Aanschrijving nr. 21 dd. 10.03.1981
AANSCHRIJVING 81-021/2
Aanschrijving nr. 21 dd. 10.03.1981
Verplichting
Voldoening van de belasting
Aansprakelijke vertegenwoordiger
Niet in België gevestigde belastingplichtige
Recht op aftrek
Centraal BTW-kantoor buitenlandse belastingplichtigen
Aftrek
Teruggaaf
Recht op teruggaaf
Recht op aftrek
Aanvraag tot teruggaaf
Teruggaaf in een andere Lid-Staat
Recht op aftrek
Onderwerp van de aanschrijving.
1. Sinds de inwerkingtreding, op 1 januari 1971, van het BTW-stelsel in België, kunnen belastingplichtigen die niet hier te lande zijn gevestigd noch er een vaste inrichting hebben, niettemin de BTW geheven van de aan hen geleverde goederen en verstrekte diensten en de door hen bij invoer voldane BTW als voorbelasting recupereren.
2. De recuperatie van de BTW geschiedt door aftrek in de periodieke aangiften die ingediend worden door een aansprakelijke vertegenwoordiger, die de buitenlandse belastingplichtige normaal in België moet laten erkennen wanneer hij er leveringen van goederen of diensten verricht die aan de BTW zijn onderworpen of door teruggaaf in geval van ontslag van de verplichting tot erkenning én er van dit ontslag gebruik gemaakt wordt (z. aanschr. 30/1975) (1)
(1) Z. Revue nr. 24, blz. 21.
3. In beide gevallen is vereist dat het gaat om voorbelasting betreffende goederen en diensten die de betrokkene gebruikt voor zijn werkzaamheid als belastingplichtige. Verder gelden ten aanzien van buitenlanders dezelfde beperkingen of uitsluitingen van het recht op aftrek als ten aanzien van in België gevestigde belastingplichtigen.
4. Deze aanschrijving heeft tot doel een nieuwe regeling te omschrijven die wordt gevolgd bij teruggaaf van BTW aan sommige in een andere EEG-Lid-Staat gevestigde belastingplichtigen (2).
(2) Deze nieuwe regeling werd getroffen in uitvoering van de achtste BTW-Richtlijn van 6 december 1979 (79/1072/EEG), gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L331 van 27 december 1979 en in de Belgische BTW-Revue nr. 44.
5. In een eerste hoofdstuk wordt omschreven op welke belastingplichtigen onderhavige aanschrijving van toepassing is. Vervolgens wordt nagegaan voor welke handelingen op de hier omschreven wijze teruggaaf kan worden gevraagd en welke BTW aftrekbaar is (hoofdstuk 11). Na de bespreking van de teruggaafprocedure (hoofdstuk III), worden in een vierde hoofdstuk enkele gevallen opgesomd waarin de aanschrijving niet van toepassing is. Tenslotte wordt in hoofdstuk V melding gemaakt van gebeurlijke sancties, van de datum van inwerkingtreding van deze regeling, alsmede van de bijlagen die bij deze aanschrijving zijn gevoegd.
HOOFDSTUK I. Bedoelde belastingplichtigen.
6. Deze aanschrijving is van toepassing op eenieder die:
1 belastingplichtige is overeenkomstig de bepalingen van het BTW-Wetboek;
2 in een andere EEG-Lid-Staat is gevestigd;
3 in de periode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft (z. nr. 19) in België noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft gehad van waaruit de handelingen worden verricht, noch, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, alhier zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft gehad;
4 in de bovengenoemde periode geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats in België is gelegen, met uitzondering van de hierna bedoelde diensten.
7. De onder nr. 6, 4, bedoelde diensten zijn het vervoer en de daarmee samenhangende diensten die:
1 betrekking hebben op goederen, herkomstig uit het buitenland, wanneer de waarde van dat vervoer en die diensten overeenkomstig artikel 34 van het BTW-Wetboek bij invoer is opgenomen in de maatstaf van heffing;
2 rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen;
3 betrekking hebben op goederen die vallen onder een regeling zoals bepaald bij de artikelen 39, § 2, en 40, § 1, 1 en 3, van het BTW-Wetboek.
