Aanschrijving nr. 17 dd. 17.09.1981

AANSCHRIJVING 81/017

Aanschrijving nr. 17 dd. 17.09.1981


Wet van 23 juli 1981
Koninklijk besluit van 11 augustus 1981
Speciale taks op luxeprodukten


Onderwerp van de aanschrijving.

1. In het Belgisch Staatsblad van 31 juli 1981 werd de wet van 23 juli 1981 (1) tot wijziging van indirecte belastingen gepubliceerd. Artikel 2 geeft de Koning de bevoegdheid het tarief van de aanvullende weeldetaks te verhogen en het toepassingsgebied van de taks uit te breiden.

De uitvoering van die maatregelen wordt geregeld bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1981 (2), tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 1980 tot invoering van een speciale taks op luxe-produkten en tot wijziging van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 12 augustus 1981.

Hierna volgt een bondig overzicht van de draagwijdte van de aldus aangebrachte wijzigingen die op 1 september 1981 in werking zijn getreden.

Het algemeen werkingsmechanisme van de speciale taks werd uiteengezet in de aanschrijving nr. 20, van 3 december 1980 (3), en de bijzondere modaliteiten op het stuk van de facturatie, de aangifte en de betaling werden daarenboven gepreciseerd in de aanschrijving nr. 11, van 27 juli 1981 (4), waarnaar wordt verwezen.

I. Verhoging van het tarief van de speciale taks op luxeprodukten .

2. Artikel 2 van de wet van 23 juli 1981 tot wijziging van indirecte belastingen geeft, tot 31 december 1981, de Koning de bevoegdheid het tarief van de aanvullende weeldetaks, ingevoerd bij het koninklijk besluit van 10 november 1980 (z. aanschr. 20/198()), te verhogen en haar toepassingsgebied uit te breiden. Het gewijzigde tarief moet evenwel een enig tarief zijn voor al de bedoelde goederen.

In uitvoering van deze wetsbepaling werd het tarief van de aanvullende weeldetaks dat bij het koninklijk besluit van 10 november 1980, tot invoering van die taks, op 5 pct. werd bepaald eenvormig op 8 pct. gebracht voor het geheel van de luxeprodukten die door deze taks worden beoogd (art. 1, 1°, van het kon. besl. van 11 augustus 1981).

II. Nieuwe toepassingssfeer van de aanvullende weeldetaks.

Principe.

3. Met uitzondering van bontwerk (z. nrs. 4 tot 7 hierna) en van herdenkingsmedailles die niet als bijouterie zijn gemonteerd (z. nrs. 8 en 9), is de speciale taks van 8 pct. van toepassing op al de goederen bedoeld in het koninklijk besluit van 10 november 1980, waarbij deze taks werd ingevoerd (z. aanschr. 20/1980).

Bontsector.

4. In de bontsector zal de aanvullende weeldetaks op 1 september 1981 slechts nog toepasselijk zijn op :

1° geconfectioneerde kleding van bontwerk van luipaard, ocelot, hermelijn, jaguar, jachtluipaard, otter, sabelmarter, chinchilla, zebra, tijger, lynx, marter en civetkat, ongeacht of die dieren in het wild leefden dan wel werden gekweekt;

2° geconfectioneerde kleding van bontwerk van andere dieren die in het wild leefden.

5. Daaruit volgt ondermeer dat, wat betreft de hermelijn, de sabelmarter, de chinchilla en de marter (dieren opgenomen onder 1°), de geconfectioneerde kleding gemaakt van pelzen van die dieren onderworpen zijn aan de speciale taks, zelfs wanneer ze afkomstig zijn van gekweekte dieren. Daarentegen zijn de geconfectioneerde kleding van bontwerk van nerts (niet opgenomen onder 1°) slechts onderworpen aan de bedoelde taks wanneer het wildnerts betreft. Zo ook ontsnappen, vanaf 1 september 1981, de geconfectioneerde kleding van, "astrakan, " aan de speciale taks aangezien de lammeren, waarvan die pelzen afkomstig zijn, kweekdieren zijn niet opgesomd onder 1°.

