Circulaire nr. Ci.RH.421/580.456 (AOIF 40/2006) d.d. 14.11.2006


EUROPESE UNIE
Gedragscode inzake verrekenprijsdocumentatie
Verbonden onderneming

VERIFICATIE VAN DE AANGIFTE
Verrekenprijzen
Vraag om inlichtingen
Voorleggen van boeken en bescheiden

VERREKENPRIJZEN
Arm's length principe
Documentatie inzake verrekenprijzen
Onderzoek van verrekenprijzen

VRAAG OM INLICHTINGEN
Antwoordtermijn
Verlenging van de antwoordtermijn


Aan alle ambtenaren van de sector taxatie.

ALGEMEEN
1. Deze circulaire strekt ertoe algemene richtlijnen te geven waarmee rekening moet worden gehouden bij het sturen van een vraag om inlichtingen of verzoeken om documentatie (bijvoorbeeld in het kader van een onderzoek ter plaatse) aan de belastingplichtige in het kader van een controleonderzoek met betrekking tot grensoverschrijdende verrekenprijzen van een multinationale onderneming (MNO) of van een MNO-groep en het behandelen van de verkregen antwoorden. Daarnaast bevat deze circulaire een lijst van inlichtingen welke van belang kunnen zijn in het kader van een analyse van de verrekenprijzen die worden toegepast tussen de entiteiten van de groep waartoe de te onderzoeken onderneming of vennootschap behoort. Tot al wat dienen kan, wordt hier vermeld dat inzonderheid in de volgende niet limitatieve lijst van gevallen een controleonderzoek met betrekking tot verrekenprijzen aangewezen kan zijn :

  • het gebruik van belastingparadijzen en vluchtlanden wanneer aldaar geen of weinig economische waarde wordt toegevoegd (voorbeeld herfactureringsactiviteiten), alsmede rechtstreekse of onrechtstreekse betalingen aan vestigingen in belastingparadijzen en vluchtlanden (commissielonen, royalty's, management fees, …);
  • het gebruik van back-to-back regelingen teneinde de werkelijke essentie van de transactie te verbergen;
  • complexe regelingen en cirkelstructuren die weinig of geen handels- of economische waarde toevoegen;
  • Belgische groepsvestigingen die structureel verlies lijden;
  • bedrijfsherstructureringen en verplaatsen van vestigingen, in het bijzonder met betrekking tot de waardering en vergoeding van intellectuele eigendom zoals patenten, knowhow en goodwill alsmede inzake de plaats waar de juridische en economische eigendom van die intellectuele eigendom wordt aangehouden;
  • facturen voor dienstprestaties (management fees) op het einde van het boekjaar (uitgaande - te innen - facturen bijvoorbeeld als tegengewicht voor de aftrek als DBI en inkomende - te betalen - facturen die bijvoorbeeld dienen voor winststripping).
Deze bovenvermelde lijst van inlichtingen werd getoetst aan Hoofdstuk V van de OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen voor de Multinationale Ondernemingen en voor de belastingadministraties, alsmede aan de Resolutie van de Raad van de Europese Unie en de vertegenwoordigers van de Regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over een gedragscode inzake verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen in de Europese Unie (EU-TPD) welke in het kader van het gezamenlijk verrekenprijsforum van de EU (Engelse benaming: joint transfer pricing forum) inzake documentatie werd opgesteld en goedgekeurd naar aanleiding van de vergadering van de Raad op 27 juni 2006. Als bijlage 2 gaat de tekst van deze Resolutie almede van de bijlage daarbij. Het spreekt vanzelf dat de Administratie zich volledig aansluit bij deze Resolutie, de gedragscode die deze inhoudt en zijn bijlage.

OVERLEG TUSSEN DE CONTROLEDIENSTEN EN DE BELASTINGPLICHTIGE (OF ZIJN VERTEGENWOORDIGER)
2. Algemeen kan worden gesteld dat de inlichtingen die nodig zijn voor een onderzoek van verrekenprijzen, afhankelijk zijn van de feiten en omstandigheden van het geval. Het is dan ook niet mogelijk de precieze omvang en aard van de inlichtingen te bepalen welke de belastingplichtige moet voorleggen of door de Administratie in een specifiek geval kunnen worden gevraagd.

3. Uit hetgeen hierna zal blijken, is het duidelijk dat een onderzoek naar verrekenprijzen en de documentatie daarvan een complex geheel vormen en afhangen van zeer diverse factoren, eigen aan elke onderneming. Het is daarom aangewezen dat vooraleer om documentatie inzake verrekenprijzen wordt verzocht, en in overleg met de belastingplichtige, eventueel per business unit, wordt nagegaan :

  • welke de werkingssfeer is van de controle, d.i. in het bijzonder welke transacties zullen worden onderzocht (bijvoorbeeld : distributie, productie, onderzoek en ontwikkeling, dienstverlening, financiële transacties …);
  • welke informatie en documentatie relevant en nuttig is voor het onderzoek van de verrekenprijzen voor de transacties waarbij de Belgische onderneming is betrokken;
  • welke documentatie reeds aanwezig is in de onderneming en op relatief korte termijn aan de administratie kan worden bezorgd;
  • welke cyclische schommelingen in de betrokken bedrijfssector voorkomen;
  • welke verrekenprijspolitiek door de onderneming (of de groep) wordt gevoerd.
Deze zogenoemde pre-audit vergadering leent er zich bovendien goed toe de controlediensten inzicht te geven in de werking, structuur en organisatie van de onderneming. In het bijzonder biedt deze vergadering de mogelijkheid de lijst van nuttige inlichtingen en documentatie in het kader van een onderzoek naar verrekenprijzen (zie bijlage 1) met de belastingplichtige te bespreken en de relevante onderwerpen over te houden.

Dit overleg tussen de controlediensten en de belastingplichtige moet er eveneens toe leiden dat :

  • kosten geminimaliseerd worden voor de ondernemingen,
  • de belastingplichtige duidelijk weet wat welke bijkomende informatie en documentatie wordt verlangd.
4. Het spreekt evenwel vanzelf dat excessieve documentatieverzoeken moeten worden vermeden (zie in dat verband punt 316.2 van de Com.IB 92). Er kan hier dus nuttig worden herhaald dat de gepastheid van het vragen van bepaalde inlichtingen in het licht van de feitelijke omstandigheden eigen aan elk geval moet worden beoordeeld en dat de vragenlijsten bovendien aan ieder geval moeten worden aangepast en het versturen van algemene vragenlijsten moet worden vermeden. Dit sluit trouwens aan bij punt 6 van de bovenvermelde gedragscode die voorziet dat de lidstaten van de EU :

  • geen onredelijk hoge kosten of administratieve lasten aan de ondernemingen mogen opleggen inzake aan te leggen of (bij derden) te verkrijgen documentatie;
  • geen documentatie verzoeken die geen betrekking heeft op de transacties welke worden onderzocht;
  • verzekeren dat er geen bekendmaking gebeurt van vertrouwelijke informatie welke in de documentatie is vervat.
De gevraagde inlichtingen moeten bijgevolg beperkt zijn tot deze welke relevant is op basis van de specifieke eigenschappen van de onderneming en die van de groep waartoe de onderneming behoort. Tot al wat dienen kan wordt er nog op gewezen dat de informatie welke reeds binnen de Administratie(s) aanwezig is, vooraf door de taxatiedienst moet worden verzameld vooraleer de informatie bij de betrokken belastingplichtige wordt gevraagd.

