Circulaire nr. 9/2012 d.d. 13.07.2012
Griffierechten – Nieuwe tarieven
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Algemene Administratie van de PATRIMONIUMDOCUMENTATIE
Toezicht en Controle van de Griffies
2 bijlagen
Opmerking: Circulaire vervangen door de circulaire nr. 6/2014 van 27.02.2014
Het Belgisch Staatsblad van 28 juni 2012 heeft de programmawet van 22 juni 2012 bekendgemaakt. De artikelen 94 tot 104 van deze wet wijzigen het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (W.Reg.) in die zin dat de tarieven van de griffierechten met 15 % stijgen en de bedragen worden afgerond.
In deze circulaire wordt een korte commentaar gegeven bij de wijzigingen in het Wetboek. Bijlage 1 bevat de tekst van de voormelde artikelen van de programmawet. Bijlage 2 bevat de geconsolideerde tekst van de bepalingen van het Wetboek betreffende de griffierechten.
COMMENTAAR
1) Doelstellingen van de federale wetgever
Deze maatregel verhoogt de griffierechten die in 18 jaar niet meer werden aangepast. Dit moet 5 miljoen EUR inkomsten opleveren voor de federale begroting.
2) Inwerkingtreding
Bij gebrek aan andersluidende bepaling treden deze nieuwe tarieven in werking tien dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, dus vanaf 8 juli 2012. Inprincipe wordt de datum van effectieve heffing in aanmerking genomen. Evenwel, rekening houdend met de normale termijn van behandeling van aanvragen van uitgifte, kopie of uittreksel, zullen de nieuwe tarieven van toepassing zijn op aanvragen ingediend vanaf 8 juni 2012 waarvoor nog geen aflevering is gebeurd.
3) Nieuwe tarieven
I. ROLRECHT (art. 269^1 tot 269^3 W.Reg.)
Het rolrecht is verschuldigd voor de inschrijving van een zaak op de algemene rol (art. 269^1 W.Reg.), in het register der verzoekschriften (art. 269^2 W.Reg.) of in het register van de vorderingen in kort geding (art. 269^3 W.Reg.). Wat betreft het tarief, is het van belang een onderscheid te maken naargelang van het type van rol alsmede van de aard en de graad van de rechtbanken.
| Inschrijving op de algemene rol (art. 269^1 W.Reg.) | |
|---|---|
| • in de vredegerechten en de politierechtbanken | 40 EUR |
| • in de rechtbanken van eerste aanleg en de rechtbanken van koophandel | 100 EUR |
| • in de hoven van beroep | 210 EUR |
| • in het Hof van Cassatie | 375 EUR |
| Inschrijving in het register der verzoekschriften (art. 269^2 W.Reg.) | |
| • in de vredegerechten en de politierechtbanken | 31 EUR |
| • in de andere gerechten | 60 EUR |
| Inschrijving in het register van de vorderingen in kort geding (art. 269^3 W.Reg.) | |
| • inschrijving van een vordering | 80 EUR |
| • inschrijving van beroep tegen bevelen of vonnissen in kort geding | 160 EUR |
Het recht wordt tot 30 EUR verlaagd voor de inschrijvingen op de algemene rol conform artikel 162, 13° W.Reg.(1) Vrijstellingen, strikt te interpreteren, worden voorzien bij artikel 279^1 W.Reg.
(1) Akten en vonnissen betreffende procedures (art. 162, 13° W.Reg.) :
– voor vrederechters wanneer het bedrag van de hoofdeis het maximum van de laatste aanleg niet te boven gaat ;
– voor vrederechters in zake uitkering tot onderhoud of bijdragen in de lasten van het huwelijk (art. 221, B. W.);
– voor de rechtbanken van koophandel betreffende geschillen inzake zee- of binnenvaart of inzake zeescheepvaart- of binnenvaartvervoer, indien het bedrag van de hoofdeis het bedrag van de laatste aanleg voor het vredegerecht niet te boven gaat.
