Circulaire nr. Ci.RH.26/457.595 van 26.05.1994
CIRC 26.05.94/1
Bull. nr. 740, pag. 1461
FISCALE, FINANCIELE EN DIVERSE BEPALINGEN 1992
Bijkomende interestaftrek.
INTEREST
Bouwen of verwerven van een nieuwe woning.
Vernieuwen van een woning.
Bijkomende interestaftrek.
INTEREST
Bouwen of verwerven van een nieuwe woning.
Vernieuwen van een woning.
I. WETTEKSTEN
W 28.12.1992
1. Art. 83
In artikel 115, 1°, b, van hetzelfde Wetboek (WIB 92) worden de woorden "op het tijdstip van de verwerving een goed is als vermeld in artikel 9, § 3, van het Wetboek over de toegevoegde waarde, dat door de verkoper met toepassing van die belasting is vervreemd" vervangen door de woorden "door de verkoper met toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde aan de belastingplichtige is vervreemd".
Art. 84
Artikel 116, eerste lid, van hetzelfde Wetboek (WIB 92) wordt vervangen door de volgende bepaling :
"De interest die overblijft na toepassing van de in artikel 14 vermelde aftrek is maar aftrekbaar in zoverre hij betrekking heeft op de eerste 2.000.000 frank, 2.100.000 frank, 2.200.000 frank, 2.400.000 frank of 2.600.000 frank van het aanvangsbedrag van de leningen ingeval het een te bouwen of in nieuwe staat te verwerven woning betreft of op de eerste 1.000.000 frank, 1.050.000 frank, 1.100.000 frank, 1.200.000 frank of 1.300.000 frank ingeval het een te vernieuwen woning betreft, naargelang de belastingplichtige geen, één, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten".
Art. 101
De artikelen ... 80 tot 85 ... treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1993. ...
2. Ingevolge de voormelde wijzigingen luiden de art. 115, 1°, b en 116, eerste lid, WIB 92, voortaan als volgt :
WIB 92
Art. 115, 1°, b
De in artikel 104, eerste lid, 9°, vermelde interest van hypothecaire leningen is aftrekbaar onder de volgende voorwaarde :
1° de hypothecaire lening is door de belastingplichtige aangegaan om in België zijn enige woning hetzij :
a) ...
b) in nieuwe staat te verwerven aan elke voorwaarde is voldaan indien de woning door de verkoper met toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde aan de belastingplichtige is vervreemd; ...
Art. 116, eerste lid
De interest die overblijft na toepassing van de in artikel 14 vermelde aftrek is maar aftrekbaar in zoverre hij betrekking heeft op de eerste 2.000.000 frank, 2.100.000 frank, 2.200.000 frank, 2.400.000 frank of 2.600.000 frank van het aanvangsbedrag van de leningen ingeval het een te bouwen of in nieuwe staat te verwerven woning betreft of op de eerste 1.000.000 frank, 1.050.000 frank, 1.100.000 frank, 1.200.000 frank of 1.300.000 frank ingeval het een te vernieuwen woning betreft naargelang de belastingplichtige geen, één, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.
II. DRAAGWIJDTE
3. De art. 83 en 84, W 28.12.1992, houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, wijzigen respectievelijk de art. 115, 1°, b en 116, eerste lid, WIB 92, i.v.m. de bijkomende interestaftrek en meer bepaald wat betreft het verwerven onder het stelsel van de BTW van een woning in nieuwe staat en de verhoging van het aanvangsbedrag van de lening wegens kinderlast.
4. Voorheen bepaalde art. 115, 1°, b, WIB 92, dat aan de voorwaarde dat de woning in nieuwe staat moest worden verworven, was voldaan indien de woning op het tijdstip van de verwerving een goed was als vermeld in art. 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, dat door de verkoper met toepassing van die belasting is vervreemd.
Voortaan verwijst art. 115, 1°, b, WIB 92, niet meer naar een welbepaald artikel van het BTW-Wetboek en stelt het zonder meer dat aan de voorwaarde inzake het verwerven van een woning in nieuwe staat is voldaan indien de woning door de verkoper met toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde aan de belastingplichtige is vervreemd.
5. De door art. 83, W 28.12.1992 aangebrachte wijziging is louter een vormaanpassing van art. 115, WIB 92, die reeds eerder gebeurde in art. 516, § 1, 1°, derde lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 100, W 28.12.1992 (woning in nieuwe staat waarvoor een aanvangsbedrag van de leningen tot 2.000.000 F voor de berekening van de belastingvermindering voor kapitaalaflossingen van middelgrote woningen in aanmerking wordt genomen; cf. Kamer, gewone zitting 1992-1993, stuk 717/3, blz. 16, amendement nr. 61 van de Regering).