NALEVEN VAN HET ARM'S LENGTH PRINCIPE - VOORZICHTIGE BEDRIJFSLEIDER
5. Het arm's length principe is de internationale norm die, zoals overeengekomen door de OESO-lidstaten, moet worden gebruikt voor het vaststellen van verrekenprijzen. Deze norm wordt als volgt uiteengezet in artikel 9 van het OESO-modelverdrag inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen : indien "tussen de twee ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden zijn overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mag winst die één van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar tengevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast". In de Belgische wetgeving is dit principe onder meer vervat in het begrip "abnormale of goedgunstige voordelen" alsmede onder artikel 185, § 2, eerste lid, a) (*). Door ernaar te streven de winst aan te passen onder verwijzing naar de voorwaarden die zouden zijn verkregen tussen onafhankelijke ondernemingen voor vergelijkbare transacties en onder vergelijkbare omstandigheden, volgt het arm's length principe de benadering dat de leden van een MNO-groep moeten worden beschouwd als afzonderlijke entiteiten i.p.v. als onafscheidbare delen van één enkel geünificeerd bedrijf. Voor een verdere bespreking van de richtlijnen betreffende de regels die van toepassing zijn inzake verrekenprijzen kan nuttig worden verwezen naar de circ. AFZ/98 0003 van 28.06.1999.

[(*) Een bespreking van de artikelen die in het kader van verrekenprijzen kunnen worden aangewend, valt evenwel buiten de werkingssfeer van deze circulaire.]

6. Wanneer een onderneming aldus beslist pro actief documentatie inzake verrekenprijzen aan te leggen, in het bijzonder in het kader van de EU-TPD, zou deze zich moeten laten leiden door het principe van de voorzichtige bedrijfsleider, dat wil onder meer zeggen een toegewijde bedrijfsleider die handelt overeenkomstig economische maatstaven en welke streeft naar het naleven van het arm's length principe. Gelet op de aard van de transacties tussen verbonden ondernemingen, kan het voor de belastingplichtige nodig zijn voor de toepassing van het principe van de voorzichtige bedrijfsleider naar schriftelijk materiaal te verwijzen of zulk materiaal voor te bereiden waarnaar niet zou worden verwezen of voorbereid indien geen fiscale aspecten zouden meespelen. Wanneer wordt verzocht dergelijk materiaal voor te leggen, moet er bijzondere zorg voor worden gedragen dat de noodzaak om over deze documenten of dat materiaal te beschikken, wordt afgewogen tegen de kosten en de administratieve last voor de belastingplichtige om die documenten of dat materiaal op te stellen of te verkrijgen.

7. In dat verband kan het nuttig zijn de volgende informatie, voor zover deze relevant is, aan te leggen wanneer de onderneming opteert voor een pro actieve aanpak :

  • de aard en de voorwaarden (met inbegrip van prijzen) van relevante transacties (waaronder transacties die aaneensluitend zijn, d.i. behoren tot eenzelfde reeks, of transacties die tot een compensatieregeling kunnen leiden). Transacties die duidelijk tot een bepaalde categorie behoren (vb. regelmatige aankopen welke een distributeur doet gedurende het belastbaar tijdperk van hetzelfde of soortgelijke producten en die moeten dienen voor wederverkoop), mogen worden samengeteld, onder voorbehoud natuurlijk dat er zich tijdens het belastbaar tijdperk geen (of slechts marginale) wijzigingen voordoen in de aard en/of de voorwaarden van de transacties;
  • de methode waartoe de aard en de voorwaarden van de transacties heeft geleid, met inbegrip van een vergelijkbaarheidsanalyse in de zin van de
    OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen voor de Multinationale Ondernemingen en voor de Belastingadministraties met inbegrip van een functieanalyse;
  • hoe die methode heeft geleid tot arm's length voorwaarden;
  • de voorwaarden van relevante commerciële regelingen met derde en verbonden partijen (bijvoorbeeld : diensten en distributiecontracten, leningsovereenkomsten), en budgetteringen, prognoses en andere documenten die informatie bevatten waarop werd gesteund om de arm's length prijs vast te stellen, of nodig voor het vaststellen van eventuele aanpassingen.
Er wordt ook nog opgemerkt dat er zich tijdens het belastbaar tijdperk belangrijke verschillen of verschuivingen kunnen voordoen wanneer de onderneming zich in een cyclische markt bevindt. Ter zake wordt het ondernemingsleven immers opgesplitst in cycli die al dan niet kunnen samenvallen met een boekjaar (of belastbaar tijdperk). Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat met deze cycli rekening moet worden gehouden.

8. Verder kunnen als nuttige inlichtingen nog onder meer worden vermeld :

  • inlichtingen over de verbonden ondernemingen :
  • activiteiten
  • structuur
  • aandeelhoudersschap en aangehouden participaties
  • verkopen en bedrijfsresultaten
  • transacties met de verbonden ondernemingen
  • inlichtingen over de uitgevoerde transacties :
  • bedrijfsomstandigheden
  • omvang van de markt
  • concurrentievoorwaarden
  • reglementair kader
  • technologische vooruitgang
  • inlichtingen over de uitgeoefende functies :
  • productie, montage, …
  • beheer van aankopen en grondstoffen
  • reclame en marketing
  • voorraadbeheer
  • garantiebeheer
  • vervoer en opslag
  • vorming en opleiding van het personeel
  • personeelsbeheer
  • dienstverlenende of ondersteunende functies
  • dienst na verkoop
  • inlichtingen over de gedragen risico's :
  • wijziging in kostenstructuur;
  • prijswijzigingen en -schommelingen (zowel van grondstoffen als afgewerkte producten)
  • wijziging en schommeling in voorraden, verlies aan voorraad
  • risico's verbonden aan onderzoek en ontwikkeling
  • financiële risico's
  • wisselkoers- en renteschommelingen
  • krediet-, lenings- en betalingsvoorwaarden
  • productaansprakelijkheid
  • productieaansprakelijkheid;
  • industriële en bedrijfsrisico's
  • risico's met betrekking tot activa en uitrustingen
  • inlichtingen over de gebruikte activa :
  • materiële activa (eigendom, huur, ontwikkeling, …)
  • immateriële activa (ontwikkeling, licenties, eigendomsrechten, economische eigendom, bescherming).
9. Als bijlage gaat een lijst van mogelijke onderwerpen die, na geval per geval te zijn aangepast overeenkomstig de feiten en omstandigheden, kan worden gebruikt in een vraag om inlichtingen 332 en desgevallend bij een controle ter plaatse. Bijstand inzake het opstellen van een vraag om inlichtingen of informatie die kan worden gevraagd bij een controle ter plaatse kan worden verkregen bij de Cel Verrekenprijzen (zie Circulaire nr. Cp.221.4/A/601.321 (AOIF 26/2006) dd. 04.07.2006) (*). Bij het opstellen van een vraag om inlichtingen of bij een controle ter plaatse moet de taxatieambtenaar zich onder meer laten leiden door de structuur en de interne organisatie van de onderneming en/of de groep waartoe de onderneming behoort. Waar passend kunnen de vragen en antwoorden per "business unit", of zelfs per productlijn, worden gesteld en gegeven. Ter zake wordt verwezen naar punt 3 in verband met de pre audit vergadering waar deze elementen vooraf met de controlerende ambtenaar kunnen worden besproken.

[(*) Cel Verrekenprijzen - Mevrouw Ritondo, leider van de cel - North Galaxy - Toren B - 6de verdieping - Koning Albert II-laan 33, bus 355 - 1030 Brussel - tel : 0257 648 26 - fax 0257 617 77 - e mail : michela.ritondo@minfin.fed.be.]

TAAL WAARIN DE DOCUMENTATIE MOET WORDEN VOORGELEGD
10. Een belangrijk punt voor zowel de Administratie als voor de betrokken multinationale ondernemingen betreft de taal waarin de verrekenprijsdocumentatie moet worden voorgelegd. Veel documentatie wordt immers, omwille van het multinationale karakter van de onderneming, binnen de onderneming aangelegd in een andere taal dan één van de officiële talen van België. Omwille van redenen van efficiëntie worden verrekenprijsstudies trouwens meer en meer verricht op pan-Europese of op wereldschaal. Deze - omvangrijke - studies worden doorgaans slechts in één op Europees vlak of wereldwijd gangbare taal opgesteld. Daarnaast zijn de gevraagde inlichtingen of documentatie in bepaalde gevallen niet beschikbaar bij de belastingplichtige en dient hij deze inlichtingen of documentatie op zijn beurt bij een buitenlandse verbonden onderneming aan te vragen.

