Circulaire nr. IR/I-1/64.263 (AINV 1/2005) dd. 07.02.2005
INVORDERING
Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen
ONBEPERKT UITSTEL VAN DE INVORDERING VAN DIRECTE BELASTINGEN
Beslissing tot onbeperkt uitstel
Toepassingsgebied van het onbeperkt uitstel
Verzoek tot onbeperkt uitstel
Commentaar op de art. 332 en 333 van de Programmawet van 27.12.2004 (BS 31.12.2004 - Editie 2) die de art. 413bis tot 413octies in het WIB 92 invoegen.
Aan alle diensten van de Directie Invordering
I. INLEIDING
1. Art. 332, Programmawet 27.12.2004 ( BS 31.12.2004 - Editie 2) voegt in Titel VII, Hoofdstuk VIII, WIB 92, een "Afdeling IV bis.- Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen" toe, bevattende de nieuwe artikels 413 bis tot 413 octies.
De nieuwe bepalingen hebben tot doel aan de directeur der belastingen de mogelijkheid te bieden om een belastingschuldige of zijn echtgenoot in bepaalde omstandigheden een buitengewone gunstmaatregel te verlenen waarbij hij, op de wijze en onder de voorwaarden die hij bepaalt, definitief uitstel van de invordering van de ten laste van de belastingschuldige gevestigde belastingen toekent.
Zij laten de belastingschuldige (natuurlijke persoon), die ongelukkig en te goeder trouw is en zich in een blijvende moeilijke financiële situatie bevindt, toe een nieuwe start te nemen waardoor hij wordt aangemoedigd zich te onttrekken aan zijn moeilijke situatie. Het verzekert tegelijkertijd voor de Staat als schuldeiser, telkens dit mogelijk is, de ontvangst van een deel van de schuldvordering.
II. TOEPASSINGSGEBIED
2. Deze maatregel beperkt zich tot natuurlijke personen. Schuldenaars in de Ven.B en in de BNI/ven. zijn er derhalve van uitgesloten.
De maatregel is tevens beperkt tot de directe belastingen, in hoofdsom, de belastingverhogingen, de boeten en de interesten (PB, BNI/nat.pers.). De voorheffingen zijn omwille van hun bijzonder karakter van het voordeel van het onbeperkt uitstel uitgesloten. Zulks geldt eveneens voor de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
III. VERZOEK TOT UITSTEL
A. Indiening van het verzoek
3. Het verzoek kan ingediend worden door de belastingschuldige of door zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd.
Het moet worden gemotiveerd en moet bewijskrachtige elementen met betrekking tot de toestand van de verzoeker bevatten.
Dit verzoek moet per aangetekende brief ingediend worden bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de belastingschuldige of zijn echtgenoot, op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, zijn woonplaats heeft. Er wordt een ontvangstbewijs van uitgereikt aan de verzoeker, met vermelding van de datum van ontvangst van het verzoek.
Het uitstel kan eveneens ambtshalve worden verleend, op voorstel van de met de invordering belaste ambtenaar.
B. Ontvankelijkheid van het verzoek
4. Een verzoek tot onbeperkt uitstel is enkel ontvankelijk voor zover:
Het spreekt voor zich dat het voordeel van deze maatregel niet kan toegestaan worden aan schuldenaars van aanslagen die gevestigd zijn ten gevolge van de vaststelling van een fiscale fraude.
C. Gevolgen van het verzoek
6. De indiening van het verzoek of van het voorstel tot uitstel schorst alle middelen van tenuitvoerlegging tot op de dag dat de beslissing van de directeur definitief is geworden of, in geval van beroep, tot op de dag van de kennisgeving van de beslissing van de commissie zoals bedoeld in nr 10, hierna. De reeds gelegde beslagen behouden echter hun bewarende uitwerking.
Dit verzoek of voorstel doet echter geen afbreuk:
7. De behandeling van het verzoek wordt toevertrouwd aan de ambtenaar belast met de invordering.
Hiervoor beschikt de Ontv. over de onderzoeksbevoegdheden zoals bedoeld in art. 319 bis, WIB 92.
Hij kan met name van de kredietinstellingen, die onderworpen zijn aan de W 22.3.1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, alle hen gekende inlichtingen eisen die nuttig kunnen zijn teneinde de vermogenssituatie van de verzoeker te bepalen.
V. BESLISSING TOT ONBEPERKT UITSTEL
8. De directeur doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de zes maanden na de ontvangst van het verzoek. Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de verzoeker bij ter post aangetekende brief.
De directeur bepaalt de voorwaarden waaronder hij het onbeperkt uitstel van de invordering toestaat. Het onbeperkt uitstel kan betrekking hebben op één of meerdere aanslagen en kan volledig of gedeeltelijk zijn. Bovendien verbindt de directeur zijn beslissing aan de voorwaarde van een onmiddellijke of gespreide betaling door de verzoeker van een door hem bepaald bedrag, dat aangewend wordt op de verschuldigde belastingen.
9. Het onbeperkt uitstel van de invordering gaat pas in na de effectieve betaling van dit bedrag.
VI. BEROEP
10. De beslissing van de directeur kan, binnen de maand van de kennisgeving, het voorwerp uitmaken van een beroep bij een commissie samengesteld uit ten minste twee en ten hoogste vier directeurs der belastingen aangewezen door de minister die financiën onder zijn bevoegdheden heeft en die onder het voorzitterschap staat van de ambtenaar die de leiding heeft over de diensten belast met de invordering van de inkomstenbelastingen, of diens afgevaardigde.
Er wordt een ontvangstbewijs uitgereikt aan de verzoeker met vermelding van de datum van ontvangst van het beroep.
11. De commissie doet bij gemotiveerde beslissing uitspraak binnen de drie maanden na de ontvangst van het beroep. Deze wordt ter kennis gebracht van de verzoeker per aangetekende brief en is niet meer vatbaar voor beroep.
VII. SANCTIE - HERROEPING VAN DE BESLISSING
12. De belastingschuldige of zijn echtgenoot verliest het voordeel van het onbeperkt uitstel wanneer:
13. Art. 332, Programmawet dat de "Afdeling IV bis - Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen" invoegt, treedt in werking op 1.1.2005 (art. 333, Programmawet 27.12.2004).
De Directeur-generaal,
H. FAUTRE
BIJLAGE
27 december 2004. - Programmawet (uittreksel)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna Wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
(…)
TITEL XI. Financiën
Hoofdstuk II. - Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen
Art. 332. In Titel VII, Hoofdstuk VIII, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een afdeling IV bis ingevoegd, die luidt als volgt:
« Afdeling IV bis. - Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen.
Art. 413 bis. - § 1. Op het verzoek van een belastingschuldige, natuurlijke persoon, of van zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, kan de directeur der belastingen het onbeperkt uitstel van de invordering van de ten laste van de belastingschuldige gevestigde inkomstenbelastingen in hoofdsom, de belastingverhogingen, de boeten en interesten, met uitsluiting van de voorheffingen verlenen.
De directeur der belastingen stelt de voorwaarden waaronder hij, geheel of gedeeltelijk, het onbeperkt uitstel van de invordering verleent van een of meerdere aanslagen. Hij verbindt zijn beslissing aan de voorwaarde dat de verzoeker onmiddellijk of gespreid een betaling doet van een som die bestemd is om te worden aangewend op de verschuldigde belastingen en waarvan het bedrag door hem wordt bepaald.
Het onbeperkt uitstel van de invordering van de directe belastingen zal slechts uitwerking hebben na de betaling van de in het tweede lid vermelde som.
§ 2. Het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering is enkel ontvankelijk voor zover:
1° de verzoeker, die niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, zich in een toestand bevindt waarin hij niet in staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare of nog te vervallen schulden te betalen;
2° de belastingplichtige geen beslissing tot onbeperkt uitstel van de invordering heeft verkregen binnen de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
§ 3. Het onbeperkt uitstel van de invordering kan eveneens ambtshalve worden verleend aan de belastingschuldige, onder de voorwaarden bedoeld in de §§ 1 en 2, op voorstel van de ambtenaar belast met de invordering.
§ 4. Onverminderd artikel 410, derde lid, kan de directeur der belastingen geen onbeperkt uitstel van de invordering verlenen voor betwiste belastingen of voor belastingen waarvoor nog een bezwaar of een vordering in rechte kan worden ingediend, noch voor belastingen of aanvullende belastingen gevestigd ten gevolge van de vaststelling van een fiscale fraude.
Art. 413 ter. - § 1. Het verzoek tot uitstel moet worden gemotiveerd en moet bewijskrachtige elementen bevatten met betrekking tot de toestand van de verzoeker.
§ 2. Het wordt bij ter post aangetekende brief ingediend bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de belastingschuldige of zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd zijn woonplaats heeft.
§ 3. Er wordt een ontvangstbewijs van uitgereikt aan de verzoeker met vermelding van de datum van ontvangst van het verzoek.
Art. 413 quater. - De behandeling van het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering wordt toevertrouwd aan de ambtenaar belast met de invordering.
Teneinde de behandeling van het verzoek te verzekeren, beschikt deze ambtenaar over de onderzoeksbevoegdheden zoals bedoeld in artikel 319 bis.
In het kader van deze behandeling, kan hij met name van de kredietinstellingen, die onderworpen zijn aan de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, alle hen gekende inlichtingen eisen die nuttig kunnen zijn teneinde de vermogenssituatie van de verzoeker te bepalen.
Art. 413 quinquies. - § 1. De directeur der belastingen doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de zes maanden na de ontvangst van het verzoek.
Zijn beslissing wordt ter kennis gebracht van de verzoeker bij ter post aangetekende brief.
§ 2. Ze kan, binnen de maand van de kennisgeving, het voorwerp uitmaken van een beroep bij een commissie samengesteld uit ten minste twee en ten hoogste vier directeurs der belastingen aangewezen door de minister die de financiën onder zijn bevoegdheden heeft, onder het voorzitterschap van de ambtenaar die de leiding heeft over de diensten belast met de invordering van de inkomstenbelastingen, of zijn afgevaardigde.
Er wordt een ontvangstbewijs van uitgereikt aan de eiser met vermelding van de datum van ontvangst van het beroep.
De commissie doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de drie maanden na de ontvangst van het beroep.
De beslissing van de commissie is niet vatbaar voor beroep. Ze wordt ter kennis gebracht van de eiser per aangetekende brief.
Art. 413 sexies. - De indiening van het verzoek of van het voorstel tot onbeperkt uitstel van de invordering schorst alle middelen van tenuitvoerlegging tot op de dag dat de beslissing van de directeur definitief is geworden of, in het geval van beroep, tot op de dag van de kennisgeving van de beslissing van de commissie bedoeld in artikel 413 quater. De reeds gelegde beslagen behouden echter hun bewarende werking.
Het indienen van het verzoek of van het voorstel tot onbeperkt uitstel van de invordering doet echter geen afbreuk aan andere maatregelen welke ertoe strekken de invordering van de belastingen te waarborgen, noch aan de betekening van een dwangbevel teneinde de verjaring te stuiten.
Art. 413 septies. - De belastingschuldige of zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd verliest het voordeel van het onbeperkt uitstel van de invordering wanneer hetzij:
1° hij onjuiste informatie heeft verstrekt teneinde het voordeel van het onbeperkt uitstel van de invordering te verkrijgen;
2° hij de door de directeur der belastingen in zijn beslissing vastgestelde voorwaarden niet eerbiedigt;
3° hij onrechtmatig zijn passief heeft verhoogd of zijn actief heeft verminderd;
4° hij zijn onvermogen heeft bewerkt.
Art. 413 octies. - De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden voor de artikelen 413 bis tot 413 sexies. Hij kan met name de objectieve voorwaarden bepalen voor het vaststellen van de som die moet worden betaald door de verzoeker, zoals bedoeld in artikel 413 bis, § 1.
Art. 333. Artikel 332 treedt in werking op 1 januari 2005. »
Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen
ONBEPERKT UITSTEL VAN DE INVORDERING VAN DIRECTE BELASTINGEN
Beslissing tot onbeperkt uitstel
Toepassingsgebied van het onbeperkt uitstel
Verzoek tot onbeperkt uitstel
Commentaar op de art. 332 en 333 van de Programmawet van 27.12.2004 (BS 31.12.2004 - Editie 2) die de art. 413bis tot 413octies in het WIB 92 invoegen.