6. Wat de aard van de bedoelde goederen zelf betreft wordt verwezen naar de nrs. 20 en 21 van de aanschrijving nr. 20/1980.

7. Tenslotte dient opgemerkt dat geconfectioneerde kleding van hazen en konijnen alsmede artikelen van bontwerk voor technisch gebruik onderworpen zijn aan de BTW tegen het tarief van 17 pct. en dus niet kunnen worden belast met de speciale taks, ook al sluit de nieuwe tekst van het voornoemd koninklijk besluit die goederen niet meer uitdrukkelijk uit.

Herdenkingsmedailles.

8. Herdenkingsmedailles van goud of van een ander edel metaal werden, bij artikel 2, 2°, b, van het koninklijk besluit van 29 juli 1981 (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1981), uitgesloten van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, en zijn vanaf 1 september 1981 onderworpen aan de BTW tegen het normale tarief van 17 pct., zoals de medailles voor verzamelingen van belang uit numismatiek oogpunt. Zij blijven dan ook vanaf 1 september 1981 buiten de toepassingssfeer van de speciale taks.

9. Er dient evenwel opgemerkt dat de herdenkingsmedailles die als bijouterie zijn gemonteerd of andere dan herdenkingsmedailles, zoals medailles met een sterrebeeld of met bloemen, als bijouterie of als edelsmidswerk van edele metalen onderworpen blijven aan de BTW tegen het tarief van 25 pct., verhoogd met de aanvullende weeldetaks.

Personenauto's.

10. Artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 11 augustus 1981, breidt het toepassingsgebied van de weeldetaks uit tot :

1° personenauto's uitgerust met een motor met een cylinderinhoud van méér dan 3000 cc;

2° personenauto's uitgerust met een motor met een vermogen van méér dan 116 kW, ook al bedraagt de cylinderinhoud slechts 3000 cc of minder (kW is gelijk aan 1,36 pk DIN);

3° de toebehoren en uitrustingsstukken die samen met die voertuigen worden geleverd, zelfs tegen betaling van een afzonderlijke prijs.

Enkel de personenauto's zijn bedoeld en dus niet de auto's voor dubbel gebruik die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, evenmin als de minibussen.

Voor de definities van personenauto, auto voor dubbel gebruik en minibus wordt verwezen naar de aanschrijving nr. 5/1978 (5).

Jachten en plezierboten.

11. Artikel 1, 3°, van het voornoemd koninklijk besluit onderwerpt eveneens aan de aanvullende weeldetaks van 8 pct., de jachten en plezierboten die ingevolge hun structuur verplicht moeten voorzien zijn van een vlaggebrief.

Overeenkomstig de reglementering dienaangaande zijn dit meer bepaald de plezierboten waarvan de lengte aan het watervlak méér dan 15 meter bedraagt.

12. Terloops dient te worden opgemerkt dat het tarief van de inschrijvingstaks bepaald bij artikel 6 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, vanaf 1 september 1981, voor de hierboven bedoelde personenauto's, jachten en plezierboten tot 33 pct. werd verhoogd (art. 2 van het kon. besl. van 11 augustus 1981), teneinde dat tarief in overeenstemming te brengen met het tarief van de BTW (25 pct.) verhoogd met het tarief van de aanvullende weeldetaks (8 pct.).

Audiovisuele toestellen.

13. Artikel 1, 3°, van het genoemd besluit van 11 augustus 1981 onderwerpt ook nog aan de aanvullende weeldetaks van 8 pct. verschillende apparaten en toestellen opgenomen in rubriek VII (muziek, radiofonie en televisie) van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, zoals die rubriek onlangs werd gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 juni 1981 (Belgisch Staatsblad van 24 juni 1981) (6).