11. Binnen het kader van het gezamenlijk Verrekenprijsforum van de EU is er dienaangaande overeenstemming dat het niet altijd nodig is dat de documentatie moet worden vertaald in een door de lidstaat voorgeschreven taal. Met het oog op het beperken van kosten en vertragingen als gevolg van verzoeken tot vertaling stelt het Verrekenprijsforum dat de belastingadministraties documentatie in een vreemde taal zo veel als mogelijk aanvaarden. Evenwel, voor specifieke documentatie die slechts betrekking heeft op één lidstaat, kan worden gevraagd dat deze wordt opgesteld in de taal die door die specifieke lidstaat wordt voorgeschreven.

12. De belastingplichtigen die menen dat de vertaling van de gevraagde documentatie een te omvangrijk werk vergen, kunnen met de taxatiedienst overleggen wat moet worden gedaan om te voldoen aan de vereisten van de controle zonder evenwel de administratieve lasten van de onderneming buitenmate te verzwaren.

13. De ambtenaren moeten in geweten, met ruim inzicht en met inachtneming van de overgelegde inlichtingen of verstrekte uitleg, met de nodige soepelheid de gegrondheid beoordelen van de redenen die worden aangevoerd door een belastingplichtige waarom bepaalde inlichtingen of documentatie niet wordt vertaald of waarom die slechts beschikbaar is in een taal die niet een officiële taal is van België.

14. Inzonderheid met betrekking tot de volgende niet limitatieve lijst van documentatie moet terzake met de nodige soepelheid worden omgesprongen :

  • pan-Europese of wereldwijd uitgevoerde verrekenprijsstudies;
  • groepsbeleid inzake verrekenprijzen;
  • contracten met buitenlandse moeder-, dochter- of zustervennootschappen, tussen deze entiteiten onderling of met buitenlandse derden.
TERMIJN VOOR HET BEANTWOORDEN VAN EEN VRAAG OM INLICHTING MET BETREKKING TOT VERREKENPRIJZEN - VERLENGING
15. Mede omwille van

  • de omvangrijkheid van de te verstrekken inlichtingen;
  • de aanwezigheid van bepaalde delen van de gevraagde documentatie in het buitenland;
  • de specifiek op te stellen documentatie en informatie;
is het voor de belastingplichtige die een vraag om inlichtingen ontvangt inzake verrekenprijzen, in zeer veel gevallen niet mogelijk alle gevraagde inlichtingen mee te delen binnen de termijn van één maand voorzien in artikel 316, WIB 92. Het feit dat er materieel een langere termijn nodig is dan de verleende termijn om de gevraagde inlichtingen te verstrekken, kan aanzien worden als een wettige reden om de antwoordtermijn te verlengen (zie Com.IB 92 316/11). Bijgevolg dient de dienstleider bij ontvangst van dergelijk gemotiveerde aanvraag door de belastingplichtige de nodige soepelheid aan de dag te leggen en, in de mate als aanneembaar erkend, een langere antwoordtermijn toe te staan. Ook hier is het dienstig dat deze elementen tijdens een pre audit vergadering, zoals vermeld in punt 3, worden besproken. Ter zake dient er trouwens te worden gelet deze inlichtingen te vragen buiten de vakantieperiodes en of de periodes waarin de onderneming gesloten is.

EU TRANSFER PRICING DOCUMENTATIE (EU-TPD)
16. Tijdens de vergadering van 27 juni 2006 werd door de Raad de reeds bovenvermelde Resolutie van de Raad van de Europese Unie en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over een gedragscode inzake verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen in de Europese Unie (EU-TPD) goedgekeurd. Hierna vindt u onder meer een bespreking van de voornaamste punten van deze gedragscode en zijn bijlage. Deze documentatie moet eveneens worden gezien in het licht van de OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen.

17. De gedragscode stelt onder meer dat lidstaten gestandaardiseerde en ten dele gecentraliseerde verrekenprijsdocumentatie aanvaarden en deze als een basispakket beschouwen voor de beoordeling van de verrekenprijzen van een MNO. Het gebruik van de EU-TPD blijft evenwel optioneel voor de MNO-groep. De principes en beschouwingen die gelden in het EU-TPD-concept zijn van overeenkomstige toepassing bij de winsttoekenning van vaste inrichtingen.

18. De documentatie van een MNO in de zin van een gestandaardiseerde en samenhangende EU-TPD bestaat uit twee delen :

  • documentatie die gemeenschappelijke gestandaardiseerde informatie bevat die relevant is voor alle EU-groepsleden ("masterfile");
  • verschillende gestandaardiseerde documentatiepakketten die elk een landenspecifieke documentatie bevatten ("landenspecifieke documentatie").
19. De " Masterfile" moet de volgende gegevens bevatten :

a)een algemene omschrijving van de onderneming en de bedrijfsstrategie, inclusief wijzigingen van de bedrijfsstrategie ten opzichte van het voorgaande belastingjaar;
b)een algemene omschrijving van de organisatorische, juridische en operationele structuur van het multinationale concern (inclusief een organisatieschema, een lijst van concernonderdelen en een omschrijving van de deelneming van de moedermaatschappij in de dochterondernemingen);
c)de algemene identificatie van de gelieerde ondernemingen die betrokken zijn bij concerntransacties met ondernemingen in de EU;
d)een algemene omschrijving van de concerntransacties met gelieerde ondernemingen in de EU, d.w.z. een algemene omschrijving van :
(i)de transactiestromen (materiële en immateriële activa, diensten, financiële stromen),
(ii)de factuurstromen, en
(iii)de waarde van de transactiestromen;
e)een algemene omschrijving van uitgeoefende functies en gelopen risico's en een omschrijving van wijzigingen in functies en risico's ten opzichte van het voorgaande belastingjaar, bijvoorbeeld omschakeling van volledige distributie naar commissiehandel;
f)de eigendom van immateriële activa (octrooien, handelsmerken, merknamen, kennis enz.) en betaalde of ontvangen royalty's;
g)het verrekenprijsbeleid van het multinationale concern voor transacties binnen de groep of een omschrijving van de verrekenprijsmethode van het concern waarin de zakelijke grondslag van de interne verrekenprijzen wordt verduidelijkt;
h)een lijst van zogenaamde cost contribution agreements, APA's en rulings inzake verrekenprijsaspecten die betrekking hebben op EU-concernonder-delen; en
i)een verklaring van elke binnenlandse belastingplichtige waarin deze zich ertoe verbindt op verzoek extra informatie te verstrekken binnen een redelijke termijn overeenkomstig de nationale regels.
20. De " landenspecifieke documentatie" moet de volgende elementen bevatten :

a)een gedetailleerde omschrijving van de onderneming en de bedrijfsstrategie, inclusief wijzigingen van de bedrijfsstrategie ten opzichte van het voorgaande belastingjaar; en
b)informatie over, d.w.z. een omschrijving en een verduidelijking van, landenspecifieke concerntransacties, inclusief :
(i)de transactiestromen (materiële en immateriële activa, diensten, financiële stromen),
(ii)de factuurstromen, en
(iii)de waarde van de transactiestromen;
c)een vergelijkbaarheidsanalyse, d.w.z. :
(i)kenmerken van goederen en diensten,
(ii)functionele analyse (uitgeoefende functies, gebruikte activa, gelopen risico's),
(iii)contractuele voorwaarden,
(iv)economische omstandigheden, en
(v)specifieke bedrijfsstrategieën;
d)een toelichting op de keuze voor en de toepassing van de verrekenprijsmethode(n), dat wil zeggen de reden waarom voor een specifieke verrekenprijsmethode is gekozen en de wijze waarop deze is toegepast;
e)relevante informatie over interne en/of externe vergelijkingspunten indien deze beschikbaar zijn; en
f)een omschrijving van de implementatie en toepassing van het verrekenprijsbeleid van het concern voor interne transacties.
De aandacht wordt gevestigd op de mogelijkheid elementen in de masterfile op te nemen in plaats van in de landenspecifieke documentatie.

