Circulaire 2020/C/75 over de belastingvermindering Tax shelter voor startende ondernemingen (vennootschappen)
Deze circulaire bevat FAQ over de belastingvermindering voor de verwerving van aandelen van startende ondernemingen. Art.145^26, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en art. 63^12/1, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB92.
personenbelasting ; belastingvermindering ; tax shelter start-ups ; startende vennootschappen ; faq
FOD Financiën, 29.05.2020
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
Deze FAQ werden bijgewerkt tot en met aanslagjaar 2020.
Inhoudstafel
1.1. Wat is de tax shelter voor startende ondernemingen (vennootschappen)?
1.2. Vanaf wanneer is deze nieuwe belastingvermindering in werking getreden?
1.3. Anti-rechtsmisbruik bepaling
2.1. Wie heeft recht op de belastingvermindering?
2.2. Hoe evolueerde de uitsluiting van bedrijfsleiders in de tijd?
2.3. Kan de echtgenoot/echtgenote van een bedrijfsleider van de startende vennootschap recht hebben op de belastingvermindering?
3.1. Wat betekent 'startende'?
3.2. Welke datum bepaalt of de kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting van de vennootschap plaatsvindt?
3.3. Wanneer is er sprake van een voortzetting van een werkzaamheid?
3.4. Welke vennootschappen worden beoogd?
3.5. Wat wordt bedoeld met 'kleine vennootschap'?
3.6. Wat met microvennootschappen?
3.7. Wat wordt bedoeld met verbonden vennootschappen?
3.8. Hoe wordt de omzet berekend voor vennootschappen met een boekjaar van minder of meer dan twaalf maanden?
3.9. Wat zijn de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER)?
3.10. Kan een vereniging zonder winstoogmerk aanspraak maken op de maatregel?
3.11. Kunnen coöperatieve vennootschappen aanspraak maken op de maatregel?
4.1. Op welke manier kan ik in die vennootschappen investeren?
4.2. Welke aandelen van startende vennootschappen worden beoogd?
4.3. Wat is een crowdfundingplatform?
4.4. Wat is een nieuw beleggingsinstrument uitgegeven door een financieringsvehikel?
4.5. Wat is een openbaar startersfonds?
4.6. Wat is een private startersprivak?
4.7. Een startende onderneming geeft een verplicht converteerbare lening uit ten behoeve van een investeerder. Kan die investeerder op het moment van de conversie in aandelen genieten van de belastingvermindering?
4.8. Kunnen certificaten van aandelen recht geven op de belastingvermindering?
4.9. Kan de belastingvermindering worden toegekend als de aandelen niet volledig volstort zijn en de vennootschap het niet gestorte kapitaal later opvraagt?
4.10. Als wordt ingeschreven op aandelen op het einde van het jaar, en de betaling gebeurt het volgende jaar, wordt de belastingvermindering dan toegekend voor het jaar van inschrijving of voor het jaar van betaling?
4.11. Komen uitgiftepremies in aanmerking voor de berekening van het bedrag dat recht geeft op de belastingvermindering?
5.1. Aan welke investeringsvoorwaarden moeten het openbaar startersfonds en de private startersprivak voldoen?
5.2. Wat indien niet alle compartimenten van het openbaar startersfonds of de private startersprivak voldoen aan de investeringsvoorwaarden?
5.3. Aan welke wederbeleggingsvoorwaarden moeten het openbaar startersfonds en de private startersprivak voldoen?
6.1. Welke grenzen zijn bepaald voor de investeringen?
6.2. Wat zijn de percentages van de belastingvermindering?
6.3. Wanneer wordt de belastingvermindering toegekend als ik investeer via een private startersprivak of een openbaar startersfonds?
6.4. Kan de belastingvermindering worden terugbetaald of overgedragen naar een volgend belastbaar tijdperk als ze niet volledig kan worden aangerekend bij gebrek aan voldoende belastingen?
6.5. In welke gevallen is een belastingvermeerdering mogelijk?
6.6. Wat is de impact op de belastingvermindering wanneer ik mijn fiscale woonplaats gedurende het jaar overbreng van België naar een andere staat of omgekeerd?
7.1. Welke documenten moet ik ter verantwoording voorleggen?
7.2. Wat moeten de verantwoordingsstukken vermelden?
7.3. Mag het attest per e-mail aan de investeerder worden bezorgd, of moet dit per post?
7.4. Moeten de uitreikers van de attesten een kopie aan de administratie bezorgen?
1. Inleiding
Als alle voorwaarden zijn vervuld, krijgen de burgers die investeren in startende vennootschappen een belastingvermindering. Deze vermindering is van toepassing op de uitgaven voor het verwerven van aandelen van startende vennootschappen die worden uitgegeven vanaf 01.07.2015.
Zij wordt voorzien in artikel 145^26, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en in artikel 63^12/1, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92 (KB/WIB 92).
Deze belastingvermindering heeft wijzigingen ondergaan op het vlak van de voorwaarden die de vennootschappen en investeerders moeten respecteren (geen kapitaalvermindering in het verleden, uitsluiting van bedrijfsleiders, investeringslimiet van 100.000 euro, verplichting voor de uitreikers van de attesten om een kopie ervan via elektronische weg aan de administratie te bezorgen, impact van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen).
Deze wijzigingen werden ingevoerd door:
- de wet van 26.03.2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie (BS 30.03.2018, Ed. 2);
- de wet van 28.04.2019 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van artikel 1, § 1ter, van de wet van 05.04.1955 (BS 06.05.2019);
- het koninklijk besluit van 28.06.2019 tot uitvoering van artikelen 145^26/1 en 145^27, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot wijziging van het transmissiemiddel van bepaalde informatie naar de FOD Financiën (BS 08.07.2019);
- de wet van 17.03.2019 tot aanpassing van bepaalde federale fiscale bepalingen aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (BS 10.05.2019).
Er werden reeds FAQ gepubliceerd om toelichting te geven over deze vermindering in de personenbelasting. Die FAQ worden nu geactualiseerd en zijn hieronder hernomen.
1.1. Wat is de tax shelter voor startende ondernemingen (vennootschappen)?
Startende vennootschappen kunnen moeilijkheden ondervinden om kapitaal te verzamelen. Het doel is om particulier kapitaal te mobiliseren voor het verschaffen van risicokapitaal aan niet-beursgenoteerde kleine vennootschappen die met een financieringstekort kampen.
Om startende kleine vennootschappen te helpen, wordt een fiscale stimulans voorzien. Als alle voorwaarden zijn vervuld, krijgen de burgers die investeren in die vennootschappen een belastingvermindering van 30 % of 45 % (in het geval van microvennootschappen) van het geïnvesteerde bedrag.
De investering moet gebeuren naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of binnen de vier jaar na de oprichting ervan.
1.2. Vanaf wanneer is deze nieuwe belastingvermindering in werking getreden?
Deze vermindering is van toepassing op de uitgaven voor het verwerven van aandelen van startende vennootschappen die worden uitgegeven vanaf 01.07.2015.
1.3. Anti-rechtsmisbruik bepaling
Wanneer de voorgeschreven voorwaarden vervuld zijn, zal de belastingvermindering in principe van toepassing zijn volgens de verduidelijkingen gegeven in deze FAQ. Evenwel kan de administratie deze belastingvermindering weigeren in geval van fiscaal misbruik en dit op basis van de algemene anti-rechtsmisbruik bepaling (art. 344, § 1, WIB 92). In dat geval is ook een sanctie omwille van het indienen van een onjuiste aangifte van toepassing.
Voormelde wetsbepaling laat de administratie toe om op basis van onder andere vermoedens en objectieve omstandigheden bepaalde constructies aan te pakken. Meer bepaald moet de administratie geen rekening houden met rechtshandelingen die wezenlijk enkel als doelstelling hebben het verkrijgen van het belastingvoordeel en die de doelstelling van de bedoelde maatregel ondergraven.
2. Voor wie?
2.1. Wie heeft recht op de belastingvermindering?
Zowel de rijksinwoners (onderworpen aan de personenbelasting) als bepaalde niet-rijksinwoners (onderworpen aan en geregulariseerd in de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen) worden beoogd.
Deze maatregel kan echter geen voordeel brengen aan bedrijfsleiders (*) voor de investeringen in de vennootschap waarin zij rechtstreeks of onrechtstreeks hun activiteit van bedrijfsleider uitoefenen.
(*) bedoeld in artikel 32, eerste lid, WIB 92.
Deze uitsluiting is van toepassing op alle bedrijfsleiders:
- zaakvoerders, bestuurders, vereffenaars, gelijksoortige functies;
- zelfstandige directeurs.
Deze uitsluiting geldt ongeacht de manier van investeren.
Een bedrijfsleider heeft immers geen bijkomende stimulans nodig om in zijn eigen vennootschap te investeren.
Deze uitsluiting wordt in eerste instantie beoordeeld op het ogenblik van de kapitaalinbreng.
Na de inbreng mag de investeerder wel bedrijfsleider worden van de vennootschap waarin hij de kapitaalinbreng heeft gedaan, op voorwaarde dat hij daarvoor geen vergoeding verkrijgt. Deze voorwaarde geldt vanaf aanslagjaar 2019.
Wanneer deze voorwaarde niet wordt nageleefd gedurende de 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap, zal een belastingvermeerdering worden toegepast.
Die vermeerdering komt overeen met een gedeeltelijke terugname van de voorheen verleende belastingvermindering. Voor meer informatie hierover, zie FAQ '6.5. In welke gevallen is een belastingvermeerdering mogelijk?'
Deze uitsluiting is ook van toepassing op personen die onrechtstreeks een functie van bedrijfsleider uitoefenen:
- als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap;
- door tussenkomst van een andere vennootschap (aannemings- of lastgevingsovereenkomst) waarvan deze personen aandeelhouders zijn.
Voor het aanslagjaar 2019 was deze uitsluiting van toepassing op het ogenblik van de kapitaalinbreng.
Deze voorwaarde was niet van toepassing voor het behoud van de vermindering. In dat geval was er geen terugname van de belastingvermindering.
Vanaf aanslagjaar 2020 is deze uitsluiting niet enkel van toepassing op het ogenblik van de kapitaalinbreng, maar ook gedurende 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap. Er is geen uitzondering voorzien, de onbezoldigde bedrijfsleiders zijn dus ook uitgesloten.
Wanneer deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd gedurende de voormelde termijn van 48 maanden, zal een belastingvermeerdering worden toegepast.
Die vermeerdering komt overeen met een gedeeltelijke terugname van de voorheen verleende belastingvermindering. Voor meer informatie hierover, zie FAQ '6.5. In welke gevallen is een belastingvermeerdering mogelijk?'