Aan alle diensten van de Directie Invordering
I. INLEIDING
1. Art. 332, Programmawet 27.12.2004 ( BS 31.12.2004 - Editie 2) voegt in Titel VII, Hoofdstuk VIII, WIB 92, een "Afdeling IV bis.- Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen" toe, bevattende de nieuwe artikels 413 bis tot 413 octies.
De nieuwe bepalingen hebben tot doel aan de directeur der belastingen de mogelijkheid te bieden om een belastingschuldige of zijn echtgenoot in bepaalde omstandigheden een buitengewone gunstmaatregel te verlenen waarbij hij, op de wijze en onder de voorwaarden die hij bepaalt, definitief uitstel van de invordering van de ten laste van de belastingschuldige gevestigde belastingen toekent.
Zij laten de belastingschuldige (natuurlijke persoon), die ongelukkig en te goeder trouw is en zich in een blijvende moeilijke financiële situatie bevindt, toe een nieuwe start te nemen waardoor hij wordt aangemoedigd zich te onttrekken aan zijn moeilijke situatie. Het verzekert tegelijkertijd voor de Staat als schuldeiser, telkens dit mogelijk is, de ontvangst van een deel van de schuldvordering.
II. TOEPASSINGSGEBIED
2. Deze maatregel beperkt zich tot natuurlijke personen. Schuldenaars in de Ven.B en in de BNI/ven. zijn er derhalve van uitgesloten.
De maatregel is tevens beperkt tot de directe belastingen, in hoofdsom, de belastingverhogingen, de boeten en de interesten (PB, BNI/nat.pers.). De voorheffingen zijn omwille van hun bijzonder karakter van het voordeel van het onbeperkt uitstel uitgesloten. Zulks geldt eveneens voor de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
III. VERZOEK TOT UITSTEL
A. Indiening van het verzoek
3. Het verzoek kan ingediend worden door de belastingschuldige of door zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd.
Het moet worden gemotiveerd en moet bewijskrachtige elementen met betrekking tot de toestand van de verzoeker bevatten.
Dit verzoek moet per aangetekende brief ingediend worden bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de belastingschuldige of zijn echtgenoot, op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, zijn woonplaats heeft. Er wordt een ontvangstbewijs van uitgereikt aan de verzoeker, met vermelding van de datum van ontvangst van het verzoek.
Het uitstel kan eveneens ambtshalve worden verleend, op voorstel van de met de invordering belaste ambtenaar.
B. Ontvankelijkheid van het verzoek
4. Een verzoek tot onbeperkt uitstel is enkel ontvankelijk voor zover:
- de verzoeker, die niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd zich in een toestand bevindt waarin hij niet in staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare of nog te vervallen schulden te betalen;
- de verzoeker geen beslissing tot onbeperkt uitstel van de invordering heeft verkregen binnen de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Het spreekt voor zich dat het voordeel van deze maatregel niet kan toegestaan worden aan schuldenaars van aanslagen die gevestigd zijn ten gevolge van de vaststelling van een fiscale fraude.
C. Gevolgen van het verzoek
6. De indiening van het verzoek of van het voorstel tot uitstel schorst alle middelen van tenuitvoerlegging tot op de dag dat de beslissing van de directeur definitief is geworden of, in geval van beroep, tot op de dag van de kennisgeving van de beslissing van de commissie zoals bedoeld in nr 10, hierna. De reeds gelegde beslagen behouden echter hun bewarende uitwerking.
Dit verzoek of voorstel doet echter geen afbreuk:
- aan andere maatregelen die ertoe strekken de invordering van de belastingen te waarborgen;
- aan de betekening van een dwangbevel teneinde de verjaring te stuiten.
7. De behandeling van het verzoek wordt toevertrouwd aan de ambtenaar belast met de invordering.
Hiervoor beschikt de Ontv. over de onderzoeksbevoegdheden zoals bedoeld in art. 319 bis, WIB 92.
Hij kan met name van de kredietinstellingen, die onderworpen zijn aan de W 22.3.1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, alle hen gekende inlichtingen eisen die nuttig kunnen zijn teneinde de vermogenssituatie van de verzoeker te bepalen.