21. Er wordt evenwel op gewezen dat het gebruik van de EU-TPD optioneel is voor MNO-groepen, maar dat er niet op arbitraire wijze mag worden in- of uitgestapt.

22. De vermelde EU-TPD moet worden aangemerkt als een maximum basisdocumentatie voor de controle van de verrekenprijzen van de MNO-groep en staat bijkomende vragen om inlichtingen niet in de weg. Er wordt terzake evenwel dienstig verwezen naar punt 2 van deze circulaire wat betreft de omvang en de aard van de aan te leveren informatie.

GEBRUIK VAN PAN-EUROPESE DATABANKEN
23. Zoals reeds in de circulaire AFZ/98-0003 werd vermeld, kan hier worden herhaald dat het moeilijk kan zijn om vergelijkingspunten op de Belgische markt te vinden. Bijgevolg werd reeds aanvaard dat de belastingplichtigen gebruik maken van vergelijkingspunten die zij gevonden hebben op de buitenlandse markten (bijvoorbeeld lidstaten van de Europese Unie), mits de nodige aanpassingen voor de toepassing van de vergelijkbaarheidsanalyse werden doorgevoerd.

24. In dezelfde lijn kan hiertoe nog worden toegevoegd dat overeenkomstig de EU-TPD de vergelijkingspunten die met de hulp van pan-Europese databanken worden gevonden niet automatisch mogen worden verworpen. Het gebruik van dergelijke vergelijkingspunten mag uit zichzelf dan ook niet de aanleiding zijn tot het verwerpen van die vergelijkingspunten en mag dan ook niet automatisch aanleiding geven tot het opleggen van belastingverhogingen en/of boetes. Het betreft hier trouwens een bestendiging van de praktijk zoals die reeds door de administratie werd toegepast.

KLEINERE EN MINDER COMPLEXE ONDERNEMINGEN - KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN
25. De bovenvermelde gedragscode stelt dat lidstaten niet van kleinere en minder complexe ondernemingen (met inbegrip van KMO's) niet evenveel en even ingewikkelde documentatie verlangen als die van grotere en meer complexe ondernemingen kan worden verwacht. In die zin kan worden verwezen naar het principe vervat in punt 2 van deze circulaire.

26. De resolutie en gedragscode definieert evenwel niet wat kleinere en minder complexe ondernemingen zijn. Ook KMO's worden erin niet gedefinieerd.

27. Men kan zich ter zake in de eerste plaats laten leiden door de definitie van kleine onderneming zoals deze is vermeld in art. 15 van het Wetboek van vennootschappen. Inzake verrekenprijzen is deze definitie evenwel niet absoluut, aangezien dergelijke kleine vennootschappen eveneens kunnen behoren tot een pan-Europese of wereldwijde actieve MNO-groep en eventueel de steun van centraal georganiseerd documentatieteam kunnen genieten. Eveneens nuttig ter zake zijn de criteria zoals die zijn opgesomd in art. 16 van het Wetboek van vennootschappen met betrekking tot kleine groepen. Het spreekt dan natuurlijk vanzelf dat dit criterium moet worden getoetst aan de grootte van de groep en niet mag worden beperkt tot de Belgische eenheid (of eenheden) van de groep.

28. Een ander mogelijk referentiepunt is de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van micro, kleine en middelgrote ondernemingen (2003/361/EG) (Publicatieblad L 124 van 20.05.2003). Deze aanbeveling bevat de volgende definities :

  • tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (KMO's) behoren ondernemingen waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt;
  • binnen de categorie KMO's is een "kleine onderneming" een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 10 miljoen EUR niet overschrijdt;
  • binnen de categorie KMO's is een "micro-onderneming" een onderneming waar minder dan 10 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 2 miljoen EUR niet overschrijdt.
Daarnaast bevat deze Aanbeveling de volgende definitie van verbonden ondernemingen : "verbonden ondernemingen" zijn ondernemingen die met elkaar een van de volgende banden onderhouden :

  • een onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een andere onderneming;
  • een onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan;
  • een onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van een met deze onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming;
  • een onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggenschap over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van laatstgenoemde onderneming.
Deze Aanbeveling defineert eveneens nog "partnerondernemingen", d.w.z. ondernemingen die niet als verbonden onderneming worden aangemerkt en waartussen de volgende band bestaat : een onderneming (van een hoger niveau) heeft, alleen of samen met een of meer verbonden ondernemingen 25 % of meer van het kapitaal of de stemrechten van een andere onderneming (van een lager niveau).



NAMENS DE MINISTER :
De administrateur Kleine en
Middelgrote Ondernemingen :

C. SIX
De Administrateur-generaal van de
Belastingen en de Invordering :

J.-M. DELPORTE
BIJLAGE 1

NUTTIGE INLICHTINGEN EN DOCUMENTATIE IN HET KADER VAN EEN ONDERZOEK NAAR VERREKENPRIJZEN
Opmerking : de inlichtingen moeten er toe strekken een goed inzicht te krijgen in de activiteiten van de Belgische entiteiten van de groep. Welke inlichtingen het best kunnen worden verstrekt, kan bij voorkeur worden vastgelegd in de preaudit vergadering.

I. TOESTAND VAN DE ONDERNEMING BINNEN DE GROEP
1. Voorstelling van de groep :

De geconsolideerde jaarrekeningen van de groep (of de brochure met het jaarverslag).

2. Een algemene omschrijving van de organisatorische, juridische en operationale structuur van de multinationale onderneming (inclusief een organisatieschema, een lijst van de diverse ondernemingen en een omschrijving van de deelneming van de moedermaatschappij in de dochterondernemingen. Indien beschikbaar, mag dit worden voorgesteld aan de hand van een volledig en recent organogram van de groep met vermelding van de deelnemingen en de percentages daarvan dat relevant is voor de Belgische onderneming.

3.

a)Voor de Belgische entiteiten (moedervennootschap, dochtervennootschap, vennootschappen die samen een consortium uitmaken, verbonden en/of geassocieerde vennootschappen, vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, filiaal, vaste inrichting) :
  • het adres van de maatschappelijke zetel en de eventuele verschillende bedrijfszetels;
  • het BTW nummer;
  • de gegevens van een bevoegd contactpersoon (naam, functie, tel, …) (bijvoorbeeld de "tax manager").
b)Voor elke buitenlandse entiteit waarmee de Belgische entiteit transacties heeft :
  • het adres van de zetel;
  • het BTW nummer of het fiscaal identificatienummer.
II. ECONOMISCHE ROL VAN DE BELGISCHE ENTITEIT EN TRANSACTIES TUSSEN DE BELGISCHE ENTITEITEN EN DE ANDERE LEDEN VAN DE GROEP
4. Een beschrijving van de verschillende stromen van goederen en diensten tussen de Belgische entiteit en de verschillende betrokken leden van de groep.

Inlichtingen met betrekking tot de goederen (eventueel per productlijn of per business unit) en de diensten waarbij de Belgische entiteit betrokken is, met betrekking tot :

de bevoorradingsroutes (leveranciers buiten of binnen de groep);
de verkooproutes (klanten buiten of binnen de groep);
de hoeveelheid of omvang (per land, binnen de groep, buiten de groep);
de facturatieroutes.
5. Voor zover relevant voor de beoordeling van de verrekenprijzen van de Belgische onderneming, de interne structuur en organisatie op het niveau van elke entiteit van de groep waarmee de Belgische vennootschap transacties heeft; d.i. een overzicht van :

de verschillende diensten en daarvoor aangewende personeelsleden;
de commerciële organisatie;
de werking van het "lokale management" :
  • gecentraliseerd of gedecentraliseerd management;
  • de verschillende beslissingsmachten en/of niveaus;
de transacties/relaties met de voornaamste distributeurs en vertegenwoordigers die niet tot de groep behoren;
andere nuttige informatie met betrekking tot de interne structuur en organisatie van de onderneming.
III. VERGELIJKBAARHEIDSANALYSE
6. Een opsomming van productgroepen en concurrerende productgroepen op de markt. In voorkomend geval de verschillen in de specifieke kenmerken van de geproduceerde of geleverde goederen en diensten van de Belgische entiteit en dezelfde of gelijksoortige goederen of diensten op de vrije markt, eventueel beperkt tot de belangrijkste producten of productgroepen.

