Circulaire AAFisc Nr. 30/2014 (nr. Ci.RH.243/633.725) d.d. 15.07.2014
Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB/VENB
Personenbelasting - Vennootschapsbelasting
Beroepskosten
Autokosten
Voordeel van alle aard
Beperking van de kosten van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen ter beschikking gesteld van derden wanneer het overeenstemmende voordeel van alle aard voor die derden een belastbaar bestanddeel vormt.
1. Deze circulaire betreft de beperking van de kosten van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen bedoeld in art. 65, WIB 92 (hierna auto's genoemd) die ter beschikking worden gesteld van derden wanneer het overeenstemmende voordeel van alle aard voor die derden een belastbaar bestanddeel vormt. Die circulaire sluit aan bij, onder andere, de PV nr. 138 van 07.03.2013, gesteld door Volksvertegenwoordiger D. Van der Maelen (Bull. VA nr. 53 158, blz. 178).
2. In de PB bepaalt art. 66, § 1, WIB 92, dat de beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de betreffende auto's slechts tot 75% aftrekbaar zijn (op die regel zijn evenwel afwijkingen bepaald in art. 66, § 2, WIB 92, voor de kosten met betrekking tot bepaalde voertuigen - taxi's, enz. -, en in art. 66, § 4, WIB 92, voor de kosten met betrekking tot de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling).
In de Ven.B bepaalt art. 198bis, WIB 92, het aftrekpercentage van de kosten met betrekking tot die auto's, met uitzondering van de brandstofkosten (waarvoor de aftrek beperkt blijft tot 75%).
3. De nrs. 66/41 en 195/109, Com.IB 92, bepalen dat het om dubbele belasting te vermijden past om het gedeelte van de kosten met betrekking tot het gebruik van een voertuig door een derde, niet te beperken wanneer het overeenstemmende voordeel van alle aard voor die derde een belastbaar bestanddeel vormt.
4. Sinds 01.01.2012 is het bedrag van het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde auto niet langer verbonden met het aantal km afgelegd voor persoonlijke doeleinden, waardoor de bovenbedoelde richtlijnen moeilijker zijn toe te passen op de betreffende autokosten die vanaf die datum zijn gedaan of gedragen.
Om dubbele belasting te vermijden is beslist dat de kosten met betrekking tot het gebruik van een auto door een derde niet als autokosten moeten worden beschouwd ten belope van het bedrag van het voordeel van alle aard dat voor die derde belastbaar is.
5. Om het belastingstelsel dat op de betreffende autokosten van toepassing is te bepalen, is het dan ook aangewezen om als volgt te werk te gaan:
- in de PB moet het voordeel van alle aard worden afgetrokken van het totaal van de beroepskosten met betrekking tot de ter beschikking gestelde auto; het eventuele saldo is onderworpen aan de beperking tot 75%;
- in de Ven.B moet het voordeel worden uitgesplitst in een gedeelte dat betrekking heeft op de brandstofkosten en een gedeelte dat op de andere kosten betrekking heeft. De totale brandstofkosten, met uitzondering van het gedeelte dat in het voordeel van alle aard begrepen is, zijn aftrekbaar ten belope van 75%. Het totaal van de andere kosten is, na aftrek van het gedeelte begrepen in het voordeel van alle aard, aftrekbaar ten belope van het percentage bepaald in art. 198bis, WIB 92.
Het bedrag dat overeenstemt met het voordeel van alle aard, in voorkomend geval beperkt tot het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten m.b.t. de ter beschikking gestelde auto, is anderzijds voor 100% als beroepskosten aftrekbaar (voor zover het bedrag van het voordeel van alle aard is vermeld op een individuele fiche op naam van de persoon aan wie de auto ter beschikking is gesteld).
6. Deze circulaire is van toepassing op de kosten gemaakt vanaf 01.01.2012.
7. Indien ondanks het feit dat het aantal km afgelegd voor privédoeleinden geen rol meer speelt bij het vaststellen van het belastbare voordeel van alle aard, de werkgever/vennootschap kan aantonen welk gedeelte van de gemaakte kosten op het privégebruik van de auto betrekking heeft, mag hij, in plaats van bovenvermelde werkwijze, ook de bepalingen van de nrs. 66/41 en 195/109, Com.IB 92 blijven toepassen.
De Minister,
Koen GEENS