II. OPSTELRECHT (art. 270^1 tot 270^3 W.Reg.)
Volgende akten zijn onderworpen aan het opstelrecht (behalve vrijstellingen van art. 279^2 W.Reg.):
- de akten in minuut of in origineel en de getuigschriften verleden vóór de griffiers buiten bemoeiing van rechters, alsmede de overschrijvingen gedaan door griffiers in hun registers van de verklaringen van beroep of van voorziening in verbreking in strafzaken, door gedetineerden of geïnterneerden afgelegd (art. 270^1 W.Reg.) ;
- de akten van bekendheid, de akten van aanneming en de akten waarbij een minderjarige machtiging wordt verleend om handel te drijven, verleden ten overstaan van de vrederechters (art. 2702 W.Reg.) ;
- de verklaringen van keus van vaderland waarvan de Procureur des Konings akte neemt (art. 270^3 W.Reg.).
Het bedrag van het opstelrecht wordt bepaald op 35 EUR per akte, ongeacht welke soort.
III. EXPEDITIERECHT (art. 271 tot 274ter, W.Reg.)
Het expeditierecht belast de uitgiften, kopieën of uittreksels die worden afgegeven in de griffies. Ongeacht op welke griffie en ongeacht op welke informatiedrager de aflevering geschiedt, wordt het expeditierecht geheven, ook op de aflevering van kopieën op een statische elektronische informatiedrager (foto, scanner, …) of kopieën van een elektronisch bestand. Het recht wordt berekend per bladzijde van de akte, van de beslissing of van het stuk dat in de uitgifte, de kopie of het uittreksel wordt weergegeven. Elke begonnen bladzijde telt voor één bladzijde.
Het expeditierecht belast bovendien de kopieën van dynamisch audiovisueel materiaal (film, video, audio-opname, …) : het recht is verschuldigd per gekopieerde minuut, ongeacht op welke informatiedrager de kopie wordt afgeleverd. Een begonnen minuut telt voor een volle minuut.
Behalve vrijstellingen bij artikel 280 W.Reg., is het expeditierecht van toepassing als volgt :
- het gewone tarief, geldig voor al de stukken maar veranderlijk volgens de aard en de hiërarchie van de rechtbanken (art. 271, W.Reg.);
- het verlaagde tarief, identiek voor al de griffies maar enkel geldig voor welbepaalde stukken (art. 272, W.Reg.);
- het specifiek tarief, enkel geldig voor de kopieën van dynamisch audiovisueel materiaal (art. 274bis, W.Reg.).
| GEWOON TARIEF (art. 271 W.Reg.) | |
|---|---|
| • in de vredegerechten en de politierechtbanken | 1,75 EUR per blz. |
| • in de hoven van beroep, de hoven van assisen, het militair gerechtshof, de arrondissementsrechtbanken, de rechtbanken van eerste aanleg, de rechtbanken van koophandel en de krijgsraden | 3 EUR per blz. |
| • in het Hof van Cassatie | 5,55 EUR per blz. |
| VERLAAGD TARIEF (art. 272 W.Reg.) | |
|
• Niet ondertekende kopieën: indien bij één en hetzelfde verzoek en voor één en dezelfde zaak meer dan 2 kopieën worden aangevraagd, wordt het tarief vanaf het 3de kopie bepaald op 0,30 EUR per bladzijde, zonder dat het globaal bedrag aan verschuldigde expeditierechten alsdan meer dan 1.450 EUR kan bedragen (art. 272, 1ste lid, 1°). • Uittreksels van de burgerlijke stand of uit de registers van nationaliteit (art. 272, 1ste lid, 2°). • Akten, vonnissen en arresten die krachtens artikel 162, 33°bis tot 37°bis vrijstelling van de registratieformaliteit genieten (aangelegenheden onder de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank)(art. 272, 1ste lid, 3°). • Uitgiften, kopieën of uittreksels van akten en stukken betreffende rechtspersonen ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen (art. 272, 1ste lid, 4°). • Kopieën op een statische elektronische informatiedrager (foto, scanner, …): het expeditierecht is verschuldigd om een kopie op een elektronische informatiedrager af te leveren van een document waarvan het origineel stuk op een papieren drager bestaat. Het recht wordt berekend rekening houdend met het aantal originele bladzijden die in de kopie zijn opgenomen (art. 273). • Kopieën van een elektronisch bestand: het expeditierecht is verschuldigd voor elke gekopieerde elektronische bladzijde van het brondocument. De parameters van het brondocument die de elektronische bladzijde bepalen, mogen bij het maken van de kopie niet gewijzigd worden (art. 272, 3de lid). | 0,85 EUR per blz. met minimum van 1,75 EUR (papier) en 5,75 EUR (andere drager) |
| SPECIFIEK TARIEF (art. 274bis W.Reg.) | |
| • Kopieën van dynamisch audiovisueel materiaal (film, video, audio-opname, …) | 1,15 EUR per gekopieerde minuut met minimum van 5,75 EUR |
De expeditierechten die verschuldigd zijn op één en hetzelfde verzoek voor één en dezelfde zaak mogen 1.450 EUR niet overschrijden (art. 274ter W.Reg.).
