Circulaire nr. AFZ/2002-0944 (AFZ 9/2003) dd. 12.08.2003

CIRC 9/2003

Circulaire nr. AFZ/2002-0944 (AFZ 9/2003) dd. 12.08.2003


ELEKTRONISCHE HANDEL

Aan alle ambtenaren van de taxatiediensten, sector BTW
Inleiding
1. De bepalingen inzake BTW die thans van toepassing zijn op radio- en televisieomroepdiensten en op diensten die langs elektronische weg worden verricht, overeenkomstig artikel 9 van de zesde BTW-richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag - zijn ontoereikend om die diensten waarvan binnen de Gemeenschap gebruik wordt gemaakt, op passende wijze te belasten en concurrentieverstoringen op dat gebied te voorkomen.

2. Voor de goede werking van de interne markt was het nodig om dergelijke verstoringen uit de weg te ruimen en voor dit soort activiteiten nieuwe geharmoniseerde regels in te voeren. Er moesten met name maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat deze diensten, wanneer zij tegen betaling worden verricht en verbruikt door afnemers die in de Gemeenschap zijn gevestigd, zouden worden belast in de Gemeenschap en niet zouden worden belast als zij buiten de Gemeenschap worden gebruikt.

Met dat doel moeten radio- en televisieomroepdiensten en diensten die langs elektronische weg worden verricht vanuit derde landen voor in de Gemeenschap gevestigde personen of vanuit de Gemeenschap voor in een derde land gevestigde ontvangers, worden belast op de plaats van vestiging van de ontvanger van de dienst.

3. De richtlijn 2002/38/EG van de Raad van 7 mei 2002 tot wijziging, voor een gedeelte tijdelijk, van de richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de regeling inzake de belasting over de toegevoegde waarde die van toepassing is op bepaalde diensten die langs elektronische weg worden verricht alsook op radio- en televisieomroepdiensten heeft essentieel tot doel de regels inzake de belasting van de elektronische handel eenvormig te maken en de naleving van die regels zo gemakkelijk mogelijk te maken. Zij wijzigt inzonderheid artikel 9 van de zesde richtlijn in die zin dat de diensten die langs elektronische weg worden verricht in ieder geval worden belast op de plaats waar ze verbruikt worden wanneer ze binnen de Europese Gemeenschap worden verstrekt.

4. Om het voor ondernemers, die langs elektronische weg diensten verrichten en die noch in de Gemeenschap zijn gevestigd noch voor belastingdoeleinden in de Gemeenschap zijn geïdentificeerd, eenvoudiger te maken om aan hun belastingverplichtingen te voldoen, moet bovendien een bijzondere regeling worden ingesteld.

Door toepassing van deze regeling kan een ondernemer die in de Gemeenschap bedoelde diensten met elektronische middelen aanbiedt aan niet-belastingplichtigen, kiezen om te worden geïdentificeerd in slechts één lidstaat, indien hij nog niet anderszins voor belastingdoeleinden in de Gemeenschap werd geïdentificeerd.

Artikel 26quater, nieuw, van voornoemde BTW-richtlijn voert in dit opzicht een bijzondere regeling in.

5. De wet van 22 april 2003 ( Belgisch Staatsblad van 13 mei 2003) zet deze richtlijn om in intern recht. Bovendien wijzigt een koninklijk besluit van 15 juli 2003 ( Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2003) de koninklijke besluiten nrs. 1, 4, 24 en 42.

Toelichting bij de nieuwe bepalingen
Begrip langs elektronische weg verrichte diensten
6. Bijlage L van de richtlijn 2002/38/ EG geeft een niet limitatieve lijst van handelingen die in ieder geval als "langs elektronische weg verrichte diensten" dienen te worden aangemerkt in de zin van de nieuwe BTW-richtlijn.

Met het oog op meer duidelijkheid zet artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, nieuw, van het Wetboek, voornoemde bijlage L om in intern recht teneinde het begrip langs elektronische weg verrichte diensten beter te omschrijven.

Worden aldus inzonderheid als dusdanig beschouwd, de langs elektronische weg verrichte diensten die het leveren en onderbrengen van computersites tot voorwerp hebben, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen, de levering van software en de bijwerking ervan, de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschikkingstelling van databanken, de levering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- of gokspelen, en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning en de levering van onderwijs op afstand.

De diensten inzake telecommunicatie, radio- en televisieomroepdiensten, respectievelijk bedoeld in het negende en het voorlaatste streepje van artikel 9, lid 2, punt e), van de zesde BTW-richtlijn, worden niet beschouwd als diensten die langs elektronische weg worden verricht voor de toepassing van deze richtlijn.

7. Een "langs elektronische weg verrichte dienst" is een dienst die :

  • in eerste instantie wordt verleend via het Internet of een elektronisch netwerk (met andere woorden een dienst die gebruik maakt van het Internet of een soortgelijk netwerk);
  • wegens zijn aard sterk afhankelijk is van informatietechnologie (m.a.w. de dienst is grotendeels geautomatiseerd, met een geringe menselijke tussenkomst, en is zonder informatietechnologie niet leverbaar).
8. Volgens deze twee criteria worden onder "langs elektronische weg verrichte diensten" verstaan :

  • gedigitaliseerde producten in het algemeen, zoals software en wijzigingen van of upgrades van software; of
  • een dienst die een zakelijke of persoonlijke vertegenwoordiging op een elektronisch netwerk (bijvoorbeeld website of webpage) verzorgt of ondersteunt;
  • een automatisch door een computer gegenereerde dienst, via het Internet of een elektronisch netwerk, in respons op specifieke gegevens die door de klant zijn ingevoerd;
  • diensten, andere dan die welke specifiek in Bijlage L zijn vermeld, die geautomatiseerd zijn en enkel door middel van het Internet of een elektronisch netwerk kunnen worden verleend.
9. Het gebruik van het Internet of andere elektronische netwerken voor de communicatie tussen partijen in verband met transacties of ter vergemakkelijking van het handelsverkeer vormt evenmin als het gebruik van telefoon of fax in het algemeen geen beletsel voor de toepassing van de normale BTW-regels. Wanneer bijvoorbeeld handelspartners het Internet gebruiken om informatie uit te wisselen tijdens een zakelijke transactie (bijvoorbeeld e-mail) is dit niet van invloed op de aard van de transactie. Dit in tegenstelling tot een dienstverlening die uitsluitend door middel van het Internet kan plaatsvinden (bijvoorbeeld het opzoeken en downloaden van informatie uit een databank zonder menselijk ingrijpen).

10. Een radio- of televisieprogramma dat terzelfder tijd over het Internet of een soortgelijk elektronisch netwerk en door een traditioneel radio- en televisienetwerk wordt uitgezonden (door de lucht of per draad, met inbegrip van satellietverbindingen), moet als een radio- en televisie-uitzending in de zin van het voorlaatste streepje van artikel 9, lid 2, onder e), van de zesde Richtlijn worden beschouwd. Een programma dat uitsluitend over het Internet of een soortgelijk elektronisch netwerk wordt uitgezonden, is daarentegen een langs elektronische weg verrichte dienst in de zin van het laatste streepje van artikel 9, lid 2, onder e).

