Circulaire nr. Ci.RH.331/565.431 (AOIF 33/2005) van 21.04.2006

CIRC 21.04.06/1

BELASTINGVERMINDERING
Aandeel van de vennootschapwerkgeefster

PERSONENBELASTING
Belastingvermindering


Er is beslist om de toepassing van art. 145^1, 4°, WIB 92, uit te breiden tot de aandelen die een fractie van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen van alle vennootschappen, waarvan de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer is gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
ADDENDUM
bij de circulaire AOIF nr. 33/2005 van 23 augustus 2005, nr. Ci.RH.331/565.431


Aan alle ambtenaren.

1. Bij de circulaire AOIF nr. 33/2005 van 23 augustus 2005, nr. Ci.RH.331/565.431, werd er beslist om de toepassing van art. 145^1, 4°, WIB 92, uit te breiden tot de aandelen die een fractie van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen van alle vennootschappen die zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie en dit ingevolge de onverenigbaarheid van die bepaling met het principe van het vrij verkeer van kapitalen, opgenomen in art. 56, eerste lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap
(EG-verdrag).

2. De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER-Overeenkomst), die vanaf januari 1994 in werking is getreden, heeft echter tot gevolg gehad dat de vier basisvrijheden van de eenheidsmarkt van de Europese Unie, uitgebreid worden tot IJsland, Liechtenstein evenals tot Noorwegen. Het betreft inzonderheid :

  • het vrije verkeer van goederen;
  • het vrije verkeer van diensten;
  • het vrije verkeer van kapitaal;
  • het vrije verkeer van personen.
Het principe van het vrije verkeer van kapitaal binnen de Europese Economische Ruimte ligt meer bepaald vervat in art. 40 van de EER-Overeenkomst.

3. Er kan dus om dezelfde redenen een onverenigbaarheid worden vastgesteld tussen art. 145^1, 4°, WIB 92, en het principe van het vrij kapitaalverkeer dat door de EER-Overeenkomst wordt gewaarborgd. Daarom is uiteindelijk beslist om de toepassing van dat art. 145^1, 4°, WIB 92, uit te breiden tot de aandelen die een fractie van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen van alle vennootschappen, waarvan de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer is gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, namelijk ofwel in één van de 25 lidstaten van de Europese Unie, ofwel in IJsland, Liechtenstein of Noorwegen. De tekst van art. 145^1, 4°, WIB 92, zou overigens eerlang in die zin moeten worden aangepast.

Voor het overige blijven alle voorwaarden en grenzen vermeld in de art. 145^1, 4°, 145^2 en 145^7, WIB 92, onveranderd van toepassing.

4. Deze beslissing vervangt de beslissing die werd opgenomen onder punt 15 van voormelde circulaire AOIF nr. 33/2005 van 23 augustus 2005 en is onmiddellijk van toepassing en dit in elk stadium van de procedure.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering,
De Directeur,

S. QUINTENS