Bovendien mag de vertegenwoordiging van het kapitaal van de startende vennootschap niet meer bedragen dan 30 %, ongeacht de manier van investeren.
Als dit wel het geval is, geven de betalingen waardoor een vertegenwoordiging van meer dan 30 % wordt bekomen, geen recht op de belastingvermindering.
De berekening van deze vertegenwoordiging van 30 % moet gebeuren op basis van het aantal aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen en, in voorkomend geval, in functie van de situatie na de kapitaalverhoging.
2.2. Hoe evolueerde de uitsluiting van bedrijfsleiders in de tijd?
Bedrijfsleiders zijn sinds het begin uitgesloten van de maatregel voor de investeringen in de vennootschap waarin zij rechtstreeks of onrechtstreeks hun activiteit van bedrijfsleider uitoefenen.
Die uitsluiting is verschillende keren gewijzigd en dit op een verschillende manier naargelang het type van bedrijfsleider. Ter vereenvoudiging wordt de eerste categorie hierna 'rechtstreekse bedrijfsleiders' (artikel 32, WIB 92) genoemd, en de tweede categorie 'onrechtstreekse bedrijfsleiders' (vaste vertegenwoordigers of aandeelhouders van een vennootschap die bedrijfsleider is van de start-up).
Voor meer uitleg over de betrokken bedrijfsleiders, zie FAQ '2.1. Wie heeft recht op de belastingvermindering?'.
1. 'Rechtstreekse' bedrijfsleiders
A. Vóór aanslagjaar 2019 (jaar 2018):
- uitsluiting op het ogenblik van de kapitaalinbreng (interpretatie van de wettekst);
- de voorwaarde geldt niet voor het behoud van de vermindering. Er is geen terugname van de vermindering voorzien als de voorwaarde nadien niet langer is vervuld.
B. Vanaf aanslagjaar 2019 (jaar 2018):
- uitsluiting in eerste instantie op het ogenblik van de kapitaalinbreng (voorzien door de wettekst);
- vervolgens, uitsluiting gedurende 48 maanden op straffe van terugname, behalve voor onbezoldigde bedrijfsleiders.
Voorbeeld:
Investering in 2016. Op het ogenblik van de kapitaalinbreng is de investeerder geen bedrijfsleider van de startende vennootschap waarin hij investeert.
Hij heeft recht op de belastingvermindering.
a. In 2017 wordt de investeerder een bezoldigd bedrijfsleider van de betrokken startende vennootschap. De belastingvermindering zal niet worden teruggenomen. Het niet-voldoen aan de voorwaarde vindt immers plaats in aanslagjaar 2018.
b. In 2018 wordt de investeerder een onbezoldigd bedrijfsleider van de betrokken startende vennootschap. De belastingvermindering zal niet worden teruggenomen. Het niet-voldoen aan de voorwaarde vindt plaats in aanslagjaar 2019, maar er is geen terugname voorzien voor onbezoldigde bedrijfsleiders.
c. In 2018 wordt de investeerder een bezoldigd bedrijfsleider van de betrokken startende vennootschap. De belastingvermindering zal gedeeltelijk worden teruggenomen.
2. 'Onrechtstreekse' bedrijfsleiders
A. Vóór aanslagjaar 2019 (jaar 2018):
- uitsluiting op het ogenblik van de kapitaalinbreng (interpretatie van de wettekst);
- de voorwaarde geldt niet voor het behoud van de vermindering. Er is geen terugname van de vermindering voorzien als de voorwaarde nadien niet langer is vervuld.
B. Aanslagjaar 2019:
- de uitsluiting op het ogenblik van de kapitaalinbreng is expliciet opgenomen in de wettekst;
- de voorwaarde geldt niet voor het behoud van de vermindering. De wet voorziet geen terugname van de belastingvermindering.
C. Vanaf aanslagjaar 2020 (jaar 2019)
- uitsluiting in eerste instantie op het ogenblik van de kapitaalinbreng;
- vervolgens, uitsluiting gedurende 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap. Er is geen uitzondering voorzien, dergelijke onbezoldigde bedrijfsleiders zijn dus ook uitgesloten.
Voorbeeld:
Investering in 2017. Op het ogenblik van de kapitaalinbreng is de investeerder geen onrechtstreeks bedrijfsleider van de startende vennootschap waarin hij investeert.
Hij heeft recht op de belastingvermindering.
a. In 2018 wordt de investeerder onrechtstreeks bedrijfsleider van de betrokken startende vennootschap. De belastingvermindering zal niet worden teruggenomen. Het niet-voldoen aan de voorwaarde vindt immers plaats in aanslagjaar 2019.
b. In 2019 wordt de investeerder onbezoldigd onrechtstreeks bedrijfsleider van de betrokken startende vennootschap. De belastingvermindering zal gedeeltelijk worden teruggenomen voor aanslagjaar 2020. Er is geen uitzondering voor onbezoldigde onrechtstreekse bedrijfsleiders.
c. In 2019 wordt de investeerder bezoldigd onrechtstreeks bedrijfsleider van de betrokken startende vennootschap. De belastingvermindering zal gedeeltelijk worden teruggenomen voor aanslagjaar 2020.
2.3. Kan de echtgenoot/echtgenote van een bedrijfsleider van de startende vennootschap recht hebben op de belastingvermindering?
Deze maatregel kan geen voordeel brengen aan bedrijfsleiders voor de investeringen in de vennootschap waarin zij rechtstreeks of onrechtstreeks hun activiteit van bedrijfsleider uitoefenen (voor meer uitleg hierover, zie FAQ 2.1. 'Wie heeft recht op de belastingvermindering?').
De echtgenoot/echtgenote van een dergelijke bedrijfsleider kan wel recht hebben op de volledige belastingvermindering voor de investeringen (*) waarop hij/zij heeft ingeschreven, indien uiteraard aan alle voorwaarden is voldaan.
(*) Het gaat, naargelang het geval, om nieuwe aandelen van een startende vennootschap, nieuwe beleggingsinstrumenten uitgegeven door een financieringsvehikel, nieuwe rechten van deelneming van een openbaar startersfonds of nieuwe rechten van deelneming van een private startersprivak. Voor meer informatie over de verschillende manieren van investeren, zie FAQ 4.1. tot 4.11., gegroepeerd onder titel '4. Hoe investeren?'.
Het attest moet opgesteld worden op naam van de echtgenoot/echtgenote die heeft ingeschreven op de investeringen.
Het huwelijksvermogensstelsel moet niet worden onderzocht, en evenmin wie de uitgave heeft gedragen.
Hetzelfde principe geldt voor alle types van bedrijfsleiders:
- 'Rechtstreekse' bedrijfsleiders;
- 'Onrechtstreekse' bedrijfsleiders (vaste vertegenwoordigers of aandeelhouders van een vennootschap die bedrijfsleider is van de start-up).
3. Welke vennootschappen?
3.1. Wat betekent 'startende'?
De investering moet gebeuren naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of naar aanleiding van een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting ervan. Het gaat in beide gevallen om vennootschappen die ten vroegste op 01.01.2013 werden opgericht.
Een vennootschap wordt geacht te zijn opgericht:
- op datum van de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie van de ondernemingsrechtbank;
- of op datum van een gelijkaardige registratieformaliteit in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
Wanneer de activiteit van de startende vennootschap bestaat uit de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijk persoon of een andere rechtspersoon, wordt de vennootschap respectievelijk geacht te zijn opgericht:
- op het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijk persoon;
- of op het ogenblik van de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon ter griffie van de ondernemingsrechtbank;
- of op het ogenblik van het vervullen van een gelijkaardige registratieformaliteit door die natuurlijke persoon of andere rechtspersoon in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
3.2. Welke datum bepaalt of de kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting van de vennootschap plaatsvindt?
Voor de vaststelling van deze datum wordt gekeken naar de datum van de inschrijving op de kapitaalverhoging en niet naar de datum van de effectieve storting.
3.3. Wanneer is er sprake van een voortzetting van een werkzaamheid?
De investering moet gebeuren naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of naar aanleiding van een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting ervan.
Wanneer de activiteit van de startende vennootschap bestaat uit de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, moet hiermee rekening worden gehouden om de datum van oprichting van de vennootschap te bepalen (zie FAQ 3.1. Wat betekent 'startende'?).
De vraag of er al dan niet sprake is van de voortzetting van een werkzaamheid, is een feitenkwestie die maar kan beoordeeld worden door de bevoegde taxatieagent aan de hand van het geheel van feiten en omstandigheden eigen aan het concrete geval.
Volgende criteria kunnen wijzen op een voortzetting door een vennootschap Y van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of rechtspersoon X:
- het feit dat vennootschap Y dezelfde activiteiten uitoefent als de natuurlijke persoon of rechtspersoon X, waarvan zij het geheel of een deel van de activa heeft overgenomen (vb.: wanneer de stock van een failliete vennootschap wordt overgekocht, kan dit erop wijzen dat de activiteit dezelfde is);
- het feit dat vennootschap Y haar activiteiten op dezelfde locatie uitoefent als de natuurlijke persoon of rechtspersoon X;
- het feit dat vennootschap Y en de natuurlijke persoon of rechtspersoon X dezelfde leveranciers hebben;
- het feit dat vennootschap Y en de natuurlijke persoon of rechtspersoon X dezelfde klanten hebben (vb.: wanneer het handelsfonds van een failliete vennootschap wordt overgekocht, kan dit erop wijzen dat de klanten, minstens gedeeltelijk, dezelfde zijn);
- het feit dat het personeel wordt overgedragen van de natuurlijke persoon of rechtspersoon X naar de vennootschap Y;
- het feit dat dezelfde persoon de zakelijke leiding over de twee vennootschappen uitoefent (vb.: de zaakvoerder van vennootschap X wordt benoemd als vaste vertegenwoordiger van de vennootschap Y);
- het feit dat het maatschappelijk doel van beide vennootschappen praktisch identiek is;
- het feit dat het kapitaal van de nieuw opgerichte vennootschap Y voor 50 % in handen is van vennootschap X.
Om een formeel akkoord te bekomen van de administratie in het kader van een gedetailleerd onderzoek van een voorgenomen verrichting, wordt aangeraden om een aanvraag tot ruling in te dienen bij de dienst voorafgaande beslissingen. U vindt de nodige informatie hierover op de website: https://www.ruling.be/nl.
3.4. Welke vennootschappen worden beoogd?
Startende kleine vennootschappen die gelijktijdig aan de volgende 11 voorwaarden voldoen:
1. Het moet gaan om een binnenlandse vennootschap of een vennootschap uit de Europese Economische Ruimte die in België over een 'Belgische inrichting' beschikt.