Onder "met het vervoer samenhangende diensten" wordt verstaan:
1 het laden, lossen, overslaan, behandelen, stouwen, verstouwen, wegen, meten, peilen, nazien, onderzoeken en in ontvangst nemen van goederen;
2 het opbergen en bewaren van goederen;
3 de verhuur van middelen tot vervoer, verpakking en beveiliging van goederen;
4 de diensten die tot voorwerp hebben het verrichten van douaneformaliteiten bij invoer, uitvoer of doorvoer;
5 de diensten die zijn vrijgesteld krachtens artikel 41, § 2, van het BTW-Wetboek, wanneer de aldaar bedoelde personen tussenkomst verlenen bij het hierboven vermeld vervoer en de onder 1. tot 4 en 6 vermelde diensten;
6 A) het slepen, het loodsen, het meren en de reddingsverrichtingen : a) van zeeschepen bestemd voor goederenvervoer tegen betaling, voor de visserij of meer algemeen voor de uitoefening van enigerlei industriële of handelsactiviteit andere dan het vervoer van personen;
b) de reddingsboten en -schepen voor hulpverlening op zee;
B) het slepen, het loodsen en de reddingsverrichtingen van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen gebruikt door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationaal vervoer van personen en van goederen tegen betaling.
HOOFDSTUK II. Handelingen waarvoor recht op teruggaaf kan worden gevraagd. Aftrekbare BTW.
8. Elke in het eerste hoofdstuk bedoelde belastingplichtige heeft in de onder de nummers 9 tot 16 en 18 tot 22 gestelde voorwaarden recht op teruggaaf van BTW welke geheven is ter zake van de hem door andere belastingplichtigen in het binnenland geleverde roerende goederen of verstrekte diensten, dan wel ter zake van de invoer van goederen.
9. De teruggaaf wordt toegestaan in de mate dat bij toepassing van de artikelen 45, 46, 48 en 49 van het BTW-Wetboek recht op aftrek ontstaat. Bij toepassing van artikel 45 van het BTW-Wetboek is niet aftrekbaar : de BTW geheven van:
1 leveringen van tabaksfabrikaten;
2 leveringen van geestrijke dranken, daaronder niet begrepen die welke bestemd zijn om te worden wederverkocht of om te worden verstrekt ter uitvoering van een dienstverrichting;
3 kosten van logies en kosten van spijzen en dranken om ter plaatse te worden verbruikt, daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan:
- voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting;
- door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken;
4 kosten van onthaal.
Het reisbureau dat niet rechtstreeks met eigen middelen aan de reizigers vervoer, logies, ter plaatse verbruikte spijzen of dranken en vermaak verschaft, kan de BTW die geheven is van deze diensten, en die aan het reisbureau in eigen naam in rekening worden gebracht, of van de vergoeding van een ander reisbureau dat zijn tussenkomst heeft verleend voor het verrichten van deze diensten, niet in aftrek brengen. Ten aanzien van levering en invoer van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen, mag de aftrek in geen geval meer bedragen dan 50 pct. van de BTW die over die handelingen geheven is.
HOOFDSTUK III. Teruggaafprocedure.
Eerste afdeling. Te vervullen formaliteiten.
10. De te vervullen formaliteiten verschillen naargelang de belastingplichtige ofwel in België geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvoor de plaats van levering of de plaats van de dienst hier te lande is gelegen, ofwel uitsluitend vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten als bedoeld in nr. 7. De belastingplichtige heeft binnen de periode beoogd in de aanvraag om teruggaaf geen goederen geleverd of diensten verricht waarvoor de plaats van levering of plaats van dienst in België is gelegen.
11. De aanvraag om teruggaaf moet in drievoud worden ingediend bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be). Ze wordt gesteld op een formulier van het in bijlage A opgenomen model.
12. De van de leveranciers of dienstverrichters ontvangen originele facturen en/of de invoerdocumenten moeten bij de aanvraag worden gevoegd.
13. De aanvrager moet een verklaring voorleggen die wordt afgeleverd door de overheid van de EEG-Lid-Staat waar hij is gevestigd en waaruit blijkt dat hij de hoedanigheid van belastingplichtige bezit in de zin van de zesde BTW-Richtlijn (77/ 388/EEG (1)) (z. bijlage B). Wanneer het hierboven bedoeld kantoor reeds over een dergelijke verklaring beschikt is de belastingplichtige, gedurende een jaar te rekenen vanaf de datum van de eerste verklaring, ontheven van de verplichting een nieuwe verklaring te verstrekken.