V. BESLISSING TOT ONBEPERKT UITSTEL
8. De directeur doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de zes maanden na de ontvangst van het verzoek. Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de verzoeker bij ter post aangetekende brief.
De directeur bepaalt de voorwaarden waaronder hij het onbeperkt uitstel van de invordering toestaat. Het onbeperkt uitstel kan betrekking hebben op één of meerdere aanslagen en kan volledig of gedeeltelijk zijn. Bovendien verbindt de directeur zijn beslissing aan de voorwaarde van een onmiddellijke of gespreide betaling door de verzoeker van een door hem bepaald bedrag, dat aangewend wordt op de verschuldigde belastingen.
9. Het onbeperkt uitstel van de invordering gaat pas in na de effectieve betaling van dit bedrag.
VI. BEROEP
10. De beslissing van de directeur kan, binnen de maand van de kennisgeving, het voorwerp uitmaken van een beroep bij een commissie samengesteld uit ten minste twee en ten hoogste vier directeurs der belastingen aangewezen door de minister die financiën onder zijn bevoegdheden heeft en die onder het voorzitterschap staat van de ambtenaar die de leiding heeft over de diensten belast met de invordering van de inkomstenbelastingen, of diens afgevaardigde.
Er wordt een ontvangstbewijs uitgereikt aan de verzoeker met vermelding van de datum van ontvangst van het beroep.
11. De commissie doet bij gemotiveerde beslissing uitspraak binnen de drie maanden na de ontvangst van het beroep. Deze wordt ter kennis gebracht van de verzoeker per aangetekende brief en is niet meer vatbaar voor beroep.
VII. SANCTIE - HERROEPING VAN DE BESLISSING
12. De belastingschuldige of zijn echtgenoot verliest het voordeel van het onbeperkt uitstel wanneer:
- hij onjuiste informatie heeft verstrekt teneinde het voordeel van het onbeperkt uitstel van de invordering te verkrijgen;
- hij de door de directeur der belastingen vastgestelde voorwaarden niet eerbiedigt;
- hij onrechtmatig zijn passief heeft verhoogd of zijn actief heeft verminderd;
- hij zijn onvermogen heeft bewerkstelligd.
13. Art. 332, Programmawet dat de "Afdeling IV bis - Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen" invoegt, treedt in werking op 1.1.2005 (art. 333, Programmawet 27.12.2004).
De Directeur-generaal,
H. FAUTRE
BIJLAGE
27 december 2004. - Programmawet (uittreksel)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna Wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
(…)
TITEL XI. Financiën
Hoofdstuk II. - Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen
Art. 332. In Titel VII, Hoofdstuk VIII, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een afdeling IV bis ingevoegd, die luidt als volgt:
« Afdeling IV bis. - Onbeperkt uitstel van de invordering van directe belastingen.
Art. 413 bis. - § 1. Op het verzoek van een belastingschuldige, natuurlijke persoon, of van zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, kan de directeur der belastingen het onbeperkt uitstel van de invordering van de ten laste van de belastingschuldige gevestigde inkomstenbelastingen in hoofdsom, de belastingverhogingen, de boeten en interesten, met uitsluiting van de voorheffingen verlenen.
De directeur der belastingen stelt de voorwaarden waaronder hij, geheel of gedeeltelijk, het onbeperkt uitstel van de invordering verleent van een of meerdere aanslagen. Hij verbindt zijn beslissing aan de voorwaarde dat de verzoeker onmiddellijk of gespreid een betaling doet van een som die bestemd is om te worden aangewend op de verschuldigde belastingen en waarvan het bedrag door hem wordt bepaald.
Het onbeperkt uitstel van de invordering van de directe belastingen zal slechts uitwerking hebben na de betaling van de in het tweede lid vermelde som.
§ 2. Het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering is enkel ontvankelijk voor zover:
1° de verzoeker, die niet kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, zich in een toestand bevindt waarin hij niet in staat is om, op duurzame wijze, zijn opeisbare of nog te vervallen schulden te betalen;
2° de belastingplichtige geen beslissing tot onbeperkt uitstel van de invordering heeft verkregen binnen de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
§ 3. Het onbeperkt uitstel van de invordering kan eveneens ambtshalve worden verleend aan de belastingschuldige, onder de voorwaarden bedoeld in de §§ 1 en 2, op voorstel van de ambtenaar belast met de invordering.