De vennootschap mag ten vroegste op 01.01.2013 zijn opgericht.
2. De vennootschap mag niet zijn opgericht in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen. In die gevallen gaat het immers niet om een startende vennootschap.
3. De vennootschap moet voldoen aan de definitie van een kleine vennootschap.
4. De vennootschap mag geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap zijn.
De vennootschap moet aan deze voorwaarde voldoen gedurende 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
5. De vennootschap mag geen 'vastgoedvennootschap' zijn.
Wat wordt bedoeld met een vastgoedvennootschap? Dit is een vennootschap met als statutair hoofddoel of als voornaamste activiteit de oprichting, de verwerving, het beheer, de verbouwing, de verkoop of de verhuur van vastgoed voor eigen rekening of het bezit van deelnemingen in vennootschappen met een soortgelijk doel.
De woorden 'voor eigen rekening' impliceren in het kader van deze wetsbepaling dat de onroerende goederen zijn geïnvesteerd in het patrimonium van de vennootschap (in de boekhouding opgenomen onder vaste activa). Voorbeeld: patrimoniumvennootschappen zijn uitgesloten.
Zijn eveneens uitgesloten, vennootschappen waarin onroerende goederen (of andere zakelijke rechten met betrekking tot dergelijke goederen) zijn ondergebracht waarvan een bedrijfsleider of diens echtgenoot of niet-ontvoogde minderjarige kinderen, het gebruik hebben.
Een startende vennootschap die eigenaar is van een onroerend goed waarin de bedrijfsleider (natuurlijk persoon) woont, is dus zonder meer uitgesloten.
Zijn daarentegen in principe toegelaten, indien uiteraard alle andere voorwaarden zijn vervuld:
- een vennootschap actief in de bouwsector die goederen renoveert of bouwt voor andere eigenaars;
- aannemers die gebouwen oprichten om deze vervolgens te verkopen;
- vennootschappen waarvan het statutair hoofddoel bemiddeling in onroerend goed is, d.w.z. makelaarskantoren die zich bezighouden met het zoeken van kopers voor goederen van anderen of met het beheren van de verhuur van goederen die aan anderen toebehoren.
De vennootschap moet aan deze voorwaarde voldoen gedurende 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
6. De vennootschap mag niet zijn opgericht met het oog op het afsluiten van management- of bestuurdersovereenkomsten of haar voornaamste bron van inkomsten halen uit management- of bestuurdersovereenkomsten.
De vennootschap moet aan deze voorwaarde voldoen gedurende 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
7. De vennootschap is niet beursgenoteerd. Beursgenoteerde vennootschappen hebben voldoende mogelijkheden om risicokapitaal aan te trekken.
8. De vennootschap mag, in het verleden, nog geen kapitaalvermindering hebben doorgevoerd of dividenden hebben uitgekeerd. Er kan worden verondersteld dat zij niet met een financieringstekort werden geconfronteerd.
In het geval van een coöperatieve vennootschap kan deze voorwaarde een specifiek probleem stellen.
Vanaf aanslagjaar 2019 is een uitzondering voorzien: kapitaalverminderingen zijn toegestaan indien zij gebeuren ter aanzuivering van een geleden verlies of om een reserve te vormen tot dekking van een voorzienbaar verlies.
9. De vennootschap maakt niet het voorwerp uit van een collectieve insolventieprocedure of bevindt zich niet in de voorwaarden van een collectieve insolventieprocedure.
10. De vennootschap mag de ontvangen sommen niet gebruiken voor de uitkering van dividenden of de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen.
De vennootschap moet aan deze voorwaarde voldoen gedurende 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
Dit belet evenwel de uitkering van dividenden aan aandeelhouders niet gedurende die periode, met dien verstande dat de sommen ontvangen in het kader van de belastingvermindering 'tax shelter' hier niet voor mogen dienen.
11. De vennootschap mag na de storting van de sommen door de belastingplichtige niet meer dan 250.000 euro fiscaal aangemoedigde inbrengen ontvangen hebben tijdens haar bestaan. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd.
De grens van 250.000 euro betreft dus enkel de investeringen die recht hebben gegeven op de belastingvermindering (het is bijvoorbeeld mogelijk dat bepaalde investeerders niet in aanmerking komen voor de belastingvermindering).
Wanneer deze grens wordt overschreden, geven enkel de eerste 250.000 euro die voldoen aan alle voorwaarden, recht op de belastingvermindering.
Boven deze limiet hebben investeerders geen recht meer op de belastingvermindering. Dit belet evenwel de belastingvermindering niet van belastingplichtigen die voorheen hebben geïnvesteerd, zelfs niet indien zij hebben geïnvesteerd in hetzelfde jaar als het jaar waarin de grens van 250.000 euro werd overschreden.
Als de limiet van 250.000 euro bijvoorbeeld wordt overschreden in juni 2018, belet dit de belastingvermindering niet van personen die hebben geïnvesteerd in mei 2018.
3.5. Wat wordt bedoeld met 'kleine vennootschap'?
Voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbaar tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan, moet het gaan om een kleine vennootschap. Het moet gaan om een vennootschap met rechtspersoonlijkheid die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt:
- jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50;
- jaaromzet, exclusief btw: 9.000.000 euro;
- balanstotaal: 4.500.000 euro.
Deze criteria worden niet geïndexeerd.
Wanneer meer dan één van de voormelde criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich gedurende twee achtereenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan in dat geval in vanaf het boekjaar dat volgt op het boekjaar gedurende hetwelk meer dan één van de criteria voor de tweede keer werden overschreden of niet meer werden overschreden. Door een eenmalige overschrijding zal een vennootschap dus niet langer haar statuut van kleine vennootschap verliezen.
In het geval van verbonden vennootschappen, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium jaargemiddelde van het aantal werknemers betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.
Vennootschappen die hun activiteit starten, moeten de criteria bij het begin van het boekjaar te goeder trouw schatten. Indien uit deze schatting blijkt dat meer dan één van de criteria zullen overschreden worden gedurende het eerste boekjaar, moet daar voor dat eerste boekjaar meteen rekening mee worden gehouden. Dit houdt in dat, als uit het financieel plan zou blijken dat meer dan één van de drempels meteen worden overschreden, de vennootschap niet mag worden beschouwd als kleine vennootschap.
3.6. Wat met microvennootschappen?
Microvennootschappen worden eveneens beoogd door de belastingvermindering. Dit zijn kleine vennootschappen die voldoen aan bijkomende voorwaarden bovenop de voormelde 11 criteria.
Het tarief van de belastingvermindering verhoogt in dat geval van 30 naar 45 % voor de investeringen in nieuwe aandelen van een microvennootschap, waarop:
- rechtstreeks is ingeschreven;
- of via een crowdfundingplatform is ingeschreven;
- of voor de investeringen in nieuwe beleggingsinstrumenten uitgegeven door een financieringsvehikel dat op zijn beurt investeert in aandelen van startende microvennootschappen.
Voor vennootschappen waarop het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen nog niet van toepassing is
Voor de aandelen uitgegeven tijdens een belastbaar tijdperk in de vennootschapsbelasting dat aanvangt vanaf 01.01.2016, worden beschouwd als microvennootschappen, de kleine vennootschappen die niet alleen voldoen aan de 11 voorwaarden voorzien voor deze belastingvermindering (zie FAQ 3.4. Welke vennootschappen worden beoogd) maar daarenboven op datum van de jaarafsluiting geen dochtervennootschap of moedervennootschap zijn en die niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:
- het balanstotaal bedraagt niet meer dan 350.000 euro;
- de omzet, exclusief btw, bedraagt niet meer dan 700.000 euro;
- het gemiddelde personeelsbestand gedurende het jaar bedraagt niet meer dan 10.
Deze bedragen in euro worden niet geïndexeerd.
Wanneer meer dan één van deze criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich gedurende twee achtereenvolgende boekjaren voordoet.
In dat geval gaan de gevolgen in vanaf het boekjaar dat volgt op het boekjaar gedurende hetwelk meer dan één van de criteria voor de tweede keer werden overschreden of niet meer werden overschreden.
Door een eenmalige overschrijding zal een vennootschap haar statuut van microvennootschap dus niet verliezen.
Wanneer de vennootschap op balansdatum noch moeder-, noch dochtervennootschap is, maar dat wel is geweest gedurende het boekjaar, moeten de criteria inzake omzet en balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.
De startende microvennootschap moet aan deze criteria voldoen voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan.
Microvennootschappen die met hun bedrijf beginnen, moeten de criteria bij het begin van het boekjaar te goeder trouw schatten.
Indien uit deze schatting blijkt dat meer dan één van de criteria zullen overschreden worden gedurende het eerste boekjaar, moet daar voor dat eerste boekjaar meteen rekening mee worden gehouden. Dit houdt in dat, als uit het financieel plan zou blijken dat meer dan één van de drempels meteen worden overschreden, de vennootschap niet mag worden aangemerkt als een microvennootschap.
Als een vennootschap bij het begin van haar eerste boekjaar te goeder trouw schat dat niet meer dan één van de drempels zal worden overschreden, maar op datum van jaarafsluiting blijkt dat wél meer dan één van de drempels werden overschreden, zal zij voor dat boekjaar niet worden aangemerkt als een microvennootschap.
Voor vennootschappen waarop het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen van toepassing is
Worden beoogd, de kleine vennootschappen die niet alleen voldoen aan de 11 voorwaarden voorzien voor deze belastingvermindering (zie FAQ 3.4. Welke vennootschappen worden beoogd) maar daarenboven geen dochtervennootschap of moedervennootschap zijn en die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:
- het balanstotaal bedraagt niet meer dan 350.000 euro;
- de jaaromzet, exclusief btw, bedraagt niet meer dan 700.000 euro;
- het jaargemiddelde van het aantal werknemers bedraagt niet meer dan 10.
Deze bedragen in euro worden niet geïndexeerd.
Wanneer meer dan één van deze criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich gedurende twee achtereenvolgende boekjaren voordoet.
In dat geval gaan de gevolgen in vanaf het boekjaar dat volgt op het boekjaar gedurende hetwelk meer dan één van de criteria voor de tweede keer werden overschreden of niet meer werden overschreden.
Door een eenmalige overschrijding zal een vennootschap haar statuut van microvennootschap dus niet verliezen.
De startende microvennootschap moet aan deze criteria voldoen voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de kapitaalinbreng wordt gedaan.
Microvennootschappen die met hun bedrijf starten, moeten de criteria bij het begin van het boekjaar te goeder trouw schatten.
