Circulaire nr. Ci.RH.241/486.611 d.d. 07.04.1998


Bull. nr. 783, pag. 1165

GELEGENHEIDSMEDEWERKER VAN SPORTCLUB
Belastingstelsel

SPORTBEOEFENAAR
Belastingstelsel

VERGOEDING
Gelegenheidsmedewerker van sportclub
Sportbeoefenaar
Vrijgestelde vergoeding


Belastingstelsel van de vergoedingen die in de lagere afdelingen van andere amateurploegsporten dan amateurvoetbal (volleybal, basketbal, veldhockey en handbal) aan spelers en medewerkers worden betaald of toegekend.

Aan al de ambtenaren

1. De richtlijnen van de circ. 14.6.1991, nr. Ci.RH.241/425.005 worden verruimd tot de volgende sportfederaties, die hebben aangetoond dat in de lagere afdelingen van hun federatie op een gelijkaardige wijze als in het amateurvoetbal aan ploegsport wordt gedaan :

  • de Vlaamse Volleybalbond;
  • de Koninklijke Belgische Basketbalbond;
  • de Koninklijke Belgische Hockeybond (veldhockey);
  • de Franstalige Handballiga.
2. Dit houdt in dat de vergoedingen van spelers en hulptrainers van de verschillende ploegen (eerste ploeg, reserveploeg of jeugdploeg) van de bij die federaties aangesloten amateursclubs van de lagere afdelingen (provinciale of gewestelijke reeksen) die hun sport als een loutere vrijetijdsbesteding beoefenen, van belasting vrijgesteld zijn wanneer die vergoedingen niet meer dan 12,50 EUR (500 F) (*) per wedstrijd bedragen.

3. Hetzelfde geldt voor :

  • de clubafgevaardigden en de personen belast met het onderhoud van het (de) terrein(en) die een vergoeding ontvangen die niet meer bedraagt dan die van de betrokken spelers;
  • de ouders van spelers of andere vrijwilligers die met hun eigen wagen het vervoer doen van de spelers tegen een forfaitaire vergoeding die niet meer bedraagt dan de vergoeding die de Staat aan zijn personeel toekent voor dienstreizen of de ouders of andere vrijwilligers die de uitrusting van de spelers wassen tegen een vergoeding die niet meer dan 15,00 EUR (600 F) per ploeg en per wedstrijd bedraagt.
4. De voormelde vergoedingen moeten niet op een fiche nr 281 en ermede overeenstemmende samenvattende opgave nr 325 worden vermeld. De dienstchef van de taxatiedienst die bevoegd is voor de betrokken sportclub of federatie kan die sportclub of federatie evenwel uitnodigen om per jaar een nominatieve lijst met vermelding van de uitgekeerde sommen per verkrijger voor te leggen (cf. nr 317/13, 1ste lid, Com.IB 92).

5. De vergoedingen - in welke vorm ook (beloningen, premies, terugbetaling van verblijfs- en verplaatsingskosten) - spelers en medewerkers (van de eerste ploeg, de reserve- of jeugdploeg) die de voormelde grenzen overschrijden (meer bedragen dan 12,50 EUR (500 F) per wedstrijd, meer dan 15,00 EUR (600 F) voor de wasvergoeding of meer dan de forfaitaire reisvergoeding voor personeel van de Staat), moeten voor de verkrijgers integraal als belastbare brutobezoldigingen worden aangemerkt in de zin van de art. 23, 4°, 30, 1°, en 31 WIB 92.

Die beloningen en vergoedingen moeten in dat geval voor hun volledig bedrag op individuele fiches nr 281.10 en de ermede overeenstemmende samenvattende opgaven nr 325.10 worden vermeld.

6. Deze richtlijnen zijn van toepassing op de sommen die met ingang van het seizoen 1997-1998 zijn toegekend en gelden mutatis mutandis voor andere amateurbonden waarin het volleybal, het basketbal, het veldhockey en het handbal wordt beoefend.

7. De verruiming van de circ. 14.6.1991, nr. Ci.RH.241/425.005, geldt evenwel niet voor personen die niet in die circulaire worden beoogd.

Blijven dus inzonderheid uitgesloten van de toepassing van de circulaire, de markeerders (voor het volleybal, het hockey en het handbal), de aantekenaars, tijdopnemers, 30"-operators, wedstrijdcommissarissen (voor het basketbal) en de scheidsrechters.

8. Dit betekent evenwel niet dat de vergoedingen die aan hen worden toegekend steeds belastbaar zouden zijn. Die vergoedingen kunnen immers als niet belastbaar worden aangemerkt, mits aan de volgende voorwaarden voldaan is :

  • de betrokkenen verrichten hun prestaties op louter onbaatzuchtige wijze;
  • de vergoedingen vertegenwoordigen uitsluitend de terugbetaling van werkelijke kosten, hetgeen impliceert dat zij niet abnormaal hoog zijn en dus geen verdoken bezoldigingen voor geleverde prestaties bevatten.
9. In verband met de niet-belastbare bedragen van die vergoedingen voor vrijwilligerswerk zal eerlang een circulaire worden gepubliceerd.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
J.E. VANDENBOSCH.
[(*) Omzetting naar euro : Ci.D.28/546.629 dd.19.12.2001 (inwerkingtreding 01.01.2002)]