Aanschrijving nr. 111 dd. 30.11.1972

AANSCHRIJVING 72/111

Aanschrijving nr. 111 dd. 30.11.1972


Koninklijk besluit van 14 november 1972

In het Belgisch Staatsblad van 22 november 1972 is het koninklijk besluit nr. 32, verschenen van 14 november 1972, met betrekking tot de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de handelingen verricht tijdens het laatste aangiftetijdvak van het kalenderjaar. Dit besluit werd genomen ter uitvoering van artikel 50, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (z. aanschr. nr. 2794), zoals het werd gewijzigd door artikel 1 van de wet van 26 maart 1971 (z. aanschr. nr. 2879).

Hierna volgt een beknopte bespreking van dit besluit, dat inwerking treedt op 1 december 1972.

1. Voorafgaande opmerking.

Het koninklijk besluit nr. 32, van 14 november 1972, houdt in de tijd geen enkele beperking in.

Het voorschot dat de bedoelde belastingplichtigen moeten storten in december betreffende de belasting verschuldigd over de handelingen van die maand, moet niet alleen worden betaald in 1972, maar eveneens de volgende jaren.

2. Bedoelde belastingplichtigen.

Artikel 1 van het besluit vermeldt de belastingplichtigen die dit voorschot moeten voldoen, te weten diegenen die per 1 december van het betrokken jaar ertoe gehouden zijn maandelijkse aangiften inzake de belasting over de toegevoegde in te dienen, hetzij ingevolge artikel 16, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, hetzij omdat zij vrijwillig hebben verkozen maandelijkse aangiften in te dienen.

Worden dus door dit artikel bedoeld, eensdeels, de belastingplichtigen wiens jaarlijks omzetcijfer, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, vijf miljoen overtreft, en, anderdeels, de belastingplichtigen wiens jaarlijks omzetcijfer dit bedrag niet overtreft, maar die gebruik maakten van de mogelijkheid voorzien in de aanschrijving van 9 juli 1971, nr. 111, en bijgevolg maandelijkse aangiften indienen in plaats van kwartaalaangiften.

Deze belastingplichtigen moeten bovendien hun werkzaamheid aangevangen hebben op 1 december van het betrokken jaar. Diegenen die hun werkzaamheid stopzetten in de loop van de maand december zijn er niettemin toe gehouden het voorschot te betalen. Diegenen die hun werkzaamheid aanvangen in de maand december zijn er niet toe gehouden.

3. Bedrag van het voorschot.

Artikel 2 van het besluit bepaalt dat het bedrag van het voorschot gelijk is aan de belasting die door de belastingplichtige verschuldigd is over zijn handelingen van de maand november van het betrokken jaar, verminderd met het bedrag van de met het zegel gelijkgestelde taksen waarvoor hij in de loop van de maand oktober van hetzelfde jaar gecrediteerd werd als ontheffing van de goederen in voorraad

De belasting die verschuldigd is over de handelingen van de maand november is, in feite, het bedrag van het vak 41 van de aangifte die in december moet ingediend worden. Anderdeels is het bedrag van de ontheffing van de voorraden opgenomen onder de code D op het kwartaaluittreksel nr. 671 dat de toestand van de BTW-rekening opgeeft per 31 oktober.

Dit uittreksel werd aan de belastingplichtige overgemaakt in de loop van de maand november.

Voor de vaststelling van het bedrag van het voorschot mag er geen rekening gehouden worden met krediet dat voortspruit uit de eindafrekening van de in november ingediende aangifte voor de handelingen van de maand oktober, maar dit kredit wordt in aanmerking genomen voor de berekening van het globale in december te betalen bedrag, dat zelf samengesteld wordt door het bedrag van het voorschot en het bedrag van de belasting die verschuldigd is over de handelingen van de maand november (z. nr. 4, tweede lid).

Rekening gehouden met het voorafgaande, moet nochtans de belastingplichtige die per 1 december ertoe gehouden is maandelijkse BTW-aangiften in te dienen geen voorschot betalen :

1° wanneer zijn aangifte voor de handelingen van de maand november sluit met een belastingcredit (geen inschrijving van een bedrag in vak 41, maar wel in vak 42 van de in december in te dienen aangifte);

2° wanneer het bedrag van de ontheffing van de voorraden gelijk is aan of groter is dan het bedrag vermeld in vak 41 van de in december in te dienen aangifte.

4. Modaliteiten van de betaling van het voorschot.

Bij toepassing van artikel 3 van het besluit, betaalt de belastingplichtige op de postrekening nr. 9.99 van de BTW-Ontvangsten te Brussel, in eenmaal en uiterlijk op de twintigste dag van de maand december van het betrokken jaar, het bedrag van het voorschot alsmede de belasting verschuldigd over zijn handelingen van de maand november.

Het is duidelijk dat de belastingplichtige wiens rekening-courant een kredit zou vertonen op het tijdstip van de betaling, zijn betaling tot het passende beloop mag verminderen.

In de praktijk mag de belastingplichtige hetgeen hij verschuldigd berekenen in kader VI van de in december in te dienen aangifte, door als volgt te handelen.

a) Hij gebruikt, zoals gewoonlijk en naargelang het geval, kolom 1 of kolom 2 van de letter A.

b) Hij hoeft geen bedrag te vermelden onder de letter B, daar met het bedrag van de ontheffing van de voorraden, reeds rekening werd gehouden bij het vaststellen van het bedrag van het voorschot.

c) Tussen de letter B en de letter C, last hij een rubriek "voorschot voor december" in, en vermeldt in kolom 1 tegenover die rubriek, het bedrag van het voorschot berekend op de manier opgegeven onder 3° hiervoor.

d) Hij gebruikt zoals gewoonlijk letter C; hij vermeldt daar inzonderheid het kredit dat blijkt uit de eindafrekening van de aangifte ingediend in november (z. nr. 3, derde lid, en nr. 4, tweede lid).

Correlatief mag de belastingplichtige op navolgende wijze de eindafrekening opmaken van de in januari in te dienen aangifte, betreffende de handelingen van december.

a) Hij gebruikt zoals gewoonlijk letter A.

b) Hij vermeldt, zoals gewoonlijk, onder letter B het bedrag van de ontheffing van de voorraden.

c) Tussen de letter B en de letter C last hij een rubriek "aangegeven voorschot in december" in, en vermeldt in kolom 2 tegenover die rubriek, het bedrag van het voorschot ingeschreven in de eindafrekening van de in december ingediende aangifte voor de handelingen van november.

5. Sancties.

Overeenkomstig art 70, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde loopt de belastingplichtige, die de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 32, van 14 november 1972, overtreedt en die bijgevolg in december te weinig betaalt op de postrekening nr. 9.99 van BTW-Ontvangsten, een geldboete op gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting.

Bovendien is van rechtswege een verwijlinterest van 0,60 pct. per maand verschuldigd, dit krachtens artikel 91, § 1, van gezegd Wetboek.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
C. SCAILTEUR