Indien uit deze schatting blijkt dat meer dan één van de criteria zullen overschreden worden gedurende het eerste boekjaar, moet daar voor dat eerste boekjaar meteen rekening mee worden gehouden. Dit houdt in dat, als uit het financieel plan zou blijken dat meer dan één van de drempels meteen worden overschreden, de vennootschap niet mag worden aangemerkt als een microvennootschap.
3.7. Wat wordt bedoeld met verbonden vennootschappen?
De kleine vennootschappen die worden beoogd door de maatregel moeten voldoen aan bepaalde criteria inzake boekhouding en personeelsbestand.
In geval van verbonden vennootschappen, moeten de omzet en het balanstotaal op geconsolideerde (gegroepeerde) basis worden berekend. Wat het criterium personeelsbestand betreft, wordt het aantal werknemers opgeteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.
Onder 'met een vennootschap verbonden vennootschappen' wordt verstaan:
a. de vennootschappen waarover zij een controlebevoegdheid uitoefent;
b. de vennootschappen die een controlebevoegdheid over haar uitoefenen;
c. de vennootschappen waarmee zij een consortium vormt;
d. de andere vennootschappen die, bij weten van haar bestuursorgaan, onder de controle staan van de vennootschappen bedoeld in a., b. en c.
3.8. Hoe wordt de omzet berekend voor vennootschappen met een boekjaar van minder of meer dan twaalf maanden?
De kleine vennootschappen die beoogd worden door de maatregel moeten voldoen aan bepaalde criteria inzake boekhouding en gemiddeld personeelsbestand op jaarbasis.
Heeft het boekjaar een duur van minder of meer dan twaalf maanden, waarbij deze duur niet langer kan zijn dan vierentwintig maanden min één kalenderdag, dan wordt het bedrag van de omzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer twaalf is en de teller het aantal maanden van het boekjaar, waarbij elke begonnen maand voor een volle maand wordt geteld.
3.9. Wat zijn de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER)?
De volgende landen maken deel uit van de Europese Economische Ruimte:
- België
- Bulgarije
- Cyprus
- Denemarken
- Duitsland
- Estland
- Finland
- Frankrijk
- Griekenland
- Hongarije
- Ierland
- Ijsland
- Italië
- Kroatië
- Letland
- Liechtenstein
- Litouwen
- Luxemburg
- Malta
- Nederland
- Noorwegen
- Oostenrijk
- Polen
- Portugal
- Roemenië
- Slovenië
- Slowakije
- Spanje
- Tsjechië
- Verenigd Koninkrijk
- Zweden
3.10. Kan een vereniging zonder winstoogmerk aanspraak maken op de maatregel?
Opdat een startende kleine vennootschap aanspraak kan maken op de tax shelter, moet zij o.a. aangemerkt worden als een kleine vennootschap (in de zin van art. 1:24, §§ 1 t.e.m. 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen) of als een microvennootschap (in de zin van art. 1:25, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen).
Verenigingen zonder winstoogmerk worden niet beoogd door voormelde wetsartikelen (zij worden beoogd door de artikelen 1:28 en 1:29, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen). Zij komen dus niet in aanmerking voor deze belastingvermindering.
3.11. Kunnen coöperatieve vennootschappen aanspraak maken op de maatregel?
Coöperatieve vennootschappen zijn niet uitgesloten van het systeem van de belastingvermindering. Personen die investeren in coöperatieve vennootschappen kunnen dus in principe van de belastingvermindering genieten, indien uiteraard aan alle voorwaarden is voldaan.
Eén van de te respecteren voorwaarden is dat de startende vennootschap in het verleden nog geen kapitaalvermindering heeft doorgevoerd of dividenden heeft uitgekeerd.
Er is evenwel een bijzonderheid eigen aan coöperatieve vennootschappen die in dat kader een probleem kan stellen: de eenvoudige toe- en uittreding van vennoten tot het kapitaal (toetreding, uittreding of uitsluiting van vennoten), zonder dat daarvoor een wijziging van de statuten is vereist.
Wanneer er in een coöperatieve vennootschap vóór de kapitaalverhoging een kapitaalvermindering heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld door het uittreden van een vennoot, is de bedoelde belastingvermindering niet van toepassing op de investeringen in aandelen naar aanleiding van die kapitaalverhoging.
4. Hoe investeren?
4.1. Op welke manier kan ik in die vennootschappen investeren?
U kan op verschillende manieren investeren in aandelen van startende vennootschappen:
- rechtstreeks, door het verwerven van nieuwe aandelen van die vennootschappen, al dan niet via een crowdfundingplatform
- of onrechtstreeks, door het verwerven van:
* nieuwe beleggingsinstrumenten die zijn uitgegeven door een financieringsvehikel;
* nieuwe rechten van deelneming op naam in een openbaar startersfonds;
* nieuwe rechten van deelneming op naam in een private startersprivak;
die op hun beurt investeren in aandelen van startende vennootschappen.
U moet uw investering gedurende 48 maanden behouden. Als deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
4.2. Welke aandelen van startende vennootschappen worden beoogd?
De maatregel heeft, ongeacht of de investering rechtstreeks of onrechtstreeks gebeurt, betrekking op nieuwe aandelen uitgegeven:
- naar aanleiding van de oprichting van de startende vennootschap;
- of naar aanleiding van een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting van de vennootschap.
Het mag dus niet gaan om bestaande aandelen.
Het moet gaan om aandelen op naam, ingeschreven in het aandeelhoudersregister gehouden door de startende vennootschap.
Die aandelen moeten een fractie vertegenwoordigen van het kapitaal van de startende vennootschap.
Zij moeten in geld zijn betaald. Inbrengen in natura zijn uitgesloten, evenals de quasi-inbrengen:
- als bedoeld in de artikelen 220 (bvba), 396 (cvba), 445 (nv) of 657 (Comm.VA) van het Wetboek van vennootschappen voor de vennootschappen waarop het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen nog niet van toepassing is;
- als bedoeld in artikel 7:8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen voor de vennootschappen waarop het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen van toepassing is.
De aandelen moeten volledig volstort zijn, d.w.z. volledig betaald, naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of de kapitaalverhoging.
In het geval van een kapitaalverhoging met uitgiftepremie, is de belastingvermindering van toepassing op het bedrag dat werd geïnvesteerd in de betrokken aandelen, uitgiftepremie inbegrepen.
4.3. Wat is een crowdfundingplatform?
Bij 'crowdfunding' wordt een beroep gedaan op het grote publiek om gelden in te zamelen voor de financiering van specifieke projecten, doorgaans via een interactieve website (een 'platform').
Crowdfunding is zo een alternatief voor de klassieke financieringsnetwerken.
Het woord 'platform' verwijst naar de horizontale band die de verlener van alternatieve-financieringsdiensten via een doorgaans interactieve internetsite tot stand brengt tussen de gefinancierde ondernemingen en de beleggers. Crowdfunding biedt de beleggers de mogelijkheid om de startende onderneming te kiezen waarin zij wensen te investeren.
Het bedoelde crowdfundingplatform moet met name:
- een Belgisch platform zijn of een platform naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte,
- dat als alternatieve-financieringsplatform is vergund door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten
of wordt uitgebaat door een Belgische gereglementeerde onderneming of een gereglementeerde onderneming naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die, op grond van haar statuut, een dergelijke activiteit mag verrichten, conform de wet van 18.12.2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën (BS 20.12.2016, Ed. 3).
4.4. Wat is een nieuw beleggingsinstrument uitgegeven door een financieringsvehikel?
U kan ook recht hebben op het voordeel als u inschrijft op 'nieuwe beleggingsinstrumenten' uitgegeven door een 'financieringsvehikel' (*).
(*) als bedoeld in de wet van 18.12.2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën (BS 20.12.2016, Ed. 3).
De inschrijving op deze nieuwe beleggingsinstrumenten moet gebeuren via een crowdfundingplatform.
Een 'financieringsvehikel' vormt de schakel tussen beleggers en de startende vennootschappen, om te vermijden dat die vennootschappen die een beroep doen op alternatieve-financieringsdiensten naderhand geconfronteerd zouden worden met het beheren van een versnipperde aandeelhoudersstructuur (met legio kleine aandeelhouders).
In dit geval belegt de belegger in een financieringsvehikel, dat de ontvangen sommen gebruikt voor het verwerven van aandelen van de startende vennootschap.
De financieringsvehikels die hier worden beoogd, laten de investeerder toe om te kiezen in welke startende vennootschap hij wil beleggen. Het gaat dus niet over instellingen voor collectieve belegging, die discretionair worden beheerd.
Emittenten van certificaten van aandelen worden gelijkgesteld met financieringsvehikels.
Het vehikel moet de ontvangen sommen rechtstreeks investeren in aandelen van de beoogde vennootschappen, desgevallend na aftrek van een vergoeding voor zijn intermediaire rol.
De overdracht van aandelen van de vennootschap waarin via een financieringsvehikel werd geïnvesteerd, binnen 48 maanden na de aanschaffing ervan, geeft aanleiding tot een gedeeltelijke terugname van de belastingvermindering.
4.5. Wat is een openbaar startersfonds?
U kan ook recht hebben op de belastingvermindering door het verwerven van nieuwe rechten van deelneming op naam die een fractie vertegenwoordigen van het kapitaal in een openbaar startersfonds. Dit openbaar startersfonds zal de ontvangen sommen investeren in nieuwe aandelen van startende vennootschappen.
De inschrijving moet gebeuren met inbrengen in geld.
Onder openbaar startersfonds wordt verstaan, een openbare beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming die investeert in bepaalde beleggingen. Zij wordt opgenomen op de lijst van openbare startersfondsen opgesteld door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.
De openbare startersfondsen moeten voldoen aan investeringsvoorwaarden.
Als openbare startersfondsen aandelen vervreemden, moeten zij wederbeleggingsvoorwaarden respecteren.
4.6. Wat is een private startersprivak?
U kan ook recht hebben op de belastingvermindering door het verwerven van nieuwe rechten van deelneming op naam die een fractie vertegenwoordigen van het kapitaal in een private startersprivak. Deze private startersprivak zal de ontvangen sommen investeren in nieuwe aandelen van startende vennootschappen.
De private startersprivak is een beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming, opgenomen op de lijst van private startersprivaks opgesteld door de FOD Financiën. Een lijst van deze specifieke categorie van private privaks zal gepubliceerd worden zodra dit mogelijk is.
Het is een instelling voor collectieve belegging met als uitsluitend doel de collectieve belegging in financiële instrumenten die zijn uitgegeven door niet-beursgenoteerde vennootschappen, waarvan de financiële middelen uitsluitend worden aangetrokken bij private beleggers die voor eigen rekening handelen en door andere beleggers onder de door de koning vastgestelde voorwaarden.