7. Functieanalyse (vorm te bepalen door de belastingplichtige. De functieanalyse mag eventueel schematisch worden voorgesteld) :
7.1. een gedetailleerde beschrijving van alle uitgeoefende functies (bijvoorbeeld : productie, assemblage, onderzoek en ontwikkeling, dienstverrichtingen, distributie, marketing, enz.).

7.2. Gedragen risico's

de door de onderneming gedragen risico's en de kosten die terzake worden gedragen, per aard van risico (bijvoorbeeld : marktrisico, risico op verlies op de investering, financiële risico's, kredietrisico, voorraadrisico, enz.);
voor zover relevant voor de Belgische onderneming, de entiteiten die de andere risico's van de groep dragen (in voorkomend geval verduidelijkt per aard van het risico).
7.3. Gebruikte en aangewende middelen (eventueel op het niveau van de business unit) :

personeelsleden - bijvoorbeeld de toewijzing van het personeel aan de verschillende activiteiten van de onderneming of de business unit;
activa van de onderneming (materiële, immateriële, …);
eventuele onderaanneming.
8. Contractuele bepalingen

8.1. Een beschrijving van de voor de Belgische onderneming/entiteit relevante contractuele verhoudingen tussen de betrokken groepsleden met betrekking tot de producten. Bij ontstentenis van schriftelijke bepalingen kunnen de handelingen van de partijen ter zake worden beschreven (te verantwoorden in functie van de economische context).

8.2. Een beschrijving van de voor de Belgische onderneming/entiteit relevante contractuele verhoudingen tussen de betrokken groepsleden met betrekking tot de dienstverrichtingen (daaronder begrepen de "management fees", toekenning van leningen, …). Bij ontstentenis van schriftelijke bepalingen kunnen de handelingen van de partijen worden beschreven (te verantwoorden in functie van de economische context).

9. Economische omstandigheden
Wanneer een wijziging wordt vastgesteld in de verrekenprijzen, de economische omstandigheden (algemene en bijzondere) welke een invloed hebben gehad op de toepassing van het verrekenprijsbeleid met de Belgische onderneming/entiteit.

10. Bedrijfsstrategieën
De door de Belgische entiteit gevolgde bedrijfsstrategieën (innovatie, diversificatie van de producten, marktpenetratie, enz.).

IV. MERKEN, PATENTEN EN KNOWHOW
Met betrekking tot de Belgische entiteiten en/of de Belgische markt :
11. De immateriële activa (patenten, merken, handelsmerken, knowhow, …) alsmede betaalde of ontvangen royalty's.

12. Licentieovereenkomsten gesloten met buitenlandse verbonden ondernemingen of met buitenlandse onafhankelijke ondernemingen voor het gebruik van merken, patenten, modellen, knowhow en technische bijstand.

13. Sublicentieovereenkomsten gesloten met buitenlandse verbon-den ondernemingen of met buitenlandse onafhankelijke ondernemingen voor het gebruik van merken, patenten, modellen, knowhow en technische bijstand.

V. KOSTENBIJDRAGEREGELINGEN, VOORAFGAANDE BESLISSINGEN INZAKE VERREKENPRIJZEN EN "RULINGS"
14. Een lijst met de kostenbijdrageregelingen, de voorafgaande beslissingen inzake verrekenprijzen en de "rulings". Een korte beschrijving van de inhoud ervan kan nuttig zijn.

VI. DOCUMENTATIE VAN VERREKENPRIJZEN
15.

  • De verrekenprijspolitiek welke door de groep wordt gevoerd en welke relevant is voor de Belgische onderneming;.
  • de verrekenprijsmethode(s) welke ter zake word(t)(en) toegepast;
  • de redenen om voor de toegepaste methode(s) te kiezen.
16. Eventueel gebruikte (interne of externe) vergelijkingspunten (comparables) en de daaraan aangebrachte correcties of aanpassingen.

Alle nuttige documentatie die de keuze kunnen verantwoorden (vergelijkbaarheidsanalyse waaronder de functieanalyse).

17. De toepassingsmodaliteiten van de verrekenprijsmethode(s) voor de Belgische entiteiten.

18. Alle nuttige documenten die deze verhoudingen ondersteunen zoals typeovereenkomsten, verdeelsleutels tussen de leden van de groep, enz. welke niet hierboven zijn vermeld.

BIJLAGE 2

Resolutie van de Raad van de Europese Unie en de vertegenwoordigers van de Regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over een gedragscode inzake verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen in de Europese Unie (EU-TPD)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN,

GELET OP de studie van de Europese Commissie "Company Taxation in the Internal Market" (1), het voorstel van de Commissie in haar mededeling van 2001 "Naar een interne markt zonder belastingbelemmeringen - Een strategie voor het verschaffen van een geconsolideerde heffingsgrondslag aan ondernemingen voor de vennootschapsbelasting op hun activiteiten in de gehele EU (2)" om een "Gezamenlijk EU-forum over verrekenprijzen" op te richten, de conclusies van de Raad van 11 maart 2002 waarin dit initiatief gunstig wordt onthaald, en de oprichting van het Gezamenlijk forum over verrekenprijzen in juni 2002,

[(1) "Company Taxation in the Internal Market", werkdocument van de Commissie, (SEC(2001) 1681 van 23.10.2001).
(2) Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité - Naar een interne markt zonder belastingbelemmeringen - Een strategie voor het verschaffen van een geconsolideerde heffingsgrondslag aan ondernemingen voor de vennootschapsbelasting op hun activiteiten in de gehele EU (COM(2001) 582 def. van 23.10.2001).]

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT :

1.De interne markt is een ruimte zonder grenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gegarandeerd.
2.In een interne markt die de kenmerken van een binnenlandse markt heeft, mogen transacties tussen gelieerde ondernemingen uit verschillende lidstaten geen minder gunstige behandeling krijgen dan dezelfde transacties tussen gelieerde ondernemingen uit dezelfde lidstaat.
3.Met het oog op de goede werking van de interne markt is het van wezenlijk belang om de nalevingskosten op het gebied van verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen te verminderen.
4.De gedragscode die in de onderhavige resolutie is vervat, biedt de lidstaten en belastingplichtigen een nuttig instrument voor de implementatie van gestandaardiseerde en ten dele gecentraliseerde verrekenprijsdocumentatie in de Europese Unie, met als doel de verplichtingen met betrekking tot verrekenprijzen ten aanzien van grensoverschrijdende activiteiten te vereenvoudigen.
5.De aanvaarding door de lidstaten van gestandaardiseerde en ten dele gecentraliseerde verrekenprijsdocumentatie ter onderbouwing van de zakelijkheid van verrekenprijzen zou de ondernemingen helpen meer profijt te trekken van de interne markt.
6.Verrekenprijsdocumentatie in de Europese Unie moet worden bekeken in het kader van de OESO-richtlijnen voor verrekenprijzen.
7.Er dient op flexibele wijze gebruik te worden gemaakt van gestandaardiseerde en ten dele gecentraliseerde documentatie rekening houdende met de bijzondere omstandigheden van het bedrijf in kwestie.
8.Een lidstaat kan besluiten helemaal geen regels voor verrekenprijsdocumentatie vast te stellen dan wel minder verrekenprijsdocumentatie te verlangen dan vereist is volgens de resolutie waarin deze gedragscode is opgenomen,
ERKENNENDE dat een gemeenschappelijke aanpak in de Europese Unie met betrekking tot documentatieverplichtingen voordelig is zowel voor de belastingplichtigen, die met name hun nalevingskosten zouden zien dalen en minder risico zouden lopen op sancties wegens niet-naleving van documentatieverplichtingen, als voor de belastingdiensten dankzij de grotere transparantie en samenhang,

ZICH VERHEUGEND OVER de mededeling die de Commissie op 7 november 2005(*) heeft ingediend over de werkzaamheden van het Gezamenlijk EU-forum over verrekenprijzen op het gebied van de bedrijfsbelasting en over een gedragscode inzake verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen in de Europese Unie,

[(*) COM (2005) 543 def. van 7.11.2005.]

