeeld 2
Een bediende heeft voor de eerste 4 maanden van het jaar 1993 de beschikking gehad over een wagen van 9 Pk. Gedurende het tweede gedeelte van het jaar, had hij de beschikking over een wagen van 10 Pk.

De grens van 5 000 km moet worden verdeeld over de 2 perioden van het jaar:

  • eerste periode: 5 000 x 4/12 = 1 667 km;
  • tweede periode: 5 000 x 8/12 = 3 333 km.
Berekening van het belastbare voordeel van alle aard: 1 667 x 9 F = 15 003 F 3 333 x 10 F = 33 330 F ---------- Totaal: 48 333 F
16.Voorbeeld 3
Zelfde gegevens als in voorbeeld 1, maar de betrokkene is ten belope van 4 500 x 3 F = 13 500 F tussen gekomen in de kosten van de wagen.

Belastbaar voordeel van alle aard: 50 000 F - 13 500 F = 36 500 F.



17.Voorbeeld 4
Zelfde gegevens als in voorbeeld 1, maar de kosten van de voor persoonlijke doeleinden afgelegde 4 500 km werden ten belope van 10 F per km terugbetaald, hetzij 4 500 x 10 F = 45 000 F.

Een belastbaar voordeel van alle aard moet evenwel worden weerhouden en bedraagt : 50 000 F - 45 000 F = 5 000 F.

NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal,
G.A. DE GROOTE.