De private startersprivaks moeten voldoen aan investeringsvoorwaarden.
Als private startersprivaks aandelen vervreemden, moeten zij wederbeleggingsvoorwaarden respecteren.
4.7. Een startende onderneming geeft een verplicht converteerbare lening uit ten behoeve van een investeerder. Kan die investeerder op het moment van de conversie in aandelen genieten van de belastingvermindering?
De belastingvermindering heeft betrekking op nieuwe aandelen verworven met inbrengen in geld. Inbrengen in natura komen niet in aanmerking.
Bij conversie van de lening in aandelen gaat het om aandelen die niet in geld worden betaald, maar die worden vergoed door middel van een vermindering van de vordering die de investeerder ten opzichte van de vennootschap had. De conversie kan dus geen recht geven op de belastingvermindering.
4.8. Kunnen certificaten van aandelen recht geven op de belastingvermindering?
Ja.
De certificering van aandelen kan omschreven worden als een overeenkomst waarbij een rechtspersoon, de emittent, ermee instemt om alle inkomsten of opbrengsten uit aandelen van een vennootschap, waarvan de emittent eigenaar is, te betalen aan een andere persoon, de certificaathouder.
De emittent van de certificaten zal alle rechten, verbonden aan de effecten waarop het certificaat betrekking heeft, met inbegrip van het stemrecht, uitoefenen.
De certificaten kunnen worden omgezet in aandelen.
Emittenten van certificaten van aandelen worden gelijkgesteld met financieringsvehikels. Het certificaat van aandelen kan dus recht geven op de belastingvermindering aangezien dit kan worden beschouwd als een nieuw beleggingsinstrument uitgegeven door een financieringsvehikel.
De inschrijving moet bijgevolg gebeuren via een crowdfundingplatform.
4.9. Kan de belastingvermindering worden toegekend als de aandelen niet volledig volstort zijn en de vennootschap het niet gestorte kapitaal later opvraagt?
De aandelen moeten volledig volstort zijn, d.w.z. volledig betaald, naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap of naar aanleiding van een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting ervan.
Wanneer de nieuwe aandelen van de startende vennootschap niet volledig worden volstort en de vennootschap het niet-gestorte kapitaal pas later opvraagt, kunnen geen van de betalingen in aanmerking komen voor de belastingvermindering, ongeacht wanneer de betaling plaats vindt binnen vier jaar na de oprichting van de vennootschap. Dit principe is van toepassing ongeacht de manier waarop wordt geïnvesteerd in startende vennootschappen.
Voorbeeld: een belastingplichtige schrijft in op nieuwe aandelen van een startende vennootschap voor 75.000 euro. De betaling van die aandelen is gespreid over 3 jaar: 25.000 euro in jaar x, hetzelfde bedrag in jaar x+1 en jaar x+2.
Geen van de betalingen kunnen in aanmerking komen voor de belastingvermindering.
4.10. Als wordt ingeschreven op aandelen op het einde van het jaar, en de betaling gebeurt het volgende jaar, wordt de belastingvermindering dan toegekend voor het jaar van inschrijving of voor het jaar van betaling?
A. Voor alle types van investeringen, behalve investeringen via een private startersprivak of een openbaar startersfonds
Wat bepalend is voor de toekenning van de belastingvermindering, is de datum van volledige volstorting van de aandelen, dus de totale betaling en niet de datum van inschrijving.
Wanneer de inschrijving bijvoorbeeld gebeurt eind december 2016 en de totale betaling begin januari 2017, is het de aangifte in de personenbelasting van inkomstenjaar 2017 (aanslagjaar 2018) die betrokken is.
B. Investeringen via een private startersprivak of een openbaar startersfonds
Als u investeert via een private startersprivak of een openbaar startersfonds, wordt de belastingvermindering toegekend wanneer op 31 december van een belastbaar tijdperk blijkt dat de privak of het startersfonds voldoet aan de investeringsvoorwaarden.
Het is ook noodzakelijk dat de aandelen zijn volstort, maar dat is niet het determinerende element voor de toekenning van de vermindering.
Voor meer informatie, zie FAQ 6.3. 'Wanneer wordt de belastingvermindering toegekend als ik investeer via een private startersprivak of een openbaar startersfonds?'
4.11. Komen uitgiftepremies in aanmerking voor de berekening van het bedrag dat recht geeft op de belastingvermindering?
Uitgiftepremies vinden hun oorsprong in het feit dat op het ogenblik van een kapitaalverhoging het werkelijk maatschappelijk vermogen meer kan bedragen dan het nominaal kapitaal.
Om de oude aandeelhouders niet te benadelen, kunnen de nieuwe aandelen worden uitgegeven aan een hogere uitgifteprijs dan de nominale waarde van de reeds bestaande aandelen. Het verschil tussen die uitgifteprijs en de nominale waarde, is de uitgiftepremie. Bij een kapitaalverhoging verwezenlijkt door inbrengen in geld, via de uitgifte van nieuwe aandelen, strekt de uitgiftepremie er dus toe de oude aandeelhouders en de nieuwe inschrijvers op gelijke voet te plaatsen m.b.t. de rechten in het maatschappelijk vermogen.
Indien een uitgiftepremie op nieuwe aandelen wordt gevraagd, moet het bedrag van deze premie volledig worden gestort bij de inschrijving.
In geval van een kapitaalverhoging, met uitgiftepremie, is de belastingvermindering van toepassing op het bedrag dat werd geïnvesteerd in de betrokken aandelen, uitgiftepremie inbegrepen.
5. Investeringsvoorwaarden en wederbeleggingsvoorwaarden van openbare startersfondsen en private startersprivaks
5.1. Aan welke investeringsvoorwaarden moeten het openbaar startersfonds en de private startersprivak voldoen?
Het openbare startersfonds en de private startersprivak moeten de inbrengen,
- desgevallend na aftrek van een vergoeding voor hun intermediaire rol,
- uitsluitend investeren in de hierna vermelde investeringen en binnen de hierna vermelde grenzen:
1° ten minste 80 % wordt
* rechtstreeks geïnvesteerd in nieuwe aandelen op naam,
* die een fractie vertegenwoordigen van het kapitaal van de bedoelde startende kleine vennootschappen,
* uitgegeven naar aanleiding van de oprichting van een dergelijke vennootschap of een kapitaalverhoging binnen de vier jaar na de oprichting ervan,
* en die volledig worden volstort.
2° ten hoogste 20 % wordt
* aangehouden onder de vorm van contanten,
* op een rekening in euro of in een munt van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte,
* bij een kredietinstelling die is erkend en wordt gecontroleerd door een toezichthoudende overheid van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
Indien een openbaar startersfonds of een private startersprivak compartimenten opricht, gelden de hiervoor vermelde voorwaarden voor elk compartiment afzonderlijk.
Als het openbaar startersfonds of de private startersprivak aandelen van startende vennootschappen vervreemdt tijdens de termijn van 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, moeten zij eveneens aan wederbeleggingsvoorwaarden voldoen.
5.2. Wat indien niet alle compartimenten van het openbaar startersfonds of de private startersprivak voldoen aan de investeringsvoorwaarden?
Indien het openbaar startersfonds of de private startersprivak compartimenten opricht, worden de investeringsvoorwaarden beschouwd voor elk compartiment afzonderlijk.
De naleving van de voorwaarden per compartiment zorgt er voor dat de betrokken openbare startersfondsen of private startersprivaks niet gehouden zijn in hun totaliteit belegd te zijn in startende ondernemingen.
De rechten van deelneming in één of meerdere van de compartimenten van een openbaar startersfonds of een private startersprivak waarbinnen aan de betrokken voorwaarden is voldaan, zullen voor de belastingvermindering in aanmerking komen. De rechten van deelneming in compartimenten waarin niet aan deze voorwaarden is voldaan, komen niet voor de belastingvermindering in aanmerking.
Het niet voldoen aan de voorwaarden in één of meerdere compartimenten brengt de belastingvermindering voor de andere compartimenten, waarin wel aan de voorwaarden is voldaan, dus niet in het gedrang.
5.3. Aan welke wederbeleggingsvoorwaarden moeten het openbaar startersfonds en de private startersprivak voldoen?
Als het openbaar startersfonds of de private startersprivak aandelen van startende vennootschappen vervreemdt tijdens de termijn van 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, moeten zij eveneens voldoen aan wederbeleggingsvoorwaarden.
De volgende bepalingen zijn van toepassing:
1° indien de opbrengst van de vervreemding lager is dan 70 % van het bedrag van de oorspronkelijke investering, moeten de betrokken bedragen niet opnieuw worden geïnvesteerd;
2° indien de opbrengst van de vervreemding is begrepen tussen de 70 % en 100 % van het bedrag van de oorspronkelijke investering:
- moeten de betrokken bedragen volledig opnieuw worden geïnvesteerd,
- in nieuwe aandelen op naam van startende kleine vennootschappen,
- binnen de zes maanden vanaf het moment van de vervreemding.
3° indien de opbrengst van de vervreemding het bedrag van de oorspronkelijke investering overschrijdt:
- moet een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van de oorspronkelijke investering,
- opnieuw worden geïnvesteerd in nieuwe aandelen op naam van startende kleine vennootschappen,
- binnen de zes maanden vanaf het moment van de vervreemding.
Onder 'vervreemding' wordt eveneens bedoeld, de sluiting van de vereffening van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd.
De verplichting om opnieuw te investeren is niet van toepassing:
- indien de voormelde termijn van zes maanden,
- afloopt na het verstrijken van de termijn van 48 maanden,
- na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend.
Als het openbaar startersfonds of de private startersprivak niet voldoet aan de wederbeleggingsvoorwaarden op het einde van de bedoelde termijn van zes maanden, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
6. Belastingvermindering
6.1. Welke grenzen zijn bepaald voor de investeringen?
Grenzen in hoofde van de investeerder
Begrenzing van vertegenwoordiging van het kapitaal van de startende vennootschap
De vertegenwoordiging van het kapitaal van de startende vennootschap mag niet meer dan 30 % bedragen, ongeacht de manier van investeren:
- rechtstreeks, door het verwerven van nieuwe aandelen van die vennootschappen, al dan niet via een crowdfundingplatform;
- of onrechtstreeks, door het verwerven van:
* nieuwe beleggingsinstrumenten die zijn uitgegeven door een financieringsvehikel,
* of nieuwe rechten van deelneming op naam in een openbaar startersfonds,
* of nieuwe rechten van deelneming op naam in een private startersprivak.