De Administrateur-generaal van de Patrimoniumdocumentatie,
D. DE BRONE.
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 28 juni 2012
22 juni 2012 – PROGRAMMAWET
TITEL 7. – FINANCIËN
(…)
HOOFDSTUK 8. – GRIFFIERECHTEN
Art. 94.
In artikel 269^1, eerste lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het 1° wordt het bedrag « 35,00 EUR » vervangen door het bedrag « 40 euro »;
b) in het 2° wordt het bedrag « 82,00 EUR » vervangen door het bedrag « 100 euro »;
c) in het 3° wordt het bedrag « 186,00 EUR » vervangen door het bedrag « 210 euro »;
d) in het 4° wordt het bedrag « 325,00 EUR » vervangen door het bedrag « 375 euro ».
Art. 95.
In artikel 269^1, tweede lid van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2007, wordt het bedrag « 25,00 EUR » vervangen door het bedrag « 30 euro ».
Art. 96.
In artikel 2692 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het 1° wordt het bedrag « 27,00 EUR » vervangen door het bedrag « 31 euro »;
b) in het 2° wordt het bedrag « 52,00 EUR » vervangen door het bedrag « 60 euro ».
Art. 97.
In artikel 269^3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 24 december 1993 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de bedragen « 69,50 EUR » en « 139,00 EUR » respectievelijk vervangen door de bedragen « 80 euro » en « 160 euro ».
Art. 98.
In artikel 270^1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt het bedrag « 30,00 EUR » vervangen door het bedrag « 35 euros ».
Art. 99.
In artikel 270^2 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt het bedrag « 30,00 EUR » vervangen door het bedrag « 35 euro ».
Art. 100.
In artikel 270^3 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt het bedrag « 30,00 EUR » vervangen door het woord « 35 euro ».
Art. 101.
In artikel 271 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het 1° wordt het bedrag « 1,50 EUR » vervangen door het bedrag « 1,75 euro »;
b) in het 2° wordt het bedrag « 2,85 EUR » vervangen door het bedrag « 3 euro »;
c) in het 3° wordt het bedrag « 4,83 EUR » vervangen door het bedrag « 5,55 euro ».
Art. 102.
In artikel 272, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin van het eerste lid:
a) het bedrag « 0,75 EUR » wordt vervangen door het bedrag « 0,85 euro »;
b) in de Franstalige tekst wordt het woord « ne » ingevoegd tussen het woord « dus » en het woord « puisse »;
c) het bedrag « 1,50 EUR » wordt vervangen door het bedrag « 1,75 euro »;
d) het bedrag « 5,00 EUR » wordt vervangen door het bedrag « 5,75 euro »;
2° in het 1° van het eerste lid:
a) het bedrag « 0,25 EUR » wordt vervangen door het bedrag « 0,30 euro »;
b) het bedrag van « 1 250,00 EUR » wordt vervangen door het bedrag « 1.450 euro ».
Art. 103.
In artikel 274bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het bedrag « 1,00 EUR » wordt vervangen door het bedrag « 1,15 euro »;
b) het bedrag « 5,00 EUR » wordt vervangen door het bedrag « 5,75 euro ».
Art. 104.
In artikel 274ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, wordt het bedrag « 1.250,00 EUR » vervangen door het bedrag « 1.450 euro ».
BIJLAGE 2
Geconsolideerde teksten van de bepalingen in het W. reg. wat betreft de griffierechten
TITEL III - GRIFFIERECHT
Hoofdstuk I – Vestiging van de belasting en vaststelling van de rechten
Artikel 268
Onder de benaming van griffierecht wordt een belasting gevestigd op de hiernavolgende in de hoven en rechtbanken gedane verrichtingen :
1° het ter rol brengen van zaken, de inschrijving in het register der verzoekschriften en de inschrijving in het register van de vorderingen in kort geding;
2° het opstellen van akten van de griffiers, van vóór hen verleden akten, van zekere akten van de rechters en van de ambtenaren van het openbaar ministerie;
3° het afleveren van uitgiften, kopieën of uittreksels uit akten, vonnissen en arresten en van kopieën van andere stukken die op de griffie worden bewaard;
4° (opgeheven);
5° (opgeheven).
