Circulaire 2018/C/26 betreffende de waarde die in aanmerking moet worden genomen bij de toekenning of de betaalbaarstelling van roerende inkomsten onder de vorm van effecten

Deze circulaire bespreekt de bepalingen van art. 20bis, tweede en derde lid, WIB 92, die bepalen dat in geval een roerend inkomen wordt betaald of toegekend onder de vorm van effecten, het belastbaar inkomen niet lager mag zijn dan de beurswaarde van die effecten.

Inkomstenbelastingen; roerende inkomsten; inkomsten toegekend onder de vorm van effecten; vaststelling van het belastbaar inkomen

FOD Financiën, 20.02.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting

I. Inleiding

1. Deze circulaire bespreekt de bepalingen van art. 20bis, tweede en derde lid, WIB 92, zoals gewijzigd en ingevoegd door art. 13, W 22.10.2017 (1).

(1) Wet van 22.10.2017 houdende diverse fiscale bepalingen I (BS 10.11.2017).

Die bepalingen verduidelijken de manier waarop het belastbaar roerend inkomen moet worden bepaald wanneer het wordt toegekend of betaalbaar gesteld onder de vorm van effecten.

2. Voorheen werd het belastbaar inkomen in dat geval vastgesteld aan de hand van de verkoopwaarde van de effecten zonder dat die waarde lager mocht zijn dan diegene die werd bepaald bij de laatste prijscourant gepubliceerd door de Belgische regering (2) of op een gelijkaardige buitenlandse markt.

(2) De prijscourant is een maandelijkse bijlage die bij het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd en die de gemiddelde koers in de voorafgaande maand van openbare effecten, die worden genoteerd op de Brusselse beurs, vermeldt.

De prijscourant zou binnenkort moeten worden afgeschaft (3). Bijgevolg is vanaf nu een verwijzing naar dat begrip inzake federale belastingen opgeheven, en dus ook in het kader van art. 20bis, WIB 92.

(3) Gelet op de kostprijs van het aanmaken van de prijscourant enerzijds en het in de praktijk fel verminderde gebruik ervan anderzijds, stelt de regering voor de prijscourant af te schaffen. De afschaffing van de prijscourant zal echter maar kunnen gebeuren nadat het Waalse Gewest bij decreet zal hebben bepaald dat ook voor de schenkingsrechten die in het Waalse Gewest moeten worden gelokaliseerd de aan te geven waarde van effecten op een andere wijze dan op grond van de notering in de prijscourant moet worden bepaald. Zolang het Waalse Gewest dat niet heeft gedaan, moet de Federale Overheid de prijscourant blijven publiceren, bij toepassing van de regels van de Bijzondere Financieringswet (zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 15).

II. Wettekst

3. Art. 20bis, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 13, W 22.10.2017, bepaalt:

'In geval van toekenning of betaalbaarstelling van roerende inkomsten in de vorm van goederen in natura is het bedrag van het belastbaar inkomen gelijk aan de verkoopwaarde van de goederen op de datum van de toekenning of betaalbaarstelling ervan, zelfs wanneer de werkelijke overdracht van de goederen pas later plaatsvindt.

In geval van toekenning of betaalbaarstelling van inkomsten onder de vorm van effecten, mag, voor de toepassing van het eerste lid, de in aanmerking te nemen waarde niet lager zijn dan de beurswaarde op de Belgische of buitenlandse gereglementeerde markten op de dag vóór de datum van toekenning of betaalbaarstelling; zijn de effecten niet op een Belgische of op een gelijkaardige buitenlandse markt genoteerd, dan is het aan de belastingplichtige om de verkoopwaarde onder toezicht van de administratie aan te geven.

Onder beurswaarde wordt de slotkoers verstaan zoals bepaald op basis van de koersinformatie beschikbaar in de gespecialiseerde pers en/of middels gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen.'