11. Afstandsonderwijs, wanneer het geautomatiseerd is en voor zijn functioneren afhankelijk is van het Internet of een soortgelijk elektronisch netwerk en de levering ervan weinig of geen menselijke tussenkomst vereist, is een langs elektronische weg verrichte dienst in de zin van het laatste streepje van artikel 9, lid 2, onder e). Wanneer het Internet of een soortgelijk elektronisch netwerk enkel als instrument voor de communicatie tussen leraar en student (bijvoorbeeld e-mail) wordt gebruikt, wordt dit niet als een langs elektronische weg verrichte dienst beschouwd.

12. In de bijgaande tabellen zijn ter illustratie van het bovenstaande een aantal voorbeelden opgenomen van diensten die al dan niet als langs elektronische weg verrichte diensten worden beschouwd. Deze lijst is niet bedoeld als een volledige opsomming van deze diensten.

13. Dienstverleningen die niet als langs elektronische weg verrichte diensten worden beschouwd, worden volgens andere regels inzake de plaats van dienstverlening behandeld. Een bijzonder probleem doet zich voor wanneer een dienst zowel elektronisch geleverde elementen als andere omvat. Dergelijk samengestelde transacties moeten in het algemeen per geval worden beoordeeld.

14. Langs elektronische weg verrichte diensten zijn in alle gevallen belastbaar volgens het standaardtarief dat door een lidstaat is vastgesteld (overeenkomstig artikel 12, lid 3, onder a), van de zesde BTW-richtlijn), tenzij in een lidstaat een uitzonderingsbepaling van toepassing is. Wanneer bijvoorbeeld in een bepaalde lidstaat kansspelen vrijgesteld zijn van BTW, dan geldt dit ook wanneer deze langs elektronische weg worden aangeboden.

Plaats van radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten
15. Overeenkomstig artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek (art. 9, lid 1, van de bovengenoemde (zesde) BTW-richtlijn 77/388/EEG), bepaalt het algemene principe betreffende de plaats van de diensten dat als plaats van een dienst wordt aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd.

16. De bovengenoemde richtlijn 2002/38/EG vult artikel 9, lid 2, punt e) aan dat van dit principe afwijkt, door er zowel radio- en televisieomroepdiensten als langs elektronische weg verrichte diensten aan toe te voegen, zodat dergelijke diensten in de regel aan de belasting zijn onderworpen op de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd wanneer deze diensten worden verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige ontvanger die in de Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit.

17. Artikel 21, § 3, 7°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt dus in die zin aangevuld door er een j) in te lassen voor de radio- en televisieomroepdiensten en een k) voor de langs elektronische weg verrichte diensten.

18. Voor de radio- en televisieomroepdiensten die voor in de Gemeenschap gevestigde niet-belastingplichtigen worden verricht door buiten de Gemeenschap gevestigde dienstverrichters breidt artikel 9, § 4, nieuw, van de zesde richtlijn overigens de regel uit volgens dewelke deze diensten hier te lande plaatsvinden wanneer ze er feitelijk worden gebruikt en geëxploiteerd. Onder niet-belastingplichtige wordt verstaan de persoon die niet handelt in de hoedanigheid van belastingplichtige voor de doeleinden van een economische activiteit.

Thans is deze belastingregeling reeds van toepassing op telecommunicatiediensten.

Om rekening te houden met de inhoud van artikel 9, § 4, nieuw, van de zesde richtlijn, wordt de bepaling die het voorwerp uitmaakt van artikel 21, § 3, 9°, van het Wetboek in de vereiste zin vervolledigd door er de radio- en televisieomroepdiensten aan toe te voegen.

19. Een punt f) werd ingevoegd in artikel 9, lid 2, van de zesde richtlijn zodat de diensten die langs elektronische weg worden verricht door een buiten de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige dienstverrichter voor een in een lidstaat gevestigde niet-belastingplichtige persoon voortaan plaatsvinden waar de niet-belastingplichtige ontvanger is gevestigd.

De nieuwe bovengenoemde bepaling wordt in intern recht omgezet door een 10° in te voegen in artikel 21, § 3 van het BTW-Wetboek.

20. Tenslotte werd de eerste zin van artikel 9, lid 3, van de zesde richtlijn dat de lidstaten toelaat dubbele heffing of niet-heffing van belasting alsmede concurrentievervalsing te voorkomen, vervangen om alle in lid 2, onder e) bedoelde diensten te kunnen beogen, met uitzondering van langs elektronische weg verrichte diensten.

De bepaling die het voorwerp uitmaakt van artikel 21, § 4 van het BTW-Wetboek wordt vervolledigd overeenkomstig het bovengenoemde artikel 9, lid 3, nieuw.

Bijzondere regeling voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die elektronische diensten verrichten voor niet-belastingplichtigen
21. Om het voor de niet in de Gemeenschap gevestigde ondernemers die diensten langs elektronische weg verrichten voor niet-belastingplichtigen eenvoudiger te maken om aan hun belastingverplichtingen te voldoen, stelt artikel 26quater, nieuw, van de zesde richtlijn, een bijzondere regeling in.

22. Voor zover de bedoelde dienstverrichter van langs elektronische weg verrichte diensten voor de bijzondere regeling kiest, is deze bijzondere regeling op hem van toepassing voor al die diensten.

Deze regeling wordt door artikel 58bis, nieuw, van het Wetboek, omgezet.

23. Artikel 58bis, § 1, nieuw, van het Wetboek, laat toe elke niet in de Gemeenschap gevestigde ondernemer die diensten langs elektronische weg verricht aan ontvangers gevestigd in de Gemeenschap die niet handelen in de hoedanigheid van belastingplichtige voor de doeleinden van een economische activiteit, in de mate dat hij niet reeds voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is, zich voor de belasting over de toegevoegde waarde te laten identificeren in een lidstaat van zijn keuze zelfs als hij er geen dienst verricht. Hij deelt langs elektronische weg aan die lidstaat het begin van die belastbare activiteit mee (artikel 26quater, punt B, 1) van de zesde richtlijn).

24. Artikel 58bis, § 2, dat de in artikel 26quater van de richtlijn bepaalde verplichtingen van de bijzondere regeling omzet, verplicht aldus de buiten de Gemeenschap gevestigde dienstverrichter die heeft gekozen zich in België te identificeren om langs elektronische weg de verschillende inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van zijn economische activiteit toe te zenden zoals de aangiften van aanvang, wijziging of stopzetting van activiteit (z. artikel 26quater, punt B, 2) van de zesde richtlijn - artikel 58bis, § 2, 1° tot 3° van het Wetboek).

