Circulaire nr. Ci.RH.421/357.067 dd. 18.04.1986

CIRC 18.04.86/1

Circulaire nr. Ci.RH.421/357.067 dd. 18.04.1986


Bull. nr. 651, pag. 1107

INVESTERINGEN
Investeringsaftrek


Nieuwe richtlijnen betreffende het belastbare tijdperk waarvoor de investeringsaftrek moet worden toegepast.

I. ALGEMEEN

1. Overeenkomstig art. 42ter, § 2, WIB, wordt de investeringsaftrek toegepast op de winst van het belastbare tijdperk waarin de in de § 1 van dat artikel bedoelde vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht.

2. Wat betreft, enerzijds, de voorschotten en de vooruitbetalingen op materiële en immateriële vaste activa en, anderzijds, de materiële vaste activa in aanbouw, bepalen de huidige onderrichtingen in Com.IB 42ter/17, 2e lid, dat :

  • tot op zekere hoogte aan de belastingplichtige de keuze wordt gelaten inzake de aanvang van de afschrijvingen (zie 44/136 en 137 en 44/293 tot 295, Com.IB);
  • de door de belastingplichtige op het stuk van afschrijvingen gedane keuze moet worden geëerbiedigd om het aanslagjaar te bepalen waarvoor de investeringsaftrek moet worden toegepast.
II. NIEUWE REGELS

3. De Administratie heeft een nieuw onderzoek gewijd aan de onder nr. 2 vermelde richtlijnen betreffende de toepassing van de investeringsaftrek.

Dat onderzoek heeft tot het besluit geleid dat de vooruitbetalingen op materiële en immateriële vaste activa en de materiële vaste activa in aanbouw in beginsel recht geven op investeringsaftrek voor het jaar of boekjaar tijdens hetwelk deze vooruitbetaling of deze materiële vaste activa in aanbouw moeten worden geboekt als bestanddelen van de materiële of immateriële vaste activa, en dit ongeacht de keuze die aan de belastingplichtige wordt gelaten inzake de aanvang van de afschrijvingen (zie 44/136 en 137 en 44/293 tot 295, Com.IB).

4. Deze nieuwe richtlijnen, die eerlang in de Com.IB zullen worden ingelast, zijn van toepassing op de vooruitbetalingen en op de activabestanddelen in aanbouw, die gestort zijn of tot stand zijn gebracht tijdens het jaar of boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 1987.

III. OVERGANGSSTELSEL

5. Wat de activabestanddelen betreft die gestort zijn of tot stand gebracht zijn tijdens een jaar of boekjaar verbonden aan een van de aanslagjaren 1983 tot en met 1986, is het, naar keuze van de belastingplichtige, toegelaten de investeringsaftrek toe te passen volgens sub 2 of 3 voorgeschreven regels.

6. De nog hangende geschillen kunnen in het licht van hetgeen vermeld is in sub 5 worden opgelost.