Circulaire nr. Ci.RH.243/574.458 (AOIF 12/2007) dd. 18.04.2007

CIRC 18.04.07/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/574.458 (AOIF 12/2007) dd. 18.04.2007


BEROEPSKOSTEN
Administratieve boete
Bijdrage in de kosten voor de opsporing en de controle van ondernemingen in moeilijkheden
Niet-aftrekbare kosten
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Neerlegging van de geconsolideerde jaarrekening

JAARREKENING
Neerlegging van de jaarrekening


Boetes of bijdragen opgelegd aan vennootschappen die hun verplichting tot neerlegging bij de NBB van de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening of de stukken die er samen mee moeten worden neergelegd, niet of laattijdig zijn nagekomen.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.

I. INLEIDING

1. Art. 176 van de programmawet van 8.4.2003 (BS 17.4.2003, V 3161, Bull. 838) heeft in het Wetboek van vennootschappen een art. 129bis ingevoegd, waarin wordt bepaald dat de Minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheden heeft een geldboete kan opleggen aan de vennootschappen die hun verplichting tot neerlegging bij de Nationale Bank van België (NBB) van de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening of de stukken die er samen mee moeten worden neergelegd, niet zijn nagekomen.

Deze sanctie is voor het eerst van toepassing op de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vanaf 31.12.2002 zijn afgesloten (art. 181 van de voormelde programmawet).

2. Evenwel heeft art. 17 van de programmawet van 27.12.2005 (BS 30.12.2005, tweede editie), gelet op de zware administratieve procedures die dat art. 129bis met zich mee bracht, vanaf 1 oktober 2005 (cf. art. 20 van diezelfde programmawet), een nieuw bijdragesysteem ingevoerd in geval van niet-neerlegging of van laattijdige neerlegging van de jaarrekeningen bij de NBB. Dientengevolge werd het voormelde art. 129bis opgeheven (door art. 18 van die programmawet).

3. De vraag werd gesteld of die boetes en bijdragen op fiscaal vlak als aftrekbare beroepskosten kunnen worden aangemerkt.

II. WETTEKSTEN

4. Programmawet van 8.4.2003

Art. 175

Na artikel 129 van hetzelfde Wetboek (lees Wetboek van vennootschappen) wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende :

"Hoofdstuk V - Administratieve geldboetes".

Art. 176

Een artikel 129bis wordt in hetzelfde Wetboek ingevoegd, luidend als volgt :

"Art. 129bis. - § 1. De minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheden heeft of zijn gemachtigde kan een geldboete opleggen aan de vennootschappen die de door de artikelen 83, 2°, 98, 100, 120 of 193 bedoelde verplichting tot neerlegging van de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening of de stukken die er samen mee moeten worden neergelegd, niet zijn nagekomen binnen zeven maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar waarop deze stukken betrekking hebben, onverminderd het recht voor de betrokken vennootschap om schriftelijk en tijdig de overmacht in te roepen en te bewijzen.

§ 2. Het bedrag van de in § 1 bedoelde geldboete bedraagt 200 EUR per maand vertraging, waarbij elke begonnen maand voor een volle maand wordt gerekend, met een maximum van 1.200 EUR. Het bedrag van de boete wordt evenwel beperkt tot 60 EUR per maand vertraging, met een maximum van 360 EUR, voor de in artikel 99 bedoelde kleine vennootschappen.

§ 3. De zaakvoerders en bestuurders van een Belgische vennootschap en de personen die met het bestuur van een vestiging in België zijn belast, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de krachtens § 1 opgelegde geldboetes.

§ 4. De dienst bij de Federale Overheidsdienst Financiën die bevoegd is voor de niet-fiscale invorderingen gaat over tot de invordering van de verschuldigde geldboetes door middel van een dwangbevel, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. De Koning bepaalt de modaliteiten van betaling en inning van de administratieve geldboetes bedoeld in dit artikel."

Art. 181

… met dien verstande :

  • dat de artikelen … 175, 176 … van deze wet voor het eerst van toepassing zijn op de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vanaf 31 december 2002 zijn afgesloten;


5. Programmawet van 27.12.2005

Art. 17

Artikel 101 van het Wetboek van vennootschappen, vervangen bij de programmawet van 27 december 2004, wordt aangevuld met de volgende leden :

"Behoudens overmacht dragen de rechtspersonen die hun jaarrekening, en in voorkomend geval hun geconsolideerde jaarrekening, openbaar maken door neerlegging bij de Nationale Bank van België meer dan één maand na het verstrijken van de in artikel 98, tweede lid, in artikel 107, § 1, tweede lid, in artikel 120, tweede lid, of in artikel 193, tweede lid, bedoelde termijn van zeven maanden na afsluiting van het boekjaar, bij in de door de federale toezichthoudende overheden gemaakte kosten voor de opsporing en controle van ondernemingen in moeilijkheden.

