Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 van 10.02.1993

CIRC 10.02.93/1
Bull. nr. 726, pag. 759
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Aftrekbare uitgave

INTEREST
Bouwen of verwerven van een nieuwe woning
Vernieuwen van een woning
5e aflevering FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Commentaar op art. 13, W. 28.07.1992 (toepassingsmodaliteiten van de bijkomende interestaftrek).
INHOUDSTABEL I. WETTEKSTEN I/801 en I/802 II. DRAAGWIJDTE I/803 en I/804 A. Volgorde van aanrekening van de interesten en beperkingen I/805 tot I/807 B. Meerdere leningen I/808 III. INWERKINGTREDING I/809
I. WETTEKSTEN
W. 28.07.1992
I/801
Art. 13
In artikel 116 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "De interest is maar aftrekbaar in zover hij betrekking heeft op de eerste 2.000.000 frank van het aanvangsbedrag van de lening" vervangen door de woorden "De interest die overblijft na toepassing van de in artikel 14 vermelde aftrek is maar aftrekbaar in zover hij betrekking heeft op de eerste 2.000.000 frank van het aanvangsbedrag van de leningen".
2° in het tweede lid, worden de woorden "van het verschil tussen de interest als bepaald in het eerste lid en de interest die aftrekbaar is ingevolge artikel 14" geschrapt.
I/802
Ingevolge de voormelde wijzigingen luidt art. 116, WIB 92 voortaan als volgt :
WIB 92
Art. 116
De interest die overblijft na toepassing van de in artikel 14 vermelde aftrek is maar aftrekbaar in zover hij betrekking heeft op de eerste 2.000.000 frank van het aanvangsbedrag van de leningen ingeval het een te bouwen of in nieuwe staat te verwerven woning betreft of op de eerste 1.000.000 frank ingeval het een te vernieuwen woning betreft; de voormelde bedragen worden verhoogd met 5, 10, 20 of 30 %, naargelang de belastingplichtige een, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.
De aftrek wordt gespreid over ten hoogste twaalf opeenvolgende belastbare tijdperken waarvan de inkomsten het kadastraal inkomen van de woning omvatten, tot een bedrag dat voor de eerste vijf belastbare tijdperken gelijk is aan 80 % en voor elk van de zeven volgende belastbare tijdperken gelijk is aan respectievelijk 70, 60, 50, 40, 30, 20 en 10 %.
II. DRAAGWIJDTE
I/803
Art. 116, WIB 92, zoals het bij de W. 12.06.1992 werd bekrachtigd, coördineert de bepalingen van art. 9, derde lid, Hervormingswet 07.12.1988 en van art. 71, § 2ter (oud) WIB, maar geeft de inhoud daarvan niet trouw weer. Art. 13, W. 28.07.1992 zet die ongelukkige formulering van art. 116, WIB 92 recht en brengt dit artikel terug in overeenstemming met de teksten die ter zake vóór de coördinatie van het WIB 92 van toepassing waren.
I/804
De formele wijzigingen die art. 13, W. 28.07.1992 in art. 116, WIB 92 aanbrengt betreffen de berekening van de beperkingen van de bijkomende interestaftrek en houden verband met :
  • de fase van aanrekening van de gewone interesten, die volgens art. 14, WIB 92 aftrekbaar zijn van de inkomsten van onroerende goederen;
  • het aantal leningen dat voor de beperking tot het aanvangsbedrag van 2.000.000 F of 1.000.000 F (eventueel verhoogd voor kinderlast) in aanmerking moet worden genomen.
A. Volgorde van aanrekening van de interesten en beperkingen
I/805
Volgens art. 116, WIB 92, zoals het bij de W. 12.06.1992 werd bekrachtigd, zouden de gewone interesten (die reeds met toepassing van art. 14 WIB 92 van de inkomsten van onroerende goederen zijn afgetrokken) in mindering moeten worden gebracht van de interesten die overblijven na toepassing van de beperking tot het aanvangsbedrag van de lening tot 2.000.000 F of tot 1.000.000 F (naargelang het een nieuwbouw of vernieuwbouw betreft) en vóór de beperking tot 80, 70, 60, 50, 40, 30, 20 of 10 %.
Die volgorde van aanrekening van de gewone interesten strookt echter niet met de bepalingen van art. 9, 3e lid, Hervormingswet 07.12.1988, die vanaf aj. 1990 van toepassing zijn en volgens welke de gewone interesten eerst van het totale interestbedrag worden afgetrokken alvorens de bovenstaande beperkingen toe te passen.
I/806
Ingevolge de wijzigingen van art. 13, W. 28.07.1992 in art. 116, WIB 92, wordt de volgorde waarin de gewone en de bijkomende interestaftrek gebeurt weer in overeenstemming gebracht met de werkwijze zoals die door de Hervormingswet 07.12.1988, met ingang van aj. 1990 was ingevoerd (cf. nrs. II/518 - 523 van de 19e aflevering van de circ. Ci.D.19/402.192-PB, Hervormingswet 1988). Die berekeningswijze kan schematisch als volgt worden voorgesteld :