BENADRUKKEND dat de gedragscode een politieke verbintenis is en geen afbreuk doet aan de rechten en verplichtingen van de lidstaten of de respectieve bevoegdheidsgebieden van de lidstaten en de Gemeenschap die uit het Verdrag voortvloeien,

ERKENNENDE dat de uitvoering van de in de onderhavige resolutie vervatte gedragscode oplossingen op een hoger mondiaal niveau niet in de weg mag staan,

KOMEN DE VOLGENDE GEDRAGSCODE OVEREEN :

GEDRAGSCODE inzake verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen in de Europese Unie (EU-TPD)

Onverminderd de respectieve bevoegdheidsgebieden van de lidstaten en de Gemeenschap betreft deze gedragscode de implementatie van gestandaardiseerde en ten dele gecentraliseerde verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen in de Europese Unie. Deze gedragscode is gericht tot de lidstaten, maar heeft ook ten doel multinationale ondernemingen aan te moedigen de EU-TPD-aanpak toe te passen.

1.De lidstaten aanvaarden gestandaardiseerde en ten dele gecentraliseerde verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen in de Europese Unie (EU-TPD) als omschreven in bijlage dezes, en beschouwen deze als een basispakket van gegevens voor de beoordeling van de verrekenprijzen van een multinationaal concern.
2.Het staat multinationale concerns vrij al dan niet gebruik te maken van de EU-TPD.
3.Voor de winsttoerekening aan een vaste inrichting laten de lidstaten zich leiden door dezelfde overwegingen inzake documentatieverplichtingen als die welke zij inzake verrekenprijzen toepassen.
4.De lidstaten houden op passende wijze rekening met de in de bijlage opgenomen algemene beginselen en verplichtingen, en laten zich erdoor leiden telkens wanneer dit nodig is.
5.De lidstaten verbinden zich ertoe van kleinere en minder complexe ondernemingen (inclusief kleine en middelgrote ondernemingen) niet evenveel en even ingewikkelde documentatie te verlangen als die welke van grotere en complexere ondernemingen kan worden verwacht.
6.De lidstaten :
a)mogen geen onredelijke nalevingskosten of administratieve lasten veroorzaken wanneer zij van een onderneming eisen dat zij documentatie opstelt of verzamelt;
b)mogen geen documentatie eisen die geen betrekking heeft op de onderzochte transacties;
c)moeten garanderen dat vertrouwelijke gegevens die in de documentatie zijn opgenomen, niet openbaar worden gemaakt.
7.De lidstaten mogen geen sanctie wegens niet-naleving van documentatieverplichtingen opleggen wanneer belastingplichtigen de in de bijlage opgenomen eisen inzake gestandaardiseerde en samenhangende documentatie of de nationale documentatieverplichtingen van een lidstaat te goeder trouw, op redelijke wijze en binnen een redelijke termijn nakomen en hun documentatie naar behoren gebruiken om zakelijke verrekenprijzen vast te stellen.
8.Teneinde een uniforme en effectieve toepassing van deze gedragscode te garanderen, dienen de lidstaten jaarlijks verslag uit te brengen bij de Commissie van alle maatregelen die zij hebben genomen naar aanleiding van deze code en de praktische werking ervan.
BIJLAGE BIJ DE GEDRAGSCODE INZAKE VERREKENPRIJSDOCUMENTATIE VOOR GELIEERDE ONDERNEMINGEN IN DE EUROPESE UNIE (EU-TPD)
AFDELING 1 - INHOUD VAN DE EU-TPD
1.De gestandaardiseerde en samenhangende EU-TPD van een multinationaal concern omvat twee hoofdcomponenten : (i) één pakket documentatie met gemeenschappelijke gestandaardiseerde gegevens die relevant zijn voor alle EU-onderdelen van een multinationaal concern (de "masterfile"), en (ii) verschillende pakketten gestandaardiseerde documentatie met landenspecifieke gegevens ("landenspecifieke documentatie"). De EU-TPD moet voldoende gedetailleerd zijn om een belastingdienst in staat te stellen een risicobeoordeling te verrichten voor een case-selectie of bij het begin van een belastingcontrole, relevante en gerichte vragen te stellen met betrekking tot de verrekenprijzen van het concern, en de verrekenprijzen voor de transacties binnen de groep te beoordelen. Behoudens de bepalingen in paragraaf 31 stelt de onderneming voor elke betrokken lidstaat één enkel dossier op dat bestaat uit de gemeenschappelijke masterfile die in alle betrokken lidstaten wordt gebruikt, en het landenspecifieke documentatiepakket voor elke lidstaat apart.
2.In de EU-TPD moeten alle onderstaande gegevens worden verstrekt rekening houdende met de complexiteit van de onderneming en de transacties. Er moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van informatie die binnen de groep reeds aanwezig is (bijvoorbeeld voor beheersdoeleinden). Van een multinationaal concern mag evenwel worden geëist dat het voor dit doel documentatie opstelt die anders niet zou bestaan.
3.De EU-TPD omvat alle in de EU gevestigde concernonderdelen en documenteert tevens concerntransacties tussen buiten de EU gevestigde ondernemingen en in de EU gevestigde concernonderdelen.
4.Masterfile
4.1.De "masterfile" moet bij de economische realiteit van de onderneming aansluiten en een voor alle betrokken EU-lidstaten relevante en beschikbare "blauwdruk" vormen van het multinationale concern en de verrekenprijsmethode die het hanteert.
4.2.De masterfile moet de volgende elementen omvatten :
a)een algemene omschrijving van de onderneming en de bedrijfsstrategie, inclusief wijzigingen van de bedrijfsstrategie ten opzichte van het voorgaande belastingjaar;
b)een algemene omschrijving van de organisatorische, juridische en operationele structuur van het multinationale concern (inclusief een organisatieschema, een lijst van concernonderdelen en een omschrijving van de deelneming van de moedermaatschappij in de dochterondernemingen);
c)de algemene identificatie van de gelieerde ondernemingen die betrokken zijn bij concerntransacties met ondernemingen in de EU;
d)een algemene omschrijving van de concerntransacties met gelieerde ondernemingen in de EU, d.w.z. een algemene omschrijving van :
(i)de transactiestromen (materiële en immateriële activa, diensten, financiële stromen),
(ii)de factuurstromen, en
(iii)de waarde van de transactiestromen;
e)een algemene omschrijving van uitgeoefende functies en gelopen risico's en een omschrijving van wijzigingen in functies en risico's ten opzichte van het voorgaande belastingjaar, bijvoorbeeld omschakeling van volledige distributie naar commissiehandel;
f)de eigendom van immateriële activa (octrooien, handelsmerken, merknamen, kennis enz.) en betaalde of ontvangen royalty's;
g)het verrekenprijsbeleid van het multinationale concern voor transacties binnen de groep of een omschrijving van de verrekenprijsmethode van het concern waarin de zakelijke grondslag van de interne verrekenprijzen wordt verduidelijkt;
h)een lijst van zogenaamde cost contribution agreements, APA's en rulings inzake verrekenprijsaspecten die betrekking hebben op EU-concernonderdelen; en
i)een verklaring van elke binnenlandse belastingplichtige waarin deze zich ertoe verbindt op verzoek extra informatie te verstrekken binnen een redelijke termijn overeenkomstig de nationale regels.
5.Landenspecifieke documentatie
5.1.De landenspecifieke documentatie vormt een aanvulling op de masterfile. Samen vormen zij het documentatiedossier voor de relevante EU-lidstaat. De landenspecifieke documentatie zou toegankelijk zijn voor de belastingdiensten die er een rechtmatig belang bij hebben dat de transacties waarop de documentatie betrekking heeft, een passende fiscale behandeling krijgen.
5.2.De landenspecifieke documentatie moet, ter aanvulling van de masterfile, de volgende elementen omvatten :
a)een gedetailleerde omschrijving van de onderneming en de bedrijfsstrategie, inclusief wijzigingen van de bedrijfsstrategie ten opzichte van het voorgaande belastingjaar; en
b)informatie over, d.w.z. een omschrijving en een verduidelijking van, landenspecifieke concerntransacties, inclusief :
(i)de transactiestromen (materiële en immateriële activa, diensten, financiële stromen),
(ii)de factuurstromen, en
(iii)de waarde van de transactiestromen;
c)een vergelijkbaarheidsanalyse, d.w.z. :
(i)kenmerken van goederen en diensten,
(ii)functionele analyse (uitgeoefende functies, gebruikte activa, gelopen risico's),
(iii)contractuele voorwaarden,
(iv)economische omstandigheden, en
(v)specifieke bedrijfsstrategieën;
d)een toelichting op de keuze voor en de toepassing van de verrekenprijsmethode(n), dat wil zeggen de reden waarom voor een specifieke verrekenprijsmethode is gekozen en de wijze waarop deze is toegepast;
e)relevante informatie over interne en/of externe vergelijkingspunten indien deze beschikbaar zijn; en
f)een omschrijving van de implementatie en toepassing van het verrekenprijsbeleid van het concern voor interne transacties.
6.Een multinationaal concern moet de mogelijkheid hebben om elementen in de masterfile op te nemen in plaats van in de landenspecifieke documentatie, waarbij deze evenwel even gedetailleerd moeten blijven als in de landenspecifieke documentatie. De landenspecifieke documentatie moet worden opgesteld in een taal die wordt voorgeschreven door de specifieke lidstaat in kwestie, ook als het concern ervoor kiest de landenspecifieke documentatie in de masterfile op te nemen.