25. Die dienstverrichter is gehouden elk kwartaal een aangifte in te dienen van de handelingen die onder deze regeling vallen en de terzake verschuldigde belasting te voldoen in de lidstaat die hij heeft gekozen om zich te laten identificeren. Die lidstaat staat in voor de verdeling van de aldus geïnde BTW onder de verschillende lidstaten waar de handelingen worden geacht plaats te vinden aan de hand van de gegevens verstrekt door de in het derde land gevestigde ondernemer (z. artikel 26quater, punt B, 5) en 6) - artikel 58bis, § 2, 4° en 5° van het Wetboek).

26. De Verordening (EG) nr. 792/2002 van de Raad van 7 mei 2002 tot tijdelijke wijziging van Verordening (EEG) nr. 218/92 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen (BTW) wat betreft aanvullende maatregelen inzake elektronische handel stelt dienaangaande de regels vast met betrekking tot de verzending langs elektronische weg van alle inlichtingen (bevestiging van de geldigheid van een aan een bepaalde persoon toegekend BTW-identificatienummer, procedure inzake de identificatie en de doorhaling van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, periodieke aangiften, uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten, …), alsook de regels betreffende de wijze van voldoening van de verschuldigde belasting en van overmaking van de betaling naar de lidstaten van verbruik.

27. Bovendien dient een register van de handelingen waarop de bijzondere regeling van toepassing is te worden gehouden (z. artikel 26quater, punt B, 9), van de zesde richtlijn).

De bewaringstermijn van het register betreffende de voor niet-belastingplichtigen verrichte elektronische diensten is vastgesteld op tien jaar te rekenen vanaf 31 december van het jaar waarin de handeling is verricht. Dit register dient eveneens op verzoek van de lidstaat van identificatie en de lidstaat van verbruik langs elektronische weg beschikbaar te worden gesteld.

Artikel 58bis, § 2, 6°, nieuw, van het Wetboek bepaalt terzake zowel de maatregelen voor het bewaren van bovenbedoeld register als de regels inzake het voorleggen van dit register.

28. Overigens laat de bijzondere regeling de betrokken dienstverrichter niet toe de voorbelasting in de aangifte in aftrek te brengen (z. artikel 26quater, punt B, 8) van de richtlijn - artikel 58bis, § 3 van het Wetboek).

Indien evenwel de bovenbedoelde ondernemer voor de bijzondere regeling kiest, zal alle door hem voldane voorbelasting geheven van goederen en diensten die hij ten behoeve van zijn onder de bijzondere regeling vallende belastbare activiteiten heeft gebruikt, niettemin moeten worden teruggegeven door de lidstaat waar de voorbelasting voldaan was overeenkomstig het bepaalde in de dertiende richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17 november 1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen. Artikel 2, leden 2 en 3, en artikel 4, lid 2 van bovengenoemde richtlijn zijn niet van toepassing op de terugbetaling die gebonden is met de elektronische diensten die onder deze bijzondere regeling vallen (nl. dat er geen wederkerigheid of aanwijzing van een fiscaal vertegenwoordiger kan worden geëist en er evenmin kan worden voorzien dat bepaalde uitgaven worden uitgesloten of nog dat de teruggaaf aan bijkomende voorwaarden wordt verbonden).

De regeling inzake teruggaaf is bepaald in artikel 76, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

29. Een maatregel die voortvloeit uit de bijzondere regeling verplicht de lidstaat die door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige werd gekozen om zich te identificeren, hem langs elektronische weg zijn identificatienummer mee te delen. Die bepaling preciseert eveneens de omstandigheden die het ambtshalve doorhalen van dit identificatienummer tot gevolg hebben (z. artikel 26quater, punt B, 3) en 4) - artikel 58bis, § 4 van het Wetboek).

30. De niet in de Gemeenschap gevestigde ondernemer is eveneens gehouden alle in artikel 58bis, § 2, 1° tot 3° bedoelde inlichtingen mee te delen aan het elektronisch adres dat speciaal te dien einde gecreëerd werd (z. artikel 58bis, § 5 van het Wetboek).

31. Overeenkomstig paragraaf 6 van artikel 58bis, nieuw, van het Wetboek, regelt de Koning de andere regelen en toepassingsmodaliteiten van de vernoemde bijzondere regeling. Het betreft onder meer de speciaal hiertoe ontworpen formulieren van de periodieke aangiften, de inhoud van het bijzonder register en de modaliteiten inzake betaling en teruggaaf van de belasting.

  • Artikel 18 van het koninklijk besluit nr. 1 wordt aangevuld met een paragraaf 4 volgens dewelke de personen gehouden tot het indienen van de in artikel 58bis, § 2, 4° van dit Wetboek bedoelde aangifte, de aangifteformulieren gebruiken die bestaan uit een elektronisch bericht waarvan de inhoud is bepaald in de bijlage IV van dit besluit. Zij dienen het toe te sturen naar het elektronisch adres dat te dien einde gecreëerd werd door of vanwege de Minister van Financiën.
  • Een artikel 26bis, nieuw, van dit koninklijk besluit nr. 1 bepaalt dat de dienstverrichter bedoeld in artikel 58bis, § 2 van het Wetboek die een register dient te houden van de handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, voor elke handeling dient te vermelden :
1° een volgnummer;

2° de datum van de handeling of de periode van de uitvoering van de handeling;

3° de naam en het adres van de ontvanger van de dienst;

4° de beschrijving van de langs elektronische weg verstrekte dienst;

5° de vermelding van het tarief dat van toepassing is in de lidstaat waar de handeling wordt geacht plaats te vinden, van de maatstaf van heffing en van het bedrag van de verschuldigde belasting;

6° in voorkomend geval, de vermelding van de wettelijke bepaling op grond waarvan de handeling van de belasting is vrijgesteld of op grond waarvan de belasting niet in rekening wordt gebracht.

Bovendien wordt op het einde van elke aangifteperiode, per betrokken lidstaat, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing, het totaalbedrag van de overeenstemmende belasting uitgedrukt in euro, alsook het totaalbedrag van de in de Gemeenschap met betrekking tot die periode verschuldigde belasting ingeschreven.

  • Artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 4 wordt aangevuld met een nieuwe paragraaf 3, in de plaats van § 3, dat § 4 wordt, die de modaliteiten regelt van de aanvraag tot teruggaaf.
  • De eerste afdeling van het koninklijk besluit nr. 24 wordt aangevuld met een onderafdeling 3, nieuw, die de modaliteiten regelt van de betaling op de postrekening van "VAT on E-Services".
  • Het koninklijk besluit nr. 42 wordt zo gewijzigd dat wordt verduidelijkt dat wanneer de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing van de BTW van een in artikel 58bis van het Wetboek bedoelde dienstverrichting zijn uitgedrukt in de munteenheid van een derde land of van een lidstaat die de euro niet heeft aangenomen, voor de omrekening tussen deze munteenheid en de euro de wisselkoers van toepassing is die gold op de laatste dag van de aangifteperiode die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, bij gebreke, de wisselkoers voor de eerstvolgende dag van bekendmaking.
Datatransmissie langs elektronische weg
32. Artikel 26quater, punt B, 2), lid 1, nieuw, van de zesde richtlijn bepaalt dat de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van de bijzondere regeling opgave doet aan de lidstaat van identificatie, langs elektronische weg, van het begin of de beëindiging van zijn activiteit, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer voor de bijzondere regeling in aanmerking komt.