6. In het nieuwe BTW-Wetboek dat vanaf 1.1.1993 van toepassing is, wordt de verwerving van een gebouw in nieuwe staat met toepassing van de BTW immers niet meer geregeld door art. 9, § 3, maar door het nieuwe art. 44, § 3, 1°, a.
Die laatste bepaling verschilt op één punt wezenlijk van het vroegere art. 9, § 3.
Vroeger was de BTW alleen van toepassing onder meer voor zover de woning door de belastingplichtige was aangekocht uiterlijk op 31 december van het jaar na dat waarvoor ze voor het eerst in de OV was ingekohierd (dus uiterlijk op 31 december van het jaar na het eerste aanslagjaar in de OV of in de praktijk uiterlijk op 31 december van het tweede jaar na dat van ingebruikneming).
Vanaf 1.1.1993 is de BTW echter van toepassing onder meer voor zover de woning is aangekocht uiterlijk op 31 december van het jaar na dat waarin ze voor het eerst in de OV is ingekohierd (dus uiterlijk op 31 december van het jaar na het eerste jaar van werkelijke inkohiering). Wanneer de eerste aanslag in de OV niet tijdens het aanslagjaar zelf maar in een later jaar wordt ingekohierd, heeft de nieuwe regeling dan ook tot gevolg dat de termijn binnen welke een nieuwe woning met toepassing van de BTW kan worden verworven, verlengd wordt.
1. ALGEMEEN
7. Voorheen bepaalde art. 116, eerste lid, WIB 92, dat interesten slechts in aanmerking kwamen voor de bijkomende interestaftrek voor zover zij betrekking hadden op een eenvormig vast aanvangsbedrag van de lening, nl. 2.000.000 F voor nieuwbouw en 1.000.000 F voor vernieuwbouw. Het vast aanvangsbedrag werd - vanaf aj. 1991 na indexering - verhoogd met 5, 10, 20 of 30 % naargelang de belastingplichtige één, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste had op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.
8. Ten gevolge van de wijziging door art. 84, W 28.12.1992 in het eerste lid van art. 116, WIB 92, wordt de procentuele verhoging van de aanvangsbedragen wegens kinderlast opgeheven en vervangen door verschillende nominale aanvangsbedragen die schommelen volgens de kinderlast, nl. 2.000.000 F, 2.100.000 F, 2.200.000 F, 2.400.000 F of 2.600.000 F voor nieuwbouw en 1.000.000 F, 1.050.000 F, 1.100.000 F, 1.200.000 F of 1.300.000 F voor vernieuwbouw en dit naargelang de belastingplichtige geen, één, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.
Ook hier betreft het een gewone vormaanpassing van art. 116, eerste lid, WIB 92, aan de nieuwe formulering die reeds eerder werd gebruikt in art. 145/19, tweede lid, en 516, § 1, 2°, WIB 92, zoals ze zijn ingevoegd resp. vervangen door de art. 87 en 100, W 28.12.1992 (aanvangsbedragen van de leningen voor de berekening van de belastingvermindering voor kapitaalaflossingen; cf. Kamer, gewone zitting 1992-1993, stuk 717/3, blz. 16-17, amendement nr. 62 van de Regering).
2. GEVOLGEN
9. Hoewel de (nieuwe) nominale aanvangsbedragen van art. 116, eerste lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 84, W 28.12.1992 slechts vanaf aj. 1993 van toepassing zijn (zie nr. 20), heeft de wijziging ook een weerslag op de vroeger (vanaf 1.1.1990 tot en met 31.12.1991) afgesloten leningen.
10. Nr. II/1992 van de circ. Ci.D.19/402.192 - PB, dd. 18.5.1990, Hervormingswet 1988, bepaalt weliswaar dat het eventueel geïndexeerde grensbedrag steeds in aanmerking moet worden genomen, zoals het bepaald is voor het aanslagjaar verbonden aan het belastbare tijdperk waarin de lening is aangegaan, en later uit hoofde van de indexering niet maar kan worden herzien, maar de (nieuwe) nominale aanvangsbedragen in casu, zijn echter geen gevolg van een nieuwe indexering - de oude indexeringscoëfficiënten blijven immers behouden - maar van een nieuwe berekeningswijze die door art. 84, W 28.12.1992 is ingevoerd. Vanaf aj. 1993, moeten bijgevolg ook voor de leningen die vóór 1.1.1992 zijn afgesloten de nieuwe nominale aanvangsbedragen worden gebruikt, welke moeten worden geïndexeerd met de indexcoëfficiënt die van toepassing is voor het aanslagjaar verbonden aan het belastbare tijdperk waarin de lening is aangegaan.
