Circulaire nr. Ci.RH.244/599.047 (AOIF Nr. 41/2009) d.d. 18.08.2009

Personenbelasting.

Bedrijfsleider.

Afstand van bezoldiging door een bedrijfsleider.

Bezoldiging van bedrijfsleider.

Bedrijfsvoorheffing.

Beroepskosten.

Verantwoording van de beroepskosten.

Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten.

Vennootschapsbelasting.

Belastbare grondslag in de Ven.B.

Fiscale behandeling van de "afstand" van bezoldigingen door bedrijfsleiders.

Aan alle ambtenaren.

1. Onderhavige circulaire bespreekt de fiscale behandeling van de "afstand" van bezoldigingen door bedrijfsleiders. Deze problematiek maakt tevens het voorwerp uit van de parlementaire vraag nr. 133 van 25.11.1999 gesteld door Volksvertegenwoordiger Pieters. De centrale diensten van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit stellen echter vast dat voornoemde problematiek opnieuw het voorwerp uitmaakt van discussies. Onderhavige circulaire strekt er bijgevolg toe de in het antwoord op voornoemde parlementaire vraag ingenomen standpunten in herinnering te brengen.

2. Overeenkomstig artikel 32, tweede lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), behoren inzonderheid de vaste of veranderlijke tantièmes, zitpenningen, emolumenten en alle andere sommen toegekend door vennootschappen, andere dan dividenden of terugbetalingen van eigen kosten van de vennootschap, aan hun bedrijfsleiders tot de belastbare bezoldigingen van bedrijfsleiders.

3. Die bezoldigingen van bedrijfsleiders zijn overeenkomstig artikel 270, WIB 92 en artikel 87, 1° van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92 (KB/WIB 92) aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen en moeten ten name van de bedrijfsleiders worden vermeld op individuele fiches nr. 281.20 (artikel 92, § 1, KB/WIB 92). Die bedrijfsvoorheffing wordt bij de regularisatie van de fiscale toestand van de bedrijfsleider verrekend met de verschuldigde belasting die voor een aanslagjaar gevestigd is op de inkomsten die de bedrijfsleider in het belastbare tijdperk heeft verkregen en wordt terugbetaald in de mate dat zij de werkelijk verschuldigde belasting overtreft (artikelen 296 en 304, § 2, WIB 92).

4. Wanneer de belastingplichtige evenwel aantoont dat het verwerven of het behoud van zijn mandaat en van de inkomsten die hij eruit haalt daadwerkelijk en uitdrukkelijk ondergeschikt is aan het afstaan van een bepaald gedeelte van de emolumenten die hij ontvangt, kan hij overeenkomstig artikel 49, WIB 92, de aldus afgestane sommen voor hun nettobedrag als beroepskosten in mindering brengen voor het jaar van hun werkelijke afstand. Die afstand van sommen door bedrijfsleiders moet door individuele fiches 281.50 worden verantwoord.

De beoordeling van die afgestane nettobezoldigingen als aftrekbare beroepskosten behoort in eerste instantie toe aan de controle personenbelasting of de controle buitenland waaronder de betrokken bedrijfsleider ressorteert.

5. De omstandigheid dat de afgestane sommen al dan niet door de bedrijfsleider als beroepskosten zijn afgetrokken, heeft geen invloed op de belastbaarheid van de afgestane sommen bij de vennootschap die ze ontvangt.

6. Niettemin wordt in wel bepaalde gevallen en op verzoek van de betrokkenen aanvaard dat de bezoldigingen die aan bedrijfsleiders worden toegekend ter uitvoering van hun mandaten en die zij aan derden afstaan, om praktische redenen niet moeten worden aangegeven, voor zover de ontvangen bezoldigingen in hun geheel, voorafgaandelijk contractueel en rechtstreeks worden afgestaan.

Dit verzoek is uiteraard onherroepelijk. In dit uitzonderlijk geval moeten die afgestane bezoldigingen niet aan de bedrijfsvoorheffing worden onderworpen en moeten zij evenmin op de individuele fiches nr. 281.20 worden vermeld.

7. De nodige bewijsstukken dienen bij de aangifte in de personenbelasting of in de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen te worden gevoegd. Een voorafgaandelijk akkoord van de centrale diensten van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit is ter zake niet vereist.

8. Indien niet aan al de voormelde voorwaarden is voldaan, is de volledige bezoldiging belastbaar ten name van de bedrijfsleider. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de bezoldigingen slechts gedeeltelijk worden afgestaan, of indien de contractuele verplichting tot afstand van de bezoldiging niet voorafgaat aan de toekenning van de bezoldiging.

9. De afgestane bezoldigingen dienen steeds ten name van de verkrijgende rechtspersoon als een verwezenlijkte winst te worden beschouwd.

10. In het geval voorafgaandelijk contractueel wordt bepaald dat het geheel van de bezoldigingen verplicht moet worden geweigerd door de bedrijfsleider en dit ook daadwerkelijk gebeurt (de vennootschap in kwestie betaalt dus geen vergoeding voor het betreffende mandaat), kan er uiteraard geen sprake zijn van een toekenning of betaling van bezoldigingen bij de bedrijfsleider en doet er zich dan ook geen belastbaar feit voor als bedoeld in artikel 204, 3°, b, KB/WIB 92.

Voor de Administrateur

Kleine en Middelgrote Ondernemingen :

De Directeur,

S. QUINTENS