Circulaire nr. Ci.RH.241/307.085 dd. 03.08.1979
Circulaire nr. Ci.RH.241/307.085 dd. 03.08.1979
Bull. nr. 577, pag. 1371
BUITENLAND
Niet-rijksinwoners die door een Belgische werkgever in het buitenland tewerkgesteld zijn
Rijksinwoners met een beroepswerkzaamheid in het buitenland
ONTWIKKELINGSLANDEN
Loontrekkers tewerkgesteld in een ontwikkelingsland
VERGOEDINGEN
Huisvestingsvergoeding toegekend aan loontrekkers die in het buitenland tewerkgesteld zijn
Aanvulling van de circ. 08.02.1979, nr. Ci.RH.241/256.219, m.b.t.:
- de vaststelling van de hoedanigheid van rijksinwoner of niet- rijksinwoner;
- de uit de belastbare bezoldigingen te weren huisvestingsvergoeding.
I. INLEIDING
1. Bij een nader onderzoek gewijd aan de praktische toepassingsmodaliteiten van de circ. 08.02.1979, nr. Ci.RH.241/256.219, zijn nog twee twistpunten aan het licht gekomen:
1° de vaststelling van de hoedanigheid van rijksinwoner of niet- rijksinwoner (nrs. 2 tot 4 van genoemde circ.);
2° het bepalen van de niet belastbare huisvestingsvergoedingen in geld of in natura (nr. 6, id.).
2. Het is nodig gebleken ter zake de algemene richtlijnen van bovenbedoelde circ. aan te vullen teneinde een eenvormige afhandeling van de talrijke hangende geschillen mogelijk te maken.
II. RIJKSINWONER OF NIET-RIJKSINWONER
3. Gelet op het bepaalde in de nrs. 2 tot 4 van de circ. 08.02.1979, moet beschouwd worden dat een werknemer die zich, met een kortlopend contract, voor een periode van minder dan 18 maanden naar het buitenland begeeft in de regel rijksinwoner blijft, zelfs indien hij ongehuwd is of zijn gezin meeneemt (zie evenwel nr. 5). Om als niet-rijksinwoner te worden erkend, moet er inderdaad bewezen zijn dat hij in het buitenland een werkelijke, wezenlijke en blijvende woning heeft.
4. De werknemers met een langlopend contract die voor minstens 18 maanden naar het buitenland vertrekken en geen gezin in België achterlaten, kunnen, vanaf hun vertrek, als niet-rijksinwoner worden aangemerkt, indien de plaats van tewerkstelling dermate is dat zij de keuze van een blijvende woonplaats in de vreemde mogelijk maakt.
5. Indien zijn gezin niet in België achterblijft, mag ook als niet- rijksinwoner worden beschouwd, de persoon die, aanvankelijk voor minder dan 18 maanden naar een bepaald land gezonden, vóór het verstrijken van zijn contract van tewerkstelling aldaar, dat contract verlengt tot minstens 18 maanden. Daarentegen zal de hoedanigheid van niet- rijksinwoner kunnen geweigerd worden, wanneer een contract van 18 maanden of meer door een van de betrokken partijen wordt verbroken.
Personen die in uitvoering van opeenvolgende korte contracten beurtelings in verschillende landen werken worden, zelfs indien het totaal van die contracten over meer dan 18 maanden loopt, als rijksinwoner aangemerkt, omdat de hoedanigheid van niet-rijksinwoner een zekere bestendigheid van woonplaats veronderstelt die in dergelijke gevallen doorgaans niet aanwezig is.
6. De niet-rijksinwoners verliezen die hoedanigheid niet wanneer zij, zelfs herhaaldelijk, voor een kort verblijf naar België terugkeren voor vakantie of voor herscholing of wegens familiale gebeurtenissen (bv. overlijden van een bloedverwant).
III. HUISVESTINGSVERGOEDING
7. Bij de toepassing van de regel, dat de huisvestingsvergoeding niet dient te worden opgenomen in de belastbare bezoldigingen van de betrokken werknemers, kunnen zich moeilijkheden voordoen, omdat die vergoeding soms opgenomen is in een globale vergoeding voor hogere kosten van verblijf en levensonderhoud in het buitenland.
8. De betrokken werkgevers zullen door hun territoriaal bevoegde insp. A worden verzocht, voor de jaren waarover geschillen aanhangig zijn, per jaar en per land, aan de hand van de huisvestingsnormen die ze toepassen, tabellen op te stellen waarin voor elk betrokken personeelslid een huisvestingsvergoeding wordt bepaald, die gebaseerd is op de huurmarkt in het land van tewerkstelling. De insp. A verifieert deze gegevens en bepaalt, zoveel mogelijk in akkoord met de werkgever, het vrij te stellen gedeelte van de globale vergoeding dat kan geacht worden overeen te stemmen met een normale huisvestingsvergoeding.
9. Die insp. A nodigen verder de betrokken werkgevers uit in de toekomst aan de uitgezonden werknemers een aparte huisvestingsvergoeding te betalen en hun arbeidscontracten dienovereenkomstig aan te passen.