In geval van overschrijding geven de betalingen waardoor de vertegenwoordiging van 30 % wordt overschreden, geen recht op de belastingvermindering.
De berekening van die vertegenwoordiging van 30 % moet gebeuren op basis van het aantal aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen.
In geval van een kapitaalverhoging, gebeurt de berekening in functie van de toestand na de kapitaalverhoging.
Voorbeeld 1
Vennootschap opgericht in 2014 met 20.000 euro kapitaal: 20 aandelen aan 1.000 euro:
- 10.000 euro = 10 aandelen in bezit van A (vertegenwoordiging van 50 %);
- 2.000 euro = 2 aandelen in bezit van B (vertegenwoordiging van 10 %);
- 8.000 euro = 8 aandelen in bezit van C, zaakvoerder (vertegenwoordiging van 40 %).
Kapitaalverhoging in 2016: 80 bijkomende aandelen aan 1.000 euro:
- A tekent in voor 30 bijkomende aandelen (30.000 euro): vertegenwoordiging van 40 % na kapitaalverhoging;
- B tekent in voor 43 bijkomende aandelen (43.000 euro): vertegenwoordiging van 45 % na kapitaalverhoging;
- C (zaakvoerder) tekent in voor de overige aandelen.
Na de kapitaalverhoging zijn er 100 aandelen. Gelet op de maximale vertegenwoordiging van 30 %, geven maximum 30 aandelen per persoon recht op de belastingvermindering.
Belastingvermindering A
A bezit na de kapitaalverhoging 40 aandelen. Maximum 30 aandelenkomen in aanmerking. A had reeds 10 aandelen in het bezit, zodat 20 aandelen (van de 30 aandelen waarop A naar aanleiding van de kapitaalverhoging inschreef), in aanmerking komen voor de belastingvermindering: 20 aandelen x 1.000 euro = 20.000 euro.
In de veronderstelling dat het gaat om een microvennootschap, heeft A dan recht op een belastingvermindering van 20.000 euro x 45 % = 9.000 euro.
Belastingvermindering B
B bezit na de kapitaalverhoging 45 aandelen. Maximum 30 aandelenkomen in aanmerking. B had reeds 2 aandelen in het bezit, zodat 28 aandelen (van de 43 aandelen waarop B naar aanleiding van de kapitaalverhoging inschreef), in aanmerking komen voor de belastingvermindering: 28 aandelen x 1.000 euro = 28.000 euro.
In de veronderstelling dat het gaat om een microvennootschap, heeft B dan recht op een belastingvermindering van 28.000 euro x 45 % = 12.600 euro.
Belastingvermindering C
C is zaakvoerder en heeft geen recht op de belastingvermindering.
Voorbeeld 2 (met uitgiftepremie)
Vennootschap opgericht in 2014 met een kapitaal van 100.000 euro samengesteld uit 100 aandelen aan 1.000 euro:
- 10.000 euro = 10 aandelen in bezit van A (vertegenwoordiging van 10 %);
- 90.000 euro = 90 aandelen in bezit van B, zaakvoerder (vertegenwoordiging van 90 %).
Kapitaalverhoging in 2016. Uitgifte van 80 bijkomende aandelen aan 1.000 euro (80.000 euro), uitgiftepremie van 100 euro (8.000 euro):
- A tekent in voor 40 bijkomende aandelen (44.000 euro);
- B (zaakvoerder) tekent in voor de overige aandelen.
Na de kapitaalverhoging zijn er 180 aandelen. Gelet op de maximale vertegenwoordiging van 30 %, geven maximum 54 aandelen per persoon recht op de belastingvermindering.
Belastingvermindering A
A bezit na de kapitaalverhoging 50 aandelen. Maximum 54 aandelen geven recht op de belastingvermindering. A had reeds 10 aandelen in het bezit, zodat de 40 aandelen waarop A naar aanleiding van de kapitaalverhoging inschreef, volledig in aanmerking komen voor de belastingvermindering: 40 aandelen x 1.100 euro = 44.000 euro.
In de veronderstelling dat het gaat om een microvennootschap, heeft A dan recht op een belastingvermindering van 44.000 euro x 45 % = 19.800 euro.
Belastingvermindering B
B is zaakvoerder en heeft geen recht op de belastingvermindering.
Maximumbedrag van de investering per belastbaar tijdperk en per persoon
Het maximumbedrag van de investering per belastbaar tijdperk en per persoon bedraagt 100.000 euro, ongeacht de manier van investeren.
Dit maximumbedrag wordt niet geïndexeerd.
Echtgenoten (of wettelijk samenwonenden) hebben elk recht op dit maximumbedrag.
Vanaf aanslagjaar 2018, moet dit maximumbedrag geprorateerd worden wanneer de fiscale woonplaats tijdens een kalenderjaar wordt overgebracht van België naar een andere staat of omgekeerd. Voor meer informatie hierover, zie FAQ 6.6. 'Wat is de impact op de belastingvermindering wanneer ik mijn fiscale woonplaats gedurende het jaar overbreng van België naar een andere staat of omgekeerd?'
Het maximumbedrag van de investering van 100.000 euro per belastbaar tijdperk en per persoon is een globale limiet voor de twee belastingverminderingen tax shelter:
- De belastingvermindering tax shelter voor de verwerving van nieuwe aandelen van startende ondernemingen ('tax shelter start-ups').
- De nieuwe belastingvermindering tax shelter voor groeibedrijven ('tax shelter scale-up') (*).
(*) Voorzien in art. 145^27, Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Voor meer uitleg hierover, kunnen geïnteresseerden de circulaire 2018/C/111 raadplegen die de FOD Financiën op 13.09.2018 heeft gepubliceerd op de databank Fisconetplus (www.fisconetplus.be). Er zullen ook FAQ worden gepubliceerd op de internetsite (https://financien.belgium.be/nl/) en op Fisconetplus.
U kan dus, gedurende hetzelfde belastbare tijdperk, meerdere kapitaalinbrengen doen bij meerdere vennootschappen die voldoen aan de voorwaarden van de ene of de andere vermindering. Het bedrag van alle betalingen die voor deze twee verminderingen worden aanvaard, is echter globaal beperkt tot 100.000 euro.
Als u in 2018 20.000 euro in een startende microvennootschap investeert (en alle voorwaarden van art. 145^26, WIB 92 zijn vervuld), 60.000 euro in een startende kleine vennootschap (en alle voorwaarden van art. 145^26, WIB 92 zijn vervuld) en nog eens 60.000 euro in een groeibedrijf (in de zin van het nieuwe art. 145^27, WIB 92), zal u de kapitaalinbrengen die u aangeeft voor de twee belastingverminderingen moeten beperken tot 100.000 euro. U bent vrij om te kiezen.
U kan bijvoorbeeld de vermindering vragen voor het volledige bedrag voor de microvennootschap (20.000 euro) en het volledige bedrag voor de kleine vennootschap (60.000 euro). U zal dan slechts het saldo, nl. 20.000 euro (maximumbedrag (100.000) – reeds gevraagde bedrag (20.000 + 60.000)) voor de belastingvermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van groeibedrijven mogen vragen.
Geen cumul met bepaalde fiscale voordelen
Voor eenzelfde uitgave mag er geen cumul zijn met volgende fiscale voordelen:
- de belastingvermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen;
- de belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds.
Grenzen in hoofde van de vennootschap
Maximumbedrag van de inbreng per vennootschap: 250.000 euro
Eén van de voorwaarden die in het kader van de tax shelter moet worden gerespecteerd, is dat de startende vennootschap na de storting van de sommen door de investeerders niet meer dan 250.000 euro fiscaal aangemoedigde inbrengen mag hebben ontvangen tijdens haar bestaan.
Deze fiscaal aangemoedigde inbrengen omvatten desgevallend de uitgiftepremies die werden betaald.
Dit bedrag wordt niet geïndexeerd.
De grens van 250.000 euro betreft dus enkel de investeringen die recht hebben gegeven op de belastingvermindering (het is mogelijk dat bepaalde investeerders geen recht hebben op de belastingvermindering).
In geval van overschrijding van de limiet, geven enkel de eerste 250.000 euro recht op de belastingvermindering.
6.2. Wat zijn de percentages van de belastingvermindering?
De belastingvermindering bedraagt 30 % van het in aanmerking te nemen bedrag, na aftrek:
- van de vergoeding voor de intermediaire rol van het financieringsvehikel, het openbaar startersfonds en de private startersprivak, indien de investering op die manier werd gedaan;
- van eventuele andere verbonden kosten.
Het percentage wordt verhoogd tot 45 % voor de investeringen in aandelen van microvennootschappen waarop rechtstreeks of via een crowdfundingplatform werd ingeschreven en voor de investeringen in nieuwe beleggingsinstrumenten uitgegeven door een financieringsvehikel dat op zijn beurt investeert in aandelen van microvennootschappen.
6.3. Wanneer wordt de belastingvermindering toegekend als ik investeer via een private startersprivak of een openbaar startersfonds?
Als u investeert via een private startersprivak of een openbaar startersfonds, wordt de belastingvermindering toegekend van zodra op 31 december van een belastbaar tijdperk blijkt dat de private startersprivak of het openbaar startersfonds voldoet aan de investeringsvoorwaarden.
Voorbeeld: u schrijft in juli 2017 in op rechten van deelneming in een private startersprivak. Op 31.12.2017 zal worden nagegaan of de private startersprivak zijn verplichtingen nakomt.
Indien op die datum aan de voorwaarden is voldaan, kan u de belastingvermindering vragen in uw aangifte van inkomstenjaar 2017 (aanslagjaar 2018).
Indien op 31.12.2017 niet aan de voorwaarden is voldaan, zal de verificatie opnieuw gebeuren op 31.12.2018, en zo verder.
Wanneer de private startersprivak of het openbaar startersfonds op 31 december van het belastbaar tijdperk voldoet aan de investeringsvoorwaarden, zal dit blijken uit het attest dat de private startersprivak of het openbaar startersfonds u bezorgt. Voor meer informatie hierover, zie:
- 7.1. Welke documenten moet ik ter verantwoording voorleggen?
- 7.2. Wat moeten de verantwoordingsstukken vermelden?
6.4. Kan de belastingvermindering worden terugbetaald of overgedragen naar een volgend belastbaar tijdperk als ze niet volledig kan worden aangerekend bij gebrek aan voldoende belastingen?
Neen, deze belastingvermindering kan niet worden terugbetaald (geen belastingkrediet), noch worden overgedragen naar een volgend belastbaar tijdperk.
Net zoals bij het fiscaal voordeel voor het pensioensparen, zal het eventuele excedent van de belastingvermindering ook niet kunnen worden aangerekend op de verschuldigde belasting van de andere echtgenoot.