Bovendien werd artikel 22, lid 1, punt a), in artikel 28nonies van de zesde richtlijn vervangen, zodanig dat de lidstaten kunnen toestaan en zelfs opleggen onder door hen vast te stellen voorwaarden dat de belastingplichtige deze aangifte indient langs elektronische weg.

33. Teneinde volledig in overeenstemming te zijn met voornoemd artikel 26quater en artikel 22, lid 1, punt a), dient dan ook in artikel 53octies, § 2, van het Wetboek, de verwijzing naar artikel 53, lid 1, 1°, betreffende de verplichting tot indiening van een aangifte bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van hun werkzaamheid, ingevoegd te worden.

Erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger
34. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die voor de bijzondere regeling kiest die van toepassing is op elektronische diensten verricht aan niet-belastingplichtigen, kan niet terzelfder tijd voor belastingdoeleinden in de Gemeenschap geïdentificeerd zijn en een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen (z. artikel 26quater, punt B, 10) van de zesde richtlijn).

35. Het is aldus in artikel 55, § 1, eerste lid, van het Wetboek uitdrukkelijk uitgesloten dat elke niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gekozen heeft voor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58bis, nieuw, van dit Wetboek betreffende de langs elektronische weg verrichte diensten een aansprakelijke vertegenwoordiger in België moet laten erkennen.

Inwerkingtreding
36. Overeenkomstig artikel 3 van de richtlijn 2002/38/EG van de Raad van 7 mei 2002 is elke lidstaat ertoe gehouden de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om uiterlijk op 1 juli 2003 aan deze richtlijn te voldoen.

Artikel 109, nieuw, van het BTW-Wetboek bepaalt dus dat de nieuwe bepalingen in werking treden op 1 juli 2003.

De aandacht wordt niettemin gevestigd op de omstandigheid dat de hiervoor besproken bepalingen slechts van toepassing zijn voor een termijn van drie jaar, die verstrijkt op 30 juni 2006, behoudens verlenging ervan.

NAMENS DE MINISTER :

De adjunct-administrateur-generaal,
Paul NECKEBROECK

BIJLAGE 1
BIJLAGE L ReferenTIEIN DE WETGEVING VERMELDE DIENSTENVOORBEELDEN VAN LANGS ELEKTRONISCHE WEG VERRICHTE DIENSTEN
Punt 1A. Het leveren en onderbrengen van websites, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen
  • Website hosting en webpage hosting


  • Geautomatiseerd online afstandsonderhoud van programma's
  • Afstandsbeheerssystemen
  • Online gegevensopslag (bijvoorbeeld wanneer specifieke gegevens elektronisch worden opgeslagen en opgevraagd)
  • Online levering van magneetschijfruimte op verzoek
Punt 2A. De levering van software en de bijwerking ervan
  • Toegang tot of downloaden van software (bijvoorbeeld aankoop-/boekhoudprogramma's, antivirusprogrammatuur) plus updates
  • Bannerblockers (programmatuur die voorkomt dat banneradvertenties op het scherm verschijnen)
  • Donwload drivers, zoals programmatuur die de interface vormt tussen de PC en de randapparatuur (bijvoorbeeld printers)
  • On line geautomatiseerde installatie van filters op websites
  • On line geautomatiseerde installatie van firewalls
Punt 3A. Beelden
  • Toegang tot of downloaden van desktopthema's
  • Toegang tot of downloaden van fotografische afbeeldingen of screensavers
B. Geschreven stukken en informatie
  • Gedigitaliseerde inhoud van boeken en andere elektronische publicaties
  • Abonnering op on line dagbladen en tijdschriften
  • Weblogs en websitestatistieken
  • On line nieuws, verkeersinformatie en weerberichten
  • On line informatie die automatisch door de programmatuur wordt gegenereerd in respons op specifieke gegevensinvoer door de klant, zoals juridische en financiële gegevens (bijvoorbeeld voortdurend geactualiseerde beursgegevens)
  • Het beschikbaar stellen van advertentieruimte (bijvoorbeeld banneradvertenties op een website/webpage)
C. Terbeschikkingstelling van databanken
  • Gebruik van zoekmachines en Internetadresboeken
Punt 4A. Muziek
  • Toegang tot of downloaden van muziek op PC's, mobiele telefoons, enz.
  • Toegang tot of downloaden van jingles, uittreksels, beltonen of andere klanken
B. Films
  • Toegang tot of downloaden van films
C. Uitzendingen en manifestaties - op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning
  • Op het web gebaseerde omroepsystemen die enkel via het Internet of soortgelijke elektronische netwerken uitzenden en waarbij de programma's niet tegelijkertijd via een traditioneel radio- of televisienetwerk worden uitgezonden, in tegenstelling tot punt 4, tabel 2
D. Spelen, met inbegrip van kans- en gokspelen
  • Downloaden van spelen op PC's, mobiele telefoons enz.
  • Toegang tot geautomatiseerde on line spelen die afhankelijk zijn van het Internet of andere soortgelijke elektronische netwerken en waarbij de spelers zich op een afstand van elkaar bevinden
Punt 5A. Onderwijs op afstand
  • Geautomatiseerd onderwijs dat enkel over het Internet of soortgelijke elektronische netwerken kan worden verstrekt, met inbegrip van virtuele klaslokalen, in tegenstelling tot punt 2, onder b, tabel 2

  • Werkboeken die door de leerling on line worden ingevuld en automatisch worden gecorrigeerd, zonder menselijk ingrijpen
Punt 6 Andere diensten met inbegrip van:
A. Niet uitdrukkelijk in bijlage L genoemde diensten
  • On line veilingen (voorzover niet reeds als webhosting diensten onder punt 1 genoemd) op basis van geautomatiseerde databanken en gegevensinvoer door de klant en die weinig of geen menselijk ingrijpen vereisen (bijvoorbeeld on line marktplaats of on line winkelportalen, in tegenstelling tot punt 3, onder f, tabel 2
  • InternetServicePackages (ISP's) waarin de telecommunicatiecomponent een ondergeschikt hulpelement is (d.w.z. een package dat meer doet dan gewone Internettoegang verschaffen en dat diverse elementen omvat (b.v. inhoudbladzijden die nieuws, weer- en reisinformatie bevatten; spelfora; webhosting; toegang tot chatlijnen enz.))