11. In vergelijking met de aanvangsbedragen die vóór de wijziging door art. 84, W 28.12.1992 in art. 116, eerste lid, WIB 92, in aanmerking werden genomen, kan de toepassing van de nieuwe nominale aanvangsbedragen voor de leningen die in de jaren 1990 en 1991 zijn afgesloten tot geringe verschillen maar onder of naar boven leiden. Die verschillen zijn enkel te wijten aan het afronden van de bedragen na indexering.
12. Vóór de W 28.12.1992 werden alleen de eenvormige vaste aanvangsbedragen (2.000.000 F voor nieuwbouw en 1.000.000 F voor vernieuwbouw) geïndexeerd, vervolgens afgerond en nadien procentueel verhoogd wegens kinderlast. Voortaan worden alle aanvangsbedragen, ook die waarin de eventuele verhoging wegens kinderlast reeds is vervat, geïndexeerd en vervolgens afgerond.
Voorbeeld
13.
a) Afwijkingen in +
Nieuwbouw
Leningen aangegaan in 1991;
3 kinderen ten laste op 1.1.1992.
In aanmerking te nemen aanvangsbedrag :
-
vóór de W 28.12.1992 :2.000.000 F x 1,0667 (Indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1992) = 2.133.400 F, afgerond tot op het duizendtal = 2.133.000 F, verhoogd met 20 % (Procentuele verhoging voor 3 kinderen ten laste) wegens kinderlast = 2.559.600 F.
-
na de W 28.12.1992 :2.400.000 F (3 kinderen ten laste) x 1,0667 (Indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1992) = 2.560.080 F afgerond tot op het duizendtal = 2.560.000 F.
Vernieuwbouw
Lening aangegaan in 1990;
1 kind te laste op 1.1.1991.
In aanmerking te nemen aanvangsbedrag :
-
vóór de W 28.12.1992 :1.000.000 F x 1,0311 (Indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1991) = 1.031.000 F, afgerond tot op het duizendtal = 1.031.000 F, verhoogd met 5 % (Procentuele verhoging voor 1 kind ten laste) wegens kinderlast = 1.082.550 F.
-
na de W 28.12.1992 :1.050.000 F (1 kind te laste) x 1,0311 (Indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1991) = 1.082.655 F afgerond tot op het duizendtal = 1.083.000 F.
14.
b) Afwijkingen in -
Nieuwbouw
Lening aangegaan in 1990;
2 kinderen ten laste op 1.1.1991.
In aanmerking te nemen aanvangsbedrag :
-
vóór de W 28.12.1992 :2.000.000 F x 1,0311 (Indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1991) = 2.062.200 F afgerond tot op het duizendtal = 2.062.000 F, verhoogd met 10 % (Procentuele verhoging voor 2 kinderen ten laste) wegens kinderlast = 2.268.200 F.
-
na de W 28.12.1992 :2.200.000 F (2 kinderen ten laste) x 1,0311 (Indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1991) = 2.268.420 F, afgerond tot op het duizendtal = 2.268.000 F.
Vernieuwbouw
Lening aangegaan in 1991;
meer dan 3 kinderen ten laste op 1.1.1992.
In aanmerking te nemen aanvangsbedrag :
-
vóór de W 28.12.1992 :1.000.000 x 1,0667 (Indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1992) = 1.066.700, afgerond tot op het duizendtal = 1.067.000, verhoogd met 30 % (Procentuele verhoging voor meer dan 3 kinderen ten laste) wegens kinderlast = 1.387.100 F.
-
na de W 28.12.1992 :1.300.000 F (meer dan 3 kinderen ten laste) x 1,0667 (Indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1992) = 1.386.710 F, afgerond tot op het duizendtal = 1.387.000 F.
3. TABEL
15. Ingevolge de wijzigingen die art. 84, W 28.12.1992 in art. 116, eerste lid, WIB 92, heeft aangebracht, moeten voortaan de in de onderstaande tabel vermelde, nominale en geïndexeerde aanvangsbedragen in aanmerking worden genomen, rekening houdend met het jaar van afsluiten van de lening en met het aantal kinderen ten laste.
