Circulaire nr. Ci.RH.231/607.572 (AAFisc Nr. 3/2012) dd 10.01.2012

Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten

Directie I/1

Circulaire nr. Ci.RH.231/607.572 (AAFisc Nr. 3/2012) dd 10.01.2012

Inkomstenbelasting

Personenbelasting

Belastbare grondslag in de PB

Roerend inkomen

Gemeenschappelijk beleggingsfonds

Meerwaarde op effecten

Uitwisseling van inlichtingen

Buitenlandse roerende waarde

Plan d'épargne entreprise (PEE)

Roerende inkomsten. Fiscale behandeling die van toepassing is op de inkomsten toegekend aan de onderschrijvers van een "plan d'épargne entreprise" naar Frans recht.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.

1. De uitwisseling van inlichtingen met Frankrijk in het kader van de Spaarrichtlijn (1) heeft inkomsten aan het licht gebracht die voortkomen van een in Frankrijk populair collectief spaarsysteem, "Plan d'épargne entreprise" ("PEE") genoemd.

(1) Richtlijn 2003/48/EG van 3.6.2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling.

Deze circulaire bepaalt de wijze waarop de toegekende roerende inkomsten van een PEE op fiscaal vlak moeten worden behandeld.

I. ALGEMENE KENMERKEN VAN HET "PEE"

2. Het "PEE" (Plan d'épargne entreprise) is een Frans collectief spaarsysteem dat aan werknemers van een onderneming de mogelijkheid biedt om, met de hulp van deze laatste, een portefeuille van roerende waarden (aandelen en obligaties) (2) op te bouwen.

(2) Artikel L3332-1 van de "Code du Travail" (geconsolideerde versie).

In het merendeel van de gevallen zal de investering via een FCPE ("Fonds commun de placement d'entreprise") gebeuren. Enkel die situatie wordt in deze circulaire behandeld.

Het reglement van een "PEE" bevat de mogelijke bestemmingen die aan de gespaarde sommen kunnen worden gegeven; in dit reglement zijn ook de modaliteiten vastge- legd inzake de opnemingen, alsmede inzake de informatie die aan de spaarder moet worden gegeven. Aan elke houder van een rekening moet op zijn minst een jaaroverzicht van zijn reke- ning worden toegezonden.

Het FCPE naar Frans recht is een instelling voor collectieve beleggingen, met name een fonds van het kapitalisatietype voorbehouden aan werknemers of gewezen werknemers van de onderneming.

3. Het "PEE" vertoont inzonderheid de volgende kenmerken.

a) Spaarrekening "onderneming"

De toetreding van een werknemer tot het "PEE" van zijn onderneming geeft hem het recht om een persoonlijke spaarrekening te openen. Op deze rekening kan de werknemer zijn resultaatsgebonden bonus (3) en/of zijn deelname in de winst (indien de overeenkomst van deelname in de winst in deze mogelijkheid voorziet) geheel of gedeeltelijk storten. De werkne- mer kan hieraan "vrijwillige stortingen" toevoegen. De onderneming kan aan elk van deze stor- tingen een proportionele bijdrage toevoegen ("l'abondement").

(3) De resultaatsgebonden bonus is een collectieve aanvulling van de bezoldiging van werknemers die door de onderneming wordt gestort. Deze is afhankelijk van de resulta- ten of van de verwezenlijkte prestaties van de onderneming (artikel L3312-5 tot L3312-5 van de "Code du travail").

b) Het aanhouden van de rekening

De individuele rekening wordt aangehouden door de "rekeninghouder/beheerder" die een kredietinstelling of een beleggingsvennootschap is die is erkend door het "Comité des Etablissements de Crédit et des Entrepises d'Investissement" (CECEI) na advies van de "Autori- des Marchés Financiers" (AMF).

c) Onbeschikbaarheid

De inkomsten opgebracht door de in het "PEE" gestorte sommen kunnen worden opgenomen of opnieuw in het "PEE" worden belegd, maar het kapitaal is slechts beschikbaar na het verstrijken van een termijn van 5 jaar (deze termijn van onbeschikbaarheid moet voor elke storting vanaf de datum ervan worden berekend), tenzij in het geval van een vervroegde terug- gave zoals voorzien in de wet (4).