(1) Z. Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, nr. L 145, van 13 juni 1977, en de Belgische BTW-Revue nr. 30.
14. In bepaalde gevallen kunnen bijkomende inlichtingen, nodig voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek om teruggaaf, worden gevraagd.
15. De aanvrager moet op het teruggaafformulier zich er toe verplichten alle ten onrechte ontvangen bedragen terug te betalen.
16. De aanvrager moet schriftelijk verklaren dat hij gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats, bij toepassing van enerzijds de artikelen 15 en 16 en anderzijds artikel 21 van het BTW-Wetboek, geacht wordt in België te zijn gelegen.
17. De in nr. 11 bedoelde dienst plaatst zijn visum op elke factuur en elk invoerdocument. Deze stukken worden teruggezonden naar de belastingplichtige.
De belastingplichtige heeft binnen de periode beoogd in de aanvraag om teruggaaf de onder nr. 7 bedoelde vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten verricht.
18. De in de nrs. 11 tot 15 opgelegde verplichtingen alsmede de in nr. 17 beschreven formaliteiten zijn toepasselijk.
Bovendien moet de aanvrager schriftelijk verklaren dat hij gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft in België uitsluitend diensten als bedoeld in nummer 7 heeft verricht.
Afdeling II. Periode waarop de aanvraag om teruggaaf betrekking heeft. Uiterste datum van indiening. Minimum bedrag.
19. Het verzoek om teruggaaf moet betrekking hebben op aankopen van goederen of diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden binnen een periode van ten minste drie maanden en ten hoogste een kalenderjaar. Het verzoek kan evenwel betrekking hebben op een periode van minder dan drie maanden, wanneer deze periode het resterende gedeelte van een kalenderjaar vormt. De verzoeken kunnen ook facturen of invoerdocumenten betreffen waarvoor eerder geen aanvraag om teruggaaf werd ingediend en die betrekking hebben op handelingen die tijdens het bedoelde kalenderjaar werden verricht.
20. De aanvraag moet uiterlijk zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting verschuldigd is geworden, worden ingediend..
21. Het verzoek om teruggaaf moet slaan op een minimumbedrag van 200 Europese rekeneenheden (1), wanneer het een verzoek betreft dat betrekking heeft op aankopen van goederen of diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden in een periode van ten minste drie maanden en minder dan een kalenderjaar.
(1) Tegenwaarde in Belgische franken: zie addendum bij bijlage A/2 bij deze aanschrijving.
Gaat het om een verzoek dat betrekking heeft op aankopen van goederen of diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden over een periode die het resterende gedeelte van een jaar vormt, of over een periode van een volledig kalenderjaar, dan moet het verzoek om teruggaaf op minimum 25 Europese rekeneenheden (1) slaan.
(1) Tegenwaarde in Belgische franken: zie addendum bij bijlage A/2 bij deze aanschrijving.
22. Wanneer het bedrag dat wordt teruggevraagd overeenkomstig nummer 21, tweede lid, geen 25 Europese rekeneenheden (1) bereikt, wordt er geen teruggaaf toegestaan. In geen geval mag het tegoed, waarvoor geen teruggaaf is toegestaan, worden overgedragen naar een volgend kalenderjaar en gevoegd bij de eventuele tegoeden van dit kalenderjaar.
Afdeling III. Beslissing over de aanvraag om teruggaaf.
23. De beslissing over het verzoek om teruggaaf wordt medegedeeld binnen de zes maanden nadat het desbetreffend verzoek, vergezeld van alle documenten die volgens deze aanschrijving voor het onderzoek ervan nodig zijn, bij het onder nr. 11 bedoeld kantoor zijn ingediend.
