Aanschrijving nr. 14/1999 d.d. 10.06.1999
Registratierechten
Inbrengrecht
Inbreng in de netbeheerder
Vrijstelling bepaald in de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
Inbrengrecht
Inbreng in de netbeheerder
Vrijstelling bepaald in de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
AFZ/99-0683 - Dos. 121
In het Belgisch Staatsblad van 11 mei 1999 werd de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt bekendgemaakt.
Artikel 10, § 3, van die wet bepaalt een vrijstelling van het inbrengrecht bepaald in de 115" book="CATCH_ALL">115bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten voor bepaalde inbrengen in de netbeheerder. Die vrijstelling wordt niet in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten ingeschreven.
In het Belgische Staatsblad van 2 juni 1999 werd het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt bekendgemaakt. Artikel 1, 4°, van dat koninklijk besluit bepaalt dat artikel 10, § 3, van de wet zal in werking treden op de datum waarop de aanwijzing van de eerste beheerder van het transmissienet in voege treedt.
Bij deze aanschrijving wordt een eerste commentaar verstrekt betreffende de vermelde nieuwe vrijstelling. Een uittreksel met de voor de registratiekantoren relevante bepalingen van de wet van 29 april 1999 gaat in bijlage 1. Bijlage 2 bevat de relevante bepalingen uit het koninklijke besluit van 3 mei 1999 inzake de inwerkingtreding van onderhavige vrijstellingsbepaling De naam van de eerste netbeheerder, de datum waarop de aanwijzing ervan in voege treedt en of het al dan niet gaat om een Belgische vennootschap, zal ten gepaste tijde worden medegedeeld.
1. Algemene toelichting van de vrijstelling - begrip netbeheerder
De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt vormt de omzetting in Belgisch recht van de bepalingen van richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit. De wet van 29 april 1999 stelt aldus de Belgische elektriciteitsmarkt geleidelijk open voor mededinging door E.U.-elektriciteitsproducenten. Daartoe is vereist dat de E.U.-producenten en hun Belgische afnemers toegang krijgen tot het bestaande transmissienet voor elektriciteit in België. De eigenaars van het Belgische transmissienet zijn verplicht het beheer en de exploitatie van de infrastructuur en de uitrusting die deel uitmaken van het Belgisch transmissienet, aan een netbeheerder toe te vertrouwen. Ze hebben daarbij de keuze de eigendom van die infrastructuur en uitrusting aan de beheerder van het Belgische net over te dragen of hem daarop het vruchtgebruik of een ander langdurig gebruiksrecht te verlenen. Indien dat geschiedt door een inbreng (in eigendom of in genot) in het kapitaal van de netbeheerder, dan geniet die inbreng van een vrijstelling van het inbrengrecht bepaald in de 115" book="CATCH_ALL">115bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
De netbeheerder wordt in België aangewezen door de federale Minister bevoegd voor Energie. De aanwijzing geldt in principe voor een vernieuwbare termijn van twintig jaar. Zij is nog niet geschied. De naam van de netbeheerder en de datum waarop zijn aanwijzing in voege treedt zal medegedeeld worden van zodra het betreffende ministerieel besluit is uitgevaardigd. Het is op de datum waarop de aanwijzing in voege treedt, dat de onderhavige vrijstellingsbepaling in werking treedt (cf. artikel 1, 4° van het koninklijk besluit van 31 mei 1999).
2. Toepassingsgebied en -voorwaarden van de vrijstelling.
Uit artikel 9 van de onderhavige wet blijkt dat de netbeheerder niet noodzakelijk een Belgische vennootschap zal zijn in de betekenis die daaraan wordt gegeven in het kader van het inbrengrecht (meer bepaald een vennootschap waarvan hetzij de zetel van de werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie is gevestigd). Volgend onderscheid is dan ook geboden:
a) Indien de netbeheerder een Belgische vennootschap is, kan de vrijstelling toepassing vinden mits de volgende voorwaarden vervuld zijn:
Het moet gaan om een inbreng in de netbeheerder, in eigendom of in genot, van infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het Belgische transmissienet (zie artikel 10, § 3, eerste tot derde lid, van de onderhavige wet).
De roerende of onroerende aard van de infrastructuur en uitrusting doet er niet toe. De vrijstelling geldt zowel voor de inbrengen waarop artikel 115 als voor die waarop artikel 115bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten toepassing vindt.
Bovendien moet het gaan om een zuivere inbreng (artikel 10, § 3, derde en vierde lid, van de onderhavige wet), d.w.z. een inbreng die uitsluitend wordt vergoed door toekenning van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van de netbeheerder vertegenwoordigen. Van zodra het gaat om een gemengde inbreng moeten alle bestaande regels inzake inbreng in een Belgische vennootschap worden toegepast.
b) Indien de netbeheerder geen Belgische vennootschap is:
De vrijstelling speelt hier niet omdat de 115" book="CATCH_ALL">115bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten geen toepassing vinden op de inbreng in een vreemde vennootschap. Alle bestaande regels inzake inbreng in een vreemde vennootschap moeten in dit geval worden toegepast.
