Circulaire nr. 6 d.d. 18.12.2001

Belasting voor aanplakking
Betalingswijzen


Ten gevolge van de beslissing om slechts een beperkt aantal waarden van fiscale zegels in euro te vervaardigen en om de zegelmachines niet aan te passen, zal vanaf 1 januari 2002 de betaling van de belasting voor aanplakking, hetzij door het aanbrengen en onbruikbaar maken van fiscale zegels op de affiche of op de factuur, hetzij door middel van de buitengewone zegeling, niet meer mogelijk zijn. De artikelen 229, 230 en 240 1, eerste lid, 3°, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen zijn bijgevolg niet meer van toepassing, en voor de affiches die worden aangeplakt vanaf 1 januari 2002 dient de belasting te worden betaald volgens de hierna bepaalde regels. I. De gebruikelijke schuldenaars van de belasting voor aanplakking. Ten einde de betaling van de belasting voor aanplakking te vereenvoudigen, is het de gebruikelijke schuldenaars, te weten de personen die doorgaans affiches aanplakken of vervaardigen, met name de ondernemers van aanplakking en de drukkers, toegestaan de gehele belasting te voldoen, door middel van periodieke stortingen, overeenkomstig de volgende modaliteiten. 1. Belasting voor aanplakking betaald door degene van wie de affiche uitgaat, door de bezitnemer of de eigenaar van de plaats waar de aanplakking geschiedt of door de ondernemer van de aanplakking. A. Betaling van de rechten. a. Binnen de eerste vijftien dagen van elke maand betaalt de schuldenaar als belasting voor aanplakking voor de affiches die zullen aangebracht worden in de loop van die maand, een som vooruit die gelijk is aan het bedrag van de belasting voor aanplakking dat opeisbaar is geworden tijdens de vorige maand. b. Wanneer de belasting voor de eerste keer wordt betaald, wordt het te storten voorschot berekend op basis van een schatting van de activiteit van de lopende maand. c. Op het einde van elke maand vergelijkt de schuldenaar het bedrag van de vooruitbetaalde belasting met het bedrag van de belasting dat opeisbaar geworden is voor die maand. Indien het vooruitbetaalde bedrag lager is dan het bedrag van de belasting dat opeisbaar geworden is, zal een bijkomende betaling worden gedaan samen met de vooruitbetaling van de belasting voor de volgende maand. Indien het bedrag van de vooruitbetaalde belasting daarentegen hoger is dan het verschuldigde bedrag, dan wordt het verschil toegerekend op het bedrag de vooruit te betalen belasting van de volgende maand. Voorbeeld:

  • Indien het uiterlijk op 15 januari 2002 vooruitbetaalde bedrag voor die maand 10.000 € bedraagt (bedrag dat gelijk is aan de belasting betaald voor de maand december 2001 of schatting), en de belasting die opeisbaar is geworden voor die maand 12.000 € bedraagt, zal de schuldenaar ten laatste op 15 januari 2002 de volgende sommen moeten betalen:
  • het verschuldigde supplement : 2.000 €
  • het vooruit te betalen bedrag voor de maand februari 2002 : 12.000 €
    Hetzij in totaal 14.000 €
  • Indien het vooruitbetaalde bedrag in februari 2002 voor deze maand 12.000 € bedraagt en er voor die maand slechts 8.000 € belasting verschuldigd is, zal de schuldenaar het verschil (4.000 €) toerekenen op het voor de maand maart 2002 vooruit te betalen bedrag, zodat hij uiterlijk op 15 maart 2002 slechts 4.000 € moet betalen.