24. De terugbetalingen geschieden binnen de zes maanden na de aanvraag:
a) door overschrijving op een in België of in het buitenland geopende postrekening op naam van de schuldeiser of van zijn lasthebber; b) door overmaking aan :
- een in België gevestigde bank;
- een instelling bedoeld in artikel 1, tweede lid, 1e, van koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935, op de bankcontrole en het uitgifteregime van titels en effecten;
- een onderneming bedoeld in artikel 1, tweede lid, 3e, van datzelfde besluit;
- een kredietvereniging aangenomen door de Nationale Kas voor Beroepskrediet;
- een kredietkas aangenomen door het Nationaal Instituut voor Landbouwkrediet;
c) wanneer hij geen houder is van een postrekening in België of in het buitenland, noch van een rekening bij een van de onder b) hierboven vermelde financiële instellingen, door middel van een postassignatie.
25. Indien de terugbetaling niet in België plaatsvindt zijn de kosten van overmaking ten laste van de aanvrager.
26. Indien de betaling aan een lasthebber moet geschieden moet bij de aanvraag om teruggaaf een volmacht worden gevoegd . Wordt de volmacht gegeven bij openbare akte, opgesteld in een Staat die gebonden is door de "Convention de la Haye" van 5 oktober 1961, dan moet ze vergezeld gaan van de apostille voorzien door dit Verdrag. Voor de in België opgestelde onderhandse akten moeten de handtekeningen worden echt verklaard door de bevoegde ambtenaar van het gemeentebestuur of door een Belgische notaris. In de andere gevallen moeten de handtekeningen worden echt verklaard door de Belgische diplomatieke of consulaire agent en door het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken. De volmachten, gesteld in een andere taal dan het Nederlands, het Frans of Duits, moeten vergezeld gaan van een voor echt verklaarde vertaling.
27. Indien de teruggaaf niet wordt toegestaan, wordt de afwijzende beslissing met redenen omkleed.
28. De rechthebbende op teruggaaf kan echter de bij artikel 90 van het BTW-Wetboek bepaalde vordering tot teruggaaf instellen binnen vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving bij ter post aangetekende brief van de beslissing waarbij de bij de administratie ingediende aanvraag om teruggaaf wordt verworpen. Die vordering wordt ingesteld, bij exploot met dagvaarding, betekend aan de Belgische Staat, aan het Hoofd van het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be ) (kon. besl. nr. 4 van 29 december 1969, art. 14).
HOOFDSTUK IV. Gevallen waarin deze aanschrijving niet van toepassing is.
29. De bepalingen van deze aanschrijving zijn inzonderheid in volgende gevallen niet van toepassing:
a) wanneer de belastingplichtige buiten de EEG is gevestigd (z. nr. 6, 2);
b) wanneer de belastingplichtige in België handelingen verricht andere dan die bedoeld in nr. 7;
c) wanneer de aanvraag om teruggaaf wordt ingediend na het verstrijken van de termijn van zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting verschuldigd is geworden (z. nr. 20);
d) wanneer de belastingplichtige teruggaaf vraagt van BTW welke geheven is van andere in het BTW-Wetboek bedoelde goederen dan roerende goederen (z. nr. 8);
e) wanneer de belastingplichtige hier te lande goederen heeft gekocht die hij heeft uitgevoerd en voor dewelke hij, om een of andere reden, van de vrijstelling voorzien door artikel 39, § 1, 2, van het BTW-Wetboek niet kan genieten.
30. In deze gevallen wordt de ingediende aanvraag om teruggaaf behandeld overeenkomstig de procedure voorzien in de aanschrijving nr. 30/1975.
HOOFDSTUK V. Diverse bepalingen.
31. Ingeval de teruggaaf op bedrieglijke of onregelmatige wijze werd verkregen zal het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen onmiddellijk de ten onrechte ontvangen bedragen en de bij de wet bepaalde boeten invorderen. Ingeval van een bedrieglijk verzoek waarbij een boete is opgelegd maar niet is betaald, kan elke latere teruggaaf aan de belastingplichtige worden opgeschort totdat de boete is betaald.
32. De bepalingen van deze aanschrijving treden in werking op 1 januari 1981. Ze hebben betrekking op verzoeken om teruggaaf van BTW geheven op aankopen van goederen of op dienstverrichtingen die vanaf deze datum zijn gefactureerd en op de invoeren die vanaf deze datum hebben plaatsgevonden.