1. De totale interest nemen van de in art. 115, WIB 92 bedoelde hypothecaire lening(en);

2. Het deel van deze interesten bepalen dat door de gewone interestaftrek wordt opgeslorpt;

3. Het verschil tussen 1 en 2 maken;

4. De uitkomst sub 3 vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller het in aanmerking te nemen maximum aanvangsbedrag van de lening is - 2.000.000 of 1.000.000 F, eventueel verhoogd voor kinderlast - en de noemer het totaal van sub 1 bedoelde hypothecaire lening(en) (alleen indien de teller kleiner is dan de noemer);

5. De uitkomst sub 4 vermenigvuldigen met het in art; 116, WIB 92 vermelde percentage (80 %, 70 %, enz.).
Voorbeeld
I/807
Een gezin met twee kinderen ten laste koopt op 18.01.1991 een nieuwe en enige woning (KI 62.300 F) die nog in dezelfde maand in gebruik wordt genomen.
Op voormelde datum wordt een hypothecaire lening van 3.910.500 F gesloten, waarvoor in 1991 260.000 F interesten zijn betaald.
1. Gewone interestaftrek (art. 14, WIB 92) 11 KI 62.300 x -- = 57.108 12 Indexering : 57.108 x 1,0503 60.000 (*) Gewone interestaftrek : - 60.000 -------- Netto-inkomen van de onroerende goederen : = 0 (*) Na indexering afgerond KI (cf. nrs. 15, 20 en 21 van de circ. 23.08.1991, nr. Ci.RH.21/429.638, B. 709, blz. 2262) 2. Bijkomende interestaftrek (art. 116, WIB 92) 1. Totale interesten van de in art. 115, WIB 92 bedoelde leningen; 260.000 2. Deel van deze interesten dat door de gewone aftrek is opgeslorpt; - 60.000 --------- 3. Verschil; = 200.000 4. Geïndexeerd en wegens kinderlast verhoogd aanvangsbedrag op 01.01.1992 : 2.133.000 x 110 % = 2.346.300 Beperking van de overblijvende interesten in verhouding tot dit aanvangsbedrag : 2.346.300 200.000 x --------- = 120.000 3.910.500 5. Beperking tot 80 % voor het eerste belastbare tijdperk 120.000 x 80 % 96.000 ======
B. Aantal leningen voor de beperking van het aanvangsbedrag
I/808
In art. 116, WIB 92, zoals het bij de W. 12.06.1992 werd bekrachtigd, is er sprake van een beperking van de interesten tot de eerste 2.000.000 F of 1.000.000 F "van het aanvangsbedrag van de lening" naargelang het nieuwbouw of vernieuwbouw betreft. In art. 71, § 2ter (oud) WIB dat met ingang van 30.08.1986 van toepassing is werd er daarentegen gesproken over een beperking tot 2.000.000 F of 1.000.000 F "van het aanvangsbedrag van de leningen". Art. 13, W. 28.07.1992 wijzigt art. 116, WIB 92, in die zin dat daarin, ook naar het "aanvangsbedrag van de leningen" (in het meervoud) wordt verwezen, zoals dat ook het geval was vóór de coördinatie van het WIB. De onderrichtingen van Com.IB, 71/28, e) opmerking, die bepalen dat enerzijds de interesten en anderzijds de geleende bedragen moeten worden samengeteld wanneer meerdere leningen aan de voorwaarden voor de bijkomende aftrek voldoen, blijven dan ook bij voortduur gelden.
III. INWERKINGTREDING
I/809
Overeenkomstig art. 47, § 1, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen, treden de wijzigingen die art. 13 van dezelfde wet in art. 116, WIB 92 aanbrengt in werking met ingang van het aj. 1992.