6.5. In welke gevallen is een belastingvermeerdering mogelijk?
Wanneer bepaalde voorwaarden niet worden gerespecteerd tijdens een termijn van 48 maanden, zal een belastingvermeerdering worden toegepast.
Deze vermeerdering komt overeen met een gedeeltelijke terugname van de voorheen verleende belastingvermindering.
De gedeeltelijke terugname van de belastingvermindering gebeurt voor het jaar waarin de voorwaarde niet langer is vervuld. De terugname wordt berekend in functie van het aantal 'ontbrekende volle maanden' vanaf de datum waarop de voorwaarde niet langer is vervuld tot het einde van de termijn van 48 maanden.
Concreet wordt, om het bedrag van de terugname te berekenen, het bedrag van de voorheen verleende belastingvermindering dus vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal ontbrekende maanden en de noemer gelijk is aan 48.
Een terugname van de belastingvermindering is momenteel mogelijk in 5 gevallen.
A. De investeerder behoudt zijn investering niet gedurende 48 maanden
Als u:
- nieuwe aandelen van startende vennootschappen (al dan niet verworven via een crowdfundingplatform),
- beleggingsinstrumenten uitgegeven door een financieringsvehikel,
overdraagt binnen de 48 maanden na de aanschaffing ervan, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen.
De belastingvermindering zal eveneens gedeeltelijk worden teruggenomen als u:
- rechten van deelneming in een openbaar startersfonds,
- rechten van deelneming in een private startersprivak,
overdraagt binnen de 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend. De belastingvermindering wordt niet altijd onmiddellijk toegekend.
Wanneer de investeerder voor één van de vier belastbare tijdperken die volgen op het belastbaar tijdperk waarvoor de vermindering is verleend, niet kan aantonen dat hij de aandelen of beleggingsinstrumenten nog in zijn bezit heeft, en de datum van overdracht onbekend is, zal er worden van uitgegaan dat hij ze op 1 januari van dat jaar heeft vervreemd.
Onder 'overdragen' moet ook worden verstaan, de sluiting van de vereffening van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd, van het financieringsvehikel, het openbaar startersfonds of de private startersprivak.
Wanneer de sluiting van de vereffening het gevolg is van de faillietverklaring van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd, moet niet meer worden voldaan aan de voorwaarde van behoud van de investering vanaf het belastbare tijdperk waarin die sluiting van de vereffening ten gevolge van faillietverklaring heeft plaats gevonden.
Als deze voorwaarde niet meer is vervuld na de periode van 48 maanden, is er geen probleem.
Voorbeeld:
Rechtstreekse verwerving van aandelen van een startende kleine vennootschap op 06.08.2015 voor een bedrag van 10.000 euro.
Belastingvermindering (aanslagjaar 2016): 10.000 euro x 30 % (kleine vennootschap) = 3.000 euro.
Overdracht van de aandelen op 04.10.2017.
De investeerder heeft de aandelen gedurende bijna 26 maanden behouden.
Aantal resterende volle maanden: 22.
Terugname van de vermindering (aanslagjaar 2018) = 3.000 x 22/48 = 1.375 euro.
Wat gebeurt er in geval van overlijden binnen de periode van 48 maanden?
In geval van overlijden van de aandeelhouder, stopt de verplichting tot behoud van de investering gedurende 48 maanden zonder sanctie. In dat geval is er dus, in tegenstelling tot bij de overdracht van de investering, geen belastingvermeerdering. Er moet geen attest meer worden opgesteld voor het jaar van overlijden en de daarop volgende jaren.
B. De startende vennootschappen voldoen niet aan bepaalde voorwaarden gedurende 48 maanden
Van de 11 voorwaarden waaraan de startende vennootschappen moeten voldoen, zijn er 4 voorwaarden die gedurende 48 maanden moeten worden gerespecteerd:
- de vennootschap mag geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap zijn;
- de vennootschap mag geen 'vastgoedvennootschap' zijn;
- de vennootschap mag geen vennootschap zijn die is opgericht met het oog op het afsluiten van een management- of bestuurdersovereenkomst of die haar voornaamste bron van inkomsten haalt uit management- of bestuurdersovereenkomsten;
- de vennootschap mag de ontvangen sommen niet gebruiken voor de uitkering van dividenden of de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen.
Als deze voorwaarden niet meer worden gerespecteerd na de periode van 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen, is er geen probleem.
Als die voorwaarden niet meer worden gerespecteerd tijdens de periode van 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen.
C. Het openbaar startersfonds of de private startersprivak voldoet niet aan de wederbeleggingsvoorwaarden binnen de voorgeschreven termijn
Als het openbaar startersfonds of de private startersprivak aandelen van startende vennootschappen vervreemdt tijdens de termijn van 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, moeten zij wederbeleggingsvoorwaarden naleven.
Als het openbaar startersfonds of de private startersprivak de wederbeleggingsvoorwaarden niet naleeft op het einde van de termijn van zes maanden vanaf het moment van de vervreemding, zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen.
D. Het financieringsvehikel vervreemdt de aandelen binnen 48 maanden
De overdracht van aandelen van de startende vennootschap waarin via een financieringsvehikel werd geïnvesteerd, binnen 48 maanden na de aanschaffing van de aandelen door het financieringsvehikel, geeft aanleiding tot een gedeeltelijke terugname van de belastingvermindering.
De sluiting van de vereffening van de vennootschap waarin via een financieringsvehikel werd geïnvesteerd, binnen de 48 maanden na de aanschaffing van de aandelen door het financieringsvehikel, heeft een gedeeltelijke terugname van de belastingvermindering tot gevolg, behalve wanneer de sluiting van de vereffening het gevolg is van de faillietverklaring van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd.
E. De investeerder beantwoordt niet aan de voorwaarde i.v.m. bedrijfsleiders
Bedrijfsleiders (*) kunnen de belastingvermindering niet krijgen voor de investeringen in de vennootschap waarin zij rechtstreeks of onrechtstreeks hun activiteit van bedrijfsleider uitoefenen.
(*) beoogd in artikel 32, eerste lid, WIB 92.
De uitsluiting is van toepassing op alle bedrijfsleiders:
- zaakvoerders, bestuurders, vereffenaars, gelijksoortige functies;
- zelfstandige directeurs.
De uitsluiting geldt ongeacht de manier van investeren.
Een bedrijfsleider heeft immers geen bijkomende stimulans nodig om in zijn eigen vennootschap te investeren.
Deze uitsluiting wordt in eerste instantie beoordeeld op het ogenblik van de kapitaalinbreng.
Na de inbreng mag de investeerder wel bedrijfsleider worden van de vennootschap waarin hij de kapitaalinbreng heeft gedaan, op voorwaarde dat hij daarvoor geen vergoeding verkrijgt. Deze voorwaarde geldt vanaf aanslagjaar 2019.
Wanneer deze voorwaarde niet wordt nageleefd gedurende de 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap, zal een belastingvermeerdering worden toegepast.
Die vermeerdering komt overeen met een gedeeltelijke terugname van de voorheen verleende belastingvermindering.
Deze uitsluiting is ook van toepassing op personen die onrechtstreeks een functie van bedrijfsleider uitoefenen:
- als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap;
- door tussenkomst van een andere vennootschap waarvan deze personen aandeelhouders zijn.
Voor het aanslagjaar 2019 was deze uitsluiting van toepassing op het ogenblik van de kapitaalinbreng.
Deze voorwaarde was niet van toepassing voor het behoud van de vermindering. In dat geval was er geen terugname van de belastingvermindering.
Vanaf aanslagjaar 2020 is deze uitsluiting niet enkel van toepassing op het ogenblik van de kapitaalinbreng, maar ook gedurende 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap. Er is geen uitzondering voorzien, de onbezoldigde bedrijfsleiders zijn dus ook uitgesloten.
Wanneer deze voorwaarde niet wordt gerespecteerd gedurende de voormelde termijn van 48 maanden, zal een belastingvermeerdering worden toegepast.
Die vermeerdering komt overeen met een gedeeltelijke terugname van de voorheen verleende belastingvermindering.
6.6. Wat is de impact op de belastingvermindering wanneer ik mijn fiscale woonplaats gedurende het jaar overbreng van België naar een andere staat of omgekeerd?
In dat geval moet u, vanaf aanslagjaar 2018, het maximumbedrag van 100.000 euro (*) dat in aanmerking kan komen voor de vermindering, prorateren.
(*) Maximumbedrag van de investering per belastbaar tijdperk en per persoon. Voor meer informatie hierover, zie FAQ 6.1. Welke grenzen zijn bepaald voor de investeringen?
Het te prorateren bedrag wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan:
- de teller gelijk is aan het aantal maanden van het belastbaar tijdperk;
- de noemer gelijk is aan 12.
Om het aantal maanden van het belastbare tijdperk te bepalen, wordt elke kalendermaand waarvan de 15de dag behoort tot dat tijdperk voor een volledige maand geteld.
Het resultaat wordt afgerond naar het hogere of lagere veelvoud van 10 euro naar gelang de eenheid al dan niet 5 euro bereikt.
7. Verantwoordingsstukken
U moet documenten die jaarlijks worden opgesteld door, naargelang het geval, de startende vennootschap, het financieringsvehikel, het openbaar startersfonds of de private startersprivak, ter beschikking houden van de administratie.
7.1. Welke documenten moet ik ter verantwoording voorleggen?
A. Investering in nieuwe aandelen van startende vennootschappen, al dan niet uitgegeven via een crowdfundingplatform, en investering in nieuwe beleggingsinstrumenten uitgegeven door een financieringsvehikel
Volgende documenten moeten worden opgesteld:
- een document voor het jaar van verwerving van de aandelen van de startende vennootschap (al dan niet via een crowdfundingplatform) of van de nieuwe beleggingsinstrumenten;
- een document voor elk van de vier jaren volgend op het jaar waarvoor de belastingvermindering wordt verleend;
- een document voor het jaar van vervreemding van de aandelen of beleggingsinstrumenten indien de investeerder ze vervreemdt binnen de 48 maanden na de verwerving ervan.
In het laatste geval zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
Voor de inhoud van deze documenten, zie FAQ 7.2. Wat moeten de verantwoordingsstukken vermelden?
De startende vennootschap of het financieringsvehikel moet u deze documenten bezorgen vóór 31 maart van het jaar dat volgt op het jaar van de verwerving van de volledig volstorte aandelen of de nieuwe beleggingsinstrumenten en van de vier daaropvolgende jaren.
Voorbeeld
Rechtstreekse investering in aandelen van een startende vennootschap in 2019.