MOTIVERING
1) Levering van
a) goederen, waarbij de order en de orderbehandeling langs elektronische weg plaatsvinden b) een CD-ROM, floppy disc en soortgelijk tastbaar medium c) gedrukt materiaal, zoals boeken, nieuwsbrieven, dagbladen of tijdschriften d) een CD of audiocassette e) een videocassette of DVD f) spelen op een CD-ROM
  • Dit zijn leveringen van goederen
2) Levering van
a) diensten van advokaten en financieel raadgevers enz. die hun klanten via e-mail adviseren b) interactief onderwijs waarbij de inhoud van de cursus door een leraar via het Internet of een elektronisch netwerk wordt uiteengezet (d.w.z. via een afstandverbinding)
  • Dit is een dienstverlening die grotendeels op menselijk ingrijpen berust en waarbij het Internet of het elektronische netwerk uitsluitend als communicatiemiddel wordt gebruikt
3) Levering van
a) fysieke herstellingsdiensten van computerapparatuur b) off line gegevensopslag c) reclame, zoals in dagbladen, op posters en op de televisie d) telefoon helpdesk-diensten e) onderwijs door middel van correspondentiecursussen die via de post worden verzonden f) conventionele veilingen met rechtstreeks menselijk ingrijpen, ongeacht de wijze waarop het bieden plaatsvindt (b.v. in persoon, via het Internet of via de telefoon), in tegenstelling tot punt 6, onder a, tabel 1
  • Dit zijn diensten die niet via het Internet worden verleend en waarvoor aanzienlijk menselijk ingrijpen vereist is
4) Radio- en televisie-uitzendingen via het Internet of soortgelijk elektronisch netwerk die simultaan met dezelfde uitzending via traditionele radio- of televisienetwerken plaatsvinden, in tegenstelling tot punt 4, onder c, tabel 1
  • Dit zijn radio- en televisie-omroepdiensten als bedoeld onder het voorlaatste streepje van artikel 9, lid 2, onder e
5) Levering van
a) videofoondiensten (d.w.z. telefoondiensten met een videocomponent) b) toegang tot het Internet en het World Wide Web c) telefoondiensten (d.w.z. telefoondiensten die via het Internet worden verleend)
  • Dit zijn telecommunicatiediensten waarop de onder het negende streepje van artikel 9, lid 2, onder e), vastgestelde regels inzake de plaats van dienstverlening van toepassing zijn

BIJLAGE 2
Zesde richtlijn 77/388/EEG in combinatie met de richtlijn 2002/38/EG van de Raad van 7 mei 2002 tot wijziging, voor een gedeelte tijdelijk, van Richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de regeling inzake de belasting over de toegevoegde waarde die van toepassing is op bepaalde diensten die langs elektronische weg worden verricht alsook op radio- en televisieomroepdiensten.Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde aangepast aan het ontwerp van wet en aan de koninklijke besluiten die ermee verband houden.
Artikel 9, § 2, punt e) Artikel 18, § 1, van het Wetboek
In afwijking hiervan is de plaats van de hieronder vermelde diensten, die worden verleend aan ontvangers die buiten de Gemeenschap zijn gevestigd of aan belastingplichtigen die weliswaar in de Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter zijn gevestigd, de plaats waar de ontvanger de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht, of bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats :Als een dienst wordt beschouwd elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van dit Wetboek.

Als een dienst wordt onder meer beschouwd de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft :
1ste streepje tot 8ste streepje1° tot 13°…
- Telecommunicatiediensten. Onder telecommunicatiediensten worden verstaan waarmee de transmissie, uitzending of ontvangst van signalen, geschriften, beelden en geluiden of informatie van allerlei aard, per draad, via radiofrequente straling, langs optische weg of met behulp van andere elektromagnetische middelen, mogelijk wordt gemaakt, met inbegrip van de daarmee samenhangende overdracht en verlening van rechten op het gebruik van infrastructuur voor de transmissie, uitzending of ontvangst. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder telecommunicatiediensten mede verstaan het bieden van toegang tot wereldwijde informatienetten,14° diensten inzake radiodistributie, inzake teledistributie en inzake telecommunicatie. Als telecommunicatiediensten worden beschouwd diensten die betrekking hebben op de transmissie, uitzending of ontvangst van signalen, tekst, beelden en geluiden of informatie van allerlei aard, via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische systemen, daaronder begrepen de overdracht en het verlenen van het recht om gebruik te maken van capaciteit voor een dergelijke transmissie, uitzending of ontvangst. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder telecommunicatiediensten mede verstaan het bieden van toegang tot wereldwijde informatienetten ;
- radio- en televisieomroepdiensten,
15° de toekenning van het recht van toegang tot verkeerswegen en tot de erbij behorende kunstwerken, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken ;
- langs elektronische weg verrichte diensten, onder andere de in bijlage L beschreven diensten.16° langs elektronische weg verrichte diensten. Worden inzonderheid als dusdanig beschouwd, de langs elektronische weg verrichte diensten die het leveren en onderbrengen van computersites tot voorwerp hebben, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen, de levering van software en de bijwerking ervan, de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschikkingstelling van databanken, delevering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- of gokspelen, en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning en de levering van onderwijs op afstand.
Artikel 21, § 3, van het Wetboek
In afwijking van § 2 wordt als plaats van de dienst aangemerkt :
7° de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht, of bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige die in de Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft :
a)…tot…h)
i) telecommunicatiediensten ;
j) radio- en televisieomroepdiensten ;
k) langs elektronische weg verrichte diensten ;
8°….
Artikel 9, § 4
In het geval van in lid 2, onder e), bedoelde telecommunicatiediensten en radio- en televisieomroepdiensten, wanneer deze voor niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn of hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats hebben in een lidstaat, worden verricht door een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsactiviteit buiten de Gemeenschap heeft gevestigd of daar over een vaste inrichting beschikt van waaruit de dienst wordt verricht of die, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, daar zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, passen de lidstaten lid 3, onder b), toe. 9° in België, indien het gaat om telecommunicatie-, radio- en televisieomroep-diensten die feitelijk hier te lande worden gebruikt en geëxploiteerd, welke een dienstverrichter gevestigd buiten de Gemeenschap verstrekt aan een ontvanger gevestigd in de Gemeenschap en die niet handelt in de hoedanigheid van belastingplichtige voor de doeleinden van zijn economische activiteit.
Artikel 9, § 2, punt f)
de plaats waar de diensten bedoeld in het laatste streepje onder e), worden verricht, wanneer deze voor een niet-belastingplichtige die gevestigd is of zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft in een lidstaat, worden verricht door een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening buiten de Gemeenschap heeft gevestigd of daar over een vaste inrichting beschikt van waaruit de dienst wordt verricht of die, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, daar zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, de plaats waar de niet-belastingplichtige is gevestigd of zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft.10° in België, indien het gaat om langs elektronische weg verrichte diensten die een buiten de Gemeenschap gevestigde dienstverrichter verstrekt aan een ontvanger gevestigd in België die niet handelt in de hoedanigheid van belastingplichtige voor de doeleinden van zijn economische activiteit.
Artikel 9, § 3 Artikel 21, § 4, van het Wetboek
Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van belasting alsmede concurrentievervalsing te voorkomen, kunnen de lidstaten voor de diensten als bedoeld in lid 2, onder e), met uitzondering van de diensten als bedoeld in het laatste streepje wanneer deze voor niet-belastingplichtigen worden verricht, alsmede voor de verhuur van vervoermiddelen :Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van belasting alsmede concurrentieverstoring te voorkomen, kan de Koning, voor de diensten als bedoeld in § 3, 7°, a) tot j) :
a) de plaats van de diensten, die, krachtens dit artikel, in het binnenland is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden ;1° de plaats van de dienst die, krachtens dit artikel, in België is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie buiten die Gemeenschap geschieden ;
b) de plaats van de diensten, die, krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie in het binnenland geschieden.2° de plaats van de dienst die, krachtens dit artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie in België geschieden.
Artikel 12, § 3, a) Artikel 37, § 1, eerste lid, van het Wetboek
Het normale tarief van de belasting over de toegevoegde waarde wordt door elke lidstaat vastgesteld op een percentage van de maatstaf van heffing, dat voor leveringen van goederen en voor diensten gelijk is. Vanaf 1 januari 2001 tot en met 31 december 2005 mag dit percentage niet lager zijn dan 15 %.Bij in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de Koning de tarieven en geeft Hij de indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, rekening houdend met de door de Europese Gemeenschappen ter zake uitgevaardigde reglementering.
Koninklijk besluit nr. 20 - artikel 1, eerste lid, 3°
Op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement en van het Economisch en Sociaal Comité, besluit de Raad met eenparigheid van stemmen over de hoogte van de na 31 december 2005 geldende normale tarieven.De belasting over de toegevoegde waarde wordt geheven :