Aanschrijving nr. 21 dd. 10.03.1981
Verplichting
Voldoening van de belasting
Aansprakelijke vertegenwoordiger
Niet in België gevestigde belastingplichtige
Recht op aftrek
Centraal BTW-kantoor buitenlandse belastingplichtigen
Aftrek
Teruggaaf
Recht op teruggaaf
Recht op aftrek
Aanvraag tot teruggaaf
Teruggaaf in een andere Lid-Staat
Recht op aftrek
Onderwerp van de aanschrijving.
1. Sinds de inwerkingtreding, op 1 januari 1971, van het BTW-stelsel in België, kunnen belastingplichtigen die niet hier te lande zijn gevestigd noch er een vaste inrichting hebben, niettemin de BTW geheven van de aan hen geleverde goederen en verstrekte diensten en de door hen bij invoer voldane BTW als voorbelasting recupereren.
2. De recuperatie van de BTW geschiedt door aftrek in de periodieke aangiften die ingediend worden door een aansprakelijke vertegenwoordiger, die de buitenlandse belastingplichtige normaal in België moet laten erkennen wanneer hij er leveringen van goederen of diensten verricht die aan de BTW zijn onderworpen of door teruggaaf in geval van ontslag van de verplichting tot erkenning én er van dit ontslag gebruik gemaakt wordt (z. aanschr. 30/1975) (1)
(1) Z. Revue nr. 24, blz. 21.
3. In beide gevallen is vereist dat het gaat om voorbelasting betreffende goederen en diensten die de betrokkene gebruikt voor zijn werkzaamheid als belastingplichtige. Verder gelden ten aanzien van buitenlanders dezelfde beperkingen of uitsluitingen van het recht op aftrek als ten aanzien van in België gevestigde belastingplichtigen.
4. Deze aanschrijving heeft tot doel een nieuwe regeling te omschrijven die wordt gevolgd bij teruggaaf van BTW aan sommige in een andere EEG-Lid-Staat gevestigde belastingplichtigen (2).
(2) Deze nieuwe regeling werd getroffen in uitvoering van de achtste BTW-Richtlijn van 6 december 1979 (79/1072/EEG), gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L331 van 27 december 1979 en in de Belgische BTW-Revue nr. 44.
5. In een eerste hoofdstuk wordt omschreven op welke belastingplichtigen onderhavige aanschrijving van toepassing is. Vervolgens wordt nagegaan voor welke handelingen op de hier omschreven wijze teruggaaf kan worden gevraagd en welke BTW aftrekbaar is (hoofdstuk 11). Na de bespreking van de teruggaafprocedure (hoofdstuk III), worden in een vierde hoofdstuk enkele gevallen opgesomd waarin de aanschrijving niet van toepassing is. Tenslotte wordt in hoofdstuk V melding gemaakt van gebeurlijke sancties, van de datum van inwerkingtreding van deze regeling, alsmede van de bijlagen die bij deze aanschrijving zijn gevoegd.
HOOFDSTUK I. Bedoelde belastingplichtigen.
6. Deze aanschrijving is van toepassing op eenieder die:
1 belastingplichtige is overeenkomstig de bepalingen van het BTW-Wetboek;
2 in een andere EEG-Lid-Staat is gevestigd;
3 in de periode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft (z. nr. 19) in België noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft gehad van waaruit de handelingen worden verricht, noch, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, alhier zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft gehad;
4 in de bovengenoemde periode geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats in België is gelegen, met uitzondering van de hierna bedoelde diensten.
7. De onder nr. 6, 4, bedoelde diensten zijn het vervoer en de daarmee samenhangende diensten die:
1 betrekking hebben op goederen, herkomstig uit het buitenland, wanneer de waarde van dat vervoer en die diensten overeenkomstig artikel 34 van het BTW-Wetboek bij invoer is opgenomen in de maatstaf van heffing;
2 rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen;
3 betrekking hebben op goederen die vallen onder een regeling zoals bepaald bij de artikelen 39, § 2, en 40, § 1, 1 en 3, van het BTW-Wetboek.