d. De vooruit te betalen belasting, eventueel verhoogd met het opeisbaar geworden supplement (z. punt c), moet overgeschreven of gestort worden op de postrekening van het kantoor van de registratie of van de domeinen dat bevoegd is voor het ambtsgebied waar de schuldenaar gevestigd is. B. Aangiften. Om de betaling van de belasting te verzekeren, maakt de schuldenaar op: 1° voor elke affiche, een "aanplakkingsaangifte" (formulier nr.48 (1)) die vermeldt:
a) de maand waarvoor ze wordt opgemaakt;
b) de naam, voornamen (of de firmanaam) en verblijfplaats of vestiging van de aangever;
c) de naam, voornamen (of de firmanaam), beroep en woonplaats (of maatschappelijke zetel) van de persoon in wiens voordeel de reclame wordt gemaakt;
d) het materiaal waaruit de affiche vervaardigd is;
e) de volledige tekst van de affiche en, in voorkomend geval, de beknopte beschrijving van de afbeelding die ze bevat, dermate dat geen twijfel mogelijk is omtrent de identiteit van de affiche;
f) de oppervlakte van de affiche (in vierkante meter en decimeter);
g) het aantal aan te brengen exemplaren;
h) indien de belasting jaarlijks is, de aanduiding van het aantal jaren waarvoor de aangever de belasting wenst te voldoen in één enkele betaling. (1) Exemplaren van het aangifteformulier kunnen bekomen worden bij het kantoor bevoegd om de maandelijkse aangifte en de betaling in ontvangst te nemen De aanplakkingsaangiften moeten genummerd worden volgens een ononderbroken nummerreeks.
2° een maandelijkse aangifte van betaling in tweevoud die vermeldt:
a) de maand waarvoor ze wordt opgemaakt;
b) de naam, voornamen (of de firmanaam) en verblijfplaats of vestiging van de aangever;
c) de nummers van de aanplakkingsaangiften bedoeld onder 1°, opgemaakt in de loop van de vorige maand;
d) het bedrag van de vooruitbetaalde belasting voor de maand waarop de aangifte betrekking heeft;
e) het bedrag van de belasting voor aanplakking opeisbaar geworden in de loop van die maand;
f) het bedrag van het te betalen supplement of het toe te rekenen overschot;
g) het vooruit te betalen bedrag voor de volgende maand;
h) het bedrag dat wordt gestort of overgeschreven op de postrekening van het hiervoor onder punt A bedoelde kantoor.
Een exemplaar van de maandelijkse aangifte wordt aan het onder A vermelde kantoor afgegeven of per post toegezonden, ten laatste op het ogenblik waarop de schuldenaar de verschuldigde belasting betaalt. 3° De aanplakkingsaangiften evenals de dubbels van de maandelijkse aangiften van betaling worden bewaard door de aangever gedurende zes jaar te rekenen vanaf hun datum en moeten ter inzage worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren belast met de controle van de heffing van de belasting. C. Vermelding die moet voorkomen op de affiches en de facturen. De affiches waarvoor de gehele belasting betaald werd moeten onderaan de vermelding "gehele belasting betaald" dragen, gevolgd door de naam van de plaats waar het kantoor is gevestigd waar de maandelijkse aangifte wordt neergelegd, het nummer van neerlegging van deze aangifte, het nummer van de aanplakkingsaangifte en het jaar van aanplakking. De door de ondernemer van aanplakking aan de klant afgegeven factuur moet de vermelding dragen: "belasting voor aanplakking betaald door maandelijkse aangifte", gevolgd door het nummer van de aanplakkingsaangifte. D. Boekhouding. De schuldenaar moet een boekhouding voeren die toelaat de aangiften voorzien in punt B hiervoor vast te stellen en te controleren, evenals de juiste heffing van de belasting voor aanplakking na te gaan. Hij is eveneens gehouden, zonder verplaatsing, zijn boeken, contracten en alle andere bescheiden, mee te delen aan de ambtenaren belast met de controle van de heffing van de belasting. E. Bijkomende bepaling. In geval de voorschriften met betrekking tot de betaling van de belasting, het houden, het bewaren en de inzageverlening van de documenten en de aangiften, niet worden nageleefd, zal de belasting waarvan deze aangiften de opeisbaarheid vaststellen, beschouwd worden als onregelmatig te zijn betaald. 