Deze bijdrage bedraagt :

  • 400 euro, wanneer de jaarrekening of, in voorkomend geval, de geconsolideerde jaarrekening neergelegd wordt tijdens de negende maand na de afsluiting van het boekjaar;
  • 600 euro, wanneer deze stukken neergelegd worden vanaf de tiende maand en tot de twaalfde maand na de afsluiting van het boekjaar;
  • 1.200 euro, wanneer deze stukken neergelegd worden vanaf de dertiende maand na de afsluiting van het boekjaar.
De in het vorige lid bedoelde bedragen worden echter teruggebracht tot respectievelijk 120, 180 en 360 euro voor de kleine vennootschappen die gebruik maken van de mogelijkheid bedoeld in artikel 99 om hun jaarrekening volgens het verkort schema openbaar te maken.

Deze bijdrage wordt door de Nationale Bank van België samen met de kosten voor de openbaarmaking van de betrokken jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening geïnd voor rekening van de federale overheid, volgens de modaliteiten die de Koning bepaalt."

Art. 18

In Boek IV, Titel VI, van hetzelfde Wetboek wordt "Hoofdstuk V. - Administratieve geldboetes", dat het artikel 129bis omvat, ingevoegd bij de programmawet van 8 april 2003, opgeheven.

Art. 20

Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, evenwel met dien verstande :

  • dat dit hoofdstuk voor het eerst van toepassing is op de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vanaf 1 oktober 2005 zijn afgesloten;
  • dat de bepalingen van de artikelen 129bis en 196bis van het Wetboek van vennootschappen, zoals zij luidden voor hun opheffing bij de artikelen 18 en 19, onverkort van toepassing blijven voor de neerleggingen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die vóór 1 oktober 2005 zijn afgesloten.
III. GEVOLGEN OP FISCAAL VLAK

6. Dienaangaande moet een onderscheid worden gemaakt in functie van de afsluitingsdatum van de jaarrekeningen.

A. Jaarrekeningen afgesloten vanaf 31.12.2002, doch vóór 1.10.2005

7. Overeenkomstig de uitdrukkelijke bepalingen van art. 53, 6°, WIB 92, kunnen de in art. 129bis van het Wetboek van vennootschappen beoogde administratieve geldboetes voor het niet neerleggen of het laattijdig neerleggen van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen bij de NBB, niet als aftrekbare beroepskosten worden aangemerkt in hoofde van de vennootschap die deze boetes verschuldigd is.

8. In de hypothese dat een zelfstandig boekhouder zou beslissen om de schade die hij door zijn eigen fout (laattijdige neerlegging van de jaarekening) aan de vennootschap heeft berokkend te vergoeden door persoonlijk het bedrag van de boete te betalen, kan dat bedrag in zijn hoofde als een aftrekbare beroepskost worden aangemerkt onder de algemene voorwaarden van art. 49, WIB 92.

In dit geval blijft de boete, die een zekere en vaststaande schuld uitmaakt, uiteraard niet aftrekbaar in hoofde van de vennootschap, en moet zij onder de inkomsten van deze laatste worden opgenomen ter gelegenheid van de "overdracht" van die schuld aan de boekhouder.

9. De aandacht wordt erop gevestigd dat de hiervoor uiteengezette principes slechts van toepassing zijn op de boetes die zijn opgelegd op basis van art. 129bis van het Wetboek van vennootschappen, boetes die voor de eerste keer van toepassing kunnen zijn op de neerlegging van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die zijn afgesloten vanaf 31 december 2002, en voor de laatste keer op de neerlegging van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die zijn afgesloten vóór 1 oktober 2005.

B. Jaarrekeningen afgesloten vanaf 1.10.2005

10. De laattijdige neerlegging van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen die zijn afgesloten vanaf 1 oktober 2005, maakt het voorwerp uit van een nieuwe sanctie die is ingevoerd door art. 17 van de programmawet van 27.12.2005. Zo brengt de laattijdige openbaarmaking van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening, krachtens art. 101 van het Wetboek van vennootschappen, voortaan de betaling met zich mee van een bijdrage in de kosten die door de federale toezichthoudende overheden worden gemaakt voor de opsporing en de controle van ondernemingen in moeilijkheden.

Deze bijdrage is geen geldboete in de zin van art. 53, 6°, WIB 92, en kan dus in principe, als een aftrekbare beroepskost worden aangemerkt.

NAMENS DE MINISTER :

Voor de administrateur Kleine
en Middelgrote Ondernemingen,

J. VANHOUTTE
Directeur