Onder "met het vervoer samenhangende diensten" wordt verstaan:
1 het laden, lossen, overslaan, behandelen, stouwen, verstouwen, wegen, meten, peilen, nazien, onderzoeken en in ontvangst nemen van goederen;
2 het opbergen en bewaren van goederen;
3 de verhuur van middelen tot vervoer, verpakking en beveiliging van goederen;
4 de diensten die tot voorwerp hebben het verrichten van douaneformaliteiten bij invoer, uitvoer of doorvoer;
5 de diensten die zijn vrijgesteld krachtens artikel 41, § 2, van het BTW-Wetboek, wanneer de aldaar bedoelde personen tussenkomst verlenen bij het hierboven vermeld vervoer en de onder 1. tot 4 en 6 vermelde diensten;
6 A) het slepen, het loodsen, het meren en de reddingsverrichtingen : a) van zeeschepen bestemd voor goederenvervoer tegen betaling, voor de visserij of meer algemeen voor de uitoefening van enigerlei industriële of handelsactiviteit andere dan het vervoer van personen;
b) de reddingsboten en -schepen voor hulpverlening op zee;
B) het slepen, het loodsen en de reddingsverrichtingen van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en dergelijke toestellen gebruikt door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationaal vervoer van personen en van goederen tegen betaling.
HOOFDSTUK II. Handelingen waarvoor recht op teruggaaf kan worden gevraagd. Aftrekbare BTW.
8. Elke in het eerste hoofdstuk bedoelde belastingplichtige heeft in de onder de nummers 9 tot 16 en 18 tot 22 gestelde voorwaarden recht op teruggaaf van BTW welke geheven is ter zake van de hem door andere belastingplichtigen in het binnenland geleverde roerende goederen of verstrekte diensten, dan wel ter zake van de invoer van goederen.
9. De teruggaaf wordt toegestaan in de mate dat bij toepassing van de artikelen 45, 46, 48 en 49 van het BTW-Wetboek recht op aftrek ontstaat. Bij toepassing van artikel 45 van het BTW-Wetboek is niet aftrekbaar : de BTW geheven van:
1 leveringen van tabaksfabrikaten;
2 leveringen van geestrijke dranken, daaronder niet begrepen die welke bestemd zijn om te worden wederverkocht of om te worden verstrekt ter uitvoering van een dienstverrichting;
3 kosten van logies en kosten van spijzen en dranken om ter plaatse te worden verbruikt, daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan:
- voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting;
- door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken;
4 kosten van onthaal.
Het reisbureau dat niet rechtstreeks met eigen middelen aan de reizigers vervoer, logies, ter plaatse verbruikte spijzen of dranken en vermaak verschaft, kan de BTW die geheven is van deze diensten, en die aan het reisbureau in eigen naam in rekening worden gebracht, of van de vergoeding van een ander reisbureau dat zijn tussenkomst heeft verleend voor het verrichten van deze diensten, niet in aftrek brengen. Ten aanzien van levering en invoer van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen, mag de aftrek in geen geval meer bedragen dan 50 pct. van de BTW die over die handelingen geheven is.
HOOFDSTUK III. Teruggaafprocedure.
Eerste afdeling. Te vervullen formaliteiten.
10. De te vervullen formaliteiten verschillen naargelang de belastingplichtige ofwel in België geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvoor de plaats van levering of de plaats van de dienst hier te lande is gelegen, ofwel uitsluitend vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten als bedoeld in nr. 7. De belastingplichtige heeft binnen de periode beoogd in de aanvraag om teruggaaf geen goederen geleverd of diensten verricht waarvoor de plaats van levering of plaats van dienst in België is gelegen.
11. De aanvraag om teruggaaf moet in drievoud worden ingediend bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be). Ze wordt gesteld op een formulier van het in bijlage A opgenomen model.
12. De van de leveranciers of dienstverrichters ontvangen originele facturen en/of de invoerdocumenten moeten bij de aanvraag worden gevoegd.
13. De aanvrager moet een verklaring voorleggen die wordt afgeleverd door de overheid van de EEG-Lid-Staat waar hij is gevestigd en waaruit blijkt dat hij de hoedanigheid van belastingplichtige bezit in de zin van de zesde BTW-Richtlijn (77/ 388/EEG (1)) (z. bijlage B). Wanneer het hierboven bedoeld kantoor reeds over een dergelijke verklaring beschikt is de belastingplichtige, gedurende een jaar te rekenen vanaf de datum van de eerste verklaring, ontheven van de verplichting een nieuwe verklaring te verstrekken.