2. Belasting voor aanplakking betaald door de fabrikant van de affiches, de drukker inbegrepen. A. Voorafgaande verbintenis. De fabrikant moet een verklaring onderschrijven waarin hij zich hoofdelijk verbindt tot betaling van de belastingen en de boeten verschuldigd wegens de door hem vervaardigde affiches die genieten van het stelsel ingevoerd door de machtiging. Deze verklaring moet worden neergelegd op het kantoor van de registratie of van de domeinen dat bevoegd is voor het ambtsgebied waar de fabrikant gevestigd is. B. Betaling van de rechten. a. Binnen de eerste vijftien dagen van elke maand betaalt de fabrikant als belasting voor aanplakking voor de affiches die zullen aangebracht worden in de loop van die maand, een som vooruit die gelijk is aan het bedrag van de belasting voor aanplakking dat opeisbaar is geworden tijdens de vorige maand. b. Wanneer de belasting voor de eerste keer wordt betaald, wordt het te storten voorschot berekend op basis van een schatting van de activiteit van de lopende maand. c. Op het einde van elke maand vergelijkt de fabrikant het bedrag van de vooruitbetaalde belasting met het bedrag van de belasting dat opeisbaar geworden is voor die maand. Indien het vooruitbetaalde bedrag lager is dan het bedrag van de belasting dat opeisbaar geworden is, zal een bijkomende betaling worden gedaan samen met de vooruitbetaling van de belasting voor de volgende maand. Indien het bedrag van de vooruitbetaalde belasting daarentegen hoger is dan het verschuldigde bedrag, dan wordt het verschil toegerekend op het bedrag van de vooruit te betalen belasting van de volgende maand. Voorbeeld:
  • Indien het uiterlijk op 15 januari 2002 vooruitbetaalde bedrag voor die maand 10.000 € bedraagt (bedrag dat gelijk is aan de belasting betaald voor de maand december 2001 of schatting), en de belasting die opeisbaar is geworden voor die maand 12.000 € bedraagt, moet de fabrikant ten laatste op 15 januari 2002 betalen:
  • het verschuldigde supplement : 2.000 €
  • het vooruit te betalen bedrag voor de maand februari 2002 : 12.000 €
    Hetzij in totaal : 14.000 €
  • Indien het vooruitbetaalde bedrag in februari 2002 voor deze maand 12.000 € bedraagt en er voor die maand slechts 8.000 € aan opeisbare belasting verschuldigd is, zal de fabrikant het verschil (4.000 €) toerekenen op het voor de maand maart 2002 vooruit te betalen bedrag, zodat hij uiterlijk op 15 maart 2002 slechts 4.000 € moet betalen.
d. De vooruit te betalen belasting, eventueel verhoogd met het opeisbaar geworden supplement (z. punt c), moet overgeschreven of gestort worden op de postrekening van het kantoor van de registratie of van de domeinen dat bevoegd is voor het ontvangen (z. hiervoor, punt I, 2, A). C. Aangiften. 1° Ter vervanging van de aanplakkingsaangifte houdt de fabrikant van affiches een register, waarin hij, naarmate van de leveringen en volgens een jaar niet onderbroken nummerreeks aanduidt:
a) de datum van de levering;
b) het aantal affiches begrepen in deze levering; c) de afmetingen van de affiches;
d) de volledige tekst van de affiche en, in voorkomend geval, de beknopte beschrijving van de afbeelding die ze bevat, dermate dat geen twijfel mogelijk is omtrent de identiteit van de affiche;
e) het materiaal waaruit de affiches vervaardigd zijn;
f) het bedrag van de opeisbare belasting.
