Circulaire nr. Ci.RH.241/559.092 (AOIF 29/2004) van 09.07.2004

CIRC 09.07.04/1

Vervangen door Circulaire nr. Ci.RH.241/559.092 (AOIF 43/2005) van 23.11.2005

AFSCHRIJVING
Degressieve afschrijving
Motorfiets

BEROEPSKOSTEN
Afschrijving
Motorfiets
Niet-aftrekbare kosten
Reiskosten voor woon-werkverkeer
Werkelijke beroepskosten
Aftrekbaarheid van kosten die voortvloeien uit de beroepsmatige verplaatsingen met een motorfiets.
Aan alle ambtenaren.
Deze circulaire beoogt enige verduidelijkingen te verschaffen i.v.m. de aftrekbaarheid van kosten die voortvloeien uit de beroepsmatige verplaatsingen met een motorfiets.
In de huidige stand van de wetgeving vallen de kosten die verband houden met het gebruik van een motorfiets voor beroepsmatige verplaatsingen noch onder de toepassing van de beperking tot 75 % vermeld in artikel 66, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), noch onder de toepassing van het forfait van 0,15 EUR per kilometer vermeld in paragraaf 4 van hetzelfde artikel, wat in de regel wel het geval zal zijn voor personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen.
Dienaangaande gelden dus de gebruikelijke regels inzake beroepskosten.
Krachtens artikel 61, eerste lid, WIB 92 worden afschrijvingen slechts als beroepskosten aangemerkt indien zij overeenstemmen met een waardevermindering die zich tijdens het belastbare tijdperk werkelijk heeft voorgedaan en in de mate dat de motorfiets voor de beroepswerkzaamheid wordt gebruikt.
De afschrijfbare waarde van de motorfiets stemt overeen met de aanschaffingsprijs ervan.
Inzake afschrijvingen wordt er verder op gewezen dat motorfietsen, overeenkomstig artikel 64 WIB 92 en de artikelen 36 tot 43 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92, degressief afschrijfbaar zijn.
De andere kosten die verband houden met het gebruik van de motorfiets voor beroepsmatige verplaatsingen - verzekeringskosten, verkeersbelasting, brandstof, enz. - komen, met uitzondering van de kledijkosten, voor hun werkelijke bedrag in aanmerking, maar uiteraard slechts in de mate dat de motorfiets voor die verplaatsingen wordt gebruikt.
Inzonderheid wordt aangestipt dat de kosten voor kledij krachtens de uitdrukkelijke bewoordingen van artikel 53, 7°, WIB 92 niet als beroepskosten worden aangemerkt. Deze bepaling geldt evenzeer voor de kledijkosten van motorrijders (motorpak, handschoenen, laarzen, enz…). De helm kan daarentegen wel als een aftrekbare beroepskost worden aangemerkt.
Verder wordt nog opgemerkt dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 66bis WIB 92 de beroepskosten met betrekking tot de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling afgelegd op een andere manier dan met een in artikel 66, § 5, WIB 92 vermeld voertuig (vb. motorfiets, fiets, trein, metro, enz.) forfaitair worden bepaald op 0,15 EUR per afgelegde kilometer zonder dat de in aanmerking genomen afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling hoger mag zijn dan 25 kilometer (50 kilometer vanaf het aanslagjaar 2003 tot het aanslagjaar 2005, 75 kilometer voor het aanslagjaar 2006 en 100 kilometer vanaf het aanslagjaar 2007).
In het kader van de met een motorfiets afgelegde woon-werkverplaatsingen is er tenslotte geen beletsel om voor een bepaald tijdperk de werkelijke beroepskosten vast te stellen d.m.v. bewijsstukken en tijdens een ander belastbaar tijdperk een beroep te doen op voormeld artikel 66bis WIB 92.
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT