Circulaire nr. Ci.RH.331/589.910 (AOIF 13/2008) dd. 08.04.2008

CIRC08.04.08/2

Circulaire nr. Ci.RH.331/589.910 (AOIF 13/2008) dd. 08.04.2008


BELASTING VAN NIET-INWONERS NATUURLIJKE PERSONEN
Berekening van de BNI/nat.pers.
Bijkomende vermindering voor pensioenen
Bijkomende vermindering voor vervangingsinkomsten

PERSONENBELASTING
Berekening van de PB
Bijkomende vermindering voor pensioenen
Bijkomende vermindering voor vervangingsinkomsten


Bijkomende verminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten - PB en BNI/Nat.pers. (art. 154 en 249 WIB 92) aanslagjaar 2008.

Aan al de ambtenaren.

I. ALGEMEEN
1. Voor de inkomsten betaald of toegekend tot en met 31.12.2006 was er overeenkomstig artikel 154, WIB 92 zoals dat bestond voor dat het door de artikelen 38 en 39 van de wet van 17.5.2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008 werd vervangen (Belgisch Staatsblad van 19.6.2007), geen belasting verschuldigd wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestond uit pensioenen of vervangingsinkomsten die een welbepaald maximumbedrag niet overschreden.

Deze bepaling strekte ertoe dat ervoor de bedoelde inkomsten een feitelijke belastingvrijstelling werd verleend.

De techniek om tot die feitelijke belastingvrijstelling te komen, bestond eruit dat een bijkomende belastingvermindering werd toegestaan die gelijk was aan de belasting die overbleef na toepassing van de belastingvermindering bedoeld in de artikelen 147 tot 152 en 243, 2de en3de lid, WIB 92.

Artikel 154, § 2, WIB 92, zoals het met ingang van 1 januari 2007 van toepassing is ingevolge de artikelen 38 en 39 van de voornoemde wet van 17.5.2007 brengt de wettekst ter zake in overeenstemming met voormelde berekeningswijze. Aan het principe van de feitelijke belastingvrijstelling wijzigt derhalve niets.

2. Uit talloze parlementaire vragen over dit onderwerp, is daarnaast ook gebleken dat het voor de belastingplichtige een zware last was indien de feitelijke belastingvrijstelling die was opgenomen in voornoemd artikel 154, WIB 92, weg viel omdat het verkregen inkomen net de vastgelegde begrenzing overschreed.

De wetgever heeft daaraan willen verhelpen door middel van de invoering van een nieuwe maatregel die is opgenomen in artikel 154, § 3, WIB 92 ingevolge de artikelen 38 en 39 van de voornoemde wet van 17.5.2007, zodat voortaan, voor de pensioenen of vervangingsinkomsten die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend, de volgende bijkomende regel geldt : zodra het inkomen de begrenzing overschrijdt wordt een afbouw regel toegepast die ervoor zorgt dat bij lichte overschrijding van de begrenzingen de uiteindelijke belasting niet meer bedraagt dan het inkomen dat de begrenzing overschrijdt (zie titel III van deze circulaire). Op die manier is de belastingdruk aanzienlijk lager dan in de vorige regeling.

Hierna wordt het nieuwe artikel 154, WIB 92 dat van toepassing is op de inkomsten die vanaf 1 januari 2007 worden betaald of toegekend, meer in detail besproken.

II. DE BIJKOMENDE VERMINDERING IS GELIJK AAN DE BELASTING DIE OVERBLIJFT NA TOEPASSING VAN DE ARTIKELEN 147 TOT 152 EN 243,2DE EN 3DE LID, WIB 92 WANNEER HET TOTALE NETTO-INKOMEN IN 2007 UITSLUITEND BESTAAT UIT :
3. - pensioenen of vervangingsinkomsten (1) en het totale bedrag van die inkomsten niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen.

Dat maximum bedraagt voor het aj. 2008 12.976,98 EUR ;

[(1) Daarin zijn onder meer begrepen de brugpensioenen en de werkloosheidsuitkeringen zonder anciënniteitstoeslag.]

4. - werkloosheidsuitkeringen met anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen (2), voor zover de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en het bedrag van die uitkeringen niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering met inbegrip van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen.

Dat maximum bedraagt voor het aj. 2008 14.250,89 EUR (12.976,98 EUR + 1.273,91 EUR);

[(2) Met inbegrip van de werkloosheidsuitkeringen die een anciënniteitstoeslag bevatten en die worden toegekend aan werklozen die vóór 1 januari 2004, 58 jaar of ouder zijn en die werklozen reeds vóór 1 januari 2004 het recht op die uitkeringen met anciënniteitstoeslag hebben bekomen.]

5. - wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en het bedrag van die inkomsten niet hoger is dan tien negenden van het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkering, de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen.

Dat maximum bedraagt voor het aj. 2008 14.418,87 EUR (12.976,98 EUR x 10/9).

6. De in nr. 3 uiteengezette regel is eveneens van toepassing wanneer de belastingplichtige, naast één of meer aldaar bedoelde inkomsten, ook nog inkomsten vermeld in nr. 4 (werkloosheidsuitkeringen met anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen) of in nr. 5 (wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen) heeft verkregen. Dit geldt eveneens wanneer de belastingplichtige zowel inkomsten vermeld in nr. 4 als in nr. 5 verkrijgt.

Dat maximum bedraagt in deze gevallen dus ook 12.976,98 EUR voor het aj. 2008.

7. De aandacht wordt erop gevestigd dat, wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, de totale netto-inkomens van de beide echtgenoten moeten worden samengeteld voor de toepassing van de in titel II bedoelde bijkomende verminderingen.

III. IN DE ANDERE DAN IN TITEL II BEDOELDE GEVALLEN IS DE BIJKOMENDE VERMINDERING GELIJK AAN HET POSITIEVE VERSCHIL TUSSEN:
8. - het bedrag van de belasting die nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152 en 243, 2de en 3de lid, WIB 92, en

- het verschil tussen :

9. - wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit pensioenen of vervangingsinkomsten(3), die pensioenen of vervangingsinkomsten en het maximumbedrag dat overeenkomstig nr. 3, van toepassing is;

[(3) Daarin zijn onder meer begrepen de brugpensioenen en de werkloosheidsuitkeringen zonder anciënniteitstoeslag.]

10. - wanneer het totale netto-inkomenuitsluitend bestaat uit werkloosheidsuitkeringen met anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen (4), die werkloosheidsuitkeringen met inbegrip van de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen en het maximumbedrag dat overeenkomstig nr. 4, van toepassing is;

[(4) Met inbegrip van de werkloosheidsuitkeringen die een anciënniteitstoeslag bevatten en die worden toegekend aan werklozendie vóór 1 januari 2004, 58 jaar of ouder zijn en die werklozen reeds vóór 1 januari 2004 het recht op die uitkeringen met anciënniteitstoeslag hebben bekomen.]

11. - wanneer het totale netto-inkomen uitsluitend bestaat uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, die wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en het maximumbedrag dat overeenkomstig nr. 5, van toepassing is.

12. Deze nieuwe maatregel wordt toegelicht aan de hand van volgend voorbeeld :

Het totale netto-inkomen van een aan de personenbelasting onderworpen alleenstaande belastingplichtige zonder gezinslasten, bestaat in 2007 uitsluitend uit pensioenen. Er zijn geen aftrekbare bestedingen. Het gezamenlijk belastbaar inkomen bedraagt 12.980,00 EUR.

Berekening van de belasting

1° basisbelasting op 12.980,00 EUR :3.764,00 EUR
2° belasting op de belastingvrije som :- 1.510,00 EUR
3° om te slane belasting :2.254,00 EUR
4° vermindering voor pensioenen
(toepassing artikel 147, WIB 92) :
- 1.749,55 EUR
5° blijft :504,45 EUR
bijkomende vermindering
(toepassing artikel 154, § 3, WIB 92) :
- 501,43 EUR
7° verminderde basisbelasting :3,02 EUR

De bijkomende vermindering als bedoeld in artikel 154, § 3, WIB 92 is in dit voorbeeld gelijk aan het positieve verschil tussen :

  • enerzijds, het bedrag van de belasting dat nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152, WIB 92 : 504,45EUR;
  • en anderzijds, het verschil tussen die pensioenen (12.980,00EUR) en het maximumbedrag dat overeenkomstig nr. 3, van toepassing is (12.976,98 EUR) : 3,02 EUR.

13. De in nr. 9 uiteengezette regel is eveneens van toepassing wanneer de belastingplichtige, naast één of meer aldaar bedoelde inkomsten, ook nog inkomsten vermeld in nr. 10 (werkloosheidsuitkeringen met anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen) of in nr. 11 (wettelijke ziekte- of invaliditeitsuitkeringen) heeft verkregen. Dit geldt eveneens wanneer de belastingplichtige zowel inkomsten vermeld in nr. 10 als in nr. 11 verkrijgt.

14. In het geval bedoeld in nr. 9, wordt de bijkomende vermindering in voorkomend geval verdeeld naar de verhouding van het gedeelte van de belasting dat nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152 en 243, 2deen 3de lid, en dat respectievelijk betrekking heeft op pensioenen of andere vervangingsinkomsten, op werkloosheidsuitkeringen of op wettelijke ziekte- en invaliditeitsvergoedingen en het totaal van de belasting dat nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152 en 243, 2de en 3de lid, WIB 92.

15. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden zowel de totale netto-inkomens als het bedrag van de overblijvende belasting van de beide echtgenoten samengeteld voor de toepassing van de in deze titel bedoelde bijkomende vermindering.

16. De aldus berekende bijkomende vermindering wordt verdeeld in verhouding tot het bedrag van de belasting van elke echtgenoot die nog overblijft na toepassing van de artikelen 147 tot 152 en 243, 2de en 3delid, WIB 92.

17. In voorkomend geval is artikel153, WIB 92 van toepassing op de som van de bij toepassing van de artikelen 147 tot 152 en 243, 2de en 3de lid, WIB 92 bepaalde vermindering verhoogd met de bij toepassing van de in deze titel bepaalde bijkomende vermindering.

Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :
De Directeur,

S. QUINTENS