Afdeling I – Rolrecht
Artikel 269^1
Voor elke zaak die op de algemene rol wordt ingeschreven wordt er geheven :
1° in de vredegerechten en de politierechtbanken, een recht van 40 EUR;
2° in de rechtbanken van eerste aanleg en de rechtbanken van koophandel, een recht van 100 EUR;
3° in de hoven van beroep, een recht van 210 EUR;
4° in het Hof van Cassatie, een recht van 375 EUR.
Het recht wordt echter tot 30 EUR verlaagd voor de procedures voorzien bij artikel 162, 13°.
Geen enkel recht wordt geïnd bij de rechtsgedingen voor de beslagrechter of de vrederechter in het kader van de toepassing van artikel 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Artikel 269^2
Voor elk verzoekschrift dat in de registers der verzoekschriften wordt ingeschreven wordt er geheven :
1° in de vredegerechten en de politierechtbanken, een recht van 31 EUR ;
2° in de andere gerechten, een recht van 60 EUR.
Artikel 269^3
Voor elke inschrijving van een vordering in kort geding wordt een recht van 80 EUR geheven. Voor elke inschrijving van beroep tegen bevelen of vonnissen in kort geding wordt een recht geheven van 160 EUR.
Afdeling Ibis – Opstelrecht
Artikel 270^1
Op akten van griffiers van hoven en rechtbanken of op akten die buiten bemoeiing van rechters vóór hen zijn verleden, wordt een opstelrecht geheven van 35 EUR.
Met akten van griffiers van hoven en rechtbanken worden gelijkgesteld, overschrijvingen gedaan door griffiers in hun registers, van de verklaringen van beroep of van voorziening in verbreking in strafzaken, door gedetineerden of geïnterneerden afgelegd.
Artikel 270^2
De akten van bekendheid, de akten van aanneming en de akten waarbij een minderjarige machtiging wordt verleend om handel te drijven, die verleden worden ten overstaan van de vrederechters, zijn onderworpen aan een opstelrecht, waarvan het bedrag op 35 EUR wordt bepaald.
Artikel 270^3
De verklaringen van keus van vaderland zijn onderhevig aan een opstelrecht, waarvan het bedrag op 35 EUR wordt bepaald.
Dit recht is vatbaar voor teruggaaf ingeval de inwilliging bij een eindbeslissing van het bevoegd gerecht wordt geweigerd.
Afdeling II – Expeditierecht
Artikel 271
Op de uitgiften, kopieën of uittreksels die in de griffies worden afgegeven, wordt een expeditierecht geheven van :
1° 1,75 EUR per bladzijde, in de vredegerechten en politierechtbanken;
2° 3 EUR per bladzijde, in de hoven van beroep;
3° 5,55 EUR per bladzijde, in het Hof van cassatie.
Artikel 272
Ongeacht op welke griffie en ongeacht op welke informatiedrager de aflevering geschiedt, wordt het recht op 0,85 EUR per bladzijde bepaald, zonder dat het verschuldigd bedrag aan rechten lager mag zijn dan 1,75 EUR per afgifte op papier en 5,75 EUR op een andere drager :
1° voor de niet ondertekende kopieën. Indien echter bij één en hetzelfde verzoek en voor één en dezelfde zaak meer dan twee kopieën worden aangevraagd, wordt het tarief vanaf de derde kopie bepaald op 0,30 EUR per bladzijde, zonder dat het globaal bedrag aan verschuldigde expeditierechten alsdan meer dan 1.450 EUR kan bedragen;
2° voor uitgiften, kopieën of uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand of uit de registers welke de akten betreffende het verkrijgen, het herkrijgen, het behoud en het verlies van nationaliteit bevatten;
3° voor uitgiften, kopieën of uittreksels uit akten, vonnissen en arresten die krachtens artikel 162, 33°bis tot 37°bis, vrijstelling genieten van de formaliteit der registratie;
4° voor de uitgiften, kopieën of uittreksels van akten en stukken betreffende rechtspersonen ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Hetzelfde recht is verschuldigd voor uitgiften, kopieën en uittreksels uit akten, vonnissen en arresten afgeleverd in kieszaken of militiezaken. Deze stukken dragen bovenaan de vermelding van hun bestemming; zij mogen tot geen andere doeleinden dienen.