7.Landenspecifieke gegevens en documenten die betrekking hebben op een concerntransactie waarbij een of meer lidstaten zijn betrokken, moeten ofwel in de landenspecifieke documentatie van alle betrokken lidstaten ofwel in de gemeenschappelijke masterfile worden opgenomen.
8.Een multinationaal concern moet de mogelijkheid hebben om de landenspecifieke documentatie op te stellen in de vorm van één documentatiepakket (met informatie over alle bedrijven in dat land) of in aparte dossiers voor ieder bedrijf of geheel van activiteiten in dat land.
9.De landenspecifieke documentatie moet worden opgesteld in een taal die door de specifieke lidstaat in kwestie is voorgeschreven.
AFDELING 2 - ALGEMENE VOORSCHRIFTEN EN VERPLICHTINGEN VOOR MULTINATIONALE CONCERNS
10.Het staat multinationale concerns vrij al dan niet gebruik te maken van de EU-TPD. Een multinationaal concern mag evenwel niet willekeurig omschakelen tussen de EU-TPD en andere documentatiemethoden, maar dient deze methode consistent toe te passen in de gehele EU en gedurende het gehele jaar.
11.Een multinationaal concern dat besluit de EU-TPD-methode toe te passen, dient dit in de regel te doen voor alle gelieerde ondernemingen die betrokken zijn bij concerntransacties met ondernemingen in de EU waarvoor verrekenprijsregels gelden. Behoudens de bepalingen in paragraaf 31 dient een multinationaal concern dat voor de EU-TPD kiest, derhalve de in afdeling 1 genoemde documentatie te bewaren voor alle concernonderdelen in de betrokken lidstaat, inclusief vaste inrichtingen.
12.Wanneer een multinationaal concern besloten heeft in een bepaald belastingjaar de EU-TPD te volgen, moet ieder onderdeel van het concern zijn respectieve belastingdienst daarvan in kennis stellen.
13.Multinationale concerns moeten zich ertoe verbinden de masterfile tijdig op te stellen om aan alle gerechtvaardigde verzoeken van een van de betrokken belastingdiensten te kunnen voldoen.
14.De belastingplichtige in een bepaalde lidstaat moet zijn EU-TPD, op verzoek van een belastingdienst, binnen een redelijke termijn, rekening houdende met de complexiteit van de transacties, ter beschikking stellen.
15.De verplichting om documentatie ter beschikking te stellen van de belastingdienst, berust bij de belastingplichtige die de belastingaangifte moet indienen en die een sanctie zou krijgen indien er geen passende documentatie ter beschikking werd gesteld. Dit is ook het geval wanneer de documentatie opgesteld en bewaard wordt door één concernonderdeel ten behoeve van een ander. Wanneer een multinationaal concern voor de EU-TPD kiest, betekent dit dat het zich jegens alle gelieerde ondernemingen in de EU ertoe verbindt om de masterfile en de respectieve landenspecifieke documentatie ter beschikking te stellen van zijn nationale belastingdienst.
16.Wanneer een belastingplichtige in zijn belastingaangifte de winst op zijn jaarrekening corrigeert naar aanleiding van de toepassing van het zakelijkheidsbeginsel, moet hij de berekening van die correctie kunnen documenteren.
17.De aggregatie van transacties moet op consistente wijze geschieden, inzichtelijk zijn voor de belastingdienst en worden verricht in overeenstemming met paragraaf 1.42 van de OESO-richtlijnen voor verrekenprijzen (die bepalen dat transacties die zo nauw met elkaar zijn verbonden of elkaar opvolgen dat zij afzonderlijk niet juist kunnen worden beoordeeld, mogen worden geaggregeerd). Deze regels moeten op redelijke wijze worden toegepast, waarbij met name rekening wordt gehouden met het aantal en de complexiteit van de transacties.
AFDELING 3 - ALGEMENE VOORSCHRIFTEN EN VERPLICHTINGEN VOOR LIDSTATEN
18.Aangezien de EU-TPD een basispakket van gegevens voor de beoordeling van de verrekenprijzen van een multinationaal concern is, kan een lidstaat in zijn nationale wetgeving bepalen dat, op verzoek of in het kader van een belastingcontrole, de EU-TPD moet worden aangevuld met verdere gegevens en documenten.
19.De termijn voor het verstrekken van verdere gegevens en documenten op specifiek verzoek (zie paragraaf 18) moet geval per geval worden vastgesteld in het licht van de hoeveelheid en de gedetailleerdheid van de gevraagde gegevens en documenten. Afhankelijk van specifieke plaatselijke regels dient de belastingplichtige een redelijke termijn te krijgen (die kan variëren naar gelang van de complexiteit van de transactie) om de aanvullende gegevens te verzamelen.
20.Belastingplichtigen voorkomen sancties wegens ontoereikende medewerking wanneer zij ermee hebben ingestemd de EU-TPD-methode te hanteren en zij op specifiek verzoek of bij een belastingcontrole op redelijke wijze en binnen een redelijke termijn aanvullende informatie en documenten verstrekken die niet in EU-TPD worden verlangd (zie paragraaf 18).
21.Belastingplichtigen dienen hun EU-TPD, dat wil zeggen de masterfile en de landenspecifieke documentatie, slechts bij het begin van een belastingcontrole of op specifiek verzoek aan de belastingdienst voor te leggen.
22.Wanneer een lidstaat eist dat een belastingplichtige bij zijn belastingaangifte informatie over verrekenprijzen verstrekt, mag dit niet meer behelzen dan een korte vragenlijst of een relevant risicobeoordelingsformulier.
23.Documenten hoeven niet noodzakelijk altijd in de landstaal te worden vertaald. Teneinde de kosten en vertragingen als gevolg van vertalingen zo veel mogelijk te beperken, moeten de lidstaten zoveel mogelijk documenten in een vreemde taal aanvaarden. Wat de EU-verrekenprijsdocumentatie betreft, dienen de belastingdiensten bereid te zijn de masterfile te aanvaarden in een taal die door alle betrokken lidstaten wordt begrepen. Masterfiles hoeven slechts te worden vertaald wanneer dat absoluut noodzakelijk is en specifiek daarom wordt verzocht.
24.De lidstaten mogen belastingplichtigen niet verplichten om de documentatie langer dan een redelijke termijn te bewaren, die in overeenstemming is met de nationale wettelijke verplichtingen van toepassing daar waar de belastingplichtige belastbaar is, ongeacht de plaats waar de documentatie, of een deel ervan, wordt bewaard.
25.De lidstaten dienen bij de beoordeling van vergelijkingspunten uit het binnen- of buitenland rekening te houden met de specifieke feiten en omstandigheden van een geval. Zo mogen bijvoorbeeld vergelijkingspunten uit pan-Europese databanken niet automatisch worden verworpen, of mag het gebruik van vergelijkingspunten uit het buitenland op zich er niet toe leiden dat een belastingplichtige wordt bestraft wegens het niet-naleven van documentatieverplichtingen.
AFDELING 4 - ALGEMENE VOORSCHRIFTEN EN VERPLICHTINGEN VOOR MULTINATIONALE CONCERNS EN LIDSTATEN
26.Wanneer documentatie die is opgesteld voor een tijdvak, ook voor latere tijdvakken relevant blijft en nog steeds de zakelijke grondslag van prijzen onderbouwt, kan het dienstig zijn in de documentatie voor latere tijdvakken te verwijzen naar de vroegere documentatie in plaats van deze opnieuw op te nemen.
27.Het is niet nodig de documentatie die gebruikt is bij onderhandelingen tussen ondernemingen die op zakelijke grondslag optreden (bijvoorbeeld bij de verstrekking van een leenfaciliteit of de afsluiting van een groot contract), in de documentatie te reproduceren, mits deze adequate gegevens omvat waarmee de zakelijke grondslag van de prijsstelling kan worden beoordeeld.
28.De door een onderneming voor te leggen documentatie kan verschillen naargelang zij een dochter- dan wel een moedermaatschappij binnen het concern is, dat wil zeggen dat een dochtermaatschappij normaal geen gegevens hoeft te verstrekken over alle grensoverschrijdende verhoudingen en transacties tussen gelieerde ondernemingen binnen een multinationaal concern, maar slechts over de verhoudingen en transacties die ter zake doen voor de dochtermaatschappij in kwestie.
29.Het mag voor belastingdiensten geen enkele rol spelen waar een belastingplichtige zijn documentatie opstelt en bewaart, voorzover deze toereikend is en de betrokken belastingdiensten desgevraagd tijdig ter beschikking wordt gesteld. Belastingplichtigen moeten hun documentatie, inclusief hun EU-verrekenprijsdocumentatie, derhalve op gecentraliseerde of gedecentraliseerde wijze kunnen bewaren.
30.Het moet aan de belastingplichtigen worden overgelaten om te bepalen hoe de documentatie wordt bewaard - op papier, in elektronische vorm of anderszins -, op voorwaarde dat deze op redelijke wijze aan de belastingdiensten ter beschikking kan worden gesteld.
31.In naar behoren gemotiveerde gevallen, bijvoorbeeld wanneer een multinationaal concern een gedecentraliseerde organisatorische, juridische of operationele structuur heeft of bestaat uit verschillende grote afdelingen die totaal verschillende productgroepen en een eigen verrekenprijsbeleid hebben of geen interne transacties binnen de groep verrichten, en ook in het geval van een pas verworven bedrijf, moet een multinationaal concern de mogelijkheid worden geboden om meer dan een masterfile op te stellen of bepaalde concernonderdelen niet in de EU-TPD te betrekken.
AFDELING 5 - WOORDENLIJST
MULTINATIONALE ONDERNEMING EN MULTINATIONAAL CONCERN
Overeenkomstig de OESO-richtlijnen voor verrekenprijzen is :