16. Nieuwe woningen
---------------------------------------------------------------------- | In aanmerking te nemen aanvangsbedrag van de lening | Datum van | naargelang het aantal kinderen ten laste op 1 januari | de lening | van het jaar na het jaar van de afsluiting van de | | lening | |--------------------------------------------------------- | | 0 | 1 | 2 | 3 |meer dan 3 | ----------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------| van | | | | | | 1.5.1986 | | | | | | tot | | | | | | 31.12.1989|2.000.000 F|2.100.000 F|2.200.000 F|2.400.000 F|2.600.000 F| | | | | | | 1990 |2.062.000 F|2.165.000 F|2.268.000 F|2.475.000 F|2.681.000 F| | | | | | | 1991 |2.133.000 F|2.240.000 F|2.347.000 F|2.560.000 F|2.773.000 F| | | | | | | 1992 |2.200.000 F|2.310.000 F|2.420.000 F|2.640.000 F|2.859.000 F| ---------------------------------------------------------------------- Vernieuwbouw ---------------------------------------------------------------------- | In aanmerking te nemen aanvangsbedrag van de lening | Datum van | naargelang het aantal kinderen ten laste op 1 januari | de lening | van het jaar na het jaar van de afsluiting van de | | lening | |--------------------------------------------------------- | | 0 | 1 | 2 | 3 |meer dan 3 | ----------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------| van | | | | | | 1.5.1986 | | | | | | tot | | | | | | 31.12.1989|1.000.000 F|1.050.000 F|1.100.000 F|1.200.000 F|1.300.000 F| | | | | | | 1990 |1.031.000 F|1.083.000 F|1.134.000 F|1.237.000 F|1.340.000 F| | | | | | | 1991 |1.067.000 F|1.120.000 F|1.173.000 F|1.280.000 F|1.387.000 F| | | | | | | 1992 |1.100.000 F|1.155.000 F|1.210.000 F|1.320.000 F|1.430.000 F| ----------------------------------------------------------------------
4. VOORBEELD
Gegevens
17. Een belastingplichtige koopt op 17.3.1991 een nieuwe en enige woning (KI = 70.000) die hij nog in dezelfde maand in gebruik neemt. Op voormelde datum gaat hij een hypothecaire lening aan van 4.000.000 F. In 1991 betaalt de belastingplichtige 220.100 F interesten en in 1992, 240.800 F. Op 1.1.1992 heeft de belastingplichtige 2 kinderen ten laste.
Berekening van de bijkomende interestaftrek voor het aanslagjaar 1992
18.
Totale interesten : 220.100 F KI = 70.000 x 9/12 = 52.500 Geïndexeerd en tot op honderdtal afgerond KI : 52.500 x 1,0503 = - 55.100 F (*) (toepassing gewone interestaftrek van art. 14, WIB 92) ----------- 165.000 F (*) Na indexering afgerond KI voor het aj. 1991 (cf. nrs. 15, 20 en 21 van de circ. 23.8.1991, nr. Ci.RH.21/429.638, Bull. 709, blz. 2262). Berekening van het aanvangsbedrag :
- indexering : 2.000.000 F x 1,0667 (indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1992) = 2.133.400 F - afronding tot op het duizendtal : 2.133.400 F --> 2.133.000 F - verhoging wegens kinderlast : 2.133.000 F x 110 % (Procentuele verhoging voor 2 kinderen ten laste) = 2.346.300 F Beperking van de overblijvende interesten in verhouding tot dit aanvangsbedrag : 165.000 F x 2.346.300/4.000.000 = 96.785 F
Beperking tot 80 % voor het eerste belastbare tijdperk (toepassing van art. 116, tweede lid, WIB 92) : 96.785 x 80 % = 77.428 F
Berekening van de bijkomende interestaftrek voor het aanslagjaar 1993
19.
Totale interesten : 240.800 F Geïndexeerd en tot op honderdtal afgerond KI : 70.000 x 1,0829 (indexeringscoëfficiënt voor KI's voor het aj. 1992) = - 75.800 F (toepassing gewone interestaftrek van art. 14, WIB 92) ---------- 165.000 F Berekening van het aanvangsbedrag :
- nominaal aanvangsbedrag voor 2 kinderen ten laste op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten : 2.200.000 F
- indexering van het nominaal aanvangsbedrag met de indexeringscoëfficiënt die geldt voor het belastbare tijdperk waarin het leningscontract is gesloten : 2.200.000 F x 1,0667 (indexeringscoëfficiënt voor het aj. 1992) = 2.346.740 F
- afronding tot op het duizendtal : 2.346.740 --> 2.347.000 F
Beperking van de overblijvende interesten in verhouding tot dit aanvangsbedrag : 165.000 F x 2.347.000/4.000.000 = 96.814 F
Beperking tot 80 % voor het tweede belastbare tijdperk (toepassing van art. 116, tweede lid, WIB 92) : 96.814 x 80 % = 77.451 F
III. INWERKINGTREDING
20. Overeenkomstig art. 101, eerste lid, W 28.12.1992, houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, treden de wijzigingen die de art. 83 en 84 van dezelfde wet in respectievelijk art. 115, 1°, b, en 116, eerste lid, WIB 92, aanbrengen in werking met ingang van het aj. 1993.
Bron: FisconetPlus