III. Genoteerde effecten: referentiebeurswaarde

4. In geval van toekenning of betaalbaarstelling van inkomsten onder de vorm van genoteerde effecten is, overeenkomstig art. 20bis, tweede lid, WIB 92, de minimale waarde van het effect dat in aanmerking moet worden genomen gelijk aan de beurswaarde op de Belgische of buitenlandse gereglementeerde markten op de dag vóór de datum van toekenning of betaalbaarstelling.

1. Laatste slotkoers van het effect

5. Overeenkomstig art. 20bis, derde lid, WIB 92, is de beurswaarde van het effect gelijk aan de slotkoers van het effect op een Belgische of een buitenlandse gereglementeerde markt, zoals bepaald op basis van de koersinformatie die beschikbaar is in de gespecialiseerde pers en/of via gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen.

6. De slotkoers is de laatst genoteerde koers van het effect op een handelsdag. Wanneer er op die datum geen notering is, geldt de beurswaarde op de eerstvolgende dag waarop er opnieuw een notering wordt vastgesteld (zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 17).

7. Indien een effect op verschillende Europese beurzen is genoteerd, dan zal de belastingplichtige het effect mogen waarderen op de laagste van de op die verschillende Europese beurzen genoteerde koersen (zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 16 en 66).

2. Referentie informatiebronnen

8. De slotkoers wordt bepaald op basis van de koersinformatie die beschikbaar is in de gespecialiseerde pers en/of via gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen.

Het is niet vereist om een verwijzing te maken naar de officiële bronnen van de beursinstanties zelf (zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54-2639/001, blz. 65 en 66).

9. De waarderingsregel zoals opgenomen in art. 20bis, WIB 92, stemt overeen met diegene die voorkomt in de gewestelijke reglementering ter zake. Er werd ter zake verduidelijkt dat met 'gespecialiseerde pers en/of gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen', wordt verwezen naar informatiebronnen waarvan de correctheid normaal niet in vraag wordt gesteld, zoals publicaties (papieren of elektronische) van de 'beurzen' zelf, van bankinstellingen, van gespecialiseerde dagbladen en andere media die slotkoersen publiceren van de in de lidstaten van de EER (Europese Economische Ruimte) genoteerde effecten (zie Parl. St., Kamer, zitting 2016-2017, DOC 54 2639/001, blz. 65).

10. De bron die wordt gebruikt om de beurswaarde te bepalen, zal onder een duurzame vorm ter beschikking van de administratie moeten worden gehouden, om toe te laten het bedrag van de belastbare inkomsten na te kijken.

11. Art. 20bis, tweede lid, in limine, WIB 92, belet niet dat voor de toepassing van de inkomstenbelastingen een hoger bedrag dan de beurswaarde in aanmerking wordt genomen. Die mogelijkheid mag evenwel slechts in overweging worden genomen in uitzonderlijke gevallen waarbij de administratie ernstige redenen heeft om aan te nemen dat opzettelijk een abnormale koersdaling is uitgelokt (4).

(4) Zie nr. 20bis/8, tweede lid, Com.IB 92.

IV. Niet genoteerde effecten

12. Indien de effecten niet worden genoteerd op een Belgische of een gelijkaardige buitenlandse markt, dan zal de verkoopwaarde van de effecten in aanmerking worden genomen voor de toepassing van art. 20bis, WIB 92.

In dat verband moet, bij gebrek aan objectieve redenen die het mogelijk maken de werkelijke waarde van de aandelen te bepalen, hun intrinsieke waarde (netto-actief gedeeld door het aantal aandelen) worden genomen. Er moet niet alleen rekening worden gehouden met de boekwaarde van de bestanddelen van de vennootschap, maar eveneens met de niet in de boekhouding uitgedrukte waarden zoals meerwaarden op activabestanddelen, cliënteel, goodwill, enz… (5).

(5) Zie nr. 20bis/10, Com.IB 92.

V. Inwerkingtreding

13. De wijzigingen die werden aangebracht aan art. 20bis, WIB 92, treden in werking op 20.11.2017, namelijk de tiende dag die volgt op de publicatie van de W 22.10.2017 in het Belgisch Staatsblad.

Interne ref. : 713.304