§ 4. Onverminderd artikel 410, derde lid, kan de directeur der belastingen geen onbeperkt uitstel van de invordering verlenen voor betwiste belastingen of voor belastingen waarvoor nog een bezwaar of een vordering in rechte kan worden ingediend, noch voor belastingen of aanvullende belastingen gevestigd ten gevolge van de vaststelling van een fiscale fraude.
Art. 413 ter. - § 1. Het verzoek tot uitstel moet worden gemotiveerd en moet bewijskrachtige elementen bevatten met betrekking tot de toestand van de verzoeker.
§ 2. Het wordt bij ter post aangetekende brief ingediend bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de belastingschuldige of zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd zijn woonplaats heeft.
§ 3. Er wordt een ontvangstbewijs van uitgereikt aan de verzoeker met vermelding van de datum van ontvangst van het verzoek.
Art. 413 quater. - De behandeling van het verzoek tot onbeperkt uitstel van de invordering wordt toevertrouwd aan de ambtenaar belast met de invordering.
Teneinde de behandeling van het verzoek te verzekeren, beschikt deze ambtenaar over de onderzoeksbevoegdheden zoals bedoeld in artikel 319 bis.
In het kader van deze behandeling, kan hij met name van de kredietinstellingen, die onderworpen zijn aan de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, alle hen gekende inlichtingen eisen die nuttig kunnen zijn teneinde de vermogenssituatie van de verzoeker te bepalen.
Art. 413 quinquies. - § 1. De directeur der belastingen doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de zes maanden na de ontvangst van het verzoek.
Zijn beslissing wordt ter kennis gebracht van de verzoeker bij ter post aangetekende brief.
§ 2. Ze kan, binnen de maand van de kennisgeving, het voorwerp uitmaken van een beroep bij een commissie samengesteld uit ten minste twee en ten hoogste vier directeurs der belastingen aangewezen door de minister die de financiën onder zijn bevoegdheden heeft, onder het voorzitterschap van de ambtenaar die de leiding heeft over de diensten belast met de invordering van de inkomstenbelastingen, of zijn afgevaardigde.
Er wordt een ontvangstbewijs van uitgereikt aan de eiser met vermelding van de datum van ontvangst van het beroep.
De commissie doet uitspraak bij gemotiveerde beslissing binnen de drie maanden na de ontvangst van het beroep.
De beslissing van de commissie is niet vatbaar voor beroep. Ze wordt ter kennis gebracht van de eiser per aangetekende brief.
Art. 413 sexies. - De indiening van het verzoek of van het voorstel tot onbeperkt uitstel van de invordering schorst alle middelen van tenuitvoerlegging tot op de dag dat de beslissing van de directeur definitief is geworden of, in het geval van beroep, tot op de dag van de kennisgeving van de beslissing van de commissie bedoeld in artikel 413 quater. De reeds gelegde beslagen behouden echter hun bewarende werking.
Het indienen van het verzoek of van het voorstel tot onbeperkt uitstel van de invordering doet echter geen afbreuk aan andere maatregelen welke ertoe strekken de invordering van de belastingen te waarborgen, noch aan de betekening van een dwangbevel teneinde de verjaring te stuiten.
Art. 413 septies. - De belastingschuldige of zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd verliest het voordeel van het onbeperkt uitstel van de invordering wanneer hetzij:
1° hij onjuiste informatie heeft verstrekt teneinde het voordeel van het onbeperkt uitstel van de invordering te verkrijgen;
2° hij de door de directeur der belastingen in zijn beslissing vastgestelde voorwaarden niet eerbiedigt;
3° hij onrechtmatig zijn passief heeft verhoogd of zijn actief heeft verminderd;
4° hij zijn onvermogen heeft bewerkt.
Art. 413 octies. - De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden voor de artikelen 413 bis tot 413 sexies. Hij kan met name de objectieve voorwaarden bepalen voor het vaststellen van de som die moet worden betaald door de verzoeker, zoals bedoeld in artikel 413 bis, § 1.
Art. 333. Artikel 332 treedt in werking op 1 januari 2005. »
Bron: FisconetPlus