1° …

2° …

3° tegen het tarief van 21 pct. voor alle andere goederen en diensten bedoeld in het Wetboek.
De lidstaten kunnen bovendien een of twee verlaagde tarieven toepassen. Deze tarieven worden vastgesteld op een percentage van de maatstaf van heffing dat niet lager mag zijn dan 5 % en zijn uitsluitend van toepassing op de in bijlage H genoemde categorieën goederen en diensten.
De derde alinea is niet van toepassing op de diensten als bedoeld in het laatste streepje van artikel 9, lid 2, onder e).
Artikel 26quater
Bijzondere regeling voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die elektronische diensten verrichten voor niet-belastingplichtigen
A. Definities
Voor de toepassing van dit artikel gelden de volgende definities, onverminderd andere communautaire bepalingen :
a) "niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige" : een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt, en ook niet anderszins voor belastingdoeleinden geïdentificeerd moet zijn uit hoofde van artikel 22 ;
b) "elektronische diensten" en "langs elektronische weg verrichte diensten" : de diensten zoals bedoeld in artikel 9, lid 2, onder e), laatste streepje ;
c) "lidstaat van identificatie" : de lidstaat die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de Gemeenschap overeenkomstig dit artikel ;
d) "lidstaat van verbruik" : de lidstaat waar het verrichten van de elektronische diensten geacht wordt plaat te vinden overeenkomstig artikel 9, lid 2, onder f) ;
e) "BTW-aangifte" : de aangifte waarin alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag van de in elke lidstaat verschuldigde belasting vast te stellen.
B. Bijzondere regeling voor langs elektronische weg verrichte diensten Artikel 58bis van het Wetboek
1. De lidstaten staan toe dat een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat is gevestigd of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, gebruik maakt van een bijzondere regeling overeenkomstig de onderstaande bepalingen. De bijzondere regeling is van toepassing op al deze verrichtingen in de Gemeenschap.§ 1. Wat de elektronische diensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, betreft, verricht aan ontvangers gevestigd in de Gemeenschap die niet handelen in de hoedanigheid van belastingplichtige voor de doeleinden van een economische activiteit, kan de niet in de Gemeenschap gevestigde verrichter van die diensten die er nog niet moet worden geïdentificeerd, gebruik maken van een bijzondere regeling. Wanneer hij kiest voor die bijzondere regeling doet hij langs elektronische weg aan de lidstaat die hij voor identificatie heeft gekozen opgave van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige.
Artikel 58bis, § 1, in fine
2. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin of de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer voor de bijzondere regeling in aanmerking komt. Deze opgave gebeurt langs elektronische weg.Wanneer hij kiest voor die bijzondere regeling doet hij langs elektronische weg aan de lidstaat die hij voor identificatie heeft gekozen opgave van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige.
Artikel 58bis, § 2,
3° langs elektronische weg opgave doen van de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer voor de bijzondere regeling in aanmerking komt ;
Artikel 58bis, § 2,
De mededeling van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan de lidstaat van identificatie wanneer zijn belastbare activiteiten beginnen, bevat de volgende bijzonderheden voor de identificatie : naam, postadres, elektronische adressen, met inbegrip van websites, eventueel nationaal belastingnummer, en een verklaring dat de belastingplichtige niet voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in de Gemeenschap. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet de lidstaat van identificatie mededeling van eventuele wijzigingen in de verstrekte informatie.

1° het verschaffen langs elektronische weg van de volgende inlichtingen : naam, postadres, elektronische adressen, daaronder begrepen de Internetsites en, in voorkomend geval, het nationaal fiscaal nummer. Hij verklaart eveneens dat hem nog geen enkel BTW-identificatienummer werd toegekend ;
2° het meedelen van elke wijziging met betrekking tot de onder 1° bedoelde inlichtingen ;
Artikel 50, § 2, van het Wetboek
3. De lidstaat van identificatie identificeert de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige onder een individueel nummer. Uitgaande van de voor deze identificatie gebruikte gegevens mogen de lidstaten van verbruik hun eigen identificatiesystemen uitwerken.

Een BTW-identificatienummer kan eveneens worden toegekend aan andere belastingplichtigen.
Artikel 58bis, § 4, in limine
De lidstaat van identificatie deelt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige langs elektronische weg het hem toegekende identificatienummer mede.Het BTW-identificatienummer dat aan de in § 2 bedoelde dienstverrichter wordt toegekend wordt langs elektronische weg medegedeeld.
Artikel 58bis, § 4, in fine
4. De lidstaat van identificatie verwijdert de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uit het identificatieregister indien :

a) hij meldt dat hij niet langer elektronische diensten verricht, of

b) anderszins kan worden aangenomen dat zijn belastbare activiteiten beëindigd zijn, of

c) hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om gebruik te kunnen maken van de bijzondere regeling, of

d) hij bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling voldoet.
Dit nummer wordt ambtshalve doorgehaald wanneer die dienstverrichter zijn activiteit beëindigt of wanneer hij niet langer voldoet aan de voorwaarden om gebruik te maken van de in dit artikel bedoelde bijzondere regeling of wanneer hij bij voortduring niet aan de voorschriften van die bijzondere regeling voldoet.
Artikel 58bis, § 2,
5. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige dient langs elektronische weg bij de lidstaat van identificatie een BTW-aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet elektronische diensten werden verricht. De aangifte wordt uiterlijk 20 dagen na het verstrijken van de periode waarop de aangifte betrekking heeft, ingediend.

De BTW-aangifte bevat het identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar belasting verschuldigd is, de totale waarde, exclusief de BTW, van de verrichte elektronische diensten voor de aangifteperiode en het totaalbedrag van de belasting daarover. De geldende belastingtarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens vermeld.