De startende vennootschap moet de investeerder:
- het document voor het jaar 2019 (jaar van verwerving) bezorgen vóór 31.03.2020;
- het document voor het jaar 2020 (eerste jaar van de behoudtermijn van 4 jaar) bezorgen vóór 31.03.2021;
- zelfde principe voor de drie volgende jaren.
Als de investeerder in het voorbeeld de aandelen in 2020 vervreemdt, moet de vennootschap hem een attest bezorgen met het aantal nog niet verlopen volle maanden dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de terugname van de belastingvermindering. Dit attest moet zij hem bezorgen vóór 31.03.2021.
B. Investering in rechten van deelneming in een openbaar startersfonds of een private startersprivak
Volgende documenten moeten worden opgesteld:
- een document voor het belastbaar tijdperk waarin de datum van 31 december valt waarop aan de investeringsvoorwaarden is voldaan (= jaar waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend);
- een document voor elk van de vier jaren volgend op het jaar waarvoor de belastingvermindering wordt verleend;
- een document voor het jaar van vervreemding van de rechten van deelneming indien ze worden vervreemd binnen de periode van 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend.
In het laatste geval zal de belastingvermindering gedeeltelijk worden teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering.
Voor de inhoud van deze documenten, zie FAQ 7.2. Wat moeten de verantwoordingsstukken vermelden?
Het openbaar startersfonds of de private startersprivak moet u deze documenten bezorgen vóór 31 maart van het jaar dat volgt op het belastbare tijdperk waarin de datum van 31 december valt waarop het openbaar startersfonds of de private startersprivak aan de investeringsvoorwaarden voldoet (= jaar waarvoor de vermindering wordt toegekend) en van de vier daaropvolgende jaren.
Voorbeeld
Verwerving van rechten van deelneming in een openbaar startersfonds in 2019.
Op 31.12.2020 wordt vastgesteld dat het openbaar startersfonds aan de investeringsvoorwaarden voldoet. Als alle andere voorwaarden zijn vervuld, kan de belastingvermindering dus worden verleend voor het jaar 2020 (aanslagjaar 2021).
Het openbaar startersfonds moet de investeerder:
- het document voor het jaar 2020 (jaar waarvoor de vermindering wordt toegekend) bezorgen vóór 31.03.2021;
- het document voor het jaar 2021 (eerste jaar van de behoudtermijn van 4 jaar) bezorgen vóór 31.03.2022;
- zelfde principe voor de drie volgende jaren.
Als de investeerder in het voorbeeld de rechten van deelneming in 2021 vervreemdt, moet het openbaar startersfonds hem een attest bezorgen met het aantal nog niet verlopen volle maanden dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de terugname van de belastingvermindering. Dit attest moet worden bezorgd vóór 31.03.2022.
C. Niet-verplicht modelattest
De administratie heeft een modelattest (versie in het Duits) opgesteld, waarvan het gebruik niet verplicht is, maar dat de uitreikers (*) van de documenten vrijblijvend kunnen gebruiken.
(*) Het gaat naar gelang het geval om de startende vennootschap, het financieringsvehikel, het openbaar startersfonds of de private startersprivak.
7.2. Wat moeten de verantwoordingsstukken vermelden?
A. Investering in nieuwe aandelen van startende vennootschappen, al dan niet uitgegeven via een crowdfundingplatform, en investering in nieuwe beleggingsinstrumenten uitgegeven door een financieringsvehikel
Document voor het jaar van verwerving
Het document opgesteld voor het jaar van verwerving moet:
1. Bevestigen of de startende vennootschap waarin werd geïnvesteerd al dan niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in artikel 145^26, § 3, eerste lid, WIB 92.
2. Het tarief van de vermindering vermelden dat van toepassing is.
3. Het bedrag vermelden dat recht geeft op de vermindering.
4. Bevestigen:
- dat u de aandelen of beleggingsinstrumenten tijdens het belastbaar tijdperk heeft verworven, door vermelding van de datum van hun volledige volstorting;
- en dat u deze op het einde van het belastbaar tijdperk nog steeds in uw bezit heeft.
Niet-verplicht modelattest
De administratie heeft een modelattest (versie in het Duits) opgesteld, waarvan het gebruik niet verplicht is, maar dat de uitreikers van de documenten vrijblijvend kunnen gebruiken.
Document voor elk van de vier jaren volgend op het jaar van verwerving
Het document op te stellen voor elk van de vier jaren volgend op het jaar van verwerving moet bevestigen dat:
1. de aandelen of beleggingsinstrumenten nog steeds in uw bezit zijn op 31 december van het belastbaar tijdperk;
2. de startende vennootschap nog steeds voldoet aan de volgende vier voorwaarden:
a. de vennootschap is geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap;
b. de vennootschap is geen 'vastgoedvennootschap';
c. de vennootschap is niet opgericht met het oog op het afsluiten van een management- of bestuurdersovereenkomst of is geen vennootschap die haar voornaamste bron van inkomsten haalt uit management- of bestuurdersovereenkomsten;
d. de vennootschap gebruikt de sommen ontvangen in het kader van de tax shelter niet voor de uitkering van dividenden of de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen.
Niet-verplicht modelattest
De administratie heeft een modelattest (versie in het Duits) opgesteld, waarvan het gebruik niet verplicht is, maar dat de uitreikers van de documenten vrijblijvend kunnen gebruiken.
Document voor het jaar van vervreemding van de aandelen of beleggingsinstrumenten
Dit document moet worden opgesteld voor het jaar van vervreemding van de aandelen of beleggingsinstrumenten indien u ze overdraagt binnen de 48 maanden na de verwerving ervan.
Dit document moet het aantal nog niet verlopen maanden vermelden dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de terugname van de belastingvermindering.
Niet-verplicht modelattest
De administratie heeft een modelattest (versie in het Duits) opgesteld, waarvan het gebruik niet verplicht is, maar dat de uitreikers van de documenten vrijblijvend kunnen gebruiken.
B. Investering in rechten van deelneming in een openbaar startersfonds of een private startersprivak
Document voor het belastbare tijdperk waarin de datum van 31 december valt waarop aan de investeringsvoorwaarden is voldaan
Het opgestelde document moet:
1. Bevestigen of het openbaar startersfonds of de private startersprivak voldoet aan de voorwaarden opgenomen in artikel 145^26, § 2, derde lid, WIB 92 (investeringsvoorwaarden).
2. Het tarief van de vermindering vermelden dat van toepassing is.
3. Het bedrag vermelden dat recht geeft op de belastingvermindering.
4. Bevestigen:
- dat u de rechten van deelneming heeft aangeschaft tijdens het beoogde belastbaar tijdperk of een vroegere periode, door vermelding van de datum van hun volledige volstorting;
- en dat u deze op het einde van het belastbaar tijdperk nog in uw bezit heeft.
Niet-verplicht modelattest
De administratie heeft een modelattest (versie in het Duits) opgesteld, waarvan het gebruik niet verplicht is, maar dat de uitreikers van de documenten vrijblijvend kunnen gebruiken.
Document voor elk van de vier volgende jaren
Het document op te stellen voor elk van de vier volgende jaren moet bevestigen dat:
1. de rechten van deelneming nog steeds in uw bezit zijn op 31 december van het belastbaar tijdperk;
2. de startende vennootschap nog steeds voldoet aan de volgende vier voorwaarden:
a. de vennootschap is geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap;
b. de vennootschap is geen 'vastgoedvennootschap';
c. de vennootschap is niet opgericht met het oog op het afsluiten van een management- of bestuurdersovereenkomst of is geen vennootschap die haar voornaamste bron van inkomsten haalt uit management- of bestuurdersovereenkomsten;
d. de vennootschap gebruikt de sommen ontvangen in het kader van de tax shelter niet voor de uitkering van dividenden of de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen.
Niet-verplicht modelattest
De administratie heeft een modelattest (versie in het Duits) opgesteld, waarvan het gebruik niet verplicht is, maar dat de uitreikers van de documenten vrijblijvend kunnen gebruiken.
Document voor het jaar van vervreemding van de rechten van deelneming
Dit document moet worden opgesteld voor het jaar van vervreemding van de rechten van deelneming indien u ze overdraagt binnen de 48 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt verleend.
Dit document moet het aantal nog niet verlopen maanden vermelden dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de terugname van de belastingvermindering.
Niet-verplicht modelattest
De administratie heeft een modelattest (versie in het Duits) opgesteld, waarvan het gebruik niet verplicht is, maar dat de uitreikers van de documenten vrijblijvend kunnen gebruiken.
7.3. Mag het attest per e-mail aan de investeerder worden bezorgd, of moet dit per post?
Het attest mag verstuurd worden op de wijze die de startende vennootschap, het financieringsvehikel, het openbaar startersfonds of de private startersprivak het meest geschikt vindt. Er gelden in dat verband geen verplichtingen.
In geval van verzending via e-mail, past het om het document met de originele handtekening te scannen.
In geval van verzending per post, bewijst de poststempel de datum van verzending.
7.4. Moeten de uitreikers van de attesten een kopie aan de administratie bezorgen?
Ja.
Vanaf 01.01.2020 moet een kopie van het attest langs elektronische weg aan de administratie worden bezorgd.
De verzending van een kopie aan de administratie moet gebeuren binnen dezelfde termijn als deze waarbinnen de documenten moeten worden opgesteld, d.w.z.:
- de startende vennootschap of het financieringsvehikel moet de documenten aan de administratie bezorgen vóór 31 maart van het jaar dat volgt op het jaar van de verwerving van de volledig volstorte aandelen of de nieuwe beleggingsinstrumenten en van de 4 volgende jaren;
- het openbaar startersfonds of de private startersprivak moet de documenten aan de administratie bezorgen vóór 31 maart van het jaar dat volgt op het belastbare tijdperk waarin de datum van 31 december valt waarop het openbaar startersfonds of de private startersprivak aan de investeringsvoorwaarden voldoet (= jaar waarvoor de vermindering wordt toegekend), en van de 4 volgende jaren.
Om deze verplichting na te komen, zijn er twee mogelijkheden:
1. Deze documenten kunnen elektronisch worden verstuurd via de toepassing Belcotax-on-web. Die toepassing is toegankelijk via het adres: https://finances.belgium.be/nl/E-services/Belcotaxonweb
2. Deze documenten kunnen eveneens via e-mail worden verstuurd naar de volgende dienst:
KMO Centrum Brussel II – Documentatiecentrum – Bedrijfsvoorheffing
Kmo.bv.bru2.prp.pme@minfin.fed.be
Vanaf 01.01.2020 is een verzending via de post of een persoonlijke overhandiging van de documenten aan de administratie niet meer toegelaten.
Interne ref.: 715.153