Namens de Minister:
De Adjunct Administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M.DELPORTE
----------
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 11 mei 1999 (2de Uitgave)
MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN
29 APRIL 1999. - Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
HOOFDSTUK I. -Algemeen
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder:
7° "transmissienet" het nationaal transmissienet voor elektriciteit, dat de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor het vervoer van elektriciteit van land tot land en naar rechtstreekse afnemers van de producenten en naar distributeurs gevestigd in België, alsook voor de koppeling tussen elektrische centrales en tussen elektriciteitsnetten;
8° "netbeheerder": de beheerder van het transmissienet, aangewezen overeenkomstig artikel 10;
HOOFDSTUK III. - Beheer van het transmissienet
Art. 8. Het beheer van het transmissienet wordt waargenomen door één enkele beheerder, aangewezen overeenkomstig artikel 10.
De netbeheerder staat in voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het transmissienet, met inbegrip van de koppellijnen daarvan naar andere elektriciteitsnetten, teneinde de continuïteit van de voorziening te waarborgen.
Te dien einde is de netbeheerder inzonderheid belast met de volgende taken:
Art. 9. § 1. De netbeheerder moet zijn opgericht onder de vorm van een handelsvennootschap, met maatschappelijke zetel en hoofdbestuur in een lidstaat van de Europese Unie. Hij mag geen andere activiteiten ondernemen inzake productie of verkoop van elektriciteit dan de verkopen genoodzaakt door zijn coördinatieactiviteit als netbeheerder, en hij mag geen andere diensten verstrekken op de elektriciteitsmarkt die niet rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 8. Hij mag geen rechtstreekse of onrechtstreekse lidmaatschapsrechten aanhouden, in welke vorm ook, in producenten, distributeurs of tussenpersonen.
Art. 10. § 1. Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad wijst de minister de netbeheerder aan na voorstel van één of meerdere neteigenaars (met inbegrip, in voorkomend geval, van de scheidende netbeheerder) die, afzonderlijk of gezamenlijk, een deel van het transmissienet bezitten dat ten minste 75 procent van het nationaal grondgebied en ten minste twee derden van het grondgebied van elk gewest bestrijkt.
Bij gebrek aan een dergelijk voorstel binnen drie maanden na de datum van bekendmaking van een bericht van de minister in het Belgisch Staatsblad, wijst de minister de netbeheerder aan op voorstel van de commissie en na beraadslaging in Ministerraad.
§ 2. De netbeheerder wordt aangewezen voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar. In elk geval eindigt zijn mandaat in geval van faillissement, ontbinding, fusie of splitsing. De minister kan, na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad, de aanstelling van de netbeheerder herroepen in geval van:
1° significante wijziging in het aandeelhouderschap van de netbeheerder die de onafhankelijkheid van het beheer van het transmissienet in het gedrang zou kunnen brengen;
2° grove tekortkoming van de netbeheerder aan zijn verplichtingen krachtens deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 3. De inbreng in de netbeheerder, in eigendom of genot, van infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, wordt geacht een inbreng te zijn van een tak van werkzaamheid bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 die beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften. Artikel 442bis van hetzelfde Wetboek is niet van toepassing.
Wanneer een inbreng als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan door een belastingplichtige onderworpen aan de rechtspersonenbelasting, worden de meerwaarden verkregen of vastgesteld ter gelegenheid van die inbreng voor de toepassing van hetzelfde Wetboek ten name van de netbeheerder geacht niet te zijn verwezenlijkt.
De inbrengen bedoeld in het eerste en het tweede lid zijn vrijgesteld van het recht bepaald in de 115" book="CATCH_ALL">115bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Het eerste en het derde lid zijn slechts van toepassing voorzover de betrokken inbrengen uitsluitend worden vergoed door toekenning van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van de netbeheerder vertegenwoordigen.
De inbrengen in eigendom bedoeld in het eerste en tweede lid genieten van artikel 11 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Art. 38. De Koning regelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de inwerkingtreding van de bepalingen van deze wet.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 29 april 1999.
ALBERT
Van Koningswege
De Vice-Eerste Minister en Minister van Landsverdediging,
belast met Energie,
J.-P. PONCELET
Met 's Lands zegel gezegeld
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
BIJLAGE 2
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 2 juni 1999
MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN
3 MEI 1999. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzonderheid op artikel 38;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 april 1999;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 30 april 1999;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid voortvloeit uit de omstandigheid dat voornoemde wet van 29 april 1999 de omzetting in Belgisch recht beoogt van de bepalingen van Richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit; dat de normale termijn voor de omzetting van deze richtlijn op 19 februari 1999 is verstreken; dat, niettegenstaande de bijkomende termijn van één jaar die haar door de richtlijn wordt toegekend, de Belgische Regering bij de indiening van het wetsontwerp heeft aangekondigd dat zij alles in het werk wilde stellen om de richtlijn binnen de normale termijn om te zetten; dat de Regering meent dat elke vertraging in de omzetting de concurrentiepositie van de Belgische industrie kan schaden, rekening houdend met de belangrijke tendens tot versnelling van het omzettingsproces van de richtlijn in de andere Lidstaten van de Europese Unie; dat dit besluit bijgevolg zo spoedig mogelijk moet worden genomen;
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Landsverdediging, belast met Energie, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij
Artikel 1. De bepalingen van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt treden in werking als volgt
1° ...
...
4° op de datum waarop de aanwijzing van de eerste beheerder van het transmissienet in voege treedt: de artikelen 8, 10, § 3, 11, 13 en 14;
Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 3. Onze Minister bevoegd voor Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 3 mei 1999.
ALBERT
Van Koningswege:
De Vice-Eerste Minister en Minister van Landsverdediging, belast met Energie,
J.-P. PONCELET
Bron: FisconetPlus