Hetzelfde recht is eveneens verschuldigd voor de kopie van een elektronisch bestand. Het recht is verschuldigd voor elke gekopieerde elektronische bladzijde van het brondocument. De parameters van het brondocument, die de elektronische bladzijde bepalen, mogen bij het maken van de kopie niet gewijzigd worden.
Artikel 273
Het recht wordt berekend per bladzijde van het arrest, het vonnis of de akte, welke in de uitgifte, de kopie of het uittreksel wordt weergegeven.
Het recht wordt evenwel éénvormig berekend alsof er slechts één bladzijde was, voor de uittreksels die worden afgeleverd ter uitvoering van artikel 121 van het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
Artikel 274
Wanneer in een uitgifte, kopie of uittreksel meerdere arresten, vonnissen of akten worden weergegeven, wordt het recht berekend per bladzijde van elk dezer documenten, zonder dat er, voor ieder van deze documenten, minder mag geheven worden dan het recht verschuldigd voor één bladzijde.
Artikel 274bis
Voor kopieën van audiovisueel materiaal is, ongeacht op welke informatiedrager de kopie wordt afgeleverd, per gekopieerde minuut 1,15 EUR verschuldigd, zonder dat de verschuldigde rechten minder mogen bedragen dan 5,75 EUR. Een begonnen minuut telt voor een volle minuut.
Artikel 274ter
De expeditierechten die verschuldigd zijn op één en hetzelfde verzoek voor één en dezelfde zaak, mogen 1.450 EUR niet overschrijden.
Afdeling III – Legalisatie- en opzoekingsrechten
Artikel 275
(opgeheven)
Artikel 276
(opgeheven)
Afdeling IV – Recht van inschrijving in het handelsregister, in het ambachtsregister en in de registers van de economische samenwerkingsverbanden
Artikel 277
(opgeheven)
Artikel 278
(opgeheven)
Hoofdstuk II – Vrijstellingen
Artikel 279^1
Zijn vrijgesteld van het rolrecht :
1° de inschrijvingen van zaken waarvan de vonnissen en arresten, krachtens artikelen 161 en 162 vrijstelling genieten van het recht of van de formaliteit der registratie.
Het recht is echter verschuldigd voor de onder artikel 162, 13°, bedoelde procedures;
2° de inschrijving van een zaak door de griffier van het gerecht waarnaar de zaak verwezen werd overeenkomstig de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken of ingevolge een rechterlijke beslissing van onttrekking.
Artikel 279^2
Zijn vrijgesteld van het opstelrecht :
1° de akten verleden in de gevallen voorzien door artikelen 161 en 162;
2° de akten of ontvangbewijzen ten blijke van het neerleggen of mededelen van stukken, sommen of voorwerpen ter griffie van de hoven en rechtbanken;
3° de faillissementsbekentenissen, alsmede de afsluitingen of vermeldingen die worden aangebracht op de registers, titels en stukken tot staving daarvan;
4° (opgeheven);
5° de processen-verbaal van nummering en visering van de koopmansboeken.