  • een multinationale onderneming een onderneming die deel uitmaakt van een multinationaal concern;
  • een multinationaal concern een groep van gelieerde ondernemingen met bedrijfsvestigingen in twee of meer landen.
GESTANDAARDISEERDE DOCUMENTATIE
Een reeks uniforme voor de gehele EU geldende voorschriften met betrekking tot documentatieverplichtingen volgens welke alle ondernemingen in de EU een eigen specifieke documentatie samenstellen. Doel van deze meer normatieve aanpak is te komen tot een gedecentraliseerd, maar gestandaardiseerd documentatiepakket, dat wil zeggen dat iedere eenheid binnen een multinationaal concern zijn eigen documentatie opstelt maar volgens dezelfde regels.

GECENTRALISEERDE (MONDIAAL GEÏNTEGREERDE) DOCUMENTATIE
Eén enkel documentatiepakket (basisdocumentatie) op mondiale of regionale basis, opgesteld door de moedermaatschappij of het hoofdkantoor van een groep ondernemingen op een gestandaardiseerde en consistente wijze voor de gehele EU. Dit documentatiepakket kan dienen als basis voor het opstellen van lokale landendocumentatie aan de hand van lokale en centrale gegevensbronnen.

EU-VERREKENPRIJSDOCUMENTATIE (EU-TPD)
In de EU-verrekenprijsdocumentatiemethode (EU-TPD) worden elementen van de gestandaardiseerde en de gecentraliseerde (mondiaal geïntegreerde) documentatiemethode met elkaar gecombineerd. Een multinationaal concern stelt één pakket van gestandaardiseerde en samenhangende verrekenprijsdocumentatie op dat twee hoofdcomponenten omvat : (i) één uniform documentatiepakket met gemeenschappelijke gestandaardiseerde gegevens die relevant zijn voor alle EU-concernonderdelen (de "masterfile"), en (ii) verschillende pakketten gestandaardiseerde documentatie met landenspecifieke gegevens ("landenspecifieke documentatie"). Het documentatiepakket voor een bepaald land zou dus bestaan uit de gemeenschappelijke "masterfile", aangevuld met de gestandaardiseerde "landenspecifieke documentatie" voor dat land.

SANCTIE WEGENS NIET-NALEVING VAN DOCUMENTATIEVERPLICHTINGEN
Een bestuurlijke (of civielrechtelijke) sanctie die wordt opgelegd wegens niet-naleving van de EU-TPD-verplichtingen of de nationale documentatieverplichtingen van een lidstaat (naar gelang van de verplichtingen waartoe een multinationaal concern zich heeft verbonden) op het tijdstip waarop de EU-TPD of de door een lidstaat vereiste nationale documentatie ter beschikking van de belastingdienst had moeten worden gesteld.

SANCTIE WEGENS ONTOEREIKENDE MEDEWERKING
Een bestuurlijke (of civielrechtelijke) sanctie die wordt opgelegd wegens het niet tijdig naleven van een specifiek verzoek van een belastingdienst om, aanvullend op de EU-TPD of de nationale documentatievereisten van een lidstaat (naar gelang van de verplichtingen waartoe een multinationaal concern zich heeft verbonden), verdere gegevens of documenten te verstrekken.

SANCTIE NAAR AANLEIDING VAN CORRECTIE
Een sanctie die wordt opgelegd wegens niet-naleving van het zakelijkheidsbeginsel, doorgaans in de vorm van een toeslag tegen een vast bedrag of een bepaald percentage van de verrekenprijscorrectie of de niet-aangegeven belastingsom.