14. Zijn in het bijzonder bedoeld :
- salonradio-ontvangtoestellen en salontelevisie-ontvangtoestellen van alle soorten, ook draagbare, zelfs indien gecombineerd onderling of met ingebouwd toestel voor het opnemen of het weergeven van geluid of van beeld en geluid; R- radio- en televisie-ontvangtoestellen voor auto's;
- toestellen voor het weergeven van geluid en gecombineerde opname- en weergavetoestellen;
- televisiecamera's, ook videocamera's genoemd;
- toestellen voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie alsmede gecombineerde opname- en weergavetoestellen;
- controle-, meet-, regel-, omschakel- en mengapparaten;
- luidsprekers, versterkers, weergevers, koptelefoons, microfoons;
- programma- en kanaalkiezers;
- alle apparaten, ook indien niet opgesomd hierboven, die in een stereo-keten of een video-keten worden gebruikt, zoals bv. netadaptors, batterijladers, camera-adaptors;
- de hierna opgesomde vaste, draagbare of mobiele zend-, ontvang-, of zend-ontvangtoestellen die ondermeer gereglementeerd zijn bij de wet van 30 juli 1979, betreffende de radioberichtgeving en bij het koninklijk besluit van 15 oktober 1979, betreffende de private radioverbindingen :
a) radio-elektrische toestellen die bestemd zijn voor radioamateurs;
b) de toestellen voor radio-telefonische berichtenwisseling (radiofonen B27), meer algemeen bekend onder de benaming "CB', -zenders en -ontvangers;
c) radio-elektrische toestellen voor de afstandsbediening van kleine modellen of de telecommando-toestellen voor b.v. vliegtuigjes, bootjes en dergelijke met een zendvermogen van ten minste 10 milliwatt (waardoor het speelgoed voor kinderen, hetgeen dat vermogen niet bereikt, uitgesloten is);
d) antennes enkel voor de onder a, b en c hierboven genoemde toestellen;
- stellen bestaande uit stukken nodig voor het monteren van die toestellen en apparaten, ook "kits, , genoemd.

15. De speciale taks is daarentegen niet toepasselijk op grammofoonplaten en cassetten, evenmin als op de delen, onderdelen en toebehoren van de bedoelde toestellen en apparaten.

Het spreekt vanzelf dat de apparaten en toestellen die speciaal ontworpen zijn om te worden gebruikt in de industrie, in opnamestudio's, bij het monteren van radio- of televisieuitzendingen, bij het vervaardigen van grammofoonplaten of voor taalonderricht niet getroffen worden door de speciale taks, vermits ze uitdrukkelijk uitgesloten zijn van tabel C.

16. In verband met autoradio's dient te worden opgemerkt dat de administratie had aanvaard dat de prijs van de autoradio ingelijfd in een personenauto of "gratis" geleverd bij de verkoop van een personenauto aan de gebruiker, mits voldaan werd aan de in de aanschrijving nr. 24/1972 (7) gestelde voorwaarden, begrepen was in de catalogusprijs en dat de autoradio niet afzonderlijk moest worden belast, gelet op het feit dat het tarief van de BTW op de personenauto en op de radio hetzelfde was (25 pct.) (z. aanschr. 24/1972).

Daar thans de aanvullende weeldetaks op autoradio's verschuldigd is spreekt het vanzelf dat deze taks niet wordt gedekt door de heffing van de BTW van 25 pct. over de catalogusprijs.

De aanvullende weeldetaks dient derhalve te worden geheven bij de verkoop aan de gebruiker en dient te worden berekend over de normale waarde van de autoradio (levering met plaatsing), waarde te bepalen door de leverancier onder controle van de administratie.

Eenvoudigheidshalve eist de administratie de splitsing en de heffing van de speciale taks voor autoradio's in het voertuig geplaatst bij de montage ervan slechts bij levering aan de gebruikers .

NOTEN

(1) Z.deze Revue, blz.582.
(2) Z.deze Revue, blz.589.
(3) Z. Revue nr. 48, blz.233.
(4) Z.deze Revue, blz.599.
(5) Z. Revue nr. 34, blz. 262.
(6) Z. Revue nr. 50, blz. 507.
(7) Z. Revue nr. 7, blz. 235.