(4) Het gaat hier om negen gevallen waaronder het huwelijk/de geboorte van een derde kind en volgende/de echtscheiding/de aankoop of de uitbreiding van de voornaamste wo- ning/een overmatige schuldenlast.

d) Samenstelling van de portefeuille

De door het "PEE" verkregen sommen worden gebruikt om ten voordele van de aangesloten werknemers een portefeuille van roerende waarden te verwerven, bestaande uit:

- aandelen van BEVEK's;

- deelbewijzen van een FCPE;

- effecten uitgegeven door de onderneming of door een onderneming van dezelfde groep zonder tussenkomst van een FCPE;

- aandelen die zijn uitgegeven door vennootschappen die door de werknemers zijn opgericht met het oog op de overname van hun onderneming.

e) Informatie aan de werknemer

Op het tijdstip van de ondertekening van de arbeidsovereenkomst ontvangt de werknemer een spaarboekje-werknemer waarin met name een overzicht van het geheel van de voorziene bepalingen van het "PEE" is opgenomen. Wanneer de werknemer de onderneming verlaat wordt dit spaarboekje aangevuld met een samenvattende staat van de sommen en de roerende waarden die zijn gespaard of overgedragen binnen de onderneming.

II. TOEPASSELIJK BELASTINGSTELSEL OP DE ROERENDE INKOMSTEN

a) Principe

4. Het FCPE heeft geen rechtspersoonlijkheid: het gaat om een onverdeeldheid in mede-eigendom. Elke mede-eigenaar is belastbaar op de inkomsten die hij via het fonds ver- krijgt in verhouding tot zijn deelneming hierin.

5. Het belastingstelsel dat van toepassing is op de inkomsten van de roerende waarden waarin het FCPE heeft belegd is afhankelijk van de aard van die inkomsten (interesten, dividenden, inkoop- of liquidatieboni, meerwaarden).

De door een rijksinwoner verkregen roerende inkomsten van een "PEE" zijn in principe overeenkomstig de art. 17 tot 21, WIB 92, belastbaar.

6. Aangezien het om een gemeenschappelijk beleggingsfonds (GBF) van het kapitalisatietype gaat, zal art. 19ter, WIB 92, (5) in principe niet van toepassing zijn.

(5) De gevallen van inkoop van aandelen of van de gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen zijn door deze bepaling uitgesloten.

b) FCPE bedoeld in art. 19bis, WIB 92 (6)

(6) In de huidige stand van de wetgeving kunnen de FCPE niet onder het toepassingsgebied van art. 19bis, WIB 92, vallen aangezien deze niet over een Europees paspoort beschik- ken (zie circ. Ci.RH.231/579.253 van 30.6.2009, nr. 11); ze zouden in aanmerking kunnen worden genomen in het geval art. 118, Programmawet 27.12.2005, dat art. 19bis,

§ 1, 6°, WIB 92, heeft gewijzigd, in werking treedt.

7. Art. 19bis, WIB 92, zal kunnen worden toegepast indien het GBF onder het toepassingsgebied van deze bepaling valt gelet op inzonderheid de door het GBF gevoerde investeringspolitiek (7).

(7) Zie circ. nr. Ci.RH.231/579.253 van 30.6.2009, nr. 10 en volgende.

In dat geval zal het inkomen zoals bepaald in art. 19bis, § 1, 4° lid, WIB 92, ten name van de houders van de deelbewijzen belastbaar zijn en geacht worden te zijn toegekend op het ogenblik dat het inkomen het FCPE verlaat (zie de samenlezing van de art. 19bis en art. 265, eerste lid, 3°, WIB 92) (8).