Artikel 280
Zijn van expeditierecht vrijgesteld :
1° uitgiften, kopieën of uittreksels van of uit akten, vonnissen en arresten, die krachtens de artikelen 161 en 162 van het recht of van de formaliteit der registratie zijn vrijgesteld. Deze bepaling is echter niet van toepassing :
a) op de in artikel 272, laatste alinea, bedoelde uitgiften, kopiëen of uittreksels;
b) op de uitgiften, kopieën of uittreksels van of uit de in artikel 162, 5°, 6°, 13°, 27° en 33°bis tot 37°bis bedoelde akten en vonnissen;
2° de uitgiften, kopieën of uittreksels van of uit vonnissen, arresten, beschikkingen of andere akten van rechtspleging, die de griffier ambtshalve of op verzoek van een der partijen toezendt aan de partijen, aan hun advocaten of aan derden, in uitvoering van het Gerechtelijk Wetboek of van andere wettelijke of reglementaire bepalingen;
3° de kopieën van verklaringen met het oog op de inschrijving of tot wijziging van een inschrijving in het rechtspersonenregister van de Kruispuntbank van Ondernemingen ambtshalve afgegeven of toegezonden aan de personen die de inschrijving of de wijziging aanvragen; de oorzaak van de vrijstelling moet op het kopie vermeld worden;
4° uitgiften, kopieën of uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand of uit de registers welke de akten betreffende het verkrijgen, het herkrijgen, het behoud en het verlies van nationaliteit bevatten;
5° de kopieën of uittreksels van vonnissen en arresten die afgeleverd worden aan juridische tijdschriften, aangewezen door de Minister van Financiën;
6° de uitgiften, kopieën of uittreksels afgegeven door de griffie van het Hof van beroep te Brussel, met het oog op de tenuitvoerlegging in België van de arresten en beschikkingen die een uitvoerbare titel uitmaken en gewezen zijn op grond van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, van de Europese Economische Gemeenschap of van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, alsmede bij de Overeenkomst betreffende bepaalde instellingen welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, en welke luidens de bewoordingen van die Verdragen vatbaar zijn voor gedwongen tenuitvoerlegging;
7° de grossen of kopieën, afgeleverd door de griffie van het Hof van beroep te Brussel, met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging in België van de scheidsrechterlijke beslissingen geveld krachtens het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, opgemaakt te Washington op 18 maart 1965;
8° de kopieën in strafzaken, afgeleverd aan de vader of de moeder, aan een adoptant of aan de voogd in hun hoedanigheid van burgerlijke partij of van persoon die zich op grond van het dossier zou kunnen beroepen op een nadeel, wanneer de zaak betrekking heeft op een misdrijf gepleegd tegen een minderjarige en dat naar de wetten strafbaar is gesteld met een criminele of correctionele straf.
Hoofdstuk III – Diverse bepalingen
Artikel 283
In de in artikel 160 voorziene gevallen, worden de griffierechten in debet vereffend en ingevorderd volgens de regelen die van toepassing zijn op de onder dezelfde voorwaarden vereffende registratierechten.
Artikel 284
Worden eveneens in debet vereffend, de griffierechten verschuldigd op uitgiften, kopieën van en uittreksels uit akten, vonnissen en arresten, wanneer die stukken in strafzaken worden afgeleverd aan het openbaar ministerie of aan de Rijksagenten belast met de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten.
De rechten worden onder de gerechtskosten begrepen en als dusdanig ingevorderd ten laste van de partij die er toe veroordeeld werd.
Artikel 284bis
In debet worden eveneens vereffend, de griffierechten verschuldigd op de kopieën in strafzaken die worden afgegeven met toepassing van de artikelen 674bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. De rechten alsmede de andere kosten worden ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van hetzelffde Wetboek.
Artikel 285
De wijze van heffing der griffierechten en het houden der registers in de griffies van de hoven en rechtbanken worden bij koninklijk besluit geregeld.
Daarbij kan de medewerking van de griffiers bij de heffing van de griffierechten worden voorzien, zonder dat zij daardoor de hoedanigheid van Staatsrekenplichtige verkrijgen.
Inbreuken op de voorschriften van evenbedoeld koninklijk besluit kunnen worden bestraft met boeten waarvan het bedrag per inbreuk 250 EUR niet mag te boven gaan.
Artikel 286
Er is verjaring :
1° voor het invorderen der griffierechten en -boeten, na twee jaar, te rekenen van de dag waarop zij aan de Staat verworven zijn;
2° voor de vordering tot teruggaaf van ten onrechte geheven rechten en boeten, na twee jaar, te rekenen van de dag der betaling.
Die verjaringen worden gestuit overeenkomstig artikelen 217^1 en 217^2.
Verjaring voor het invorderen der in debet vereffende rechten ontstaat echter zoals die voor de onder dezelfde voorwaarden vereffende registratierechten.
Artikel 287
De bepalingen van titel I betreffende de vervolgingen en gedingen en de moratoire interesten, zijn toepasselijk op de griffierechten.
Artikel 288
(opgeheven)
Interne ref.: Dossier nr. EE/G.131