4° het indienen langs elektronische weg binnen de twintig dagen volgend op het verstrijken van elk kalenderkwartaal, van een aangifte met vermelding voor elke lidstaat van de Gemeenschap van het bedrag exclusief belasting over de toegevoegde waarde van de verrichte elektronische diensten, van het toepasselijk tarief, van het bedrag van de opeisbare belasting alsook van het totale bedrag van de in de Gemeenschap verschuldigde belasting en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren, ongeacht of de elektronische diensten al dan niet werden verricht ;
Koninklijk besluit nr. 1 - artikel 18
§ 4. De personen gehouden tot het indienen van de in artikel 58bis, § 2, 4°, van dit Wetboek bedoelde aangifte, gebruiken de aangifteformulieren die speciaal met het oog hierop werden ontworpen overeenkomstig het model dat voorkomt in de bijlage IV van dit besluit. Zij dienen het toe te sturen naar het elektronisch adres dat te dien einde gecreëerd werd door of vanwege de Minister van Financiën.
Koninklijk besluit nr. 42 - artikel 1
6. De BTW-aangifte wordt in euro verricht. De lidstaten die de euro niet hebben aangenomen kunnen eisen dat de belastingaangifte in hun nationale valuta luidt. Indien de dienstverrichtingen in een andere valuta luiden, wordt bij het invullen van de BTW-aangifte de wisselkoers gehanteerd die gold op de laatste dag van de aangifteperiode. De omwisseling vindt plaats volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, als er die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.§ 1. Indien de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing van de belasting over de toegevoegde waarde voor een andere handeling dan een invoer van goederen in de munteenheid van een derde land of van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen zijn uitgedrukt, is de toepasselijke wisselkoers voor de omrekening tussen deze munteenheid en de euro :
1° de laatste indicatiekoers van de euro die wordt gepubliceerd door de Europese Centrale Bank ;
2° voor de deviezen waarvoor de Europese Centrale Bank geen indicatiekoers publiceert, de laatste indicatiekoers van de euro die wordt gepubliceerd door de Nationale Bank van België.
Indien echter een wisselkoers overeengekomen is tussen de partijen, hij vermeld staat in het contract, op de factuur of op het vervangend stuk, en de werkelijk betaalde prijs overeenkomstig die koers is betaald, wordt de overeengekomen koers in aanmerking genomen.
§ 2. In afwijking van § 1, wanneer de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing van de belasting over de toegevoegde waarde van een in artikel 58bis van het Wetboek bedoelde dienstverrichting zijn uitgedrukt in de munteenheid van een derde land of van een lidstaat die de euro niet heeft aangenomen, is voor de omrekening tussen deze munteenheid en de euro de wisselkoers van toepassing die gold op de laatste dag van de aangifteperiode die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, bij gebreke, de wisselkoers voor de eerstvolgende dag van bekendmaking.
Artikel 58bis, § 2,
7. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voldoet de belasting over de toegevoegde waarde op het moment dat de aangifte wordt ingediend. De belasting moet worden overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven bankrekening in euro. De lidstaten die de euro niet hebben aangenomen kunnen eisen dat de betaling wordt overgemaakt naar een bankrekening in hun eigen valuta.5° het voldoen binnen de termijn van indiening van de in 4° bedoelde aangifte van het totale bedrag van de belasting die in de Gemeenschap is verschuldigd ;
Koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde



VOORBEELDEN VAN TRANSACTIES DIE NIET ALS LANGS ELEKTRONISCHE WEG VERRICHTE DIENSTEN WORDEN BESCHOUWDEerste afdeling. - Betalingen op de postrekeningen van "BTW - Ontvangsten" Brussel, Mechelen, Namen en VAT on E-Services.
Onderafdeling 3. - Betaling op de postrekening van "VAT on E-Services".
Art. 13bis. § 1. De betaling van de belasting bedoeld in artikel 58bis, § 2, 5°, van het Wetboek waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de aangifte bedoeld in artikel 58bis, § 2, 4°, van het Wetboek wordt gedaan op de postrekening nr. 679-2003426-85 van "VAT on E-Services".
§ 2. De betaling door de belastingschuldige op de postrekening nr. 679-2003426-85 wordt gedaan door storting of overschrijving met vermelding van de gestructureerde mededeling die hem werd ter kennis gebracht door de administratie. Zij heeft uitwerking op de datum bepaald overeenkomstig artikel 4, § 1, van dit besluit.
Artikel 58bis, § 3,
8. Onverminderd artikel 1, punt 1, van Richtlijn 86/560/EEG, past een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, in de aangifte geen aftrek uit hoofde van artikel 17, lid 2, van deze richtlijn toe, maar wordt hem teruggaaf verleend overeenkomstig Richtlijn 86/560/EEG. Artikel 2, leden 2 en 3, en artikel 4, lid 2, van Richtlijn 86/560/EEG zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met onder deze bijzondere regeling vallende elektronische verrichtingen.De in § 2 bedoelde dienstverrichter mag op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen. Niettemin kan hij de teruggaaf genieten bedoeld in artikel 76, § 2.
Artikel 76, § 2, van het Wetboek
De niet in § 1 bedoelde belastingplichtige kan, bij wijze van teruggaaf, de belasting recupereren die geheven werd van de aan hem geleverde goederen en verstrekte diensten, en van de door hem ingevoerde goederen en verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate waarin die belasting voor aftrek in aanmerking komt overeenkomstig de artikelen 45 tot 48.
Koninklijk besluit nr. 4 - artikel 9
§ 1. Wanneer de rechthebbende op teruggaaf een andere in België gevestigde persoon is dan een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die, naargelang van het geval, gehouden is de aangifte als bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, of artikel 53ter, 1°, van het Wetboek in te dienen, moet hij een aanvraag tot teruggaaf indienen, ofwel bij het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert, indien hij een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon is, ofwel bij het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waarvan hij zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel heeft, indien hij enig ander persoon is. De aanvraag moet bij die ambtenaar toekomen, in twee exemplaren, binnen vijf jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan.
De teruggaaf is afhankelijk van het bewijs van de betaling van de belasting.
§ 2. Wanneer de rechthebbende op teruggaaf niet in België is gevestigd en wanneer, indien het gaat om een belastingplichtige, deze in België geen belastbare handelingen verricht en, indien het gaat om een niet-belastingplichtige rechtspersoon, deze in België geen belastbare handelingen verricht andere dan de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen als bedoeld in artikel 8bis, § 2, van het Wetboek, moet hij een aanvraag tot teruggaaf indienen bij het hoofd van het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen. De aanvraag moet bij die ambtenaar toekomen, in drie exemplaren, binnen de vijf jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan. Op de aanvraag tot teruggaaf wordt niet ingegaan indien zij betrekking heeft op een bedrag van minder dan 25 EUR.
§ 3. Wanneer het gaat om een dienstverrichter die zich voor de toepassing van de in artikel 58bis van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling in België of in een andere lidstaat heeft geïdentificeerd, moet de rechthebbende op teruggaaf een aanvraag tot teruggaaf indienen bij het hoofd van het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen. De aanvraag moet, in drievoud, bij deze ambtenaar toekomen vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan.
§ 4. De vorm van de aanvragen tot teruggaaf, de over te leggen stukken en de modaliteiten van de teruggaven, worden door of vanwege de Minister van Financiën bepaald.
Artikel 58bis, § 2,
9. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding die voldoende gegevens bevat om de belastingadministratie van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de onder 5 bedoelde BTW-aangifte te bepalen. Desgevraagd worden de boeken langs elektronische weg aan de lidstaat van identificatie en aan de lidstaat van verbruik beschikbaar gesteld. De boeken worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.6° het houden van een register van de handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is. Dit register dient gedurende tien jaar te worden bewaard vanaf 31 december van het jaar tijdens hetwelk de in artikel 18 § 1, tweede lid, 16°, bedoelde dienst wordt verleend.
Dit register dient langs elektronische weg ter inzage te worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van een andere lidstaat wanneer de langs elektronische weg verrichte diensten er geacht wordt plaats te vinden.
Koninklijk besluit nr. 1 - artikel 26bis
§ 1. De dienstverrichter bedoeld in artikel 58bis, § 2, van het Wetboek, dient een register te houden van de handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is.
§ 2. In het in § 1 bedoelde register, vermeldt de dienstverrichter, voor elke handeling :
1° een volgnummer ;
2° de datum van de handeling of de periode van de uitvoering van de handeling ;
3° de naam en het adres van de ontvanger van de dienst ;
4° de beschrijving van de langs elektronische weg verstrekte dienst ;
5° de vermelding van het tarief dat van toepassing is in de lidstaat waar de handeling wordt geacht plaats te vinden, van de maatstaf van heffing en van het bedrag van de verschuldigde belasting ;
6° in voorkomend geval, de vermelding van de wettelijke bepaling op grond waarvan de handeling van de belasting is vrijgesteld of op grond waarvan de belasting niet in rekening wordt gebracht.
Bovendien wordt op het einde van elke aangifteperiode, per betrokken lidstaat, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing, het totaalbedrag van de overeenstemmende belasting uitgedrukt in euro, alsook het totaalbedrag van de in de Gemeenschap met betrekking tot die periode verschuldigde belasting ingeschreven.
Artikel 55, § 1, eerste lid, van het Wetboek
10. Artikel 21, lid 2, sub b), is niet van toepassing op de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die voor deze bijzondere regeling heeft gekozen.De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige moet, alvorens in België enige andere handeling te verrichten dan een handeling waarvoor de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5° verschuldigd is door de medecontractant, en andere dan een handeling waarvoor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58bis van toepassing is, door of vanwege de Minister van Financiën een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.
Artikel 22, § 1, punt a), nieuwArtikel 53
Iedere belastingplichtige moet opgave doen van het begin, de wijziging en de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige. De lidstaten staan onder door hen vast te stellen voorwaarden toe dat de belastingplichtige hiervoor elektronische middelen gebruikt en mogen het gebruik van elektronische middelen ook verplicht stellen.Belastingplichtigen, met uitzondering van degenen die geen enkel recht op aftrek hebben, zijn gehouden :