(1) Z. Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, nr. L 145, van 13 juni 1977, en de Belgische BTW-Revue nr. 30.
14. In bepaalde gevallen kunnen bijkomende inlichtingen, nodig voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek om teruggaaf, worden gevraagd.
15. De aanvrager moet op het teruggaafformulier zich er toe verplichten alle ten onrechte ontvangen bedragen terug te betalen.
16. De aanvrager moet schriftelijk verklaren dat hij gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats, bij toepassing van enerzijds de artikelen 15 en 16 en anderzijds artikel 21 van het BTW-Wetboek, geacht wordt in België te zijn gelegen.
17. De in nr. 11 bedoelde dienst plaatst zijn visum op elke factuur en elk invoerdocument. Deze stukken worden teruggezonden naar de belastingplichtige.
De belastingplichtige heeft binnen de periode beoogd in de aanvraag om teruggaaf de onder nr. 7 bedoelde vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten verricht.
18. De in de nrs. 11 tot 15 opgelegde verplichtingen alsmede de in nr. 17 beschreven formaliteiten zijn toepasselijk.
Bovendien moet de aanvrager schriftelijk verklaren dat hij gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft in België uitsluitend diensten als bedoeld in nummer 7 heeft verricht.
Afdeling II. Periode waarop de aanvraag om teruggaaf betrekking heeft. Uiterste datum van indiening. Minimum bedrag.
19. Het verzoek om teruggaaf moet betrekking hebben op aankopen van goederen of diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden binnen een periode van ten minste drie maanden en ten hoogste een kalenderjaar. Het verzoek kan evenwel betrekking hebben op een periode van minder dan drie maanden, wanneer deze periode het resterende gedeelte van een kalenderjaar vormt. De verzoeken kunnen ook facturen of invoerdocumenten betreffen waarvoor eerder geen aanvraag om teruggaaf werd ingediend en die betrekking hebben op handelingen die tijdens het bedoelde kalenderjaar werden verricht.
20. De aanvraag moet uiterlijk zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting verschuldigd is geworden, worden ingediend..
21. Het verzoek om teruggaaf moet slaan op een minimumbedrag van 200 Europese rekeneenheden (1), wanneer het een verzoek betreft dat betrekking heeft op aankopen van goederen of diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden in een periode van ten minste drie maanden en minder dan een kalenderjaar.
(1) Tegenwaarde in Belgische franken: zie addendum bij bijlage A/2 bij deze aanschrijving.
Gaat het om een verzoek dat betrekking heeft op aankopen van goederen of diensten die zijn gefactureerd of op invoer die heeft plaatsgevonden over een periode die het resterende gedeelte van een jaar vormt, of over een periode van een volledig kalenderjaar, dan moet het verzoek om teruggaaf op minimum 25 Europese rekeneenheden (1) slaan.
(1) Tegenwaarde in Belgische franken: zie addendum bij bijlage A/2 bij deze aanschrijving.
22. Wanneer het bedrag dat wordt teruggevraagd overeenkomstig nummer 21, tweede lid, geen 25 Europese rekeneenheden (1) bereikt, wordt er geen teruggaaf toegestaan. In geen geval mag het tegoed, waarvoor geen teruggaaf is toegestaan, worden overgedragen naar een volgend kalenderjaar en gevoegd bij de eventuele tegoeden van dit kalenderjaar.
Afdeling III. Beslissing over de aanvraag om teruggaaf.
23. De beslissing over het verzoek om teruggaaf wordt medegedeeld binnen de zes maanden nadat het desbetreffend verzoek, vergezeld van alle documenten die volgens deze aanschrijving voor het onderzoek ervan nodig zijn, bij het onder nr. 11 bedoeld kantoor zijn ingediend.
24. De terugbetalingen geschieden binnen de zes maanden na de aanvraag:
a) door overschrijving op een in België of in het buitenland geopende postrekening op naam van de schuldeiser of van zijn lasthebber; b) door overmaking aan :
- een in België gevestigde bank;
- een instelling bedoeld in artikel 1, tweede lid, 1e, van koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935, op de bankcontrole en het uitgifteregime van titels en effecten;
- een onderneming bedoeld in artikel 1, tweede lid, 3e, van datzelfde besluit;
- een kredietvereniging aangenomen door de Nationale Kas voor Beroepskrediet;
- een kredietkas aangenomen door het Nationaal Instituut voor Landbouwkrediet;
c) wanneer hij geen houder is van een postrekening in België of in het buitenland, noch van een rekening bij een van de onder b) hierboven vermelde financiële instellingen, door middel van een postassignatie.