De affiches die werden besteld met het oog op reclame in het buitenland en voor dewelke de belasting bijgevolg niet verschuldigd is, moeten niet in het register worden vermeld. De registers worden door de fabrikant bewaard gedurende zes jaar te rekenen vanaf hun afsluiting. 2° een maandelijkse aangifte van betaling in tweevoud die vermeldt:
a) de maand waarvoor ze wordt opgemaakt;
b) de naam, voornamen (of de firmanaam) en verblijfplaats of vestiging van de aangever;
c) de nummers van inschrijving in het register bedoeld onder1°, van de leveringen verricht in de loop van de vorige maand;
d) het bedrag van de vooruitbetaalde belasting voor de maand waarop de aangifte betrekking heeft;
e) het bedrag van de belasting die opeisbaar geworden is in de loop van die maand;
f) het bedrag van het te betalen supplement of het toe te rekenen overschot;
g) het vooruit te betalen bedrag voor de volgende maand;
h) het bedrag dat wordt gestort of overgeschreven op de postrekening van het hiervoor onder punt A bedoelde kantoor.
Een exemplaar van de maandelijkse aangifte wordt aan het onder A vermelde kantoor afgegeven of per post toegezonden, ten laatste op het ogenblik waarop de schuldenaar de verschuldigde belasting betaalt. 3° De dubbels van de maandelijkse aangiften van betaling worden bewaard door de aangever gedurende zes jaar te rekenen vanaf hun datum en moeten ter inzage worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren belast met de controle van de heffing van de belasting. D. Vermeldingen die moeten voorkomen op de affiches. De affiches waarvoor de gehele belasting betaald werd moeten onderaan de vermelding "gehele belasting betaald" dragen, gevolgd door de naam van de plaats waar het kantoor is gevestigd of de maandelijkse aangifte wordt neergelegd, het nummer van neerlegging van deze aangifte, het nummer van inschrijving in het register van de leveringen en het jaar van aanplakking. De door de fabrikant aan de klant afgegeven factuur moet de vermelding dragen "belasting voor aanplakking betaald door maandelijkse aangifte", gevolgd door het nummer van inschrrijving in het register van de leveringen. E. Boekhouding. De schuldenaar moet een boekhouding voeren die toelaat de aangiften voorzien in punt B hiervoor vast te stellen en te controleren, evenals de juiste heffing van de belasting voor aanplaking na te gaan Hij is eveneens gehouden, zonder verplaatsing, zijn boeken, contracten en alle andere bescheiden, mee te delen aan de ambtenaren belast met de controle van de heffing van de belasting. F. Fabrikant gevestigd in het buitenland. Indien de fabrikant in het buitenland is gevestigd, is hij ertoe gehouden een verantwoordelijke vertegenwoordiger te doen aannemen door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde. In geval van overlijden van de vertegenwoordiger, van intrekking van zijn aanneming of wanneer er zich een gebeurtenis voordoet die zijn onbekwaamheid meebrengt, moet onverwijld in zijn vervanging voorzien worden. De vertegenwoordiger is gehouden tot de verplichtingen opgelegd aan de fabrikant door de punten A tot E hiervoor. G. Bijkomende bepaling. In geval de voorschriften met betrekking tot de betaling van de belasting, het houden, het bewaren en de inzageverlening van de documenten en de aangiften, niet worden nageleefd, zal de belasting waarvan deze aangiften de opeisbaarheid vaststellen beschouwd worden als onregelmatig te zijn betaald. II. Schuldenaars die slechts incidenteel de belasting voor aanplakking verschuldigd zijn. De personen die niet beoogd worden door punt 1 en die affiches aanplakken zullen de belasting als volgt betalen.
De betaling door storting, op basis van een aangifte, bepaald bij Titel XIV, Sectie 2 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, is van toepassing op de belasting die verschuldigd is op alle soorten affiches vanaf 1 januari 2002 (en niet meer enkel op de in artikel 231 van voormelde verordening opgesomde affiches). Evenwel, in afwijking van artikel 235 van voornoemde Verordening, zal de aangifte, bepaald bij artikel 234, ingediend op het kantoor bevoegd voor het ambtsgebied waarin de belastingplichtige zijn voornaamste vestiging of zijn woonplaats heeft. Voor de Minister:
De Directeur generaal, D. DE BRONE