(8) Krachtens art. 265, eerste lid, 3°, WIB 92, is de RV niet verschuldigd op de inkomsten bedoeld in art. 19bis, WIB 92, wanneer die worden betaald of toegekend aan GBF of aan belastingplichtigen andere dan deze onderworpen aan de RPB (zie de voormelde circ. van 30.6.2009, nr. 34 tot 37).

8. In het geval de inkomsten in België worden geïnd is "de uitbetalende instantie" in de zin van art. 2, § 1, 2°, KB 27.9.2009 tot uitvoering van art. 338bis, § 2, WIB 92, de schulde- naar van de RV (zie art. 261, eerste lid, 2°bis, WIB 92) (9).

(9) Tot vóór de inwerkingtreding op 1.1.2010 van het KB van 27.9.2009, werd het begrip "uitbetalende instantie" door art. 3, § 1, 6°, W 17.5.2004 (tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie be- treffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetalingen en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing) gedefinieerd (dit KB van 27.9.2009 herneemt enkel dezelfde definitie zoals die in de W 17.5.2004 voorkwam).

In het geval de inkomsten in het buitenland worden geïnd, moet het inkomen door de verkrijger in zijn aangifte in de PB worden aangegeven (zie art. 313, WIB 92).

9. De niet in art. 19bis, WIB 92, bedoelde inkomsten die door het FCPE worden geïnd, zijn ten name van de betreffende verkrijgers onderworpen aan het belastingstelsel dat in de PB op die inkomsten van toepassing is, voor het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk zij door het fonds zijn geïnd (d.w.z. door de onverdeelde mede-eigenaars, houders van de deelbewijzen van het fonds).

Hier worden a priori bedoeld de inkomsten van aandelen en de meerwaarden op effecten die een schuldvordering vertegenwoordigen, andere dan deze bedoeld in artikel 2,

§ 1, 3°, a, van het voormelde KB 27.9.2009.

Aangezien het FCPE in Frankrijk is gevestigd dienen de dividenden die via het fonds in het buitenland werden geïnd (geen inhouding van RV aan de bron) in principe in de aangifte in de PB te worden vermeld.

c) FCPE niet bedoeld in art. 19bis, WIB 92

10. Voor de van een FCPE verkregen roerende inkomsten die niet onder het toepassingsgebied van art. 19bis, WIB 92, vallen:

- het transparantiestelsel moet worden toegepast op alle inkomsten die door het fonds zijn verkregen (interesten, dividenden, meerwaarden);

- de inkomsten zijn verbonden aan het belastbaar tijdperk gedurende hetwelk de inkomsten door het fonds zijn geïnd;

- indien de inkomsten door het fonds zijn geïnd zonder inhouding van de Belgische RV is de aangifte van die roerende inkomsten in de PB verplicht (10).

(10) Vanaf 1.1.2012 moeten de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting (PB) de inkomsten van roerende goederen en kapitalen, behoudens uitzondering, in hun jaarlijkse aangifte in de PB opnemen - cfr. art. 33, W 28.12.2011 (BS 30.12.11).

d) Vaststelling van het belastbaar bedrag

11. Onder het netto-inkomen van roerende goederen en kapitalen wordt het bedrag verstaan dat in enige vorm is geïnd of verkregen, vóór aftrek van de innings- en bewarings- kosten en van andere soortgelijke kosten, en verhoogd met de Belgische RV en de Belgische FRV.

In Frankrijk zijn de gekapitaliseerde inkomsten van de verrichte beleggingen vrijgesteld van inkomstenbelastingen; de bedoelde inkomsten worden evenwel aan sociale bijdragen onderworpen (12,10% in 2009 en 2010, 12,3% van 1.1 tot 30.9.2011 en 13,50%

vanaf 1.10.2011).

De voormelde sociale bijdragen zijn, naar analogie met wat is voorzien voor de buitenlandse belastingen (zie het nr. 22/3, tweede lid, Com.IB 92), voor de vaststelling van het netto-inkomen, aftrekbaar in de mate dat ze betrekking hebben op inkomsten die als roerende inkomsten belastbaar zijn.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit dd.:

De Auditeur-generaal dd.,

R. ROSOUX