1° een aangifte in te dienen bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van hun werkzaamheid ;
Artikel 53octies, § 2
Door of vanwege de Minister van Financiën kan worden toegelaten dat de in de artikelen 53, eerste lid, 1° en 3°, en 53ter bedoelde aangiften worden ingediend en dat de in de artikelen 53quinquies tot 53septies bedoelde gegevens worden medegedeeld door middel van procedures waarbij informatica- en telegeleidingstechnieken worden aangewend.
Artikel 22, § 4, punt a) nieuwArtikel 53
Iedere belastingplichtige moet binnen een door elke lidstaat vast te stellen termijn een aangifte indienen. Deze termijn mag niet langer zijn dan twee maanden na het verstrijken van elk belastingtijdvak. Dit tijdvak kan door de lidstaten worden vastgesteld op een, twee of drie maanden. De lidstaten kunnen evenwel andere tijdvakken vaststellen, die echter niet langer dan een jaar mogen zijn. De lidstaten staan onder door hen vast te stellen voorwaarden toe dat de belastingplichtige hiervoor elektronische middelen gebruikt en mogen het gebruik van elektronische middelen ook verplicht stellen.
Belastingplichtigen, met uitzondering van degenen die geen enkel recht op aftrek hebben, zijn gehouden :

3° iedere maand aangifte te doen van het bedrag der in dit Wetboek bedoelde handelingen die zij hebben verricht of die aan hen werden verstrekt, gedurende de vorige maand in het kader van hun economische activiteit, van het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen, en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren.

Artikel 22, § 6, punt a), nieuw Artikel 53octies, § 2
De lidstaten kunnen de belastingplichtige verzoeken een aangifte in te dienen betreffende alle in het voorgaande jaar verrichte handelingen met daarin alle in lid 4 bedoelde gegevens. In die aangifte moeten tevens alle gegevens staan die nodig zijn voor eventuele herzieningen. De lidstaten staan onder door hen vast te stellen voorwaarden toe dat de belastingplichtige hiervoor elektronische middelen gebruikt en mogen het gebruik van elektronische middelen ook verplicht stellen.Door of vanwege de Minister van Financiën kan worden toegelaten dat de in de artikelen 53, eerste lid, 1° en 3°, en 53ter bedoelde aangiften worden ingediend en dat de in de artikelen 53quinquies tot 53septies bedoelde gegevens worden medegedeeld door middel van procedures waarbij informatica- en telegeleidingstechnieken worden aangewend.
Artikel 22, § 6, punt b), nieuw
Deze lijst wordt voor elk kwartaal opgesteld binnen een termijn en volgens regels welke worden vastgesteld door de lidstaten, die de nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de bepalingen betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen in ieder geval worden nageleefd. De lidstaten staan onder door hen vast te stellen voorwaarden toe dat de belastingplichtige hiervoor elektronische middelen gebruikt en mogen het gebruik van elektronische middelen ook verplicht stellen.
Artikel 4 van de richtlijn 2002/38/EGArtikel 109
Artikel 1 is van toepassing gedurende een periode van drie jaar met ingang van 1 juli 2003.De artikelen 18, § 1, tweede lid, 16°, 21, § 3, 7°,
j en k, 21, § 3, 9°, wat radio- en televisieomroepdiensten betreft, 21, § 3, 10°, 55, § 1, eerste lid, wat de afwijking in verband met de in artikel 58bis bedoelde bijzondere regeling betreft, en 58bis zijn van toepassing gedurende een periode van drie jaar met ingang van 1 juli 2003.
De Koning kan bij in Ministerraad overlegd besluit de toepassing verlengen van de in het vorig lid bedoelde bepalingen.
De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, indien ze in zitting zijn binnen drie maanden, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het tweede lid van dit artikel genomen besluiten.
BIJLAGE 3









BIJLAGE 4