25. Indien de terugbetaling niet in België plaatsvindt zijn de kosten van overmaking ten laste van de aanvrager.
26. Indien de betaling aan een lasthebber moet geschieden moet bij de aanvraag om teruggaaf een volmacht worden gevoegd . Wordt de volmacht gegeven bij openbare akte, opgesteld in een Staat die gebonden is door de "Convention de la Haye" van 5 oktober 1961, dan moet ze vergezeld gaan van de apostille voorzien door dit Verdrag. Voor de in België opgestelde onderhandse akten moeten de handtekeningen worden echt verklaard door de bevoegde ambtenaar van het gemeentebestuur of door een Belgische notaris. In de andere gevallen moeten de handtekeningen worden echt verklaard door de Belgische diplomatieke of consulaire agent en door het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken. De volmachten, gesteld in een andere taal dan het Nederlands, het Frans of Duits, moeten vergezeld gaan van een voor echt verklaarde vertaling.
27. Indien de teruggaaf niet wordt toegestaan, wordt de afwijzende beslissing met redenen omkleed.
28. De rechthebbende op teruggaaf kan echter de bij artikel 90 van het BTW-Wetboek bepaalde vordering tot teruggaaf instellen binnen vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving bij ter post aangetekende brief van de beslissing waarbij de bij de administratie ingediende aanvraag om teruggaaf wordt verworpen. Die vordering wordt ingesteld, bij exploot met dagvaarding, betekend aan de Belgische Staat, aan het Hoofd van het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Joseph Stevensstraat 7 (25 ste verdieping) 1000 BRUSSEL (Tel: 02/552 59 77 - 02/552 59 82 -- Fax: 02/552 55 42 - mail: contr.btw.ckbb@minfin.fed.be ) (kon. besl. nr. 4 van 29 december 1969, art. 14).
HOOFDSTUK IV. Gevallen waarin deze aanschrijving niet van toepassing is.
29. De bepalingen van deze aanschrijving zijn inzonderheid in volgende gevallen niet van toepassing:
a) wanneer de belastingplichtige buiten de EEG is gevestigd (z. nr. 6, 2);
b) wanneer de belastingplichtige in België handelingen verricht andere dan die bedoeld in nr. 7;
c) wanneer de aanvraag om teruggaaf wordt ingediend na het verstrijken van de termijn van zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting verschuldigd is geworden (z. nr. 20);
d) wanneer de belastingplichtige teruggaaf vraagt van BTW welke geheven is van andere in het BTW-Wetboek bedoelde goederen dan roerende goederen (z. nr. 8);
e) wanneer de belastingplichtige hier te lande goederen heeft gekocht die hij heeft uitgevoerd en voor dewelke hij, om een of andere reden, van de vrijstelling voorzien door artikel 39, § 1, 2, van het BTW-Wetboek niet kan genieten.
30. In deze gevallen wordt de ingediende aanvraag om teruggaaf behandeld overeenkomstig de procedure voorzien in de aanschrijving nr. 30/1975.
HOOFDSTUK V. Diverse bepalingen.
31. Ingeval de teruggaaf op bedrieglijke of onregelmatige wijze werd verkregen zal het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen onmiddellijk de ten onrechte ontvangen bedragen en de bij de wet bepaalde boeten invorderen. Ingeval van een bedrieglijk verzoek waarbij een boete is opgelegd maar niet is betaald, kan elke latere teruggaaf aan de belastingplichtige worden opgeschort totdat de boete is betaald.
32. De bepalingen van deze aanschrijving treden in werking op 1 januari 1981. Ze hebben betrekking op verzoeken om teruggaaf van BTW geheven op aankopen van goederen of op dienstverrichtingen die vanaf deze datum zijn gefactureerd en op de invoeren die vanaf deze datum hebben plaatsgevonden.
Bron: FisconetPlus
